Conceptverslag commissie Ruimte 2 april 2024
Tekst van het document
CONCEPT-VERSLAG Raadscommissie Ruimte Datum vergadering : 2 april 2024 Tijd : 19.30 uur Plaats : Raadzaal, Stadhuis Nadere informatie : mevrouw P.M. Tromp email: ptromp@alkmaar.nl
Deelnemers: Voorzitterschap: Mevrouw C.A.M. Bouchier Commissieleden: dhr. J. Alexander (SP), dhr. M. de Boer (PvdA), dhr. R.J. Boots (PvdD), dhr. J.E. van Gorp (D66), dhr. P.P.W. de Graaf (GL), dhr. J.C. Hagens (LA), dhr. P.T. van der Heijde (SPA), dhr. F.H.J. Jonk (CDA), dhr. R. van Lier (OPA), dhr. D. Mulder (BAS), dhr. G.W.J. Postma (BAS), dhr. E. Regterschot (CU), dhr. D. Rubio Borrajo (PvdA), dhr. N. Seignette (CDA). mw. B.F.M. van der Sluijs (BAS), dhr. J.J. Tamis (D66), dhr. R.C.M.M. van Veen (CU), dhr. M.E.R. Wiegman (VVD), dhr. D. Zwierenberg (FVD). Portefeuillehouders: Mevrouw A.J.A. van de Ven en de heer R.G. te Beest Commissiegriffier: Mevrouw P.M. Tromp
1 Opening en mededelingen (19.30 uur) De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. Er zijn geen berichten van verhindering. Er is een inspreker voor het algemeen spreekrecht en een inspreker naar aanleiding van agendapunt 8. Er zijn geen mededelingen van het college en de commissie.
2. Vaststelling agenda (19.31 uur) De commissie stelt de agenda ongewijzigd vast.
3. Vaststelling verslag commissie Ruimte en Sociaal van 5 maart 2024 (19.32 uur) Er zijn geen wijzigingsvoorstellen ingediend bij de griffie. De commissie stelt het verslag ongewijzigd vast.
4. Terugkoppeling AB vergaderingen (19.32 uur) Voor de commissie Ruimte betreft het: - VVI Alkmaar eo (huisvuil) - OD NHN (Omgevingsdienst Noord-Holland). Op 20 maart heeft een ab vergadering van de OD NH plaatsgevonden. Wethouder Te Beest voert het woord namens wethouder Peetoom. De aangepaste GR is besproken en vastgesteld, het plan van aanpak robuustheid voldeed niet aan de kaders van de zienswijze van de kadernota en is aangehouden en de kadernota 2025 is geaccordeerd.
5. Toezeggingen (19.35 uur) De commissie stelt de lijst met toezeggingen ongewijzigd vast.
6. Spreekrecht publiek (19.35 uur) De heer Van Erkelens maakt gebruik van het spreekrecht om de commissie bij te praten over de stand van zaken met betrekking tot water, bodem, natuur en volksgezondheid. Alle beschikbare gegevens geven een gifbeeld van Noord-Holland. Het gaat om een natuurcrisis, er moet aan natuurherstel gedaan worden en niet aan gif. SPA merkt op dat het de verantwoordelijkheid is van de waterschappen en niet van de gemeente. De heer Van Erkelens antwoordt dat het Waterschap zijns inziens niet de juiste acties onderneemt. SPA vraagt wie de inspreker verantwoordelijk houdt. De heer Van Erkelens antwoordt het Waterschap, echter ook de Omgevingsdienst kan hier een rol inspelen. GL vraagt of de gemeente zelf kan meten en zo ja, waar kan dit het beste gedaan worden? De heer Van Erkelens antwoordt in de landbouw gezien het (illegale) landbouwgif. GL vraagt wat landbouwgif doet met de dieren en het vee. De heer Van Erkelens antwoordt dat er weinig reacties vanuit de melkveehouderij komen omdat het zeer lucratief is om het land te verhuren aan bollentelers. FVD vraagt of het klopt dat de inspreker betoogt dat er te weinig wordt gedaan door de overheid en dat er een zekere onwil is om deze volgens de inspreker gevaarlijke situatie op te lossen. De heer Van Erkelens bevestigt dit. De PvdD vraagt of (illegale) landbouwgif is gevonden binnen de grenzen van Alkmaar.
De heer Van Erkelens antwoordt dat dit niet het geval is maar er van overtuigd te zijn dat het wel gevonden gaat worden.
De PvdD vraagt of een van de maatregelen zou kunnen zijn dat er niet meer gezwommen mag worden in open water. De heer Van Erkelens antwoordt dat er goede maatregelen genomen moeten worden om iedereen veilig te kunnen laten zwemmen. Het CDA stelt vast dat de inspreker suggereert dat het onveilig is om te zwemmen in open water en wil weten waar hij dit op baseert. De heer Van Erkelens antwoordt dat is gebleken dat er een enorme hoeveelheid gif in het water zit. Het CDA merkt op dat de residuwaarden onder de norm zitten. De heer Van Erkelens geeft nogmaals aan dat schadelijke hoeveelheden gif gevonden zijn. LA vraagt waarom het Waterschap geen verklaring kan geven voor de aangetroffen hoeveelheid landbouwgif. De heer Van Erkelens antwoordt niet voor het Waterschap te kunnen spreken. Het Waterschap gaat nu onderzoek verrichten.
7. Rondvraag (19.47 uur) OPA brengt het Ringersplein ter sprake. Dit zou een gezellig plein worden met onder andere horeca en recreatie. OPA heeft echter uit de media vernomen dat er een IT bedrijf komt en wil weten hoe dit zit. Is de raad hier over ingelicht en zo ja, wanneer? Wethouder Van de Ven bevestigt dat er nog steeds gezelligheid komt op het Ringersplein. De betreffende bedrijven komen aan de schaduwkant van het Ringerscomplex, een lastigere plek voor publiekshoreca. Daarnaast is het een dusdanig groot complex dat er ook andere invullingen gevonden moeten worden.
8. Raadsvoorstel vaststelling beleidskader kleine windturbines (19.50 uur) Mevrouw Kregel spreekt in namens de LTO. LTO juicht de mogelijkheid voor het oprichten van kleine windturbines op de agrarische erven toe en kan zich niet vinden in een beperking van locaties om de kleine windturbine te plaatsen. De ruimtelijke relevantie van de voorgestelde beperkingen is in de ogen van de LTO gering. De LTO pleit ervoor om de inpassingsregels te schrappen en ruimte te bieden voor de kleine windturbines in het volledige buitengebied van Alkmaar. OPA merkt op dat bij de publicatie van de handreiking van de Provincie specifiek de Schermer en de Beemster genoemd worden als gebieden waar extra bescherming toegepast moet worden. Mevrouw Kregel antwoordt dat in de handreiking ook staat dat er met gedegen onderzoek wel mogelijkheden zijn. De PvdD vraagt of de LTO stelt dat een kleine windturbine geplaatst mogen worden zonder natuurtoets. Mevrouw Kregel antwoordt dit niet te betogen. Het gaat de LTO erom dat er mogelijkheden moeten blijven voor het gehele buitengebied. De PvdD merkt op dat de locaties zijn uitgekozen op basis van de geldende natuurwaarde in dat gebied. Mevrouw Kregel antwoordt dit te begrijpen. De LTO is niet meegenomen in de effectrapportage op de weidevogel stand en betreurt dit ten zeerste. De LTO heeft het gevoel niet te zijn gehoord.
BAS vraagt of de conclusie getrokken kan worden dat de agrarische bedrijven die buiten het gebied vallen niet duurzamer kunnen gaan werken. Mevrouw Kregel antwoordt dat deze kans groot is. BAS merkt op dat het feitelijk dus zo is dat natuurorganisaties het onmogelijk maken voor bedrijven om te gaan verduurzamen. Mevrouw Kregel antwoordt dit te kunnen beamen. De PvdA merkt op dat de LTO staat genoemd als participant. Voelt de LTO zich ongekend of onvoldoende gekend in het proces? Mevrouw Kregel antwoordt dat de LTO zich onvoldoende gekend voelt. De SP stelt vast dat de LTO voorstelt de effecten van de twee molens op de weidevogels af te wachten. De SP vindt het logischer om het niet toe te staan en als de effecten meevallen het wel toe te staan. Mevrouw Kregel antwoordt dat de LTO het bijzonder vindt dat de omgeving zo is verkleind en van mening te zijn dat het beter is om de effectrapportage van de twee windturbines af te wachten en daarna pas besluiten te nemen. Het CDA vraagt op welke wijze de LTO zou willen participeren en op welke wijze de LTO zou willen dat het college terugkomt op het gedane aanbod. Mevrouw Kregel antwoordt dat de LTO tijd zou willen kopen en de effectrapportages zou willen hebben van de grote windturbines en de oeroude molens. Het CDA vraagt of de LTO de verschillende windmolen types tegen elkaar afgewogen wil zien.
Mevrouw Kregel antwoordt dat de LTO wil zien wat molens voor invloed hebben op de weidevogel stand en de omgeving.LA vraagt in hoeverre de LTO gesprekken heeft gevoerd met de achterban om te kijken hoe er op een ander niveau geparticipeerd zou kunnen worden in dit traject. Mevrouw Kregel antwoordt dat de LTO bij de inspreekavonden is geweest, heeft ingesproken en zienswijzen heeft ingestuurd. Echter in het laatste stuk heeft de LTO geen terugkoppeling meer gehad. LA merkt op dat in het beleidskader staat dat er een aantal gebieden zijn waar terughoudendheid geldt. Voor LA betekent dit dat daar toch wat kan. Mevrouw Kregel antwoordt dat de teneur van het beleidsstuk terughoudend is. Het geeft een gevoel van ‘nee liever niet’ en dit betreurt de LTO. De CU vraagt de inspreker aan te geven hoeveel van de achterban van de LTO een boerderijmolen zou willen als er geen inperking zou zijn. Mevrouw Kregel antwoordt dat het zal gaan om maximaal 20 in het gehele gebied. FVD vraagt of de inspreker snapt waarom het college terughoudend is en niet wil dat het gehele buitengebied vol komt te staan met windmolens. Mevrouw Kregel antwoordt dit niet te begrijpen gezien de duurzaamheidsopgave.
2 Raadscommissie Ruimte 2 april 2024
GL merkt op dat de reactie op de zienswijze van de LTO is dat er ruim voldoende gebieden en locaties overblijven voor plaatsing van kleine windturbines. Mevrouw Kregel antwoordt dat kijkend naar de hoeveelheid bedrijven dit minimaal is. GL vraagt wat volgens de LTO een redelijke afstand zou zijn. Mevrouw Kregel antwoordt dezelfde afstand als de grote waterturbines van 400 jaar oud.
Eerste termijn commissie: De PvdA merkt op dat het beleidskader uitsluitsel en duidelijkheid geeft voor de boeren. De vraag is wie profijt heeft van dit nieuwe beleidskader. Zijn dit de dorpsraden of zijn het de boeren die in spannende tijden leven en proberen te verduurzamen? Niemand kan tevreden zijn met het eindresultaat. De participatie liep niet bepaald storm. De PvdA denkt dat er ver is afgedwaald van het startpunt van de motie.
BAS benadrukt dat de historische molens in de huidige tijd geen vergunning hadden gekregen. Die passen niet in het landschap. De ondernemers willen voldoen aan de duurzaamheidsopgave maar de milieuorganisaties zijn tegen deze boerderijmolens. Het zijn kleine molens, geen grote windturbines. OPA merkt op dat in het verkiezingsprogramma staat dat BAS tegen windmolens is. BAS antwoordt tegen grote windturbines in het buitengebied te zijn maar voor ondernemers die willen verduurzamen en voor boerderijmolens. OPA vraagt zich af waarom BAS niets betoogt over de bevolking die tegen is. Uit de peiling is gebleken dat er veel weerstand is. BAS antwoordt dat in het proces sprake is geweest van desinformatie op social media. OPA benadrukt dat het gaat om het participatieproces. BAS geeft nogmaals aan dat de mensen niet goed zijn geïnformeerd en daarom tegen zijn. De beeldvorming voorafgaand aan de participatie is niet juist geweest. Verduurzaming moet mogelijk gemaakt worden. Op deze manier zullen de doelen niet gehaald worden. De CU vraagt of BAS tegen het raadsvoorstel is. BAS antwoordt voor het raadsvoorstel te zijn zodat er toch misschien iets zal komen. Het CDA vraagt of BAS mee kan doen met een motie voor een ruimer gebied dan een kilometer van de dijk af. BAS antwoordt hier in mee te kunnen gaan. LA is voornemens om een amendement in te dienen om te komen tot een verruiming.
Is BAS bereid om hier over mee te praten? BAS antwoordt dit graag te willen.
Wat D66 betreft kunnen boerderijmolens helpen bij de energietransitie en een mooie bijdrage leveren aan een gezonde plattelandseconomie. D66 ziet ook dat er redenen zijn om een dergelijke molen niet op bepaalde plekken te willen. Hier dient een balans in gevonden te worden. D66 vindt dat het stuk een mooie poging doet om deze balans te vinden en ziet de amendementen en/of moties graag tegemoet. D66 is blij dat er een concreet beleidskader ligt en dat er duidelijkheid gaat komen.
OPA vindt windturbines onwenselijk. Er zijn betere methodes wat OPA betreft. OPA is blij dat een regulering plaats gaat vinden met deze kaderstellende verordening. OPA is opgelucht dat er een stevig beleidskader voorligt. Deze kaders zijn opgesteld op basis van een uitgebreid participatietraject. OPA heeft enkele technische vragen uitgezet. Onder andere over het eigen gebruik en het per saldo niet terugleveren en hoe dit gegarandeerd gaat worden en over het aantal molens wat wel mogelijk is met dit beleidskader. Voorts geeft OPA aan drie amendementen in voorbereiding te hebben aangaande meters, afstanden tot objecten en woningen. OPA vraagt de fracties te reflecteren op 100 meter afstand van gevoelige gebruikersfuncties. OPA vindt deze 100 meter te weinig. Het CDA benadrukt dat het slechts gaat om een ashoogte van 15 meter waarop OPA opmerkt dat dit een wiekhoogte betreft van bijna 23 meter. OPA wil van deze 100 meter minimaal 300 tot 500 meter maken. Voorts noemt OPA de molenbiotoop voor cultuur historische windmolens. De gangbare benadering in landelijk beleid is 400 meter, 750 meter lijkt OPA echter een gepaste afstand. OPA is blij dat de ringvaart beter beschermd gaat worden. OPA snapt echter niet dat de binnen boezem niet is toegevoegd aan het 100 meter gebied. Het CDA vraagt of het doel van OPA nul molens is.
OPA antwoordt dat dit mooi zou zijn, echter er zal niet op nul uitgekomen worden. Het CDA merkt op dat in Alkmaar Oost wellicht grootschalige woningbouw plaats zal vinden. Hoe ziet OPA dit in relatie tot het beschermen van het gebied met deze kleine windmolens? OPA antwoordt dat er twee doorheen zijn geglipt, deze staan in het zicht van deze mogelijke toekomstige wijk. Wat is belangrijker wonen of windturbines? LA merkt op dat OPA net doet of de geplaatste windturbine aan de Noordervaart te zien is in Stompetoren. Alleen de grote windturbines zijn te zien, niet de kleine boerderijmolen. Dit wordt door OPA ontkracht. BAS merkt op dat de boeren toekomstgericht willen ondernemen en dit nodig te hebben vanuit de duurzaamheidsopgave die zij moeten doen om in de toekomst op een kostenefficiënte manier te ondernemen. OPA is voor de boeren, maar hier tegen. OPA antwoordt dat boeren moeten boeren en niet een energieverplichting opgelegd moeten krijgen. BAS benadrukt dat de boeren het zelf willen. 3 Raadscommissie Ruimte 2 april 2024
OPA antwoordt dat boeren een windturbine nodig hebben vanwege landelijk beleid. De CU vraagt of OPA voor of tegen duurzaamheid is. OPA antwoordt voor duurzaamheid te zijn. De CU merkt op dat de boeren aan hun duurzame energie moeten komen. Hoe gaat OPA de boeren hierin tegemoet komen? OPA antwoordt dat er veel betere technieken en methodes zijn.
Het CDA merkt op dat de ervaring met de twee kleine boerderijmolens een hoop gedoe vooraf is en achteraf geen enkele wanklank. Er kan nagenoeg geen molen bijkomen met dit beleidskader. Hooguit een stuk of vijf. Dit terwijl er vele grote windturbines aan de randen van de polder staan. Het CDA vindt een en ander vreemd en overtrokken. De kleine boerderijmolens doen niemand kwaad. De participatie is gekaapt door enkele instellingen en verenigingen en degenen die niet of nauwelijks in de buurt van de aangevraagde molens wonen, werken of uitkijken. De emotie heeft het gewonnen van de ratio aldus het CDA. Wat het CDA betreft is het een te krappe jas. In de praktijk kunnen er geen vergunningen bijkomen. De leges zijn hoog en er moet ook een duur flora en fauna onderzoek plaatsvinden. Het CDA zal samen met LA kijken welk amendement wordt ingediend. OPA vraagt waar het CDA het aantal van vijf en nul op baseert. Het CDA antwoordt dat vijf is gebaseerd op een door het CDA gedane rondgang en tevens is bevestigd door LTO. Met het amendement van OPA zullen er weinig molens overblijven die een vergunning kunnen krijgen.
LA stelt vast dat dit beleidskader geen winnaars kent. Het is een matig compromis tussen de wens van de agrarische ondernemers en de wens tot bescherming van onder andere de leefbaarheid en de cultuur historische kwaliteit van de omgeving. LA is niet tevreden over dit beleidskader en zal met diverse andere fracties kijken hoe er tot een verruiming gekomen kan worden middels een amendement. Het participatietraject heeft niet gelopen zoals gehoopt. Er is een aantal gebieden waarbij terughoudend omgegaan zal worden met aanvragen voor kleine windturbines. Indien een agrarische onderneming uit een van deze gebieden kan aantonen dat de plaatsing van een kleine windturbine niet plaatsvindt op een bouwvlak met hoge dichtheden van broedende vogels en geen verstorend effect heeft op de weidevogels en overtrekkende fauna, kan er dan wel meegewerkt worden aan een aanvraag? Wat is een gebied met een hoge dichtheid aan broedende vogels? LA wil dit meer concreet zien. Kleine windturbines dienen zorgvuldig landschappelijk ingepast te worden. Er staat ook dat ongelijksoortige windturbines naast elkaar voorkomen dient te worden ter voorkoming van een rommelig beeld in het landschap. LA vraagt in hoeverre de agrarische ondernemer hiermee in zijn keuzevrijheid wordt belemmerd of gaat het alleen om het type molen? LA gaat werken aan een amendement.
De PvdD vraagt of LA bereid is om na te denken over het verscherpen van de voorwaarden om de gebieden waar het is toegestaan uit te breiden. Als de natuur beter beschermd zou worden is het wat de PvdD betreft wellicht mogelijk om de gebieden uit te breiden. LA antwoordt hoge dichtheden van broedende vogels te vaag te vinden. OPA wijst naar het verkiezingsprogramma van LA, tegen windturbines. Nu is LA pro windturbines in het buitengebied. LA antwoordt nooit tegenstander te zijn geweest van boerderijmolens maar wel tegen grote windturbines te zijn. OPA vraagt of LA de 100 meter afstand van een woning ook niet te beperkt vindt. Zou LA willen meedenken met het amendement? LA antwoordt 100 meter weinig te vinden en voorstander te zijn van minimaal 150 meter.
GL vindt het goed dat er duidelijkheid is. Er blijft echter nauwelijks een gebied over waar kleine boerderijmolens kunnen worden geplaatst. Er worden veel beperkingen opgeworpen. De eis 1000 meter vanaf de ringdijk aan te houden lijkt GL erg streng. Waarom is hier voor gekozen? Zijn er toch mogelijkheden om buiten de aangegeven gebieden op de kansenkaart molens te plaatsen als aan alle kaders wordt voldaan? Omwonenden tot een kilometer van de molen kunnen participeren. Dit lijkt GL erg ruim genomen. Waarom is hier voor gekozen? OPA merkt op dat in het buitengebied vaak maar één buur is binnen een straal van een kilometer. GL antwoordt dit te weten. LA vraagt of GL bereid is om mee te denken met een amendement. GL antwoordt hier graag in mee te denken. Het viel GL op dat in het beleidskader staat dat de molens moeten worden ontmanteld als het bedrijf wordt beëindigd. Waarom vraagt GL zich af. Ook daarna zouden de molens nog steeds nut kunnen hebben. GL roept eenieder met twijfel op het poldergebied in te gaan om te gaan kijken. GL heeft dit gedaan en vroeg zich direct af waarover men zich zo druk heeft gemaakt. De boerderijmolens vallen niet op. Moet dit beleidskader echt zo streng?
De VVD wil geen grote windmolens of zonneweides in de polder. De plaatsing van kleine windturbines op bedrijventerreinen of boerenerven kan de VVD zich wel voorstellen. De VVD wil de agrariërs en ondernemers zo veel mogelijk helpen met het verduurzamen van hun bedrijf. Het is echter altijd iets wat voor stevige discussie zorgt. Daarom is de VVD blij dat er een beleidskader ligt. 4 Raadscommissie Ruimte 2 april 2024
De VVD kan zich vinden in de kaders maar wil graag meedenken met de aangekondigde moties en amendementen. De VVD is tevreden met de uitgebreide participatie die heeft plaatsgevonden. De meningen zijn sterk verdeeld, derhalve is het zaak dat de evaluatie goed en zorgvuldig gaat verlopen. In het stuk staat dat er over vijf jaar geëvalueerd gaat worden. De VVD vraagt hoe dit exact vorm gaat krijgen. Kan de portefeuillehouder de tijdlijn aangeven en wie er deelneemt en meer details over het traject?
De PvdD is voorstander van maatregelen nodig voor de energietransitie waaronder boerderijmolens maar tegen maatregelen die ten koste gaan van de natuur of niet duurzame industrie in stand houden. Waarom zijn er geen voorwaarden opgenomen over de vorm, de onderzoeksmomenten en de kwaliteit van de natuurtoetsen? Vindt het college het wenselijk dat hier alsnog kwaliteitseisen aan toegevoegd worden? Wat betekent het voor de initiatiefnemer als er wel beschermde diersoorten gevonden worden? Mag het initiatief dan niet doorgaan of mag de initiatiefnemer de beschermde diersoorten met niet dodelijke maatregelen verjagen? De niet meer gebruikte molens moet ontmanteld worden. Er staat echter geen termijn genoemd. Vindt het college dit niet wenselijk?
SPA vindt goede beleidskaders bij de aanvraag van kleine windturbines belangrijk. Dit schept duidelijkheid en hierdoor kunnen aanvragen sneller en efficiënter worden afgehandeld. Het participatieproces is goed doorlopen en er wordt rekening gehouden met de inpassing van het polderlandschap. SPA wil meedenken met amendementen maar kan instemmen met het beleid.
FVD hecht veel waarde aan het behoud van de schoonheid van het landschap en het respect voor de cultuurhistorische identiteit. Het voorgestelde beleidskader toont een erkenning van deze waarden. FVD dankt het college voor de uitgebreide participatie en verzoekt dit ook bij de volgende kaders te doen. Het is belangrijk om evenwicht te vinden tussen zelfvoorziening en het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed en de schoonheid van het landschap. FVD is bereid om mee te denken met de amendementen van OPA en is minder positief over de andere amendementen. FVD staat achter dit beleidskader mits het college blijft waken over de bescherming van de cultuurhistorische buitengebieden en de schoonheid van het zicht van de inwoners.
De SP merkt op dat er stevige nadelen zitten aan de energiebron windturbines. De SP is kritisch aangaande wind op land vooral door de slagschaduw en het geluid. Dit stuk gaat echter over kleine windmolens en de SP vindt het een evenwichtig stuk. Echter ook deze kleine windmolens hebben invloed. De afstand tot de bewoning kan beter. Het is een uitgebreide participatie geweest. De SP betreurt het dat er zo weinig mensen op afkwamen en hebben gereageerd op de digitale peiling. Wellicht kan de communicatie de volgende keer beter. OPA merkt op juist erg onder de indruk te zijn geweest van het aantal reacties. De SP vindt dat er goed aan de zorgen van de Schermer tegemoet gekomen wordt. De SP kan instemmen met het stuk en vindt de amendementen van OPA positief en wil hier graag over meedenken.
De CU vindt windmolens van essentieel belang voor de energietransitie. Voorts vraagt de CU of alle aangekondigde moties en amendementen wel kunnen. Kan het college hier op voorhand iets over zeggen? Het beleidskader gaat ook over het stedelijk gebied. Dakturbines zijn flinke apparaten en onder andere de Wognumse buurt en het Ringerskwartier zijn ingetekend als gebied waar deze zijn toegestaan. Dit roept ongerustheid op.
Beantwoording college eerste termijn: Wethouder Van de Ven meldt dat er 264 reacties zijn gekomen op de digitale peiling. Gebleken is dat de meningen verdeeld zijn. Dit is terug te zien in het participatieverslag. In het ingetekende gebied zitten 70 bedrijven. Derhalve is het getal vijf niet correct. De opdracht van de raad aan het college was het maken van een beleidskader en het niveau raadplegen moest gehanteerd worden als het gaat om de participatie. Ook dit is gedaan. Alle moeite is gedaan om de participatie zo breed mogelijk te houden. Het idee dat de bijeenkomsten gekaapt zouden zijn door bepaalde groepen deelt het college niet. Iedereen die heeft geparticipeerd heeft antwoord gehad, ook LTO. Het antwoord op de zienswijzen wordt eerst door de raad vastgesteld en pas daarna wordt een en ander openbaar. Dat is de werkwijze. De belangen in het traject liggen uit elkaar en de meningen zijn verdeeld. Beide partijen hebben gelijk. De agrariërs willen verduurzamen en moeten hier middelen voor hebben en die mogelijkheid wil het college bieden. Aan de andere kant wil het college het unieke landschap zo veel mogelijk beschermen. Op basis van de participatie is dat wat nu voorligt eruit gekomen. Er is vanzelfsprekend nog wel wat mogelijk. Het eindoordeel is immers aan de raad. 5 Raadscommissie Ruimte 2 april 2024
De politieke afweging is lastig omdat er verschillende belangen spelen. Het college denkt met dit beleidskader niet te veel zijn afgeweken van de motie. Zij gaat geen uitspraken doen over de door OPA aangekondigde amendementen. De gangbare maatvoering van 400 meter voor de Hollande molens staat in het stuk. Dit wordt standaard gehanteerd. Agrariërs kunnen aantonen dat een windturbine geen verstorend effect heeft en er zijn geen aantallen aangaande de hoeveelheid broedende vogels. In kwetsbare gebieden waar sprake is van terughoudendheid wordt iets meer gevraagd om aan te tonen dat de weidevogels hun plek behouden en niet verjaagd worden. Het gaat om een eensluidende typologie molen, niet om soortgelijke molens. Er geldt een opruimplicht voor molens als het agrarisch bedrijf stopt. Op wat voor termijn moet in goed overleg met elkaar bezien worden. Of het beleidskader echt zo streng is, daar zijn de meningen over verdeeld. Voor de evaluatie is een tijdlijn van vijf jaar aangehouden. Indien nodig kan een tussenrapportage gedaan worden. Een en ander hangt af van het animo en de ambitie van de agrarische ondernemers. Het CDA vraagt of de tussenrapportage als toezegging gezien mag worden. Wethouder Van de Ven antwoordt dat het zinvol is om halverwege de vijf jaar te kijken of er iets zinvols te melden is en of de evaluatie naar voren gehaald moet worden.
Zij denkt dat het goed is om die mogelijkheid in te bouwen. Voorts gaat zij in op de industriële dakturbines in het stedelijk gebied en dan met name op bedrijventerreinen en andere bedrijfsgebouwen. Het lijkt haar niet de bedoeling dat deze ook zijn toegestaan bij het Ringerskwartier. De CU vraagt de wethouder ook in te gaan op de Wognumse buurt. Wethouder Van de Ven meldt dat dakturbines niet zijn toegestaan in woongebieden. Op het kaartje staan kansgebieden en gemengde gebieden. Een en ander wordt apart beoordeeld op de wenselijkheid. Hierna legt zij uit dat er al natuurtoetsen zijn, te weten locatie specifiek onderzoek. Een en ander is ter beoordeling van de specialist. Derhalve kunnen hier niet op voorhand algemene voorwaarden aan gesteld worden. Elk gebied is anders. GL vraagt of het lichtblauwe gebied automatisch uitgesloten is. Kan hier echt niets of is hier enig maatwerk mogelijk? Wethouder Van de Ven legt uit dat terughoudendheid niet betekent dat het is uitgesloten. De PvdD merkt op dat het wenselijk zou zijn indien colleges en bevoegd gezag meer voorwaarden aan de kwaliteit van natuurtoetsen stellen zodat het beter geborgd kan worden.
Tweede termijn commissie: FVD vraagt wat de CU voor mogelijke oplossingen ziet voor het stedelijk gebied waar dakturbines geplaatst mogen worden. Is de CU voornemens hier een amendement voor in te dienen?
De CU denkt dat gebieden uitgesloten moeten worden aangaande dakturbines, onder andere het Ringerskwartier en de Wognumse buurt. De CU denkt dat het nuttig is om hier een amendement voor in te dienen.
De PvdD vraagt of het college het wenselijk vindt om een boerderijmolen toe te staan als het niet verantwoord zou zijn.
LA wil kijken hoe er tot een verruiming gekomen kan worden. LA heeft moeite met de afstand van 1000 meter. Verder zijn er wellicht ook zaken waarop verscherping plaats kan vinden. LA vindt dat de agrariërs de gelegenheid gegeven moet worden om mee te doen aan de noodzakelijke energietransitie.
Het CDA meldt met LA te zullen gaan werken aan een amendement en op de steun te hopen van meerdere partijen.
De PvdA vindt het een unieke kans om duurzaamheid en agrarische ondernemers hand in hand te laten gaan. De boeren moeten gesteund worden in deze onzekere tijden wat de PvdA betreft. De PvdA is benieuwd naar het amendement van LA en aangesloten partijen.
GL stelt vast dat het met dit beleidskader makkelijker gemaakt wordt voor een deel van de agrariërs in het buitengebied om een boerderijmolen te plaatsen. Als er binnen de kaders gebleven wordt dan kan het college er over oordelen. Buiten de gebieden is het niet per definitie onmogelijk om toch iets te doen.
BAS merkt op dat de beantwoording van de wethouder laat zien dat er nog wat beweging mogelijk is. De boeren moeten in 2050 klimaatneutraal zijn. Dit moet niet onmogelijk gemaakt worden. BAS zal alle amendementen bestuderen.
OPA meldt de amendementen snel rond te zullen sturen. 6 Raadscommissie Ruimte 2 april 2024
Beantwoording college tweede termijn: Wethouder Van de Ven legt uit dat als plaatsing niet verantwoord is op basis van natuurwaarden er geen medewerking wordt verleend. Hier zijn de onderzoeken voor. In met name de gebieden waar sprake is van terughoudendheid moet het onderzoek uitwijzen of het verantwoord is. Als dit niet zo is, dan komt er geen windturbine.
Voorts legt zij uit dat het beleidskader kleine windturbines aangaande de boerderijmolens gaat over het landelijk gebied en aangaande de andere turbines over het stedelijk gebied alsmede de bedrijventerreinen in het landelijk gebied. Richting de CU meldt zij dat het plaatje aangaande de gebieden waar dakturbines zijn toegestaan in overeenstemming gebracht zal worden met de tekst. . De voorzitter stelt vast dat de wethouder een toezegging heeft gedaan voor een tussenrapportage / terugkoppeling na 2,5 jaar. Daarnaast is toegezegd een kaartje in overeenstemming te brengen met de tekst. Er zijn tevens diverse moties en amendementen aangekondigd. Derhalve zal het raadsvoorstel als bespreekstuk doorgeleid worden naar de aankomende raadsvergadering.
9. Raadsvoorstel ontwerpverklaring van geen bedenkingen gebruikswijziging naar stallingsterrein (21.35 uur) Zonder discussie wordt dit raadsvoorstel als hamerstuk doorgeleid naar de aankomende raadsvergadering.
10. Raadsvoorstel ontwerp vvgb uitbreiding capaciteit transformatorstation Oterleek (21.35 uur) Zonder discussie wordt dit raadsvoorstel als hamerstuk doorgeleid naar de aankomende raadsvergadering.
11. Sluiting (21.35 uur) Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de vergadering onder dankzegging voor inbreng en aanwezigheid.
7 Raadscommissie Ruimte 2 april 2024