EXTERNE INFORMATIE: Inspraakreactie omtrent het raadsvoorstel woonwagenbeleid en toewijzingsverordening
Tekst van het document
Alkmaar, oktober 2023
WOONWAGEN- EN STANDPLAATSENBELEID & TOEWIJZINGSVERORDENING
Geachte leden van de Raad,
Het Noord Hollands Dagblad, NH- Nieuws en Alkmaar Centraal hebben kort geleden een persbericht naar buiten gebracht, hoe het ervoor staat omtrent het woonwagenproces in de gemeente Alkmaar. Er is te lezen dat personen met een familie op één van de drie huidige Alkmaarse woonwagenlocaties als eerste aan de beurt zijn. Tevens is door de wethouder naar voren gebracht dat de lijst die door Woonwaard wordt bijgehouden nooit geen enkele status heeft gehad. Het was ’slechts’ een inventarisatie. Dit is vreemd omdat er o.a. op 4 juni 2015 op pagina 24 en 25, onder de koptekst ‘Bijzondere woonvorm’ werd beschreven dat de huidige werkwijze met wachtlijsten en toewijzing door de betrokkenen (gemeente en corporaties) buiten het vergunningstelsel gewoon werd voortgezet. Dit is ongewijzigd gebleven, in de zin dat hier geen nieuw besluit is genomen door het college van B&W.
Het ziet er naar uit dat het College van B&W de grond- en mensenrechten wilt gaan inperken door bindingseisen te stellen met het voorliggende toewijzingsbeleid. De rechtbank heeft omtrent de
Onder voorbehoud van alle rechten. bindingseis op 15 december 2022 een uitspraak gedaan. Ik wil u specifiek verwijzen naar kant nummer 4.6 en 4.7. De desbetreffende gemeente heeft hoger beroep ingesteld omtrent de bindingeis en heeft wederom op dit punt ongelijk gekregen. Door het toepassen van de bindingseis wordt namelijk een extra voorwaarde gesteld bij hantering van het afstammingsbeginsel. Het hof is van oordeel dat de beleidsvrijheid hiermee wordt overschreden. Tevens wil ik u verwijzen naar een uitspraak die het College voor de rechten van de Mens heeft gedaan op 8 juni 2023, specifiek kantnummer 5.7 en 5.8. Gezien deze uitspraken heb ik mijn bedenkingen of deze woonwagencoördinator, die zich profileert als woonwagen-expert, wel goed zijn werk heeft gedaan waar de gemeente ook nog eens een behoorlijke aanbesteding voor heeft uitbesteed. Er dient naar behoefte gefaciliteerd te worden aan personen die voldoen aan het afstammingsbeginsel. Dit houdt dus in dat er niet alleen voor personen die familie hebben wonen op één van de drie Alkmaarse woonwagenlocaties gefaciliteerd dient te worden.
Hierbij een aantal citaten die in de VNG wegwijzer worden vermeld, die ik van belang vind om te benoemen: Verdelen en toewijzen van standplaatsen: standplaatsen die vrijkomen worden toegewezen aan mensen die als standplaatszoekende staan ingeschreven. Daarbij kunnen volgordecriteria worden gesteld voor een eerlijke verdeling.
• Dan gaat het bijvoorbeeld om inschrijfduur of woonduur. Leeftijd kan niet leidend zijn om zo leeftijdsdiscriminatie te voorkomen. Bij de volgordecriteria is het van belang om het afstammingsbeginsel mee te nemen. Te denken is aan de keuze om (bij gelijke inschrijfduur) voorrang te geven aan mensen met een afstammingsbeginsel. Hoe groter het tekort aan standplaatsen in een gemeente, hoe belangrijker het is om vrijkomende standplaatsen toe te wijzen op basis van het afstammingsbeginsel. • De volgordecriteria geven mensen ook zekerheid en opgebouwde rechten. Het is niet voor niets dat mensen zich tijdig inschrijven. Verandering van volgordecriteria past dan ook nauw.
Er is geen planning met een tijdlijn waarin te zien is wanneer de eerste standplaatsen worden ontwikkeld op bepaalde locaties. Ik wil u overigens graag verwijzen naar de beantwoording van de programma begroting 2020->zie vraag 62 en 63. Begroting 2021->zie vraag 21 en 167. Begroting 2022->zie vraag 75.
Pagina 1 van 8
BESCHERMING VAN DE WOONWAGENCULTUUR
Je komt aan de opgebouwde rechten van standplaatszoekenden. Bij een dergelijke verandering is het belangrijk om rekening te houden met gerechtvaardigde verwachtingen, opgebouwde rechten en deze rechten voor een bepaalde periode mee te nemen; bijvoorbeeld een periode die redelijkerwijs aansluit bij de inschrijftijd die nodig is om een woonwagen in een gemeente te bemachtigen. In het verleden kwam het voor dat woonwagenbewoners met behoefte aan een standplaats zich desalniettemin niet op de inschrijflijst bij gemeente of corporatie inschreven, omdat in de betreffende gemeente een uitsterfbeleid werd gehanteerd. Ook deze woonwagenbewoners zullen zich moeten inschrijven en inschrijftijd opbouwen.
Wachtlijst Woonwaard
Personen schreven zich vóór 2013 in op de wachtlijst van de gemeente Alkmaar. Deze wachtlijst is in 2013 gemandateerd aan Woonwaard. Ik kan mij enigszins voorstellen hoe personen zich kunnen voelen als er wordt gezegd door een wethouder van Wonen, dat de wachtlijst van Woonwaard nooit geen enkele status heeft gehad. Personen hebben met hun inschrijving bepaalde rechten en verwachtingen opgebouwd bij zowel de gemeente als Woonwaard. Overigens wil ik opmerken dat de gemeente Alkmaar samen met Woonwaard in 2019 nieuwe regels heeft opgesteld omtrent de
Onder voorbehoud van alle rechten. verdeling en toewijzing van woonwagenstandplaatsen. In de politieke agenda van 13 september 2023 wordt aangegeven dat er onduidelijkheid is over de verdeling en toewijzing van woonwagenstandplaatsen. Dit staat niet in lijn met het voorafgaande.
AANDACHTSPUNTEN WAAR NIET TOT NAUWELIJKS GEHOOR AAN WORDT GEGEVEN IN HET WOONWAGEN-EN STANDPLAATSENBELEID.
1) Huur- koopstandplaats: Mensen moeten een wooncarrière kunnen maken op standplaats (dit geldt met het voorliggende beleid alleen voor de koop/koop variant). Wanneer er sprake is van huur/huur zit men vast aan woonwagen van 75m2 met 3 slaapkamers. Dit zou eventueel problemen kunnen opleveren met grote gezinnen of gezinsuitbreiding in de toekomst. Er zijn voor standplaatszoekende geen opties aanwezig in het huuraanbod die een woningzoeker bij SVNK wel heeft. Voor starters op de woningmarkt is er veel meer diversiteit en keuze die een woonwagenbewoner niet heeft. Ik wil opmerken dat er in het voorliggende woonwagenbeleid geen rekening is gehouden met een groep personen die tot het middensegment behoren. Deze mensen vallen tussen wal en schip. De huur/koop variant zou o.a. ook voor deze mensen een oplossing kunnen zijn met als optie dat wanneer de huurder de financiële mogelijkheden heeft en dit ‘wenst’ deze standplaats kan kopen. Dit kan contractueel worden vastgelegd. Op deze manier kan de standplaats ook uiteindelijk binnen de familie/gezinsleven blijven. Hierdoor kan de woonwagen die zelf geïnvesteerd is behouden blijven op de desbetreffende plek. In de toekomst zou dan de standplaats en woonwagen kunnen worden overdragen binnen de familie. Een woningcorporatie hoeft dan geen huurwagen aan te schaffen, wat voor corporaties voordelen met zich meebrengt.
Indien er om een huurwagen wordt verzocht dient deze wel door een woningcorporatie gefaciliteerd te worden. Het staat bekend dat woonwagenbewoners die een standplaats accepteren een zeer lange tijd, of hun hele leven daar zullen blijven wonen. In het voorliggende woonwagenbeleid wordt beschreven dat de combinatie huurstandplaats met
Een corporatie dient afzonderlijk een standplaats of woonwagen te faciliteren indien daar behoefte naar is,zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub B en C van de Woningwet. Overigens hebben corporaties mogelijkheden om af te wijken van de sociale liberalisatiegrens, o.a. op grond van artikel 48, lid 1 woningwet. Pagina 2 van 8
BESCHERMING VAN DE WOONWAGENCULTUUR
een eigendomswoonwagen op lange termijn voor problematische situaties zorgt. Dit wordt niet onderbouwd zonder feitelijke argumenten! De sociale huurgrens mag er niet toe lijden dat een woonwagenbewoner die te veel verdient/inkomen heeft, het woonwagenleven daardoor moet opgeven. De gemeente en corporatie dienen passende maatregelen te nemen voor mensen die tussen wal en schip vallen. Wellicht zou de gemeente inclusief corporatie de liberalisatiegrens voor woonwagens en standplaatsen aanhangig kunnen maken bij het ministerie voor afwijking van o.a. artikel 46, lid 2 Woningwet en artikel 57 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (maatwerk).
2) Caravan bewoning & trekkersplaatsen voor familieleden: Dit is een belangrijk onderdeel die behoort tot de culture identiteit van een woonwagenbewoner. Gemeenten zijn ook verplicht om dit te beschermen en te faciliteren. Het college van B&W van de gemeente Amsterdam heeft het voornemen om met een gedoogconstructie caravans op een woonwagenlocatie mogelijk te maken. Het bouwbesluit 2012 staat op gespannen voet met de mensenrechtelijke kaders en uitspraken van het EHRM. Er wordt in Nederland onderscheid gemaakt tussen een caravan en woonwagen terwijl beide worden gezien als een woning. Ik wil u graag verwijzen naar twee citaten:
Onder voorbehoud van alle rechten. a) ‘Part of the positive obligation to provide for alternative housing is that it should be culturally appropriate to the Roma, gypsies and travellers. Culturally appropriate means that it is respectful of the trailer and caravan culture of these communities, including not only the trailer or caravan as a house, but also the collective living places on camps or parks’. Bron: pagina 23 en 24 van het rapport Donders - Protecting the Home and Adequate Housing - Living in a Caravan or Trailer as a Human Right.
b) ‘The Court observes that the present case also brings into play, in addition to the right to respect for one’s home, the applicants’ right to respect for their private and family life, as the Government implicitly recognised. It reiterates that the occupation of a caravan is an integral part of the identity of travellers, even where they no longer live a wholly nomadic existence, and that measures affecting the stationing of caravans affect their ability to maintain their identity and to lead a private and family life in accordance with that tradition’. Bron: uitspraak EHRM van 17 oktober 2013 paragraaf 142.
De gemeente heeft het nagelaten om onderzoek te doen of er behoefte is aan caravans op standplaatsen in de gemeente Alkmaar. Dit is ook niet meegenomen in het onderzoeksrapport van Be-flex in 2019. Trekkersplaatsen dienen ook gefaciliteerd te worden voor bijvoorbeeld familiebezoek, mantelzorg, bij overlijden en rouwen, of religieuze meetings etc.. De trekvrijheid refereert aan het nomadische bestaan van de woonwagenbewoners. Hierbij de link betreft de motie die is aangenomen omtrent de gedoogconstructie in Amsterdam. Als we naar de traditie en cultuur kijken van het woonwagenleven dan begint iemand met een caravan op een standplaats en naarmate diegene meer ging verdienen werd de caravan vervangen voor een stacaravan, chalet,
Het is niet duidelijk of er inmiddels of überhaupt schriftelijke afspraken, overeenkomsten en raamovereenkomsten zijn gemaakt met de corporatie(s) en andere derde(n) partijen omtrent het realiseren van standplaatsen en woonwagens. Overigens wil ik opmerken dat een woningcorporatie geen enkele keer heeft deelgenomen aan de gesprekken die hebben plaatsgevonden. Pagina 3 van 8
BESCHERMING VAN DE WOONWAGENCULTUUR
woonwagen of een versteende woonwagen. Een caravan kan dus worden gezien als starterswoning. Het mag niet zo zijn dat wanneer iemand in een caravan wilt wonen op zijn eigen standplaats, dat diegene wordt belemmerd (inmenging) in zijn leefgewoonte die past bij de culturele identiteit van een woonwagenbewoner, welke tevens beschermd is.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN
1) Wachttijd om in aanmerking te komen voor een standplaats: In zowel het beleidskader van het BZK (2018) als de VNG Wegwijzer (2021) wordt aangegeven dat gemeente hun woonwagen- en standplaatsenbeleid in lijn moeten brengen met het mensenrechtelijk kader. Dit betekent niet dat woonwagenbewoners in alle gevallen direct recht hebben op een standplaats/woonwagen, wel dat gemeenten een positieve verplichting hebben om ervoor te zorgen dat woonwagenbewoners binnen afzienbare tijd kans maken op een standplaats indien daar behoefte naar is. Als uitgangspunt is de wachttijd voor een standplaats/woonwagen ongeveer hetzelfde als de wachttijd voor een sociale huurwoning. De Wegwijzer van de VNG is een nadere invulling van het in 2018 door het ministerie van BZK uitgebrachte landelijk beleidskader. In dit rapport wordt in grote lijnen geschetst wat de menselijke kaders zijn in relatie tot het woonwagen- en standplaatsenbeleid.
Onder voorbehoud van alle rechten. 2) Uitbreiding van bestaande locaties: Het ministerie van BZK beschrijft in het beleidskader om bij toewijzing voorrang te verlenen aan volwassen kinderen (op volgorde van leeftijd) die nog <<vanaf de geboorte aanhoudend of minimaal 8 jaar(¹)>> bij hun ouders en/of tweedegraads familieleden wonen op een bestaande locatie in de gemeente Alkmaar (de grondslag hiervoor is artikel 8 EVRM). Dit kan tevens worden toegepast bij natuurlijk verloop(²). Dit is om de gezinnen en de onderlinge verbondenheid bij elkaar te houden op de desbetreffende locatie. Het voorafgaande past ook bij de culture identiteit van een woonwagenbewoner, die ook door de meeste woonwagenbewoners (reizigers) wordt gerespecteerd en geaccepteerd. In het ‘complete’ onderzoekrapport van Be-flex wordt hier het volgende over geschreven: ‘In de optiek van de bewoners lijkt het erop dat zowel de gemeenten als de corporaties onvoldoende kennis hebben over de echte woonwagenbewoner en de onderlinge ‘ongeschreven regels’, bijvoorbeeld bij het vrijkomen van een standplaats en het toewijzen aan de eerste op de wachtlijst, terwijl iedereen al weet dat de standplaats bestemd is voor bijvoorbeeld een kleinkind’.
Daarbij wil ik opmerken dat bij het geven van voorrang aan bijvoorbeeld eerstegraads familieleden op bestaande locaties er al recht wordt gedaan aan het familieband wonen van woonwagenbewoners. De meeste mensen op de wachtlijst respecteren ook deze ‘ongeschreven regel’. Wanneer deze voorrangsregel ook nog eens wordt gehanteerd/toegepast bij nieuwe ontwikkelde locaties zal dit betekenen dat o.a. het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in geding komt voor andere geïnteresseerde standplaatszoekende (die een afstamming hebben als woonwagenbewoner) die op zoek zijn naar een standplaats. Deze personen komen doordoor in verdringing. Het stellen van
¹ De tekst ‘vanaf de geboorte aanhoudend of minimaal 8 jaar’ staat niet in het beleidskaders beschreven, maar wordt benoemd om misbruik tegen te gaan. Als er bijv. geen termijn wordt benoemd, bestaat er een grote kans dat wanneer het raadvoorstel wordt aangenomen, veel personen zich zullen gaan inschrijven bij ouders of tweedegraads familieleden om een voorrangspositie te verkrijgen. ² Familieleden van een overleden bewoner van de standplaats/woonwagen hebben voorrang bij de toewijzing op volgorde van hun leeftijd. Zijn er geen eerste- of tweedegraads familieleden bekend van de overleden bewoner die de woonwagen/standplaats willen huren, dan krijgen de directe bewoners van de locatie voorrang. Ook weer op volgorde van eerste- en tweedegraads familieband en leeftijd. Het is reëel om dan de leeftijd vanaf 23 jaar als startpunt te gebruiken. Pagina 4 van 8
BESCHERMING VAN DE WOONWAGENCULTUUR
bindingseisen is ongeschikt om een standplaatsenbeleid in overeenstemming te voeren met o.a. de Wegwijzer van de VNG en het Beleidskader van het BZK. Wanneer er ‘planlogisch’ genoeg ruimte is voor uitbreiding van een bestaande locatie kan daarnaast in overweging worden genomen om daarnaast voorrang te verlenen aan personen die vroeger zijn ‘geboren’ en minimaal 2 jaar aaneengesloten hebben gewoond op de desbetreffende locatie bij hun ouders. Hierdoor is de kans wel groot dat de kinderen die nu woonachtig zijn op de desbetreffende locatie, in de toekomst zich op een andere locaties moeten vestigen. Het zal mooier zijn als deze kinderen op eigen woonwagenlocatie kunnen doorstromen. In mijn optiek dient de gemeente hier rekening mee te houden. Dit is ook de gedachtegang geweest van de voorrangsregeling die het Ministerie samen met belanghebbende en verenigingen heeft bedacht/besproken, om tegemoet te komen aan het familieband wonen op bestaande locaties. Ik heb zelf ook deelgenomen aan gesprekken met o.a. het Ministerie van BZK. Het voorliggende beleid van de gemeente Alkmaar is uit zijn verband getrokken omtrent aanbevelingen van o.a. het Ministerie van BZK en de Nationale Ombudsman. Naar mijns inziens is categorie 1 van het voorliggende toewijzingsbeleid daarom mede onjuist en veel te ruim opgezet.
3) Wachtlijst: Door een nieuwe wachtlijst op te stellen (die voornamelijk gericht is voor
Onder voorbehoud van alle rechten. Alkmaarse woonwagenbewoners) lijkt de gemeente hiermee de historische achterstand te willen verdoezelen. Ik wil benadrukken dat schaarste geen excuus mag zijn om inbreuk te maken op het woonrecht van een individu. Gezien het historische onrecht in de gemeente Alkmaar zal er een inhaalslag moeten worden gemaakt. Uit het woonwagen- en standplaatsen beleid blijkt dat er op langere termijn (10 à 15 jaar) ‘mogelijk’ 28 extra standplaatsen nodig zijn voor kinderen van de Alkmaarse woonwagenbewoners (³). Uit dit gegeven kan worden opgemaakt dat iemand in categorie 2 of 3 niet tot nauwelijks kans maakt, omdat de volgende categorie pas wordt geraadpleegd als er in de eerste categorie geen toewijzing of acceptatie plaatsvindt. Op deze manier is er sprake van een ongelijk speelveld. Er dient overigens ook een gelijke trend te zijn met overige woningzoekende en woningbouwopgaven. De gemeente Alkmaar is verantwoordelijk en aansprakelijk voor het grote te kort aan standplaatsen en woonwagens, omdat er in 36 jaar tijd niet voor extra aanbod van standplaatsen/woonwagens is gezorgd. Het ziet er naar uit dat een (grote) groep personen door dit bevriezingsbeleid een ‘individual and excessive burden’ moet dragen die niet legitiem is.
Het grote tekort aan standplaatsen in de gemeente Alkmaar is de schuld van de gemeente zelf en daar mogen andere niet voor opdraaien. In de brief van de Staatssecretaris van 1999 (kamerstuk 25333) bleek na onderzoek dat er in de gemeente Alkmaar een substantieel te kort te zijn van 48 standplaatsen (zie pagina 6). De gemeente heeft niets gedaan met deze brief en onderzoek. Tevens heeft de gemeente Alkmaar niet aan haar taakstelling(en) voldaan die zij toen der tijd van het Rijk (woonwagenwet) opgedragen heeft gekregen.
4) Redelijke termijn: Uit het voorgelegde woonwagen- en standplaatsenbeleid is niet op te maken wat precies een redelijke termijn inhoud, wanneer een standplaatszoekende kans moet maken op het verkrijgen van een standplaats. Er wordt enkel aangegeven dat deze
ᶾ De gemeente Alkmaar geeft aan dat dit afhankelijk is van demografische ontwikkelingen die zich lastig laten voorspellen. Het landelijke gemiddelde van 1,2 standplaatsen per 1000 woningen is geen norm. Zie PlatForm31 voor toelichting. De woonbehoefte is leidend!
Pagina 5 van 8
BESCHERMING VAN DE WOONWAGENCULTUUR
termijn vergelijkbaar dient te zijn met een sociale huurwoning. Om hoeveel jaar gaat dit precies en met wat voor huurwoning wordt een standplaats vergeleken? Dit is wel belangrijk om te vermelden zodat een standplaatszoekende daardoor perspectief krijgt en uiteindelijk wellicht iets kan gaan afdwingen (rechtszekerheid). Mocht het zo zijn dat het niet mogelijk is om binnen afzienbare tijd extra standplaatsen te ontwikkelen, terwijl kinderen van woonwagenbewoners lang staan ingeschreven voor een eigen standplaats, kan een caravan/stacaravan een tijdelijke oplossing zijn. Deze caravan/stacaravan wordt dan geplaatst bij ouders of tweedegraads familie leden die daarvoor ruimte beschikken op hun eigen standplaats (gedoogconstructie). Er dient per individu een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Hierdoor creëer je ook inspanningsverplichtingen voor de gemeente om standplaatsen te creëren. Het voordeel is ook dat sociale huurwoningen niet hoeven te worden verstrekt aan woonwagenbewoners.
5) Rechtvaardige verdeling: Mocht het voorgestelde beleid omtrent een nieuwe wachtlijst worden doorgezet dan zou het kunnen betekenen dat een (grote) groep personen die zich nooit op de bestaande wachtlijst hebben ingeschreven binnen 5 jaar een standplaats kunnen verkrijgen. Tevens geldt dit voor personen die door verschillende redenen van de wachtlijst zijn gehaald en bij nieuwe inschrijving daardoor weer onderop op de wachtlijst zijn geplaatst.
Onder voorbehoud van alle rechten. Deze personen worden bevoordeeld met het voorliggende woonwagenbeleid. De leden van raad zouden moeten afwegen en bepalen wanneer deze personen een standplaats toegewezen krijgen of er dan sprake is van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van standplaatsen en of sprake is van billijkheid.
6) Nieuwe ontwikkelde locaties: Personen die zijn verhuisd van een woonwagenlocatie naar een woning omdat er op dat moment geen standplaatsen beschikbaar waren dienen in aanmerking te komen voor een standplaats op een nieuwe ontwikkelde locatie, indien deze personen een ‘redelijke termijn’ staan ingeschreven op een wachtlijst. Dit geldt tevens voor spijtoptanten. Aangezien er al een wachtlijst is kan deze worden gebruikt voor de volgorde bepaling. Wanneer er geen uitbreiding mogelijk is op bestaande locaties kan je als raad overwegen om bij toewijzing voorrang te verlenen aan volwassen kinderen (op volgorde van leeftijd) die vanaf de geboorte aanhoudend nog bij hun ouders en of minimaal 8 jaar bij hun tweedegraads familieleden wonen(¹) op een bestaande locatie in de gemeente Alkmaar.
7) Hardheidsclausule: Mijn advies is om niet alleen het college van B&W over individuele gevallen te laten beslissen. Er kan gekeken worden om een commissie op te richten van aantal gemeenteraadsleden en onafhankelijke personen (bewoners) die hier over mee kunnen praten en beslissen.
8) Koopstandplaatsen: Ik zie niet hoe de selectieprocedure omtrent koopstandplaatsen wordt geregeld in het beleid en wanneer iemand in aanmerking komt voor een koopstandplaats. Tevens zie ik niet hoe de koopstandplaatsen worden verdeeld en welke regels daarvoor worden gehanteerd. In het beleid wordt vermeld dat wanneer er standplaatsen worden ontwikkeld, er gestreefd wordt om standplaatsen te realiseren die passen bij de vraag.
In de huisvestingsverordening kan de gemeenteraad volgens artikel 14, lid 2 (toepassing van dit artikel kan slechts in hoge uitzondering en zeer specifieke noodsituaties) bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die een economisch of maatschappelijk binding hebben met de woningmarktregio (50%). Lokaal maatwerk mag wettelijk bestaan uit maximaal de helft van de regionale toewijzingen (25%). Er dient wel advies gevraagd te worden bij de gedeputeerde Staten omtrent de bindingeis en dient afgestemd te worden met het college van B&W die deel uit maken van de woningmarkt regio volgens artikel 6, lid 2 huisvestingswet 2014. Pagina 6 van 8
BESCHERMING VAN DE WOONWAGENCULTUUR
Daarentegen wordt vermeld dat de gemeente zich wilt vasthouden aan de landelijke verhouding tussen koop versus huurwoningen. Deze verhouding is 60% (koop) en 40% (huur). Dit brengt veel tegenstrijdheden met zich mee. Alle belanghebbenden (gemeente, standplaatszoekende, derden, etc.) zijn gebaat bij o.a. een transparant verdeelsysteem van woonwagenstandplaatsen. Op deze manier is daar geen sprake van. Overigens wil ik opmerken dat de gemeente bij koopstandplaatsen volgens het Didam-arrest verplichtingen heeft.
9) Huisvestingsverordening: Door woonwagens en standplaatsen niet op te nemen als hoofdstuk in de huisvestingsverordening kan er sprake zijn van discriminatoire bejegening. Woonwagenbewoners- en standplaatszoekenden kunnen zich hiermee wegens hun afkomst als minderwaardig of onbelangrijk weggezet voelen. Bovendien is er dan ook niets afdwingbaar en zijn corporaties niet gebonden aan bijvoorbeeld prestatieafspraken die voortkomen uit woonvisies. Het voorliggende woonwagen- en standplaatsenbeleid wordt separaat vastgesteld, wat los staat van de huisvestingsverordening.
10) Definitie woonwagenbewoner: Het College voor de Rechten van de Mens (CRvdM)
Onder voorbehoud van alle rechten. definieert woonwagenbewoners als volgt: “woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur.” Hieronder vallen zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers'. De groep ‘kermisexploitanten’ komt voort uit de groep ‘reizigers’. In het voorliggende woonwagenbeleid van Alkmaar wordt de definitie woonwagenbewoners omvat als een onderscheidende cultuur die verwijst naar mensen die in een woonwagen wonen en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie ‘bij elkaar op een locatie’ en in een woonwagen woont of heeft gewoond. Hetgeen wat hier over wordt beschreven is onjuist. In essentie verwijst de definitie woonwagenbewoner volgens het CRM naar mensen die qua afstamming voortkomen uit bewoners die in een woonwagen wonen en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie in een woonwagen woont of heeft gewoond. De gemeente probeert er een eigen draai te geven om het aanbod op deze manier te minimaliseren.
11) Participatie: Er is geen actieve deelname (participatie) geweest onder verschillende families omtrent het voorliggende woonwagen- en standplaatsenbeleid zoals vereist wordt door het kader verdrag van minderheden (artikel 15). Elke familie moet zich zelf kunnen vertegenwoordigen, wat niet is gebeurd. Kleinere families komen in verdrukking als een bewonerscommissie is ontstaan op basis van voorgedragen personen door middel van stemmen. Hoe de bewonerscommissie tot stand is gebracht, daar kan men vraagtekens achter zetten. Er is o.a. één locatie waarvan geen enkele familie in de bewonerscommissie zit. Het kan niet zo zijn dat iemand voor een andere familie (gezin) kan spreken, tenzij diegene (individueel) daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Zes personen van de negen personen van de bewonerscommissie vallen onder één familie of zijn aangetrouwd. Daarbij wil ik nog opgemerkt hebben dat het behoefte-onderzoek van Be-flex niet is gedeeld met de woonwagenbewoners en standplaatszoekenden etc.(⁴).
⁴ Als de enquête en andere analyses (wachtlijstanalyse, groepsgesprek, etc.) zijn uitgevoerd, dienen de resultaten te worden gepubliceerd en vervolgens openbaar gemaakt. Bij voorkeur worden de resultaten nader toegelicht aan de direct betrokkenen, zoals de gemeenteraad, woningcorporatie(s) en woonwagenbewoners. In ieder geval dienen alle betrokkenen inzicht te krijgen in de resultaten van het behoeftenonderzoek ( zie pagina 38 VNG Wegwijzer). Pagina 7 van 8
BESCHERMING VAN DE WOONWAGENCULTUUR
Slot woord
Het is vreemd dat het ‘complete’ behoefte-onderzoek van Be-flex in 2019 niet is gedeeld met de leden van de raad. In het stuk die de leden van de raad hebben ontvangen zijn er teksten weggelaten, in vergelijking met het complete rapport. Overigens ben ik van mening dat dit onderzoek niet zorgvuldig is geweest, aangezien o.a. in het rapport wordt aangegeven dat voor het onderzoek geen inzicht was in de gegevens van bewoners die op de woonwagenlocatie wonen, alsmede staan ingeschreven op de wachtlijst. In mijn optiek heeft er dus geen zorgvuldig onderzoek en participatie plaatsgevonden, waardoor het rapport niet een volledig beeld geeft omtrent de behoefte aan standplaatsen in de gemeente Alkmaar. De gemeente is verplicht om een beleid op te stellen die voldoet aan de gelijkheid en non-discriminatie beginselen (direct en indirect). Mocht hier geen sprake van zijn, dan worden zowel nationale- als internationale wettelijke kaders geschonden. U heeft als lid van de gemeenteraad een controlerende taak om o.a. de grondrechten en mensenrechten te waarborgen en te beschermen (niet enkel en alleen voor de Alkmaarders). De intentie omtrent het realiseren van 31 standplaatsen is een stap in de goede richting. Alleen is de vraag of deze bestuurlijke wil waar wordt gemaakt, gelet op de historie.
Er zijn in het verleden al verschillende toezeggingen en beloftes gemaakt die niet zijn nagekomen. Ik verzoek uw raad om
Onder voorbehoud van alle rechten. eerst de (kansrijke) locaties vast te stellen, alvorens het toewijzingsbeleid en woonwagen- en standplaatsenbeleid vast te stellen(⁵). De gemeente geeft aan dat het niet zeker is of er nieuwe locaties gevonden kunnen worden, omdat er wordt aangegeven dat geschikte nieuwe locaties voor woonwagenstandplaatsen ‘zeldzaam’ zijn. De reden die daarvoor wordt gegeven is dat op geschikte kavels vaak al een bouwclaim rust en dat andere locaties ongeschikt zijn door overlap met milieucontouren of (de nabijheid van) kwetsbare natuur etc.. Tevens wordt er beschreven dat woonwagenlocaties uiterst gevoelige bestemmingen zijn volgens ervaringen van verschillende gemeenten in Nederland. Ervaringen mogen niet gepubliceerd worden zonder dat er een (feitelijke) onderbouwing ten grondslag ligt. Op deze wijze wordt er al op voorhand een oordeel gevormd en draagt het bij aan een negatieve beeldvorming omtrent (kansrijke) woonwagenlocaties.
Het woonwagen- en standplaatsenbeleid ziet niet in op uitbreiding van bestaande en nieuwe locaties, het laat alleen de behoefte zien. In het raadvoorstel van het college van B&W wordt o.a. het volgende beschreven: Het woonwagenbeleid is echter tijdelijk en primair bedoeld om de huidige situatie op de woonwagenlocaties te normaliseren met het oog op eigendomsoverdracht aan de woningcorporaties. Daarnaast geeft het beleid houvast om het woonwagendossier te beleggen binnen de gemeentelijke organisatie. Het woonwagenbeleid is dus gericht op normalisatie op de huidige woonwagenlocaties. De gemeente en woonwagencoördinator moet overigens weten dat het woordje ‘’normalisatie en decentralisatie’’ bij woonwagenbewoners negatieve herinneringen oproept, gelet op de geschiedenis die een woonwagenbewoner heeft moeten meemaken. Ik wil met dit schrijven u nadrukkelijk verzoeken om niet met het voorliggende woonwagen- en standplaatsenbeleid en toewijzingsverordening in te stemmen.
Hopende u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd.
Wegens privacy zijn mijn gegevens achterwegen gelaten. Mochten de leden van de raad of collegeleden contact met mij willen opnemen, kunnen ze via de griffier om mijn gegevens verzoeken.
⁵ De planning van het college was dat eerst de (kansrijke) locaties door de raad zou worden vastgesteld, wat ook een logisch volgorde is (zie raadsinformatie brief van 6 december 2022) en 21 februari 2023). Participatie, Bestemmingsplan- en bezwaarprocedures kan veel tijd in beslag nemen. Het geeft een standplaatszoekende meer rechtszekerheid en toekomstperspectief als locaties eerst worden vastgesteld. Wanneer er locaties zijn vastgesteld, is er genoeg tijd en ruimte om op een later moment alsnog een beleid vast te stellen. Pagina 8 van 8