Bijlage 11. Uitvoeringsstrategie Omgevingsvisie Alkmaar 2040
Tekst van het document
1
Uitvoeringsstrategie
Omgevingsvisie Alkmaar 2040 Gemeente Alkmaar 4 november 2025
Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................2 Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................3 Hoofdstuk 2 Uitvoering .........................................................................................................5 Hoofdstuk 3 Financiën ..........................................................................................................7 Investeringen Omgevingsvisie ..............................................................................................7 Nota Gebiedsoverstijgende Voorzieningen ...........................................................................7 Samenhang ........................................................................................................................7 Hoofdstuk 4 Monitoring .........................................................................................................9
2
Samenvatting De omgevingsvisie omschrijft voor de lange termijn de gemeentelijke ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. In deze uitvoeringsstrategie is opgenomen hoe dit beleid en deze ambities worden uitgevoerd. Het gaat dan om de wijze waarop de ambities worden geconcretiseerd, hoe de integraliteit en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt bewaakt en hoe resultaten worden gemonitord. Het betreft: • •
• •
Beleidsdoelen die nog nader uitgewerkt moeten worden. Het gaat hierbij om aanvullende kaders van de gemeenteraad of uitvoeringsbeleid van het college. Beleidsdoelen die kwaliteitseisen en randvoorwaarden betreffen. De omgevingsvisie is zelfbindend, maar om de ambities en beleidsdoelen waar te maken hebben we ook anderen nodig. Dat vraagt om een passend instrumentarium, en in sommige gevallen om regels in het omgevingsplan. Beleidsdoelen die vragen om concrete acties, zoals bij voorbeeld nadere onderzoeken; de kosten hiervan moeten worden opgenomen in de begroting. Beleidsdoelen die vragen om investeringen die moeten worden opgenomen in het Meerjaren Investerings Plan (MIP). Deze investeringen leiden tot kapitaallasten die ten laste van de begroting komen en hebben invloed op de schuldenquote.
Niet alle beleidsdoelstellingen kunnen tegelijk worden uitgevoerd, omdat de financiële middelen en capaciteit beperkt zijn. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt. Om de integraliteit te bevorderen worden de diverse acties en investeringen die moeten leiden tot het gewenste resultaat opgenomen in integrale totaaloverzichten Deze totaaloverzichten zijn bedoeld als hulpmiddel bij het ambtelijk integraal adviseren van het college. Bij de afweging welke activiteiten en investeringen voorrang hebben wordt rekening gehouden met de mate waarin een activiteit of investering bijdraagt aan de doelstellingen van de omgevingsvisie, maar ook zaken als regionale afspraken, subsidiemogelijkheden en mogelijkheid tot combineren van werkzaamheden geven richting aan de keuzes. Op verschillende manieren wordt bijgehouden wat het resultaat van het gevoerde beleid is. We brengen in beeld of we de doelstellingen uit de omgevingsvisie halen op basis van relevante indicatoren. We starten de monitoring op basis van beschikbare data en zorgen voor een doorontwikkeling op basis van de bevindingen. Over de resultaten wordt periodiek gerapporteerd.
3
Hoofdstuk 1 Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Hierin is o.a. opgenomen dat de gemeente een omgevingsvisie moet vaststellen die de volgende onderdelen moet bevatten: • • •
de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving.
In de omgevingsvisie zijn de ambities voor de komende jaren opgenomen; in deze uitvoeringsstrategie leggen we vast hoe deze ambities worden gerealiseerd. Het gaat dan om de wijze waarop de ambities worden geconcretiseerd, hoe de integraliteit en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt bewaakt, hoe resultaten worden gemonitord en hoe hierover wordt gerapporteerd. Doel is daarbij om de monitoring en sturing op ambities en resultaten te verbeteren vanuit een integrale benadering. In de omgevingsvisie staat dus wat de gemeente wil in de komende jaren; in deze uitvoeringsstrategie staat hoe we dat willen bereiken. De omgevingsvisie bevat het beleid op hoofdlijnen, waarbij het beleid integraal wordt bekeken. Het beleid is weliswaar geactualiseerd, maar niet alles is nieuw. Veel van het beleid was ook al opgenomen in de vorige versie van de omgevingsvisie en is al in uitvoering. In de omgevingsvisie zijn de algemene ambities als volgt ingedeeld: • Ondergrond: het duurzaam benutten van het water- en bodemsysteem. • Klimaatadaptatie: opvangen van de gevolgen van toenemende hitte, droogte, neerslag en overstromingen. • Warmte- en energie-transitie: werken aan een klimaatneutrale en aardgasvrije gemeente in 2050 en daarbij zorgen voor voldoende ruimte voor energievoorzieningen. • Groen en biodiversiteit: een groene leefomgeving en versterking van de biodiversiteit.
• Wonen: zorgen voor een diversiteit aan woningtypen die aansluit op de vraag, met voldoende ruimte voor betaalbare woningen en huisvesting van doelgroepen die zorg nodig hebben. • Economie: versterken van de krachtige binnenstad voor bewoners, bezoekers en ondernemers uit de regio, zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat, economische groei voor een evenwichtige woon-werkbalans, behoud van de agrarische sector en aandacht voor circulaire economie. • Mobiliteit: een goede bereikbaarheid voor inwoners, bezoekers, ondernemers en logistiek, rekening houdend met de leefbaarheid en verkeersveiligheid. • Kunst en cultuur en ontspanning: een breed en gevarieerd cultureel aanbod en een gevarieerd evenementenprogramma passend bij de groei van de stad en de vraag in de regio. • Toerisme en recreatie: Alkmaar als toeristische hotspot in de regio • Erfgoed: Behoud en waar mogelijk versterken van het erfgoed. • Gezondheid en welzijn: streven naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving.
4 • •
Toegankelijkheid: verbeteren van de toegankelijkheid van openbare gebouwen en het toegankelijk inrichten van de openbare ruimte. Milieu: voorkomen of verminderen van negatieve effecten van o.a. geluidbelasting, luchtverontreiniging, hitte en UV-straling.
Deze algemene ambities zijn ook vertaald in gebiedsgerichte ambities voor de ontwikkeling van het Alkmaars Kanaal, de gastvrije leefbare stad en het toekomstbestendig en innovatief landelijk gebied. Waar mogelijk monitoren we ook gebiedsgericht. Voor diverse beleidsvelden zijn er aparte beleidsnota’s vastgesteld. Voor de te ontwikkelen gebieden wordt sturing gegeven via ontwikkelkaders. Beleid is continu in ontwikkeling. Bij het opstellen van beleidsdocumenten vormt de omgevingsvisie het kader. Bij de actualisatie van de omgevingsvisie is rekening gehouden met beleid dat is vastgesteld en/of in ontwikkeling is. Acties en investeringen die voortvloeien uit bestaand beleid zijn deels al opgenomen in het Meerjaren Investerings Plan (MIP) en de begroting. In deze uitvoeringsstrategie wordt nader ingegaan op de wijze waarop we uitvoering geven aan de omgevingsvisie, dus hoe we al die verschillende beleidsdoelen op elkaar af gaan stemmen, en hoe we daarbij de integraliteit in beeld houden.
5
Hoofdstuk 2 Uitvoering Realisatie van ambities In de omgevingsvisie zijn ambities en beleidsdoelen opgenomen voor een lange periode. Voor een deel zullen deze beleidsdoelen nog nader uitgewerkt moeten worden in beleid; soms is er nog nader onderzoek nodig om te bepalen wat de beste invulling is. Ook kan op een later moment blijken dat bijstelling nodig is om de ambities en doelen te behalen. Maar voor een groot deel betreft het ook bestaand beleid dat al in uitvoering of in voorbereiding is. Ambities kunnen worden gerealiseerd door het stellen van randvoorwaarden, door acties en door middel van investeringen. ‒
Randvoorwaarden.
Ambities met betrekking tot duurzaamheid, kwaliteit van de buitenruimte, gewenst programma, enz. zijn in veel gevallen randvoorwaarden voor andere ontwikkelingen. Bij stedelijke ontwikkelingen en bij beheer en onderhoud moet hier rekening mee worden gehouden. De gemeente zorgt ervoor dat deze randvoorwaarden bij de opdrachtverstrekking worden meegenomen. Om te zorgen dat ook derden zich aan deze regels houden dienen de randvoorwaarden duidelijk te worden vastgelegd in gemeentelijk beleid. Door middel van overeenkomsten kan dan worden bereikt dat men zich hier ook aan houdt. Dit kan ook door regels vast te leggen in het omgevingsplan. Risico hiervan kan zijn dat de ruimte om in uitzonderingsgevallen af te wijken juridisch wordt beperkt. Zowel voor de openbare ruimte die door de gemeente wordt aangelegd als voor openbare ruimte die als onderdeel van een ontwikkeling door derden wordt gerealiseerd is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met het onderhoud hiervan. Met name wanneer voor het behalen van de ambities wordt afgeweken van de standaard kwaliteit, is het noodzakelijk om te bepalen wat er nodig is voor het onderhoud. ‒
Acties en investeringen
De acties worden door de gemeente uitgevoerd, maar de gemeente doet dat niet alleen. Een deel van de ambities uit de omgevingsvisie vallen samen met doelstellingen die zijn vastgelegd in de visies van het rijk, de provincie en regionale samenwerkingsverbanden. Realisatie van deze ambities gaat dan ook in goed overleg. Daarnaast heeft de gemeente de medewerking nodig van bewoners, bedrijven, verenigingen onderwijsorganisaties enz. om tot een goede uitwerking te komen. Het is van belang dat de maatregelen die de gemeente neemt kunnen steunen op een breed draagvlak. Veel ambities zullen investeringen noodzakelijk maken. Soms kan er daarbij een beroep gedaan worden op subsidies die door andere overheden beschikbaar zijn gesteld. De Omgevingsvisie geeft een toekomstbeeld voor de lange termijn. Omdat de capaciteit en middelen beperkt zijn, kan niet alles tegelijk worden opgepakt. Ook zullen sommige zaken nog nader moeten worden onderzocht en uitgewerkt.
6 Om de benodigde acties en investeringen voor de lange termijn goed in beeld te houden en om ook de integraliteit te bewaken worden er totaaloverzichten gemaakt van alle acties en investeringen die voor de lange termijn worden voorzien. Bij het vaststellen van beleidsnota’s worden de daaruit voortvloeiende acties en investeringen toegevoegd aan deze overzichten. In verband met de beperkte capaciteit en middelen zullen er keuzes moeten worden gemaakt. Het totaaloverzicht van acties en investeringen helpt om hierbij een integrale afweging te maken. Acties en investeringen die het meest bijdragen aan de algemene of gebiedsgerichte doelstellingen van de Omgevingsvisie of aan een programma-opgave, zoals de Agenda Duurzaam Alkmaar en Grootschalige gebiedsontwikkeling krijgen de voorkeur.
Daarnaast zal er ook rekening moeten worden gehouden met andere zaken, zoals: - afspraken met andere bestuursorganen zoals provincie of regio; - toezeggingen aan derden; - toegekende subsidies of andere toegezegde bijdragen van derden; - of er sprake is van een ontwikkeling op gemeentegrond; - of het een vervangingsinvestering betreft; - acute problemen die opgelost moeten worden zoals overlast, bodemverontreiniging, ongewenste leegstand e.d.; - of de haalbaarbaarheid wordt beperkt (stikstof/ netcongestie/ hindercirkels); - of werkzaamheden kunnen worden gecombineerd waardoor er bespaard kan worden op kosten of hinder voor de omgeving kan worden beperkt.
7
Hoofdstuk 3 Financiën In de omgevingsvisie wordt een toekomstbeeld van de gemeente geschetst. Om dit toekomstbeeld te realiseren zijn, naast de benodigde capaciteit, ook financiële middelen nodig. Deze worden door de gemeenteraad beschikbaar gesteld bij het vaststellen van de begroting en bij het goedkeuren van investeringen. Investeringen verhogen de schuldenlast van de gemeente. Dit wordt uitgedrukt in een schuldenquote en deze is aan een maximum gebonden. Daarnaast moet er binnen de begroting ruimte zijn voor de kapitaallasten. Hierdoor wordt de ruimte om de doelstellingen te bereiken beperkt.
Investeringen Omgevingsvisie De investeringen die nodig zijn voor de realisatie van de omgevingsvisie betreft de investeringen op de lange termijn. Niet alle beleid is nieuw en een deel van deze investeringen is al eerder opgenomen in het Meerjaren Investerings Plan (de MIP). Het overzicht aan investeringen wordt periodiek geactualiseerd aan de hand van verdere uitwerking van de plannen en nieuw beleid. Ook voortschrijdend inzicht en gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding zijn om het overzicht aan te passen. Voor een deel van de investeringen is de uitvoering voorlopig nog niet aan de orde. Een belangrijk doel van het totaaloverzicht is om voor de langere termijn zicht te houden op wat nodig om de ambities van de omgevingsvisie te bereiken. De activiteiten die op korte termijn worden uitgevoerd zijn of worden opgenomen in de begroting. De investeringen waarvan wordt verwacht dat ze in de eerste jaren zullen worden uitgevoerd en die voldoende zijn uitgewerkt worden opgenomen in de MIP. Ook groot onderhoud en vervangingsinvesteringen worden hierin opgenomen. Hierdoor ontstaat een totaalbeeld van het beslag op de middelen van de gemeente over deze periode. De kapitaallasten van de investeringen die in de eerste 4 jaar worden verwacht, worden opgenomen in de meerjarenbegroting en betrokken bij de bepaling van de schuldenquote.
Nota Gebiedsoverstijgende Voorzieningen Begin 2024 is de nota Gebiedsoverstijgende voorzieningen vastgesteld, waarin is vastgelegd dat ontwikkelaars van nieuwbouw meebetalen aan investeringen die noodzakelijk zijn om de groei van het aantal gebruikers te faciliteren. Dit draagt bij aan het borgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het gaat om investeringen in de verkeersstructuur en ook om extra recreatieruimte die noodzakelijk is. De investeringen waarvoor deze bijdrage wordt betaald zijn deels al eerder gedaan, maar op de lijst staan ook investeringen die in de komende jaren zullen worden aangelegd. Deze investeringen komen dus ook voor op het totaaloverzicht van de omgevingsvisie en mogelijk ook al op de MIP.
Samenhang
Op het overzicht van de omgevingsvisie staan de investeringen die op basis van het beleid in de komende jaren worden verwacht. Dit gaat om een lange periode en een deel van de investeringen is nog heel globaal.
8 De MIP bevat de planning van de investeringen die concreet zijn uitgewerkt en waarvan wordt verwacht dat ze in de komende jaren worden uitgevoerd. De kapitaallasten van de investeringen uit de eerste 4 jaar zijn ook opgenomen in de begroting. De nota Gebiedsoverstijgende Voorzieningen bevat de lijst met investeringen waaraan ontwikkelaars mee moeten betalen. Voor een deel gaat het om reeds gerealiseerde investeringen, die niet op beide andere lijsten staan. Voor een deel zijn het ook nog uit te voeren werken die ook op de MIP en/of het overzicht van investeringen voorkomen.
9
Hoofdstuk 4 Monitoring In de omgevingsvisie is vastgelegd hoe we willen dat onze leefomgeving er uit ziet, nu en in de toekomst. Dat zijn de doelen die we willen bereiken binnen de tijdshorizon van 2040. Door monitoring wordt bijgehouden of we die doelen ook halen (als onderdeel van de beleidscyclus). Hiervoor worden indicatoren bepaald, die aansluiten bij de doelstellingen van de omgevingsvisie. We houden hierbij rekening met de monitoring die al plaatsvindt op de verschillende beleidsaspecten via programma’s en projecten. De gemeente maakt gebruik van de Digitale Tweeling om beter inzicht te verkrijgen in de fysieke leefomgeving. De digitale tweeling maakt gebruik van verschillende informatiebronnen en biedt de mogelijkheid om beschikbare informatie overzichtelijk weer te geven en te analyseren. Door data-gedreven te werken kunnen we optimaal gebruik maken van alle beschikbare informatie om maatschappelijke opgaven zo goed en snel mogelijk te realiseren. Voor de monitoring maken we gebruik van de informatie in de Digitale Tweeling op niveau 3 (technische details voor experts & beleidmakers)1. De relevante gegevens worden verzameld in een integraal dashboard en afgezet tegen de doelen die in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Zo kan worden gemonitord en gerapporteerd of de doelen gehaald worden, en kan waar nodig worden bijgestuurd.
Naast het dashboard van de omgevingsvisie zullen dashboards per beleidsveld of opgave blijven bestaan voor een meer gedetailleerde monitoring/rapportage. De fysieke leefomgeving is continu in beweging. Dat betekent ook dat het nodig kan zijn om de indicatoren aan te passen, nieuwe indicatoren toe te voegen of indicatoren te verwijderen. Ook ontwikkelingen op het gebied van data en digitalisering kunnen hier aanleiding voor zijn.
1
zie Beleidskader Digitaal Alkmaar