Bijlage 1 Kennisnotitie Universitair Onderwijs Alkmaar
Tekst van het document
Ambitie, Middelen, Samenwerking, Tijd
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar Nieuwe wegen in een veranderend landschap Auteurs: Jeroen Stellmacher, Emma Hissink Muller, Saskia Vogelaar Datum: April 2025 Versie: 1.1
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar Bestuurlijke samenvatting
1
1. 2.
Inleiding De huidige stand van zaken in Alkmaar en recente ontwikkelingen
3 5
3.
Alkmaarse geschiedenis en Nederlandse universiteiten
8
4. 5. 6. 7.
Randvoorwaarden voor vestiging Beleidsontwikkelingen SWOT Conclusie en aanbevelingen
13 17 19 19
Bijlage 1: Tijdlijn Bijlage 2: Overzichtstabel kenmerken universiteit
23 24
Bijlage 3: WO-studentenpopulatie per stad Bijlage 4: Overzichtstabel financiën universiteiten (niet-uitputtend voor
25
gehele baten lasten en andere financiële gegevens). Bijlage 5: Recente ontstaansgeschiedenissen van universiteiten Bijlage 5b: Ontstaansgeschiedenis buitenlandse universiteiten Bijlage 6: Voorbeelden University colleges
25 26 27 28
Bijlage 7: Wettelijke vereisten en Macrodoelmatigheidstoets Bijlage 8: Factoren voor afwegingskader Bijlage 9: Checklist randvoorwaarden trapmodel
30 31 33
Bijlage 10: Lijst van omgevingspartners Bijlage 11: SWOT
34 35
Bijlage 12: Lijst geïnterviewde organisaties
38
Birch Consultants Breullaan 1H 3971 NG Driebergen E info@birch.nl W www.birch.nl
Bestuurlijke samenvatting Aanleiding en context De Gemeente Alkmaar verkent de mogelijkheden voor de vestiging van universitair onderwijs in de stad. Dit initiatief komt voort uit de wens om talent aan te trekken en te behouden, de kenniseconomie te versterken en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in Noord-Holland Noord (NHN) te verbeteren. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: "Is het haalbaar en wenselijk om universitair onderwijs te vestigen in Alkmaar, en welke stappen en randvoorwaarden zijn hiervoor noodzakelijk?" Huidige situatie en regionale ontwikkelingen Alkmaar heeft al verschillende onderdelen van de onderwijsinfrastructuur met kansen op verdere verrijking en versterking, met instellingen mbo- en hbo-niveau als Vonk, Inholland en IPABO. Er is een ecosysteem van bedrijven en kennisinstellingen die samenwerken in innovatieclusters zoals Techvalley, Seedvalley en de Energy & Health Campus in Petten. Ondanks deze aanwezige basis kent Alkmaar een relatief lage doorstroom van vwo'ers naar universiteiten en is er een structureel tekort aan hoogopgeleide professionals in sectoren als energie, zorg en technologie. Relevante beleidsontwikkelingen zoals de Human Capital Agenda (HCA), de Regio Deal NHN en de Economische Agenda 2024-2040 tonen een duidelijke behoefte aan hoger opgeleid talent.
De vraag naar universitair onderwijs sluit hierop aan en kan bijdragen aan de regionale brede welvaart en arbeidsmarktontwikkelingen. Randvoorwaarden voor vestiging Uit de analyse blijkt dat de vestiging van een volwaardige universiteit in Alkmaar op korte termijn niet realistisch is, gezien de landelijke financieringsdruk en het strikte vestigingsbeleid. Wel zijn er kansrijke tussenmodellen: 1. Opdrachten en samenwerking in onderzoeksprojecten met universiteiten op actuele thema’s als energie, waterstof en digitalisering. 2. Fieldlabs en hybride onderwijs waarbij universiteiten structureel samenwerken met het regionale bedrijfsleven. 3. Dependances of een University College in samenwerking met een bestaande universiteit, zoals eerder gerealiseerd in Den Haag (Leiden University College) en Leeuwarden (Campus Fryslân). SWOT-analyse Sterktes: ● Sterke regionale sectoren (energie, agri, tech, zorg) ● Bestaande triple-helixs-amenwerkingen met bedrijven en kennisinstellingen ● Strategische ligging en verbinding met Amsterdam
Zwaktes: ● Relatief lage doorstroom van vwo naar universiteit
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
1
● Concurrentie met Amsterdam als nabijgelegen kennisstad ● Beperkte universitaire infrastructuur en labfaciliteiten
Kansen: ● Samenwerking met universiteiten zoals UvA, VU en TU Delft ● Gebruik maken van bestaande initiatieven zoals Techvalley en Greenport NHN ● Mogelijke financiering via Regio Deals en Europese programma’s
Bedreigingen: ● Bezuinigingen in het hoger onderwijs ● Afhankelijkheid van landelijke beleidskeuzes en macrodoelmatigheidstoets
Aanbevelingen voor bestuurlijke vervolgstappen Op basis van de bevindingen worden de volgende strategische richtingen aanbevolen: 1.
Gefaseerde aanpak – Start met hybride onderwijs en dependances, gericht op strategische sectoren
als energie, data science en zorg. 2. Versterking van samenwerking – Ga in gesprek met universiteiten in Amsterdam en andere relevante kennisinstellingen. 3. Integrale onderwijsstrategie – Zorg voor een samenhangend model van mbo, hbo en wo, waarin doorlopende leerlijnen en LLO (Leven Lang Ontwikkelen) centraal staan. 4. Financiering en governance – Werk aan een businesscase en benut fondsen uit de Regio Deal en Horizon Europe. 5. Draagvlak creëren – Informeer en betrek het regionale bedrijfsleven, inwoners en studenten bij de ontwikkeling van het plan. Conclusie De vestiging van universitair onderwijs in Alkmaar is een langetermijntraject dat stapsgewijs moet worden opgebouwd. Door te starten met hybride onderwijsmodellen en dependances kan een duurzame basis worden gelegd voor verdere groei. Strategische samenwerking en financiering zijn hierbij essentieel. De gemeenteraad wordt geadviseerd om actief richting te geven aan de ontwikkeling van universitair onderwijs in Alkmaar door de fasegewijze aanpak bestuurlijk te verankeren.
Dit houdt in dat de raad: (1) bestuurlijke en financiële randvoorwaarden vaststelt voor de samenwerking met universiteiten, (2) initiatieven zoals hybride onderwijs en fieldlabs stimuleert via beleidskaders en subsidies, en (3) structureel overleg organiseert met onderwijsinstellingen, bedrijven en de provincie om tot concrete samenwerkingsafspraken te komen. Deze aanbevelingen volgen uit de conclusie dat een volwaardige universiteit op korte termijn niet haalbaar lijkt, maar dat een stapsgewijze ontwikkeling via hybride modellen en dependances wel kansrijk is. Succesvolle onderwijsmodellen in vergelijkbare steden tonen aan dat samenwerking met universiteiten noodzakelijk is en dat praktijkgericht leren, bijvoorbeeld via fieldlabs, een sterke impuls geeft aan de regionale kenniseconomie. Daarnaast benadrukt het rapport de rol van bestuurlijke samenwerking tussen publieke en private partijen als essentiële voorwaarde voor succes.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
2
1. Inleiding Aanleiding Verschillende vraagstukken zijn te herkennen in de ambitie van gemeente Alkmaar om universitair onderwijs te vestigen. Allereerst wil gemeente Alkmaar (en de regio Noord-Holland Noord) jongeren behouden en aan trekken, ook met het oog op de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast is er behoefte aan een sterker studentenleven in de stad Alkmaar. Beschikbaarheid van onderwijs op alle niveaus – mbo, hbo en wo – speelt hierin een cruciale rol. Wanneer hoger onderwijs ontbreekt, vertrekken jongeren en keren zij zelden terug. Dit beïnvloedt niet alleen de arbeidsmarkt, maar bemoeilijkt ook kennisvalorisatie: de implementatie van onderzoeksresultaten in de lokale economie en samenleving. Steeds vaker wordt gezocht naar verbinding tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk, zoals via lectoraten en practoraten. Zodoende wordt gewerkt aan ‘de waaier van mbo, hbo en wo’. Een duidelijke trend is dat jongeren en ouders streven naar de hoogst mogelijke opleiding. Dit heeft geleid tot een stijging van het aantal universitaire studenten, vaak ten koste van hbo-inschrijvingen. Diverse steden, zoals Dordrecht en Gouda, zetten in op de vestiging van hoger onderwijs in de hoop talent aan te trekken en te behouden. Vaak betreft dit hbo, maar ook universitaire initiatieven nemen toe, zoals in Haarlem en Middelburg.
Almere investeert fors in campusvorming en technisch woonderwijs, en Heerlen werkt aan een dependance van de RWTH Aken. Deze trend weerspiegelt de verwachting dat hbo- en wo-instellingen regionale impact leveren op thema’s als energie, klimaat en gezondheid. Zo beïnvloed de afstand tot een universiteit beïnvloedt studiekeuzes; zonder nabijgelegen technische universiteit kiezen jongeren minder snel voor een technische studie. Tegelijk dalen de financiële middelen voor hoger onderwijs en worden universiteiten steeds meer afhankelijk zijn van internationale studenten, wat in het nieuwe politieke klimaat tot kwetsbaarheid kan leiden. Deze factoren spelen mee in de overweging om universitair onderwijs in Alkmaar te vestigen. Onderzoeksvraag De hoofdvraag die in dit verkennend rapport wordt beantwoord, luidt als volgt: “Is het haalbaar en wenselijk om universitair onderwijs te vestigen in Alkmaar, en welke stappen en randvoorwaarden zijn hiervoor noodzakelijk?” Deze vraag is vervolgens uit te splitsen in meerdere deelvragen: 1.
2.
Historische context en voorgaand onderzoek: a.
Wat is de geschiedenis en achtergrond van de wens voor universitair onderwijs in Alkmaar?
b.
Wat is er binnen de gemeente reeds onderzocht en besproken?
Universitair onderwijs in Nederland: a.
Hoe ziet het universitaire landschap in Nederland eruit (locaties, financiering, structuren, doorlopende leerlijnen)?
b. 3.
Hoe kiezen universiteiten hun locatie, zowel in Nederland als binnen de EU?
Randvoorwaarden voor vestiging en inspirerende voorbeelden
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
3
a.
Wat zijn de vereiste voorwaarden voor de vestiging van een universiteit in een stad?
b.
Is de noodzakelijke infrastructuur en voedingsbodem aanwezig in Alkmaar, of kan deze gecreëerd worden?
c.
Wat voor onderwijs- en onderzoeksactiviteiten zijn er al in Alkmaar en de regio NHN? 1
d.
Welke nationale en internationale voorbeelden kunnen als inspiratie dienen voor Alkmaar?
e.
Wat zijn de sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen (SWOT) met betrekking tot onderwijsvormen en studierichtingen?
f.
Is een volwaardige universiteit haalbaar, of past een dependance of samenwerking met een hogeschool beter?
4.
Regionale ontwikkelingen en behoeften: a.
Hoe sluiten ontwikkelingen op Noord-Holland Noord (NHN) niveau, zoals de Human Capital Agenda en campusvorming, aan bij de vestiging van universitair onderwijs in Alkmaar?
5.
Samenwerkingspartners: a.
6.
Welke potentiële partners kunnen een rol spelen bij de oprichting van universitair onderwijs in Alkmaar?
Aanbevelingen voor bestuurlijke vervolgstappen: a.
Welke eerste stappen en besluiten zijn nodig van het College en de Raad?
b.
Welke vormen van universitair onderwijs en samenwerkingsvormen zijn relevant om nader te onderzoeken?
Methode en leeswijzer Het onderzoek omvat deskresearch (beleidsstukken, historische analyse, DUO-data), interviews en een SWOT-analyse. -
Hoofdstuk 2 bespreekt de huidige stand van onderwijs en onderzoek in Alkmaar en Noord-Holland Noord en legt een koppeling met regionale ontwikkelingen (deelvraag 1b, 3c, 4a en 5).
-
Hoofdstuk 3 schetst de geschiedenis van het debat over universitair onderwijs in Alkmaar (deelvragen 1a en 1b) en plaatst dit in de context van het bredere universitaire landschap (deelvraag 2a). Ontstaansgeschiedenissen van universiteiten in Nederland geven de eerste aanwijzingen voor randvoorwaarden (deelvragen 2a, 2b, 3a en 5).
-
Hoofdstuk 4 behandelt randvoorwaarden en verschillende vormen van universitair onderwijs (deelvragen 3a, 3b), waarbij het model van Birch wordt geïllustreerd met internationale voorbeelden (deelvragen 3d).
-
Hoofdstuk 5 koppelt randvoorwaarden en ontwikkelpaden aan beleidsontwikkelingen en enkele
-
samenwerkingspartners (deelvraag 4a en 5). Hoofdstuk 6 presenteert een SWOT-analyse van strategische lijnen (deelvraag 3e) en schetst mogelijke vormen van universitair onderwijs (deelvraag 3f).
-
1
Hoofdstuk 7 verbindt de deelvragen en beantwoordt de hoofdvraag, met een advies als slotstuk (deelvragen 6a en 6b).
Deze deelvraag is gedurende de loop van het onderzoek toegevoegd op verzoek van de opdrachtgever
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
4
2. De huidige stand van zaken in Alkmaar en recente ontwikkelingen In dit hoofdstuk bespreken we de bestaande samenwerkingsverbanden en onderwijs- en onderzoeksactiviteiten in Alkmaar en de regio Noord-Holland Noord. Alkmaar is een centrale gemeente met directe treinverbindingen naar Amsterdam, wat het een belangrijke verbindende rol geeft tussen omliggende gemeenten, bedrijven, kennisinstellingen en universiteiten. Onderwijsinstellingen in Alkmaar en omgeving Alkmaar heeft 12 vestigingen in het voortgezet-onderwijs, waarvan vijf met vwo-aanbod.2 In 2023 stroomde 64% van de vwo’ers door naar universiteiten. Alkmaar staat daarmee op plaats 144 van de 210 gemeenten wat betreft vwo-doorstroom. Het aantal vwo-gediplomeerden van Alkmaarse instellingen in 2023 was 383. Daarentegen staat Alkmaar op plek 30 wat betreft doorstroom naar niet-bekostigd onderwijs (wat ook kan duiden op meer tussenjaren, of doorstroom naar werk).3 De regio heeft ook beroeps- en hoger onderwijsinstellingen: Vonk (4.417 mbo studenten (alle locaties), ook vavo en LLO) Talland (15.812 mbo studenten, ook vavo en LLO)4, Inholland (3.845 hbo studenten in Alkmaar; in techniek, business en zorg)5 en Ipabo (487 hbo studenten in Alkmaar; academische pabo en associate degree in samenwerking met VU). Daarnaast zijn er technische opleiders zoals Tetrix en Espeq actief in Heerhugowaard.
Reeds bestaande innovatieve locaties in en rondom Alkmaar Het innovatielab van Hogeschool Inholland in Alkmaar is een belangrijk knooppunt voor samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en onderzoek. In het lab zijn lectoraten Data Drive Smart Society en het composietenlab ondergebracht. Ook het Fieldlab TechValley (wat recentelijke samenwerkingen heeft aangekondigd met de VU en UT) biedt samenwerkingsmogelijkheden voor studenten en bedrijven in machinebouwtechnologie. Bij de Fieldlab Techvalley zijn lectoraten van Hogeschool Inholland (Robotica) en Hogeschool van Amsterdam (Digital Industrial Twins) betrokken in het vormgeven van onderzoeksopdrachten.6 Tenslotte is een incubator Duurzame Energie Alkmaar (IDEA), gesteund door Ontwikkelingsbedrijf NHN, gevestigd om innovatie en bedrijvigheid te bevorderen op het gebied van energie in de regio NHN. In de regio bevinden zich ook andere innovatiehubs zoals het Maritime Emerging Technologies Innovation Park in Den Helder voor de maritieme sector en de Energy & Health Campus in Petten, waar universiteiten en bedrijven samen werken aan energie- en gezondheidsinnovaties. Het Joint Research Center in Petten heeft bijvoorbeeld faciliteiten voor nucleair onderzoek. De Energy & Health Campus heeft meerdere bestaande samenwerkingsverbanden, waaronder het Noordwest Ziekenhuis en universiteiten.
Het gevestigde TNO Solar Lab richt zich op zonne-energie en biedt state-of-the-art
Vwo-scholen: OSG Willem Blaeu, Stedelijk Dalton College Alkmaar, Murmellius Gymnasium, PCC het Lyceum, CSG Jan Arentsz Bron: DUO doorstroomdata. Betreft data over 2023. 4 Vonk en Talland. Bron DUO Onderwijsaanbieders mbo met inschrijvingen (1 oktober 2025), waarbij <5 naar 3 is aangepast. 5 Inholland en Ipabo. Bron DUO Aantal ingeschrevenen HBO 2023 waarbij <5 naar 3 is aangepast. 6 https://techvalley-nh.nl/nieuwsbericht/techvalley-en-universiteiten-slaan-de-handen-ineen-voor-technisch-onderwijs/ 2 3
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
5
faciliteiten voor onderzoekers en universiteiten. Het Nuclear Health Center van PALLAS leidt daarnaast tot internationaal hoogstaand (medisch) nucleair onderzoek. Het terrein werkt aan plekken voor startups en onderwijsactiviteiten. Uitbreiding van de campus is beperkt door natura2000 en veiligheidsregels maken de faciliteiten minder toegankelijk voor geïnteresseerde onbevoegden. Daarom wordt gekeken naar campusontwikkeling met ‘experience centre’ in het dorp Petten. Bij het station in Alkmaar wordt gewerkt aan campusontwikkeling. Inholland lijkt daar uiteindelijk geen deel van uit te maken, en het is nog niet duidelijk welke (onderwijs)partijen zich hierbij zullen aansluiten. Triple helix samenwerkingsverbanden In Noord-Holland Noord zijn diverse publieke-private samenwerkingen actief. Greenport NHN is een belangrijk initiatief in de agrarische sector, met hoofdkantoor in Alkmaar, waar ondernemers, onderwijsinstellingen (Hogeschool Inholland, Vonk) en onderzoekers samenwerken aan innovaties in agribusiness (denk daarbij o.a. aan Smart Farming). Techvalley is een netwerk van Noord-Hollandse machinebouwers en smart suppliers in de maakindustrie, dat o.a. onderzoeksopdrachten uitzet om talent te werven. Seedvalley, een internationaal centrum van plantveredeling en zaadtechnologie, versterkt de samenwerking tussen onderwijs en het bedrijfsleven.
Zowel studenten op hbo- en wo-niveau met een relevant profiel (Life Sciences, Biotechnologie, Moleculaire Levenswetenschappen, Scheikunde, Plantkunde) als mbo-studenten met labvaardigheden zijn moeilijk te vinden in Noord-Holland. De organisatie zet zichzelf daarom al jaren actief in voor goed contact met de WUR. Deze voorbeelden tonen dat bedrijven in de regio NHN elkaar opzoeken en samenwerkingsverbanden opzetten. Clusters van bedrijvigheid spannen zich in om contacten te leggen met onderwijsinstellingen en universiteiten, om innovaties naar binnen te brengen en om een weg naar bedrijven in Noord-Holland Noord zichtbaar te maken voor studenten. Bedrijven zijn bovendien ook steeds meer betrokken bij triple helix samenwerkingen in de vorm van fieldlabs. Fieldlabs en living labs In Nederland ontstaan steeds meer fieldlabs, waaronder Living Labs en City Labs, die niet direct vanuit universiteiten komen maar tot stand komen in samenwerking met gemeenten en maatschappelijke actoren. Voorbeelden in de omgeving van Alkmaar zijn: •
Greenport NHN: drie actieve fieldlabs, zoals het Fieldlab Waterstof in Agri in Alkmaar (met
•
Inholland Alkmaar) en het Fieldlab Water & Bodem in Zwaagdijk voor duurzame landbouw. Het Joint Research Centre in Petten heeft een Fieldlab Faciliteit voor nucleaire geneesmiddelen.
•
Inholland heeft het Fieldlab Techvalley in Alkmaar en werkt aan een City Lab in Haarlem, dat ook in Alkmaar mogelijk is. Inholland speelt een verbindende rol in verschillende fieldlabs, waarbij lectoraten als netwerker en aanjager fungeren. De vestiging van Inholland in Delft wordt door stakeholders echter als sterker gezien op agri-gebied. In 2023 werd het practoraat Innovaties in de duurzame voedselketen gestart vanuit Vonk, dat verbinding biedt met bijvoorbeeld het Agri fieldlab.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
6
Daarnaast kent Alkmaar nog het Energy Innovation Park, een bedrijvencluster dat werkt aan duurzame en innovatieve waterstof- en groen/gas-initiatieven. Een belangrijk onderdeel hiervan is InVesta, een expertisecentrum dat zich richt op de ontwikkeling van nieuwe technologieën op het gebied van thermochemie. InVesta speelt biedt met zijn unieke terrein en koepelvergunning ruimte voor experimenten die elders moeilijk uitvoerbaar zijn. Dit maakt het een proeftuin voor de energietransitie. Het Energy Innovation Park is daarnaast nauw verbonden met TKI Groen Gas, waarbinnen pilots innovatieve installaties en toepassingen te testen. Een aandachtspunt is de bereikbaarheid van deze fieldlabs voor studenten, zodat zij kunnen deelnemen aan onderzoek en experimenten. Dit draagt bij aan kennisontwikkeling, maar versterkt ook de samenwerking tussen onderwijs en praktijk. Om deze ambities te realiseren, is financiering een cruciale factor; structurele investeringen zijn nodig om zowel de faciliteiten als de toegankelijkheid te waarborgen en het innovatiepotentieel volledig te benutten. Universitaire banden: bestaande netwerken Ondanks het gebrek aan universitair onderwijs, zijn er in Alkmaar en omgeving NHN wel degelijk banden met universiteiten in de vorm van samenwerkingen tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen, ziekenhuizen en andere organisaties.
Een voorbeeld binnen Alkmaar met wellicht de meest directe ingang in universitair onderzoek is Data Science Alkmaar. Dit is een initiatief dat sinds 2012 loopt, wat het regionale bedrijfsleven verbindt met onderzoekers vanuit de VU op vraagstukken met data. Dit wordt voornamelijk getrokken door een hoogleraar van de VU met een sterk netwerk van wetenschappers, bestuurders en regionale ondernemers en overheden. Ook via het NWZ ziekenhuis zijn verschillende banden met universiteiten en academische ziekenhuizen, waaronder het AMC waarmee NWZ ziekenhuis in de opleidingsregio zit (OOR AMC). Zo kunnen artsen-inopleiding en stagairs hun opleiding deels bij het NWZ doen. Het NWZ ziekenhuis ziet meerwaarde in een potentiële academische werkplaats in Alkmaar om bestaande samenwerkingen uit te breiden en te intensiveren. Het ziekenhuis biedt een interessante propositie om onderzoek te doen naar de patiëntenpopulatie (kleinere ziekenhuizen hebben een te kleine populatie om onderzoek te kunnen doen). Zoals eerder benoemd hebben clusters zoals het JRC Petten, Techvalley, Seedvalley ook al verscheidene samenwerkingen lopen met diverse universiteiten in Nederland.
Regionale ontwikkelingen: EU samenwerking op energie en arbeidsmarkttekorten In de regio Noord-Holland Noord wordt gewerkt aan de Renewable Energy Valley tussen Alkmaar en Heiloo, met Alkmaar als vlaggenschip in het Horizon Europe-project REFORMERS. Dit project richt zich op lokaal geproduceerde hernieuwbare energie voor de regio. De waterstoflijn in NHN speelt een sleutelrol in de energie-infrastructuur, en de ontwikkelingen rond offshore windenergie in Den Helder versterken de energietransitie. Tegelijkertijd wordt de krapte op de arbeidsmarkt aangepakt via de Talent Academy in West-Friesland, met initiatieven zoals de Talent Academy Zorg en de IT Academy.7 Er zijn ook gesprekken met Vonk en Seedvalley over labonderwijs op mbo- en hbo-niveau in NHN.
7
IT Academy werkt samen met IT=Alkmaar, een stichting van samenwerkende IT Bedrijven in Alkmaar.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
7
3. Alkmaarse geschiedenis en Nederlandse universiteiten De wens voor universitair onderwijs in Alkmaar heeft een lange geschiedenis, waarbij ambities door de jaren heen steeds opnieuw aandacht kregen. Door zowel de historische context als de huidige situatie in het universitaire landschap te analyseren, verkrijgen wij inzichten die een waardevolle basis bieden om in de rest van het onderzoek te beoordelen welke vormen van universitair onderwijs in Alkmaar haalbaar en relevant kunnen zijn.
Geschiedenis van Universitair onderwijs in Alkmaar Reeds in de jaren ’60 kregen plannen voor een universiteit in Alkmaar serieuze aandacht. Door de eeuwen heen zijn verschillende pogingen ondernomen om hoger onderwijs te vestigen, met wisselend succes. Twee vragen staan centraal: wat waren de redenen om universitair onderwijs in Alkmaar te overwegen, en welke factoren leidden tot het staken van deze inspanningen? In bijlage 1 is schematisch te zien hoe de (discussie) over universitair onderwijs zich heeft ontwikkeld. In de jaren ’60 speelde de nationale overheid een cruciale rol. Onderzoek, onder andere door het Centraal Planbureau, concludeerde destijds dat groeiende studentenaantallen toch konden worden opgevangen door bestaande universiteiten, waardoor een nieuwe locatie (zoals in Alkmaar) niet nodig was. Factoren zoals regionale binding, ruimte en voldoende verwachte studentengroei waren bepalend. Ook bij recente universiteitsoprichtingen, zoals in Twente en Maastricht, speelden economische impulsen een rol (in Limburg vanwege het sluiten van de mijnen, in Enschede vanwege de textielindustrie). Ook vandaag de dag spelen dergelijke randvoorwaarden een rol. Na 2000 kwam het onderwerp herhaaldelijk terug in de gemeenteraad van Alkmaar. In 2005 werd onderzocht wat de mogelijkheden voor een universiteit was met een focus op duurzaamheid en milieu.
In 2011 benadrukte de SP in een raadsvergadering het belang van universitair onderwijs voor de kenniseconomie en werkgelegenheid in de regio, wat leidde tot een onderzoek naar de behoefte. In 2014 kwam kritiek dat plannen te veel op universiteiten focusten en de aansluiting met andere onderwijsniveaus en bestaande instellingen onvoldoende was. Tussen 2015 en 2018 werd gewerkt aan “Kennisregio Alkmaar", waarbij Data Science als een belangrijke pijler werd gepromoot. De samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven, waaronder universiteitsinitiatieven, werd als essentieel beschouwd om de regio aantrekkelijk te maken voor hoger onderwijs en innovaties. In 2019 werd binnen het programma "Duurzaam Alkmaar 2020-2024", opnieuw een universitaire vestiging overwogen, gericht op energie en duurzaamheid, in samenwerking met ECN/TNO en Hogeschool InHolland. In 2021 laaide de discussie opnieuw op, ditmaal via sociale media en lokale pers. Argumenten voor universitair onderwijs waren o.a. economische groei, het behouden van jong talent, aansluiting bij regionale thema’s, aantrekkelijker vestigingsklimaat voor ondernemers, versterkte internationalisering
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
8
en het regionaal DNA versterken. Universiteiten kampten bovendien met ruimtegebrek, waardoor nieuwe locaties interessant konden zijn. In 2023 benadrukte wethouder Nieuwenhuizen dat de discussie over universitair onderwijs in Alkmaar steeds relevanter werd. Dit leidde in 2024 tot een formele gemeentelijke bespreking, inclusief motie, met deze verkenning tot gevolg.
Universitair landschap in Nederland Nederland telt achttien publiek bekostigde universiteiten in acht provincies.8 Het universitair landschap kan worden geduid op basis van ontstaansgeschiedenis, opleidingsaanbod en bekostiging. Een overzichtstabel is te vinden in de bijlage 2. Oorsprong Sommige universiteiten hebben een lange geschiedenis, met Leiden (1575) als oudste en Maastricht (1976) als jongste. Enkele universiteiten ontstonden uit hogescholen en behielden hun specifieke focus.9 Daarnaast verschillen universiteiten in de aard van de oprichting waarbij openbare universiteiten door de overheid zijn opgericht en bijzondere universiteiten door particulieren, wat ook implicaties heeft voor de rechtspositie (publiek of privaatrecht). Vier universiteiten hebben een levensbeschouwelijke grondslag.10 Ook deze universiteiten worden publiek gefinancierd (vanuit de Rijksoverheid), zijn relatief klein en vertegenwoordigen slechts een klein deel van de sector. De Open Universiteit (1984) biedt afstandsonderwijs zonder vooropleidingseisen voor bachelors. 11 Er zijn veertien reguliere universiteiten en sommige hebben verschillende dependances, waarvan de meest bekende vorm University College is (tien in Nederland) 12. Naast publieke universiteiten zijn er in Nederland ook private universiteiten zoals Nyenrode Business Universiteit en TiasNimbas Business School.
Dit onderzoek gaat primair over de veertien reguliere universiteiten, al zal op sommige vlakken ook expliciet worden gekeken naar privaat gefinancierde instellingen. Wettelijke context Universiteitsoprichting is gebonden aan wetgeving, zoals de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (1992). De titels ‘universiteit’ en ‘hogeschool’ zijn wettelijk beschermd. De titel ‘universiteit’ is voorbehouden aan instellingen die door de Nederlandse overheid worden bekostigd.13 Universiteiten moeten worden geaccrediteerd door de NVAO. Tot 1986 mochten technische
Hierin zijn de dependances van universiteiten, private aanbieders van universitair onderwijs en andere losse universitaire opleidingen niet meegeteld. Voorbeelden zijn Wageningen, Rotterdam, Tilburg, Delft, Eindhoven 10 Theologische Universiteit Kampen (TUK), Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA), Protestantse Theologische Universiteit (PTU) zijn christelijk en Universiteit voor Humanistiek Utrecht (UHU) vanuit humanistisch. Tot 2010 werden deze aangemerkt als ‘overig WO’, maar zijn veranderd van een ‘aangewezen instelling naar bekostigd instelling’ (Rathenau, 2012) 11 Een andere universiteit die niet verder genoemd zal worden is de Transnationale Universiteit Limburg die in 2001 is opgericht en een samenwerking is tussen Maastricht Universiteit en UHasselt in België. 12 https://www.studyinnl.org/dutch-education/university-colleges 13 Namen en graden in het hoger onderwijs | Onderwerp | Inspectie van het onderwijs (geraadpleegd 24-12-2024). 8 9
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
9
hogescholen (Delft, Eindhoven) zich geen universiteit noemen. Hogescholen gebruiken in hun Engelse naam ‘University of Applied Sciences’, maar niet in het Nederlands. Karakterisering van de universiteiten Universiteiten verschillen in focus, opleidingsaanbod en onderzoeksthema’s. Zes universiteiten hebben een breed profiel: Nijmegen, Amsterdam (UvA en VU), Groningen, Utrecht en Leiden. Technische universiteiten zijn per definitie smal georiënteerd. 14 Het profiel van de universiteiten kan verder geduid worden naar de cijfers van 2023 van DUO over het aantal aangeboden opleidingen en het aantal ingeschreven studenten per opleiding15 ingedeeld naar ‘onderdeel’.16 De UvA is met 43.000 studenten de grootste universiteit en heeft een breed aanbod, met zwaartepunten in gedrag & maatschappij, economie en recht. De VU heeft 20% van haar studenten in gezondheidszorg. Leiden heeft een breed aanbod maar mist opleidingen in economie. Samen met Utrecht heeft Leiden veel studenten in sectoroverstijgend onderwijs.17 Utrecht is de op twee-na-grootste universiteit en heeft verder de meeste studenten in natuurwetenschappen. Bij de TU’s Delft en Eindhoven studeert vrijwel iedereen techniek, terwijl TU Twente 15% van haar studenten in gedrag & maatschappij heeft. TU Delft is de grootste technische universiteit, Twente de kleinste.
Wageningen is volledig gericht op landbouw en natuurlijke omgeving en heeft vrijwel alle studenten en opleidingen in dit domein. Erasmus Universiteit, Tilburg, Maastricht en Groningen hebben een sterke focus op economie, waarbij Erasmus in absolute aantallen vooroploopt. Groningen en Tilburg hebben daarnaast grote groepen studenten in andere domeinen. Nijmegen heeft een brede spreiding en is dominant in onderwijs: slechts 1% van de opleidingen valt in dat domein, maar ze bedient 23% van de totale onderwijsstudenten.18 In Bijlage 3 wordt de grootte van de studentenpopulatie per stad weergeven. Grote universiteiten zoals UvA en VU signaleren, ondanks hun uitgebreide aanbod, dat het niet hebben van technische opleidingen een tekort is. De VU werkt daarom samen met de Universiteit Twente en biedt inmiddels Mechanical Engineering en Creative Technology aan. Het ontwikkelen van een technologisch profiel is prioriteit voor de UvA, zowel technologie ‘for science’ als ‘for society’. Financiering De financiering van de universiteiten kan inzichtelijk gemaakt worden door drie geldstromen:19 Breed betekent dat er over het hele wetenschapsspectrum opleidingen worden aangeboden en smal op één of meerdere focusgebieden (Rathenau, 2012) Opleidingen met aantallen <5 zijn als 3 verwerkt in de berekeningen. Er zijn geen cijfers van de Open Universiteit in deze dataset.
16 De onderdelen die DUO hanteert zijn: economie, gedrag & maatschappij, gezondheidszorg, natuur, onderwijs, rechts, landbouw & natuurlijke omgeving, sectoroverstijgend, taal & cultuur en techniek. 17 Dit gaat om het aandeel studenten van de totale populatie studenten die bij de betreffende universiteit een opleiding volgt in een domein zoals sector-overstijgend. Het is gebaseerd op dezelfde DUO bron van bijlage 2 maar er is geen aparte tabel opgenomen voor alle aandelen per domein per universiteit tov totale populatie. 18 Zie uitleg voetnoot 14. 14 15
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
10
De eerste geldstroom bestaat uit de Rijksbijdrage en de ontvangen college- en lesgelden. • De Rijksbijdrage dient als basis voor onderwijs- en onderzoekactiviteiten en vormt het grootste deel van de financiering van universitaire activiteiten (rond 70%). Dit wordt gebruikt voor o.a. salarissen, onderhoud faciliteiten en financiering van onderzoek. De middelen worden uitgekeerd aan de hand van ‘lumpsum’, en de universiteiten bepalen zelf hoe ze het geld intern verdelen. • De Rijksbijdrage bestaat uit: •Onderwijsdeel (variabel deel studentgebonden financiering; vast deel onderwijsopslag in percentages; tijdelijke gelden voor specifieke toekenningen). •Onderzoekdeel (vast bedrag, groeit niet mee met aantal studenten, geïndexeerd voor loon-en prijsontwikkelingen) •Geneeskundig onderwijs en onderzoek (voor academisch ziekenhuizen) •Gelden vanuit kwaliteitsafspraken (vanaf 2025 ondergebracht in onderwijsdeel)
De tweede geldstroom omvat de ontvangen subsidies •Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) •Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
De derde geldstroom gaat over de ontvangen overige inkomsten. • Volgens Rijksfinanciën zijn dit onder andere subsidies van Nederlandse ministeries en de Europese Unie, ontvangen middelen voor contractonderwijs en contractonderzoek en overige baten uit opdracht van derden. Ook inkomsten uit catering en verhuur vallen onder de derde geldstroom.
De financiële stromen verschillen per universiteit. In bijlage 4 zijn de recente geldstromen weergegeven, inclusief college- en lesgelden op basis van jaarverslagen (2023).20 Opvallend is dat EUR en RU relatief veel inkomsten uit externe opdrachten halen (30-38%), gevolgd door UM en UU (25-28%). TUe, UvA, LEI, TUD en RUG zitten daar net onder (24-25%). Tegelijk hebben TUD, UU, RUG en UvA relatief hoge huisvestingskosten. Grotere universiteiten dragen bovendien hogere personeelslasten. Door veranderingen in het universitaire landschap zullen financiële keuzes verschuiven. Universiteiten kampen al langer met financiële tekorten. PwC Strategy& (2021) berekende dat universiteiten in de periode 2010-2018 jaarlijks 1,1 miljard euro te kort kwamen, voornamelijk door een financiering die niet meegroeit met de stijgende studentenaantallen.21 De situatie is sindsdien niet verbeterd: in 2023 rapporteerden 10 van de 14 universiteiten negatieve cijfers.22 Stijgende kosten voor onderwijs en onderzoek (inflatie, cao en energie), dalende inkomsten en bezuinigingen door het nieuwe kabinet verhogen de financiële druk verder. De bezuiniging komt maar liefst neer op een miljard euro, wat ongeveer overeenkomt met de begroting van 1 universiteit.23 De eerste bezuinigingen op personeel zijn nu al merkbaar bij verschillende instellingen (Universiteit Twente, UCR Zeeland).
Financiële gegevens per bestuur wo 2019-2023 https://duo.nl/open_onderwijsdata/images/financiele-gegevens-per-bestuur-wo-2019-2023.pdf UNL Dalende rijksbijdrage verhoogt druk op onderwijs en onderzoek | Universiteiten van Nederland 22 De universiteten die groen uitkomen zijn, LEI, UM, UvA en VU. 23 VO Raad, “onderwijsbegroting: er is vooruitgang maar het blijft onvoldoende”, 12-12-2024. 20 21
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
11
Locatie Nieuwe universiteiten werden in de twintigste eeuw op nationaal niveau geselecteerd, vaak na concurrentie tussen steden. Belangrijke factoren waren economische, sociaal-maatschappelijke en ruimtelijke overwegingen. De oprichting van TU Eindhoven, Universiteit Twente en Universiteit Maastricht illustreert dit (bijlage 5): TU Eindhoven 1956 De behoefte aan ingenieurs en hoger geschoold technisch personeel voor de wederopbouw van Nederland was reden voor een nieuwe technische hogeschool (later universiteit genoemd). Arnhem was aanvankelijk een grotere kanshebber dan Eindhoven, maar de lobby van het bedrijfsleven en de bredere politieke steun in Brabant en Limburg (in tegenstelling tot de verdeeldheid in Gelderland over de locaties Arnhem en Nijmegen) waren doorslaggevend.
TU Twente 1961 Dezelfde behoefte voor technische opgeleid personeel gold voor de oprichting van technische hogeschool Twente (later universiteit genoemd). Naast Enschede waren Arnhem, Zwolle en Deventer kandidaten. Doorslaggevend voor Enschede was uiteindelijk, onder andere, de beschikbare ruimte (landgoed Drienerlo), lokale bestuurlijke samenwerking (Hengelo, Almelo en Enschede trokken gezamenlijk op) en de steun van de industrie.
Universiteit Maastricht 1976 De jongste universiteit, Maastricht, werd opgericht omdat de landelijke politiek een achtste medische faculteit noodzakelijk achtte (behoefte aan artsen en groter onderwijsaanbod). De keuze voor Maastricht kwam ten dele dankzij de moeite van Stichting Wetenschappelijk Onderwijs Limburg (SWOL), ten dele door de landelijke politieke focus op de integratie van ‘randgebieden’ (inclusief evenredige verdeling van universitair onderwijs) en de noodzaak voor economische herstructurering in Limburg (vanwege de mijnsluitingen).
Aan de hand van het vestigingsbeleid van universiteiten in de twintigste eeuw kan worden gesteld dat een aantal factoren samen moet komen voor het oprichten van een volledig nieuwe instelling: 1. Landelijke politieke noodzaak; 2. Lokale/Regionale politieke bereidheid; Steun van het bedrijfsleven. Vooral de samenwerking tussen lokale politiek en bedrijfsleven was vaak doorslaggevend, al verliepen 3.
keuzes niet altijd eenduidig (bijv. een mislukte poging voor een universiteit in Arnhem). Zonder nationale politieke steun is oprichting echter onmogelijk, al kunnen lokale initiatieven die noodzaak wel aanwakkeren en de realisatie aannemelijk maken. Ook in het buitenland is te zien dat de keuze voor een bepaalde locatie wordt gedreven door verschillende factoren van economische, sociaal-maatschappelijke en/of ruimtelijke aard, en dat regionale of landelijke politiek de doorslag geeft. In bijlage 5b staan 3 buitenlandse casussen uitgewerkt. Bepalende factoren Een nieuwe universiteit in Nederland is momenteel onwaarschijnlijk vanwege bezuinigingen en krimp in het wetenschappelijk onderwijs. Wel kunnen alternatieve universitaire onderwijsvormen, in samenwerking met bestaande instellingen, kansen bieden. In het volgende hoofdstuk combineren we vestigingsfactoren met bredere onderwijsvormen en presenteren we een afwegingskader.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
12
4. Randvoorwaarden voor vestiging In dit hoofdstuk verkennen we vijf vormen van universitair onderwijs en hun toepasbaarheid in Alkmaar. Elk scenario – opdrachten, fieldlabs, hybride onderwijs, dependances en University Colleges – wordt geanalyseerd op succesfactoren, randvoorwaarden en aansluiting op bestaande initiatieven. Dit vormt de basis voor een haalbaarheidsanalyse.
De weg naar een universiteit: vijf vormen om universitair onderwijs aan te bieden In onderstaand schema laten we de mogelijkheden zien om universitair onderwijs in een gemeente te realiseren. We hebben grofweg vijf stadia onderscheiden van aanwezigheid van universitair onderwijs. Elk van deze stadia bevat een aantal voorwaarden voor vestiging. De stadia zijn te beschouwen als groeipad, maar het is niet noodzakelijk om eerst stap 1 te nemen en vervolgens stap 2, etc. om een dependance/campus mogelijk te maken. De route kan ook per onderzoeks-/onderwijsthema verschillen. De basis is dat bij iedere stap zowel bedrijfsleven/maatschappelijke organisaties als kennis- en onderwijsinstellingen betrokken moeten zijn om valorisatie van kennis zo goed mogelijk te borgen. Dit houdt in dat zowel mbo, hbo als wo-instellingen een rol hebben. Zeker voor universiteiten is dit inmiddels een voorwaarde. Daarnaast is duurzame beschikbaarheid van financiering noodzakelijk om een groeipad op de (middel)lange termijn mogelijk te maken.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
13
Opdrachten In het stadium van opdrachten is logischerwijs het formuleren van interessante onderzoekcasussen doorslaggevend. De insteek is dat er binnen de gemeente Alkmaar (individueel of in regionaal verband) een probleem geïdentificeerd wordt waar een oplossing voor gezocht word. Gedacht kan worden aan de transitieopgaven rond klimaatverandering, energietransitie, voedseltransitie, etc. De probleemeigenaar kan de gemeente zijn, maar ook een maatschappelijke organisatie (bijv. een woningcorporatie) of een samenwerkingsverband. Veelvoorkomend is een probleem of uitdaging in relatie tot woningbouw, zoals bij het bouwen van een nieuwe woonwijk of de herstructurering van een bestaande wijk. Hier kan een relatie gelegd worden met klimaatadaptatie en/of de energietransitie, maar ook de leefbaarheid is goed te verbinden thema. Regiodeals en Nationale programma’s zijn hier veelvuldig voor ingezet. Een andere vorm is ‘Learning Communities’. Een andere laagdrempelige vorm waaraan gedacht kan worden zijn onderzoeksstages, waar o.a. de HvA meerwaarde in ziet om structureler op te pakken in Alkmaar. Een recent voorbeeld is een groot onderzoek onder leiding van de Universiteit Groningen genaamd ‘Fertile Soils’ die de relatie stad en platteland gaat onderzoeken. Zowel qua fysieke kenmerken (landbouw, waterhuishouding, bereikbaarheid) als ook sociaal (culturele waarden, voorzieningen, etc.).
Succesfactoren
Randvoorwaarden
Aanwezigheid in Alkmaar
•
• •
• •
• • •
•
Relevante en herkenbare onderzoekscasussen Sterke probleemeigenaren en samenwerkingsverbanden Toegang tot financieringsmogelijkheden Learning communities waarin belanghebbenden gezamenlijk leren en innoveren Regionale branding: koppelen van onderzoeksopdrachten aan een herkenbare identiteit van de regio Alkmaar
• • •
Heldere onderzoeksstructuur Actieve betrokkenheid van bestaande kennisinstellingen (universiteiten en hogescholen) Financiële middelen Multidisciplinaire samenwerking Toegang tot (bestaande) faciliteiten
Techvalley DataScience Alkmaar
Kans • Opdrachten en onderzoekstages voor andere hogescholen (HvA) in afstemming met InHolland
Fieldlabs Het opzetten van fieldlabs heeft afgelopen jaren een grote groei laten zien. Er zijn diverse vormen: van citylabs tot allerlei soorten hubs en proefboerderijen. Kenmerkend is dat er een ‘contextrijke leeromgeving’ wordt geboden met fysieke aanwezigheid waar ook de aandacht naar wordt getrokken. In Rotterdam worden er CityLabs georganiseerd over bijvoorbeeld onderwijsinnovatie of discriminatie. Burgers, studenten, onderzoekers, de gemeente en andere instanties worden hierbij samengebracht om tot oplossingen te komen. Hierbij is gekozen voor een prominente locatie op Rotterdam Zuid: De Hefbrug. In Woerden is een circulair hub opgezet (Groene Hart Werkt!) waar de regionale maakindustrie, bouw en landbouw/veeteelt toewerken naar een circulaire economie. In Zeeland is een proefboerderij opgezet en fieldlabs rond Smart Maintenance (Zephyros). Succesfactoren
Randvoorwaarden
•
•
•
Contextrijke leeromgeving (fysiek, herkenbaar, combinatie tussen theorie en praktijk. Prominente locatie
•
Aanwezigheid in (buurt van) Alkmaar
Toegang tot (unieke) faciliteiten en • expertise Lokale en nationale steun (sterk • commitment, politiek en financieel).
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
Energy and health campus in Petten. New Energy Coalition
14
•
•
Samenbrengen van diverse partijen • wat leidt tot brede perspectieven en gedeelde verantwoordelijkheden voor het ontwikkelen van oplossingen Regionale focus en relevantie (betrokkenheid lokale industrieën en gemeenschappen)
Duidelijke governance en organisatie.
• • •
Fieldlab Water & Bodem open teelten Fiedllab waterstof in agri. Fieldlab Tech Valley.
Nog nodig/ kans: Fieldlabs versterken middels de inbreng van universitair onderwijs, zo waaier mbo-hbo-wo creëren waarin valorisatie plaatsvindt
Hybride Onderwijs Hybride onderwijs gaat verder dan fieldlabs door naast onderzoeks- en leeromgevingen ook specifieke leermodules aan te bieden. Deze modules kunnen plaatsvinden in fieldlabs, bedrijven, of op een onderwijsinstelling (inclusief hogescholen en universiteiten) en zijn geschikt voor zowel studenten als werkenden. Een voorbeeld is Campus Gouda, waar het thema bodemdaling wordt onderzocht. Hier is sprake van een interactie tussen de leermodules, bedrijven en living labs. De module omvat drie deelmodules over bodemvraagstukken, waarbij kennis van het KBF, ODMH en deelnemers wordt geïntegreerd met de theoretische verdieping van Saxion. De vraagstukken van deelnemers en organisaties staan centraal. Dit is ook een voorbeeld van het ‘toe-eigenen’ van een regionaal probleem en de ambitie hebben om hier leidend in te worden. Een ander voorbeeld is Brainport Industries Campus (BIC), een bedrijvencampus voor de hightech maakindustrie. Hierin werken 124 industriële leden (o.a. ASML, Philips), opleiders (o.a. Summa, TUe), kennisinstellingen (o.a. TNO) en overheden samen aan ‘Smart Industry’. Het innovatieprogramma ‘Factory of the Future’, gefinancierd door provincie, industrie en BOM, richt zich op Industry 4.0-thema’s zoals robottechniek en digital factory. Opleiders en bedrijven werken samen via opdrachten en stages, gefaciliteerd door Stichting BI College.
In juni keurde de gemeenteraad verdere ontwikkeling van BIC goed. 24 Succesfactoren • • • • • •
24 25
Randvoorwaarden
Integratie van leren, werken en • onderzoeken Leermodules op maat ontwikkeld • Kennisdeling en co-creatie Sectoroverstijgende samenwerking • Regionale specialisatie Hybride onderwijs biedt deelnemers • niet alleen kennis, maar ook vaardigheden die direct toepasbaar zijn in werkcontext (aantrekkelijk voor studenten én professionals)
Modulaire opbouw van onderwijsprogramma’s Toegankelijke leeromgevingen (digitaal of fysiek) denk aan fieldlabs en universiteitscampussen Interactie theorie en praktijk Samenwerking met gespecialiseerde kenniscentra.
Aanwezigheid in Alkmaar • •
Greenchain NH Amsterdam Green Campus (Inholland, Vonk)25 Ipabo: academische pabo
Nog nodig/kans: • Zorgcampus NWZ Ziekenhuis en Amsterdam UMC
Brainportindustriescampus.nl https://www.inholland.nl/nieuws/grote-subsidies-voor-greenport-horti-campus-en-green-chain-nh/
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
15
Dependance (Universitaire Campus of University College) Dependances zijn locaties buiten de vestigingsplaats van een universiteit, waar universitair onderwijs wordt aangeboden. Het is een manier om universitair onderwijs in steden aan te bieden die geen universiteit (kunnen) huisvesten. Er zijn dependances in de vorm van een campus, voorbeelden zijn: Campus Den Haag (LEI), Campus Fryslân (RUG) en Jheronimus Academy of Data Science (TiU en TUe). Hier worden enkele bachelors en (pre- en post-)masters aangeboden. In Almere en Drachten gewerkt aan dependance constructies. Ook komen dependances voor in de vorm van een University College. University Colleges hebben een internationaal karakter door een hoog percentage niet-Nederlandse studenten. Nederland heeft tien University Colleges, waarvan een aantal een dependance zijn, zoals University College Roosevelt (UU), Leiden University College (LUC) in Den Haag, en de tweede University College van de RUG op campus Fryslân.26 . Zie bijlage 6 voor een uitwerking van deze cases. Hieruit komt naar voren dat het beleid van de stad en/of de regio en de strategie van de universiteit belangrijke factoren zijn in de ontwikkeling van een dependance. Met name de behoefte om het vestigingsklimaat en innovatiepotentieel in de regio te verstevigen speelt daarin een rol.
Financiering is een belangrijke voorwaarde voor het aanbieden van universitair onderwijs buiten de vestigingsplaats. Deze financiering is vaak precair en, nog meer dan het onderwijs op de vestigingsplaats, afhankelijk van externe financiers. Sinds haar oprichting draait Jheronimus Academy of Data Science (JADS) meer verlies dan verwacht, met name door achterblijvende studentenaantallen. 27 Op dit moment draait ook Campus Fryslân jaarlijks een verlies van €750.000 op een begroting van €9 mln.28 Campus Fryslân trekt minder studenten dan verwacht (en begroot): slechts 384 in plaats van 1000.29 Dit komt o.a. door de beperkte instroom in University College. Succesfactoren
Randvoorwaarden
Aanwezigheid in Alkmaar
•
•
Kans/nog nodig”: • UvA interesse in zorg, defensie en eventueel met Amsterdam greencampus zorg/biomicroob
•
Politieke beleidsagenda’s gericht op versterken regionaal vestigingsklimaat en innovatiepotentieel Strategie van universiteiten op gebied van onderzoek, ruimtelijke ordening en regionaal beleid
• • •
Financiële middelen (externe bronnen) Ruimte voor campusontwikkeling Nauwe samenwerking met bestaande universiteit Nauwe samenwerking met regionale partijen
Afwegingskader Op basis van ontstaansgeschiedenissen, diverse (actuele) ontwikkelingen in universitair onderwijs en de wettelijke vereisten (bijlage 7) kunnen we een overzicht maken van de randvoorwaarden die kunnen leiden tot een afwegingskader om in Alkmaar te kiezen voor een bepaalde vorm van universitair onderwijs (zie bijlage 8). Het is ook mogelijk om op basis van verschillende randvoorwaarden te bepalen wat er nodig is om een “traptrede hoger” te komen. Een eerste opzet daarvan geven wij in bijlage 9.
Niet elke dependance is een University College (bijv JADS in Den Bosch), en niet elke University College is een dependance (bijv AUC in Amsterdam). Dependance gaat om locatie buiten de vestigingsstad, en University College is een onderwijsvorm met campus (kan binnen en buiten de vestigingsstad). Overzicht UC’s: https://www.studyinnl.org/dutch-education/university-colleges 27 Het tekort gaat om 1,5 mln jaarlijks: Zorgenkindje JADS blijft rode cijfers schrijven - Univers magazine 28 Veel lof, maar weinig studenten: heeft Campus Fryslân wel toekomst? 29 https://www.lc.nl/friesland/Campus-Fryslân-minder-studenten-dan-gehoopt-28900155.html 26
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
16
5. Beleidsontwikkelingen Het vorige hoofdstuk gaf al deels antwoord op de vraag in welke mate regionale ontwikkelingen aansluiten bij de vestiging van universitair onderwijs in Alkmaar, omdat verschillende projecten en samenwerkingen de potentie hebben om uitgebreid te worden tot het aanbieden van universitair onderwijs in Alkmaar. Dit hoofdstuk biedt een compact aanvullend overzicht van relevante beleidsontwikkelingen op regionale schaal die de randvoorwaarden voor de vestiging van een universiteit beïnvloeden. In 2024 ontwikkelde samenwerkende partijen in Noord-Holland Noord de Human Capital Agenda NoordHolland Noord (hierna: HCA).30 De HCA, die zich richt op arbeidsmarkttekorten die maatschappelijke transities bemoeilijken. Een belangrijke actielijn is het behoud van talent door innovatief onderwijs van ‘primair tot universitair’. Dit benadrukt de behoefte aan universitair onderwijs in de regio, hoewel deze actielijn nog verder uitgewerkt moet worden. In de HCA staat het verbinden van onderwijs en bedrijfsleven centraal en in uitvoering gaat het daarbij ook om wat werkgevers nodig hebben om talent vast te houden. Er wordt gewerkt aan een ecosysteem rondom agri, food, water en energie, met initiatieven zoals GreenChain NH. De Regio Deal NHN (2025-2028) stelt brede welvaart centraal.
Het behoud van jonge mensen is essentieel voor de regio, gezien de arbeidsmarktmismatch en tekorten in technische sectoren, zorg en agrarische bedrijven, en de vraag naar hbo/academische professionals. Hoewel het aanbieden van wetenschappelijk onderwijs nog niet expliciet wordt benoemd, is er wel vraag naar wo-opgeleiden. Programmalijnen zoals “0.1 Beter Leren” en “0.4 Strategisch Netwerk” richten zich op het behouden van talent en het versterken van het regionale imago. Instellingen als Talland, Vonk en Inholland zijn betrokken bij initiatieven die aansluiten bij techniek, zorg en energie. Zij, en andere omgevingspartners, zien de Regio Deal ook als mogelijke ‘kapstok’ voor het verbinden van onderwijsactiviteiten op mbo, hbo én wo. De Economische Agenda 2024-2040 benoemt Agri & Food, Energie en Water als de drie belangrijke en strategisch pijlers voor de regio, wat aansluit bij bedrijvigheid in Seed Valley, Port of Den Helder en Energy Innovation Park in Alkmaar. Volgens omgevingspartners blijven zorg en ICT echter ook belangrijke en kansrijke sectoren voor de regio.
De gemeente Alkmaar richt zich in haar onderwijsagenda (2020-2024) op de ontwikkellijn van kinderen en jongeren en is in haar beleid actief op kinderopvang, gelijke kansen, samenwerking tussen scholen, gemeente en maatschappelijke organisaties, leven lang ontwikkelen en de vestiging van onderwijs in duurzame en mogelijk gedeelde gebouwen. De aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt is een aanknopingspunt voor universitair onderwijs. Binnen dit thema is er aandacht voor samenwerking met
30
Samenwerkende partijen bestonden uit de 17 regiogemeenten, Provincie Noord-Holland, het Rijk, werkgevers- en werknemersorganisaties, UWV Werkbedrijf en het onderwijs.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
17
lokale bedrijven en vernieuwende curricula met onderwijsprogramma’s die aansluiten op de behoefte van de economie. De vraag om bijscholing en LLO zijn mogelijke ingangen voor het aanbieden van een universitair programma. Kansen voor een regionale kenniseconomie (met focus op energie- en agrosector) komen ook terug in de Omgevingsvisie van Alkmaar.31 Samenwerking tussen bedrijven, zorg, onderwijs en overheid wordt hier ook als onderdeel van de versterking van de economie gezien. Omgevingspartners spelen een belangrijke rol in het opzetten van onderwijsactiviteiten doordat ze marktbewegingen vertegenwoordigen en vraagstukken aandragen voor onderwijs en onderzoek. Overheden kunnen een sturende rol pakken in samenwerkingsverbanden, zoals zichtbaar in de Regio Deal NHN. Een overzicht van relevante partners is opgenomen in bijlage 10. Samenvattend sluit de ambitie van het oprichten van universitair onderwijs in de regio aan op de HCA, de Regio Deal en de Economische Agenda en in enige mate op de onderwijs agenda en omgevingsvisie, wat kansen biedt voor verdere samenwerking tussen onderwijs en regionale sectoren.
31
De Omgevingsvisie tot 2040 die was opgesteld in 2017 wordt momenteel geactualiseerd in verband met de nieuwe Omgevingswet uit 2024.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
18
6. SWOT De SWOT-analyse (bijlage 11) biedt inzicht in de strategische kansen en uitdagingen voor universitair onderwijs in Alkmaar. Alkmaar en de omliggende regio heeft sterke sectoren zoals energie, agri, tech en zorg, met al bestaande samenwerkingen tussen onderwijspartijen en onderzoekscentra. Unieke locaties32 en de Regio Deal bieden extra kansen voor verdere ontwikkeling. De SWOT benadrukt dat in Alkmaar de doorstroom van vwo naar universiteit achterloopt op veel andere gemeenten. Tegelijkertijd ontbreekt een heldere ambitie en kan de vraag naar universitair onderwijs beperkt zijn door de behoefte aan mbo- en hbo-opgeleid personeel. Uitdagingen zoals aanbod van labfaciliteiten, bereikbaarheid en de aantrekkingskracht van Amsterdam spelen ook een rol. Succesvolle strategie vraagt om gerichte samenwerking en versterking van bestaande initiatieven.
7. Conclusie en aanbevelingen De centrale vraag was of universitair onderwijs in Alkmaar haalbaar en wenselijk is en welke stappen en randvoorwaarden nodig zijn. Uit onze verkenning blijkt dat Alkmaar al een basis heeft op het gebied van mbo- en hbo-onderwijs en dat de regio een dynamisch ecosysteem van bedrijven en kennisinstellingen heeft die samenwerken in innovatieclusters, fieldlabs en triple-helixverbanden. De regio concurreert met nabijgelegen hoger onderwijslocaties, zoals Amsterdam. De samenwerkingsstructuren, in combinatie met de strategische ligging van Alkmaar, bieden kansen voor de integratie van universitair onderwijs, bijvoorbeeld via dependances of hybride leeromgevingen. De historische analyse toont aan dat de wens voor universitair onderwijs in Alkmaar sinds de jaren '60 regelmatig terugkeert. De uitdagingen waarmee eerdere pogingen werden geconfronteerd, zoals veranderende economische omstandigheden, overheidsbeleid en een gebrek aan regionale samenwerking op het thema onderwijs, blijven relevant. Desondanks biedt de huidige regio-specifieke vraag naar hoger opgeleid talent nieuwe aanknopingspunten om dit vraagstuk opnieuw te benaderen. Op basis van de historische context, het onderwijslandschap en regionale behoeften hebben wij vier strategische aandachtspunten geïdentificeerd: Ambitie, Middelen, Samenwerking, en Tijd.
Deze vormen de kern van onze aanbevelingen voor de Gemeente Alkmaar: 7.1. Ambitie gecontroleerd, realistisch en stapsgewijs Universitair onderwijs in Alkmaar is haalbaar en zoals eerder beschreven ook al aanwezig. Uitbreiding
32
Bij unieke locaties kan gedacht worden aan plekken met onderscheidende faciliteiten, zoals het Energie Innovation Park/INVESTA met unieke milieuvergunningen. Ook biedt een actief ziekenhuis en directe omgeving meerdere mogelijkheden om te leren en onderzoeken. Historische locaties met name in oude binnensteden bieden net de extra sfeer voor een campus. Hiervoor kan uiteraard ook gekeken worden naar bestaande campussen. En tenslotte zijn plekken waar startups en scale-ups (incubators) zich verzamelen ook inspirerende plekken voor wetenschappelijk onderwijs. Op dit moment zie je in steden een toename van het ontwikkelen van ‘Innovation Districts’. Plekken waar innovatie, onderwijs en jong en bestaand bedrijfsleven samenkomen. Het voormalige gasfabriekterrein dat herontwikkeld wordt tot ‘De Nieuwe Energie’ heeft hier ook kenmerken van, maar nog geen volledig innovatieprofiel. In Den Bosch wordt het Innovatiekwartier rond het Grasso Industrieterrein ontwikkelt en Haarlem heeft de Koepelgevangenis. Op dit moment zijn er veel ontwikkelingen rond Innovatiedistricten, in Rotterdam o.a. oude havenlocaties rond de Merwedehaven; Delft rond oude gebouwen/woonwijken rond de TU Delft en in Den Haag rond het oude ministeriegebouw van SZW en station Laan van NOI. Het is op zich nog een jong ‘gebiedsontwikkelconcept’. Het bestaat nog niet lang genoeg om resultaten te kunnen voorspellen.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
19
van universitair onderwijs met vestiging van dependence/campus33 is een reëel doel om na te streven, maar vraagt om een middellange termijnvisie (ca 5 jaar) en een actieve coalitie met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties voor een aanbod richting universiteiten. De huidige financiële druk op universiteiten vraagt om innovatieve en kostenefficiënte samenwerkingsvormen. Aanbevelingen: • Realistische ambitie: Formuleer een ambitie die aansluit bij de regionale economische en/of maatschappelijke sterktes, zoals energietransitie, Food & Agri, Zorg en nucleaire technologie, data Science en biotechnologie. Ook past in de huidige tijdgeest het thema ‘Veiligheid’ goed. • Haalbaarheid van een dependance: Onderzoek de mogelijkheid om in samenwerking met een bestaande universiteit een dependance te vestigen. Focus daarbij op niches die aansluiten bij regionale speerpunten, zodat de dependance een aanvulling vormt op het bestaande aanbod. • Bouw relaties op met College van Besturen van Universiteiten: In dit soort langere processen is het goed om vanaf de start te investeren in relaties en vertrouwen. Voor Alkmaar zijn de Universiteiten in Amsterdam de voor de hand liggende eerste partijen. Hier liggen ook al verbanden in fieldlabs, hybride onderwijs. Dit sluit echter een bredere verkenning onder andere instellingen niet uit.
• Fasering en flexibiliteit: Werk stapsgewijs en begin met opdrachten of fieldlabs, zodat het model kan groeien met de behoefte en middelen. Zie voor de stappen het stroomschema op pagina 11 en in de bijlage. • Talentbehoud en doorstroom bevorderen: Richt je op het versterken van de doorstroom naar universitair onderwijs, zodat regionale talenten behouden blijven. Neem hier nadrukkelijk bestaand personeel bij bedrijven/organisaties in mee (LLO-plus) – dit is misschien wel de grootste groep. • Aantrekken van onderzoekers: Overweeg strategische samenwerkingen die aantrekkelijk zijn voor onderzoekers binnen de genoemde sectoren. zorg er ook voor dat reeds aanwezige onderzoekers van o.a. academische werkplekken te kennen van o.a. NWZ, Petten, etc. 7.2. Middelen: Optimalisatie en strategische uitbreiding Om de ambitie waar te maken, moet slim gebruik worden gemaakt van bestaande middelen en regionale initiatieven. Denk hierbij aan Data Science Alkmaar, Techvalley, Greenport, Zorg, de New Energy Coalition, Veiligheid/defensie en specialistische pabo- en mastertrajecten. Door verbinding te zoeken met bestaande lectoraten, practoraten en universitaire onderzoeksgroepen kan een stevig kennisnetwerk ontstaan.