Bijlage 6. Nota van beantwoording zienswijzen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Slemariavvictrix
gemeente
Ee
ALKMAAR
Bijlage
6. Nota
Behorend
het raadsvoorstel
bij
beantwoording zienswijzen
van
‘Vestiging gemeentelijk voorkeursrecht bedrijventerrein
Overdie’
Inleiding college van burgemeester en wethouders heeft op 9 september 2025 besloten tot het toepassen van het gemeentelijk voorkeursrecht ten behoeve van de herontwikkeling van het bedrijventerrein Overdie. Deze voorkeursrechtbeschikking is bij brieven van 10 september 2025 bekendgemaakt. De raad dient binnen drie maanden na de collegebeschikking te besluiten tot vestiging c.q. bestendiging van het voorkeursrecht. Het
Het concept voorstel vanaf
aan
de
raad,
met
de
daarbij
behorende
stukken,
heeft
voor
eenieder
11
september 2025 ter inzage gelegen. Hiervan is openbaar kennisgegeven via een publicatie in het digitale Gemeenteblad, onder vermelding van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen tot en met 8 oktober 2025, 24:00 uur. Tevens zijn de eigenaren beperkt zakelijk gerechtigden elk afzonderlijk schriftelijk op de hoogte gesteld. Er zijn vier zienswijzen ontvangen (bijlage 1). In deze de ontvankelijkheid. Indien de zienswijze ontvankelijk
zienswijze opgenomen,
waarna
een
reactie
en
een
nota wordt
is, wordt
conclusie
en
zienswijze ingegaan op strekking van de daarop volgt. per
de
Ontvankelijkheid-algemeen Belanghebbenden zijn op basis van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen over het concept raadsvoorstel en de concept raadsbeschikking naar voren te brengen. Een belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Dat wil zeggen dat een (rechts)persoon een voldoende objectief, en actueel, eigen, persoonlijk belang dient te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden
besluit.
In het kader
van
het
gemeentelijk voorkeursrecht zijn dit in beginsel de eigenaren en beperkt zakelijk gerechtigden tot de met voorkeursrecht belaste percelen. Deze groep personen/ondernemingen dienen immers bij een voorgenomen vervreemding diens eigendom/beperkt zakelijk recht als eerst aan de gemeente te koop aan te bieden.
Zienswijzen
en
reacties
(geanonimiseerd)
Ontvankelijkheid De zienswijze is ingediend bij brief van ingekomen op 7 oktober 2025.
(geanonimiseerd) 5 oktober 2025.
De
brief is
bij de gemeente
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de zienwijze wordt geconcludeerd deze tijdig is ingediend door een eigenaar van de onderhavige kadastrale percelen , waarop het gemeentelijk voorkeursrecht is gevestigd. Strekking van de zienswijze 1 1. Vooropgesteld heeft indiener begrip voor de wens van de gemeente om in dit gebied op termijn woningbouw te realiseren en daar regie op te voeren. Ten aanzien van de persoonlijke situatie licht indiener toe dat er met trots en toewijding is toegewerkt naar de situatie zoals die nu is op de met voorkeursrecht belaste percelen. Indiener is inmiddels op leeftijd en de dagelijkse werkzaamheden van het familiebedrijf zijn overgenomen door de kinderen. Wat indiener in de loop der jaren zorgvuldig heeft opgebouwd , zit grotendeels in dit vastgoed , inclusief de middelen voor de oudedagsvoorziening van indiener. Om dit te waarborgen is indiener momenteel in het proces de bedrijfsopvolging en herstructurering te regelen met de kinderen. Dit betekent concreet dat het privépand - verdeeld over de met voorkeursrecht belaste percelen - in de komende periode zal worden overgedragen aan de BV , zodat alle panden binnen één structuur kunnen worden beheerd. Deze BV staat reeds deels op de naam van de kinderen van indiener. Indiener verzoekt de gemeente dringend om in dit proces rekening te houden met haar situatie en belangen. Concreet wordt gevraagd om: 1.
Te bevestigen dat een overdracht binnen de familie (ouders en kinderen) is uitgezonderd van de aanbiedingsplicht , conform artikel 9. 8 Wet voorkeursrecht gemeenten.
2.
3.
Toepassing te geven aan de vrijstellingsmogelijkheid van artikel 9. 10 Wet voorkeursrecht gemeenten bij de herstructurering waarbij het privépand van indiener wordt ingebracht in de BV , gezien de geschetste bijzondere omstandigheden. Bereidheid te tonen om met de kinderen van indiener in overleg te treden over een werkbare route , zodat zowel de bedrijfsopvolging als de gemeentelijke ontwikkelambities geborgd zijn.
Reactie op de zienswijze 1 Ad 1. De gemeente stelt het op prijs dat indiener begrip heeft voor de gemeentelijke ambitie om dit gebied op termijn te herontwikkelen en daar regie op te voeren. De gemeente heeft ook begrip voor de persoonlijke situatie van indiener. Op basis van de inhoud van deze zienswijze wordt geconstateerd dat indiener een beroep doet op artikel 9. 10 Omgevingswet. In dit artikel is bepaald dat op basis van aannemelijk gemaakte gewichtige redenen door de vervreemder (lees: indiener) , het college van burgemeester en wethouders een vrijstelling van de aanbiedingsplicht kan verlenen. Via separate besluitvorming zal het college van burgemeester en wethouders hierover een besluit nemen. Indiener wordt hiervan op de hoogte gehouden. Voor wat betreft de overige vragen bevestigt de gemeente dat een overdracht binnen de familie (ouders en kinderen) is uitgezonderd van de aanbiedingsplicht conform artikel 9.8 , sub a Omgevingswet. Een overdracht van een privépersoon aan een onderneming (lees: een besloten vennootschap) valt niet onder deze uitzondering. Ten slotte verzekert de gemeente indiener dat zij haar bereidheid zal tonen om met de kinderen van indiener in overleg te treden over een werkbare route , zodat zowel de bedrijfsopvolging als de gemeentelijke ontwikkelambities geborgd zijn.
Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.
2.
Zienswijze (geanonimiseerd) Gn.
Ontvankelijkheid De zienswijze is ingediend 5 oktober 2025.
De
Ten
de
aanzien
(geanonimiseerd) bij brief van
door de besloten vennootschap bij de gemeente ingekomen op 7 oktober
brief is
.
2025.
ontvankelijkheid van de zienwijze wordt geconcludeerd deze tijdig is ingediend eigenaar van één van de onderhavige kadastrale percelen, waarop het gemeentelijk voorkeursrecht is gevestigd. van
namens
Strekking 1.
de
van
een
zienswijze 2 licht toe dat het met voorkeursrecht
Indiener
belaste
perceel
in
zijn geheel
wordt
verhuurd aan een andere onderneming, waarmee indiener een langdurig huurcontract heeft. In het huurcontract is tevens een recht van eerste koop opgenomen ten gunste de huurder.
van
Door
het
gemeentelijk
voorkeursrecht komt
dit contractuele
feitelijk onder druk te staan. Daarbij wordt benadrukt dat het niet het doel is om het pand aan derden te verkopen, maar om het beheer van de vastgoedportefeuille
binnen de familie te
Indiener verzoekt de
gemeente
waarborgen
in het
om
en
voort te
recht
van
indiener
zetten.
vervolgtraject rekening te houden
met
de
volgende punten: 1.
Te
bevestigen dat een overdracht van aandelen in de BV buiten aanbiedingsplicht van de Wet voorkeursrecht gemeenten valt.
de
2.
Te erkennen
worden
genegeerd
dat het contractuele en
dat dit
voorkeursrecht. Bereidheid te tonen
vraagt
om
recht
van
maatwerk
de
bij
huurder de
niet kan
toepassing
van
het
gesprek te gaan over een praktische waarbij bedrijf, de belangen van de huurder en de voor het gemeentelijke plannen gebied met elkaar in balans worden gebracht.
3.
de
route
om
indiener in
met
continuïteit
van
het
Reactie op de zienswijze 2 Ad 1. De gemeente begrijpt dat het met voorkeursrecht belaste perceel in zijn geheel wordt verhuurd aan een andere onderneming, waarmee contractueel is overeengekomen dat deze
onderneming
een
eerste
recht
van
koop
heeft op het betreffende
perceel.
Zoals indiener terecht stelt brengt de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht onder andere met zich mee dat dit privaatrechtelijk voorkeursrecht onder druk komt te staan.
weegt
De gemeente constateert dat het publiekrechtelijk voorkeursrecht zwaarder dan het privaatrechtelijk overeengekomen voorkeursrecht. Desalniettemin
treedt de
gemeente graag
de continuïteit
plannen
voor
met
indiener in
gesprek
over
een
het
praktische route waarbij gemeentelijke
bedrijf, de belangen van de huurder en de het gebied met elkaar in balans worden gebracht. van
Voor wat betreft de overige vraag bevestigt de gemeente dat een overdracht aandelen in de besloten vennootschap buiten de aanbiedingsplicht van de
van
Omgevingswet valt, mits het met voorkeursrecht belaste perceel niet van (juridisch) eigenaar verandert. Daarbij heeft de gemeente wel de mogelijkheid om een dergelijke aandelentransactie c.q. rechtshandeling nietig te verklaren op basis van artikel 9.22 Omgevingswet. Zoals vermeld treedt de gemeente graag met indiener in overleg om tot een oplossing te komen. Conclusie stellen
Wij
u
voor
deze
zienswijze ontvankelijk doch ongegrond
te
verklaren.
Zienswijze (geanonimiseerd)
3.
Ontvankelijkheid De zienswijze is door de gemachtigde De
van
bij de gemeente ingekomen op 7 oktober Ten
indiener
ingediend bij brief van
7 oktober 2025.
brief is
aanzien
2025.
ontvankelijkheid van de zienwijze wordt geconcludeerd dat deze tijdig is ingediend. zienswijze is echter niet door of namens een eigenaar van of beperkt zakelijk tot één van de met voorkeursrecht belaste percelen ingediend. De vraag is of gerechtigde indiener kwalificeert als belanghebbende. van
de
De
Een
belanghebbende
is degene
wiens
belang
rechtstreeks
bij een
besluit is betrokken.
Dat
wil zeggen dat
een
(rechts)persoon
voldoende
een
objectief,
en
actueel, eigen, persoonlijk belang
onderscheidt
van
dient
te
hebben
dat hem
in voldoende
mate
anderen
en
dat rechtstreeks
wordt
geraakt door het bestreden
besluit.
Uit de
bij jurisprudentie volgt dat geen belanghebbenden houders
vestigingsbesluit zijn in elk geval kopers potentiële Dergelijke partijen ondervinden de gevolgen van de ,
kopers vestiging
en
van
een
een
voorkeursrecht via
privaatrechtelijke rechtsbetrekking tot de eigenaren van de met voorkeursrecht belaste percelen, waardoor zij (slechts) een afgeleid belang hebben bij het besluit tot vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht. Een en ander komt ook naar voren uit de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State“: ‘een belang dat voortvloeit uit een privaatrechtelijke rechtsbetrekking is een afgeleid belang en geen rechtstreeks belang.’ een
Uit de eerder
aangehaalde afgeleid belang
heeft,
onder
meer
omdat
er
jurisprudentie” is overwogen dat de (potentiële) koper geen
sprake
is van
overeenkomsten
die
een
zijn geregistreerd
in de
daarvoor bestemde openbare registers. Artikel 9.7 Omgevingswet bevat de hoofdregel bij vervreemding, namelijk: een vervreemder kan eerst tot vervreemding overgaan nadat de
gemeente in de
gelegenheid is gesteld het desbetreffende goed te verkrijgen. Op deze hoofdregel zijn uitzonderingen van toepassing, waaronder in het geval van inschrijving van een overeenkomst in de openbare registers voordat een vestigingsbesluit is bekendgemaakt en vervreemding binnen zes maanden na de dag van inschrijving van de overeenkomst plaatsvindt (artikel 9.9 Omgevingswet). De gemeente constateert dat indiener een koopovereenkomst heeft laten inschrijven bij het Kadaster alvorens het besluit tot (voorlopige) vestiging van het voorkeursrecht is bekendgemaakt. De betreffende zesmaandentermijn loopt bovendien nog. Naar het oordeel van de gemeente heeft indiener een rechtstreeks belang. Indiener dient dan ook ontvankelijk te worden verklaard in haar zienswijze. 1
Rb. Arnhem 27 juni 2007, LJN BA9009. ABRvS 24 maart 2000, LJN AA5426. 3 ABRvS 20 november 2000, LJN AA9232. 4 ABRVS 27 april 2001, LJN AN6880. 2
S
ABRvS
24 maart 2000,
LJN
AA5426
en
zie ook
ECLI:NL:RVS:2015:1083.
3
koopoptie’. het gemeentelijk van
Strekking van de zienswijze 3 1. Indiener verwijst voor een volledig begrip van de zienswijze naar de voorgeschiedenis van dit dossier. In het bezwaarschrift van 16 mei 2025 en het beroepschrift van 18 juli 2025 is een volledige beschrijving van de achtergrond en aanloop naar de zienswijze opgenomen.
2.
Indiener stelt dat de voorkeursrechtbeschikking van het college van burgemeester en wethouders in strijd met de Omgevingswet heeft genomen. Het doel van de vestiging van het voorkeursrecht is volgens de wet (i) het voorkomen van buitensporige of onevenredige prijsopdrijving als gevolg van grondspeculatie en (ii) het behouden van de regierol bij de overheid. Uit de onderbouwing voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht blijkt dat het college de wettelijke doelstellingen van het voorkeursrecht miskent (voorkomen van prijsopdrijving en regierol). Indiener wenst namelijk binnen de bestaande planologische kaders het bestaande gebruik voort te zetten. Bedrijvigheid blijft bedrijvigheid. Daarbij heeft indiener de gronden bovendien al verkocht , en in de koopovereenkomsten staat niets inde weg aan levering van de gronden. Indiener betaalt voor die koop ook ‘gewoon’ de waarde voor bedrijfsunits , en niet voor woningen. Op grond van de voorwaarden in de getekende overeenkomsten is van enige prijsopdrijving dus ook geen sprake.
3.
Indiener stelt dat zij heeft meebewogen met het actuele gemeentelijke beleid door van woningbouw af te zien en over te stappen naar de realisatie van bedrijfsunits. Daarbij is indiener van mening dat de - door indiener ter plaatse beoogde - realisatie van bedrijfsunits past binnen de doelen die in de voorkeursrechtbeschikking zijn vermeld. Zo is opgenomen: ‘In de gemeentelijke plannen is voor Overdie ruimte opgenomen voor de realisatie van 950-1150 woningen , bedrijfsruimte en voorzieningen in een zone langs het Kanaal. ’ Het huidige gebruik van de percelen komt dus overeen met het voorgenomen toekomstige gebruik.
4.
Indiener stelt dat het college van burgemeester het voorkeursrecht inzet om oneigenlijke redenen. Daarmee is sprake van misbruik van bevoegdheid.
5.
Indiener benoemt het proces rondom het niet verlenen van de omgevingsvergunning en haar argumenten om deze te moeten verlenen.
Reactie op de zienswijze 3 Ad 1. De gemeente neemt de inhoud van de voorgeschiedenis van dit dossier alsmede de inhoud van het bezwaarschrift van 16 mei 2025 en het beroepschrift van 18 juli 2025 ter kennisgeving aan. Ad 2.
Op basis van de Omgevingswet en bijbehorende memorie van toelichting kent het 6 voorkeursrecht de volgende doelstellingen: • versterking van
6 Kamerstukken
de regisserende rol van de overheid;
II 2018/19 , 35133 , 3.
• verbetering van
de onderhandelingspositie van de overheid op de grondmarkt;
• beheersing van
de grondprijzen.
Blijkens het college- en concept raadsvoorstel zijn de argumenten voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht: ‘1. Het gemeentelijk voorkeursrecht verschaft de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt. Hierdoor wordt de gemeente beter in staat gesteld een grondstrategie te voeren. Het voorkeursrecht , als passief verwervingsinstrument , kan een ondersteuning betekenen van het te voeren verwervingsbeleid. De gemeente kan hierdoor een centrale regierol uitoefenen bij de ontwikkeling van plannen. 2. Het gemeentelijk voorkeursrecht vormt gedurende het planontwikkelingsproces (van ontwerp tot uitvoering) een beschermingsinstrument , waardoor ongewenste verkopen (al dan niet bedoeld als grondspeculatie) kunnen worden voorkomen. 3. Het gemeentelijk voorkeursrecht voorkomt buitensporige grondprijsstijgingen (buiten de normale markteconomische prijsstijgingen). 4. Het gemeentelijk voorkeursrecht maakt het in deze de gemeente mogelijk om te interveniëren in het natuurlijke proces van aan- en verkoop binnen de locatie. Bij een voorgenomen gewenste verkoop van een eigenaar is in deze als eerste de gemeente aan bod om aan te kopen. Door deze interventie in het natuurlijke proces van aan- en verkoop kan de gemeente zo mogelijk een langdurig en kostbaar verwervingsproces of onteigening voorkomen. 5.
De gemeente geeft door de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht een signaal af. Hiermee wordt immers de gemeentelijk ambitie getoond om de locatie daadwerkelijk te herontwikkelen. De gemeente is bereid om daartoe haar publiekrechtelijke grondbeleidsinstrumentarium in te zetten , hetgeen de ambitie kracht bij zet. ’ Deze argumenten zijn dan ook in lijn met de wettelijke doelstellingen van het voorkeursrecht. De gemeente is bekend met de koopovereenkomst van indiener. Mocht indiener juridisch eigenaar van de met voorkeursrecht belaste percelen worden , dan heeft de gemeente met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht meer regie op de percelen en een sterkere onderhandelingspositie jegens indiener. Indiener is alsdan immers gehouden om bij een voorgenomen vervreemding de percelen als eerst aan de gemeente te koop aan te bieden. Hiermee kan ook prijsopdrijving worden voorkomen , omdat indiener de percelen niet voor een prijs boven de werkelijke waarde aan marktpartijen kan verkopen en de aanbiedingsplicht aan de gemeente van toepassing is. Kortom , ook voor de onderhavige percelen wordt evident voldaan aan de wettelijke doelstellingen van het voorkeursrecht. Ad 3.
In het Ontwikkelkader Overdie , dat nog in 2025 ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de gemeenteraad , staat dat een zone in bedrijventerrein Overdie wordt getransformeerd naar een woon-en werkgebied. Het ontwikkelkader Overdie geeft concrete speleregels en uitgangspunten voor de transformatie van dit deel van Overdie. Op elke ontwikkelplot in de transformatiezone is ruimte voor wonen (minmax) en een actieve plint met werken/voorzieningen (in aantal vierkante meters). Hiermee stuurt de gemeente uitdrukkelijk op de mix ‘wonen en werk’ per plot. De
gemeente bestendigd
plannen uit 2019 en 2021 bewering dat er actueel beleid zou om af te zien van gemeentelijk zijn woningbouw, is dus onjuist. Het realiseren van alleen bedrijfsunits op de percelen past niet in de gemeentelijke plannen. in
om
deel
een
met het Ontwikkelkader Overdie haar Overdie ook woningen te realiseren. De
van
Voor de
vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht geldt verder dat aan twee (formele) vestigingsvereisten moet zijn voldaan. Het eerste vereiste is dat het voorkeursrecht slechts ten behoeve van een toegedachte niet-agrarische functie kan worden gevestigd. Het tweede vereiste houdt in dat het huidige, feitelijke gebruik afwijkt van de toegedachte functie(s). gaat daarbij
daadwerkelijke, huidige gebruik van de percelen op dit huidige (bedrijfsmatige) gebruik van de percelen verdwijnt (sloop van de en de ontwikkeling van een stedelijke leefomgeving is voorzien) en aan de bebouwing locatie worden de functies wonen en werken met bijbehorende onderhavige voorzieningen toegedacht. De toegedachte functies zijn niet-agrarisch en nader uit te werken. Het huidige gebruik wijkt dan ook af van de toegedachte functies, waardoor aan de (formele) vestigingsvereisten wordt voldaan. Het
Ad
4.
verbod
Het
dus
om
het
Het
moment.
détournement
van
de
pouvoir (misbruik van bevoegdheid)
houdt
in dat de
gemeente de gegeven bevoegdheid uitsluitend mag gebruiken waarvoor deze is gegeven. De gemeente beoogt met het gemeentelijk voorkeursrecht een voorkeurspositie op de grondmarkt in het plangebied te verkrijgen en heeft op basis de
van
voorkeursrechtregeling
Door
de
meer
de door
vestiging van
in de
Omgevingswet
die
bevoegdheid
ook
gekregen.
het
gemeentelijk voorkeursrecht versterkt de gemeente onder gewenste regierol bij het realiseren van de door de gemeente in het algemeen belang gewenste herontwikkeling, hetgeen ook het doel is van de uitgeoefende bevoegdheid. haar
De
vestiging van het voorkeursrecht is wel degelijk in overeenstemming met het doel de Omgevingswet, zodat er geen sprake is van strijd met het verbod van détournement de pouvoir. van
Ad
5.
Dit onderdeel
zienswijze is van planologische aard en is geen zienswijze op de (voorgenomen) vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Het kenbaar maken van dergelijke zienswijzen en de behandeling daarvan dient plaats te vinden tijdens de procedure omtrent de omgevingsvergunning. Voor de behandeling van dit onderdeel van de zienswijze is in het kader van de behandeling van zienswijzen tegen de (voorgenomen) vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht dan ook geen plaats. van
de
Conclusie
Wij
stellen
u
voor
deze
zienswijze ontvankelijk doch ongegrond
te
verklaren.
WN
Zienswijze (geanonimiseerd)
4.
Ontvankelijkheid De zienswijze is ingediend door de gemachtigde van indiener bij brief van 8 oktober 2025. De brief is bij de gemeente ingekomen op 8 oktober 2025. Het betreft een pro forma zienswijze, zodat de gronden van de zienswijze niet zijn opgenomen. De redenen voor indiening van een pro forma zienswijze zijn: 1.
Indiener
is nog
in
overleg
met
de
gemeente
Alkmaar.
2.
De gemachtigde buitenland.
3.
Het
dossier
zorgvuldig Verzocht
is op 7 oktober
2025
teruggekeerd
van
een
lang verblijf in het
betreft een zeer omvangrijke en financieel significante worden bestudeerd en intern besproken.
kwestie,
die eerst
moet
is dan ook
om
indiener in de
gelegenheid te stellen om binnen inhoudelijke zienswijze in te dienen.
een
nadere
en
redelijke termijn
een
volledige
Ten
de
ontvankelijkheid van de zienwijze wordt geconcludeerd dat deze tijdig eigenaar van de onderhavige kadastrale percelen, waarop het
aanzien
van
ingediend gemeentelijk
namens
en
is
een
voorkeursrecht is gevestigd. De gronden van de zienswijzen ontbreken echter. De daartoe opgegeven redenen volstaan niet om een nadere termijn te geven om de gronden naar
brengen. Daarbij is de gemeente bij een voorkeursrechtprocedure gehouden aan krappe planning, aangezien er na het ingaan van de collegebeschikking binnen een fatale termijn van drie maanden een raadsbeschikking moet zijn genomen om het (voorlopige) voorkeursrecht te bestendigen. Het is de gemeente dan ook toegestaan om een (verkorte) zienswijzentermijn van vier weken te hanteren. Indiener wordt in de gelegenheid gesteld om haar standpunt aangaande het besluit tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht via een bezwaarschrift toe te lichten. Een en ander is gecommuniceerd bij brief van 14 oktober 2025 (bijlage 2). voren
te
een
Conclusie Wij stellen
u
voor
deze
zienswijze niet-ontvankelijk te verklaren.
Conclusie Er zijn zienswijzen ingediend, aan
te
passen
en/of de
er
bestaat echter
geen
concept raadsbeschikking
aan
aanleiding te
om
het voorstel
passen.
Bijlagen 1. 2.
Zienswijzen Brief
van
14 oktober
2025
aan
de
gemachtigde
van
(geanonimiseerd)
aan
de
raad