CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Commissie Sociaal 5 februari 2026 - Technische vragen en antwoorden

Commissie Sociaal 5 februari 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Vaststelling agenda1.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie Sociaal, 5 februari 2026 Technische vragen – VERORDENING JEUGDHULP 2026

Fractie GL - 4 februari 2026 Vraag: Graag wil ik de vindplaatsen van de jurisprudentie hebben die ten grondslag liggen aan de wijzigingen die het college nu voorstelt. Op die manier kan ik ook zelf kijken hoe het college de jurisprudentie interpreteert. Mogelijk daarnaast wil ik ook de jurisprudentie kunnen vinden die gaat over gebruikelijke zorg en bovengebruikelijke zorg binnen de jeugdwet. Het lukt mij niet op basis van de wet te vinden wat de gemeente hierin mag / moet, dus ik vermoed dat het in jurisprudentie verder is uitgewerkt maar ik kan het niet meteen vinden. Ik verwacht dat de ambtenaren die vindplaatsen ergens in hun dossier hebben staan. Antwoord: Voor de verordening is de volgende jurisprudentie van belang geweest: Op basis van geldende rechtspraak mag van ouder(s) in principe worden verwacht dat ze hun kind zelf vervoeren, ook als dergelijk vervoer meer van hen verlangt dan dat er in de regel van ouder(s) verwacht mag worden (boven gebruikelijke hulp). Als de ouder(s) de jeugdige zelf kunnen vervoeren naar de jeugdhulpaanbieder, is er sprake van eigen kracht. De gemeente hoeft dan geen vervoersvoorziening toe te kennen. De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 3 november 2021 ECLI:NL:RBOBR:2021:5719, Rechtbank OostBrabant, 20/3633)uitgesproken dat de gemeente de financiële draagkracht van de ouder(s) in positieve zin mag meewegen bij het besluit.

Dit betekent dat een vervoersvoorziening wel kan worden toegekend als de ouder(s) om financiële redenen de kosten van het vervoer niet kunnen betalen. De begrippen "draagkracht" en "draaglast" sluiten beter aan bij de geest van de Jeugdwet en benadrukken het uitgangspunt van normaliseren. Het geeft een kader voor vragen als: wat kan er van opvoeders zelf verwacht worden en wanneer overstijgt dit de “normale” opvoeding? Het cjg onderzoekt en beoordeeld wanneer er sprake is van gebruikelijke hulp en wanneer van bovengebruikelijke hulp. Maar ook in welke situaties er toch sprake is van onvoldoende eigen kracht, ook al is er in principe sprake van gebruikelijke hulp (dat is het geval als draagkracht en draaglast niet in balans zijn). Ook kan juist de omgekeerde situatie aan de orde zijn dat er in principe sprake is van bovengebruikelijke hulp, maar doordat de draagkracht en draaglast in balans zijn, er toch voldoende eigen kracht is. De draagkracht en draaglast is dus een onderdeel bij het bepalen van de eigen kracht. Deze begrippen en het afwegingskader worden in de nadere regels nader ingevuld. Jeugdigen en ouders kunnen bij het college terecht met hun hulpvraag. Terecht kunnen, betekent ook dat zij geholpen worden bij het vaststellen wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders is. Het cjg is (mede)verantwoordelijk voor het verkennen of verhelderen van de hulpvraag.

Dat kan door het voeren een of meer gesprekken (zie artikel 3.5). Hierbij wordt overeenkomstig de jurisprudentie een zekere medewerking van de jeugdige of de ouders verlangd (ECLI:NL:CRVB:2019:276, Centrale Raad van Beroep, 17/7234 JW) De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf. Van ouders mag worden verwacht dat zij de nodige aanpassingen doen om de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen te realiseren. Dat kan betekenen dat zij hun eigen loopbaanplannen, de wijze waarop zij hun betaalde arbeid hebben georganiseerd of hun financiële situatie moeten bijstellen om voor het kind beschikbaar te zijn en de noodzakelijke hulp te bieden. Pagina 1 van 3

Commissie Sociaal, 5 februari 2026 Als uit zorgvuldig uitgevoerd onderzoek blijkt dat de noodzakelijke hulp met eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen kan worden geboden, hoeft het college geen voorziening te treffen. Ouders behoren de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden, ook als het kind een ziekte, aandoening of beperking heeft, zo blijkt uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat de ouder, die haar baan had opgezegd in verband met de zorg voor haar kind, de zorg aankon en verleende en het dus van haar mocht worden verwacht. Er was sprake van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (ECLI:NL:CRVB:2019:2362, Centrale Raad van Beroep, 18/3756 JW). Recent heeft de CRvB uitspraak gedaan over de dubbelrol: ECLI:NL:CRVB:2019:3761, Centrale Raad van Beroep, 18-5550 WMO15. Het gaat hier om een uitspraak in het kader van de Wmo, waarvan wij uitgaan dat dit ook voor jeugd geldt. De CRvB bepaalt in deze uitspraak dat het college zich op het standpunt mag stellen dat een beoogde zorgverlener niet het Pgb van de cliënt kan beheren, omdat hij niet met voldoende afstand en kritisch de beheerstaken kan vervullen. NB: Een ouder die het Pgb beheert en de andere ouder die de hulp verleent, mag op grond van deze uitspraak niet geweigerd worden.

Artikel 8.1.1 lid 2 onderdeel a Jeugdwet maakt deze constructie mogelijk. Een Pgb dat beheerd wordt door een ander dan degene die de hulp gaat is toegestaan, dus dat geldt ook als zij een persoonlijke relatie hebben. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2017:1803, Centrale Raad van Beroep, 16/3344 WMO15 en ECLI:NL:CRVB:2019:467, Centrale Raad van Beroep, 17/3624 WMO) volgt dat de vaststelling van de hoogte van het Pgb en de wijze van tarifering behoren tot de essentialia van het voorzieningenpakket. Dat betekent dat de gemeenteraad deze zaken in de verordening moet regelen. Recent is nieuwe rechtspraak over het Pgb-tarief voor informele hulp. Conform de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580)) geldt dat het tarief voor een pgb voor informele hulp overeenkomt met de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT). Inmiddels is er ook een uitspraak van de Rechtbank Limburg van 30 november 2023 (ECLI:NL:RBLIM:2023:6979) dat dit ook voor Pgb’s uit de Jeugdwet geldt. De jeugdige of ouder kan daarmee te allen tijde aan zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen voldoen.

Omdat het bij informele hulp vrijwel altijd gaat om hulp uit het sociale netwerk, waarbij de hulp op de eerste plaats voortvloeit uit de affectieve relatie, is een tarief op basis van cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) passend geacht. Fractie D66 - 4 februari 2026 Vraag: Artikel 2.3. Tweede lid; Kan het woord primair vervangen worden door in eerste plaats. Denk aan de aangenomen motie heldere taal. Antwoord: Dit kan via een amendement, dit kan het college niet meer wijzigen, nu de verordening al voor aan de raad ligt. Vraag: Artikel 2.3. Klopt (-10)moet dat niet 10 zijn. Graag verheldering. Antwoord: Dit is een schrijfwijze, kan als 10 maanden of -10 maanden.

Pagina 2 van 3

Commissie Sociaal, 5 februari 2026 Vraag: Artikel 3.3.het is ons niet duidelijk hoe de beslistermijn van vier weken in het vijfde lid zich verhoud tot de beslistermijnen in derde en vierde lid. Graag verheldering. Antwoord: De beslistermijn mag wettelijk met 8 weken worden verlengd, bij reeds ingezette jeugdhulp dient dit vastgelegd te worden binnen 4 weken in een beschikking na start van de hulp. Vraag: Artikel 5.2. Eerste lid onder g. Wat houdt de klachtenprocedure ZZP-er in. Antwoord: De Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) verplicht zorgaanbieders om een klachtenregeling te hebben. Dit geldt ook voor zzp’ers, behalve wanneer zij uitsluitend zorg verlenen die onder de Jeugdwet of de Wmo valt. In dat geval is de Wkkgz niet van toepassing. Tegen iedere bij SKJ geregistreerde jeugdprofessional, ook een zzp’er, kan een klacht worden ingediend. Zo’n SKJ-klacht gaat alleen over het professioneel handelen van de jeugdprofessional en wordt getoetst aan de beroepsnormen. Als de Wkkgz niet van toepassing is, mag een zzp’er zelf bepalen of hij voor dit soort praktische klachten een geschillencommissie inschakelt. Daarom is deze bepaling opgenomen, als waarborg, zodat ook zzp'ers een duidelijke klachtenprocedure hebben welke goed kenbaar is voor de jeugdige en ouder. Vraag: Artikel 5.2. Eerste lid. Tekstuele opmerking.

Bent u in regel 1 het woord hulp vergeten? Moet het niet formele hulp zijn, zo nee graag verheldering. Antwoord: Ja, daar moet nog hulp staan. Zie antwoord op vraag 1.

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16565442/1