CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Commissie Gezamenlijk 4 juni 2026 - Technische vragen en antwoorden

Gemeenteraad 18 juni 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Vaststelling agenda1.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie Gezamenlijk, 4 juni 2026 Technische vragen – Jaarstukken 2025, Begrotingswijziging 2026 en Conceptbegroting 2027 Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Geestmerambacht (GAB)

Fractie VVD – 2 juni 2026 Jaarstukken 2025, begrotingswijziging 2026 en programmabegroting 2027 Vraag: Waarom heeft het temporiseren van investeringen invloed op de BTW compensatie? Antwoord: De BTW compensatie hangt rechtstreeks samen met de omvang en het moment waarop investeringen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Op het moment dat een investering wordt gerealiseerd, wordt ook de daarmee samenhangende BTW betaald en vervolgens geclaimd via het BTW compensatiefonds (BCF). Wanneer investeringen worden uitgesteld of gefaseerd uitgevoerd, verschuift ook het moment waarop de BTW compensatie wordt ontvangen. Hierdoor wijzigt de omvang van de geraamde BCF-baten per jaar. Vraag: Wat is de reden dat de BTW compensatie voor investeringen als bate wordt verantwoord en niet in mindering wordt gebracht op de investeringen? Antwoord: Gemeenschappelijke regelingen volgen de verslaggevingsvoorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). En deze worden getoetst door een externe accountant. Binnen deze systematiek wordt de compensabele BTW niet verwerkt als een verlaging van de investering, maar als een afzonderlijke bate in de exploitatie. Hierdoor blijft de investering tegen het bruto investeringsbedrag zichtbaar en wordt de compensatie afzonderlijk verantwoord.

Deze systematiek sluit aan bij de afspraken die binnen Geestmerambacht zijn gemaakt over de verwerking van compensabele BTW via de deelnemende gemeenten. Vraag: Zie ik het juist dat door de huidige verwerking een investering leidt tot een bate in de resultatenrekening? Antwoord: Ja. Voor zover de bij een investering betaalde BTW compensabel is via het BCF, ontstaat naast de investering een bate in de exploitatie. Dit is een gevolg van de voorgeschreven BBV-systematiek die wordt getoetst door een externe accountant. Per saldo wordt daarmee de BTW last gecompenseerd, maar de investering zelf blijft ongewijzigd op de balans staan. Vraag: Waarom wordt in de begroting rekening gehouden met BTW compensatie op investeringen? Antwoord: Het recreatieschap kan de BTW niet zelf compenseren via het BTW compensatiefonds. De compensatie wordt ontvangen door de deelnemende gemeenten. Binnen Geestmerambacht is afgesproken dat deze compensatie vervolgens wordt teruggegeven aan het recreatieschap.

Pagina 1 van 6

Commissie Gezamenlijk, 4 juni 2026 Hierdoor ontstaan twee afzonderlijke financiële stromen: de investering wordt door het recreatieschap gedaan, terwijl de BTW compensatie via de participanten terugvloeit naar het recreatieschap. Omdat op grond van de BBV-voorschriften zowel de verwachte investeringen als de daarmee samenhangende compensabele BTW moeten worden geraamd. De BCF-baten maken daardoor onderdeel uit van de begroting. De begroting geeft daarmee niet uitsluitend het resultaat uit de reguliere exploitatie weer, maar het totale verwachte financiële beeld conform de geldende verslaggevingsregels. Om die reden worden investeringen en BCF-effecten beide meegenomen. Kosten bestuursbureau Vraag: Deze post was toch als bezuiniging opgenomen in de begroting 2025? Antwoord: Nee. De structurele besparing als gevolg van het beëindigen van de dienstverlening door het bestuursbureau was voorzien vanaf 2026. Bij de eerdere besluitvorming over het beëindigen van de overeenkomst zijn de financiële effecten verwerkt in de begrotingswijzigingen en rapportages van 2025. De in de jaarrekening opgenomen kosten hangen samen met bestaande contractuele verplichtingen en de afwikkeling van de overeenkomst. Vraag: Zijn er door het bestuursbureau taken verricht voor het schap in 2025? Antwoord: Ja.

In beperkte mate zijn nog werkzaamheden verricht die verband hielden met de afwikkeling van de overeenkomst en enkele schapsoverstijgende governancevraagstukken. Vraag: Zijn de financiële gevolgen van het beëindigen van de overeenkomst met het bestuursbureau onderzocht? Antwoord: Ja. In het bestuurlijke overleg over de beëindiging is vastgesteld dat de werkzaamheden door de uitvoeringsorganisatie konden worden overgenomen zonder aanvullende kosten voor het recreatieschap. Vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst zou vanwege bestaande contractuele verplichtingen niet tot een wezenlijke kostenbesparing leiden. Vraag: Wat waren de kosten geweest als de overeenkomst was voortgezet? Antwoord: De kosten zouden in belangrijke mate vergelijkbaar zijn geweest. De overeenkomst kende een vaste looptijd waardoor vroegtijdige beëindiging niet tot een wezenlijke financiële besparing zou hebben geleid. De keuze om de samenwerking per 2025 in plaats van per 2026 te beëindigen was daarom primair organisatorisch van aard.

Pagina 2 van 6

Commissie Gezamenlijk, 4 juni 2026 Technische vragen – Jaarstukken 2025 en ontwerpbegroting 2027 Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

Fractie CDA – 4 juni 2026 Vraag: Wat is de reden dat de kadernota te laat aan de gemeentes is toegestuurd? Antwoord: De jaarstukken 2025 en conceptbegroting 2027 zijn te laat aan de deelnemers gestuurd. Dit is veroorzaakt door het annuleren van de Algemeen Bestuursvergadering (AB) van 17 maart vanwege het ontbreken van het minimumaantal stemgerechtigden. Deze vergadering was bedoeld om de kadernota 2027 vast te stellen als voorbereiding op de conceptbegroting 2027. Om toch de vereiste besluiten te nemen in deze voorbereiding heeft het Dagelijks Bestuur (DB) een nieuw AB-vergadering belegd op 17 april. De AB-besluiten van deze vergadering zijn daarna verwerkt in de conceptbegroting 2027 die op 23 april met de jaarstukken 2025 aan de deelnemers zijn gestuurd. Afspraak volgens de FUGR is uiterlijke toezending op 15 april. Vraag: Waaruit blijkt dat de adviseur water niet uit bestaande middelen wordt bekostigd? Antwoord: Uit de aangeleverde stukken blijkt niet expliciet dat de inzet van een Adviseur Water niet binnen bestaande middelen kan worden opgevangen. Het DB motiveert dit als onderdeel van intensivering van taken en nieuwe opgaven en presenteert dit als nieuwe last.

Fractie VVD – 4 juni 2026 Punt 2a – Indexatie Vraag: Kan een uitsplitsing worden gegeven van de stijging van de bijdrage van Alkmaar, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen: o reguliere indexatie; o autonome ontwikkelingen; o beleidsmatige uitbreidingen? Antwoord: Dit is o.a. terug te vinden op pagina 39 van de conceptbegroting. o reguliere indexatie; 7,94% volgens FUGR-systematiek Effect Alkmaar: + €161.000 structureel o autonome ontwikkelingen; o beleidsmatige uitbreidingen? De OD heeft in de begroting op pagina 9 opgesomd welke autonome ontwikkelingen en nieuw beleid zijn opgenomen. De volgende onderwerpen hebben effect voor Alkmaar: -Herijking bedrijfsvoering en ICT: + €69.000 incidenteel (2027) en +€ 49.000 structureel (vanaf 2028) -Plan robuustheid: + €111.000 structureel -Adviseur water: + ca. €19.000 structureel Pagina 3 van 6

Commissie Gezamenlijk, 4 juni 2026 Punt 2b – Robuustheid Vraag: Kan inzichtelijk worden gemaakt welke onderdelen van het plan van aanpak Robuustheid als structureel worden beschouwd en welke onderdelen een tijdelijk of projectmatig karakter hebben? Antwoord: Het Plan van Aanpak heeft in zijn geheel een structureel karakter. De gevraagde investeringen om te kunnen voldoen zijn dan ook structureel van aard en verwijzen naar de eerste fase van het Plan van aanpak Robuustheid, Scenario A1 ‘Optimalisatie: Optimalisatie en harmonisatie huidige dienstverlening en bedrijfsvoering’. Naast de door het ministerie I&W benoemde KPI’s, vormen in dit plan van aanpak de maatschappelijke opgaven de basis. Het Plan van Aanpak is op 27 juni 2024 in het algemeen bestuur vastgesteld, na een zorgvuldig traject met het bestuur. Vraag: Welke concrete resultaten of prestatie-indicatoren worden gebruikt om in 2028 te beoordelen of de robuustheidsmaatregelen succesvol zijn geweest en een structurele voortzetting rechtvaardigen? Antwoord: Vanuit het ministerie I&W zijn KPI’s geformuleerd waaraan omgevingsdiensten moeten voldoen om robuust te zijn. Zo dienen bijvoorbeeld vaste percentages van de personeelsbegroting gereserveerd te zijn voor opleidingsgelden en innovatiebudget. Ook dient een vast aantal fte data/ BI – analisten in dienst te zijn.

We verwachten niet dat de KPI’s vanuit het Rijk worden bijgesteld, aangezien een deel van de benoemde KPI’s op enig moment verankerd gaan worden in de Omgevingswet. Voor de OD NHN is echter leidend dat we kunnen voldoen aan de maatschappelijke opgaven. Het bovenstaande is dan ook gecombineerd in het op 27 juni 2024 door het algemeen bestuur vastgestelde plan van aanpak robuustheid. Punt 2c – Efficiencytaakstelling Vraag: Kan inzichtelijk worden gemaakt op welke onderdelen van de organisatie de OD NHN verwacht de efficiencytaakstelling van 5% vanaf 2029 te realiseren? Antwoord: Uit het efficiencyrapport van Berenschot is gebleken dat de OD NHN bovengemiddeld efficiënt is. Wél zijn tien maatregelen benoemd die dit jaar uitgewerkt worden om mogelijk een volgende stap te zetten. Deze volgende efficiencystap kan worden gezet, indien structureel geïnvesteerd wordt in de OD NHN, zoals ook weergegeven in de Ontwerpbegroting. De 5% refereert aan de mogelijkheden die er zijn nádat structureel geïnvesteerd wordt. Het efficiencyonderzoek noemt o.a.: • Werkprocessen en sturing (grootste potentieel) • Administratie en overleg • Datagedreven werken en IT-optimalisatie • Ketensturing en samenwerking Daarnaast specifieke maatregelen, zoals: • minder overleg • één urennorm • betere inzet systemen • datagericht werken Pagina 4 van 6

Commissie Gezamenlijk, 4 juni 2026 Vraag: Is deze efficiencytaakstelling gebaseerd op reeds uitgewerkte maatregelen en concrete plannen, of betreft het op dit moment nog een generieke taakstelling die de komende jaren nader moet worden ingevuld? Antwoord: Zie bovenstaande beantwoording onder eerste bullit. Punt 2d – Herijking bedrijfsvoering kosten Vraag: Kan inzichtelijk worden gemaakt welke onderdelen van de bedrijfsvoering aanleiding geven tot deze herijking en welk aandeel zij hebben in de voorgestelde kostenstijging? Antwoord: De herijking betreft met name: • Structurele bedrijfsvoeringskosten • Structureel ICT-projectbudget • Incidentele ICT-investeringen Aanleiding: • uitputting bestaande reserves • nieuwe wettelijke verplichtingen • noodzakelijke ICT-investeringen Vraag: In hoeverre betreft deze herijking een actualisatie van bestaande kosten en in hoeverre is sprake van nieuwe structurele uitgaven? Antwoord: Actualisatie bestaande kosten: • structurele ICT en bedrijfsvoering beter onderbouwd Nieuwe structurele lasten: • voortzetting ICT-investeringen na uitputting reserve • structureel benodigde IT-capaciteit Punt 2e – Adviseur Water Vraag: Kan inzichtelijk worden gemaakt welke concrete taken en werkzaamheden de Adviseur Water gaat uitvoeren die op dit moment niet binnen de bestaande organisatie kunnen worden uitgevoerd? Antwoord: In de hiervoor opgestelde

impactanalyse (bijlage bij RV) wordt benoemd dat dit taken zijn die nu versnipperd, ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn: • Centrale coördinatie tussen bevoegde gezagen • Specialistische waterkennis (o.a. Kader Richtlijn Water, Zeer Zorgwekkende Stoffen, lozingen) • Ondersteuning bij complexe casussen en vergunningen • Kennisopbouw binnen VTH en toezicht Ook: • advisering aan gemeenten (vroege fase plannen) • regionale afstemming en netwerkrol Pagina 5 van 6

Commissie Gezamenlijk, 4 juni 2026 Vraag: Welke alternatieven zijn onderzocht voordat is gekozen voor een structurele uitbreiding van capaciteit, bijvoorbeeld door herverdeling van werkzaamheden of regionale samenwerking? Antwoord: Alternatieven zijn verkend, maar óf inhoudelijk onvoldoende óf financieel ongunstiger óf risicovol. Het betreft zeer specifieke kennis die niet in huis is. Uit de impactanalyse: • Landelijke kennisdeling (OD-netwerk) → onvoldoende voor lokale context • Inhuur externe expertise → duurder • Doorgaan huidige situatie → leidt tot risico’s (kwaliteit, KRW-doelen, handhaving)

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17048545/2