CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Toelichting BP Noordschermerdijk 7

Gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Noordschermerdijk 7 Oterleek13.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Noordschermerdijk7

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Inhoudsopgave

TOELICHTING 5

Hoofdstuk1 Inleiding 6 1.1 Aanleiding 6 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 6 1.3 Vigerende planologische situatie 7 1.4 Opzet bestemmingsplan en toelichting 9 Hoofdstuk2 Beschrijving van de situatie 10 2.1 Huidige situatie 10 2.2 Toekomstige situatie 13 Hoofdstuk3 Beleidskader 16 3.1 Rijksbeleid 16 3.2 Provinciaal beleid 18 3.3 Gemeentelijk beleid 24 Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 26 4.1 Flora en fauna 26 4.2 Bodemkwaliteit 27 4.3 Cultuurhistorie en archeologie 28 4.4 Luchtkwaliteit 30 4.5 Parkeren en verkeer 31 4.6 Geluidhinder 32 4.7 Bedrijven en milieuzonering 33 4.8 Externe veiligheid 34 4.9 Kabels en leidingen 36 4.10 Water 36 4.11 M.e.r.-beoordeling 38 Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 40 5.1 Inleiding 40 5.2 Inleidende regels 40 5.3 Bestemmingsregels 41 5.4 Algemene regels 42 5.5 Overgangs- en slotregels 42 Hoofdstuk6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 43 6.1 Economische uitvoerbaarheid 43 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 43

Bijlagen bij toelichting

Bijlage 1 Ontwerptekeningen kapschuur Bijlage 2 Landschapstoets-landschappelijkeinpassing Bijlage 3 Intentieverklaring gebruik schuur Bijlage 4 Bodemonderzoek Bijlage 5 Quickscan flora & fauna

2 Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

(ontwerp) 3

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

4 (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

TOELICHTING

TOELICHTING (ontwerp) 5

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens de schuur achter de groepsaccomodatie op het perceel te vergroten en te gebruiken voor bollenteelt en overige agrarische activiteiten. De groepsaccomodatie blijft voor recreatieve doeleinden in gebruik. De agrarische activiteiten bestaan uit de werkzaamheden die horen bij het coaten van de bloembollen en deze zullen alleen beperkt blijven tot dit perceel. De inrichting van het perceel wordt aangepast door het aanleggen van een grindpad en het doortrekken van de bomensingel. Achter de schuur is een natuur(zwem-)vijver beoogd voor recreatieve doeleinden (in verband met de groepsaccomodatie). Daarnaast zal er een kleine schuur voor opslag van materieel dat nu op het terrein ligt worden gebouwd, waardoor een netter aangezicht van het terrein ontstaat. Tevens zal het asbestdak van de huidige schuur worden vervangen door een een nieuw dak met daarop zonnepanelen. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de vigrerende bestemming 'Recreatie' geen ruimte biedt voor agrarische bedrijvigheid zoals bollenteelt. Om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk.

Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Noordschermerdijk 7 in Oterleek, gemeente Alkmaar, provincie Noord-Holland. De locatie ligt in het buitengebied en wordt omgeven door agrarische percelen en enkele woningen. De planlocatie is gelegen op drie percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Schermer, sectie L, nummer 318, 265 en 269. Deze percelen hebben een totale oppervlakte van 19.905 m² en het plangebied is gelegen op een deel daarvan (het plangebied beslaat ongeveer 4.500 m2). In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied aangegeven.

6 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Figuur 1.1: Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: PDOK viewer)

Figuur 1.2: Uitsnede kadastrale kaart (bron: Kadastralekaart.com) 1.3 Vigerende planologische situatie

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2014'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Schermer op 30 september 2014. In het bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming 'Recreatie', 'Tuin' en 'Agrarisch met waarden - Cultuurhistorie'. Het gebied waarbinnen de initiatiefnemer wijzigingen aanbrengt valt alleen binnen de bestemming 'Recreatie'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor: a) dag- en verblijfsrecreatie; b) ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': uitsluitend volkstuinen, met de daarbij behorende paden, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen.

TOELICHTING (ontwerp) 7

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Het plangebied kent tevens de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4'. De voor 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. Er mag zonder het overleggen van een archeologisch rapport gebouwd worden indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. De nieuwe schuur wordt zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm geplaatst en betreft vervanging van bestaande bebouwing. De planlocatie valt tevens binnen het bestemmingsplan 'Parkeren 2018', vastgesteld op 13 april 2018. Gemeenten moeten nu het beleid omtrent parkeren via het bestemmingsplan regelen. Hiervoor geldt een overgangsregeling tot 1 juli 2018.

Dit betekent dat alle bestemmingsplannen na deze datum een parkeerregeling moeten bevatten. De 'Parkeernormennota Alkmaar 2020-2027' is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus.

Figuur 1.3: Uitsnede vigrerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2014', omdat de kapschuur en agrarische activiteiten niet passen binnen de gebruiksregels van de bestemming 'Recreatie'. De aanleg van de natuur(zwem-)vijver en het grindpad passen wel binnen de bestemming 'Recreatie'. Tevens moet er aangetoond worden dat het plan het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) van het achterliggend terrein van het perceel (met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Cultuurhistorie') niet aantast.

8 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

1.4 Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'Noordschermerdijk7' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding, schaal 1:1000 (IDN nummer: NL.IMRO.0361.BP00203-0201; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.

De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.

TOELICHTING (ontwerp) 9

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Hoofdstuk 2 Beschrijving van de situatie 2.1 Huidige situatie

In de huidige situatie is er op de planlocatie een recreatiewoning genaamd 'De Bietenhaven' (figuur 2.1) aanwezig. Daarachter is een schuur gevestigd, bestaande uit twee tegen elkaar geplaatste gebouwen. De situering van de schuur is weergegeven op onderstaande afbeeldingen (figuur 2.2 t/m 2.6) en voor het gemak genummerd op deel 1 en 2 om de situatie beter in beeld te brengen. De schuur wordt gebruikt voor agrarische activiteiten, opslag en werkplaats. Het overige perceel bestaat uit tuin bij de recreatiewoning en grasveld (agrarische bestemming).

Figuur 2.1: Recreatiewoning De Bietenhaven

10 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Figuur 2.2: Situering van de huidige schuur

Figuur 2.3: Huidige situatie schuur deel 1

Figuur 2.4: Huidige situatie schuur deel 1 en links daarachter deel 2

TOELICHTING (ontwerp) 11

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Figuur 2.5: Huidige situatie achterkant schuur delen 1 en 2

Figuur 2.6: Huidige situatie schuur deel 2

12 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

2.2 Toekomstige situatie

Initiatiefnemer is voornemens om de huidige agrarische schuur aan te passen en beschikbaar te maken voor opslag en het coaten van bloembollen. Deel 1 zal uitgebreid worden met 77 m2. Deel 2 wordt vervangen door een nieuwe schuur van 435 m2. Dit is een uitbreiding van 220 m2. De bouwtekeningen voor de nieuwe kapschuur en uitbreiding van deel 1 is toegevoegd in bijlage 1. Tevens worden er aan het terrein kleine aanpassingen gedaan, zoals het doortrekken van de bomensingel en het plaatsen van een natuur(zwem-)vijver van 120 m2 en 1,5m diep ten behoeve van de groepsaccommodatie. Daarnaast wordt er rondom het plangebied een greppel aangebracht en worden er twee parkeerplaatsen beoogd. Zie de situatietekening op onderstaande afbeelding. In totaal wordt er ten opzichte van de huidige bebouwing 297 m2 bebouwing toegevoegd. De functie van de schuur blijft gelijk aan het huidige gebruik (agrarisch, opslag en werkplaats). Het ontwerp is middels een landschappelijke inpassing tot stand gekomen, zie bijlage 2. Tevens is er een intentieverklaring opgesteld door van Agri Treat Projects voor het gebruik van ruimte en land, toegevoegd als bijlage 3. Deze is via de gemeente Alkmaar met de Provincie besproken en zij stonden positief tegen deze ontwikkeling en aanpassing.

Door de landschappelijke inpassing draagt het initiatief bij aan de verbetering van de omgvingskwaliteit en de duurzaamheidsambities door de aanplant van extra bomen. De eventueel wenselijke camperplaats is passend binnen de aanduiding in de groenbestemming.

TOELICHTING (ontwerp) 13

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Figuur 2.7: Situatieschets perceel, toekomstige situatie. Bron: initiatiefnemer.

14 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Figuur 2.8: Plattegrond gewenste situatie bouwvlak perceel. Bron: initiatiefnemer.

TOELICHTING (ontwerp) 15

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening;

16 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking

Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.

er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit de Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de uitbreiding van een bedrijventerrein of de bouw van 12 of meer woningen. Onderhavig initiatief betreft de verbouwing van één schuur. De schuur wordt met minder dan 400 m2 uitgebreid, namelijk met 297 m2, waardoor het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk is.

Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is.

TOELICHTING (ontwerp) 17

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie

De structuurvisie van de provincie Noord-Holland, genaamd 'Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid' is op 19 november 2018 vastgesteld. Hierin staan de ambities geformuleerd omtrent economische ontwikkeling en leefomgeving. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van onze mooie provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. Er zijn vijf thema's waaronder de doelstellingen omtrent de hoofdambitie van de gemeente geformuleerd zijn, namelijk: 1. Dynamisch Schiereiland hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt.

Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. 3. Sterke kernen, sterke regio's deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristisch-recreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de 'draaischijven' Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten. 3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening

De provinciale verordening NH2020 is op 1 januari 2023 geconsolideerd vastgesteld door de provincie Noord-Holland. Deze verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; behoud en herstel van de biologische diversiteit; en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Planspecifiek De planlocatie valt binnen een aantal themakaarten van de ruimtelijke verordening, waaraan artikelen zijn verbonden omtrent ruimtelijke ontwikkelingen in die omgeving. De planlocatie is gelegen in de gebieden van de themakaarten '2: Agrarische bedrijven', '3: Bijzonder provinciaal landschap (totaal)', '14: Landelijk gebied', '25: Peilbesluit', '29: Regionale waterkeringen' en '32: Permanente bollenteelt'.

18 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Hieronder is kort samengevat wat dit inhoudt voor de ruimtelijke ontwikkeling. Kaart 2: Agrarische bedrijven

Artikel 6.33 Agrarische bedrijven 1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven, waarbij geldt dat: a. bebouwing wordt geconcentreerd in een bouwperceel, waarbij de omvang van het bouwperceel ten hoogste 2 hectare bedraagt. b. bij het toestaan van een nieuw bouwperceel wordt gemotiveerd waarom niet op bestaande bouwpercelen in de behoefte kan worden voorzien, waarbij ingegaan wordt op de mogelijkheden tot hergebruik van bouwpercelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut en op het combineren van functies op bestaande bouwpercelen. c. in afwijking op onderdeel a is een omvang van het bouwperceel van meer dan 2 hectare toegestaan, indien de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft. d. in afwijking op onderdeel a geldt dat de omvang van een bouwperceel voor een glastuinbouwbedrijf meer kan bedragen dan 2 hectare, indien het bedrijf grenst aan bestaand stedelijk gebied, niet grenst aan andere glastuinbouwbedrijven, sprake is van grondgebonden teelt en sprake is van aantoonbare duurzame synergie met aangrenzende stedelijke functies. e. per volwaardig agrarisch bedrijf kan ten hoogste één bedrijfswoning worden toegestaan. f.

in afwijking van onderdeel e geldt dat een extra bedrijfswoning kan worden toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor het toezicht op de bedrijfsvoering. g. ten behoeve van de bedrijfsvoering kan worden voorzien in de huisvesting van tijdelijke werknemers, indien: de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel, en; het een ondergeschikte functie ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft. h. Indien het agrarisch bedrijf is gelegen in veenpolderlandschap, bevat het ruimtelijk plan een verbod op het scheuren van grasland, tenzij wordt aangetoond dat dit bijdraagt aan meer biodiversiteit in het grasland en daarbij bodemerosie en extra CO2 uitstoot wordt vermeden. 2. Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn als onderdeel van een agrarisch bedrijf toegestaan, waarbij geldt dat: a. uitsluitend kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij, detailhandel en zorgfuncties zijn toegestaan; en b. de omvang past binnen de op basis van het eerste lid bepaalde omvang van het bouwperceel. 3. Agrarisch aanverwante bedrijven zijn als zelfstandig bedrijf toegestaan, indien: a. het een uitbreiding van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft; b. het agrarisch aanverwant bedrijf zich vestigt op een bestaand agrarisch bouwperceel; of c.

het een verplaatsing van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft en gemotiveerd wordt waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in de regio in de verplaatsing kan worden voorzien en waarom hergebruik van percelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut niet mogelijk is; en d. de omvang een bouwperceel na toepassing van onderdeel a, b of c ten hoogste 2 hectare bedraagt. 4. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen over de aard en omvang van de in het tweede lid genoemde niet-agrarische bedrijfsfuncties.

TOELICHTING (ontwerp) 19

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Conclusie: Het planvoornemen past binnen de regels gesteld in dit artikel en wijkt niet af van de gestelde eisen. De bebouwing wordt geconcentreerd in een bouwperceel, waarbij de omvang van het bouwperceel ten hoogste 2 hectare bedraagt. De oppervlakte van de nieuwe schuur bedraagt 435m2 en daarnaast komt er een gebouw voor de uitbreiding van de opslag van 77 m2, daarmee past de bebouwing binnen de regels. Daarnaast mag volgens lid 2 recreatie (uitsluitend kleinschalige vormen) plaatsvinden als niet-agrarische bedrijfsfunctie, wanneer de omvang past binnen de op basis van het eerste lid bepaalde omvang van het bouwperceel. De huidige (kleinschalige) groepsaccomodatie De Bietenhaven voor recreatieve doelstellingen blijft behouden en wordt niet uitgebreid. Er zal wel een recreatieve natuur(zwem-)vijver van 120 m2 worden toegevoegd op het perceel. Tevens wordt er een parkeerplaats aangelegd voor de gasten van de groepsaccomodatie. Deze ruimtelijke ontwikkeling bestaat niet uit het toevoegen van bebouwing. De zwemvijver en parkeerplats kunnen binnen artikel 6.33 gerealiseerd worden zonder beperkingen. Kaart 3: Bijzonder provinciaal landschap (totaal)

1. Met het eerste lid wordt geregeld dat de in bijlage 6 beschreven kernkwaliteiten deel uitmaken van de verordening. De kernkwaliteiten zijn dus door PS vastgesteld. Deze kernkwaliteiten moeten in acht worden genomen bij het vaststellen van bestemmings-plannen voor gebieden die worden aangemerkt als Bijzonder provinciaal landschap. 2. Het tweede lid bepaalt dat ruimtelijke plannen die zien op gebieden binnen het Bijzonder provinciaal landschap regels bevatten ter bescherming van de daar geldende kernkwaliteiten. Op grond van het ruimtelijk plan moet dus duidelijk zijn dat de betreffende locaties Bijzonder provinciaal landschap zijn en op die manier ook worden beschermd. 3. Het derde lid bevat een verbod op nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het Bijzonder provinciaal landschap. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (zie begrip in bijlage 1 bij de verordening). Uit de jurisprudentie over dit begrip volgt dat een ontwikkeling een zekere omvang dient te hebben om te worden gekwalificeerd als stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is er op grond van de jurisprudentie sprake van een stedelijke ontwikkeling bij meer dan 11 woningen.

Voor andere stedelijke voorzieningen is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling als het gaat om een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of een gebouw met een oppervlakte van meer dan 500 m2. Gelet op hun omvang verhouden nieuwe stedelijke ontwikkelingen zich niet tot de kernkwaliteiten van het Bijzonder provinciaal landschap. Daarom worden deze op voorhand uitgesloten. 4. Het vierde lid bevat het criterium voor andere nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dan nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn toegestaan als zij de kernkwaliteiten van het Bijzonder provinciaal landschap niet aantasten. Het gaat daarbij onder meer om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met een stedelijke functie die gelet op hun aard of omvang niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening zijn aan te merken. Ook nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zonder een stedelijke functie worden als nieuwe ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het vierde lid aangemerkt. Mits deze ontwikkelingen de kernkwaliteiten niet aantasten, kunnen zij in ruimtelijke plannen binnen het Bijzonder provinciaal landschap mogelijk worden gemaakt.

Omdat BPL tevens als Landelijk gebied wordt aangemerkt, gelden voor deze ontwikkelingen ook de regels voor landelijk gebied zoals onder meer opgenomen in de artikelen 6.4 t/m 6.10. 5. Op grond van het vijfde lid is de gemeente verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan dat

20 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

betrekking heeft op het Bijzonder provinciaal landschap de voorkomende kernkwaliteiten te beschrijven. Daarnaast moet in de toelichting worden gemotiveerd dat de in het plan opgenomen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen deze kernkwaliteiten niet aantasten. Op grond van het tiende lid kunnen Gedeputeerde Staten nadere regels stellen aan die motivering. 6. Wanneer uit de motivering als bedoeld in het vijfde lid blijkt dat maatregelen (bijvoorbeeld inrichtingsmaatregelen) nodig zijn om een aantasting van de kernkwaliteiten te voorkomen, moet de uitvoering van deze maatregelen zijn geborgd bij de vaststelling van het ruimtelijk plan. Borging kan plaatsvinden in het ruimtelijk plan dat ook de betreffende ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar eventueel ook in een ander ruimtelijk plan. 7. Uitbreiding van een agrarisch bouwperceel tot maximaal twee hectare in Bijzonder provinciaal landschap is toegestaan. Het zevende lid, onder a, regelt dat een dergelijke uitbreiding niet hoeft te worden getoetst aan de beschrijvingen van de kernkwaliteiten. Een uitbreiding tot meer dan 2 hectare moet wel aan de kernkwaliteiten worden getoetst. Daarvoor gelden bovendien de voorwaarden van artikel 6.33, eerste lid, onder c, te weten dat de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft.

Uit het zevende lid, onder a, volgt dat ook bebouwings- en functiemogelijkheden die in een ruimtelijk plan kunnen worden opgenomen overeenkomstig artikel 6.33, eerste lid, onder e tot en met f en artikel 6.33, tweede en derde lid, niet hoeven te worden getoetst aan de kernkwaliteiten. Voor de in het zevende lid genoemde mogelijkheden gelden wel de ruimtelijke kwaliteitseisen van artikel 6.59. Deze gelden voor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. 8. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, inclusief nieuwe stedelijke ontwikkelingen, die van groot openbaar belang zijn, wordt een uitzondering gemaakt. Ook wanneer deze leiden tot een aantasting van de kernkwaliteiten zijn deze mogelijk in Bijzonder provinciaal landschap. Er moet dan wel aannemelijk worden gemaakt dat er geen reële andere mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling en de negatieve effecten moeten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten moeten worden gecompenseerd. Voor windturbines en zonneparken geldt dat de Regionale energie strategieën (RES 'en) duidelijkheid kunnen bieden voor de vraag of een dergelijke ontwikkeling van groot openbaar belang is en of er ergens anders, buiten het Bijzonder provinciaal landschap, reële andere mogelijkheden zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling.

Conclusie: Er moet worden aangetoond dat de nieuwe schuur niet belemmerend is voor de kernwaarden van het provinciaal landschap. Er is een landschapstoets en erfinrichtingsplan (landschappelijke inpassing) opgesteld, toegevoegd als bijlage 2. Het plan is ingericht conform de richtlijnen zoals verwoord in de provinciale leidraad landschap en cultuurhistorie erfinrichting schermer (handboek erfinrichting schermer). Voorbeeld hiervan is dat het parkeren achter de rooilijn plaatsvind. Hieruit blijkt dat de schuur het provinciaal landschap niet negatief beïnvloedt. Door de nieuwe schuur en de beplanting wint het erf aan ruimtelijke kwaliteit. Kaart 19: Landelijk gebied

Artikel 6.4 Kleinschalige ontwikkelingen Ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een kleinschalige ontwikkeling, niet zijnde een kleinschalige woningbouwontwikkeling indien: a. op de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan; b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en c. het aantal burgerwoningen niet toeneemt.

TOELICHTING (ontwerp) 21

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Conclusie: De ontwikkeling betreft een kleinschalige verandering waarbij het perceel deels wordt heringericht en de schuur voor bollenteelt wordt vernieuwd en met een klein opppervlakte wordt uitgebreid. Dit ruimtelijk plan past bij artikel 6.4 kleinschalige ontwikkeling. Kaart 31: Peilbesluit

Artikel 6.82 Peilbesluit 1. Het waterschapsbestuur stelt een of meer peilbesluiten vast voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied peilbesluit. 2. Peilbesluiten moeten actueel zijn en in ieder geval rekening houden met veranderingen in de omstandigheden ter plaatse en met de aanwezige functies en belangen. Conclusie: Dit artikel heeft geen invloed op het planvoornemen. Kaart 32: Permanente bollenteelt

Artikel 6.36 Permanente bollenteelt (grondbewerkingen voor permanenten bollenteelt uitgesloten) Een ruimtelijk plan kan uitsluitend ter plaatse van het werkingsgebied permanente bollenteelt voorzien in het toestaan van grondbewerkingen ten behoeve van de permanente bollenteelt, zoals bezanden, omzetten en opspuiten. Conclusie: Het uitbreiden en vernieuwen van de schuur is passend binnen provinciaal beleid. Grondbewerkingen voor bollenteelt worden uitgesloten. Voorliggend plan betreft enkel het coaten van bloembollen in een schuur zonder daarbij grondbewerkingen uit te voeren. Kaart 36: Regionale waterkeringen

22 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Artikel 6.77 Regionale waterkeringen 1. Ter plaatse van het werkingsgebied Regionale waterkering voorziet het ruimtelijk plan in bescherming van de waterkerende functie door op deze functie toegesneden bestemmingen en regels. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied beschermingszone regionale waterkering voorziet een ruimtelijk plan in een beschermingszone aan weerszijden van de waterkering waar geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan zijn. 3. In afwijking van het tweede lid zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk indien hierover blijkens de toelichting bij het ruimtelijk plan overeenstemming is bereikt tussen betrokken gemeenten, waterbeheerder en provincie. Conclusie: Het planvoornemen heeft geen invloed op de regels omtrent regionale waterkeringen.

Artikel 6.16 Verblijfsrecreatie 1. Een ruimtelijk plan borgt bij bestaande en nieuwe verblijfsrecreatie de geformuleerde ambities van de binnen een regio opgestelde afspraken voor verblijfsrecreatie. 2. Een ruimtelijk plan voorziet bij bestaande en nieuwe verblijfsrecreatie alleen in de mogelijkheid voor kort verblijf waarbij de verblijfsrecreant elders een hoofdverblijf heeft. 3. Een ruimtelijk plan dat verblijfsrecreatie mogelijk maakt (bestaand en nieuw) stelt regels ter waarborging van een bedrijfsmatige exploitatie. Conclusie: Het planvoornemen voldoet aan bovenstaande eisen, want het is getoetst aan de Regionale visie verblijfsrecreatie Noord Holland Noord (2017) en de bewoning van de recreatieverblijven is niet toegestaan ook gaat het om bedijfsmatige exploitatie van de verblijfsrecreatie.

3.2.3 Conclusie provinciaal beleid

Vanuit het provinciaal beleid zijn de thema's 'Sterke kernen sterke regio's' en 'Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving' werkzaam op het plangebied. Het is wenselijk dat de natuurlijke omgeving behouden blijft en dat de ruimtelijke ontwikkelingen in dit gebied niet afwijken van de regels uit verordening. 'Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving' gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. De schuur wordt vernieuwd en deels vergroot. De nieuwe oppervlakte past binnen het huidige bouwvlak. Het nieuwe ontwerp zal van positieve invloed zijn op de bollenteelt, doordat er meer ruimte komt voor de werkzaamheden en het pand kwalitatief beter en praktischer is. Door het bouwen van een nieuwe schuur, waarbij het ontwerp qua vormgeving overeenkomt met de huidige schuur, doet de ontwikkeling geen afbreuk aan de landelijke omgeving.

TOELICHTING (ontwerp) 23

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Alkmaar 2040

De gemeenteraad van Alkmaar heeft op 5 oktober 2017 de Omgevingsvisie Alkmaar 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Alkmaar 2040 is een strategisch beleidsdocument dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving van Alkmaar. De visie biedt een handvat om op hoofdlijnen sturing te geven aan de ontwikkeling van stad en land tot 2040. Sturing vindt plaats op omgevingskwaliteit, een begrip dat naast ruimtelijke kwaliteit ook de mate van leefbaarheid van een gebied en zaken als concurrentiekracht en milieukwaliteit meeneemt. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de dorpen in het landelijk gebied allemaal beschikken over hun eigen kenmerken. Kleinschalige woonontwikkelingen binnen de dorpen kunnen de bestaande dorpsstructuur bekrachtigen. Het ontwikkelen van generieke woningbouwplannen zonder contextuele inpassing zijn niet het uitgangspunt. Als leidraad geldt het dorpseigen ontwikkelen: de oorspronkelijke dorpsstructuur is leidend als ruimtelijk uitgangspunt voor nieuwe kleinschalige ontwikkelingen. De dorpen blijven compact, met uitzondering van Stompetoren, dat nog kan groeien door woningbouw in het westelijk deel als laatste afsluiting van het dorp. Het wordt door de gemeente belangrijk gezien om de gemeenschapszin en daarmee de vitaliteit in de dorpen te behouden.

De toename van mobiliteit en de technologische vooruitgang maken het mogelijk in relatieve isolatie te kunnen beschikken over veel voorzieningen, zoals zorg of dagelijkse boodschappen. Het menselijke aspect van elkaar ontmoeten moet daar niet onder leiden en blijft centraal staan in de dorpen.

Kaart landelijk gebied Alkmaar, Omgevingsvisie Alkmaar 2040. Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling die zich voegt binnen de bestaande structuur van het landelijke gebied, in de zone van de droogmakerij (zie aanduiding op bovenstaande afbeelding 'kaart landelijk gebied Alkmaar'). De Schermer droogmakerij is een unieke innovatie uit de 17de eeuw, waarvan de werking en functie tot de dag van vandaag zijn behouden. Het landschap van de droogmakerijen kenmerkt zich door een heldere structuur en openheid. Er worden geen grote aanpassingen gedaan aan de huidige bebouwing, de heldere structuur en openheid blijft behouden. Het

24 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

plan is passend binnen de gemeentelijke Ontwikkelingsvisie. Beeldkwaliteitsplan Schermer 2005 In 2005 heeft gemeente Schermer een beeldkwaliteitsplan voor het gehele gemeentelijk grondgebied vastgesteld. In beginsel is het beeldkwaliteitsplan gericht op de onderbouwing van nieuwe ontwikkelingen of mogelijkheden daartoe buiten de bebouwde kom waarbij de gemeente verantwoording aflegt over de aansluiting bij de landschappelijke en cultuurhistorische context. Betekenis voor het project Het beeldkwaliteitsplan is een belangrijk uitgangspunt om nieuwe ontwikkelingen te koppelen aan de bestaande bebouwingsstructuur. Voor de kern Oterleek is aangegeven dat het onwenselijk is de weinig aanwezige open ruimten in het lint te verdichten. In het beeldkwaliteitsplan is aangegeven dat achter het lint ruimte is voor groei in de vorm van verzamelerven. Op deze wijze zouden een aantal rommelige of lege landjes (zoals aanwezig in het onderhavige plangebied) zorgvuldig bebouwd kunnen worden zonder dat het dorpsbeeld aan het lint wijzigt. Hierdoor geeft het beleid doorgang voor de verbouwing van de huidige schuur. De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan de bebouwingsstructuur en voorkomt verrommeling op het perceel. Door de landschappelijke inpassing draagt het initiatief bij aan de verbetering van de omgvingskwaliteit en de duurzaamheidsambities door de aanplant van extra bomen.

3.3.2 Conclusie gemeentelijk beleid

Het planvoornemen vormt geen belemmeringen op de instandhouding van het landelijk gebied. Het past bij het beeldkwaliteitsplan Schermer en er wordt geen afbreuk gedaan aan de kernkwaliteiten van de droogmakerijzone (heldere structuur en openheid van het landschap).

TOELICHTING (ontwerp) 25

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1 Flora en fauna

4.1.1 Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000- gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. 4.1.2 Effect te vergunnen activiteiten

Op de planlocatie is op de plaats waar een nieuw schuurgedeelte wordt gebouwd al zo'n 35 jaar een betonplaat aanwezig. Op deze betonplaat wordt de schuur uitgebreid. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Voorgenomen initiatief zal geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het NNN. De ontwikkeling zal geen negatief effect hebben op flora en fauna. Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden.

26 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit plan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft 'Eilandspolder' op een afstand van circa 5 kilometer. Met de beoogde ontwikkeling zal er aan de huidige gebruikssituatie niets wijzigen, gezien de huidige schuur ook gebruikt wordt voor agrarische activiteiten. Een stikstofdepositieberekening wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 4.1.3 Conclusie

Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de Flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. 4.2 Bodemkwaliteit

4.2.1 Wettelijk kader

De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.2.2 Beoogde ontwikkeling

Onderhavig initiatief betreft een functiewijziging van recreatie naar agrarisch (bollenteelt). Ten aanzien van het initiatief zullen er beperkte graafwerkzaamheden worden uitgevoerd (er wordt een kleine zwemvijver gerealiseerd met een diepte van zo'n 1,50 meter). Op de locatie zijn geen bodemverontreinigingen bekend of bekende locaties van ernstige bodemverontreiniging die met spoed moeten worden gesaneerd. De omgevingsdienst van Alkmaar heeft als reactie op het voorontwerp bestemmingsplan aangegeven dat er een verkennend bodemonderzoek nodig is om de bodemkwaliteit vast te stellen. Dit wordt noodzakelijk geacht doordat er in de nieuwe schuur personen voor langere tijd aanwezig zijn en doordat er met de ontwikkeling een zwemvijver wordt beoogd. 4.2.3 Verkennend bodemonderzoek

Het bodemonderzoek is uitgevoerd door Landview bodemonderzoek (Bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt dat voor het grootste gedeelte van het plangebied er geen verontreinigingen zijn die boven de interventiewaarde uitkomen. Echter zijn er op 2 boringen een verontreining met zink aangetroffen. Normaal gesproken zal dit aanvullend onderzocht moeten worden en mogelijk gesaneerd. De verontreiniging is echter alleen aangetroffen onder het beton. De oorzaak zal mogelijk onderliggend puin zijn onder de beton. In de toekomst blijft deze verontreiniging ook geheel afgeschermd door de betonnen vloer. Daarom is er geen aanvullende actie noodzakelijk. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht (plaat)materiaal of potentieel asbestverdacht puin aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Om cijfermatig uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN

TOELICHTING (ontwerp) 27

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

5707 noodzakelijk. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in of op is verwerkt, is uitgevoerd, zal het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd

4.2.4 Conclusie

Er zullen geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteit op het onderhavige perceel. 4.3 Cultuurhistorie en archeologie

4.3.1 Wettelijk kader

Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.3.2 Cultuurhistorie

Het pand kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalende pand in het geldende bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat met het plan geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. Wel kent de omgeving beschermde cultuurhistorische kenmerken. Deze worden in de omgevingsvisie beschreven onder de Alkmaarse kwaliteiten van het landelijk gebied. Deze kwaliteiten bestaan uit: 4. Het landelijk gebied is een belangrijk agrarisch productiegebied 5. Het landelijk gebied is aantrekkelijk voor recreatie en toerisme door de Stelling van Amsterdam, de vele molens van de Schermer en de veenweidegebieden 6. De rijke historie van De Rijp is nog goed afleesbaar, met als gevolg een grote aantrekkingskracht op toeristen 7. De Schermer droogmakerij is een unieke innovatie uit de 17de eeuw, waarvan de werking en functie tot de dag van vandaag zijn behouden 8. Het landschap van de droogmakerijen kenmerkt zich door een heldere structuur en openheid 9. Het landelijk gebied maakt onderdeel uit van de innovatieve regio Greenport Noord-Holland-Noord en het Nationaal Landschap Laag Holland 10. De dorpen in het landelijk gebied hebben een grote mate van eigenheid behouden.

De verkaveling en het stratenpatroon van naast elkaar gelegen panden met verschillende hoogten, kapvormen en gevelbreedten, zijn kenmerkende elementen voor de historische kernen van Graft, De Rijp en Schermerhorn 11. Het natuurgebied Eilandspolder is als water- en vogelrijk Planspecifiek Het planvoornemen stimuleert, met de realisatie van een vernieuwde schuur, de agrarische activiteiten op de planlocatie. Hiermee behoudt de locatie de eerste kernkwaliteit 'belangrijk agrarisch productiegebied'. Daarnaast is er recreatie op het plangebied aanwezig. Dit past bij de tweede kernkwaliteit van het landelijk gebied. De planlocatie bevindt zich in de zone van 'De Schermer droogmakerij'. Dit houdt in dat de heldere structuur en openheid van het landschap in stand gehouden dient te worden. De ontwikkeling zorgt niet voor een grote wijziging ten aanzien van de huidige bebouwing en het huidige gebruik. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling geen nadelige effecten heeft op de kernkwaliteiten van het landschappelijk gebied.

28 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

4.3.3 Archeologie

De Erfgoedwet hanteert de beschermingsniveaus zoals die gelden in de voorgaande regelingen. Voor de vergunningverlening van een beschermd archeologisch monument, het verbod tot beschadigen of vernielen van een rijksmonument en de bescherming van stads- en dorpsgezichten geldt dat de Monumentenwet 1988 van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels blijven dus gelden en zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedwet. Doelstelling van de wetten is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. De projectlocatie heeft een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie. De locatie valt namelijk binnen de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 3' en 'Waarde – Archeologie 4'.

Doordat het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte maximaal 500 m2 betreft op bestaande fundering, is een archeologisch onderzoek volgens de regels uit artikel 25.2 niet noodzakelijk. Voorts zijn op basis van deze wet mogelijke (toevals-)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Nieuwe archeologische verwachtingskaart gemeente Alkmaar Op de nieuwe archeologische verwachtingskaart (16 juni, 2022) heeft het terrein waarde archeologie B en deels waarde archeologie E. Bij waarde B (oranje) kunnen er archeologische verplichtingen gekoppeld worden aan de omgevingsvergunning bij verstoringen van meer dan 50m2 en dieper dan 35cm, bij waarde E (blauw) kunnen er archeologische verplichtingen gekoppeld worden aan de omgevingsvergunning bij verstoringen van meer dan 10.000m2 en dieper dan 40cm. Voor de geplande uitbreiding van de schuur en de zwemvijver zoals getekend in de ruimtelijke onderbouwing zijn er geen archeologische verplichtingen behalve de wettelijke meldingsplicht bij het doen van toevalsvondsten aan de gemeentelijk archeoloog.

TOELICHTING (ontwerp) 29

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

4.3.4 Conclusie

De gewenste ontwikkeling vindt plaats op beschermd archeologisch gebied, maar doordat het vernieuwing op bestaande fundering betreft (kleiner dan 500 m2) en binnen het blauwe gebied (Waarde E) van de nieuwe archeologische waardenkaart valt is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. 4.4 Luchtkwaliteit

4.4.1 Wettelijk kader

De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. 4.4.2 Beoordeling

Effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Luchtkwaliteit ter plaatse Vanuit de wet milieubeheer gelden grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Daarnaast hanteert de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden ter plekke van het plangebied, de grenswaarden en de advieswaarden. De kaarten met

30 TOELICHTING (ontwerp)

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op de Atlas Leefomgeving van de Rijksoverheid. Stof Jaar 2018 Jaar 2020 Grenswaarde Advieswaarde NO2 12.8 µg/m3 12.5 µg/m3 40 µg/m3 10 µg/m3 PM10 17.6 µg/m3 14.9 /m3 40 µg/m3 15 µg/m3 PM2,5 10.1 µg/m3 7.3 µg/m3 20 µg/m3 5 µg/m3 Waarden in het plangebied, grenswaarden en advieswaarden luchtkwaliteit Op de planlocatie wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. De advieswaarden van de WHO liggen ver beneden de wettelijke grenswaarden. In de huidige situatie aan de Noordschermerdijk liggen de concentraties ver beneden de wettelijke grenswaarden en in het geval van PM10 zelfs onder deze advieswaarde. Voor wat betreft PM2,5 geldt dat er net niet wordt voldaan aan de advieswaarde, maar zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de verwachting dat de jaargemiddelde concentraties in de toekomst verder zullen afnemen. De huidige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.4.3 Conclusie

Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven. Daarnaast is luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.5 Parkeren en verkeer

4.5.1 Parkeren

De planlocatie valt binnen het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren 2018. Dit bestemmingsplan verwijst naar de parkeernormen die beschreven staan in de parkeernormennota Alkmaar 2017-2027. Deze parkeernormennota is in juni 2020 gewijzigd en vastgesteld voor de periode 2020-2027. Binnen de parkeernormennota Alkmaar 2020-2027 valt de planlocatie in het gebied 'overige locaties'. De schuur wordt in de toekomstige situatie deels gebruikt voor bedrijvigheid (bollenteelt) en opslag. Per 100 m2 BVO is voor bedrijf/industrie een parkeernorm van 1,4 aanwezig met een bezoekerspercentage van 5% en voor opslag 0,8 met een bezoekersaantal van 5%. De uitbreiding van de schuur betreft 414 m2 BVO, waardoor er een parkeernorm van 3,2 (opslag, 0,8 x 4) en 5,6 (bedrijf, 1,4 x 4). Gemiddeld komt dit uit op 4 parkeerplaatsen op eigen terrein. Het initiatief betreft slechts een beperkte uitbreiding van de al bestaande schuur en bedrijvigheid. Op onderstaande afbeelding is te zien dat er voldoende bestrating op eigen terrein aanwezig is voor het parkeren van de vier voertuigen van bedrijvigheid op planlocatie.

TOELICHTING (ontwerp) 31

bestemmingsplan Noordschermerdijk7

Conclusie Daar parkeren op eigen terrein wordt opgelost, vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.5.2 Verkeer

Het plangebied wordt ontsloten via de 60 km/h-weg Noordschermerdijk. De verkeersbewegingen veranderen met onderhavig initiatief nauwelijks, waardoor er geen verkeersaantrekkende werking/verkeersgeneratie berekend hoeft te worden. Conclusie De huidige verkeerssituatie blijft hetzelfde. Er is geen nader onderzoek nodig. 4.5.3 Conclusie

Voorgenomen initiatief zal niet leiden tot verkeerskundige en/of parkeertechnische problemen. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en de verkeersgeneratie neemt niet of nauwelijks toe. 4.6 Geluidhinder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13795855/1