e. QuickScan Ecologie (geanonimiseerd)
Tekst van het document
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Huygendijk 43 te Oterleek
Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
(geanonimiseerd)
2022
Opdrachtgever (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
13 februari 2023 Vv2
Gecontroleerd door: (geanonimiseerd)
De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdracht- gever. Bij wijziging plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en van
aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Huygendijk 43 te Oterleek 3
1 Inleiding 5
1.1 Aanleiding voor het onderzoek … nnen eenneneerenneenneenvenenerennennvenenenenn 5
1.2 Doel van het onderzoek … nennen eenennvenenneeenenneenenenennenndnenennenndnen: 6
1.3 Het plangebied … nnee eeneenvenneenenenenennenevenneenenenenvenndnenenneendnen: 6
14 Werkzaamheden... nennen eeneenvenneeneenvenenneenvennvenenenenvenndnenenneenenen: 6
1.5 Leeswijzer ….….…....nnnnnnnennnnnsenennnerennneeeenneerenneenennverennveenennnenennneneenneenenneenennnenennneenen 7
2 Methode 8
2.1 Soorten ….nnnnnnnnnnensernrenesserneeneenneenennvenseeneenenveenennennseenennvensvenennvenssenennvensenvenvendnnne 8
2.2 Gebieden..….....nnnnnnnnenrnsernensenenenensnenenenreneenenvenveneenenvenenenensnvenenennnenn: KE)
3 Beschermde soorten Wnb 10
3.1 Beschrijving aanwezige biotopen … …..……...nnnnnnnnnenneenenneneneeneenenenennennenenennennenennn 10
3.2 Beschermde soorten…...nnnnnnensnonenenvenenenenenvenensenseeenenvensneeenenveneeneneerenen 12
32.1 Planten … .…....unssenvennven versen eonveseevensenevenvensennven vene vecvnvenseenensvenvenvensven vene envenseene eveneens 12 32.2 Vissen … nnee vens vensvensvensee enen rne vens vensvensve enen sns vens vens vensvensverneeene vens vend venen 12
3.2.3 Amfibieën annae vene evenveneneesen vene eveevensenenen ensen evenvenenveven vene eve evenvenenenvenvene even 12
3.2.4 Vogels … anssen nvn versen ooreeesven server venvenrvenvenevnrensenseenensvenvenvenvven
vene ene envenvenvensenn 14 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren … nevens von sene voeesesseonensvenvensenrven
vene enrensenseenenseen 15 3.2.6 Vleermuizen … ensen sene on vese even sersvenvensenrven sene enersvenseenensvenven vens ven vene eneenveeneenenseen 16
3.2.7 Overige fauna … … naren enenven enen sen vene eveevenvenenen vene ene evenven anas ven vene eve evenvenenen verven even 17
3.3 Conclusie beschermde soorten ….....nnnennnnonennenenrenenensereneneneeenenenreenvenenrenen 18
4 _Effectbeoordeling en maatregelen 19
41 Amfibieën... eeneenenneneeneeneneeneeenveneeneeneeneneneeeeeneeneeeneneeneenenenenn: 19
42 enn nen vennen eneen 20 Vogels...….…....nnnnnnnnnenenenneenennerenneenvenenen eenvenenerenneenvenenenennennenene
4.3 Grondgebonden zoogdieren … ……..nunnnennennenneeneenneenveneenseenveneenseeneendenvenneenenen: 21
44 Vleermuizen ……....nnsnnennennvenenneenvendenneenvendeeneenvendenvennvendennennvendensennenndeeneenvendnn: 22
4.5 Conclusie effectbeoordeling … … … nnee neneeneeneeneneeneeenneneeneenenenenn: 23
B _Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving 24
5.1 Natura 2000 nanne rnrennenserneeneenerenveneenveeneenvnseenvenenseenvenvenseenennennveeneenennsen 24
5.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) nennen eenvenereeeenveneeneeeeeneenneneenenenn 25
5.3 Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) … nennen eeneeeeeneeneeneeen eenen 25
5.4 Houtopstanden … nnn nannnnnennveneenneeneenseeneeneendenveenveneneneeneendnesennennenenenvennenenen 26
_-Á (geanonimiseerd) en B (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
mi Huygendijk 43 te Oterleek
5.5 Overige relevante wetgeving … ……...nunnnnnnnsnnnennenneennennveneeeneeneendenneeneenennv
eenen: 5.6 Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving
6 Conclusies 27
6.1 Beschermde soorten Wnb …..…....nnnennensenonennenserenenennenrenennenrsnrenenvenrsneenenvenenenne 27
6.2 Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving … … nnen 28
6.3 Zorgplicht … nn eneneenerenenneeneensenneenennnenvennenenenneendenseenvenvensenneendnnsennenndnen: 28
6.4 Aanbevelingen ter bevordering van natuur … nnn ennenneeneensenneeneeneenseeneenenn 29
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur 30
8 Bijlagen 32
5 en (geanonimiseerd) B (geanonimiseerd) ecotogisch onderzoeks- en adviesbureau Q52022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 5
1.1 Aanleiding voor het onderzoek
Er bestaan plannen gebiedje aan de Huygendijk 43 te Oterleek een
her in te richten. Oterleek ligt in de gemeente Alkmaar in de provincie Noord-Holland. In het plangebied zal een uitbreiding van het daar aanwezige transformatorstation gedaan worden met een nieuw 50kV gebouw. Op de locatie is eerder een onderzoek
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb)} of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht vann (geanonimiseerd) heeft Ecologisch Onderzoeks- en WN en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Adviesbureau Nn het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken.
Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een
veldbezoek.
Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
Figuur 1. De ligging van het plangebied (rood omlijnd). Tan z N
A: Î
JsAn 3
Í
„O8 HUyoEGENDijK‚
EN 13.0) HUYGENDIJK De]
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
|e | Huygendijk 43 te Oterleek
1.2 Doel van het onderzoek
Doel van het onderzoek ís om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht plannen negatieve effecten of de op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken.
Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen
maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen.
Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3 Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven.
Het plangebied betreft een bosschage aan de rand van Oterleek langs de Vaart van Heerhugowaard. Het dorp Oterleek ligt ten noorden van het plangebied.
Ten westen van het plangebied is een transformatorstation met diverse gebouwen en elektriciteitsmasten. Direct ten noorden van het plangebied is een bedrijf dat caravans verkoopt gevestigd.
1.4 Werkzaamheden
In het plangebied staan diverse bomen die gekapt dienen te worden. Het overige groen (struiken) dient ook te worden gerooid. In hetplangebied liggen ook enkele bulten met grond. Deze bulten dienen worden te verwijderd.
In hetnoordelijke deel van het plangebied staan enkele verrijdbare caravans. Deze caravans staan op verharding. Dit dient ook allemaal
verwijderd te worden. Nadat de grond vlak is, zal er een 50Kv transformator-gebouw worden geplaatst. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen of zware constructiewerkzaamheden. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt en gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, verandering van microklimaat, licht of de belemmerende werking van steigers, verstoring optreden van (beschermde) soorten.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven.
In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven wordt aangegeven welke soorten en
aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.
ú MN
Ì LKR . m
rg Wo
mn 5 EE nt zes
Het plangebied (rood gestippelde lijn) met daarin het te realiseren 50Kv
transformator-gebouw (rood gearceerd).
an (geanonimiseerd) BMen (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uit- gegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd
natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1 Soorten
Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in
bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, over-
eenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-} soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waar-
nemingen in de afgelopen 10 jaar (2012-2022).
Vervolgens interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en is een de waarde de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, over- van
winterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met niet- jaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest
hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook 3.2.4}. Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving.
Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidings- atlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd
om ecologische vereisten de van soorten in samenhang met de
verspreiding te bekijken.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 9
Potentiebeoordeling Het plangebied is op 28 december 2022 bezocht om enerzijds de aan- wezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld even- tueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd. Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op inva- sieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse > https://www.nvwa.nl Voedsel- en Warenautoriteit (“NVWA). Deze invasieve exoten zijn op onderwerpen/invasieve- de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebren- exoten/unielijst- gen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen} aan de invasieve-exoten biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd ($3.2} maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp analyse en expertkennis is op basis van de verzamel- van
de gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van
de plannen op de te verwachten soorten.
Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.
2.2 Gebieden
Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is Voedselkwaliteit gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.natura2000.nl
Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toeganke- lijk via internet, is bekeken plangebied gelegen of het is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=nb
Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
In dit hoofdstuk worden de biotopen beschreven die aanwezig eerst
zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per
soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld- bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
3.1 Beschrijving aanwezige biotopen Het BM dee! uit bulten met grond plangebied bestaat voor een (geanonimiseerd) welke begroeid zijn met diverse kruiden zoals Grote brandnetel, Klein kruiskruid, Canadese fijnstraal en diverse grassen. Langs de verharding in het oostelijke deel van het plangebied ligt een schraal stuk grond met zand.
In hetzuidelijke deel van het plangebied is een bosschage aanwezig. Er staan Gewone essen, Eenstijlige meidoorns en andere bomen en struiken. Ook groeit er op sommige delen Klimop over de grond.
Hetnoordelijke deel is onderdeel van het terrein van een bedrijf dat caravans verkoopt. Er staan diverse caravans op verharde grond. Ten westen en zuiden van het plangebied loopt een sloot. Deze sloot blijft
ongedeerd tijdens de werkzaamheden.
Het plangebied vanuit het noordoosten gezien met de bomen, grondbulten en
schrale grond.
an (geanonimiseerd) BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
| Huygendijk 43 te Oterleek 1
De te kappen bosschage en bomen met onderbegroeiing.
Het schrale stuk grond met daarachter caravans en chalets.
De sloot ten westen en zuiden van het plangebied.
Sn (geanonimiseerd) en B (geanonimiseerd) ecotegisch onderzoeks- en adviesbureau Q52022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
3.2 Beschermde soorten
3.2.1 Planten
Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden tijdens het veldbezoek en
geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied In hetplangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Tevens is de bodem te veel gestoord en gewoeld.
3.2.2 Vissen Omdat in hetplangebied zelf geen water aanwezig is, kunnen hier geen (beschermde) vissoorten voorkomen. Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden tijdens het veldbezoek en
geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 2012-2022).
3.2.3 Amfibieën
Aangetroffen soorten De Rugstreeppad is bekend de omgeving van het plangebied, de van
soort werd op 500 meter afstand van het plangebied. De
Rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied In hetplangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine water- salamander en Bruine kikker. De dieren kunnen wegkruipen onder opgeslagen materialen, stronken en takken of in verlaten muizen- holen en dergelijke. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
-Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is geschikt Rugstreeppad. De soort voor de is ook in het verleden in de (directe) omgeving aangetroffen.
In hetplangebied is geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze soort. De aanwezige opgeslagen materialen en het losse zand op het terrein kunnen door de soort gebruik worden als landbiotoop.
Tijdens het onderzoek in 2021 van Bureau zijn (geanonimiseerd) geen
Rugstreeppadden waargenomen in het plangebied. Wel zijn er
kooractiviteiten (roepende mannetjes} op grotere afstand ten westen van het plangebied vast gesteld (BUREAU (geanonimiseerd) Het onderzoeksgebied is niet geschikt als voortplantingsgebied voor de Rugstreeppad. In het plangebied ligt geen geïsoleerd, ondiep en snel opwarmend water zonder predatoren zoals vis en waterroofinsecten, dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. De sloten langs het plangebied hebben stroming en staan in verbinding met andere sloten. Tevens zijn de aanwezige oevers te steil en te zwaar en dicht begroeid.
Losliggend zand, opgeslagen materialen, diverse (muizen)holen en diverse stronken en opgeslagen materialen bieden geschikt landbiotoop voor overwinterende
Rugstreeppadden.
an (geanonimiseerd) BMen (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
3.2.4 Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën} en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden enkele vogelsoorten waargenomen: Merel, Kauw, Houtduif, Koolmees (cat. 5), Stormmeeuw, Waterhoen en Roodborst.
Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Winterkoning en Heggenmus. In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet, Waterhoen en Wilde eend.
In het plangebied is geen geschikt broedbiotoop voor categorie 5- soorten aanwezig, doordat holen en grote nesten ontbreken tijdens het veldbezoek.
Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werd een overvliegende Sperwer (cat. 4} waargenomen.
In deomgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Huismus, Gierzwaluw en verschillende in bomen en bebouwing broedende roofvogels en uilen vastgesteld (NDFF 2012-2022). Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen bebouwing aanwezig is en geen sporen of nesten werden waargenomen in de bomen, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Het ismogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde
vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer, Ransuil of Buizerd. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 15
3.2.5 Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek werden twee Hazen waargenomen. Deze soort is in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke
ontwikkeling en inrichting (zie verder Bijlage 1.2.1}. Daarnaast zijn molshopen aangetroffen. Deze soort is niet beschermd onder de Wnb.
Rond het plangebied zijn in het verleden Noordse woelmuis en Wezel waargenomen (NDFF 2012-2022).Kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel} zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1}. De Noordse woelmuis is beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1).
Van de Wezel zijn twee waarnemingen bekend waarvan de dichtstbijzijnde waarneming op 1,2 kilometer afstand van het plangebied was(NDFF 2012-2022). Van de Noordse woelmuis zijn ook twee waarnemingen bekend. Deze zijn op 1 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied waargenomen (NDFF 2012-2022). In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten.
Potentie plangebied Het is mogelijk gebied enkele (kleine) zoogdieren dat in het voorkomen zoals Egel, Haas en verschillende algemene soorten (spits}muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In hetplangebied zijn (oude) holen van Mollen, muizen en mogelijk ratten aanwezig die in gebruik kunnen zijn door kleine
marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel). Het plangebied biedt ook schuilmogelijkheden in de vorm van dichte vegetatie, begroeide oeverranden, opgeslagen materialen, stronken, takken en overige dekking waar kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) gebruik van kunnen maken. In 2021 heeft Bureau Meen (geanonimiseerd) onderzoek gedaan naar
kleine marterachtigen in de oost singel het transformatieterrein. van
Hierbij is gebruik gemaakt van één camera en één mostela. Er zijn tijdens dit onderzoek geen beschermde grondgebonden zoogdieren vastgesteld op de camera’s (Bureau (geanonimiseerd) Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Noordse woelmuis. De benodigde levensvoorwaarden zijn hiervoor niet aanwezig. Het terrein is te droog en een vochtige kruidenrijke oevervegetatie nabij schoon en helder water ontbreekt.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
Onder andere begroeide oeverranden zijn potentieel geschikt als verblijfplaats en
leefgebied voor kleine marterachtigen.
3.2.6 Vleermuizen Vleermuizen duidelijkte onderscheiden manieren kunnen op zeer
van leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn een
verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, gebouw of een een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn zeven soorten vleermuizen
vastgesteld (NDFF 2012-2022). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Tweekleurige vleermuis en Watervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Van de Gewone dwergvleermuis zijn meerdere kraamkolonies bekend rondom het plangebied. Op één kilometer ten zuiden en minimaal één kilometer ten noorden zijn de dichtstbijzijnde kolonies met minimaal 50 exemplaren (NDFF 2012-2022).
an (geanonimiseerd) BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 17
Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient
gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoor- beeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit
te sluiten.
In hetplangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat geen geschikte holtes of spleten werden waargenomen in de aanwezige bomen.
In debebouwing rondom het plangebied kunnen mogelijk vleermuizen verblijven.
Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De schaars aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken.
Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.
3.2.7 Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2012-2022). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen.
Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde diersoorten dan de soorten die hierboven worden genoemd, in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
3.3 Conclusie beschermde soorten
Op grond van 83.2.1 t/m 83.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soort- groepen nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen in en
het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soort- groepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.
Tabel 1. Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4). Indien de potentieel aanwezige
beschermde functie wordt genoemd in kolom 4 valt deze automatisch onder essentieel leefgebied voor de
mogelijk aanwezige soort(en).
Aangetroffen nabij het Beschermde, niet vrijgestelde Mogelijk aanwezig Mogelijk beschermde functie plangebied în plangebied soorten aanwezig binnen het plangebied (literatuur en veldbezoek)
Planten
Vissen nee nee
Amfibieën NDEF ja landbiotoop (Rugstreeppad)
Broedvogels met niet-jaarrond veldbezoek ja niet-jaarrond beschermde nesten beschermde nesten
Broedvogels met jaarrond veldbezoek incidenteel beschermde nesten
voortplantingsbiotoop (kleine Grondgebonden zoogdieren ja marterachtigen)
Vleermuizen incidenteel
Overige beschermde fauna
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 19
Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen met soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.
Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
41 Amfibieën In het plangebied is potentieel geschikt landbiotoop voor Rugstreeppad aanwezig. Vanwege het vergraven van terreindelen is het mogelijk dat vaste rust- of verblijfplaatsen van de Rugstreeppad worden beschadigd, of vernield. Ook kunnen aanwezige dieren worden gedood. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort.
Als de soort aanwezig is zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de gevoelige perioden en zal vervangend leefgebied worden gecreëerd voor de Rugstreeppad. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Teneinde de vestiging van Rugstreeppadden in het overwinterende plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de Rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’.
E‚n Tijdens het onderzoek van Bureau (geanonimiseerd) geen Rugstreeppadden waargenomen in het plangebied. Echter ís er wel kooractiviteit (roepende mannetjes} waargenomen ten westen van het plangebied. Omdat tijdens het onderzoek kooractiviteit in de omgeving is waargenomen (BUREAU B. (geanonimiseerd) kennen mogelijk Rugstreeppadden in het plangebied voorkomen. De soort kan het plangebied gebruiken als landbiotoop.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
4.2 Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie- toplaag. Soorten niet-jaarrond beschermde nesten met Men waarbij nesten verstoord of vernield kunnen dient activiteiten worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoor- beeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer gewerkt gaat worden is het mogelijk in het broedseizoen —
voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen —
nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van
jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! ‘Categorie 5’-soorten Het plangebied biedt geen potentie voor catagorie 5 soorten in
verband met het ontbreken van gaten en (grote) nesten in de bomen.
Soorten met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Sperwer, Ransuil en Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop
aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 21
4.3 Grondgebonden zoogdieren Kleine marterachtigen Bij hetverwijderen van de toplaag en het vergraven van de bodem of de oevers kan schade optreden voor beschermde zoogdieren. Als oude holen van Mollen, muizen of ratten worden vergraven en/of bosschages en struwelen worden gerooid kunnen vaste verblijfplaatsen van Kleine marterachtigen worden vernield. Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan het werk vervolgonder- zoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde grond- gebonden zoogdieren. Als beschermde, niet vrijgestelde, zoogdieren aanwezig zijn dient vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt.
GN Tijdens het onderzoek van Bureau (geanonimiseerd) zin één camera en één mostela gebruikt in de oostsingel van het plangebied. Mogelijk kunnen er toch nog kleine marterachtigen voorkomen in het westelijke deel van het plangebied. Volgens de PNH_ handreiking wezel hermelijn en bunzing (PROVINCIE NOORD-HOLLAND, 2017) dienen minimaal vier materialen uitgezet te worden per hectare of kleiner gebied. Deze materialen betreffen een combinatie van sporenbuizen, camera’s, struikrovers en/of mostela’s.
€ Vander Goesen BEM (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
El Huygendijk 43 te Oterleek
44 Vleermuizen
Verblijfplaatsen In de bebouwing rondom het plangebied kunnen mogelijk
vleermuizen verblijven. Tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied niet worden verstoord.
foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het
plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 23
4.5 Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het landbiotoop gaat om van de Rugstreeppad en kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en
Wezel). Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld.
Tabel 2. Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken.
Aantal Soort/Soortgroep Optimale periode . .
bezoeken Amfibieën
Rugstreeppad landbiotoop: juni september 5 -
Grondgebonden zoogdieren 3 (materialen Camera/vallenonderzoek uitzetten, (jaarrond) .
zoogdieren .
controleren, ophalen) Bunzing (maart) mei-augustus (jaarrond) 1
Hermelijn (maart) mei-augustus (jaarrond) 1
Wezel (maart) mei-augustus (jaarrond) 1
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro} als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.
5.1 Natura 2000 Hetplangebied ligt op meer dan 4kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Eilandspolder (zie Figuur 2}. Gezien de grote afstand, afscherming (groengebied/stedelijk) en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht plannen zoals licht, geluid of van de optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing
uitgevoerd te worden. Figuur 2. Ligging van het Gezien de toename van stikstofemissie door plannen is wellicht een
plangebied (rode pijl) berekening van depositie precieze emissie wenselijk en van stikstof ten opzichte van voor dit project. Het zogenaamde ‘Aerius’-berekening. betreft een Natura 2000-gebied, BPL, natuurverbin- Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd dingen en het NNN. gezag, de Provincie Noord-Holland.
Natura 2000
NNN
Natuurverbindingen
Bijzonder Provinciaal Landschap
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 25
5.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2}. Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.
De bescherming van gebieden als NNN-gebied is een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de gebieden. ‘Externe werking’ op deze gebieden hoeft niet getoetst te worden. Wel dient te worden bekeken of een project valt onder ‘een goede ruimtelijke ordening’. De vraag is daarbij of de locatie wel de beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan het nabijgelegen NNN-gebied niet in betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke invloed verwacht op NNN-gebieden.
5.3 Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming in Noord-Holland voor gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten.
Gezien de ligging van het plangebied binnen BPL-nummer 34 “Veenhuizen en Oterleek” is een toetsing van de gevolgen van dit plan voor de effecten op de kernkwaliteiten in het BPL mogelijk aan de orde. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het
bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.
De bescherming van gebieden als Bijzonder Provinciaal Landschap is over het algemeen een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de gebieden. ‘Externe werking’ op deze gebieden hoeft niet getoetst te worden. Wel dient te worden bekeken of een plan valt onder ‘een goede ruimtelijke ordening’. De vraag is daarbij of de locatie wel de beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan de kernkwaliteiten van het nabijgelegen BPL niet in betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op
grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke invloed verwacht op het BPL.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
5.4 Houtopstanden Hetplangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt. Er is voor de
kap van de bomen waarschijnlijk wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk.
5.5 Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.
5.6 Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de toename van stikstofemissie door plannen is wellicht een
berekening van depositie van stikstof wenselijk precieze emissie en
voor dit project. betreft zogenaamde ‘Aerius’-berekening. Het een
Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.
Gezien de ligging van het plangebied binnen BPL-nummer 34 “Veenhuizen en Oterleek” is een toetsing van de gevolgen van dit plan de effecten op de kernkwaliteiten in het BPL mogelijk aan voor
de orde. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.
Hetplangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt. Er is voor de kap van de bomen waarschijnlijk wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 27
6.1 Beschermde soorten Wnb
& Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. & Teneinde de vestiging van Rugstreeppadden in overwinterende het plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de Rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’. & In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond be- schermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. & Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Ransuil, Sperwer en Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijk-
baar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. & In het onderzoeksgebied kunnen beschermde amfibieën en
grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als ‘andere soort’. Het gaat om de Rugstreeppad (landbiotoop) en kleine marterachtigen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek voortplantingsplaatsen naar rustplaatsen of van deze soorten noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2}. Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. & In de bebouwing rondom het plangebied kunnen mogelijk vleermuizen verblijven. Tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied niet worden verstoord.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
& Voor mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het de plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijk- baar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken.
6.2 Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving & Gezien de toename van stikstofemissie door plannen is wellicht een berekening precieze van depositie van stikstof emissie en
wenselijk voor dit project. Het betreft een zogenaamde ‘Aerius’- berekening. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland. Gezien de ligging van het plangebied binnen BPL-nummer 34 “Veenhuizen en Oterleek” is een toetsing van de gevolgen van dit plan voor de effecten op de kernkwaliteiten in het BPL mogelijk aan de orde. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve
geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt. Er is voor de kap van de bomen waarschijnlijk wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk.
6.3 Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten hun leefomgeving geldt de en
zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: & Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. Het verwijderen van groen mogelijk beperkt worden of kan zoveel na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houd bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan.
Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden, of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk worden gebruikt om insporing en potentiele verstoring te beperken. Bij de bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ‘s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek El 6.4 Aanbevelingen ter bevordering van natuur
Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. > https://www.checktist groenbouwen.nl/ Als aanvulling worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: & Het verbreden van wateren rondom aanleg planpercelen en de van natuurvriendelijke oevers. & Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of
openhouden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen. % Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen, Spreeuwen en
Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen. & Het plaatsen van zogenaamde “insectenhotels’ aan de muren van
de bebouwing, in tuinen of in bestaande of aan te planten groenstructuren. & Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
BIJLSMA, RoB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, KJ. KANTERS & J.C. BUYS
(RED), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van —
Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kennis- centrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. BUREAU AANDACHT NATUUR, 2021. Oterleek. Onderzoek Wet Natuurbescherming Herinrichting OS Oterleek. Bureau Aandacht Natuur, Hippolytushoef. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED), 2009. De
amfibieën en reptielen van Nederland -
Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey —
Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NiuL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur.
FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. PROVINCIE NOORD-HOLLAND, 2017. Handreiking wezel hermelijn en
bunzing. HERDER, J.E.,J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER
(RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag enverspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhol- landse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem.
LIMPENS, H., K, MOSTERT & W. BONGERS (RED), 1997, Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. NETWERK GROENE BUREAUS, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het
kader van de Wet natuurbescherming. Netwerk Groene Bureaus, Odijk. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J, ZOMERDIJK, 2010. At/as van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland, Heiloo.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek 31
SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. —
Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNv Uitgeverij & European Invertebrate Survey — Nederland, Leiden.
TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.
UCHELEN, E. VAN, 2021. Bunzing, Hermelijn en Wezel Kleine —
Roofdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
El Huygendijk 43 te Oterleek
Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving
Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb)
De Wet natuurbescherming (Wnb} is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en
de Boswet zijn samengevoegd.
In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht
Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijker- wijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voor- komen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 1.2 Soortbescherming
Bijlage 1.2.1 Categorieën
Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee
categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL.
Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een
extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de
verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2} bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op
gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van
de genoemde verboden in artikel 3.10.
Tabel 3. Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld.
Zoogdieren Aardmuis +
Bosmuis*
Bunzing t Dwergmuis Dwergspitsmuis t iN Eekhoorn +
Egel + + + +
Gewone bosspitsmuis Haas t t t t Hermelijn Huisspitsmuis* t t t t onijn Ondergrondse woelmuis dt dt dt dt Ree Rosse woelmuis t t t t N Steenmarter +
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden
+E:geldt in de periode maart-april en juli t/m november
+2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari
+3geldt in de periode juli t/m september
+*geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen
De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen! 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren.
3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen.
4, Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het ís verboden planten van soorten genoemd in de Habitatricht- lijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet} in hun natuurlijke verspreidingsgebied op- zettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 1.2.3 Ontheffingsmogelijkheid
Ruimtelijke ontwikkeling (her}inrichting zoals het slopen, en
renoveren woningen, het dempen van wateren of het of bouwen van
aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaats- vindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2} worden over- treden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van LNV goed-
gekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden be- oordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de
Thet betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage HI bij het Verdrag van Bern of bijlage | bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
betrokken soort{en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan.
Bijlage 1.2.4 Wettelijk belang
Per bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing categorie is het
belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn:
Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: & in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid.
% in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer.
& ter bescherming van flora en fauna.
Soorten Habitatrichtlijn van de Ontheffing is nodig: & ter bescherming van flora en fauna.
& in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of
BM openbaar belang met andere dwingende redenen van (geanonimiseerd) inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: & ter bescherming van flora en fauna.
& in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of
BM openbaar belang met andere dwingende redenen van (geanonimiseerd) inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. & in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van
gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. & ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade
aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of
begraafplaatsen. Bijlage 1.2.5 Broedvogels
Voor broedvogels wordt in ontheffing verleend. Als principe geen men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaats- vinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk.
Er is eenuitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijf- plaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.
CG (geanonimiseerd) mn BM en (geanonimiseerd) ecologisch onderzoeks- en adviesbureau QS2022-299
Huygendijk 43 te Oterleek
Kader: Vogelsoorten met Soort Categorie Toelichting codes jaarrond beschermde Bijeneter** > Vogelsoorten waarvan de nesten in nesten en bijbehorende Blauwe reiger** P principe jaarrond zijn beschermd met
categorie. Boerenzwaluw®* NJ w beschermingscategorie: Boomvalk *Geldt alleen in 1 = soorten die ook buiten het broedsei- Bosuil* NJ provincie Limburg en Buizerd zoen het nest gebruiken als vaste rust- of Overijssel Categorieën Draaihals** verblijfplaats; waarbinnen de soorten 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen Gierzwaluw in deze provincies vallen op dezelfde plaats broeden en die daarin Grauwe klauwier** zijn aangegeven voor Grote zeer honkvast zijn of afhankelijk van gele kwikstaart Limburg, Overijssel. Grutto** bebouwing biotoop; of 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats Havik broeden en die daarin zeer honkvast zijn Huismus “*Geldt alleen in of afhankelijk van bebouwing; Huiszwaluw® provincie Limburg. IJsvogel** 4 soorten die niet of nauwelijks zelf in =
staat zijn een nest te maken. Kerkuil
“Geldt alleen in Kramsvogel** Kwartelkoning** provincie Overijssel Oehoe Ooievaar
Paapje** Raaf* [6] Ransuil
Ringmus** Roek
Roerdomp** Rode Wouw** Slechtvalk
Sperwer Spotvogel** Steenuil Torenvalk* [6] Visdief**
Wespendief Wulp** Zeearend*** Zomertortel** Zwarte specht* > Zwarte wouw
De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). In de provincie Overijssel is de lijst in 2019 opnieuw aangepast (zie kader). In de provincie Limburg is de lijst in 2020 opnieuw aangepast (zie kader). In de provincie Limburg gelden nog enkele wijzigingen op de standaard, de volgende soorten vallen in deze provincie andere categorieën: Kerkuil (cat. 1}, Oehoe (cat. 1), Roek (cat. 1}, Grote gele kwikstaart (cat. 2}, Ooievaar (cat. 2), Slechtvalk (cat. 2}, Wespendief (cat. 3}, Zwarte wouw (cat. 3}, Zomertortel (cat. 4}. Let wel! Bij de
bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf kan het zijn dat zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan moet worden betrokken.