Bijlage 5. Aanvulling Milieueffectrapport Alkmaars Kanaal
Tekst van het document
MER Alkmaars Kanaal Reactie op advies Commissie mer en aanvulling MER
datum auteur(s) projectnummer
20 oktober 2025 Niels Hagen, Just Verhoeven 0476575.100
Inhoudsopgave Inleiding................................................................................................................................................................. 1 Reactie op het advies ............................................................................................................................................ 1 Mengen van wonen en bedrijvigheid tijdens transformatie................................................................................. 2 Passende beoordeling ........................................................................................................................................... 3 Kansen voor biodiversiteit .................................................................................................................................... 4 Bijlage: Passende beoordeling Alkmaars Kanaal ................................................................................................... 5
Inleiding Op 13 oktober 2025 bracht de Commissie mer haar advies uit over het MER Alkmaars Kanaal. In algemene zin constateert de Commissie in haar advies dat het MER niet goed aansluit bij het besluit, dat gericht is op de omgevingsvisie Alkmaar 2040. De Commissie stelt dat de reikwijdte van de omgevingsvisie zowel ruimtelijk als inhoudelijk breder is dan alleen de gebiedsontwikkelingen van het Alkmaars Kanaal en de stationsgebieden. Omdat in het MER alleen de effecten van de gebiedsontwikkeling zijn beschreven, stelt de Commissie dat de gemeenteraad de milieugevolgen van het overige beleid dat in de omgevingsvisie is verwoord niet volledig kan meewegen bij haar besluit, en daarmee niet kan beoordelen in hoeverre de ambities uit de omgevingsvisie realistisch en uitvoerbaar zijn. De Commissie doet in haar advies twee suggesties om deze discrepantie te verhelpen: ofwel door het MER aan te passen zodat deze past bij de reikwijdte van de omgevingsvisie; ofwel door het besluit aan te passen zodat deze past bij het opgestelde MER.
Reactie op het advies De gemeente heeft er bewust voor gekozen om de effecten van de gebiedsontwikkeling in kaart te brengen. De omgevingsvisie geeft voor de ontwikkeling van het Alkmaars Kanaal en de stationsgebieden duidelijke kaders en van die ontwikkeling worden ook relevante milieueffecten verwacht. Voor de overige ambities geldt dat nog geen sprake is van expliciete kaders omdat veelal nog nadere keuzes gemaakt moeten worden. Er zijn in het huidige stadium nog te veel onzekerheden rondom de andere ambities in de omgevingsvisie Alkmaar 2040 om een degelijke toetsing van de effecten te kunnen uitvoeren. De gemeente Alkmaar kiest er dan ook voor om de effecten van de overige ambities pas inzichtelijk te maken, wanneer deze keuzes wel gemaakt zijn. De focus voor dit MER blijft dus de gebiedsontwikkelingen van het Alkmaars Kanaal en de stationsgebieden. De overige ambities in de omgevingsvisie leiden niet tot cumulatieve effecten die relevant zijn voor de ontwikkeling van het Alkmaars Kanaal en de stationsgebieden. Veel van de ontwikkelingen in de stad zijn als autonome ontwikkeling of vanuit gemeentelijk beleid indirect in de toetsing van het MER betrokken. Daarnaast is sprake van ruimtelijke opgaven waarover ook in regionaal verband en in overleg met verschillende overheidspartners nog keuzes moeten worden gemaakt.
Bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie wordt rekening gehouden met de mogelijke milieueffecten van die keuzes en de gevolgen voor de ambities in de omgevingsvisie. Het op voorhand onderzoeken van alle onzekerheden en mogelijke scenario’s draagt niet bij aan de kwaliteit van het besluit dat nu voorligt. Door monitoring wordt bijgehouden of de ambities en doelen worden gehaald en wordt zo nodig bijgestuurd.
Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 5
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Reactie advies Commissie mer en aanvulling MER
Alle relevante en nu effectief te onderzoeken milieueffecten zijn in beeld gebracht. De constatering van de Commissie dat een aanpassing nodig is van het MER waarin alle ambities worden onderzocht, of een aanpassing van het ruimtelijk besluit die aansluit bij de reikwijdte van het MER, wordt dan ook niet onderschreven. Onderstaand wordt gereageerd op de hiaten die de Commissie constateert ten aanzien van de ontwikkeling van het Alkmaars Kanaal en de stationsgebieden.
Mengen van wonen en bedrijvigheid tijdens transformatie De Commissie geeft in haar advies aan dat zij in het MER informatie mist met betrekking tot de aanwezigheid van bedrijvigheid en onzekerheden bij een organische gebiedsontwikkeling. Specifiek mist de Commissie waar welke bedrijvigheid aanwezig is, welke milieubelasting deze bedrijvigheid heeft en hoe om zal worden gegaan met de onzekerheden rondom de transformatie van de bedrijvigheid in de deelgebieden. Bij de uitvoering wordt actief gestuurd op het maximaal benutten van de mengpotentie in de transformatiegebieden, met passende programmering, mengbare functies en levendige plinten. Voor minder goed mengbare bedrijven wordt ingezet op alternatieve locaties elders in de stad of regio, met heldere milieukaders en logistieke randvoorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met fasering, betaalbaarheid en continuïteit. De gemeente heeft onderzoek laten doen naar de mengbaarheid van bedrijvigheid per deelgebied 1 . In deze analyse zijn bedrijven in de deelgebieden op basis van de milieucategorie, de SBI-score en de verkeer aantrekkende werking gecategoriseerd in één van de volgende categorieën: • Mengbaar (blauw): Deze bedrijvigheid kan bestaan naast woonfuncties. • Mengbaar onder voorwaarden (groen): Deze bedrijvigheid kan bestaan naast woonfuncties, mits er maatregelen getroffen worden.
Denk daarbij aan maatregelen aan de bron zodat bedrijvigheid minder hinder veroorzaakt, expeditiestraten aan de achterzijde van panden, etc. Of maatregelen aan woningen, zoals dove gevels. • Moeilijk mengbaar (paars): Deze bedrijvigheid veroorzaakt (te) veel hinder door bijvoorbeeld verkeer of is een te groot risico in verband met veiligheid/milieuvergunning. Op basis van het onderzoek kan een globaal beeld worden gegeven van de impact die het gedurende de transformatie aanwezig blijven van een bedrijf heeft op het woon- en leefklimaat. Die impact zal zich voornamelijk manifesteren rondom het bedrijfsperceel. Bij de fasering van de gebiedsontwikkeling en planuitwerking wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de leefkwaliteit. De gemeente is daarnaast actief in gesprek over bedrijfsverplaatsing van die bedrijven die invloed hebben op de ontwikkelpotentie. Indien een slecht mengbaar bedrijf desondanks aanwezig blijft midden in een ontwikkelgebied, danwel wanneer de aanrijroute voor een dergelijk bedrijf dwars door het ontwikkelgebied loopt, dan kan dat een risico opleveren voor de ontwikkelpotentie. Er kan dan namelijk sprake zijn van een worst case situatie waarbij de zwaardere milieubelasting blijft bestaan terwijl het aantal potentieel gehinderden toeneemt door woningbouwontwikkeling.
In veel gevallen zijn deze aandachtspunten eenvoudig weg te nemen wanneer duidelijk is dat deze locaties op korte termijn zullen worden getransformeerd. De belangrijkste bevindingen per deelgebied zijn weergegeven in onderstaande tabel. Het stationsgebied is in het onderzoek niet betrokken omdat daar alleen mengbare bedrijvigheid aanwezig is. Deelgebied RWZI is in de tabel niet opgenomen omdat daar geen woningbouwontwikkeling plaatsvindt zolang de rioolwaterzuiveringsinstallatie nog in bedrijf is. Uit de analyse blijkt dat het merendeel van de bedrijvigheid in de deelgebieden van Alkmaars Kanaal (onder voorwaarden) mengbaar is. De meeste bedrijven die niet mengbaar zijn, zijn te vinden in Overdie en Oudorp. In de uitvoering wordt actief gestuurd op bedrijfsverplaatsing.
1
Stec Groep. (2022). Functiemenging en economie Alkmaars Kanaal.
blad 2 van 5
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Reactie advies Commissie mer en aanvulling MER
Tabel 1: Analyse mengbaarheid
Legenda
Oudorp De moeilijk mengbare bedrijven liggen in Oudorp aan de buitenzijde van het deelgebied. Diverse kleine bedrijven in het oostelijk deel kunnen mogelijk worden ingepast in het transformatiegebied door de hindercontour te verkleinen. Er is enig risico omdat deze zich niet langs de hoofdweg bevinden. Aan de zuidoostkant is bedrijfsverplaatsing noodzakelijk om ontwikkelingen mogelijk te maken, zowel vanwege de milieuhindercontour van het daar gevestigde bedrijf, als van de bedrijven aan de overzijde van het water in deelgebied Overdie. Op deze locaties vindt al planvorming plaats, het bedrijf wordt verplaatst
Overdie Moeilijk mengbare bedrijven zijn hier geclusterd aan de noordoostzijde van het gebied en daarnaast verspreid aanwezig. De verspreide bedrijven vormen geen significante beperking van de ontwikkelpotentie. Het cluster in het noordoosten wel. Deze bedrijven moeten verplaatst worden om de ontwikkelpotentie in Oudorp en Overdie te kunnen benutten. De gemeente is in onderhandeling over de uitplaatsing.
Overstad In Overstad zijn enkel bedrijven gevestigd in de categorieën mengbaar en mengbaar onder voorwaarden. De percelen zonder data zijn geen bedrijven maar betreffen woningen. De aanwezigheid van een LPG-gasvulpunt aan de Pettemerstraat vormt een mogelijk risico voor de ontwikkelpotentie. Er worden stappen gezet om het gasvulpunt op te heffen om woningbouw mogelijk te maken. In de fasering wordt hier rekening mee gehouden.
Viaanse Molen In de Viaanse Molen is de overgrote meerderheid van de bedrijven mengbaar. De volkstuinvereniging levert geen aanzienlijke milieuhinder op. In het noordelijke deel van het gebied is sprake van moeilijk mengbare bedrijvigheid Het bedrijf zal na 2026 niet meer in bedrijf zijn en heeft daarna geen invloed op de ontwikkeling van dit gebied.
Passende beoordeling De Commissie mer geeft in haar advies aan dat het MER onvoldoende inzicht geeft in de gevolgen van de gebiedsontwikkeling voor Natura 2000-gebieden. In het MER zijn deze effecten wel inzichtelijk gemaakt. Ter verduidelijking is in de bijlage een passende beoordeling opgenomen, waarin deze effecten inzichtelijk zijn gemaakt. Van de ontwikkelingen binnen het Alkmaars Kanaal heeft met name de ontwikkeling/uitbreiding van woningbouw, werken en voorzieningen een risico op toename van stikstofdepositie en daarmee een risico op significante gevolgen op Natura 2000-gebieden. Deze effecten verdienen op voorhand aandacht in de vervolgbesluiten. Door de langere doorlooptijd en het abstractieniveau van de plannen kunnen mogelijke significante effecten op Natura 2000-gebieden op dit moment niet met zekerheid worden uitgesloten. Omdat er zowel in de aanlegfase als gebruiksfase mogelijkheden zijn om significante negatieve effecten effectief te beperken is tegelijkertijd ook niet op voorhand sprake van significant negatieve effecten of met zekerheid onuitvoerbare ontwikkelingen.
Wanneer concretisering van keuzes plaatsvindt in bijvoorbeeld opvolgende omgevingsplanwijzigingen, en omgevingsvergunningen en er meer duidelijkheid is over de omvang van de verschillende ontwikkelingen, zal nader onderzoek nodig zijn naar effecten op Natura 2000-gebieden en de mogelijkheden om negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken. Er moet dan een Voortoets of een Passende Beoordeling op projectniveau worden uitgevoerd.
blad 3 van 5
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Reactie advies Commissie mer en aanvulling MER
Er is op basis van deze passende beoordeling geen indicatie dat de voorgestelde ontwikkelingen van het Alkmaars Kanaal op voorhand niet uitvoerbaar zouden zijn. Er zijn voldoende mogelijkheden om maatregelen te treffen waarmee voorkomen kan worden dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden aangetast worden. Met maatregelen leiden de plannen niet tot significante effecten. Stikstof is en blijft wel voor alle ontwikkelingen een aandachtspunt en mogelijk risico, gezien de grote “reikwijdte” van stikstofeffect en de vanuit jurisprudentie steeds strenger wordende regels hoe met stikstof om te gaan.
Kansen voor biodiversiteit De Commissie mer geeft in haar advies aan dat in het MER Alkmaars Kanaal geen beschouwing is opgenomen van de positieve effecten van de natuurinclusieve ontwikkeling van de deelgebieden op de biodiversiteit in de stad. Met de transformatie ligt veel nadruk op het creëren van toegevoegde waarde voor biodiversiteit door een samenhangend pakket van maatregelen en kaders. De omgevingsvisie, het groenbeleidsplan en het beleidsplan klimaatadaptatie geven kaders voor het behouden en versterken van de biodiversiteit. Deze kaders vormen het uitgangspunt voor de ontwikkeling. Groen en natuur inclusief ontwerpen, bouwen en inrichten is hierbij de standaard. Daardoor zal per saldo de bijdrage aan biodiversiteit positief zijn. Onderdeel van de gebiedsontwikkeling is de aanleg van het Kanaalpark, een groene ecologische zone langs het kanaal die de verschillende deelgebieden met elkaar en de bestaande stad verbindt. Ook in de deelgebieden zelf wordt ingezet op een grote mate van vergroening en de aanleg van parkzones. Dit biedt veel kansen voor de versterking van de biodiversiteit. Deze kansen worden op verschillende manieren benut: op perceelniveau wordt gebruik gemaakt van natuurinclusieve elementen, zoals groene daken en gevels, en de spelregel 20% volle grond per perceel.
Op deelgebiedniveau wordt ingezet op groen-blauwe dooradering, door de aanleg van nieuwe groene hoven, parken en pleinen. Ook wordt het straatbeeld vergroend met groenstroken en wadi’s. Bij het ontwerp van deze groen-blauwe dooradering is aandacht voor inheemse vegetatie en natuurvriendelijke oevers. In onderstaande tabel is per deelgebied inzichtelijk gemaakt welke specifieke kansen er zijn om de biodiversiteit te versterken. Tabel 2: Maatregelen die bijdragen aan biodiversiteit per deelgebied
Oudorp
• • • •
Overdie
• • • • •
Overstad
• • • • • • • •
Aanplant van bomenrijen langs de Westfriese Omringdijk en de aanleg van begeleidende wadi’s/sloten; Aanleg van groene pleinen en (kindvriendelijke) groenstructuren in het gebied; Groener straatprofiel; Versterking van groene verbindingen, bijvoorbeeld tussen Park Oosterhout en de Oudorper Polder; Ontwikkeling Kanaalpark met robuuste wadi’s, kruidenrijke vegetatie, middelhoge heesters en kleine bomen; Aanleg van een rij bomen van de eerste orde, van een inheemse soort langs de langzaam verkeerroute in het Kanaalpark; Aanleg van nieuw groen langs de Bestevaerstraat; Ontwikkeling van groene erven tussen woningen (met ten minste één boom); Ontwikkeling van het Schegpark met ruige kruidenrijke vegetatie, middelhoge heesters en kleine bomen; Gebruik van verschillende soorten bomen langs wegen. Aanleg van groenstrook langs Koedijkerstraat; Toevoegen van stedelijke voortuinen en wadi’s langs de Pettemerstraat; Versterken van ecologische zone langs het spoor; Aanleg van groene verbindingsstraatjes; Vergroening van kades; Aanleg van nieuwe parken: centraal park en buurtparken/groene verblijfsplekken; Aanplanten van bomen op Huiswaarderplein;
blad 4 van 5
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Reactie advies Commissie mer en aanvulling MER
Stationsgebied
Viaanse Molen
• • • • • • • • • •
Aanleg van groene hoven; Aanleg van een ecologische zone langs de Houtvaart door toepassing van zachte groene oevers en de aanleg van een brede parkstrook; Ontwikkeling van een groene boulevard en groene lopers naar het station; Aanleg van nieuwe parken: Watertorenpark en park Zocherbuurt; Aanleg Kanaalpark Aanleg Landschapspark tussen de ontwikkeleilanden, met grote ecologische waarde; Aanleg van natuurvriendelijke oevers, structuurrijke vegetatie met inheemse soorten en beplanting gericht op doelsoorten; Meer ruimte voor water en plas-draszones; Groen-blauwe dooradering van woonmilieus; Behoud en inpassing van bestaande waardevolle bomen
Bijlage: Passende beoordeling Alkmaars Kanaal
blad 5 van 5
Passende beoordeling Alkmaars Kanaal
datum auteur Projectnummer
20 oktober 2025 Thijs van Uijtregt 0476515.100
Inhoudsopgave
1.
1.
Aanleiding en planvoornemen ........................................................................................................................ 1
2.
Aanleiding en doel passende beoordeling ...................................................................................................... 2
3.
Effectbeschrijving en -beoordeling .................................................................................................................. 2
4.
Aanbevelingen/mitigerende maatregelen ...................................................................................................... 5
5.
Conclusie ......................................................................................................................................................... 6
Aanleiding en planvoornemen De gemeente Alkmaar is voornemens zes deelgebieden langs het Noordhollandsch Kanaal te herontwikkelen. In totaal gaat het om de toevoeging van circa 12.000 woningen en 80 ha werkgelegenheid (voorzieningen en werklocaties). De exacte woningbouwaantallen en omvang van werkgelegenheid en de verdeling over de deelgebieden ligt nog niet vast. De zes deelgebieden worden verder uitgewerkt (wijzigingen van) omgevingsplannen of andere besluiten. Voor Alkmaars Kanaal is een omgevingsbeeld opgesteld. Per deelgebied is dit uitgewerkt in ontwikkelbeelden, waar een schets van de toekomstige situatie gegeven is 1. Voor de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal wordt de mer-procedure doorlopen en een MER opgesteld. Het MER neemt het programma uit de ontwikkelbeelden/ontwikkelkaders als uitgangspunt, dit is in figuur 1 weergegeven.
Figuur 1: Ligging van de plangebieden binnen Alkmaar. Bron: gemeente Alkmaar.
1
Het Omgevingsbeeld en de ontwikkelbeelden zijn te raadplegen op: https://www.alkmaar.nl/alkmaarskanaal/
Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 7
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Passende Beoordeling
2.
Aanleiding en doel passende beoordeling De plannen van het Alkmaars Kanaal bevatten richtinggevende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving voor dit plangebied. Op voorhand is niet uit te sluiten dat dit kan leiden tot significante gevolgen op Natura 2000gebieden, in ieder geval door het mogelijke stikstofdepositie-effect en de recreatiedruk. Daarom dient op grond van de Omgevingswet een passende beoordeling te worden opgesteld. De Passende Beoordeling is een wettelijk verplichte toets voor zowel alle projecten, als voor plannen (in principe alle activiteiten in alle sectoren in de industrie, mobiele infrastructuur, scheepvaart, huishoudens en de luchtvaart) waarvan significante gevolgen op Natura 2000-gebieden op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Voor projecten kan de Passende Beoordeling de basis vormen voor een aanvraag omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit. Voor plannen is geen sprake van een vergunningplicht, maar er dient wel voldoende aannemelijk te worden gemaakt dat het plan niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied. Het doel van een passende beoordeling voor een richtinggevend/kaderstellend plan is: • Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van de mogelijke activiteiten.
• Het beschrijven van mogelijke bronmaatregelen, mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. • Waar relevant: het benoemen van kansen op positieve effecten voor het Natura 2000-netwerk. Het detailniveau van de passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van de plannen. Gezien het nog relatief abstracte karakter van de plannen betreft de passende beoordeling daarom met name een verkennende/ agenderende risico-inschatting. Concrete en definitieve toetsing op en eventueel benodigde passende beoordeling van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vindt plaats in verdere fasen van plan- en besluitvorming, wanneer het voornemen concreter is uitgewerkt en wordt vastgelegd in concrete besluiten, zoals een wijziging van het omgevingsplan en/of vergunningen.
3.
Effectbeschrijving en -beoordeling De deelgebieden liggen niet in een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn “NoordHollands duinreservaat” en “Schoorlse duinen”. Beide gebieden liggen tussen de 3 en 4 kilometer afstand ten westen van de deelgebieden (zie figuur 2). Beide gebieden zijn beschermd op basis van de Habitat- en Vogelrichtlijn. Het Vogel- en Habitatrichtlijngebied Eilandspolder ligt op 4,2 km afstand ten zuidoosten van de deelgebieden. Binnen een straal van 15 kilometer liggen nog drie andere Natura 2000-gebieden. De genoemde Natura 2000-gebieden liggen - gezien de afstand en het gebruik van het tussenliggende gebied buiten het invloedsgebied van storingsfactoren, zoals verdroging of geluid- en lichtverstoring (zowel in de aanlegals gebruiksfase), met uitzondering van effecten door toename van recreatiedruk door de nieuwe bewoners en door verzuring en vermesting (stikstofdepositie).
blad 2 van 7
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Passende Beoordeling
Figuur 2: Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (rode lijn). Bron: AERIUS-calculator, versie 2022.
Risicobeoordeling In deze paragraaf worden de keuzes binnen de plannen beoordeeld met betrekking tot de risico’s op het veroorzaken van significante gevolgen op N2000-gebieden. Het doel van deze beoordeling is het signaleren van beleidskeuzes waarvan de uitvoerbaarheid, vanwege effecten op het Natura 2000-netwerk, onzeker is. In dat geval moeten in (de uitwerking van) de visie maatregelen worden opgenomen die de negatieve effecten voldoende verzachten zodat aannemelijk gemaakt kan worden dat het beleid uitvoerbaar is. Dit kan alleen aan de orde zijn voor projecten/beleidskeuzes die al voldoende concreet zijn en beoordeeld kunnen worden. De beoordeling van de storingsfactoren is gebaseerd op informatie uit de relevante NDA’s, beheerplannen, gebiedsanalyses. Voor de beoordeling is de stoplichtkleuren-methode toegepast. In tabel 1 is het beoordelingskader hiervoor opgenomen. In tabel 2 is de risico-beoordeling van de plannen beschreven. Vervolgens zijn de effecten toegelicht. Tabel 1: Beoordelingskader.
Risico op significante gevolgen Uitvoerbaarheid twijfelachtig, ook met mitigerende/compenserende maatregelen nog steeds groot risico op significante effecten. Mitigatievoorstel in deze passende beoordeling Uitvoerbaarheid niet onmogelijk maar grote opgave voor mitigerende/compenserende maatregelen in vervolgbesluiten om significante gevolgen te kunnen uitsluiten Uitvoerbaar met mitigerende maatregelen in vervolgbesluiten, in dat geval zijn significante gevolgen uit te sluiten Zonder meer uitvoerbaar, significante effecten kunnen worden uitgesloten, mits aan relatief eenvoudige randvoorwaarden voldaan wordt Zonder meer uitvoerbaar, significante effecten kunnen worden uitgesloten
blad 3 van 7
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Passende Beoordeling
Tabel 2: Risico-beoordeling plannen
Invloed plannen op Natura 2000
Risico’s op (significante) gevolgen
Randvoorwaarden voor uitwerking project/beleid in vervolgbesluiten
Meer woningen leiden tot verstoring door toename recreatiedruk (verstoring door geluid, betreding, honden).
Ontwikkelingen liggen op grotere afstand van Natura 2000-gebieden, maar zijn voor wandelaars die een langere wandeling willen maken, of voor fietsers nog goed te bereiken. De Natura 2000-gebieden staan onder druk door de toenemende recreatie in de natuurgebieden. Door deze verstoring is er een kans dat significant negatieve gevolgen kunnen ontstaan.
Tijdige realisatie van de groenstructuren, van voldoende omvang en van goede kwaliteit, de realisatie van die groenvoorzieningen dient gelijk op te gaan met de ontwikkeling van de woningbouw. Daarbij dient aandacht te worden besteed aan ruimte voor diverse vormen van recreatie en aan honden(losloopgebieden).
Meer woningen kan leiden tot extra verkeer en inzet materieel met als gevolg effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie.
Invloed van stikstofdepositie kan tot op grote afstand optreden en effect hebben op stikstofgevoelige N2000-gebieden. De gebieden in de omgeving zijn stikstofgevoelig en bevindt zich deels in een overbelaste situatie. Risico op significante gevolgen is niet uit te sluiten.
Toepassen van schone(re) technieken tijdens de realisatie van de woningen. Realisatie van woningen die de milieudruk beperken. Maatregelen om de verkeersaantrekkende werking te beperken. Saldering. Inzetten van Landinrichting 2.0.
Toelichting recreatiedruk De ontwikkelgebieden RWZI en Viaanse Molen liggen - weliswaar op de grens - binnen het bereik van mensen die een langere wandeling willen maken vanuit hun woning. Daarvoor wordt de grens op circa 5 km aangehouden gebaseerd op de Nationale Wandelmonitor 20212. Wandelingen worden in deze monitor - waar mogelijk onderverdeeld in: • Ommetjes (tot maximaal 1 uur) – een wandeling van circa 20 minuten tot ongeveer een uur. Voor de ommetjes liggen de Natura 2000-gebieden te ver weg. • Wandelingen (5-10 km) – een wandeling van ongeveer 1 uur tot 2,5 uur. Voor deze wandelingen liggen de Natura 2000-gebieden op de grens van de bereikbaarheid. • Dagwandeling (>10 km) – een wandeling van 2,5 uur of mee. Voor deze wandelingen zijn de Natura 2000gebieden goed te bereiken. Deze wandelingen worden door een beperkter aantal mensen gemaakt (30% van de Nederlanders, gemiddeld 26 wandelingen per jaar). Echter, deze wandelaars zijn bereid verder te reizen en zullen niet altijd de meest nabijgelegen gebieden bezoeken. Voor wandelingen van 10 kilometer of meer is bijna een kwart (23%) bereid om meer dan 50 kilometer te reizen. De toename in recreatie kan negatieve gevolgen met zich meebrengen. Zo kan het zijn dat er meer geluids- en lichtverstoring plaats kan vinden ten gevolge van toenemende wandelaars en verkeer.
Recreatie kan ook directe gevolgen met zich meebrengen, zoals vertrapping, honden en overige aantasting. Hierdoor kunnen instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden in het geding komen. Binnen de ontwikkeling van het Alkmaars Kanaal zijn maatregelen voorgesteld om een toename van recreatiedruk in de betreffende Natura 2000-gebieden te voorkomen. Deze maatregelen zijn onder andere het verbeteren van bestaande recreatiegebieden buiten beschermde gebieden en het aanleggen/inrichten van nieuwe recreatiegebieden. In het rapport Gezondheid en recreatie MER Alkmaars Kanaal (Antea Group, 2023) staan de betreffende maatregelen beschreven.
Toelichting stikstofdepositie Effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie zijn tijdens de realisatie- en gebruiksfase niet op voorhand uit te sluiten. De ontwikkeling leidt tot een toename van verkeer, wat leidt tot toename van stikstofemissies. Ook de realisatiefase zorgt door de inzet van machines en aanvoer van materialen en personeel voor stikstofemissies. Er is in eerste aanleg een verkennend stikstofonderzoek inclusief AERIUS-berekeningen uitgevoerd om te bepalen of deze emissies leiden tot toename van stikstofdepositie. In dit Onderzoek Stikstofdepositie (Antea Group, 2024) komt een toename van stikstofdepositie naar voren als gevolg van de voorlopige plannen, zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase.
blad 4 van 7
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Passende Beoordeling
4.
Aanbevelingen/mitigerende maatregelen Op basis van de geïdentificeerde effecten en risico’s kan geconcludeerd worden dat (significant) negatieve effecten door nieuwe ontwikkelingen van de plannen van het Alkmaars Kanaal niet op voorhand uit te sluiten zijn. Daarom is onderstaand een inventarisatie en analyse van mogelijke (mitigerende) maatregelen opgesteld om eventuele effecten te voorkomen dan wel te beperken tot een niet significant effect. Wat het niveau van de aanbevelingen/mitigerende maatregelen betreft: de passende beoordeling wordt op een abstractieniveau uitgevoerd dat aansluit bij het abstractieniveau van de plannen van het Alkmaars Kanaal. Op hetzelfde niveau worden aanbevelingen/maatregelen benoemd om effecten te voorkomen, beperken of compenseren.
Natuurinclusieve aanpak van de ontwikkeling Een belangrijk aspect voor het voorkomen van significante gevolgen is het uitvoeren van de beleidsvoornemens uit de plannen die een positief effect hebben op milieu en natuur, zoals het mobiliteitsbeleid met bijbehorende maatregelen, het duurzaamheidsbeleid gericht op de ontwikkeling van een duurzaam energiesysteem zonder gas en de aanleg van groen. De Natura 2000-doelen zijn ook afhankelijk van de natuurwaarden en milieucondities buiten het Natura 2000-netwerk. Door bij de verdere uitwerking van het beleid een natuurinclusieve aanpak te hanteren waarbij wordt gekeken op welke wijze natuur per saldo versterkt kan worden, kan uitvoering van het beleid bijdragen aan vergroting van de biodiversiteit in deze gebieden. Er liggen vanuit de plannen kansen om de milieudruk binnen het Natura 2000-netwerk zo te verlagen.
Duurzame mobiliteit Door het bevorderen van goede fiets-, wandel en OV-verbindingen en de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn kan er een belangrijk positief effect behaald worden. Door wonen, werken en voorzieningen dicht bij elkaar te realiseren wordt zoveel mogelijk nieuwe mobiliteit voorkomen. De inzet van deelmobiliteit, het stimuleren van P&R hubs bij treinstations en aan de stadsrand, en een goede bereikbaarheid van de OV-knooppunten draagt bij aan het verduurzamen van het mobiliteitssysteem, en met snelle doorfietsroutes vanuit de regio, een fijnmazig netwerk in de stad en voldoende ruimte voor fietsparkeren wordt fietsgebruik gestimuleerd.
Saldering van stikstofdepositie Salderen met verdwijnende stikstofbronnen op locatie mag, onder voorwaarden, gebruikt worden voor saldering met de nieuwe stikstofuitstoot. Dit wordt interne saldering genoemd. Jurisprudentie op dit vlak wordt wel steeds strenger, zie ook de Raad van State-uitspraken van 18 december 2024 waardoor intern salderen voortaan alleen in een passende beoordeling opgenomen mag worden, een project bij toepassing van saldering vergunningplichtig is3 en saldering is niet in alle gevallen mogelijk. Extern salderen is ook niet altijd kansrijk. Het probleem is dat niet zomaar aan te tonen is dat de stikstofgevende bronnen niet (meer) nodig zijn om de natuurdoelen te behalen. In het Onderzoek Stikstofdepositie (Antea Group, 2024) is saldering verkend. Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat saldering leidt tot een lagere stikstofbijdrage van de plannen. Op enkele Natura 2000 gebieden neemt de totale stikstofdepositie zelfs af. Risico bij inzet van saldering is het voldoen aan de additionaliteitstoets. Salderen wordt gezien als een mitigerende maatregel. Intern en extern salderen is daarom alleen mogelijk als voldaan wordt aan de eisen die gelden voor mitigerende maatregelen, waaronder het zogenoemde additionaliteitsvereiste.
Dit vereiste houdt kort gezegd in dat alleen gesaldeerd mag worden met stikstofdepositie, als het wegnemen van die stikstofdepositie niet al nodig is als een instandhoudingsmaatregel (artikel 6 lid 1 Hrl)4 of passende maatregel (artikel 6 lid 2 Hrl)5 die door de overheid moet worden genomen om te voldoen aan de verplichtingen die gelden ten aanzien van de betrokken Natura 2000-gebieden. Bij de verlening van de natuurvergunning kan het bevoegd gezag voldoen aan de additionaliteitstoets door uit te leggen welke andere maatregelen zijn of zullen worden getroffen, binnen welk tijdpad deze maatregelen worden uitgevoerd en wanneer verwacht wordt dat deze effectief zijn 6. Vooral de onderbouwing dat de mitigerende maatregel niet nodig is als passende maatregel is meestal niet 100% te onderbouwen. De noodzakelijke daling is vaak heel groot (honderden molen) en op basis van nu bekende maatregelen (landelijk/provinciaal) zijn deze niet
blad 5 van 7
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Passende Beoordeling
voldoende voor een daling binnen afzienbare termijn. Dit leidt dus tot een risico dat dit niet de toets van Raad van State doorstaat.‘
Programmatische aanpak stikstofemissies De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om stikstofemissies binnen de gemeente in beeld te brengen en aan te pakken door middel van de programmatische aanpak. Met de programmatische aanpak kan ontwikkelruimte gecreëerd worden door een samenhangend pakket van maatregelen om stikstofemissies te verminderen en activiteiten die leiden tot stikstofemissies samen te stellen. In het omgevingsplan kan de programmatische aanpak gekoppeld worden aan de beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit. Het programma bevat dan maatregelen om te kunnen voldoen aan de omgevingswaarde of andere doelstellingen achter die regels. Zo kunnen ontwikkelingen binnen de gemeente mogelijk gemaakt worden, zonder dat dit leidt tot aantasting van Natura 2000-gebieden of zelfs -afhankelijk van de gekozen doelstelling- leidt tot een afname van verstoring. Binnen de gemeente Alkmaar is een stikstofteam opgezet om gemeentebreed en in samenwerking met provincie, regiogemeenten, waterschappen en andere betrokken partijen aan de slag te gaan om tot herijkte plannen voor een gebiedsgerichte provinciale en interregionale stikstofaanpak te komen bij o.a. bouw- en infrastructurele projecten. Dit kan helpen om ook ontwikkelingen zonder (interne) salderingsopties mogelijk te maken.
Onderdeel van de stikstofaanpak is het verkennen van een nieuwe aanpak voor de toekomst van het landelijk gebied (Landinrichting 2.0). De aanpak richt zich op het verlagen van de stikstofneerslag in kwetsbare natuurgebieden en het creëren van toekomstperspectief voor de landbouw, met een focus op samenwerking en herverkaveling. Het in de Omgevingswet opgenomen kader voor landinrichting kan hierbij behulpzaam zijn. Dat instrumentarium biedt de overheid de mogelijkheid om -gericht- doelen voor biodiversiteit, water en klimaat te realiseren. Anderzijds krijgt de agrarische sector hiermee de kans een gebied toekomstbestendig in te richten. Het gaat hierbij niet om de aloude ruilverkaveling met focus op landbouw alleen, maar om een vorm van landinrichting die aansluit bij de meervoudige opgaven waarmee het landelijk gebied te maken heeft.
Maatregelen in de realisatiefase Om stikstofuitstoot tijdens de realisatiefase te beperken, kunnen mitigerende maatregelen genomen worden zoals het gebruik van elektrisch bouwmaterieel en het beperken van bouwverkeer, het (tijdelijk) beperken van emissies, en het treffen van maatregelen voor flora en fauna, zoals het vermijden van verstoring tijdens broedseizoenen of het aanleggen van compenserende leefgebieden. Ook door een goede fasering van grote woningbouw- of infrastructurele projecten en het voorkomen van gelijktijdige realisatie kunnen negatieve effecten worden beperkt. Dit geldt niet alleen voor plannen binnen de gemeentegrenzen en vraagt dan ook om afstemming en samenwerking met de omliggende gemeenten en de provincie.
Verkleining ontwikkeling Tot slot kan het stikstofeffect van een ontwikkeling worden verminderd door de ontwikkeling te verkleinen: minder woningen, minder m2 werklocaties en voorzieningen. Op projectniveau kunnen de verschillende onderdelen van het programma beschouwd worden als ontwikkelingen die niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Deze dienen in de project-toets N2000-gebiedsbescherming apart te worden beoordeeld.
5.
Conclusie De plannen voor het Alkmaars Kanaal omvatten een aantal ontwikkelingen die een kans op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk op omliggende Natura 2000-gebieden met zich meebrengen. Daarom is er een passende beoordeling opgesteld. Het doel van een passende beoordeling is het nader signaleren van beleidskeuzes waarvan de uitvoerbaarheid, vanwege effecten op het Natura 2000-netwerk, onzeker is. In dat geval moet aannemelijk gemaakt worden dat de plannen “niet evident onuitvoerbaar” zijn (Omgevingswet term). Van de ontwikkelingen binnen het Alkmaars Kanaal heeft met name de ontwikkeling/uitbreiding van woningbouw, werken en voorzieningen een risico op toename van stikstofdepositie en daarmee een risico op significante gevolgen op Natura 2000-gebieden. Deze effecten verdienen aandacht in de vervolgbesluiten.
blad 6 van 7
datum 20 oktober 2025 projectnummer 0476575.100 betreft Passende Beoordeling
Door de langere doorlooptijd en het abstractieniveau van de plannen kunnen mogelijke significante effecten op Natura 2000-gebieden op dit moment niet met zekerheid worden uitgesloten. Omdat er zowel in de aanlegfase als gebruiksfase mogelijkheden zijn om significante negatieve effecten effectief te beperken is tegelijkertijd ook niet op voorhand sprake van significant negatieve effecten of met zekerheid onuitvoerbare ontwikkelingen. Wanneer concretisering van keuzes plaatsvindt in bijvoorbeeld opvolgende omgevingsplanwijzigingen, en omgevingsvergunningen en er meer duidelijkheid is over de omvang van de verschillende ontwikkelingen, zal nader onderzoek nodig zijn naar effecten op Natura 2000-gebieden en de mogelijkheden om negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken. Er moet dan een Voortoets of een Passende Beoordeling op projectniveau worden uitgevoerd. Er is op basis van deze passende beoordeling geen indicatie dat de voorgestelde ontwikkelingen van het Alkmaars Kanaal op voorhand niet uitvoerbaar zouden zijn. Er zijn voldoende mogelijkheden om maatregelen te treffen waarmee voorkomen kan worden dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden aangetast worden. Met maatregelen leiden de plannen niet tot significante effecten.
Stikstof is en blijft wel voor alle ontwikkelingen een aandachtspunt en mogelijk risico, gezien de grote “reikwijdte” van stikstofeffect en de vanuit jurisprudentie steeds strenger wordende regels hoe met stikstof om te gaan.
blad 7 van 7