Bijlage 1b. Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Archeologisch bureauonderzoek voor een plangebied aan de Kalkovensweg 1 in Alkmaar Gemeente Alkmaar
HOLLANDIA archeologen
I NHO U D SO PG AV E Samenvatting5
C OLO FON 2
Hollandia reeks nr. 1224 Titel: Archeologisch bureauonderzoek voor een plangebied aan de Kalkovensweg 1 in Alkmaar, gemeente Alkmaar. Toponiem: Alkmaar Kalkovensweg 1 Gemeente: Alkmaar Onderzoeksmeldingsnummer Archis: 5670635100 Hoekcoördinaten: 110.137/515.537 110.227/515.493 110.177/515.421 110.103/515.478 Auteur: Mevr. M.E. Luitjes In opdracht van: Dhr. B. Faber - Pro6 Wetenschappelijke leiding: Dhr. M. Langeveld Illustraties: Mevr. M.E. Luitjes, tenzij anders vermeld. Conceptversie: 19 december 2024 Oplage: 7 ISSN: 1572-3151 Afbeelding voorblad: Boerenerf aan de Kalkovensweg met een vrouw aan de vaat en op de achter grond de spoorlijn. Tekening van dhr. K. de Heer in 1950. Bron: Beeldbank Regionaal Archief Alkmaar, catalogus-/fotonr. PR 1000184. © Hollandia archeologen, Zaandijk 2024 Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk 075 - 622 49 57 info@archeologen.com
1. Inleiding7 2. Het onderzoeksgebied 9 3. Beleid11 4. Doel en methode 13 5. Aardwetenschappelijke gegevens 15 6. Historische gegevens 19 7. Archeologische gegevens 23 8. Archeologische verwachting 27 9. Conclusie en advies 29 Literatuurlijst30 Bijlagen31 Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologische stappenplan
3
SA MENVAT T I NG In december 2024 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van dhr. B. Faber van Pro6, een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor het plangebied aan de Kalkovenseweg 1 in Alkmaar, gemeente Alkmaar. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van nieuwe woningen op de locatie. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kan voor het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting worden gegeven op het aantreffen van archeologische waarden uit het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd, vanwege de ligging van het plangebied op de strandwal. Rond Alkmaar zijn enkele archeologische aanwijzingen voor bewoning van de strandwal gedurende het laat-neolithicum en de bronstijd aangetroffen, maar in de directere omgeving van het plangebied zijn voornamelijk vondsten uit de ijzertijd/Romeinse tijd gedaan. Hierdoor is de verwachting voor het (laat-)neolithicum en de bronstijd middelhoog en voor de ijzertijd/Romeinse tijd hoog. Eventuele resten uit deze perioden bevinden zich op de strandwal (laat-neolithicum) en in de oud-duinafzettingen (bronstijd en ijzertijd/Romeinse tijd). De archeologische verwachting voor de middeleeuwen is middelhoog.
Eventuele archeologische resten uit deze perioden kunnen theoretisch gezien worden verwacht, maar er zijn maar weinig vondsten gedaan in de omgeving die dateren in de vroege middeleeuwen. Bij het voormalig klooster ‘In den Blencken’ zou bijvoorbeeld Badorfaardewerk gevonden zijn dat dateert in de vroege middeleeuwen. Bij de Sportlaan zijn losse aardewerkvondsten gedaan uit de late middeleeuwen en het klooster ‘In den Blencken’ heeft zijn oorsprong in de late middeleeuwen. De oudste geraadpleegde historische kaart op perceelsniveau is de kaart van Zoutman uit 1665. Op deze kaart staan ter hoogte van het plangebied twee erven met in totaal 2 gebouwen. Op de kaart van Zoutman is het plangebied deels bebouwd, maar op de kadastrale minuut en de Bonnebladen is het plangebied weer geheel onbebouwd. De huidige bebouwing binnen het plangebied lijkt dan weer de eerstvolgende bebouwing te zijn en dateert uit 2001. De archeologische verwachting voor de nieuwe tijd is dus hoger. Eventuele archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen zich dicht onder het maaiveld bevinden.
4
Advies Gezien de (middel)hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd wordt geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen (IVO-O) uit te voeren binnen het plangebied. Met behulp van een dergelijk booronderzoek kunnen de bodemopbouw en eventuele (sub)recente vergravingen binnen het plangebied in kaart worden gebracht en kan worden bepaald of de nieuwbouw mogelijk archeologische waarden zal gaan verstoren. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van dit rapport en het advies zal het bevoegd gezag, de gemeente Alkmaar, een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Indien er geen vervolgonderzoek wordt uitgevoerd en er archeologische resten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden, dan geldt er altijd de verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Alkmaar. Afbeelding 1. De locatie van het plangebied op de luchtfoto van Google Earth. Het plangebied is omkaderd. Bron: Google Earth.
5
1
I NLEI D I NG In december 2024 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van dhr. B. Faber van Pro6, een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor het plangebied aan de Kalkovensweg 1 in Alkmaar, gemeente Alkmaar (zie afb. 1-3). De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van nieuwe woningen op de locatie. Het overleggen van een archeologisch rapport, waarin de archeologische waarde van het betrokken terrein in voldoende mate is vastgesteld, is onderdeel van de aanvraag van een ‘buitenplanse omgevingsactiviteit’ (bopa) die benodigd is voor de toekomstige bouwplannen. De met de plannen gepaard gaande grondroering vormt mogelijk een bedreiging voor het archeologisch bodemarchief. Het bureauonderzoek brengt de bekende bodemkundige, historische en archeologische gegevens van het plangebied en de nabije omgeving (onderzoeksgebied is straal van 500 meter rond het plangebied) in kaart om in een vroeg stadium een zo nauwkeurig mogelijk beeld te vormen van de te verwachten archeologische resten. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt een advies geformuleerd met betrekking tot de noodzaak van archeologische vervolgstappen, waarover de gemeente Alkmaar vervolgens het definitieve besluit neemt.
In het Archeologisch Informatiesysteem van Nederland (ARCHIS3) is het onderzoek aangemeld onder onderzoeksmeldingsnummer 5670635100. Het bureauonderzoek voldoet aan protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.2. Afbeelding 3. De locatie van het
N
6
plangebied op een luchtfoto. Het plangebied is omkaderd.
MODELLEUR SITUATIE alg
BR
pro6 v a s t g o e d .nl B K P 0 0 1 EW.. info@ w w w .pro6 v a s t g o e d .nl 9 .1 2 .2 0 2 4
A3
1 :5 0 0
DATUM
FORMAAT
SCHAAL
GSPublisherVersion 1223.80.81.100
CREATING . LIVING . S P A C E S
K A L K O V E N S H O F ONDERWERP
A
A
OMSCHRIJVING
9K Populus
KALKOVENSWEG
SITUATIE
WESTERWEG
spelen
4.758 m2
BLADNUMMER
A . L A A T 88 1811 E K A L K M A A R T . 0 7 2 -7 8 5 5 2 2 8
Bron: ESRI.
Afbeelding 2. Planschets van de bestaande en toekomstige situatie (rood gearceerd/geel omkaderd gebied) binnen het plangebied.
In een later stadium worden de omliggende groenstroken mogelijk nog opnieuw ingericht, maar dit zal dan waarschijnlijk door de gemeente gebeuren en niet door onderhavige opdrachtgever.
7
2
HE T O ND ER ZO EKSG EB I ED
Afbeelding 4. Het plangebied op
een luchtfoto met een projec-
Algemeen Het plangebied wordt begrensd door de Kalkovensweg aan de zuidzijde, de spoorlijn aan de westzijde en de woningen/bedrijfspanden aan de Westerweg en Overkrocht aan de oost- en noordzijde. Het betreft de volgende kadastrale percelen: de toekomstige bebouwing komt overwegend op percelen C-6548 (2500 m2) en C-6547 (1220 m2) en de inritconstructie voor de woningen vanaf de Kalkovensweg komt op perceel E-5953 (2626 m2).
tie van de aanwezige kabels en leidingen volgens de KLIC-melding )boven’ en de daadwer-
kelijke KLIC-melding (onder). Bron: ESRI en Kadaster.
De digitale informatie moet verplicht aanwezig zijn als u graaft. pagina: 1 van 1
schaal:
1:713
datatransport KL1011 datatransport KL1049 datatransport KL1051 gas lage druk KL1040 laagspanning GM0361 laagspanning KL1040 water KL1100
KLIC-nummer: 24O0179278 - 1 Overzichtskaart
KLIC-nummer: 24O0179278 - 1 Overzichtskaart
datatransport KL1011 datatransport KL1049 datatransport KL1051 gas lage druk KL1040 laagspanning GM0361 laagspanning KL1040 water KL1100
Toekomstige situatie Het bouwplan bestaat uit verschillende categorieën en typologieën woningen (zie afb. 2): twaalf sociale koopappartementen, vijf betaalbare rijwoningen, vier twee-onderéén-kapwoningen en drie vrijstaande woningen. Tussen de woningen ontstaan twee gezamenlijke erven voor groen en ontmoeting en het plan wordt omringd door bestaand en nieuw groen. Er zijn nog geen constructietekeningen van de nieuwe woningen beschikbaar en er is ook nog geen informatie over de wijze van funderen. De percelen zullen worden ontsloten vanaf de Kalkovensweg via een inritconstructie voerend over perceel E-5953 dat in eigendom is bij de gemeente Alkmaar. In een later stadium worden de omliggende groenstroken mogelijk nog opnieuw ingericht, maar dit zal dan waarschijnlijk door de gemeente gebeuren en niet door onderhavige opdrachtgever.
pagina: 1 van 1
De digitale informatie moet verplicht aanwezig zijn als u graaft.
8
Huidige situatie Het plangebied is vooralsnog in gebruik door Hoveniersbedrijf Veeken die op locatie kantoor houdt, bomen en planten kweekt en deze in de kwekerijopslag houdt. De enige bebouwing die in de huidige situatie aanwezig is, betreft een pand aan de oostkant met een industriefunctie dat volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateert uit 2001 (zie afb. 1 en 3). Er zijn in het bouwarchief van Alkmaar of Heiloo geen bouwtekeningen beschikbaar van dit gebouw. In het tijdelijke ‘Omgevingsplan gemeente Alkmaar’ (01-05-2024) is de locatie bestemd als ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. Het voorgenomen bouwplan past niet binnen deze bestemming. De ontwikkeling wordt planologisch mogelijk gemaakt met een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (bopa).
Mogelijke verstoringen Op de Verstoringsbronnenkaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) staan geen ‘bekende vergraven gronden’ of 20e-eeuwse landinrichtingsprojecten aangegeven binnen het plangebied (https://rce.webgispublisher.nl/ - Verstoringsbronnenkaart). Er is een KLIC-melding gedaan om de binnen het plangebied aanwezige kabels en leidingen in kaart te brengen (zie afb. 4). Er lopen verschillende kabels en leidingen van de Kalkovensweg richting het pand van Kalkovensweg 1, waaronder datatransport, een gas- en waterleiding en laagspanning. De aanleg van deze kabels en leidingen kan verstoring van de bodem hebben veroorzaakt. Milieukundig onderzoek Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Vrolijk 2024). Vanaf het maaiveld tot op een diepte van 2,0 m -mv bestond de bodem uit zand. Zeer plaatselijk is in de ondergrond een kleilaag aangetroffen tussen 1,1 en 1,2 m -mv en in één boring waren veenbrokken aanwezig tussen 1,0 en 1,4 m -mv. Er zijn geen verontreinigingen aangetroffen binnen het plangebied.
schaal: linksonder: X: 110.102,0 Y: 515.420,0
9
3
B ELEI D Het huidige wettelijk kader voor de bescherming van archeologische waarden is het gevolg van het op Europees niveau gesloten Verdrag van Valetta in 1991. Bij de invoering van het verdrag op nationaal niveau werd de Monumentenwet uit 1988, waarin de bescherming van archeologische vindplaatsen was geregeld, in 2007 gewijzigd. Er vonden twee belangrijke wijzigingen plaats. In de eerste plaats moest de bescherming van archeologische vindplaatsen beter in het ruimtelijk ordeningsproces worden gewaarborgd. Een tweede belangrijke wijziging was dat archeologisch onderzoek niet alleen door de overheid kon worden uitgevoerd, maar ook door andere organisaties met een bevoegdheid. De regels die ervoor zorgen dat archeologische vindplaatsen in de ruimtelijke ordening gewaarborgd worden, zijn sinds 1 januari 2024 overgegaan in de Omgevingswet. De regels waar de gravende organisaties aan moeten voldoen, zijn terug te vinden in de Erfgoedwet 2016 en bijbehorende besluiten. In gemeentelijke bestemmingsplannen zijn ‘dubbelbestemmingen archeologie’ toegekend aan gebieden waar bekende archeologische vindplaatsen aanwezig zijn of verwacht worden. De aangewezen gronden zijn dan ‘mede bestemd voor het behoud en de bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachting’. Per 1 januari 2024 wordt het ruimtelijk ordeningsproces geregeld in de Omgevingswet.
Bestaande verordeningen en bestemmingsplannen gelden echter tot een nieuw Omgevingsplan wordt vastgesteld (Art. 4.6 lid 1 onder d en g Invoeringswet Omgevingswet). Deze plannen worden tijdelijke Omgevingsplannen genoemd.
10
Afbeelding 5. Een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart van gemeente Alkmaar, geprojecteerd op een luchtfoto. Het plan-
gebied is rood omkaderd. De bruine gebieden vallen onder Archeologie Waarde A, grijze gebieden onder waarde B, lichtbruine gebieden onder waarde C (waarbinnen het plangebied valt), gele gebieden onder waarde D, groene gebieden onder waarde E en blauwgroene gebieden betreffen archeologische rijksmonumenten (beide niet op deze kaart). Bron: mailcorrespondentie gemeente Alkmaar.
De gemeente Alkmaar beschikt over een gemeentelijke archeologische verwachtingskaart die in 2024 geactualiseerd is en recentelijk op 28 november 2024 is vastgesteld. De archeologische verwachtingskaart zal uiteindelijk worden opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Alkmaar. Op deze kaart heeft het plangebied ‘Archeologie Waarde C’ toegekend gekregen. Archeologie Waarde C betreft terreinen waarvoor een archeologische onderzoeksplicht geldt voor bodemroerende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 100 m2 én die dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld reiken. ‘Archeologie Waarde C’ is in het geval van onderhavig plangebied van toepassing omdat het onderdeel is van een hoger gelegen gebied dat van oudsher bewoond kon worden en/of waarvan bekend is dat deze bewoond was. De bewoning op deze locaties kan teruggaan tot in het laat-neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd en de inheems-Romeinse periode. Hierbij gaat het met name om de strandwallen die in noord-zuid richting door de westelijke helft van de gemeente lopen. In deze vroege tijden was bewoning verspreid op deze zandruggen aanwezig. De resten bevinden zich door latere afzettingen wat dieper in de ondergrond en kunnen daardoor goed afgedekt zijn tegen moderne ingrepen (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR728150).
11
4
D O EL EN ME T HO D E Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, het karakter en de omvang, de datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aard van de geplande bodemroering en de vraagstelling dienen aanvullende gegevens verzameld te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespecificeerd verwachtingsmodel. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Alkmaar, kan hierop een (selectie)besluit maken ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium in de planvorming rekening gehouden worden met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1.
2.
12
3.
Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS3) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Relevante geologische, historische en archeologische literatuur.
De opdrachtgever zorgt ervoor dat de rapportage wordt ingediend bij de gemeente die als bevoegd gezag fungeert. Op verzoek kan de opsteller van het rapport dit ook verzorgen. Binnen twee maanden na afronding van het standaardrapport wordt de rapportage aangeleverd bij Archis, en wordt het onderzoek in Archis afgemeld. De digitale documentatie wordt eveneens binnen twee maanden na afronding van het standaardrapport aangeleverd bij een e-depot (DS05).
13
5
A A R DWE T ENSC HA P P ELI J K E G EG E V ENS
Afbeelding 6. Het plangebied
Type gegevens Bron
op de geomorfologische kaart.
Het plangebied is omkaderd. Op
Geologie
deze kaart staan ook de locaties
bebouwd
van de in hoofdstuk 5 bespro-
Geomorfologie (zie afb. 6)
ken DINOLoket boringen. Bron: PDOK.
M72
Bodemkunde (zie afb. 7)
plangebied B19B0571
B19B0176
B76
M81
M72 B76
M72
14 Afbeelding 7. Het plangebied op
de bodemkaart. Het plangebied is omkaderd. Bron: PDOK.
bebouwd
plangebied
Zn21
2C
3C
gM
Geomorfologische Bebouwd. ‘Vlakte van getij-afzettingen’ (M72), kaart van Neder- ‘strandwal’ (B76) en ‘ontgonnen veenvlakte’ (M81). land (PDOK)
kWz gMn83C
pMn52A
Tabel 1. Samenvatting van de relevante
aardwetenschappe-
lijke gegevens over de regio van het plangebied.
Bodemkaart van Bebouwd. (Zn50A), ‘beekeerdgronden; Nederland (PDOK) leemarm en zwak lemig fijn zand’ (pZg21), ‘kalkrijke leek-/woudeerdgronden; zavel, profielverloop 2’ (pMn52A), ‘kalkhoudende beekeerdgronden; zeer fijn en matig fijn zand’ (pZg20A), ‘kalkhoudende vlakvaaggronden; grof zand’ (Zn30A), ‘vlakvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand’ (Zn21), ‘knippige poldervaaggronden; zavel, profielverloop 2’ (gMn52C), ‘knippige poldervaaggronden; zavel, profielverloop 3’ (gMn53C), ‘moerige eerdgronden met een zavel- of kleidek en een moerige tussenlaag op zand’ (kWz) en ‘knippige poldervaaggronden; klei, profielverloop 3’ (gMn83C).
Hoogte van het Algemeen Hoogte- 0,0-0,7 m +NAP maaiveld bestand Nederland
Vanaf 4.500-4.000 v. Chr. nam de stijging van de zeespiegel sterk af en kwam de oostwaartse verplaatsing van de eilanden tot stilstand. Vanuit de Noordzee en de grote rivieren werden grote hoeveelheden zand aangevoerd, waardoor de getijdengeulen geleidelijk verzandden en de reeks eilanden aan elkaar groeide tot een strandwal. Achter de strandwallen had ondertussen grootschalige veenvorming plaatsgevonden, waarbij het Hollandveen laagpakket werd gevormd (De Mulder et. al. 2003).
n5
n5
Zn30A
pZg21
gM
pZg20A
De Mulder et al. Laagpakket van Zandvoort; formatie van Naald2003; Vos 2015 wijk
Genese van het landschap Het plangebied is gelegen in het Hollands duingebied, dat het huidige strand, alle strandwallen, strandvlakten en duinen omvat die aan de oostzijde van het strand in Noord- en Zuid-Holland voorkomen. Aan de zeezijde komen de buitenduinen voor, die ook wel de jonge duinen worden genoemd. Verder landinwaarts liggen de lagere en minder reliëfrijke oude duinen. Het ontstaan van het duingebied is sterk gerelateerd aan de zeespiegelstijging gedurende het holoceen (vanaf circa 9.500 v. Chr.). Voor het holoceen was Nederland bedekt met een pakket dekzand. Tijdens een periode van relatief snelle zeespiegelstijging, die tot circa 4.500-4.000 v. Chr. duurde, bestond de kust van Nederland uit een uitgebreid waddengebied met zandbanken en -platen die gescheiden werden door grote getijdengeulen. Dit waddengebied werd gedeeltelijk afgeschermd van de open zee door een reeks eilanden, maar als gevolg van de stijgende zeespiegel werden deze eilanden en het waddengebied geleidelijk omgewerkt en steeds verder naar het oosten verplaatst (De Mulder et. al. 2003).
Zn50A pZg21
pMn52A
Omschrijving
Tot ongeveer 0-100 na Chr. bleef de grote aanvoer van zand in stand waardoor de kustlijn steeds verder westwaarts uitbreidde. Bij deze uitbreiding werden afwisselend strandvlaktes en strandwallen gevormd. Strandvlakten werden gevormd tijdens perioden
15
Lithostratigrafie
Afbeelding 8. DINOLoket boring
Lithologie
0.70 1.10 [m]
B19B0176. Bron: www.dinoloket.nl.
0.50 [m]
ID:
B19B0176
RD locatie:
110360 (x), 514990 (y), RD
WGS84 locatie:
616977 (lon), 5831469 (lat)
Verticale positie:
0.70 [m] (NAP)
Startdatum:
01-05-1973
Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens 5.10 [m]
BeschrijfMethode(s):
ONB
Kwaliteit interpretatie:
Geautomatiseerd toegekend
-4.30
Lithostratigrafie NAZA
Hoogte in meters ten opzichte van NAP
0.50 [m]
NAWOBE Lithologie
NAZA 16.00 [m] 2.50 [m]
Klei Zand fijne categorie Zand
De strandwallen sloten de strandvlakten af voor overstromingen door de zee. Op sommige plaatsen bleef de strandwallenrij lange tijd onderbroken, waaronder bij het zogenaamde Zeegat van Bergen en ter hoogte van Castricum, bij het estuarium van het Oer-IJ. Na de volledige sluiting van de kust rond het begin van de jaartelling was er lange tijd sprake van een groot veengebied achter de strandwallen. Dit veranderde met de sterk toenemende invloed van de zee vanaf de 9e-10e eeuw en met name vanaf de 12e eeuw (Van der Valk 1996).
-9.30
6.20 [m]
-14.30
NAWOBE 2.50 [m]
2.50 [m]
Lithostratigrafie
Afbeelding 9. DINOLoket boring
Lithologie
0.30
B19B0571. Bron: www.dinoloket.nl.
-0.20
ID:
B19B0571
RD locatie:
110590 (x), 515380 (y), RD
WGS84 locatie:
617193 (lon), 5831867 (lat)
Verticale positie:
0.30 [m] (NAP)
Startdatum:
Onbekend
Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens BeschrijfMethode(s):
ONB
Kwaliteit interpretatie:
Geautomatiseerd toegekend
-0.70 Lithostratigrafie NAZA Hoogte in meters ten opzichte van NAP
16
Lithologie -1.20
Zand midden categorie
NAZA 3.50 [m]
-1.70
-2.20
-2.70
-3.20
3.50 [m]
met een kleiner aantal en/of minder hevige stormen. Het strand werd langzaam breder en op de hogere delen die alleen tijdens springvloed en zware stormen onder water stonden, kon vegetatie (gras en struiken) groeien en werden er kleine solitaire duinen gevormd. In perioden met meer en/of hevige stormen werd het door de zee aangevoerde zand boven de vloedlijn op het strand hoog opgeworpen in een rug, een strandwal. Op de strandwallen kwam nauwelijks begroeiing voor, waardoor de wind vrij spel had. Bovenop de strandwallen konden (oude) duinen ontstaan door verstuivingen (De Mulder et. al. 2003).
Grondboringen van www.dinoloket.nl Ten behoeve van bodemkundig en geologisch onderzoek zijn in het recente verleden binnen het onderzoeksgebied boringen verricht. Deze gegevens zijn te raadplegen via het dinoloket (www.dinoloket.nl). De boringen geven een eerste inzicht in de ondergrond van het onderzoeksgebied. Er zijn een tweetal booronderzoeken in de nabije omgeving van het plangebied uitgevoerd en deze zullen hieronder worden besproken. De boorlocaties staan weergegeven op afbeelding 6. Boring 1 (zie afb. 8, B19B0176): Vanaf met maaiveld op 0,7 m +NAP is het laagpakket van Zandvoort (formatie van Naaldwijk) opgeboord tot 16,0 m -mv, bestaande uit zand tot 7,2 m -mv, klei tot 7,3 m -mv, zand tot 9,80 m -mv en fijn zand tot 16,0 m -mv. Hieronder is tot het eind van de boring op 18,5 m -mv het laagpakket van Wormer, specifiek de Laag van Bergen, opgeboord (formatie van Naaldwijk), bestaande uit zand tot 18,5 m -mv. Boring 2 (zie afb. 9, B19B0571): Vanaf het maaiveld op 0,3 m +NAP is het laagpakket van Zandvoort (formatie van Naaldwijk) opgeboord tot het eind van de boring op 3,5 m -mv, geheel bestaande uit matig fijn zand.
17
6
Afbeelding 10. Uitsnede van de
‘Kaarte
van
het
Graaf-
HI STO R I SC HE G EG E V ENS
schap Egmont de heerlijkheijt
van Wimmenum alsmede van
Het plangebied bevindt zich op de strandwal, een hoger gelegen zandrug waarop al sinds de prehistorie bewoning plaats vond. De strandwal is in de middeleeuwen geheel ontgonnen als akkergrond waarbij de ‘geestgrond’ ontstond. Hierop zijn reeds enkele archeologische vindplaatsen uit de prehistorie, Romeinse tijd en middeleeuwen bekend en de verwachting op meer vindplaatsen uit deze perioden blijft dan ook hoog. De Kennemerstraatweg is vanouds een landweg op de flank van de strandwal, aangelegd in de loop van de middeleeuwen langs de akkergronden die op de strandwal waren gesitueerd.
Heylo’, vervaardigd door J.D. Zoutman in 1665. De kaart is niet
op schaal, het noorden is links. Het plangebied is bij benadering
aangegeven met het rode kader. Bron:
Beeldbank
Regionaal
Archief Alkmaar, catalogusnr. PR 1005075/fotonr. 5075.
Dit deel van Alkmaar is lange tijd een landelijk gebied geweest, met spaarzame bewoning. Op historische kaarten ligt het plangebied binnen het gebied (buurtschap?) ‘Varnebroek’, dat met naam voor het eerst genoemd wordt in een historische bron uit 1556 en ook op een historische kaart van Lourens Pietersz. van vóór 1564 wordt genoemd. Er zijn meerdere historische vermeldingen van ‘Varnebroek’ uit de late middeleeuwen en het begin van de nieuwe tijd, die het vaak hebben over een spaarzaam bewoond gebied, mogelijk een soort ‘buurtschap’, wat door de tijd heen qua grootte varieerde tussen enkele tot enkele tientallen boerderijen/erven. Al in 1370 werd de Hoevervaart gegraven, waarlangs agrarische producten, schelpen en handelswaar werden vervoerd. Deze vaart liep richting het Egmondermeer en Egmond aan den Hoef en daarmee dus ook langs kasteel Kranenbroek en klooster ‘In den Blincken’. Deze vaart bevindt zich ten noorden van het plangebied en staat onder andere afgebeeld op de kaart van J.D. Zoutman uit 1665 (zie afb. 10). Langs de Hoevervaart stonden ook een aantal kalkovens en op de kaart van Zoutman staat er ten noorden van het plangebied ook één afgebeeld. De huidige straatnaam Kalkovensweg slaat dus terug op een historische situatie. Verder stonden er ook een aantal watermolens langs de Hoevervaart, maar deze bevonden zich niet ter hoogte van het plangebied (Bakkum 2011).
Hoevervaart
18
Op 31 juli 1573 werd het buurtschap Varnebroek platgebrand door de Geuzen om te voorkomen dat het opkomende Spaanse leger daar een legerplaats zou stichten. Ter hoogte van de huidige Algemene Begraafplaats bouwden de Spanjaarden uiteindelijk een houten schans. Er is verder weinig informatie te vinden over Varnebroek en ook over de kalkovens is weinig bekend. Ook is er in de directe omgeving van het plangebied geen archeologisch onderzoek gedaan (zie hoofdstuk 7) dat betrekking kan hebben op Varnebroek, de Hoevervaart, de kalkovens of de molens. Het is in ieder geval duidelijk dat er door de eeuwen heen een klein buurtschapje heeft gelegen aan de Hoevervaart, een belangrijke waterloop in de late middeleeuwen en nieuwe tijd (Bakkum 2011). Historische kaarten Het plangebied bevindt zich op vrij aanzienlijke afstand van zowel de historische kern van Alkmaar als van Heiloo. Hierdoor zijn er niet zoveel historische kaarten van voor de 19e eeuw op perceelsniveau te raadplegen, aangezien er van eerdere eeuwen vooral stadsplattegronden beschikbaar zijn waarbij het plangebied niet binnen het kaartbereik ligt. Op een kaart van J.D. Zoutman uit 1665, de ‘kaarte van het Graafschap Egmont de heerlijkheijt van Wimmenum alsmede van Heylo’, kunnen we het plangebied echter wel goed terugvinden (zie afb. 10).
Het plangebied bevindt zich op deze kaart ten noordoosten van kasteel Kranenbroek, in de ‘Kijfpolder’ en binnen het buurtschap ‘Varnebroek’. Ten noordwesten van het plangebied staat langs de Hoevervaart een kalkoven vermeldt. De huidige straatnaam slaat dus terug op de historische situatie. Het plangebied bevindt zich deels ter hoogte van twee bebouwde erven.
19
Afbeelding 11. Uitsnede van de gedigitaliseerde versie van
de kadastrale minuut van 1811-
1832. Het plangebied is rood omkaderd. Bron: HISGIS.
20
Op de kadastrale minuut van 1811-1832 (zie afb. 11) en de Bonnebladen uit het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw (zie afb. 12 en Topotijdreis.nl) is het plangebied weer onbebouwd. In de aanwijzende tafels bij de kadastrale minuut staan de twee betreffende percelen aangemerkt als weiland en bouwland. Na bestudering van topografische kaarten uit de 20e eeuw (Topotijdreis.nl) lijkt het erop dat de huidige bebouwing, een klein gebouwtje met industriefunctie uit 2001, weer de eerste bebouwing is binnen het plangebied.
21 Afbeelding 12. Uitsnede van het Bonneblad van 1900. Het plan-
gebied is rood omkaderd. Bron: www.topotijdreis.nl.
7
A RC HEO LO G I SC HE G EG E V ENS Tabel 2. Een aantal archeologische onderzoeken en vondstmeldingen die zijn gedaan in de
OMN nr.
Locatie
3238286100 Westerweg
omgeving van het plangebied. Bron: ARCHIS.
Soort onderzoek
Kartering Bergen- ‘Funderingen van een steenoven, Egmond-Schoorl afvallagen en andere zaken die samenhangen met ambachtelijke activiteiten’.
2798092100 Prinses Vondstmelding Julianalaan 3238675100 Westerweg
2457105100 Kennemerstraatweg
2140832100 Sportlaan 2148252100
Pelgrimsinsigne met reliëf van Sint Jacobs uit de late middeleeuwen B.
Kartering Bergen- Bodem verstoord tot circa 70-80 cm. Egmond-Schoorl Er is wel een dun veenpakket aangetoond dat werd afgesloten door een venige kleilaag waaruit één scherf uit de late ijzertijd/Romeinse tijd afkomstig is. Ook is een kogelpotscherf gevonden. Bureauonderzoek Geen vervolgonderzoek vanwege zowel te diepe werkzaamheden (16 m diep) als het niet overschrijden van de vrijstellingsgrenzen. Proefsleuven
22
2020985100 In den Blencken
Resultaten
Begeleiding
Geen rapport of andere informatie beschikbaar in ARCHIS. Uitgevoerd door resp. gemeente Alkmaar en RAAP. Er is wel een ander rapport van ADC van een proefsleuvenonderzoek op deze exacte locatie beschikbaar (2163189100, zie hoofdstuk 7). Geen rapport of andere informatie beschikbaar in ARCHIS. Begeleiding uitgevoerd door Provincie NoordHolland tijdens infrastructurele werken (aanleg waterstransportleidingen).
Binnen het plangebied bevinden zich geen archeologische monumenten (AMK-terreinen). De dichtstbijzijnde AMK-terreinen bevinden zich 400 en 500 meter ten zuidwesten van het plangebied. Het betreft de volgende archeologische monumenten (ARCHIS): • AMK 7409 (‘Westerweg’ van archeologische waarde): terrein met de resten van het klooster In den Blencke van 1420 tot 1571/1573. Het kloosterterrein wordt doorsneden door de spoorbaan. Er heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden in 1983 en 1984 (zie hieronder 2791993100, 2792008100 en 3094438100). • AMK 10771 (‘Martin Luther Kingweg’ van archeologische waarde): terrein met sporen van bewoning. Volgens de boer is het deel van dit perceel dat grenst aan de spoorbaan diep gespit. Boringen hebben dit bevestigt: de bodem is tot 0,7-0,8 m verstoord. Er is geen puin in de boringen aangetroffen. In de ongestoorde ondergrond bevindt zich nog een dun veenpakket dat wordt afgesloten door een venige kleilaag. Uit deze kleilaag is een scherf uit de late ijzertijd/Romeinse tijd afkomstig (zie ook 3238675100 in tabel 2). • AMK 4250 (‘Vredenoord’ van hoge archeologische waarde): terrein met sporen van een oven.
Aangezien zich hier nog archeologische sporen (funderingen, afvallagen en andere zaken die samenhangen met ambachtelijke activiteiten) in de bodem kunnen bevinden, wordt in principe behoud van dit terrein nagestreefd om in de toekomst door oudheidkundig bodemonderzoek verdere gegevens te verzamelen. De nabije ligging en vermoede relatie met het kasteelterrein Kranenbroek en het kloosterterrein ‘In den Blencken’ geven aan deze ovenplaats een extra dimensie (zie ook 3238286100 in tabel 2). Binnen het plangebied is nog niet eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. In de nabije omgeving (binnen een straal van 500 meter) van het plangebied zijn wel een aantal archeologische onderzoeken, waarnemingen en vondstmeldingen uitgevoerd. Hieronder, en in tabel 2, zullen er een aantal besproken (zie ook afb. 13). Bij een drietal onderzoeksmomenten in 1983 en 1984 door de AWN op het kloosterterrein ‘In den Blencken’ ten zuidwesten van het plangebied zijn resten van het klooster en bijbehorend vondstmateriaal gevonden (2792008100, 3094438100 en 2791993100). Het betreft onder andere grote concentraties bouwkeramiek (dakpannen, concentraties baksteen, plavuizen), leisteen, ‘ijzerwerk’, vensterglas, een slootvulling en aardewerk uit de 12e-13e en 15e-16e eeuw en ander niet nader gespecificeerd laatmiddeleeuws aardewerk.
Ook is er aardewerk uit de vroege middeleeuwen gevonden: het betreft scherven van een eivormige Badorf-pot met radstempel (Dorestad WII A-E) (ARCHIS). Ter hoogte van de spoorlijn ten zuidwesten van het plangebied is in het kader van werkzaamheden rond een aantal spoorovergangen een bureauonderzoek (5271264100, Van Riel 2022), een verkennend booronderzoek (5458212100) en een proefsleuvenonderzoek (5643298100) uitgevoerd. In het bureauonderzoek is een hoge archeologische verwachting geschetst op het aantreffen van archeologische waarden uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Van het booronderzoek en het proefsleuvenonderzoek zijn vooralsnog enkel de ‘eerste bevindingen’ beschikbaar. Hierin worden over de resultaten van het booronderzoek geen uitspraken gedaan. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn moesbedden uit de nieuwe tijd en sporen en vondsten met betrekking tot het kloosterterrein ‘In den Blencken’ aangetroffen. Daarnaast wordt vermeldt dat het veenpakket plaatselijk intact was (ARCHIS3). Voor een plangebied aan de Westerweg 11 is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd
23
(5444831100). In het bureauonderzoek is een hoge verwachting geschetst op het aantreffen van archeologische resten uit het neolithicum tot en met de late middeleeuwen vanwege de aanwezigheid van de strandwal in de bodem. De verwachting voor de nieuwe tijd is laag, vanwege het ontbreken van bebouwing op historische kaarten vanaf de 17e eeuw. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat er inderdaad oude duin- en strandafzettingen aanwezig zijn. De top van de strandwal was archeologisch gezien intact en bevond zich vanaf een diepte tussen 0,45-0,50 m -mv (0,0-0,4 m -NAP). In twee boringen is onder het oude duinzand, op 0,90-0,95 m -mv (0,8 m -NAP), een donkergekleurde laag met veenen humeuze zandbrokjes aangetroffen. Dit vermoedelijke vegetatieniveau kan dateren uit het neolithicum en de bronstijd. Op basis van deze resultaten en de bouwplannen is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd, maar in ARCHIS is (nog) geen dergelijk onderzoek bekend (Melman 2023).
24
Afbeelding
13.
Overzichts-
kaart met de locaties van de
in de omgeving van het plangebied uitgevoerde onderzoe-
ken en vondstmeldingen, zoals beschreven in hoofdstuk 7. Het
noorden is boven. Het plangebied is rood omcirkeld. Bron: ARCHIS3.
Aan de Sportlaan is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (2163189100). De bodemopbouw was vrijwel intact: onder de bouwvoor met puinresten van het voormalig stadion bevond zich een zandig ophogingspakket, waaronder een laagje lichtgrijs tot wit zand. Op circa 1 m -mv was een grijze zandige band te zien, met daaronder schoon duinzand. Onderin het schone duinzand was een donkergrijze, soms bruine humeuze laag met stuifbandjes zichtbaar, met daaronder een veenpakket. De bovenkant van het veen bevond zich op circa 1,0 m -NAP. Dit veenpakket was op veel plaatsen sterk veraard, maar hier en daar nog intact. Onder het veenpakket bevond zich het schone grijze zand van de strandwal. De humeuze laag boven het veen, waarschijnlijk een vegetatiehorizont, liep omhoog en bevond zich in het zuidoosten net boven het veen en in het noordwesten net onder de bouwvoor. In geen van de sleuven zijn sporen aangetroffen die gerelateerd kunnen worden aan deze humeuze laag. Qua sporen zijn enkel een aantal houten paaltjes en een recente waterput aangetroffen. Het verzamelde aardewerk is enkel afkomstig uit het ophogingspakket onder de bouwvoor en omvat onder andere industrieel wit aardewerk, witbakkend Frankfurter aardewerk, Westerwald steengoed, een mineraalwaterkruik en een bloempot (18e-19e eeuw).
Ook is er ouder aardewerk in aangetroffen, waaronder Hafner aardewerk (1e helft 16e eeuw), roodbakkend aardewerk en Pingsdorf aardewerk (11e-12e eeuw). Verder is ook dierlijk botmateriaal uit het ophogingspakket afkomstig (Jezeer & Van der Meij 2008).
25
8
A RC HEO LO G I SC HE V ERWAC HT I NG Periode
Verwachting Diepte
(Laat-)neolithi- Middelhoog cum
Op de strand-wal
Bronstijd
Middelhoog
In de oud-duinafzettingen
IJzertijd/ Romeinse tijd
Hoog
In de oud-duinafzettingen
Middeleeuwen Middelhoog
26
Vroeg: in de oudduinafzettingen Laat: direct onder het maaiveld
Nieuwe tijd
Hoog
Direct onder het maaiveld
Omschrijving van de te verwachte resten
Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, sloten, greppels, kuilen, begravingen, vuursteen, aardewerk, botmateriaal, natuursteen, voorwerpen van gewei, been, hout en leer, archeobotanisch materiaal. Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, sloten, greppels, kuilen, begravingen, vuursteen, aardewerk, botmateriaal, natuursteen, voorwerpen van gewei, been, hout, metaal en leer, archeobotanisch materiaal. Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, sloten, greppels, kuilen, begravingen, vuursteen, aardewerk, botmateriaal, natuursteen, voorwerpen van gewei, been, hout, metaal en leer, archeobotanisch materiaal. Nederzettingssporen (muurwerk, funderingen, kelders, uitbraaksleuven, paalkuilen etc.), (ontginnings)sloten, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, water- en beerputten, aardewerk, botmateriaal, glas, natuursteen, bouwmateriaal, voorwerpen van gewei, been, metaal, hout en leer, aanplempingslagen, archeobotanisch materiaal.
27
Nederzettingssporen (muurwerk, funderingen, kelders, uitbraaksleuven, paalkuilen etc.), (ontginnings)sloten, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, water- en beerputten, aardewerk, botmateriaal, natuursteen, bouwmateriaal, voorwerpen van gewei, been, glas, metaal, hout en leer, aanplempingslagen, archeobotanisch materiaal.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kan een middelhoge tot hoge verwachting worden geschetst op het aantreffen van archeologische waarden uit het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd binnen het plangebied. Het plangebied is gelegen op de strandwal die is ontstaan gedurende het laatneolithicum. Dit hoger gelegen gebied is ook al vanaf het laat-neolithicum bewoond. De oudste archeologische vondsten uit de omgeving zijn ruim een kilometer ten noordoosten van het plangebied gedaan: het betreft aardewerk uit het laat-neolithicum van de Enkelgrafcultuur. Rond Alkmaar zijn enkele archeologische aanwijzingen voor bewoning
Tabel 3. Samenvatting van de archeologische verwachtingen
per periode met de mogelijke dieptes en aard van de te verwachten waarden.
9
C O NC LU S I E EN A DV I ES van de strandwal gedurende het laat-neolithicum en de bronstijd aangetroffen, maar in de directere omgeving van het plangebied zijn voornamelijk vondsten uit de ijzertijd/ Romeinse tijd gedaan. De verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het (laat-)neolithicum en de bronstijd is daarom middelhoog en voor de ijzertijd/Romeinse tijd hoog. Eventuele resten uit het (laat-)neolithicum bevinden zich op de strandwal en resten uit de bronstijd, ijzertijd/Romeinse tijd en vroege middeleeuwen kunnen zich bevinden in de oud-duinafzettingen
28
De archeologische verwachting voor de vroege middeleeuwen is middelhoog. Eventuele archeologische resten uit deze periode kunnen theoretisch gezien worden verwacht, maar in de nabije omgeving zijn er zover bekend weinig archeologische aanwijzingen voor. Bij het voormalig klooster ‘In den Blencken’ ten zuidwesten van het plangebied zou Badorf-aardewerk gevonden zijn dat dateert in de vroege middeleeuwen. Ook voor de late middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting. Theoretisch gezien kunnen archeologische resten uit deze periode ook worden verwacht. Bij de Sportlaan zijn bijvoorbeeld losse aardewerkvondsten gedaan en het klooster ‘In den Blencken’ heeft zijn oorsprong in de late middeleeuwen. Er zijn nog geen historische kaarten uit deze periode te raadplegen. De oudste historische kaart die geraadpleegd kon worden en enigszins op perceelsniveau is vormgegeven, is de kaart van Zoutman uit 1665. Op deze kaart staan ter hoogte van het plangebied twee erven met in totaal 2 gebouwen afgebeeld. Deze erven liggen binnen het buurtschap ‘Varnebroek’ in de ‘Kijfpolder’, ten zuiden van de Hoevervaart met daaraan een kalkoven. De huidige straatnaam slaat dus terug op de historische situatie. De archeologische verwachting voor de nieuwe tijd is dus hoger dan die voor de middeleeuwen.
Op deze kaart is het plangebied deels bebouwd, maar op de kadastrale minuut van 1811-1832 en de Bonnebladen uit het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw is het plangebied weer geheel onbebouwd. De huidige bebouwing binnen het plangebied lijkt dan weer de eerstvolgende bebouwing te zijn en dateert uit 2001. Gedurende het laat-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen zullen eventuele nederzettingscomplexen vooral bestaan uit sporen met betrekking tot huisplaatsen zoals bijvoorbeeld paalkuilen, haardplaatsen, schuren, spiekers, opstallen, afvalkuilen of andere dieperliggende sporen en concentraties van aardewerk, houtskool, vuursteen, (on)verbrand botmateriaal en bewerkt natuursteen. Vanaf de bronstijd kunnen ook fragmenten metaal of metaalslak worden aangetroffen. Nederzettingen en/of huisplaatsen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen zich ook kenmerken door vondstmateriaal (aardewerk, glas, metaal, leer, natuursteen, hout, botmateriaal, bouwmateriaal etc.) en/of grondsporen. Bebouwing uit de late middeleeuwen kan houtbouw in de ondergrond hebben achter gelaten, terwijl van bebouwing uit de nieuwe tijd nog stenen funderingen aanwezig zouden kunnen zijn. In de omliggende erven kunnen ook grondsporen zoals waterputten, greppels, sloten, beerputten en afvalkuilen worden aangetroffen.
Eventuele archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen zich direct onder het maaiveld of onder eventuele recent opgebrachte (zand)lagen of een bouwvoor bevinden. Uit alle perioden kunnen daarnaast ook sporen van agrarische activiteit worden verwacht. Akkers kenmerken zich door humeuze lagen en soms zijn ook eergetouwkrassen, keerploegsporen, moesbedden of schepsteken aanwezig. De omvang van een eventuele vindplaats uit deze perioden is vooralsnog niet bekend. Deze kan variëren van enkele tientallen tot honderden vierkante meters voor een enkele boerderij, een nederzetting of een akkerareaal.
In december 2024 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van dhr. B. Faber van Pro6, een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor het plangebied aan de Kalkovenseweg 1 in Alkmaar, gemeente Alkmaar. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van nieuwe woningen op de locatie. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kan voor het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting worden gegeven op het aantreffen van archeologische waarden uit het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Vanwege de ligging van het plangebied op de strandwal is een brede archeologische verwachting van toepassing. Deze strandwal is ontstaan gedurende het laat-neolithicum en is ook vanaf deze periode bewoond geweest. Rond Alkmaar zijn enkele archeologische aanwijzingen voor bewoning van de strandwal gedurende het laat-neolithicum en de bronstijd aangetroffen, maar in de directere omgeving van het plangebied zijn voornamelijk vondsten uit de ijzertijd/Romeinse tijd gedaan. Hierdoor is de verwachting voor het (laat-)neolithicum en de bronstijd middelhoog en voor de ijzertijd/Romeinse tijd hoog. Eventuele resten uit deze perioden bevinden zich op de strandwal (laat-neolithicum) en in de oud-duinafzettingen (bronstijd en ijzertijd/Romeinse tijd). De archeologische verwachting voor de vroege middeleeuwen is middelhoog.
Eventuele archeologische resten uit deze perioden kunnen theoretisch gezien worden verwacht, maar in de nabije omgeving zijn er zover bekend weinig archeologische aanwijzingen uit deze periode. Bij het voormalig klooster ‘In den Blencken’ zou Badorf-aardewerk gevonden zijn dat dateert in de vroege middeleeuwen. Ook voor de late middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting. Theoretisch gezien kunnen archeologische resten uit deze periode ook worden verwacht. Bij de Sportlaan zijn bijvoorbeeld losse aardewerkvondsten gedaan en het klooster ‘In den Blencken’ heeft zijn oorsprong in de late middeleeuwen. De oudste geraadpleegde historische kaart op perceelsniveau is de kaart van Zoutman uit 1665. Op deze kaart staan ter hoogte van het plangebied twee erven met in totaal twee gebouwen. Op de kaart van Zoutman is het plangebied deels bebouwd, maar op de kadastrale minuut en de Bonnebladen is het plangebied weer geheel onbebouwd. De huidige bebouwing binnen het plangebied lijkt dan weer de eerstvolgende bebouwing te zijn en dateert uit 2001. De archeologische verwachting voor de nieuwe tijd is dus hoger. Eventuele archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen zich dicht onder het maaiveld bevinden.
Advies Gezien de (middel)hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd wordt geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen (IVO-O) uit te voeren binnen het plangebied. Met behulp van een dergelijk booronderzoek kunnen de bodemopbouw en eventuele (sub)recente vergravingen binnen het plangebied in kaart worden gebracht en kan worden bepaald of de nieuwbouw mogelijk archeologische waarden zal gaan verstoren. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van dit rapport en het advies zal het bevoegd gezag, de gemeente Alkmaar, een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Indien er geen vervolgonderzoek wordt uitgevoerd en er archeologische resten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden, dan geldt er altijd de verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Alkmaar.
29
A A NVULLENDE I NFO R MATI E
O P W W W. H O L L AN D I A-ARC H E O LO G I E . N L
LIT E R AT U URLIJST
BIJL AGEN
Bakkum, F. (2011). Het Varnebroek in Alkmaar. In historisch verantwoord, veranderend en onverantwoord perspectief, geraadpleegd via www.ijpelaan.nl.
Inhoudsopgave
Jezeer, W. & L. van der Meij (2008). Alkmaar, Sportlaan, voormalig stadion AZ. Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, ADC-rapport 1060, Amersfoort.
Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologisch stappenplan
Melman, J.G.E. (2023). Heiloo, Westerweg 11, gemeente Heiloo (NH). Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Transect-rapport 4790, Nieuwegein. Mulder, E.F.J. de/ M.C. Geluk/ I.L. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong (2003). De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. Riel, van M. (2022). Bureauonderzoek NABO overwegen Heiloo, gemeente Heiloo, Antea Group Archeologie 2022/93, Oosterhout. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer Nederlandse Archeologie, versie 4.2. SIKB, Gouda.
30
(2024).
Kwaliteitsnorm
Valk, van der L. (1996). Coastal barrier deposits in the central Dutch coastal plain. In: Beets, D.J. et. al. (Eds.): Coastal Studies on the Holocene of the Netherlands, Mededelingen Rijks Geologische Dienst nr. 57: 133-199. Vrolijk, V.J.A. (2024). Verkennend bodemonderzoek Kalkovensweg 1 te Alkmaar, project 39939, Heerhugowaard.
Websites
www.AHN.nl ARCHIS3 https://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Regionaal Archief Alkmaar www.dinoloket.nl PDOK www.topotijdreis.nl
31
Late-Middeleeuwen
B 1.250-1.500
Late-Middeleeuwen
A 1.050-1.250
Vroege-Middeleeuwen
D
900-1.050
C
725-900
B
525-725
A Laat-Romeinse tijd
Miden-Romeinse tijd
32
Vroeg-Romeinse tijd
450-525 B
350-450
A
270-350
B
150-270
A
70-150
B
25-70
A
12-25
Late-IJzertijd
12 na Chr.250 v. Chr.
Midden-IJzertijd
500-250
Vroege-IJzertijd
800-500
Late-Bronstijd
1.100-800
Midden-Bronstijd
B 1.500-1.100 A 1.800-1.500
Vroege-Bronstijd
2.000-1.800
Midden-Neolithicum
Vroeg-Neolithicum
B
2.450-2.000
A
2.850-2.450
B
3.400-2.850
A
4.200-3.400
B
4.900-4.200
A
5.300-4.900
Laat-Mesolithicum
6.450-4.900
Midden-Mesolithicum
7.100-6.450
Vroeg-Mesolithicum
8.800-7.100
Laat-Paleolithicum
B 18.000-8.800
MESOLITHICUM NEOLITHICUM
A 1.500-1.650
Laat-Neolithicum
B I J L AG E 2: A RC HEO LO G I SC HE STA P P ENP L A N In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder).
Een bureauonderzoek bestaat uit een archief- en literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v. universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: •
A 35.000-18.000
• •
Midden-Paleolithicum
Vroeg-Paleolithicum
• • • •
300.000-35.000
-300.000
PALEOLITHICUM
Nieuwe tijd
MIDDELEEUWEN
B 1.650-1.850
ROMEINSE TIJD
Nieuwe tijd
IJZERTIJD
C 1.850-heden
BRONSTIJD
Nieuwe tijd
NIEUWE TIJD
BIJ L AGE 1 : ARCH EOLOGISC H E PERIODEN
•
• •
• •
Aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat in verband met het bepalen van het onderzoekskader. Beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens. Beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens. Een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap. Een impressie van de bewoningsgeschiedenis. Beschrijven bekende archeologische waarden. Archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische bescherming te krijgen binnen het bestemmingsplan. Archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen uit het verleden. Beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden.
Aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking. Aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart. Rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.
33
II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: • non-destructieve methoden: geofysische methoden; • weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); • destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken.
34
Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).