CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage 7. Dekkingsplan Veiligheidsregio Noord-Holland Noord 2024-2027

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel zienswijze kadernota 2025, Meerjarenontwikkelplan, Beleidsplan, Dekkingsplan Veiligheidsregio Noord-Holland Noord 2024 -202729.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Dekkingsplan VRNHN 2024-2027

Managementsamenvatting

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. De veiligheidsregio voert diverse veiligheidstaken uit namens de gemeentebesturen van Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggeland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel, waaronder de brandweerzorg. Noord-Holland Noord kent een relatief intensief wegennetwerk, twee luchthavens en omvangrijke duingebieden. Onder de bedrijven in de regio bevinden zich een aantal opvallende, risicovolle inrichtingen. Sommige daarvan vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen. Ook kent de regio bijzondere gebieden als oude binnensteden, recreatiehavens, hoogbouw en ondergrondse bouwwerken. De regionale brandweer Noord-Holland Noord bestaat uit 52 brandweerkazernes verspreid over de gemeentes. Drie geografisch over de regio verdeelde teams sturen de posten aan. Op twee posten werken 24 uur per dag beroepskrachten en twee posten bemensen we overdag met dubbelprofessionals en gekazerneerde vrijwilligers. De dubbelprofessionals zijn mensen met een beroepsaanstelling bij de brandweer, die overdag tijdens kantoortijden op de kazerne zijn en daarmee beschikbaar voor inzet bij incidenten. Op het overgrote deel van de posten werken brandweervrijwilligers.

De brandweer in de regio heeft diverse specialismes, zoals redvoertuigen, duikteams, grootwatervoorziening en een specialistisch blusvoertuig.

Voor het opstellen van dit dekkingsplan hebben we gebruik gemaakt van de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen en het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Hierin worden de prestaties van de brandweer niet alleen op snelheid, maar ook op capaciteit, paraatheid en werkdruk beschreven en beoordeeld. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft deze systematiek al omarmd en wil de noodzakelijke wijzigingen hiervoor in 2023 in de wet verwerken. Het ministerie heeft de veiligheidsregio’s opdracht gegeven om nieuwe dekkingsplannen volgens de nieuwe systematiek op te stellen.

Het nieuwe dekkingsplan geeft een realistischer beeld van de werkelijkheid. Kijkend naar theoretische prestaties is onze regio stevig en fijnmazig georganiseerd, waarbij in meer dan 95% van het gebied basiseenheden, zowel de eerste als opvolgende, op tijd bij het incident kunnen zijn. Praktisch gezien heeft een substantieel deel van de posten uitdagingen om de paraatheid te kunnen blijven borgen, zeker overdag, waardoor een adequate dekking in gevaar komt. Hiervoor hebben we diverse aanbevelingen geformuleerd, zoals ondersteuning vanuit de beroepsorganisatie en het tweezijdig aanrijden van basisbrandweereenheden overdag. De beroepsbezetting van de repressieve dienst van Alkmaar en Hoorn (overdag) is vier personen, terwijl zich juist daar hogere risicocategorie gebieden bevinden. Versteviging van deze posten raden we aan.

Dit dekkingsplan is een goed startpunt, maar verre van een compleet document. We kunnen het brandrisicoprofiel nog verfijnen met zuiverdere data en met meer objectsoorten. We kunnen ruimtelijke ontwikkelingen verder weg in de toekomst aan het plan toevoegen. Paraatheidsproblemen bij de posten zijn niet altijd even structureel, maar kunnen we deels ook met werving en selectie oplossen, waardoor de beoordeling van de dekking verandert. We raden aan de analyses achter dit dekkingsplan jaarlijks opnieuw te doen en bij te stellen waar nodig.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 2

Voorwoord Dekkingsplan 2024-2027

Het afgelopen jaar is door de projectgroep Dekkingsplan en de Adviescommissie Brandweerzorg veel werk verricht om het Dekkingsplan 2024-2027 te realiseren. Het gaat hierbij om dekking van de brandweerzorg in onze regio die voor een groot deel wordt gerealiseerd door de 1150 vrijwilligers die dag en nacht klaar staan voor de veiligheid in onze regio. Om een volledig beeld te krijgen van de dekking is een nieuwe methodiek toegepast en is er gesproken met onder andere de 52 postcommandanten. Als sluitstuk is de wettelijke toepassing van de analysemethodiek getoetst door een externe toetsingscommissie. Deze toetsingscommissie kwam tot de conclusie dat het dekkingsplan volgens de wettelijke eisen en regelgeving tot stand is gekomen. De soms stevige conclusies en aanbevelingen laten helaas wel knelpunten zien van het huidige fijnmazige model.

De brandweer in onze regio heeft te maken met allerlei uitdagingen. Traditionele branden en hulpverleningsvraagstukken maken plaats voor nieuwe incidenttypen, veroorzaakt door bijvoorbeeld de energietransitie, klimaatverandering en vergrijzing. Dit vraagt om een goed georganiseerde brandweerorganisatie die overal binnen de opkomsttijden ter plaatse kan zijn om leed en schade te voorkomen en beperken. Dit dekkingsplan geeft inzage in deze vraagstukken en doet ook aanbevelingen om de knelpunten op te lossen, daar waar de dekking niet conform de gebiedsgebonden opkomsttijden is gegarandeerd.

Maar deze uitdaging gaat verder dan alleen strategisch juist gepositioneerde brandweerposten. De regio moet ook beschikken over voldoende brandweermedewerkers om de brandweervoertuigen de straat op te krijgen. De praktijk blijkt daarin weerbarstiger dan de theorie omdat vrijwilligers overdag vaak verminderd inzetbaar zijn. Vrijwilligers werken vaker buiten de dorpskernen, waardoor de tankautospuit niet gegarandeerd kan worden voorzien van de vereiste hoeveelheid brandweermensen.

Dit ‘beschikbaarheidsprobleem’ is kenmerkend voor de problematiek waar de regio feitelijk mee kampt, ondanks een fijnmazig georganiseerde brandweer. Hoewel dit dekkingsplan zich beperkt tot een foto van de huidige dekking, zijn de conclusies onlosmakelijk verbonden met planvorming die hieruit volgt. Het meerjarenontwikkelplan van de brandweer concretiseert de gesignaleerde knelpunten en biedt voorstellen om deze te verlichten.

Wij willen de medewerkers van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en de leden van de Adviescommissie Brandweerzorg daarom bedanken voor het harde werk en het mooie resultaat. Samen – als bestuur, (beroeps)medewerker en vrijwilliger – werken we aan een toekomstbestendig brandweerstelsel in Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Voor nu en later. Daar zijn wij trots op!

Jan de Boer Krishna Taneja Voorzitter Adviescommissie Brandweerzorg Directeur Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 3

Welke taken voeren we uit?

Brandbestrijding Technische hulpverlening Incidentbestrijding met Hulpverlening bij Assistentie gevaarlijke stoffen waterongevallen ambulance

Wat hebben we beschikbaar? • 48 vrijwillig • 2 met 24/7 beroepsbezetting • 2 met dagdienstbezetting • 3 hulpverleningsvoertuigen • Marinebrandweer • 6 hoogwerkers 52 • Quick Response Team onderzoekslocatie Petten 49 • 7 natuurbrandbestrijdingsvoertuigen tankauto- kazernes • Dorpshulpverlening De Woude spuiten • 2 waterongevallenvoertuigen • 4 posten met Brandweerassistenten • First Responder post Groet (experiment)

• Arbeidshygiëne • Ontsmettingseenheid • Brandweerhulpboten • Verkenningseenheden • Botteliers • Scheepsbrandbestrijding 250 1200 • Duiken • Specialistisch blusvoertuig beroeps vrijwillige brandweer brandweer specialismen • Gaspakkenteam (SIE) • Waterwagen mensen mensen • Groot watertransport

Uitdagingen brandweerzorg Noord-Holland Noord

Stedelijke ontwikkeling Heerhugowaard Het gebied Heerhugowaard is volop in Duikfunctie ontwikkeling, wat invloed zal hebben op Duiktaak is fragiel georganiseerd het risicoprofiel. en onvoldoende geborgd.

og tso lan Cal A7 n age Sch

blik dem Me ar ma Alk A7

rn Hoo

um tric A9 Cas

Beroepsbezetting Met huidige beroepsbezetting in Alkmaar Kuststrook en Hoorn halen we de wettelijke normen niet. Risico op onbeheersbare Fijnmazig netwerk van kazernes natuurbranden in combinatie Historische binnensteden Substantieel deel van vrijwillige posten met paraatheidsproblemen Gebied met hoog brandrisico. heeft overdag in meer of minder mate posten kuststrook. Snelle interventie om uitbreiding te voorkomen. een beschikbaarheidsprobleem.

Oplossingsrichtingen • Versterken beroepsbezetting (4 stevig georganiseerde beroepsposten). • Dubbelprofessionals en flexpool (meer) beschikbaar maken voor vrijwillige posten met krapte. • Duiktaak bij beroeps beleggen.

Inhoudsopgave

Inleiding 6

1. Dekkingsplan bijstellen, processtap 1 9 1.1 Dekkingsplan 2015 9 1.2 Interne ontwikkelingen 9 1.3 Externe ontwikkelingen 14

2. Dekking beschrijven, processtap 2 15 2.1 Onderzochte factoren 15 2.2 Factor snelheid 16 2.3 Factor capaciteit 18 2.4 Factor paraatheid 23 2.5 Factor werkdruk 26 2.6 Het redvoertuig 28

3. Dekking beoordelen, processtap 3 31 3.1 Gebiedsindeling in categorieën 32 3.2 Beoordeling op snelheid 34 3.3 Beoordeling op capaciteit 37 3.4 Beoordeling op paraatheid 41 3.5 Beoordeling op werkdruk 44 3.6 Beoordeling redvoertuig 45 3.7 Conclusies en aanbevelingen 48

4. Dekkingsplan vaststellen, processtap 4 57

5. Uitvoering bijstellen, processtap 5 58

6. Overige processtappen uit de Handreiking 60

7. Bijlagen 61 7. 1 Samenvatting Handreiking Landelijk Uniforme systematiek Dekkingsplannen 62 7.2 Technische en algemene uitgangspunten en berekeningen 64 7.3 Het redvoertuig 67 7.4 Het Hulpverleningsvoertuig 71 7.5 Waterongevallenbestrijding 74 7.6 IBGS 78 7.7 GWV 80 7.8 GBO & operationele leiding 82 7.8.1 GBO 82 7.8.2 Operationele leiding 83 7.8.3 Piketten 83 7.9 Overzicht per gemeente 84 7.10 Afkortingenlijst 135 7.11 Rapportage Toetsingscommissie dekkingsplan Veiligheidsregio 136 Noord-Holland Noord

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 5

Inleiding

Het bestuur van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord stelt in overeenstemming met de Wet veiligheidsregio’s elke vier jaar een dekkingsplan Basisbrandweerzorg vast. In het dek- kingsplan onderzoekt de veiligheidsregio hoe de operationele prestaties van de brandweer zich verhouden met de daaraan gestelde eisen. We analyseren knelpunten en dilemma’s en doen aanbevelingen hoe deze op te lossen.

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is naast een geografisch gebied tevens een orga- nisatie met rond de achttienhonderd medewerkers. De veiligheidsregio coördineert de inspanningen op het gebied van veiligheid in Noord-Holland Noord met de kernwaarden hulpvaardig, betrouwbaar en omgevingsgezind. Onze regio is aan drie kanten omringd door water en in de zestien gemeenten wonen in totaal circa 650.000 inwoners. De regio kent een relatief intensief wegennetwerk, twee luchthavens en omvangrijke duingebieden. Onder de bedrijven in de regio bevinden zich een aantal opvallende, risicovolle inrichtingen. Sommige daarvan vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen. Ook heeft Noord-Hol- land Noord bijzondere gebieden, zoals oude binnensteden, recreatiehavens, hoogbouw en ondergrondse bouwwerken.

Gebruik Handreiking landelijk uniforme systematiek dekkingsplannen

We hebben dit dekkingsplan opgesteld volgens de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dek- 2 dekking kingsplannen. Deze handreiking is inhoudelijk gereed beschrijven

en de formele landelijke vaststelling valt samen met de volgende herziening Besluit veiligheidsregio’s. Het is een 1 3 generieke methode voor het bepalen van de opkomsttij- dekking dekking INRICHTING den van basisbrandweereenheden en het kunnen analy- bijstellen beoordelen

seren van de vereiste prestaties. De systematiek omvat een cyclisch proces en draagt bij aan het bestuurlijke en vakinhoudelijke gesprek over de brandweerzorg. veranderen vaststellen 4 Met het nieuwe dekkingsplan introduceren we gebieds- dekkings- verwezelijken plan verantwoorden gerichte opkomsttijden in plaats van object gebonden opkomsttijden. Dit vraagt om een toelichting.

In het rapport Ter Plaatse (2012) van de Inspectie Justitie en Veiligheid constateerde de inspectie dat de opkomst- 5 7 tijden in het Besluit veiligheidsregio’s niet aansloten bij bijstellen UITVOERING beoordelen uitvoering uitvoering de praktijk. Ondanks dat er consensus was over het feit dat de dekking in Nederland op orde was, kon geen en- kele regio voldoen aan de opkomsttijden uit het besluit. 6 Brandweer Nederland beveelt in het landelijke rapport uitvoeren dekking RemBrand ‘Brandveiligheid is een coproductie’ (2015) aan de opkomsttijden van de brandweer te koppelen aan het brandrisicoprofiel van een bepaald gebied.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 6

Belangrijk onderdeel van dit dekkingsplan zijn de nieuwe normen voor opkomsttijden op basis van gebieden. Hiermee introduceren we een realistischere norm, die beter aansluit op de bestaande praktijk. In Tabel 1 geven we de nieuwe en oude normen weer.

Nieuw Oud

Objectgebonden opkomsttijden Gebiedsgerichte opkomsttijden (Rembrand) Besluit Veiligheidsregio’s (art 3.2.1.) Opkomsttijd Referentie- Opkomsttijd Categorie Karakter van het gebied Karakter van gebouwen in minuten waarde in minuten

Gebouwen met een winkelfunctie met geen 5 Oude binnensteden gesloten constructie, gebouwen met een Gebouwen voor slapende woonfunctie boven een winkelfunctie of 1 niet zelfredzame personen 4 - 10 7 gebouwen met een celfunctie (gevangenissen, zieken- Portiekwoningen, portiekflats of gebouwen huizen, verpleeghuizen} met een woonfunctie voor verminderd 6 zelfredzamen

Gebouwen met een ander woonfunctie dan boven genoemd of met een winkelfunctie, 8 gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie Woningen, gebouwen voor of logiesfunctie 2 zelfredzame personen, 7 - 13 10 industrie Gebouwen met een kantoorfunctie, industrie- functie, sportfunctie, bijeenkomstfunctie of 10 een overige gebruiksfunctie

Verspreiddliggende wonin- 3 gen, gebouwen voor zelfred- 12 - 18 15 Maximum opkomsttijd 18 zame personen, industrie

De nieuwe normen sluiten aan bij het onderzoek dat de Inspectie Justitie en Veiligheid (J&V) in 2018 heeft gedaan naar de repressieve brandweerzorg in Nederland.

Regionaal brandrisicoprofiel

De Wet veiligheidsregio’s (artikel 15) schrijft voor dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio verplicht is een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende risico’s voor de veiligheidsregio worden beschreven. In dit dekkingsplan beperken we ons tot het maatgevende brandrisico, wat de kern van gebiedsgerichte opkomsttijden is. Hiervoor hanteren we een gebouwbrand als uitgangspunt.

Leeswijzer

In dit dekkingsplan hebben we de processtappen uit de hierboven genoemde landelijke systematiek gevolgd. Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleidingen en noodzaak tot het opstellen van een nieuw dekkingsplan, zoals externe en interne ontwikkelingen, en wijzigingen ten opzichte van het oude dekkingsplan. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige dekking van de basisbrandweerzorg aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In hoofdstuk 3 geven we de indeling van de veiligheidsregio in risicocategorieën (het brandrisicoprofiel voor basisbrandweerzorg), de daaraan gekoppelde geldende opkomsttijden en de mate waarin we als veiligheidsregio voldoen aan deze opkomsttijden. Dit hoofdstuk eindigt met conclusies en aanbevelingen. In hoofdstuk 4 tot en met 6 laten we onderwerpen aan bod komen die nog in ontwikkeling zijn binnen de nieuwe systematiek. Deze hoofdstukken zijn meer een richtlijn voor te volgen stappen na initiële vaststelling van het dekkingsplan. Deze vullen we nu nog niet in. In de bijlagen hebben we een aantal zaken specifieker en concreter uitgewerkt, zoals de dekking per gemeente en specialismes.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 7

Een aantal uitgangspunten

We benoemen een aantal algemene uitgangspunten die het document omkaderen (gedetailleerder omschreven in bijlage 7.2): •W e hebben ervoor gekozen om alleen de eigen repressieve prestaties op te nemen. Na analyse is gebleken dat de buurregio’s of bijvoorbeeld het Korps Marinebrandweer (KMB) en de Onderzoeklocatie Petten voor de waardering van de dekking niet tot nauwelijks een verschil maken. •W e hebben als projectgroep in overeenstemming met de opdrachtgever ervoor gekozen om geen handmatige aanpassingen te doen op basis van de postcommandantgesprekken, ‘gevoel’, eigen mening of professionele inschattingen. Wel nemen we een aantal zaken ter overweging mee naar landelijke werkgroepen ter verbetering van de handreiking. •D e 24/7 beroepspost Alkmaar en de dagdienstposten Heerhugowaard en Hoorn kunnen ook als TS4 (tankautospuit met vier brandweermensen) uitrukken of zijn zelfs zo georganiseerd. In de technische berekening zijn ze zowel als TS4 als TS6 (met zes mensen) beschouwd. Op post Heerhugowaard staat nog een tweede tankautospuit die de meldkamer direct operationeel kan alarmeren. Hier gaan we in de aanbevelingen verder op in. •D e posten Breezand, Den Burg, Den Helder beroeps én vrijwillig, Den Oever, Winkel, Hem en Heerhugowaard vrijwillig zijn (nog) niet TS-flex (met flexibele bezetting)-opgeleid.

In de modellen TS-flex hebben we ervoor gekozen alle posten wel als TS-flex te beschouwen. Dit heeft vooral te maken met het leesbaar houden van het document.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 8

1 Dekkingsplan bijstellen, processtap 1

In dit hoofdstuk beschrijven we de bestaande regionale context die dient als vertrekpunt in het opstellingsproces van dit dekkingsplan. We maken inzichtelijk of interne en externe ontwikkelingen, ontstane of voorgenomen wijzigingen in de ruimtelijke orde, gebruik gebouwen en/of organisatiewijzigingen van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. We gebruiken het vorige bestuurlijk vastgestelde ‘Dekkingsplan 2015 Noord- Holland Noord’ als referentiekader.

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord wil het nieuwe dekkingsplan toekomstbestendig opstellen. In dit plan passen we de nieuwe systematiek voor dekkingsplannen toe. Deze systematiek zorgt voor een meer landelijk uniforme omschrijving, met voorgeschreven rekenvoorschriften. Het doet ook meer recht aan de praktijk dan de nu nog in wet genoemde objectgebonden opkomsttijden. Daarnaast zorgt deze systematiek voor inzicht op het gebied van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Het benodigde en vereiste onderliggende brandrisicoprofiel is een goede basis om vanuit te starten en levert input voor verbeterrichtingen in de toekomst.

Naast de verplichte factoren vanuit de systematiek, beschrijven we ook overige specialismes en aanvullende taken, zodat het dekkingsplan beter als basis kan dienen voor toekomstige voorzienbare en onvoorzienbare wijzigingen binnen de repressieve inrichting.

Door het gebruiken van de nieuwe systematiek wijkt veiligheidsregio Noord-Holland Noord formeel af van de huidige in het Besluit veiligheidsregio’s genoemde tijdsnormen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft echter in een brief aan het bestuur van de veiligheidsregio duidelijk gemaakt dat een stap richting wetswijziging en verankering van de nieuwe systematiek in de wet is gezet. De minister stelde dat we nieuw op te stellen dekkingsplannen al moeten baseren op deze nieuwe systematiek.

1.1 Dekkingsplan 2015

De veiligheidsregio wilde in 2019 het dekkingsplan te actualiseren, maar dit is vooruitge- schoven door de start van ‘Brandweer 360’, een beweging van een traditionele en uniform ingerichte brandweerorganisatie naar een flexibele, vraaggestuurde en risicogerichte hulp- organisatie. De gedachte was dat vanuit deze beweging nog veel zaken zouden veranderen die invloed konden hebben op het dekkingsplan. Door de corona- en vluchtelingencrisis en een wisseling van directie duurde het actualiseren nog langer. Daar het dekkingsplan 2015 uitgaat van de objectgebonden opkomsttijden en het huidige een volledig nieuwe uniforme systematiek toepast, is een vergelijking niet goed te maken. Alleen al deze nieuwe systematiek en onderstaande ontwikkelingen, alsook het feit dat het laatste dekkingsplan acht jaar oud is, heeft ons voldoende aanleiding gegeven om een volledig nieuw dekkingsplan op te stellen.

1.2 Interne ontwikkelingen

Repressieve inrichting

De repressieve brandweerorganisatie van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord bestaat uit 52 brandweerkazernes verspreid over zestien gemeentes. Drie geografisch over de regio verdeelde teams sturen de posten aan. De posten Den Helder en Alkmaar hebben voor de basisbrandweerzorg een 24/7 paraatheid in roosterdienst. De posten Heerhugowaard

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 9

en Hoorn worden in de dagsituatie (maandag tot en met vrijdag van 7.30 tot 17.00 uur) beroepsmatig bemenst. Minder structureel maar afhankelijk van de lokale omstandigheden ondersteunen beroepskrachten in de dagsituatie meerdere vrijwillige posten in de paraat- heid. In de regio hebben twee andere organisaties een eigen brandweerorganisatie: de Koninklijke Marine (Haven en Vliegkamp de Kooy) en de Onderzoekslocatie Petten (OLP).

De repressieve inrichting van de brandweer is gebaseerd op een rustsituatie waarbij alle voertuigen beschikbaar op de brandweerkazernes staan. Elke inzet heeft direct invloed op de repressieve dekking van het betreffende verzorgingsgebied. Hierbij houden we geen rekening met gelijktijdigheid van incidenten. Uitzonderingen hierbij zijn de posten in grote verstedelijkte gebieden met een hoge uitrukfrequentie en een 24-uursbezetting.

Vrijwilligers

Op een aantal kazernes na werken de meeste posten met vrijwilligers die zij veelal volgens het Vrije Instroom Profiel (VIP) inzetten. De vrijwilligers komen bij incidenten naar de ka- zerne. Tevens kan de veiligheidsregio een brandweervrijwilliger vragen kazernediensten te draaien. Op een aantal posten ondersteunen dubbelprofessionals (zie onderstaande alinea) op de kazerne de paraatheid voor de basisbrandweerzorg, waarbij de brandweervrijwilliger bij incidenten op basis van VIP opkomt.

Dubbelprofessionals

Ongeveer negentig van de beroepskrachten zijn inzetbaar als dubbelprofessional. De dub- belprofessionals zijn personen met een beroepsaanstelling bij de brandweer, die overdag tijdens kantoortijden in roosterverband op de kazerne zijn en daarmee direct beschikbaar voor inzet bij incidenten. Op de kazerne voeren zij hun ‘koude’ taken uit tot inzet voor het bestrijden van incidenten nodig is. Koude taken zijn kantooractiviteiten (zoals proactie, preventie en preparatie), opleiden en oefenen en onderhoud van materieel en uitrusting.

Beroepsmatige repressieve medewerkers

De posten Den Helder en Alkmaar kennen een hybride beroepsbezetting. We hebben een vaste kern van repressieve medewerkers in een 24-uurs roosterdienst, die wordt aangevuld met de dubbelprofessionals en/of gekazerneerde vrijwilligers. Op de posten Heerhugo- waard en Hoorn hebben we overdag voor de basisbrandweerzorg en de duiktaak enkel dubbelprofessionals en gekazerneerde vrijwilligers. Hierbij maken we gebruik van zoge- naamde springbemensing. In de basis bemensen we de tankautospuit en een gedeelte van de bemensing zetten we in voor de duiktaak bij waterongevallen. In die voorkomende gevallen bemensen we de tankautospuit opnieuw met beschikbaar personeel, bijvoorbeeld opgeroepen vrijwilligers (VIP), of we zetten de tankautospuit buiten dienst

Uitruk Op Maat

De basisbrandweerzorg is in lijn met de wet en het Besluit veiligheidsregio’s opgehangen aan het maatgevende incident ‘Brand gebouw’ met de inzet van een tankautospuit met zes personen (TS6), hoewel het merendeel van de incidenten een lichtere inzet vraagt. Het landelijk kader Uitruk op maat (UOM) geeft mogelijkheden in het differentiëren van de inzet van mensen en middelen naar incidenttypes en risico’s. Door te differentiëren kan de brandweer op modulaire wijze nabij of op de plaats incident een tankautospuit en zes personen samenstellen. Veiligheidsregio’s zijn binnen de wettelijke kaders vrij de eigen werkvorm te kiezen. De uitgangspunten staan beschreven in het ‘Bijgesteld Landelijk Kader Uitruk Op Maat’. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord kent de volgende afwijkingen van de basisbrandweereenheid:

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 10

TS4 De 24-uurs beroepsploeg van Alkmaar rukt sinds 2011 uit met een TS4-eenheid, waarbij geen differentiatie plaatsvindt naar incidenttype en risico’s. Een TS4-een- heid bestaat uit een standaard tankautospuit en vier personen: een bevelvoerder, een chauffeur/voertuigbediener en een ploeg van twee manschappen. Een extra ploeg van twee manschappen vult deze eenheid in de dagsituatie aan tot TS6. Deze ploeg bestaat veelal uit dubbelprofessionals en/of gekazerneerde vrijwilligers.

De bezetting op de posten Heerhugowaard en Hoorn rukken in de dagsituatie uit als TS4 met dubbelprofessionals en/of gekazerneerde vrijwilligers. In de avond/ nacht/weekendsituatie werken beide posten conform het VIP-model met vrijwilligers.

TS-flex Om de trend van verminderende paraatheid bij brandweervrijwilligers op te vangen hebben de meeste posten een vakbekwaamheidsprogramma doorlopen om met minder dan zes personen met een TS-flex de incidentbestrijding te beginnen. Hierbij geldt het principe ‘TS6 als het kan, TS-flex als het moet’, waarbij we in de basis werken met een standaard TS6. Maar wanneer de opkomst hiervoor ontoereikend is, staan we het uitrukken tot en met het minimum van TS4 toe.

SI-2 De inzet SI-2 (Snel inzetbare eenheid met twee personen) in Heerhugowaard is per 1 september 2023 afgerond en wordt hier niet meer in structurele vorm ingezet. Het inzetconcept blijft bestaan om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. De inzet van een SI-2 gebeurt volgens de in januari 2022 vastgestelde ‘Blauwdruk werkwijze SI-2’. Deze blauwdruk beschrijft de voorwaarden voor een structurele inzet en dient als leidraad voor de eventuele aanschaf van een SI-2 en implementatie van een SI-2-eenheid binnen Veiligheidsregio Noord-Holland Noord.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 11

Interne afspraken omtrent alarmering

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord maakt, hoofdzakelijk voor de alarmering van vrijwilligers, gebruik van een two-way pager systeem. Hiermee kunnen vrijwilligers direct na alarmering aangeven of zij wel of niet naar kazerne komen. Als het systeem onvoldoende opkomst registreert, geeft het na een eenmalige onderbezettingsmelding een signaal af bij de meldkamer. Deze alarmeert dan direct de dichtstbijzijnde volgende eenheid. Door dit systeem zal eventuele vertraging bij onderbezetting tijdens uitruk tot een maximum van 1 minuut oplopen.

Samenwerking externe partijen

In 2013 hebben we met het Korps Marine Brandweer (KMB) samenwerkingsafspraken op strategisch niveau vastgelegd in een convenant om de samenwerking op het gebied van brandweerzorg en crisisbeheersing te optimaliseren. Operationele uitwerkingen zijn vastgelegd in procedures en afspraken. Om de toen geldende dekkingseisen in Den Helder te verbeteren, komt de KMB in actie volgens vastgestelde operationele grenzen, waarbij we geen onderscheid maken in type incident.

Sinds 2010 werkt de veiligheidsregio samen met de Defensie Duikgroep (DDG) van de Koninklijke Marine. In 2017 hebben we de afspraken geactualiseerd en vastgelegd in een overeenkomst. Het doel van deze overeenkomst is de inzet van de DDG bij de voorbereiding op en de daadwerkelijke beheersing en bestrijding van waterongevallen in Noord- Holland Noord vast te leggen. Dit moet leiden tot kwaliteitsverbetering en een effectieve taakverdeling. De inzet van medewerkers van de DDG kunnen we inroepen tijdens kantoortijden (8.00 tot 16.00 uur) door paging en voor zover de capaciteit beschikbaar is. De inzet van de DDG is volgens een kazerne volgorde tabel (KVT)* voornamelijk in het noorden van de regio. Buiten kantoortijden is er geen borging en kunnen we alleen op verzoek en telefonisch een beroep doen op de DDG. Sinds de zomer van 2018 is de duikgroep niet ingezet voor daadwerkelijke bestrijding van waterongevallen door gebrek aan capaciteit. Wanneer de huidige organisatorische inspanningen voldoende effectief zijn, kan de DDG weer (beperkt) inzetbaar zijn.

* Een kazerne volgorde tabel is een tabel waarop vermeld staat welk voertuig in welke volgorde het snelst ter plaatse kan zijn in een bepaald gebied.

In 2013 hebben we met het Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) te Petten sa- menwerkingsafspraken gemaakt op strategisch niveau. Om de samenwerking op het gebied van brandweerzorg en crisisbeheersing te optimaliseren, hebben we deze vastgelegd in een convenant. Operationele uitwerkingen zijn vastgelegd in procedures en afspraken. In 2020 is de bedrijfsbrandweer NRG vervangen door een Quick Response Team (QRT). Het QRT verzorgt daarmee de basisbrandweerzorg op de Onderzoekslocatie Petten (OLP) zelf. De operationele grenzen van het QRT zijn afgebakend tot de buitengrenzen van de OLP, met uitzondering van die situaties die van buitenaf een bedreiging vormen voor het terrein. Hierbij moeten we opmerken dat het QRT niet de wettelijke dekking basisbrandweerzorg invult (zij rukken als TS-5 op niveau QRT uit), en dat we bij een maatgevend scenario een basisbrandweereenheid vanuit de veiligheidsregio mee-alarmeren.

Dorpshulpverlening De Woude

De Woude is een dorp met zo’n 160 inwoners in de gemeente Castricum. Het ligt op een eiland in het Alkmaardermeer en is alleen per pont bereikbaar. Ter ondersteuning van de basisbrandweerzorg beschikt De Woude over een zogenaamde dorpshulpverlening, die is uitgerust met beperkte brandblusmiddelen waarmee met een blussing (offensief/defensief

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 12

buiten) kan worden begonnen. Gelijktijdig gealarmeerde basisbrandweereenheden vanuit de directe omgeving zetten de inzet voort of ondersteunen de brandbestrijding. Ook alarmeren we het brandweervaartuig van post Akersloot ter ondersteuning.

Experiment Brandweerassistent

Doordat het lastig is geschikte brandweervrijwilligers te vinden die ook nog eens bereid zijn twee jaar opleiding te doorlopen voor de functie manschap zijn we in 2019 het experiment ‘brandweerassistent’ gestart. Met deze lichte variant van de manschap kunnen nieuwe gegadigden binnen een relatief korte termijn, grofweg een halfjaar, al binnen het hele spec- trum van brandweertaken een bijdrage leveren. Bij vier aangewezen posten binnen de regio zijn maximaal zes van deze functionarissen toegestaan. Zij vervullen de rol van persoon vijf en zes op de basisbrandweereenheid. De eenheid rukt in deze samenstelling formeel ‘flex’ uit en moet bij een maatgevend brandscenario opschalen om aan de wettelijke normen te voldoen. Dit experiment beperkt zich tot vier posten. Een landelijk formalisatieproces is in- gezet, maar zal naar verwachting enige jaren in beslag nemen. In de bijlage van gemeentes (7.9) gaan we nader op deze functie in.

Experiment First Responder

Binnen post Groet experimenteren we sinds februari 2022 met een afwijkende eenheid First Responder. De kaders van het experiment hebben we afgestemd op de meest voor- komende, ‘laag risico’-incidenten binnen het verzorgingsgebied van post Groet. Om bij maatgevende incidenten aan de wet te voldoen, alarmeren we in die voorkomende gevallen gelijktijdig een basisbrandweereenheid. Wanneer de First Responder zelfstandig uitrukt (bij laag-risico incidenten), kan de eenheid op eigen initiatief om ondersteuning vragen. Binnen dit dekkingsplan zien we de eenheid van post Groet dan ook niet als een basisbrandweer- eenheid. Deze post vervult ook geen rol binnen de wettelijke dekkingseisen. In de bijlage van gemeentes (7.9) lichten we dit verder toe.

Meldkamer en operationele grenzen

In 2019 hebben de veiligheidsregio’s Zaanstreek-Waterland, Kennemerland en Noord-Hol- land Noord hun meldkamers samengevoegd tot één meldkamer Noord-Holland. Deze is gevestigd in Haarlem (regio Kennemerland). Hiervoor hebben we databestanden, vooral op het gebied van infrastructuur, geactualiseerd voor eenduidige kazerne volgorde tabellen. Tevens hebben de drie veiligheidsregio’s operationele grenzen ingesteld voor zowel de basis- als specialistische eenheden, waardoor sneller de juiste hulp ter plaatse is.

Bij deze samenvoeging hebben we interregionaal besloten dat we meldingen geproto- colleerd aannemen. Voor brandweermeldingen gebruiken we voor het aannameprotocol ProQa Fire. Dit zorgt voor een eenduidige uitvraag bij alle meldingen. Ook worden met deze werkwijze alle van belang zijnde zaken ook daadwerkelijk uitgevraagd. Er ontstaat echter ook een iets langere uitvraagtijd, met als gevolg dat de meldkamerverwerkingstijd hoger is geworden dan voor de samenvoeging. Dit heeft ook hogere opkomsttijden brandweer tot gevolg. Daarentegen kan de opschaling sneller en beter plaatsvinden doordat er meer informatie is.

Nieuwbouw kazernes

Dit dekkingsplan beschrijft de situatie zoals deze nu is. In de niet te verre toekomst zullen kazernes echter van locatie veranderen, omdat de huidige kazernes aan het eind van hun levensduur zijn. Ook voegt Veiligheidsregio Noord-Holland Noord de posten Noord- en Zuid-Scharwoude samen. Wanneer en waar de kazernes komen, is nog niet duidelijk, maar als het zover is, geeft dat direct aanleiding tot bijstelling van dit dekkingsplan.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 13

1.3 Externe ontwikkelingen

Rechtspositie vrijwilligers

Bij de uitwerking van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is aan het licht gekomen dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers mogelijk in strijd is met Europese wet- en regelgeving. Deze wetgeving bepaalt dat gelijk werk ook gelijk moet worden be- loond. Binnen Nederland is het huidige brandweerstelsel een mix van beroepskrachten en vrijwilligers, met dezelfde taken en opleidingseisen. Maar zij worden divers beloond. Om het stelsel in stand te kunnen houden, moeten we fundamenteel onderscheid gaan maken tus- sen beroepskrachten en vrijwilligers. Dit onderscheid zal bij doorvoering gemaakt worden tussen ‘verplicht’ en ‘niet-verplicht’. De vrijwilliger werkt dan daadwerkelijk op vrijwillige basis en kunnen we nooit verplichten taken uit te voeren of beschikbaar te zijn. Vormen van consignatie (oproepdienst) en kazernering (op de kazerne verblijven tot een oproep komt) zullen dan voor vrijwilligers niet meer mogelijk zijn. Deze ontwikkeling kan invloed hebben op de huidige kazerneringsmodellen van de regio. Er loopt nog landelijk onderzoek naar de juiste uitvoering van deze wetgeving.

Interregionale afspraken

Hoewel de veiligheidsregio’s binnen het district Noord-West 4 (Zaanstreek Waterland, Kennemerland, Amsterdam-Amstelland en Noord-Holland Noord) zoals genoemd afspraken hebben gemaakt over operationele grenzen en meldkamerprotocollen, grenst Noord-Hol- land Noord ook aan twee andere regio’s: Flevoland en Fryslân. Met Veiligheidsregio Fryslân hebben we een kazerne volgorde tabel opgesteld voor de basisbrandweerzorg voor de Afsluitdijk. Ook is het specialisme waterongevallenbestrijding verwerkt. Met Flevoland hebben we momenteel alleen een afspraak voor de waterongevallenbestrij- ding. We onderzoeken mogelijkheden tot verdergaande afspraken.

Verlaging maximale snelheid binnen de bebouwde kom

De Tweede Kamer heeft in 2020 een motie aangenomen om de maximaal toegestane snel- heid binnen de bebouwde kom van vijftig kilometer per uur terug te brengen naar dertig. Uitzonderingen hierop zijn nog wel mogelijk. Sommige gemeentes zijn al begonnen met de doorvoering van de maatregel. Een structurele verlaging van de maximale snelheid binnen de bebouwde kom heeft een negatief effect op de opkomsttijden van brandweereenheden. Niet alleen is de brandweer minder snel bij het incident, vrijwilligers zijn ook minder snel op de kazerne. Dit dekkingsplan hebben we gebaseerd op berekeningen gebruikmakend van huidige actuele snelheden op de verschillende wegdelen. Doorgevoerde wijzigingen door gemeentes zullen aanleiding zijn tot bijstelling van de dekking.

Ruimtelijke ontwikkelingen

Met de huidige woningnood verstedelijken grote gebieden in hoog tempo. Door hogere verstedelijking, vooral rondom stadskernen maar op kleinere schaal ook rondom dorpsker- nen, verandert het brandrisicoprofiel. Het huidige profiel op basis van het huidige data- warehouse is nog niet zodanig ingericht dat we hiermee voorspellingen kunnen doen op basis van toekomstige bouwontwikkelingen. In dat opzicht is dit dekkingsplan dan ook een startdocument, om vooral op dit vlak beter te worden. Dit vereist een gezamenlijke aanpak met gemeentes, waarbij de afdelingen Risicobeheersing en Business Intelligence (BI) van de veiligheidsregio een belangrijke rol hebben. Dit dekkingsplan gaat uit van huidige ruimte- lijke indeling, met bouwprojecten die op korte termijn gerealiseerd worden. Daar waar de brandweer naar verwachting laat is, wordt het des te belangrijker dat de afdelingen Risico- beheersing en Veilig leven extra inspanningen leveren.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 14

2 Dekking beschrijven, Processtap 2

In dit hoofdstuk beschrijven we met behulp van de handreiking Gebiedsgerichte Opkomsttijden de verwachte dekking in het verzorgingsgebied. Met de handreiking maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. Bij het beschrijven van de dekking nemen we het maatgevend scenario ‘brand gebouw’ als uitgangs­ punt en kijken we naar de basisbrandweereenheid: de tankautospuit. In de bijlagen werken we een aantal specialismes uit. De handreiking schrijft een aantal grafische weergaves verplicht voor, die we hieronder afbeelden. Een aantal andere weergaves en beschrijvingen komen in de bijlagen terug. Hier willen we wel nogmaals vermelden dat we alleen de eigen pres- taties weergeven, zonder de invloed van buurregio’s langs de grenzen van de veiligheidsregio.

2.1 Onderzochte factoren

De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Niet voor alle genoemde factoren zijn beoordelingskaders beschikbaar. Ook als er voor een factor geen beoordelingskader bestaat, moeten we deze volgens de handreiking wel beschrijven. Op die manier ontstaat meer inzicht in de dekking. Het is belangrijk dat we deze processtap afzonderlijk uitvoeren. De factoren snelheid en capaciteit beoordelen en toetsen we vol- gens de handreiking, de factoren paraatheid en werkdruk hebben geen beoordelingskader.

Factor Onderwerp Snelheid Maatgevend scenario Snelle hulp ter plaatse Capaciteit Slagkracht Grootschalig optreden Paraatheid Beschikbaarheid Gelijktijdigheid Restdekking Werkdruk Uitrukfrequentie

Voor de factoren snelheid en capaciteit is de prognose van de opkomsttijd van belang. On- der de prognose verstaan we in dit verband de verwachte opkomsttijd voor een specifieke locatie. De opkomsttijd bij een incident is de tijdsduur tussen de melding van een hulpvraag bij de meldkamer tot het moment waarop een bepaalde hoeveelheid hulpverleners op de incidentlocatie arriveert. De opkomsttijd bestaat uit drie tijdselementen: meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd. Deze drietijdselementen bepalen samen de opkomsttijd. Onderstaand figuur illustreert hoe de drie tijdselementen elkaar opvolgen. In bijlage 7.2 lichten we toe hoe we de diverse berekeningen hebben uitgewerkt, welke filters we hebben toegepast en op welke databronnen we de objectenopbouw hebben gebaseerd.

incident hulpvraag hulp arriveert proces opkomsttijd burger alarmeren proces meldkamer meldkamertijd aanname uitruk proces uitruktijd rijtijd brandweer pager alarm eerste eenheid ter plaatse

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 15

2.2 Factor snelheid

Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de eerste tankautospuit (TS) bij het incident kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden noemen we het verzorgingsgebied van die eenheid. Omdat we het maatgevend scenario ‘brand gebouw’ als uitgangspunt hebben genomen, spreken we in dit verband van basisbrandweereenheden. De wet schrijft een TS6 als basisbrandweereenheid voor. Als we met een andere bezetting werken, moet de samenstelling van eenheden een vergelijkbare slagkracht hebben als die van een TS6. Pas bij arriveren van de zesde functionaris is men ‘ter plaatse’ bij een brand gebouw. In de beoordeling in hoofdstuk 3 nemen we ook de TS-flex mee. snelheid

We maken hieronder onderscheid in de dag- en avond/nacht/weekend (ANW)-situatie. Maandag tot en met vrijdag van 7.30 tot 17.00 uur geldt als de dag-situatie; de avond- en nachtsituatie geldt van 17.00 tot 7.30 uur; vrijdagmiddag 17.00 tot maandagochtend 7.30 uur zien we als de weekend-situatie. Dit doen we, omdat in een aantal gebieden de repressieve organisatie verschillend georganiseerd is. Daarnaast is gebleken uit gesprekken met de posten dat er een aanzienlijk verschil is in de paraatheidsborging tussen de dag- of ANW-situatie.

In de twee afbeeldingen hieronder geven we de prestaties geografisch weer. Hierbij geldt dat hoe lichter de kleur is, hoe sneller een basisbrandweereenheid ter plaatse is.

Legenda

Gemeentegrens

Buurten op categorie 0-6 6-9 9 - 12 12 - 15 15 - 18 > 18

Figuur 1: Snelste TS6 ter plaatse dagsituatie Figuur 2: Snelste TS6 ter plaatse ANW-situatie

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 16

Dekkingsgrafiek 1e TS Regio (n=369.127 objecten)

Percentages van locaties

Opkomsttijd in minuten

Figuur 3: S-curve opkomst 1e TS6 dagsituatie

Uit de S-curve hierboven blijkt dat bij het maatgevend scenario ‘brand gebouw’ in de dag- situatie de eerste tankautospuit grofweg in 34% van de gevallen onder de zeven minuten bij het incident is, in 87,5% van de gevallen onder de tien minuten blijft en in 99% van alle gevallen onder de achttien minuten ter plaatse is.

Dekkingsgrafiek 1e TS Regio (n=369.127 objecten) Percentages van locaties

Opkomsttijd in minuten

Figuur 4: S-curve opkomst 1e TS6 ANW-situatie

Uit de S-curve hierboven blijkt dat bij het maatgevend scenario ‘brand gebouw’ in de ANW- situatie de eerste tankautospuit grofweg in 25% van de gevallen onder de zeven minuten bij het incident is, in 65% van de gevallen onder de tien minuten blijft en in 99% van alle gevallen onder de achttien minuten ter plaatse is.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 17

2.3 Factor capaciteit

De factor capaciteit bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Net als aan de factor snelheid moeten we ook aan capaciteit aandacht besteden in het dekkings- plan. De dekking van een veiligheidsregio wordt immers niet alleen bepaald door de snel- heid waarmee eenheden bij een incident ter plaatse kunnen zijn, maar ook door de tijdige beschikbaarheid van voldoende eenheden bij opschaling, zowel voor de incidentbestrijding als restdekking.

Slagkracht

De basisbrandweerzorg voorziet in een slagkracht tot maximaal drie tankautospuiten en één bijzonder voertuig onder leiding van een officier van dienst. Het uitgangspunt is dat een inzet met meer dan drie tankautospuiten onder de noemer van grootschalig brandweeroptreden (GBO) valt. slagkracht Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten bij het incident te krijgen. Voor de basisbrandweerzorg wordt dit weergegeven in de tijd die nodig is om drie basisbrandweereenheden ter plaatse te krijgen. In de afbeeldingen hieronder geven we de prestaties op het gebied van slagkracht geografisch weer, onderscheiden in dag- en ANW-situatie. Daarnaast laten de weergaven zowel de opkomst van de eerste drie eenheden zien, als ook de totale opkomst van eenheden binnen vijftien minuten.

Legenda

Gemeentegrens

Buurten op categorie 0 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30+

Figuur 5: Opkomst 3x TS dagsituatie Figuur 6: Opkomst 3x TS ANW-situatie

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 18

Legenda

Gemeentegrens

Buurten op categorie 5+ 4 3 2 1 0

Figuur 7: Opkomst aantal TS in 15 minuten Figuur 8: Opkomst aantal TS in 15 minuten dagsituatie ANW-situatie

In onderstaande S-curves geven we voor het scenario TS6 de opkomst van de eerste, tweede en derde tankautospuit in snelheid weer voor zowel de dag- als de ANW-situatie. De meest linkse curve geeft de opkomsttijd van de eerste tankautospuit weer, de middelste van de tweede tankautospuit en de rechtse de opkomsttijd van de derde tankautospuit.

Dekkingsgrafiek slagkracht Regio (n=369.127 objecten) Percentages van locaties

Opkomsttijd in minuten

Figuur 9: Opkomst slagkracht dagsituatie

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 19

Dekkingsgrafiek slagkracht Regio (n=369.127 objecten) Percentages van locaties

Opkomsttijd in minuten

Figuur 10: Opkomst slagkracht ANW-situatie

Uit de S-curves hierboven blijkt dat in 99% van de gevallen drie basiseenheden bij het incident kunnen zijn binnen achttien minuten, zowel in de dag- als in de ANW-situatie.

Grootschalig brandweeroptreden

Hierboven hebben we de snelheid en slagkracht die betrekking heeft op de basisbrandweer­ zorg beschreven. De basisbrandweerzorg organiseert een slagkracht tot een maximum van drie basiseenheden. Als een incident om meer dan drie tankautospuiten vraagt dan noemen we dit grootschalig brandweeroptreden (GBO). Dat kan zijn doordat we meer dan vier eigen eenheden inzetten bij een incident in de eigen regio, maar we verstaan hieronder ook het leveren van bijstand met vier basisbrandweereenheden (peloton) aan een andere regio. In de visie op GBO is onder andere gesteld dat iedere veiligheidsregio in staat is een peloton basis brandweerzorg (vier basiseenheden) te leveren.

Binnen Veiligheidsregio Noord-Holland Noord laten we voor de opschaling naar grootschalige inzetten volgens de kazerne volgorde tabel op vrije instroom (interregionaal) alarmeren. Dit betekent dat de meldkamer bij een grootschaligere inzet in principe de acht snelst opkomende eenheden alarmeert. Als een incident om meer dan twee pelotons vraagt of als er afgelost moet worden door de duur van de inzet, kijkt de Algemeen Commandant Brandweerzorg (ACB) naar oplossingen hiervoor. Dit kan een eigen voorbereid peloton zijn, losse eenheden, ploegwisselingen of we doen een beroep op het voorbereide peloton van een buurregio.

Als andersom het verzoek komt om een voorbereid peloton te leveren aan een buurregio, werken we vanuit Veiligheidsregio Noord-Holland Noord met een vooraf samengesteld peloton. Door de geografische opbouw van Noord-Holland Noord hebben we drie aparte voorbereide basispelotons, zodat elk van de buurregio’s (zowel richting Friesland, Flevoland als naar Zaanstreek-Waterland en Kennemerland) tijdig de ondersteuning kunnen verwachten. Dit betekent overigens niet dat alle drie de vooraf aangewezen pelotons tegelijktijdig ondersteuning kunnen bieden. Onderstaande posten leveren de pelotons. Deze posten zijn overigens ook gekozen rekening houdend met zo groot mogelijke restdekking:

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 20

Peloton Zuid Peloton Oost Peloton Noord De Rijp Hem Schagerbrug Heerhugowaard De Noord Andijk Slootdorp Limmen Zwaag Warmenhuizen Ursem Avenhorn Breezand

Als we een van bovenstaande pelotons voor bijstand hebben ingezet, heeft dit uiteraard in­vloed op de restdekking van onze eigen veiligheidsregio. Hieronder hebben we weergegeven wat de opkomsttijd van de eerste tankautospuit is als het peloton elders is ingezet. Deze afbeeldingen beperken zich tot alleen de eerste eenheid, TS6 (onderscheid in dag en ANW).

Legenda

Gemeentegrens

Buurten op categorie 0-6 6-9 9 - 12 12 - 15 15 - 18 > 18

Figuur 11: Snelheid 1e TS dagsituatie als peloton Figuur 12: Snelheid 1e TS ANW-situatie als peloton Zuid is ingezet Zuid is ingezet

Legenda

Gemeentegrens

Buurten op categorie 0-6 6-9 9 - 12 12 - 15 15 - 18 > 18

Figuur 13: S  nelheid 1e TS dagsituatie als peloton Figuur 14: Snelheid 1e TS ANW-situatie als peloton Oost is ingezet Oost is ingezet

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 21

Legenda

Gemeentegrens

Buurten op categorie 0-6 6-9 9 - 12 12 - 15 15 - 18 > 18

Figuur 15: Snelheid 1e TS dagsituatie als peloton Figuur 16: Snelheid 1e TS ANW-situatie als Noord is ingezet peloton Noord is ingezet

Zoals in de afbeeldingen ook wel deels te zien, zijn bij langdurigere en grootschalige inzet- ten meerdere eenheden langere tijd niet inzetbaar voor het eigen primaire verzorgings- gebied. Om zoveel als mogelijk de basisbrandweerzorg optimaal te kunnen blijven garan- deren, bepaalt de Algemeen Commandant Brandweerzorg (ACB) of het noodzakelijk is om eenheden te verschuiven of posten her te bezetten.

Natuurbrandbestrijdingspeloton

Noord-Holland Noord beschikt ook over een voorbereid natuurbrandbestrijdingspeloton (NBB-peleton). De risico’s binnen het verzorgingsgebied en incidenten uit het verleden vragen om een stevige organisatie hiervan.

Het voorbereide peloton, waarop overigens ook andere veiligheidsregio’s een beroep kunnen doen, bestaat uit de volgende eenheden:

Post Eenheden Julianadorp TST (4x4) Bergen TST (4x4) Callantsoog TST (4x4) Castricum TST (4x4) Schoorl Verkenningseenheid (VE-NB) Egmond aan Zee Verkenningseenheid (VE-NB)

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 22

Dit peloton noemen we hier specifiek, zodat we deze ook in de beoordeling kunnen mee- nemen in verband met restdekking. Als we het peloton inzetten, zien de prestaties er als onderstaand uit (voorbehouden tot TS6-dag):

5+ 0 - 10 0-6 4 10 - 15 6-9 3 15 - 20 9 - 12 2 20 - 25 12 - 15 1 25 - 30 15 - 18 0 30+ > 18

Figuur 17: Slagkracht aan de kust als NBB-  pkomst 3x TS aan de kust als Figuur 18: O  pkomst snelste TS6 als NBB- Figuur 19: O peloton is ingezet of posten buiten NBB-peloton is ingezet of posten peloton is ingezet of posten buiten dienst staan, dagsituatie, aantal TS buiten dienst staan, dagsituatie dienst staan, dagsituatie in 15 min

2.4 Factor paraatheid

De factor paraatheid gaat over de mate waarin de regionale brandweer ook daadwerkelijk ingezet kan worden. De hierboven beschreven prestaties zijn namelijk statisch en theoretisch: alles en iedereen is paraat. In de praktijk is dit natuurlijk niet altijd het geval. Hieronder beschrijven we aan de hand van drie componenten de paraatheid van Noord- Holland Noord.

Beschikbaarheid

De beschikbaarheid van mensen en materieel bepaalt of een post met een (basis)eenheid wel of niet uit kan rukken naar een incident. Grofweg kunnen we de beschikbaarheid van een post in twee situaties omschrijven: gepland en ad hoc. beschikbaarheid Gepland buiten dienst zijn van een eenheid of post

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 23

kan gebeuren simpelweg door onderhoud van het voertuig. Daarnaast kan van te voren al duidelijk zijn dat op een bepaald moment een post te weinig mensen heeft om een voertuig in dienst te houden. Noord-Holland Noord organiseert in principe altijd een reservetank- autospuit van tevoren bij bijvoorbeeld gepland onderhoud. Ook hebben we een hard piket storingsdienst om uitval van eenheden door storingen of ongelukken zo beperkt mogelijk te houden. Dit kan door de storing op te lossen of door zo snel mogelijk een vervangende eenheid te organiseren. Dit hard piket is overigens op dit moment nog een eenjarige pilot (tot januari 2024). We gaan dit nog evalueren.

Ad hoc buiten dienst zijn, is een lastigere uitdaging. Zoals in de inleiding genoemd, werken we in Noord-Holland Noord met een zogenoemd two-way pager systeem. Hierdoor is het bij alarmering binnen één minuut duidelijk of een gealarmeerde post ook daadwerkelijk kan uitrukken. Is dit niet het geval, dan is de afspraak met de meldkamer dat de centralisten di- rect dooralarmeren. Hierdoor blijft snelle brandweerzorg gewaarborgd. Sinds 2023 houden we ook bij wanneer een post uit dienst is, maar de data daaruit zeggen nu nog te weinig om conclusies uit te kunnen trekken.

Altijd vooraf inzicht hebben in de beschikbaarheid van een post zou uiteraard ideaal zijn: dan kunnen we een afweging maken of maatregelen noodzakelijk zijn om de dekking te kunnen blijven borgen. Op het moment van het schrijven van dit dekkingsplan heeft de veiligheidsregio nog geen optimale monitoringssystematiek om te kunnen bepalen of een post bijvoorbeeld versterking nodig heeft of dat een post tijdelijk uit dienst moet (en kan). Simpelweg houden we nog niet goed bij of er voldoende mensen beschikbaar zijn op welk moment van de dag dan ook.

Wel hebben we naar aanleiding van dit dekkingsplan gesprekken gevoerd met de postcom- mandanten van alle posten. Wij hebben hen gevraagd hoe het is gesteld met de beschik- baarheid, zowel in de dag- als in de ANW-situatie. Hoewel de meeste postcommandanten geen harde data hebben of bijhouden, hebben zij wel een redelijk accuraat beeld van en ge- voel bij hun eigen post. Op basis van de gesprekken en het gevoel van de postcommandan- ten kunnen we een valide overzicht maken van de huidige beschikbaarheid van de posten.

Hoewel de handreiking suggereert dat we beschikbaarheid in percentages uitdrukken, hebben we daar simpelweg de data (nog) niet voor. We hebben dan ook gekozen voor een weergave met behulp van een stoplichtmodel. De kleur groen geeft aan dat de postcom- mandant heeft aangegeven geen problemen te hebben met de paraatheid van de eenheid. Met de kleur oranje duiden we het gevoel van matige borging, soms krapte, soms moei- zaamheid aan, evenals het aangeven dat TS-flex uitkomst biedt. Wanneer de postcomman- dant heeft aangegeven dat de paraatheid slecht is en er soms gewoon niet uitgerukt kan worden, tonen we dit met de kleur rood. Ook wanneer zogenaamde dubbelprofessionals noodzakelijkerwijs een post frequent ondersteunen, geven we dit met rood aan. Hierbij moeten we de volgende opmerkingen maken:

•P  ost Groet neemt deel aan het experiment ‘First Responder’ en vervult momenteel geen rol in de wettelijke dekking basiseenheid TS6 bij maatgevend scenario; •P  ost Heerhugowaard wordt overdag bezet met beroeps (spring TS/WO), redvoertuig is 24/7 vrijwillig, tankautospuit en waterongevallenvoertuig gaan ANW naar vrijwilligers; •O  mdat post Hoorn overdag gegarandeerd bezet is, heeft post Blokker geen eigen verzor- gingsgebied overdag en is deze, met uitzondering voor de bediening van de grootwater- voorziening, buiten dienst; • Post Hoorn wordt overdag met kantoorpersoneel bezet; • Post Zwaag heeft overdag geen eigen verzorgingsgebied vanwege de dagbezetting van post Hoorn. Vanuit Post Zwaag kan wel het tweede voertuig worden ingezet.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 24

Team Regio Alkmaar Team Noordkop Team West-Friesland Post ANW Dag Post ANW Dag Post ANW Dag Alkmaar V Den Helder V Hem De Rijp Julianadorp Westwoud Koedijk Anna Paulowna Enkhuizen Stompetoren Breezand Blokker Bergen Den oever Hoorn V Egmond aan Zee Hippolytushoef Zwaag Groet Middenmeer Avenhorn Schoorl Slootdorp Berkhout Akersloot Wieringerwaard Obdam Castricum Wieringerwerf Ursem Limmen Winkel Abbekerk Heerhugowaard V Callantsoog Andijk HHW-De Noord Dirkshorn Medemblik N & Z Scharwoude Schagen Nibbixwoud Heiloo Schagerbrug Wervershoof Warmenhuizen Wognum De Cocksdorp Opmeer Den Burg Bovenkarspel

Totaal ANW Posten 51 Aantal ANW Groen 45 88% Aantal ANW Oranje 5 10% Aantal ANW Rood 1 2% Totaal Dag Posten 48 Aantal Dag Groen 14 29% Aantal Dag Oranje 26 54% Aantal Dag Rood 8 17%

Gelijktijdigheid

Gelijktijdigheid ontstaat als de meldkamer een beroep wil doen op een eenheid die reeds is ingezet. Inzicht in de kans op gelijktijdigheid is relevant voor de paraatheid. Het zegt namelijk iets over de mate waarin we erin kun- gelijktijdigheid nen voorzien dat de snelste eenheid ter plaatse komt. Gelijktijdigheid geeft daarmee inzicht in de kwaliteit van de dekking.

Op dit moment heeft Veiligheidsregio Noord-Holland Noord niet de methodiek beschikbaar voor een goede kansberekening op gelijktijdigheid. Door het aantal gelijktijdige inciden- ten te doorlopen, kunnen we wel een kwantitatieve beoordeling doen. Daar kunnen we uit opmaken hoe vaak het binnen Noord-Holland Noord is voorgekomen. Hier hebben we een experimenteel dashboard voor gebruikt, waaruit duidelijk is geworden dat gelijktijdigheid zo goed als niet bij ons voorkomt, behalve tijdens postoverstijgende incidenten, zoals bijvoorbeeld stormdagen. Komende jaren zullen we dit dashboard moeten verfijnen om hier betere data uit te kunnen halen.

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 25

Restdekking

Bij grootschalige en langdurige inzetten zetten we veel eenheden in. Het aantal ingezet- te eenheden kan zo groot zijn dat de beschikbaarheid van eenheden voor de rest van de regio fors terugloopt. Dit doet zich zowel voor bij een incident in het eigen verzorgingsge- bied als in geval van bijstand. De inzet van een groot aantal eenheden tegelijkertijd heeft onvermijdelijk invloed op de dekking van (een deel van) het verzorgingsgebied. Hierboven in paragraaf 2.3 hebben we al weergegeven wat voor invloed de inzet van een basis- of natuurbrandbestrijdingspeloton heeft op de totale dekking.

Daarnaast zijn nog de volgende factoren van belang: •D  e Algemeen Commandanten Brandweerzorg hebben onderling werkafspraken voor herbezetting, restdekking en aflossing. Wat waar nodig is, is zeer dynamisch en variabel. Zij hebben hiervoor momenteel een (beperkte) tool voor het in beeld krijgen van actuele ‘gaten’ in de dekking; •E  r staan op een aantal logische en strategische plaatsen in de regio reservevoertuigen. Deze gebruiken we als vervanging bij onderhoud, maar ook voor oefenen en dergelijke. Indien aanwezig kunnen we de voertuigen gebruiken voor herbezetting ten behoeve van restdekking.

2.5 Factor werkdruk

In de handreiking wordt voorgesteld de werkdruk van een brandweerpost te vertalen in het aantal uitrukken per periode. Het is echter wel belangrijk te beseffen dat werkdruk, zeker in de ogen van vrijwilligers, juist in veel mindere mate gaat om de uitrukken, maar meer om de tijdsbelasting eromheen. In de gesprekken met de postcommandanten heeft eigenlijk niemand gesteld dat het aantal uitrukken een belasting is op de post. Eerder noemen zij in dit kader het organiseren van de paraatheid, de voorbereiding voor oefenavonden, de oneven­ redige druk op bijvoorbeeld een bevelvoerder als de post er daar weinig van heeft en het aantal taken of specialismes dat een individu heeft. Deze zijn echter lastig te kwantificeren.

Voor dit dekkingsplan beperken we ons tot de suggestie in de handreiking om de werkdruk weer te geven in de uitrukfrequentie. Hieronder laten we per post zien hoeveel uitrukken er in totaal zijn geweest. Dit is een totaaloverzicht van 1 mei 2019 tot en met 31 december 2022 (191 weken, 1340 dagen). Hierbij moeten we vermelden dat het over de totale alarme- ringsfrequentie gaat, dus inclusief alle aanvullende taken of specialismes per post.

Team Regio Alkmaar Post Dag ANW freq p/w freq p/d Post Dag ANW freq p/w freq p/d Alkmaar B 913 1628 13,30 1,90 Akersloot 38 99 0,72 0,10 Alkmaar V 414 784 6,27 0,89 Castricum 189 347 2,81 0,40 De Rijp 45 93 0,72 0,10 Limmen 49 128 0,93 0,13 Koedijk 54 156 1,10 0,16 Heerhugowaard 644 954 8,37 1,19 Stompetoren 51 211 1,37 0,20 HHW-de Noord 69 196 1,39 0,20 Bergen 136 220 1,86 0,27 N-Scharwoude 84 134 1,14 0,16 Egmond aan Zee 79 203 1,48 0,21 Z-Scharwoude 37 218 1,34 0,19 Groet 18 70 0,46 0,07 Heiloo 165 268 2,27 0,32 Schoorl 136 204 1,78 0,25

D e k k i n g s p l a n V R N H N 2 0 2 4 - 2 0 2 7 26

Team Noordkop Post DAG ANW freq p/w freq p/d Post DAG ANW freq p/w freq p/d Den Helder B 440 776 6,37 0,91 Wieringerwerf 87 124 1,10 0,16 Den Helder V 229 410 3,35 0,48 Winkel 114 266 1,99 0,28 Julianadorp 151 267 2,19 0,31 Callantsoog 48 77 0,65 0,09 Anna Paulowna 63 103 0,87 0,12 Dirkshorn 34 110 0,75 0,11 Breezand 44 72 0,61 0,09 Schagen 135 404 2,82 0,40 Den Oever 48 69 0,61 0,09 Schagerbrug 80 119 1,04 0,15 Hippolytushoef 38 80 0,62 0,09 Warmenhuizen 89 100 0,99 0,14 Middenmeer 44 91 0,71 0,10 De Cocksdorp 33 65 0,51 0,07 Slootdorp 29 77 0,55 0,08 Den Burg 206 332 2,82 0,40 Wieringerwaard 44 85 0,68 0,10

Team West-Friesland Post DAG ANW freq p/w freq p/d Post DAG ANW freq p/w freq p/d Hem 66 127 1,01 0,14 Ursem 43 54 0,51 0,07 Westwoud 82 167 1,30 0,19 Abbekerk 40 109 0,78 0,11 Enkhuizen 299 631 4,87 0,69 Andijk 85 122 1,08 0,15 Blokker 6 426 2,26 0,32 Medemblik 125 214 1,77 0,25 Hoorn 900 929 9,58 1,36 Nibbixwoud 40 94 0,70 0,10 Zwaag 41 381 2,21 0,31 Wervershoof 74 157 1,21 0,17 Avenhorn 81 125 1,08 0,15 Wognum 178 247 2,23 0,32 Berkhout 93 211 1,59 0,23 Opmeer 58 126 0,96 0,14 Obdam 66 154 1,15 0,16 Bovenkarspel 148 324 2,47 0,35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13715872/1