Bijlage 2. Toelichting en regels Bestemmingsplan Geluidszonering Overdie
Tekst van het document
Bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie Gemeente Alkmaar Vastgesteld
Bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie Gemeente Alkmaar Vastgesteld
Rapportnummer:
P04161
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0361.BP00189-0305
Datum:
3 oktober 2025
Opdrachtgever:
Gemeente Alkmaar
Projectteam Movares | BRO Adviseurs B.V.:
TAu, TSc
Concept:
november 2023
Voorontwerp:
-
Ontwerp:
december 2023
Vaststelling:
-
Kaft:
Movares | BRO Adviseurs B.V., abstract
Movares | BRO Adviseurs B.V. Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T +31 (0)73 208 91 55 info.bro@movares.nl www.movares.com
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1Aanleiding 1.2Plangebied 1.3Vigerende bestemmingsplannen 1.4Leeswijzer
2 2 2 4 5
2.BELEIDSKADER 2.1Wet geluidhinder 2.2Gemeentelijk geluidbeleid
6 6 7
3.ONDERZOEK EN VERANTWOORDING 3.1Modellering 3.2Effecten dezonering op geluidgevoelige bestemmingen
9 9 11
4.JURIDISCHE TOELICHTING
14
5.UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
15 15 15
5.2.1 Bestuurlijk overleg 5.2.2 Zienswijzen
15 15
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Maatwerkvoorschriften Bijlage 3: Geluidreductieplan Bijlage 4: Nota van Beantwoording zienswijzen
Inhoudsopgave
1
Toelichting
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding In de wijk Overdie, in het zuiden van de stad Alkmaar, is het bedrijventerrein ‘Overdie’ gelegen. Het bedrijventerrein kent verschillende soorten bedrijvigheid. Op het bedrijventerrein zijn geluidzoneringsplichtige bedrijven (van categorie 1 t/m 4) toegestaan. Rondom het bedrijventerrein is een geluidszone vastgesteld. De gemeente Alkmaar heeft het voornemen maatregelen te treffen in de komende 5 jaar om de geluidbelasting binnen die periode voor het hele industrieterrein te verminderen tot beneden de bedoelde grenswaarden. Deze wens leidt tot een vraagstuk rondom het ‘herzoneren/dezoneren’ van het bedrijventerrein. Geluidszones van industrieterrein kunnen krachtens artikel 41, 1e lid van de Wet geluidhinder (Wgh) alleen worden gewijzigd bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan. In dit geval is de geluidszone van het bedrijventerrein Overdie niet alleen gelegen in het geldende bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’, maar ook op de omliggende bestemmingsplannen ‘Noordhollands Kanaal’ en ‘Jaagpad Oost’. Onderhavig (paraplu)bestemmingsplan geeft invulling aan de dezonering. Hierdoor zijn tevens de maatregelen uit het geluidreductieplan niet meer vereist.
Middels dit door de raad vast te stellen paraplubestemmingsplan worden de regels en planverbeelding aangaande industrielawaai in de onderliggende plannen in één keer gewijzigd.
1.2 Plangebied Dit paraplubestemmingsplan heeft betrekking op bedrijventerrein ‘Overdie’ in de gelijknamige wijk in Alkmaar en omliggende gebieden, waar op dit moment een geluidszone van kracht is. Op de volgende figuren is de ligging weergegeven.
Hoofdstuk 1
2
Figuur 1.1: Ligging bedrijventerrein Overdie in Alkmaar
Bedrijventerrein Oudorp Omval Bedrijventerrein Overdie
Bedrijventerrein Boekelermeer Figuur 1.2: 3D-aanzicht bedrijventerrein Overdie met omgeving
Hoofdstuk 1
3
1.3 Vigerende bestemmingsplannen Voor het bedrijventerrein Overdie is het bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’ (d.d. 16 mei 2013) vigerend. Een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’ is weergegeven in figuur 1.3. In dit bestemmingsplan zijn voor de bedrijven op het bedrijventerrein Overdie de bestemming ‘Bedrijf – 1’ en ‘Bedrijf – 2’ opgenomen.
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’
Binnen de bestemming ‘Bedrijf -1’ zijn bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan. Binnen de bestemming ‘Bedrijf – 2’ zijn ook bedrijven uit categorieën 3 en 4 toegestaan. Hier zijn ook de geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan. Het gehele bedrijventerrein is een gezoneerd industrie-/bedrijventerrein als bedoeld in de Wet geluidhinder. Rondom dit gezoneerde industrieterrein ligt de geluidzone zowel in het bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’ als de bestemmingsplannen ‘Noordhollands Kanaal’ en ‘Jaagpad Oost’. De geluidszone en de ligging ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen in de omgeving is weergegeven in figuur 1.3. De geluidszone heeft in de geldende bestemmingsplannen de gebiedsaanduiding ‘geluidszone – industrie’ gekregen. Deze geluidszone is in het noorden al voor een groot deel geherzoneerd in het kader van het bestemmingsplan “Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp” (d.d. 25 maart 2021). Het bedrijventerrein Overdie heeft in dat paraplubestemmingsplan een nieuwe geluidszone gekregen. Het nog te dezoneren deel bevindt zich voornamelijk aan de oost- en westzijde van bedrijventerrein Overdie. Dit is afgebeeld in figuur 1.4.
Hoofdstuk 1
4
Figuur 1.4: Herzonering geluidszones
In deze bestemmingsplannen geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding het volgende: 29.1 Doel aanduiding Ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone-industrie' liggen de geluidszones vanwege de bedrijventerreinen Oudorp, Overdie en Boekelermeer. De geluidsbelasting buiten deze zone mag niet meer bedragen dan 50 dB (A). 29.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt voor het bouwen van hoofdgebouwen ten behoeve van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, de volgende regel: a. de geluidsbelasting, afkomstig van industrielawaai, van de gezoneerde bedrijventerreinen Overdie, Oudorp en Boekelermeer, bedraagt ten hoogste 50 dB(A) of ten hoogste de hogere vastgestelde geluidwaarde.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin ingegaan wordt op het beleidskader. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geluidsonderzoek wat is gedaan en op hoe de herzonering in dit bestemmingsplan is vormgegeven. In hoofdstuk 4 wordt kort de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komen de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 1
5
2.
BELEIDSKADER 2.1 Wet geluidhinder Algemene systematiek geluidzonering Rondom industrieterrein Overdie is in 2008 een zone vastgesteld krachtens artikel 53 van de Wet geluidhinder (Wgh). De geluidbelasting ten gevolge van alle bedrijven op het industrieterrein, dient op de zonegrens maximaal 50 dB(A)-etmaalwaarde te bedragen. Voor geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone, zijnde het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens, gelden ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen die zijn vastgelegd in hogere waarde besluiten. Geluidzonering is een belangrijk ruimtelijke ordeningsinstrument om geluidbelastende functies te scheiden van geluidgevoelige bestemmingen. Het doel van het vaststellen van een geluidzone is tweeledig. Enerzijds worden geluidgevoelige functies (zoals woningen) beschermd tegen een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai. Anderzijds wordt door het vastleggen van een geluidzone de maximale geluidruimte gedefinieerd waarover bedrijven op het gezoneerde industrieterrein gezamenlijk kunnen beschikken. Zowel bij de vaststelling van ruimtelijke plannen als bij het verlenen van omgevingsvergunningen dient rekening te worden gehouden met de geluidzone rond een industrieterrein.
Vastleggen van een nieuwe geluidzone Indien bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een provinciaal inpassingsplan aan gronden een zodanige bestemming wordt gegeven dat daardoor een industrieterrein (waarop zoneringsplichtige activiteiten zijn toegestaan) ontstaat, wordt daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone vastgesteld, waarbuiten de geluidbelasting vanwege de representatieve bedrijfssituatie op dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Vanwege de zoneringssystematiek blijft de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen buiten de zone beperkt tot ten hoogste 50 dB(A). Binnen de zone gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder worden grenzen gesteld aan de geluidbelasting vanwege het industrieterrein bij woningen (uitgezonderd recreatiewoningen), andere geluidgevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen) en geluidgevoelige terreinen (bijvoorbeeld standplaatsen voor woonwagens en ligplaatsen voor woonboten) binnen de zone van het industrieterrein. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting vanwege het industrieterrein ter plaatse van woningen binnen een vast te stellen zone is in eerste aanleg 50 dB(A).
Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidbelasting kan in afwijking hiervan een hogere waarde worden vastgesteld tot 55 dB(A) voor nieuwe woningen en 60 dB(A) voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen. Voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen geldt eveneens een maximale hogere waarde van 60 dB(A).
Hoofdstuk 2
6
Hogere waarden worden vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders, voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. Beide besluiten worden gelijktijdig ter inzage gelegd. Ligplaatsen voor woonschepen, indien deze vóór 1 juli 2012 zijn aangewezen in een gemeentelijke verordening, worden niet aangemerkt als geluidgevoelig totdat de Omgevingswet in werking is getreden. Randvoorwaarden bij wijzigen van een geluidzone Op hoofdlijnen zijn de randvoorwaarden bij wijziging van een bestaande geluidzone vergelijkbaar met die van de vastlegging van een nieuwe geluidzone: ook bij wijziging van een bestaande geluidzone mag buiten de zone geen sprake zijn van een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A). Voor woningen die thans binnen de nieuwe zone komen te liggen kunnen hogere waarden worden vastgesteld tot 55 dB(A) voor nieuwe woningen en 60 dB(A) voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen (artikel 55, vierde lid Wgh). Bij wijziging van een bestaande zone geldt voor (bestaande) woningen die binnen de gewijzigde zone blijven liggen dat een verhoging van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting maximaal 5 dB(A) (artikel 55, derde lid Wgh) mag bedragen tot een maximum van 60 dB(A).
2.2 Gemeentelijk geluidbeleid Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) als kader om tot een goede beoordeling van een plan te komen. De Wro kent daarbij geen grenswaarden. Bij realisatie van geluidgevoelige functies in de gemeente Alkmaar is daarom het gemeentelijk beleid van toepassing. In het 'Beleid hogere waarden Wet geluidhinder gemeente Alkmaar 2016' (hierna: hogere waarden beleid) is het geluidbeleid voor hogere grenswaarden en het beoordelingskader voor cumulatieve geluidniveaus binnen de gemeente Alkmaar vastgelegd. Bij ontwikkelingen binnen het kader van de Wgh dient de systematiek van het hogere waarden beleid in acht te worden genomen. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening kan bij dit beleid worden aangesloten. Het beleid stelt onder meer randvoorwaarden bij het verlenen van hogere waarden conform de Wgh. Voor woningen geldt dat tenminste één gevel geluidluw dient te zijn, indien de geluidbelasting op de gevel de voorkeursgrenswaarde met meer dan 5 dB(A) overschrijdt. Het begrip geluidluw is daarbij gedefinieerd als een geluidbelasting gelijk aan of lager dan de voorkeursgrenswaarde per bron en per zone. Verder dienen de verblijfsruimten van woningen voor ten minste 30% aan de geluidluwe zijde te zijn geprojecteerd.
Indien sprake is van een buitenruimte is deze in beginsel aan de geluidluwe zijde gesitueerd, behalve bij overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde van ten hoogste 5 dB(A). Bij de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting wordt een waarde die de maximaal toelaatbare geluidbelasting van die betreffende bron niet overschrijdt zonder meer toelaatbaar geacht. Een hogere gecumuleerde geluidbelasting kan alsnog acceptabel worden geacht na een bestuurlijke afweging, waarbij onder andere het binnenniveau in de woning wordt betrokken.
Hoofdstuk 2
7
Bij het bepalen van het binnenniveau in een woning wordt altijd uitgegaan van de gecumuleerde gevelbelasting ten gevolge van alle wegen (inclusief 30 km wegen). Omdat bij de herzonering of dezonering geen sprake zal zijn van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, is feitelijk sprake van het voortbestaan van de huidige akoestische situatie, waarbij de woningen niet meer op het geluidgezoneerde industrieterrein komen te liggen, maar binnen de zone. Het gemeentelijk beleid is op deze situatie niet van toepassing. Het geluidbeleid is niet van toepassing, omdat er sprake is van een grens voor industrielawaai van 55 dB(A). Het geluidbeleid is alleen van toepassing als er sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van meer dan 5 dB(A).
Hoofdstuk 2
8
3.
ONDERZOEK EN VERANTWOORDING Door Peutz is een onderzoek uitgevoerd naar de herzonering van de geluidszone van het bedrijventerrein Overdie1. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij onderhavig bestemmingsplan. Hier wordt dan ook naar verwezen. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen, resultaten en conclusies beschreven.
3.1 Modellering Beleving van geluidbelasting rondom industrieterrein Het beoordelen en beheren van de geluidbelasting van een industrieterrein als Overdie kan alleen door middel van een akoestisch rekenmodel. In dit zogenaamde zonebeheermodel zijn alle akoestisch relevante geluidbronnen opgenomen. Het zonebeheer betreft de gemiddelde geluidniveaus (langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT). Maximale geluidniveaus (LAmax) worden niet door de zonebeheerder getoetst, maar gereguleerd middels de omgevingsvergunning of door de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Het meten van het geluid in de omgeving van een industrieterrein teneinde op deze wijze het industrielawaai te monitoren c.q. te beheren is om de volgende redenen niet zinvol: • het meten van het geluid zal altijd een momentopname zijn waarvan niet vaststaat of de maximale representatieve bedrijfssituatie bij de bedrijven zich heeft voorgedaan; • bij de geluidmetingen zullen ook de bijdragen worden geregistreerd ten gevolge van activiteiten die plaatsvinden buiten het industrieterrein (onder andere wegverkeerslawaai); • ook het wegverkeerslawaai op het gezoneerde industrieterrein zal een geluidbijdrage aan het gemeten geluidniveau leveren.
Het volledig opheffen van de zone heeft tot gevolg dat: • er niet langer zonebeheer benodigd is; • geen rekening meer hoeft te worden gehouden met de Wgh bij geluidgevoelige ontwikkelingen; • er geen grote lawaaimakers meer op Overdie kunnen worden gevestigd. Hiermee wordt aangesloten bij de feitelijke situatie. Akoestisch onderzoek Het rekenmodel is geordend op adres. Er zijn in beginsel drie categorieën bedrijven in het zonebeheermodel opgenomen: • bedrijven met een vergunning op grond van de Wabo: type C-inrichtingen; • bedrijven die hun activiteiten moeten melden op grond van een Algemene Maatregel van Bestuur (over het algemeen het Activiteitenbesluit): type-B inrichtingen; • overige niet meldingsplichtige bedrijven: type A-inrichtingen. Daarnaast wordt rekening gehouden met lege kavels en/of bedrijfspanden. Type C-inrichtingen Van alle op Overdie gelegen vergunningplichtige bedrijven is het actuele akoestisch rekenmodel behorend bij de meest recente vergunningaanvra(a)g(en) opgenomen in het zonebeheermodel. De in het actuele zonebeheermodel opgenomen geluidbronnen representeren de vergunde geluidsituatie van deze bedrijven. In principe voldoet de geluidimmissie ten gevolge van de betreffende bedrijven 1
Akoestische gevolgen dezonering industrieterrein Overdie te Alkmaar, Peutz, 18 september 2025, kenmerk HH/DVl/CJ/DF 299012-RA-001
Hoofdstuk 3
9
aan de grenswaarden op de beoordelingsposities uit de vergunning. Voor de inrichting van Sterk Beton is in het zonebeheermodel een aparte groep opgenomen voor een zogenaamde regelmatige afwijking, die niet wordt meegenomen bij het bepalen van de geluidimmissieniveaus in het kader van het zonebeheer. De rechten van bestaande bedrijven op het thans nog gezoneerde industrieterrein Overdie zijn na dezonering geborgd middels de bestaande omgevingsvergunningen. De geluidvoorschriften zoals opgenomen in de omgevingsvergunning van deze bedrijven, blijven onverkort van kracht. Benadrukt wordt dat er op dit moment geen vergunningen voor type C-bedrijven kunnen worden afgegeven, omdat de geluidzone ‘op slot’ zit. Middels de dezonering wordt deze situatie beëindigd en kunnen er weer vergunningen worden afgegeven. Type B-inrichtingen In het zonebeheermodel zijn daarnaast twee groepen AMvB-inrichtingen opgenomen. Bedrijven waarvoor een akoestisch model is opgesteld en bedrijven waarbij dit niet is gebeurd. Voor de AMvB-inrichtingen waarvan geen akoestisch rekenmodel beschikbaar is, zijn de geluidvermogens ingeschat op grond van de oppervlakte van het bedrijfsterrein, met dien verstande dat de uiteindelijk gemodelleerde bronsterkte niet leidt tot een hogere geluidimmissie dan 50 dB(A)-etmaalwaarde op 50 meter van de grens van de inrichting.
In de praktijk resulteert dit in een aangehouden geluidvermogen van 94 dB(A)etmaalwaarde voor een groot aantal kleinere type B-inrichtingen. Voor grotere inrichtingen zijn al naar gelang de bedrijfsoppervlakte naar ratio meerdere geluidbronnen van 94 dB(A) in het zonebeheermodel opgenomen. Bedrijven die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit en waarvoor al maatwerkvoorschriften zijn vastgesteld, behouden deze voorschriften. Er verandert voor deze bedrijven procedureel en materieel niets. Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen en waarvoor geen maatwerkvoorschriften zijn voorgeschreven, dienen in beginsel te voldoen aan de standaard geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. Voor bedrijven op een gezoneerd industrieterrein geldt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 50 dB(A) op 50 m afstand van de terreingrens (tenzij er op kortere afstand woningen zijn gelegen). Na dezonering zijn deze bedrijven niet langer gesitueerd op het gezoneerde industrieterrein. Deze bedrijven zouden dan te maken krijgen met gewijzigde standaardvoorschriften, namelijk 50 dB(A) op de gevel van de dichtstbij gelegen geluidgevoelige gebouwen3 en 55 dB(A) op de begrenzing van een ligplaats voor woonschepen. De verandering van standaardvoorschriften kan worden ondervangen door voor deze bedrijven maatwerk vast te stellen van 50 dB(A) op 50 m.
Voor zover er binnen de 50 m bedrijfswoningen zijn gelegen, die thans geluidgevoelig worden, kan op grond van artikel 2.20 lid 4 van het Activiteitenbesluit alsnog een grenswaarde op een andere plaats worden gesteld, zolang bij (nieuwe) geluidgevoelige bestemmingen de binnenwaarde van 35 dB(A)-etmaalwaarde wordt gewaarborgd. Type A-inrichtingen De bedrijven die niet zijn aangewezen als inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, de zogenaamde type A-inrichtingen, zijn in principe in het geluidmodel ingevoerd als een geluidbron met een bronsterkte van 94 dB(A)-etmaalwaarde. Hiermee voldoen deze bedrijven in ieder geval aan de standaardgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit.
Hoofdstuk 3
10
Bedrijfsverzamelgebouwen zijn vooralsnog gemodelleerd met één puntbron per bedrijfsadres. Op sommige adressen is daarbij een groepsreductie of een reductie op de bronsterkte tot 10 dB toegepast (bijvoorbeeld bij het nieuwe bedrijfsverzamelgebouw gelegen aan de Salomonstraat). Voor deze inrichtingen dient maatwerk te gelden. Onbekend is of dit maatwerk op dit moment al voor deze inrichtingen is vastgesteld. In beginsel betreft dit bedrijven die geen relevante milieubelasting in de omgeving veroorzaken. Voor deze bedrijven is op voorhand duidelijk dat zij zonder nadere maatregelen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit kunnen voldoen. Evenwel geldt voor deze bedrijven dezelfde verandering van standaardvoorschriften als voor type B-inrichtingen. Indien eerder geen maatwerk voor deze bedrijven is vastgesteld wordt dit alsnog gedaan. Lege kavels en/of bedrijfspanden Daarnaast is in het zonebeheermodel nog rekening gehouden met lege kavels en/of leegstaande bedrijfspanden. Hiervoor is in het bestaande zonebeheermodel steeds uitgegaan van 1 of meerdere gereserveerde geluidbronnen van 94 dB(A)-etmaalwaarde al naar gelang de grootte van het pand of kavel. Na afronding van de dezonering kan er voor deze kavels en bedrijfspanden niet langer rekening worden gehouden met reservering van geluidruimte.
Bestaande vergunningen en/of maatwerkvoorschriften blijven van kracht zolang deze niet zijn ingetrokken. Door middel van bovenstaande methodiek wordt het daadwerkelijke geluidniveau in ieder geval niet onderschat door het zonebeheermodel. Mogelijk is in de praktijk sprake van enige overschatting van de daadwerkelijke geluidniveaus, omdat lang niet alle AMvB bedrijven een geluidemissie van ten minste 94 dB(A)-etmaalwaarde zullen veroorzaken. Maatwerkvoorschriften Voor bedrijven die geen vergunning nodig hebben en waarvoor eerder geen maatwerk is afgegeven wordt, gelijktijdig met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan, een conserverend maatwerkvoorschrift vastgesteld. Aldus krijgen deze bedrijven allemaal een grenswaarde voor het LAr,LT opgelegd van 50 dB(A)-etmaalwaarde op de gevels van nabijgelegen geluidgevoelige gebouwen5 en op 50 meter afstand van de grens van de inrichting in overeenstemming met de grenswaarde zoals die geldt voor type Binrichtingen gelegen op een geluidgezoneerd industrieterrein. Daarnaast geldt op deze gevels een grenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde voor het LAmax. Deze maatwerkvoorschriften zijn als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan.
3.2 Effecten dezonering op geluidgevoelige bestemmingen De gevolgen voor op en in de omgeving van Overdie gelegen geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn de volgende: • Geluidgevoelige gebouwen binnen de op te heffen geluidzone: een en ander heeft geen effect op de geluidbelasting op de gevels van binnen de geluidzone gelegen geluidgevoelige bestemmingen. Door middel van het bestemmingsplan wordt alleen de mogelijkheid tot het vestigen van grote lawaaimakers opgeheven. De geluidemissie vanwege de op Overdie gelegen bedrijven alsmede de geluidimmissie op de gevels van woningen en overige geluidgevoelige bestemmingen blijft ongewijzigd. De geluidemissie van individuele bedrijven wordt bovendien geconserveerd middels het vaststellen van maatwerk. • Bedrijfswoningen en reguliere woonbestemmingen op het industrieterrein: nadat de geluidzone is opgeheven worden de burger- en bedrijfswoningen op het voormalige gezoneerde terrein geluidgevoelige gebouwen. Er is sprake van gelijkblijvende rechten van bedrijven op Overdie, waarmee de geluidbelasting op deze woningen niet wijzigt. De daadwerkelijke geluidbelasting op de woningen is bepaald met behulp van het actuele zonebeheermodel. Uit de rekenresultaten blijkt dat de
Hoofdstuk 3
11
•
•
•
geluidbelasting van alle bedrijven gezamenlijk voldoet aan de ten hoogste toelaatbare grenswaarde van 65 dB(A)-etmaalwaarde uit de Handreiking voor woningen op een niet gezoneerd bedrijventerrein. De geluidbelasting vanwege afzonderlijke bedrijven voldoet aan de grenswaarde van 55 dB(A), behoudens bij de bedrijfswoningen aan de Bestevaerstraat 9, de Phoenixstraat 7 en 9 en de Herculesstraat 65. Bij deze eerste drie woningen is echter sprake van een geluidbelasting vanwege de eigen inrichting of sprake van een feitelijke niet bestaande, maar fictieve toekomstige situatie, waarbij het zonebeheermodel tekortschiet voor het specifiek in kaart brengen van de akoestische situatie. Voor Herculesstraat 65 is sprake van een fysiek niet langer aanwezige woning. In het geval dat deze woning opnieuw wordt opgericht dient rekening te worden gehouden met de op dat moment daadwerkelijk optredende geluidbelasting. Deze is thans 63 dB(A), waardoor een gevel met een geluidwering van 28 dB zou zijn vereist of er op kosten van de initiatiefnemer maatregelen bij de ijzerwerf dienen te worden genomen. Aldus is ter hoogte van de bedrijfswoningen op Overdie sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Voor de burgerwoningen aan het Zeglis 173 – 175 geldt een grenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde voor afzonderlijke bedrijven, behoudens situaties waarbij vanuit de vergunning of op basis van vastgesteld maatwerk een hogere geluidbelasting is toegestaan. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting van alle bedrijven gezamenlijk reeds voldoet aan grenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit. Omdat de totale geluidbelasting al kan voldoen aan de grenswaarde geldt dit eveneens voor de geluidbelasting vanwege afzonderlijke bedrijven. Aldus is ter hoogte van de burgerwoningen aan het Zeglis sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Ligplaatsen voor woonschepen in het Noordhollandsch kanaal: de ligplaatsen zijn tot aan de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 niet geluidgevoelig in het kader van de Wgh. Voor bedrijven die onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit vallen zijn deze ligplaatsen wel geluidgevoelige terreinen. De grenswaarde op grond van het Activiteitenbesluit bedraagt 55 dB(A)-etmaalwaarde. Vanwege de dezonering wijzigt de geluidbelasting op de ligplaatsen voor woonschepen niet. De daadwerkelijke geluidbelasting op de ligplaatsen is bepaald met behulp van het actuele zonebeheermodel.
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege afzonderlijke bedrijven voldoet aan de grenswaarde van 55 dB(A)-etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit. Aldus is ter hoogte van de ligplaatsen voor woonschepen op Overdie sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. De berekende maximale geluidniveaus op de gevels van de burgerwoningen, bedrijfswoningen en ter plaatse van de ligplaatsen voor woonschepen voldoen, behoudens bij de bedrijfswoning Herculesstraat 65/67, aan de grenswaarden zoals die gelden vanuit het Activiteitenbesluit. De bedrijfswoning Herculesstraat 65/67 is momenteel niet fysiek aanwezig op de genoemde locatie en er is op het moment van vaststelling van de dezonering daarmee geen sprake van een (in de praktijk) onacceptabele ruimtelijke situatie. Bij wijziging van het Omgevingsplan zou deze woonbestemming kunnen vervallen. Bovendien wordt het maximale geluidniveau in de dag- en avondperiode veroorzaakt door het gebruik van de kranen bij IJzerwerf Overdie. De akoestische ruimte van de ijzerwerf is reeds middels haar vergunning vastgelegd. Het beschouwen van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen sinds het van kracht worden van deze vergunning doet daar niet aan af. Er is sprake van een acceptabel situatie ten aanzien van het woon- en leefklimaat na dezonering.
De geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking van de bedrijven op Overdie bedraagt ten hoogste 55 dB(A)-etmaalwaarde en voldoet niet bij alle woningen en ligplaatsen aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde uit de Schrikkelcirculaire. Wel wordt overal ruimschoots voldaan aan de maximale grenswaarde van 65 dB(A)-etmaalwaarde. Een en ander is acceptabel te achten omdat geen financieel doelmatige maatregelen kunnen worden getroffen om deze geluidbelasting te verlagen en omdat er tevens sprake is van een bestaande situatie, waarbij
Hoofdstuk 3
12
de daadwerkelijke geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking niet wijzigt. De geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking van alle bedrijven op Overdie gezamenlijk bedraagt ten hoogste 57 dB(A)-etmaalwaarde. Gezien het voorgaande is ook deze geluidbelasting acceptabel te achten. Het opheffen van de geluidzone rondom industrieterrein Overdie en het derhalve niet langer toestaan van de vestiging van grote lawaaimakers leidt, onder de voorwaarde dat de geluidemissie van bedrijven middels het vaststellen van maatwerk wordt geconserveerd, niet tot een verslechtering van het bestaande woon- en leefklimaat ter hoogte van geluidgevoelige gebouwen en terreinen in de directe omgeving. Er is ten gevolge van het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan sprake van een geode ruimtelijke ordening.
Hoofdstuk 3
13
4.
JURIDISCHE TOELICHTING Dit bestemmingsplan betreft een paraplubestemmingsplan gericht op het wijzigen van een geluidzone. In hoofdstuk 3 staat gemotiveerd beschreven om welke redenen ervoor is gekozen om het gehele terrein te dezoneren en wat de effecten zijn. De van toepassing zijnde bestemmingsplannen veranderen alleen op dit punt. De verdere regels en bepalingen blijven gewoon gelden. Er is voor gekozen om te werken met twee geluidzones. Dit houdt in dat voor de bestaande geluidzone van Oudorp de aanduiding ‘Geluidzone – industrie 1’ zal krijgen. De geluidzone van Boekelermeer krijgt de aanduiding ‘Geluidzone – industrie 2’. Hiermee kan duidelijk het onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende geluidzones. Tevens valt een deel van de gronden van het bestemmingsplan ‘Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp’ binnen het plangebied. Dit betekent dat een deel van deze gronden bestemd zijn voor geluidzoneringsplichtige bedrijven. Conform het vigerende bestemmingsplan is hiervoor de aanduiding ‘overige zone – geluidzoneringsplichtige bedrijven’ opgenomen. Zowel in het bedrijventerrein van Oudorp als Boekelermeer zijn bedrijven toegestaan met een milieucategorie 4.1 of 4.1, waardoor in theorie sprake kan zijn van geluidzoneringsplichtige bedrijf.
Deze locaties hebben de aanduiding ‘overige zone – geen geluidzoneringsplichtige bedrijven’ gekregen zodat er geen geluidzoneringsplichtige bedrijven binnen het plangebied meer zijn toegestaan. De geluidzone van Overdie zal, zoals beschreven in voorgaande paragrafen, volledig worden verwijderd. Deze gronden hebben de aanduiding ‘Geluidzone – industrie te verwijderen’ gekregen, voor zover hier geen andere geluidzone op rust (van Oudorp of Boekelermeer). Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de nieuwe 'geluidzone - industrie' te wijzigen c.q. op te heffen, indien dat vanwege een verandering in de feitelijke situatie mogelijk of noodzakelijk is. Op grond van artikel 41 kan een geluidzone enkel gewijzigd worden middelen een wijziging van een bestemmingsplan. Door wijzigingen binnen bestaande bedrijfsvoering en/of andere ontwikkelingen kan het voorkomen dat een wijziging van de geluidzone noodzakelijk is. Een voorwaarde hiervoor is dat voor het wijzigen van de geluidzone een akoestisch onderzoek ten grondslag ligt, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden die worden gesteld op basis van de Wet geluidhinder.
Hoofdstuk 4
14
5.
UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende plan voorziet niet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, Wro. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan op te stellen. Er doet zich dus geen mogelijkheid voor een kostenverhaal op te stellen, zoals bedoeld is in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het paraplubestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegezonden aan de provincie Noord-Holland en het waterschap. Zij geven eventueel opmerkingen op het plan. Het ontwerp bestemmingsplan wordt gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegd voor zienswijzen. 5.2.1 Bestuurlijk overleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten. In het kader van het vooroverleg zijn geen reacties binnengekomen. 5.2.2 Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode zijn er twee zienswijzen binnengekomen. Voor de beantwoording van de zienswijzen en de wijzigingen wordt verwezen naar de nota zienswijzen die als bijlage is toegevoegd bij deze toelichting.
Hoofdstuk 5
15
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Maatwerkvoorschriften Bijlage 3: Geluidreductieplan Bijlage 4: Nota van Beantwoording zienswijzen
Geluidzonering bedrijventerrein Overdie
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
4 4
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Aanvullende regels Regels geluidzone
5 5
Hoofdstuk 3 Artikel 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Toepassingsverklaring parapluplan Parkeren 2018
7 7 8
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
9 9 10
Hoofdstuk 4 Artikel 5 Artikel 6
2
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie met identificatienummer NL.IMRO.0361.BP00189-0305 van de gemeente Alkmaar. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
Geluidzoneringsplichtige bedrijf
Een inrichting, zoals genoemd in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld.
4
Hoofdstuk 2 Artikel 2
2.1
Aanvullende regels
Regels geluidzone
Geluidzone - industrie 1
Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie 1' betreffende de geluidzone van het bedrijventerrein Oudorp zijn de in onderstaande tabel beschreven artikelen onverminderd van toepassing. Bestemmingsplan
Vastgesteld
IDN
Artikel
Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp'
16 mei 2013
NL.IMRO.0361.BP00012-0401
29
Noordhollands Kanaal
19 februari 2017
NL.IMRO.0361.BP00119-0305
10
Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp
25 maart 2021
NL.IMRO.0361.BP00170-0305
2.1
Voor het overige blijven de regels van bovengenoemde bestemmingsplannen onverminderd van kracht. 2.2
Geluidzone - industrie 2
Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie 2' betreffende de geluidzone van het bedrijventerrein Boekelermeer zijn de in onderstaande tabel beschreven artikelen onverminderd van toepassing. Bestemmingsplan
Vastgesteld
IDN
Artikel
Noordhollands Kanaal
19 februari 2017
NL.IMRO.0361.BP00119-0305
10
Geluidzonering Boekelermeer
30 juni 2025
NL.IMRO.0361.BP00144-0305
4.1
Voor het overige blijven de regels van bovengenoemde bestemmingsplannen en de ondergenoemde onderdelen onverminderd van kracht: bestemmingsplan 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' vastgesteld op 16 mei 2013, met IDN: NL.IMRO.0361.BP00012-0401; bestemmingsplan 'Koelmalaan 310' vastgesteld op 29 oktober 2020, met IDN: NL.IMRO.0361.BP00165-0305; en de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan onherroepelijke vergunningen. 2.3
Geluidzone - industrie te verwijderen
Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie te verwijderen' vervalt de aanduiding 'geluidzone industrie' behorende bij bedrijventerrein Overdie en de bijbehorende artikelen, zoals opgenomen in onderstaande tabel. Bestemmingsplan
Vastgesteld
IDN
'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp'
Artikel
16 mei 2013
NL.IMRO.0361.BP00012-0401 29
'Noordhollands Kanaal
19 februari 2017
NL.IMRO.0361.BP00119-0305 10
'Jaagpad Midden'
6 oktober 2011
NL.IMRO.0361.BP00005-0401 9
5
'Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp'
25 maart 2021
NL.IMRO.0361.BP00170-0305 2.2
Voor het overige blijven de regels van bovengenoemde bestemmingsplannen en het bestemmingsplan 'Geluidzonering Boekelermeer' vastgesteld op 30 juni 2025 met IDNL: NL.IMRO.0361.BP001440305 onverminderd van kracht. 2.4 a. b.
2.5 a. b.
2.6 a.
b. c.
Overige zone - geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan' zijn geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan; Voor het overige blijven de regels van de bestemmingsplannen 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' 16 mei 2013 NL.IMRO.0361.BP00012-0401, 'Noordhollands Kanaal 19 februari 2017 NL.IMRO.0361.BP00119-0305', 'Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp' 25 maart 2021 NL.IMRO.0361.BP00170-0305', 'Geluidzonering Boekelermeer 30 juni 2025 NL.IMRO.0361.BP00144-0305' onverminderd van kracht. Overige zone - geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan' zijn geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan. Voor het overige blijven de regels van de bestemmingsplannen 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp', 16 mei 2013 NL.IMRO.0361.BP00012-0401 en 'Noordhollands Kanaal 19 februari 2017 NL.IMRO.0361.BP00119-0305', onverminderd van kracht. Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de 'Geluidzone - industrie 1' en 'Geluidzone - industrie 2' als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 te wijzigen c.q. op te heffen, indien dat vanwege een verandering in de feitelijke situatie mogelijk of noodzakelijk is.
Aan deze wijziging zoals bedoeld in sub a dient een akoestisch onderzoek ten grondslag te liggen. Het bepaalde in 2.2 is op de wijziging van overeenkomstige toepassing.
6
Hoofdstuk 3 Artikel 3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
7
Artikel 4
Toepassingsverklaring parapluplan Parkeren 2018
Het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren 2018' vastgesteld op 28 juni 2018 met IDN: NL.IMRO.0361.BP00157-0305 blijft onverminderd van kracht.
8
Hoofdstuk 4 Artikel 5
5.1 a.
b. c.
5.2 a. b.
c.
d.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
9
Artikel 6
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Geluidzonering bedrijventerrein Overdie'.
10
Movares | BRO Adviseurs B.V. heeft vestigingen in ‘s-Hertogenbosch | Amsterdam | Venlo www.movares.com