CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleid 3l. Omgevingsvisie NH2050 - Provincie Noord-Holland.

Gemeenteraad 24 november 2025, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Actieprogramma Economie Alkmaar 204027.774 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Verbetering van de verbinding tussen natuurgebieden is een manier om de biodiversiteit te vergroten. Enerzijds werken we daarom aan een fijnere groenblauwe dooradering van zowel landelijk als bebouwd gebied – want ook stedelijk gebied heeft een belangrijke functie voor ecologische verbindingen. Anderzijds kan deze fijnmazige dooradering uitgroeien tot een robuuste verbinding van grotere ecosystemen in de gebieden waar veel natuurgebieden bij elkaar in de buurt liggen, zoals in Laag Holland en Gooi en Vechtstreek. Randvoorwaarden • Kaderrichtlijn Water (KRW) • Ontwikkelingen dienen minimaal waterneutraal te zijn: ze mogen in geen enkel geval een verslechtering betekenen voor het watersysteem. Dat betekent: geen achteruitgang van de waterkwaliteit, geen afname van de hoeveelheid open water, geen afname van het waterbergend vermogen, geen toenemende bodemdaling of versnippering in peilvakken Kritische succesfactoren • Daadwerkelijke realisatie van de bestaande NNN en N2000 doelen • Extra inzet op KRW • Functiestapeling als manier om middelen te genereren voor het (gebiedsgericht) behalen van meerdere doelstellingen • Goede geleiding van de recreatiegroei om zo een negatief effect op de natuurgebieden te voorkomen

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 55

21. Het landgebruik en de waterpeilen worden in balans gebracht met de draagkracht van het veenweidegebied Om de bodemdaling van veengronden af te remmen, is volgens de huidige inzichten met name in de zomer vernatting nodig. Daarom moet het landgebruik meer in evenwicht komen met het benodigde waterpeil. Het tempo waarin het landgebruik aangepast kan worden op het remmen, stoppen en zo mogelijk herstellen van bodemdaling heeft consequenties voor landbouw (bijvoorbeeld op de toepassing van nieuwe technieken of teelten), voor landschap (bijvoorbeeld door het verdwijnen van veenweidelandschap) en voor natuur (misschien ontstaan er meer vormen van natte natuur in het gebied).

Hoe we het landgebruik kunnen aanpassen, verschilt van gebied tot gebied in het metropolitane landschap en het Groene Hart. Zo kunnen de bodemsamenstelling, de hoogteligging, de mate van kwel of wegzijging, de peilverschillen met omliggende natuur of boezemsystemen, de snelheid van bodemdaling en het draagvlak voor maatregelen van gebied tot gebied anders zijn. De urgentie zal ook verschillen per gebied. Het is dus erg belangrijk in samenwerking met alle betrokken partijen te komen tot maatwerk. We zijn bereid om de aard en de invulling van bestaande natuur en landbouwgebieden te laten veranderen als we daarmee de opgaven en problemen oplossen. Daar waar we de bodemdaling willen verminderen, doen we dat integraal en gebiedsgericht, in samenwerking met anderen, rekenschap gevend van de belangen van de landbouw, natuur en leefomgeving. We denken in de richting van het ontwikkelen van kansrijke verdienmodellen voor gebieden en houden daarbij rekening met de ketenaanpak en de planologie. Het kan betekenen dat we nieuwe landschapsvormen accepteren.

Kritische succesfactoren • Acceptatie bij iedereen dat het landschap verandert en bereidheid tot actie bij alle betrokken partijen • Stimuleren van innovaties • Ketenaanpak en positionering van functies, passend bij het watersysteem • Experimenteerruimte voor innovatieve oplossingen

Poort Den Helder

Westfriesland

Alkmaar en omgeving

Me

po li

ta

Noordzeekanaalgebied

t ro

an ch ds lan ap

Schiphol - Amsterdam Gooi en Vechtstreek

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 57

Samenhang bewegingen De vijf geschetste bewegingen naar de toekomst toe staan niet op zichzelf. Samen met de randvoorwaarden en ontwikkelprincipes uit het onderdeel Leefomgevingskwaliteit, vormen ze onze visie. In het deel Leefomgevingskwaliteit staan generieke randvoorwaarden en ontwikkelprincipes. Deze gaan dus over de hele provincie. De vijf bewegingen spelen in delen van de provincie. Ze vullen elkaar aan en beschouwen verschillende ambities en opgaven in samenhang. Die samenhang vinden we ook terug in gebieden waar verschillende bewegingen bij elkaar komen. Op de kaart ‘samenhang bewegingen’, is dit weergegeven. Deze gebieden vormen brandpunten van activiteit met een grote complexiteit. Een aantal van die brandpunten is beschreven en bieden, samen met visies die regio’s hebben gemaakt, een voorzet voor regionale samenwerkingsagenda’s die in het deel ‘Van visie naar uitvoering’ worden aangekondigd.

knooppuntontwikkelingen in de regio Alkmaar. De beweging Nieuwe energie steunt de kansen voor circulaire economie en daarmee nieuwe economische activiteiten in de Boekelermeerpolder.

Poort Den Helder In het gebied rondom Den Helder komen de bewegingen Dynamisch schiereiland, Sterke kernen, sterke regio’s en Nieuwe energie bij elkaar. De mogelijke aanlanding van energie-infrastructuur van de op zee opgewekte windenergie in de toegangspoort Den Helder biedt economische kansen en vraagt om zorgvuldige inpassing. Dit dient ook de doelen uit de beweging Sterke kernen, sterke regio’s, om werkgelegenheid te versterken en het voorzieningenniveau op peil te houden. De doelen uit Dynamisch schiereiland voegen daar de benutting van de toeristische en recreatieve potentie aan toe in combinatie met opgaven rond de kustverdediging en het toevoegen van natuurwaarden. Meer landinwaarts komen daar ook het ontwikkelen van de duurzame agrifoodsector en vergroten van de biodiversiteit bij uit de beweging Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving.

Schiphol-Amsterdam In de beweging Metropool in ontwikkeling wordt geschetst dat er in de band Amsterdamse binnenstad-Schiphol e.o. zich een concentratie van grote werkgelegenheid voordoet. Tegelijk wordt gesteld dat het vanuit mobiliteitsoverwegingen slim is woningen dichtbij die concentraties te ontwikkelen. De randvoorwaarden en principes uit Leefomgevingskwaliteit horen bij deze opgave. Zeker ook met de toekomstige ontwikkelingen van de luchthaven in het achterhoofd. De opgave voor het mobiliteitssysteem in de MRA staat hier ook mee in verband. Daarnaast is de Westas een gebied tussen haven, luchthaven en Greenport, waar de opgaven rond circulaire economie uit de beweging Nieuwe energie een plek zouden kunnen krijgen.

Westfriesland In Westfriesland komen de bewegingen Nieuwe energie, Sterke kernen, sterke regio’s, Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving en Dynamisch Schiereiland bij elkaar. De grote potentie voor geothermie en daarmee komende economische kansen en inpassingsopgaven, het verder benutten van de kusten aan het IJsselmeer en Markermeer en het doorontwikkelen van Seed Valley, brengen een aantal opgaven bij elkaar die tegelijkertijd belangrijk zijn voor het vitaal houden van het voorzieningenniveau. Alkmaar en omgeving In de regio Alkmaar spelen de bewegingen Dynamisch schiereiland, Nieuwe Energie, Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving. Op de achtergrond spelen ook de doelen uit de beweging Sterke kernen, sterke regio’s en laten invloeden van de Metropool in ontwikkeling zich steeds meer gelden. Het benutten van kwaliteiten van kust en binnenduinrand en doelen uit Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving brengen kansen voor het vergroten van de biodiversiteit, recreatie en toerisme samen. Het Sterke kernen verhaal samen met de invloeden van de Metropool in ontwikkeling past bij de

Noordzeekanaalgebied Het Noordzeekanaalgebied is een onmisbaar puzzelstuk voor de metropoolregio Amsterdam om de doelen die in de beweging Nieuwe energie zijn aangegeven voor energietransitie en circulaire economie waar te maken. De grote verstedelijkingsopgaven en het beter benutten van het landschap maken de opgave nog complexer. De inpassing van alle opgaven raakt ook de beweging Dynamisch schiereiland en de doelen uit Natuurlijk en vitaal landelijk gebied en in het bijzonder de randvoorwaarden en ontwikkelprincipes uit het hoofdstuk Leefomgevingskwaliteit.

Gooi en Vechtstreek In deze streek komen de bewegingen Dynamisch schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterkte regio’s en Natuurlijk vitaal landelijke omgeving bij elkaar. De grote leefomgevingskwaliteit met diverse landschappen, recreatieve en toeristische mogelijkheden, topwoonmilieus in combinatie met mobiliteitsopgaven, economisch vitaal blijven en opgaven in het veenweidegebied, brengen een complex aan vraagstukken met zich mee. Metropolitaan Landschap Het metropolitaan landschap is een van de grote bouwstenen van de beweging Metropool in ontwikkeling. Hier spelen de doelen uit de beweging Natuurlijk vitaal landelijke omgeving een grote rol. Het gaat om onderwerpen als vergroten van de natuurwaarden en het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebieden. De groter wordende recreatieve druk op het gebied, de inpassing van energietransitie-opgaven uit de beweging Nieuwe energie en kansen voor gedeeltelijk nieuwe agrarische activiteiten en klimaatadaptatie. Een complex aan vraagstukken komt dus samen. In alle delen van de metropoolregio zoals Amstel-Meerlanden, Spaarnwoude, het Groene Hart en in geheel Laag Holland waaronder Waterland en de Zaanstreek.

58 |

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 59

Noord-Hollandse kwaliteiten in context De Omgevingsvisie NH2050 is niet met een blanco vel begonnen. Noord-Holland bestaat al veel langer en herbergt vele kwaliteiten. Kwaliteiten die een basis bieden voor verdere ontwikkeling richting de toekomst. We houden daarbij rekening met alle invloeden die op onze provincie afkomen en etaleren onze visie daarop. Ook kijken we hoe we verbonden zijn met de directe omgeving van de provincie, met Nederland, Europa en de rest van de wereld. Vanuit die context - van aanwezige kwaliteiten en verbinding met onze omgeving - kijken we, met de Omgevingsvisie NH2050 als houvast, naar hoe we onze visie kunnen waarmaken. Noord-Holland is via de lucht, het water, de weg, het spoor en digitaal verbonden met bestemmingen in de hele wereld. Van oudsher brengt onze ligging goede uitgangspunten voor de handel met zich mee. Veel van die handel vindt ook plaats met naburige landen. Zo is er veel interactie met stedelijke regio’s om ons heen zoals Londen, Parijs, Antwerpen, Brussel, Frankfurt en het Ruhrgebied. In economische zin doet Noord-Holland het goed en zijn er binnen Nederland sterke relaties met onder andere de regio’s Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven. Direct om ons heen zijn er dagelijkse verbanden met de Leidse regio, grote delen van Utrecht en Flevoland.

Daarnaast liggen er relaties waar de Wadden en het IJsselmeer ons verbinden met Friesland en Overijssel. De Afsluitdijk en de Houtribdijk verzorgen de wegverbindingen richting noorden en oosten. Kort gezegd, we zijn op vele manieren en schaalniveaus verbonden aan onze omgeving. Samen met de in Noord-Holland aanwezige kwaliteiten biedt dat een sterke basis voor toekomstige ontwikkelingen. Van oudsher wordt Noord-Holland grofweg aan de hand van twee grote gebiedseenheden beschreven: NoordHolland noord en Noord-Holland zuid. Maar je kan de provincie ook typeren zoals dat in de beweging Dynamisch schiereiland is gedaan. In dit hoofdstuk kiezen we voor een regionale typering. Wat heel de provincie kenmerkt, is de grote ondernemerszin. Van noord naar zuid Het grootste deel van het huidige landschap van de Kop van Noord-Holland, inclusief Texel, is door de eeuwen heen op zee veroverd door aandijkingen en inpolderingen. Een uniek gebied door de aanwezigheid van drie kusten: van de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeer. De duinen, het keileem- en Westfriese oude zeekleilandschap, de aandijkingen en polders: vier duidelijk verschillende landschapstypen, die allemaal bijdragen aan de economie en kwaliteit van leven in de Kop. Het toerisme, de offshore, de visserij en de landbouw konden zich door deze kwaliteiten goed ontwikkelen en doen dat nog steeds.

De bollenteelt op de zandgronden in de kuststrook is inmiddels een visitekaartje van de regio. Door het klimaat met relatief veel wind en zon en de aanwezige ruimte zijn de voorwaarden voor de productie van duurzame energie (wind) gunstig. Belangrijke economische clusters zijn

Agriport, Seed Valley, Bio Valley en – in samenwerking met Westfriesland – Greenport Noord-Holland Noord en de Energy & Health Campus in Petten. Maar vergeet niet de “Attractieve Noordzeekust” in de Kop. De aanwezige Noordzee- en Waddenkust hebben potentie om een hoogwaardig recreatief en toeristisch ‘product’ te worden, in balans met het veelzijdige landschap. En dan hebben we het nog niet over de verschillende kernen gehad, zoals marinehavenstad Den Helder, het oude Schagen en het ertussen liggende meer landelijke Anna Paulowna. Texel heeft een bijzondere positie, als enige (wadden)eiland van Noord-Holland, met zijn diversiteit aan landschappen en kenmerkende cultuurhistorie, bron voor recreatie en nieuwe energie. Het landschap van de regio Alkmaar wordt gekenmerkt door een opeenvolging van verschillende landschappen. Een kustlandschap met brede duinen en strandwal, overgaand in een open agrarisch landschap. In het hele gebied liggen aantrekkelijke woonkernen, met hun uiteenlopende eigen specifieke woonmilieus en toeristische kwaliteiten. Het oude Alkmaar, met zijn kaasmarkt, en het ‘nieuwe’ Heerhugowaard zijn de grootste en centraal in de regio liggende steden. In de kustzone vinden we kernen als Castricum, Egmond en Bergen. Op de strandwal liggen groene dorpen, zoals Heiloo.

In de waterrijke gebieden vinden we vogelrijke veenweidegebieden, maar ook havens en kleinere historische plaatsen, zoals Uitgeest, De Rijp en Broek op Langedijk. De belangrijkste ruimtelijk-economische clusters in de regio zijn Energy, Agribusiness en de vrijetijdseconomie; in de regio zijn bijvoorbeeld zaadveredeling, tulpenbroeierij, bollenteelt, glastuinbouw, veeteelt en ketenactiviteiten te vinden. De verbinding in de richting van Amsterdam en de rest van Nederland is zowel over weg als per spoor goed. Westfriesland heeft bijzondere eigenheden. De regio is een mini-schiereiland op het schiereiland dat Noord-Holland heet, omringd door het water van het IJsselmeer en Markermeer, de vroegere Zuiderzee. De oud-Hollandse visserijstadjes liggen daar dan ook niet voor niets: Medemblik, Enkhuizen en, de grootste, Hoorn. Toerisme en watersport zijn dan ook kenmerken voor Westfriesland. Behalve de verbondenheid met het water, is er veel landschap, met een sterke en diverse agrarische sector; zaadveredeling is synoniem voor deze regio (Seed Valley). Landschappelijke en stedelijke diversiteit alsook het watersysteem zijn de leidende kwaliteiten en uitgangspunten voor ontwikkelingen. De Westfriese Omringdijk is een imponerend niet te missen landschapselement, niet alleen voor Westfriesland maar voor grote delen van Noord-Holland Noord.

De regio is via Hoorn zowel over weg als spoor goed met Amsterdam en de rest van Nederland verbonden. De diversiteit aan woonmilieus, van stedelijk tot dorps en landelijk, is enorm. De regio Waterland heeft een enorme recreatieve en toeristische aantrekkingskracht op binnen- en

60 |

buitenland, en een veelheid van woonmilieus. De rust en ruimte van het polderlandschap en dijken, haar vele fietsen vaarroutes, havens en natuurlandschappen en rijkdom aan water- en weidevogels. Daartussen de vele historische (lint)dorpen en monumentale stadscentra zoals Monnickendam en vestingsteden Purmerend en Edam. Dagtoerisme, het ‘oude Holland’ met haar klederdrachten in Volendam en Marken en werelderfgoederen De Beemster en de Stelling van Amsterdam. Deze karakteristieke waarden worden gecombineerd met alle denkbare woonmilieus, van stads tot dorps en landelijk wonen, het meest intensieve busnetwerk en ruimte voor ondernemen, van agrarisch tot industrieel. De IJmond is de nautische toegangspoort tot Amsterdam. De economische ruggengraat van de IJmond en de omliggende regio wordt gevormd door het Noordzeekanaalgebied, de zeehaven en Tata Steel. In de MRA is de IJmond het centrum van productie, ontwikkeling en innovatie, en huisvest de opleiding in de maakindustrie. Daarmee is de IJmond de Techport van de MRA. In de Techport Techniekcampus werken bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs en overheid samen om de innovatiekracht van de maakindustrie te versterken, en technisch onderwijs te stimuleren. De IJmond heeft een sleutelpositie als het gaat om bouw en onderhoud van offshore wind.

Daarnaast kent deze deelregio, door de ligging aan het Noordzeekanaal en twee rijkswegen, een sterke logistieke sector en innovatieve tuinbouw. Ook heeft het specifieke kwaliteiten op het gebied van recreatie en toerisme, zoals Beverwijkse Bazaar, IJmuiden aan Zee, Wijk aan Zee en recreatieschap Spaarnwoude. De IJmond kenmerkt zich verder door de kust, het Nationaal Landschap van de duinen en een landgoederenzone. De Zaanstreek kenmerkt zich door een van oudsher bijzondere mix van wonen en werken. Het is een streek met veel cultuurhistorisch en industrieel erfgoed, zoals de historische lintbebouwingen, herkenbare verkavelingsstructuur, gebouwde en archeologische monumenten, de Zaanse Schans, polders met diverse, waterrijke landschappen en waardevolle veenweidenatuur. En natuurlijk de rivier de Zaan als beeldbepalende drager. Traditioneel zijn economische clusters zoals de voedingsmiddelenindustrie, de logistiek, de nautische sector, de landbouw en de ambachtelijke maakindustrie goed vertegenwoordigd in de streek. Ook het toerisme is een belangrijke economische factor. De Zaanse Schans trekt bijvoorbeeld jaarlijks 1,5 tot 2 miljoen bezoekers. De kwaliteit van het open veenweidelandschap is van grote recreatieve waarde voor de Zaanstreek en Metropoolregio Amsterdam als geheel, nu en in de toekomst.

Door de ligging aan de Noordzee en met de historische stad Haarlem, de landgoederenzone in de Binnenduinrand en het recreatiegebied Spaarnwoude biedt ZuidKennemerland een uniek en aantrekkelijk vestigingsklimaat met ruime mogelijkheden voor recreatie. De combinatie van kust, landschap, cultureel erfgoed en hoogwaardige woonmilieu kenmerken de ruimtelijke structuur van Zuid-Kennemerland. De

economie in Zuid-Kennemerland bestaat vooral uit zakelijke dienstverlening, (semi)overheidsorganisaties (provincie, rechtbank, InHolland en zorg), detailhandel en de creatieve sector. Onderscheidend zijn culturele voorzieningen als het Frans Hals Museum en Teylers Museum en de aantrekkingskracht van Haarlem als winkelstad. Daarnaast vormen Haarlem en Zandvoort een trekpleister voor een groeiende toeristische bezoekersstroom. Zuid-Kennemerland heeft een relatief hoogopgeleide bevolking en een toenemend aantal expats. Recent valt vooral de dynamiek op van nieuwe ondernemingen en start-ups op het gebied van circulaire economie en nieuwe, creatieve technologieën. Amsterdam is vanouds een internationale handelsstad, waar dagelijks grote stromen mensen, goederen, informatie en geld doorheen gaan. In de 17e eeuw uitgegroeid tot wereldhandelsstad, berust de huidige economie nog steeds op handel, logistiek en bankieren. De toegang tot de globale netwerken via luchthaven, zeehaven en internethub zijn daarbij essentieel. Er is een rijke verscheidenheid aan woonbuurten, winkels, banen en vrijetijdsmogelijkheden. De openheid maakt Amsterdam tot een stad van kennis, onderzoek en innovatie. De universiteiten, scholen, kennisintensieve bedrijven en Amsterdamse ambiance trekken jongeren die het menselijke kapitaal vormen voor de groeiende kenniseconomie.

De deelregio Amstelland-Meerlanden wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van de mainports Schiphol en Greenport Aalsmeer, belangrijke motoren van onze nationale economie. Bronnen van werkgelegenheid en brandpunten van internationaal transport. Zakelijke dienstverlening en een vitaal MKB complementeren de kracht. Goed opgeleide inwoners en een hoog aandeel internationale kenniswerkers zijn de menselijke motoren. Ruimtelijk biedt Amstelland-Meerlanden een breed pallet aan hoog gewaardeerde diverse woonmilieus. Van stedelijke appartementen tot historische kernen en landelijk wonen. Met hoogwaardige culturele en detailhandelsvoorzieningen en stedelijk groen. Maar tegelijk altijd nabij een rijk geschakeerd landschap. Van buitenplaatsen langs de Amstel, recreatie bij de Westeinderplassen, Ouderkerkerplas, Diemerscheg en Amsterdamse Bos, natuurschoon in de Ronde Hoep, de weidsheid van de Bovenkerkerpolder tot nieuwe landschappen als Park 21. Gooi en Vechtstreek is een regio waarbinnen hoge kwaliteit van leven en zorg centraal staat. Topografisch bekeken wisselen verstedelijkte delen zich af met bovenregionale landschappen: de Vechtstreek, de Randmeren en de Utrechtse Heuvelrug. Dit unieke monumentale karakter levert een belangrijke bijdrage aan de leefomgeving.

Strategisch gelegen tussen Amsterdam, Almere, Amersfoort en Utrecht is Gooi en Vechtstreek een aantrekkelijk vestigingsgebied voor innovatieve bedrijven en hun medewerkers. Een belangrijke economische pijler is het Mediapark in Hilversum en een grote creatieve sector. Daarnaast biedt Gooi en Vechtstreek een breed scala aan recreatiemogelijkheden, dichtbij de stad.

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 61

Foto: Theo Baart

62 |

VAN VISIE NAAR UITVOERING

Foto: Theo Baart

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 63

64 |

Van visie naar uitvoering In de Omgevingsvisie NH2050 schetsen we onze visie op de ontwikkeling van de leefomgevingskwaliteit en beschrijven we vijf samenhangende bewegingen naar de toekomst. Deze bewegingen vertalen we naar randvoorwaarden, kritische succesfactoren en ontwikkelprincipes. De randvoorwaarden bakenen het speelveld af waarbinnen ontwikkelingen zich kunnen afspelen. Deze zijn vooral gebaseerd op wet- en regelgeving. De kritische succesfactoren bepalen of het lukt om ontwikkelingen waar te maken. De ontwikkelprincipes laten zien hoe we omgaan met de langetermijnopgaven die op de fysieke leefomgeving in Noord-Holland afkomen. Deze ontwikkelprincipes geven richting aan de toekomst, in de wetenschap dat er nog veel onzekerheden zijn. Daarom bieden ze ook ruimte om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden. Nu de visie er ligt, maken we onze ambities, randvoorwaarden en ontwikkelprincipes concreet en formuleren we acties voor de korte termijn. Dat doen we samen met onze partners: inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. Die concrete uitwerking is essentieel om onze ambities waar te maken. We geven hier een eerste aanzet voor de mix aan instrumenten die we per beweging willen inzetten om onze doelen te realiseren. Uitgangspunt is dat we navolgbaar zijn in ons handelen.

De vertaling van ontwikkelprincipes naar de inzet van instrumenten biedt de mogelijkheid om accenten te leggen in de uitvoering voor de korte termijn, uiteraard redenerend vanuit het langetermijnperspectief van onze Omgevingsvisie. De instrumentenmix die we nu per beweging hebben

Afbeelding: Beleidscyclus

beschreven, vormt daartoe een eerste aanzet. De bedoeling is om met het aantreden van een nieuw college in het voorjaar van 2019 een definitief en actueel overzicht vast te stellen van de acties die we de komende collegeperiode (2019–2023) voorstaan. Dit zal gelijktijdig zijn met de besluitvorming over de Omgevingsverordening die gekoppeld is aan de Omgevingsvisie (medio 2019). Vervolgens kunnen deze acties begin 2021 geactualiseerd worden, aan de hand van de actualisatie van de Omgevingsverordening, naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021.

De Omgevingsvisie als onderdeel van de beleidscyclus De Omgevingsvisie is onderdeel van de beleidscyclus [zie Afbeelding]. De Verkenningen NH2050 zijn een analyse van trends en ontwikkelingen en de opgaven voor de samenleving die daaruit voortkomen. In de Omgevingsvisie NH2050 staan de ambities en ontwikkelprincipes voor Noord-Holland. De komende jaren geven we samen met onze partners verder invulling en uitvoering aan deze ambities en ontwikkelprincipes, door de inzet van verschillende instrumenten voor de korte termijn (0-5 jaar). Deze uitvoering monitoren wij en passen we elke twee jaar aan, op basis van de voortgang. Ook monitoren we in de vierjaarlijkse Omgevingsvisiemonitor NH2050 hoe de leefomgeving in Noord-Holland er voor staat. Als uit de monitor blijkt dat onze ambities niet gehaald dreigen te worden, of als er onverwachte ontwikkelingen zijn, dan verstevigen we onze inzet. We zullen onderzoeken hoe de ambities wel gehaald kunnen worden en veranderen zo nodig van rol en instrumenten. Bijstellen van de visie is alleen aan de orde bij trendbreuken of radicale veranderingen.

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 65

Werkwijze Bij de uitvoering van de Omgevingsvisie NH2050 werken we volgens de principes die zijn vastgelegd in de sturingsfilosofie: We gaan uit van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Die bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Om van deze sturingsfilosofie tot een werkwijze voor de uitvoering te komen, maken we gebruik van de vier vormen van overheidssturing. Als provincie zijn we, net als andere overheden, van oudsher gewend om als rechtmatige en presterende overheid te sturen. De complexiteit van de maatschappelijke opgaven vraagt echter ook een andere manier van denken en werken van de overheid. We zullen meer ruimte en vertrouwen moeten geven aan maatschappelijke initiatieven en meer met de samenleving moeten samenwerken om de opgaven verder te brengen. Dit betekent niet dat rechtmatig en presterend sturen zullen verdwijnen. Er zijn immers regels nodig voor het ordenen van het speelveld en het borgen van basiskwaliteiten. Ook in samenwerking worden prestaties gevraagd. Conform onze sturingsfilosofie kiezen we ervoor om het accent op de meer samenwerkende en responsieve overheid te leggen. Dit zullen we niet van de een op de andere dag kunnen.

We willen hier stap voor stap, samen met onze partners, naar toe werken. We verwachten dat zij ook de openheid, verantwoordelijkheid en betrokkenheid tonen die deze nieuwe overheid nodig heeft. Meer ruimte voor de samenleving betekent ook dat de samenleving meer verantwoordelijkheden krijgt. De zorgplicht, zoals verwoord in de Omgevingswet, is daarom een belangrijk principe. Dit houdt in dat iedereen verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving – niet alleen de overheid. Wij vertrouwen erop dat overheden, bedrijven en burgers bij hun

activiteiten verantwoordelijkheid nemen voor een veilige en gezonde leefomgeving. De ontwikkelprincipes die wij in de Omgevingsvisie hebben geformuleerd, geven richting aan ontwikkelingen in de leefomgeving in Noord-Holland. Plannen en activiteiten van ondernemers, inwoners of geïnitieerd door medeoverheden en de provincie worden door ons vanuit de ontwikkelprincipes bekeken. Ontwikkelprincipes bieden houvast voor iedereen die iets wil doen dat raakt aan de fysieke leefomgeving. Denk aan de provincie die een weg wil aanleggen, gemeenten die een woonwijk plannen en aan een agrariër die een stal wil bouwen. Als ontwikkelingen volgens de principes plaatsvinden, draagt dit bij aan het halen van onze provinciale ambities. Uitgangspunt is dat de ontwikkelprincipes ruimte bieden voor initiatieven en flexibel zijn. Per opgave werken we met alle betrokkenen de invulling van de principes verder uit. De invulling kan zo per gebied en ontwikkeling verschillen. ‘Samen’ is hierbij het uitgangspunt, waardoor er ruimte is voor meer vertrouwen. Daarnaast denken wij na over de vraag hoe we onze regels zo kunnen formuleren dat ze bijdragen aan het bereiken van onze opgaven én ruimte bieden voor initiatieven. We willen meer ruimte en vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven.

Dit betekent ook iets voor onze partners, waar we verantwoordelijkheid, betrokkenheid en de wil om er samen uit te komen van verwachten. Als opgaven niet gehaald worden, verstevigen we onze inzet of veranderen we van rol en instrumenten. De inzet en rol van de provincie varieert, de ontwikkelprincipes blijven hetzelfde. Zo kunnen wij zelf initiatieven starten als we een groot belang zien. Of wij vertalen ontwikkelprincipes die vragen om beperkingen van andermans handelen in de Omgevingsverordening.

Vanuit resultaten naar randvoorwaarden

De presterende overheid

De samenwerkende overheid

Vanuit overheid naar de samenleving

Vanuit samenleving naar de overheid

De rechtmatige overheid

De responsieve overheid

Vanuit randvoorwaarden naar resultaten

Afbeelding: Vier vormen van overheidssturing

66 |

Omgevingsverordening Voor de Omgevingsverordening analyseren we alle huidige regels in onze verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Door deze analyse brengen we onze regels in lijn met de ambities en ontwikkelprincipes en met de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH2050. De eerste integrale Omgevingsverordening wordt na de vaststelling van de Omgevingsvisie NH2050 afgerond en na de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2019 in procedure gebracht. Bij het analyseren van onze huidige regels en het schrijven aan de nieuwe Omgevingsverordening betrekken we onze partners.

Integraliteit De Omgevingsvisie NH2050 is, zoals de Omgevingswet beoogt, onze integrale visie op de ontwikkeling van de hele fysieke leefomgeving. In de vijf bewegingen komt steeds een aantal opgaven en ambities samen die onlosmakelijk verbonden zijn. Door opgaven te koppelen ontstaan kansrijke perspectieven. Bijvoorbeeld om de economische kansen van de energietransitie te benutten of de ontwikkeling van de agrifoodsector hand in hand te laten gaan met het versterken van de biodiversiteit. Deze integrale benadering moet doorwerken in de wijze waarop we de komende jaren de visie gaan waarmaken en instrumenten inzetten. Vaak is dit gebiedsgericht, omdat in specifieke gebieden een aantal opgaven en ontwikkelprincipes samenkomen (zie kaart samenhang bewegingen op p. 56). Soms is dit thematisch, bij overkoepelende opgaven, zoals de energietransitie. Heel specifiek krijgt dit vorm via een aantal integrale programma’s en de regionale samenwerkingsagenda’s. Rollen en instrumenten In het vervolg van dit hoofdstuk geven we een globaal inzicht in de rollen en instrumenten die wij per beweging willen inzetten om onze doelen te bereiken.

Per vorm van overheidssturing identificeren wij de volgende rollen en instrumenten: • De rechtmatige overheid: kiest vaak voor de rol van regelgever en toezichthouder, met instrumenten als verordening, handhaving en inpassingsplan; • De presterende overheid: kiest vaak voor de rol van opdrachtgever, eigenaar of beleidsontwikkelaar, met instrumenten als opdrachten, subsidies of programma’s; • De netwerkende overheid: kiest vaak voor de rol van partner of bemiddelaar, met instrumenten als convenanten, kennisoverdracht of (interbestuurlijke) programma’s; • De responsieve overheid: kiest vooral voor de rol van bemiddelaar, met instrumenten als co-creatie.

Opgavegerichte uitvoering Onze visie op de ontwikkeling van de leefomgevingskwaliteit in Noord-Holland en de vijf bewegingen nodigen ons, en onze partners, uit om concreet aan de slag te gaan met alle instrumenten die ons ter beschikking staan. We hebben een veelvoud aan instrumenten om onze doelstelling te behalen, zoals het (interbestuurlijk) programma, investeringsprogramma’s, samenwerkingsafspraken, de Omgevingsverordening, subsidies en andere beleidsinstrumenten, zoals het grondbeleid. De opgavegerichte uitvoering betekent ook dat we de komende tijd nog een aantal verkenningen initiëren om thema’s verder uit te werken. We gaan aan het werk met de Omgevingsverordening en de andere juridische kerninstrumenten. Ook analyseren we de financiële

instrumenten op hun effectiviteit. Omdat veel van de integrale opgaven in de bewegingen gebiedsspecifiek zijn, introduceren we hier een nieuw beleidsinstrument: de regionale samenwerkingsagenda. Vervolgens geven we voor de ontwikkeling van de leefomgevingskwaliteit en per beweging een eerste aanzet van de mix aan instrumenten die we willen inzetten, gekoppeld aan de rol(len) die we voor onszelf zien. Waar vinden we dat versnelling nodig is – en daarmee bijvoorbeeld een opgavegericht programma? Waar zijn regionale afspraken nodig? En waar zetten we regels in (Omgevingsverordening) om kwaliteiten te beschermen en duidelijkheid te bieden over de kaders waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn? Per beweging lichten we er één of meer programma’s uit die uitvoering geven aan de integrale opgaven van de beweging. De instrumentenmix die we beschrijven is niet uitputtend. Wel geeft deze mix weer waar het zwaartepunt ligt in ons handelen voor de korte termijn, in lijn met onze langetermijnvisie. Uiteraard zullen wij de inzet van deze instrumenten in overleg met de betrokkenen verder uitwerken en afstemmen. Regionale samenwerkingsagenda’s Veel opgaven in onze Omgevingsvisie hebben een regiospecifiek karakter: de uitwerking van de bijbehorende ontwikkelprincipes kunnen per regio en gebied verschillen.

Daarbij is het onze inzet om – waar nodig en mogelijk – ruimte te bieden aan maatwerk, indachtig onze sturingsfilosofie. Daarom willen we de mogelijkheden verkennen om onze ontwikkelprincipes samen met de regio uit te werken als onderdeel van regionale samenwerkingsagenda’s. Hierbij staat, conform onze sturingsfilosofie, de opgave centraal. Deze bepaalt namelijk het passende geografische schaalniveau en de samenwerking. In de regionale samenwerkingsagenda kunnen we afspraken maken over de concrete invulling van de ontwikkelprincipes per regio voor de komende jaren, de rol van provincie, gemeenten en andere partijen hierbij en de instrumenten. In de volgende collegeperiode (2019 – 2023) kan dit verder worden uitgewerkt, op basis van de verkenning die we hiernaar doen. Programma’s Programma's dienen ter uitwerking en uitvoering van het beleid, zoals dat op strategisch niveau is vastgelegd in de Omgevingsvisie. Het zijn enerzijds beleidsdocumenten, met uitwerking van strategische doelen uit de visie naar beleid, en anderzijds uitvoeringsdocumenten, met maatregelen en concrete voornemens om dat beleid uit te voeren en de gestelde doelen te realiseren. Een beleidsprogramma wordt vastgesteld door PS en een uitvoeringsprogramma door GS. In beginsel is het programma zelfbindend. Voor doorwerking

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 67

naar burgers, bedrijven en andere overheden is inzet van andere instrumenten nodig. De Omgevingswet kent een aantal verplichte programma’s die voortvloeien uit Europese regelgeving. Zo moeten GS een programma opstellen voor geluid langs provinciale wegen (het actieplan geluid), één of meer regionale waterprogramma’s vaststellen en beheerplannen maken voor Natura 2000 gebieden. Voor deze programma’s is de openbare voorbereidingsprocedure van de Awb (Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Daarnaast is er een verplicht programma in het geval de provincie omgevingswaarden in de provinciale omgevingsverordening vastlegt: bij dreigende overschrijding van een dergelijke omgevingswaarde ligt in principe de programmaplicht bij het college van B&W van de betreffende gemeente waar de waarde overschreden wordt, maar de omgevingsverordening zou ook GS een programmaplicht kunnen opleggen voor het bereiken van de beoogde omgevingswaarde. Naast deze verplichte programma’s is het ook mogelijk om te werken met vrijwillige programma’s. Een programma kan

een sectoraal of gebiedsgericht karakter hebben en het kan uit verschillende elementen bestaan: het kan concrete plannen bevatten voor de uitvoering van projecten of maatregelen om sectorale doelen te verwezenlijken. De wet laat de mogelijkheid open om andere bestuursorganen in een programma te betrekken. Ook kan een programma worden vastgesteld door meer dan één bestuursorgaan gezamenlijk. Grondbeleid Grond is een belangrijke factor bij alle soorten ruimtelijke opgaven, In het grondbeleid benoemt de provincie de spelregels voor onder andere (tijdelijk) beheer, ruil en aan- en verkopen van grond. Uitgangspunt van beleid is dat de inzet van gronden bijdraagt aan de realisering van provinciale doelen. Het grondbeleid is flexibel en gericht op maatwerk. Daardoor is het mogelijk effectief in te spelen op actuele ontwikkelingen en zo invulling te geven aan de gebieds- en opgavegerichte aanpak uit deze Omgevingsvisie.

Leefomgevingskwaliteit Gezien de randvoorwaarden en ontwikkelprincipes om het peil van de leefomgevingskwaliteit hoog te houden, willen wij in eerste instantie inzetten op de volgende rollen en instrumenten: • Voor het borgen van de basiskwaliteit van de leefomgeving liggen de toezichthoudende en opdrachtgevende rol voor de hand als het gaat om wet- en regelgeving. Het instrument vergunningverlening/toezicht/handhaving is het meest geëigend. Waar nodig borgen we de basiskwaliteit – aanvullend aan wetgeving – in onze Omgevingsverordening. • In aanvulling daarop organiseren we in onze rol als bemiddelaar milieudialogen in de IJmond en Westpoort. Met als doel met belanghebbenden en medeoverheden te verkennen hoe we kunnen zorgen voor economische ontwikkeling en een goede leefbaarheid in deze gebieden. • Als beleidsontwikkelaar en regelaar zullen wij periodiek het (onder de Omgevingswet verplichte) Waterprogramma vaststellen. Daarnaast werken wij mee aan het Deltaprogramma. Hierin zijn landelijk bindende afspraken gemaakt over onder andere doelen en aanpak van klimaatadaptatie, (zoet)waterbeschikbaarheid en de versterking van de zandige kust. De stand van zaken wordt jaarlijks aan de

•

•

Tweede Kamer gemeld en indien nodig wordt de inzet geïntensiveerd. Om de leefomgeving op een hoger niveau te brengen dan de basiskwaliteit, zetten wij in eerste instantie in op de rollen van partner of bemiddelaar en het instrument (interbestuurlijk) programma. Voorbeelden hiervan zijn het bestaande programma OVknooppunten en het Deltaprogramma. In aanvulling hierop maken we gebruik van onze regelgevende rol en het instrument Omgevingsverordening. De uitwerking naar een eenvoudig landschappelijk regime vindt plaats in de Omgevingsverordening. Hierbij worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het landschap voor gebieden binnen de provincie uitgewerkt, alsmede de benoeming en beschrijving van de karakteristieke Noord-Hollandse (cultuur) landschappen, de stiltegebieden en de toepasselijke beschermingsregimes, waaronder de mogelijke aanwijzing van 'bijzondere provinciale landschappen'. Bij het schrijven van de Omgevingsverordening zullen we nadrukkelijk onze partners betrekken, zoals gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties. Wij gebruiken daarbij onder andere de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 en het advies van de PARK Kwaliteitsbeeld 2050 als inbreng bij deze uitwerking.

Programma (OV)-knooppunten De provincie streeft naar compacte en goed bereikbare steden en dorpen met daartussen groene ruimte. Met als doel een beter leefklimaat. Dit sluit aan bij de hoofdambitie van de Omgevingsvisie: balans tussen economische groei en leefbaarheid. Met het programma OV-knooppunten stimuleert de provincie betere benutting van de bebouwde omgeving en het vervoersnetwerk. Samenwerking tussen gemeenten, vervoerders, bedrijven, instellingen en de provincie is daarbij cruciaal. In Noord-Holland zijn alle zestig treinstations en vier grote busstations aangewezen als OV-knooppunten. Zij zijn de entrees van binnensteden en omliggende wijken of toegangspoorten naar recreatieve gebieden. Stationsomgevingen zijn belangrijke schakels in de reis van mensen op weg naar werk, voorzieningen of recreatieve bestemmingen. De provincie wil knooppuntontwikkeling stimuleren. Met als doel korte reistijden, groen en voorzieningen dichtbij, snellere routes naar stations, minder uitstoot en behoud van waardevolle cultuurlandschappen. Het programma sluit aan op het generieke ontwikkelprincipe 3 waarbij nieuwe ruimtelijk economische ontwikkelingen zoveel mogelijk worden gesitueerd nabij knooppunten. Verder geeft het programma invulling aan de principes die gelden voor de bewegingen Metropool in

68 |

ontwikkeling en Sterke kernen, sterke regio’s. Binnen het programma OV-knooppunten zijn drie prioritaire corridors benoemd: de Zaancorridor, de Kennemerlijn en de Schipholcorridor. Voor zowel de Zaancorridor als de Kennemerlijn is er een regionale strategie opgesteld en een actie- en uitvoeringsprogramma. Dit vormt de basis voor de gemeenten om met de ontwikkeling van hun knooppunt aan de slag te gaan. Er vinden op dit moment gesprekken plaats met een aantal gemeenten voor een financiële bijdrage voor concrete maatregelen in het stationsgebied. De Schipholcorridor bevindt zich momenteel in een verkennende fase. Er worden aanvullende onderzoeken gehouden over verschillende urgente thema’s op deze corridor, zoals P+R.

Dynamisch schiereiland De beweging Dynamisch schiereiland richt zich op het veilig houden van onze kusten en het benutten van de kansen die onze unieke ligging als schiereiland biedt. Hierbij liggen de rollen van partner/bemiddelaar en regelaar in eerste instantie voor de hand. Een mogelijkheid is om een integraal programma voor onze drie kusten te verkennen. Naar aanleiding van dit programma (opgesteld in co-creatie), kunnen wij in de regelgevende rol de afgesproken kustzonering in de Omgevingsverordening opnemen. Met het Rijk en andere partners hebben we binnen het Deltaprogramma ook afspraken gemaakt over doelen en aanpak voor de beschikbaarheid van zoetwater en versterking van de zandige kust.

Waterrecreatie is als belangrijk thema in Noord-Holland in een gezamenlijk met alle partners opgestelde Visie Waterrecreatie Noord-Holland 2030 benoemd. Zowel vanuit het economisch als maatschappelijk belang willen wij de positie van Noord-Holland als vooraanstaande waterprovincie behouden en versterken. In onze ambitie van een vitale waterrecreatieprovincie richten wij ons op - zowel thematische als gebiedsgerichte - opgaven, kansen en oplossingen van knelpunten op een hoger schaalniveau die voor meerdere doelgroepen gebruikers, inwoners en bezoekers in een groter gebied winst opleveren. Het gaat hierbij om recreatieve netwerken en -verbindingen water-water en water-land met kansen voor cultuurhistorie en voor ondernemers, voor meerdere vormen van gebruik.

Verkenning samenwerkingsagenda Kusten (voorbeeld nieuw) In het Toekomstperspectief Noordzeekust, dat in maart 2018 is vastgesteld, hebben we samen met alle stakeholders afspraken gemaakt over zonering van de Noorzeekust. Centraal hierin staat een goede spreiding van activiteiten qua ‘rust en reuring’. Verkend kan worden hoe dit ontwikkelprincipe verder uitpakt voor alle kusten in Noord-Holland (naast Noordzeekust, de Waddenkust en IJsselmeerkust). Gezien de verscheidenheid van de drie kusten, zal dit een regionale invulling krijgen in nauwe samenhang met het reeds bestaande Investeringskader Waddengebied en de Gebiedsagenda IJsselmeer.

Metropool in ontwikkeling In de beweging Metropool in ontwikkeling spelen vele ambities en opgaven met grote complexiteit rond verstedelijking, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, landschap en milieu. De provincie zet dan ook alle mogelijke rollen in die passen bij de opgave en de bevoegdheden waarover we beschikken. Allereerst is er de partnerrol binnen het samenwerkingsverband MRA en bijbehorende MRAbureau en -platforms. De bemiddelende rol nemen we bij de regionale afspraken over wonen, kantoren, bedrijven (Plabeka) en detailhandel. Er is een regelende rol via de verordening met doorwerking naar bouwmogelijkheden en ontwikkelingen in het landschap. Daarnaast is er een opdrachtgeversrol richting openbaarvervoerbedrijven en omgevingsdiensten, een eigenaarsrol bij infrastructuur en een beleidsontwikkelende rol, zoals bij het Metropolitane landschapsprogramma. Bij een aantal opgaven wordt gewerkt in programma’s. Zo hebben we het Provinciaal Meerjarenprogramma

Infrastructuur (PMI), waarbij de provincie gelden inzet voor beheer, onderhoud en verbetering van de mobiliteit. Verder werken we aan gezamenlijke programma’s met het Rijk en de regio in het regionaal OV Toekomstbeeld, het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) en het Programma Bereikbaarheid MRA. Voor een nieuw PMI is een agenda Mobiliteit (inclusief perspectief fiets) in de maak die tevens inhoud genereert voor deze Omgevingsvisie. Daarnaast is er een aantal programma’s waarin we in samenwerking met partners een aantal specifieke opgaven in de metropoolregio aanpakken. Naast het programma OVknooppunten (zie Leefomgevingskwaliteit) zijn dat in ieder geval de volgende programma’s: Programma Metropolitaan Landschap, Samenwerking Noordzeekanaalgebied (NZKG) en het Programma Schiphol.

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 69

Programma Metropolitaan Landschap (bestaand) Om op duurzame wijze te groeien zal de Metropoolregio Amsterdam het landschap, als essentieel onderdeel van het metropolitane systeem, moeten versterken. Van primair natuur- en agrarisch gebieden ontwikkelt het zich naar een netwerk van groenblauwe longen met meer en verschillende functies. De ruimte voor ontwikkelingen verschilt per gebied en hangt af van de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde van de verschillende landschappen. Daarom werken we samen met de MRA-partners in het (bestaande) programma Metropolitaan Landschap gebiedsgericht het ontwikkelprincipe verder uit. De opgave voor de komende jaren is om de ontwikkeling en het beheer van het metropolitane landschap sterker te verbinden met de ruimtelijk-economische groei van de metropoolregio en investeringsopgaven in beeld te brengen. Hierbij kijken we ook hoe deze groei op structurele wijze financieel kan bijdragen aan versterking, uitbreiding en het beheer van het landschappelijke raamwerk (bijvoorbeeld door transformatie van het verouderde deel van glastuinbouwgebied Aalsmeer) en hoe we de biodiversiteit kunnen vergroten.

Samenwerking Noordzeekanaalgebied (NZKG) De gemeenten rond het NZKG, de havenbeheerders, het Rijk en de provincie hebben gezamenlijk het belang van een goede samenwerking erkend, omdat de verschillende belangen in het gebied over bestuurlijke grenzen heengaan. Voor deze samenwerking is het Bestuursplatform NZKG opgericht. Het platform krijgt ondersteuning van het Projectbureau NZKG; het aanspreekpunt voor de gezamenlijke programma-uitvoering die op basis van de visie NZKG 2040 wordt uitgevoerd. De provincie stelt de projectbureaudirecteur beschikbaar en is bestuurlijk voorzitter van het platform. Hiermee vervult de provincie een partnerrol. Het Projectbureau is verantwoordelijk voor het programmamanagement van het uitvoeringsprogramma en zorgt daar waar projecten en acties alle partners raken voor het projectleiderschap voor de gezamenlijke beleidsontwikkeling en acties. Dit zijn de projecten in het kader van duurzaamheid, zoals circulaire economie en energietransitie NZKG. Tevens brengt het Projectbureau jaarlijks de beschikbare ruimte in beeld in de Monitor Ruimte-intensivering. Het Projectbureau zorgt verder voor de gezamenlijke communicatie met de omgeving. In de Omgevingsvisie heeft het NZKG een cruciale plaats in het verwezenlijken van een aantal door PS benoemde ambities, onder andere op het gebied van energietransitie en circulaire economie.

Deze zijn in de bewegingen Nieuwe Energie en Metropool in ontwikkeling terug te vinden. Ook sluit het programma van het Bestuursplatform NZKG aan op het thema een gezonde en veilige leefomgeving, zoals verwoord in het deel Leefomgevingskwaliteit. Gezien de grote opgaven in het gebied en de snelheid waarmee ontwikkelingen plaatsvinden, is het de vraag of alle ontwikkelingen conform de visie NZKG kunnen plaatvinden of dat er nieuwe, gezamenlijke afwegingen nodig zijn. Het maken van die afwegingen gebeurt dan aan de hand van concreet gemaakte uitwerkingen, samen met de partners van het platform. Programma Schiphol Schiphol vervult een belangrijke economische functie voor de MRA, Noord-Holland en Nederland als geheel. De wijze waarop Schiphol zich in de nabije en verdere toekomst ontwikkelt heeft impact op onze hoofdambitie van evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Wij zijn en blijven daarom nadrukkelijk betrokken bij de ontwikkelingen van Schiphol. Zo verwachten wij van het Rijk – als het bevoegd gezag voor Schiphol – helderheid over de toekomstige ontwikkeling van de luchtvaart en Schiphol, voordat er keuzes worden gemaakt over de ontwikkelingen na 2020.

Diverse vraagstukken rondom thema’s als gezondheid (luchtkwaliteit, geluidhinder, nachtvluchten), veiligheid, CO2 en luchtruimherziening moeten daarbij – ook in onderlinge samenhang - in beschouwing worden genomen en zijn uitgekristalliseerd. Andere onderwerpen die hierbij aan bod komen, zijn: • • • • • • • •

verankering van het Nieuwe Normen en Handhavingstelsel in een Luchthavenverkeerbesluit en een daarbij passend Luchthavenindelingbesluit; de huidige afspraken over hinder (geluid, uitstoot, veiligheid) van het vliegverkeer; de discussie over de voorwaarden waaronder groei kan plaatsvinden; de mogelijke uitbreiding van Schiphol ten noordwesten van de A4; het verbeteren van de bereikbaarheid van de luchthaven en het stedelijk gebied, zoals weg- en OV-uitbreidingen; de ruimtelijk-economische ontwikkelingsmogelijkheden rondom de luchthaven, zoals in de studie kerncorridor Schiphol-Amsterdam verwoord; de transformatie van verouderde kantoorlocaties naar woongebieden; de landschappelijke inpassing van de luchthaven in de metropoolregio.

Er is hier een veelheid aan complexe vraagstukken waar verschillende partijen taken en bevoegdheden hebben. In de beweging Metropool in ontwikkeling en in het deel Leefomgevingskwaliteit komen de luchthaven en daaraan gelieerde onderwerpen terug in verschillende ontwikkelprincipes. Het is van belang dat de provincie als betrouwbare partner vanuit een samenhangende visie deelneemt aan de discussie over de ontwikkelingen van Schiphol en omgeving.

70 |

Sterke kernen, sterke regio’s De beweging Sterke kernen sterke regio’s heeft tot doel het netwerk van steden en kernen qua voorzieningenniveau, economische ontwikkeling en woningbouwontwikkeling sterker te maken. En om de verschillende kernen en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden en te ontwikkelen. Hierbij is regionale samenwerking van essentieel belang. Indachtig onze sturingsfilosofie (lokaal wat kan, regionaal wat moet) willen we graag ruimte bieden aan gemeenten om in regionaal verband te komen tot goede afspraken. Wij zien daarom in eerste instantie voor ons een rol als partner van gemeenten en regio’s. De regionale samenwerkingsagenda vormt hierbij bij uitstek een belangrijk instrument. Hierbinnen kunnen we meer specifieke instrumenten inzetten. Bijvoorbeeld de regionale afspraken over wonen om de woningbouw regionaal af te stemmen op de vraag (kwantitatieve en kwalitatief). Ditzelfde geldt voor de monitor bedrijventerreinen, regionale visies detailhandel en

regionale visies verblijfsrecreatie, bedoeld om de programmering van werklocaties regionaal af te stemmen. Ook kan de regionale samenwerkingsagenda als kapstok dienen voor (gebieds)programma’s die gericht zijn op het aanbrengen van versnelling en de realisatie van concrete projecten, zoals het huidige programma De Kop Werkt! In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur (PMI) staat waar de provincie gelden inzet voor beheer, onderhoud en verbetering van de mobiliteit. Daarnaast zijn er gezamenlijke programma’s in wording met Rijk en regio in het regionaal OV Toekomstbeeld, het MIRT en Programma Bereikbaarheid MRA. Belangrijk in deze beweging is de opdrachtgeversrol richting openbaarvervoerbedrijven. Voor een nieuw PMI is een agenda Mobiliteit (inclusief perspectief fiets) in de maakt die tevens inhoud genereert voor deze Omgevingsvisie. Ook in deze beweging is het programma OV-knooppunten van belang (zie Leefomgevingskwaliteit).

Programma De Kop Werkt! (bestaand) De Kop Werkt! is een regionaal stimuleringsprogramma van de vier kopgemeenten Texel, Den Helder, Hollands Kroon en Schagen en de provincie Noord-Holland. Wij werken samen aan een toekomstbestendige regio. Dat doen we door continu kansen te benutten die de kracht van de regio versterken. Daarbij gaat het om de ontwikkeling van havens, agribusiness, energiesector, toerisme, bereikbaarheid en leefomgeving.

Nieuwe energie De beweging Nieuwe energie richt zich op onze ambitie om in 2050 een klimaatneutrale provincie te zijn en de economische kansen te benutten die de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie bieden. Dit kunnen we alleen door samen te werken met andere overheden, bedrijven, burgerinitiatieven en andere maatschappelijke partners. We zetten hier dus vooral in op onze rol als ontwikkelaar en partner. Ons programma Transitie Energie en Grondstoffen (TEG) vervult hierin een sleutelrol. Dit programma bundelt veel van onze activiteiten en instrumenten. Ook zijn we partner in verschillende samenwerkingsverbanden. Denk aan de Greenportstructuur, waarin we met overheden en agrifoodsector

werken aan verduurzaming, het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied. In dat laatste platform geven we uitwerking aan de overgang naar circulaire economie en energietransitie binnen het havencomplex. Daarnaast faciliteren wij met subsidies de ruimtelijke transitie naar een circulaire economie. Een voorbeeld hiervan is de regeling Herstructurering en Intelligent Ruimtegebruik Bedrijventerreinen (HIRB). Bij de ruimtelijke uitwerking van de energietransitie vervullen wij uiteindelijk ook de rol van regelgever, door de energietransitie te verankeren in onze Omgevingsverordening.

Programma Transitie Energie en Grondstoffen (TEG, bestaand) In het programma TEG werken we samen met de externe partners aan de opgave om te komen tot een energieneutraal en circulair Noord-Holland in 2050. Deze opgave is mede gekoppeld aan de doelstelling van het Klimaatakkoord om te komen tot 49 procent CO2-reductie in 2030. De komende jaren geven wij verder uitwerking aan de ontwikkelprincipes voor Nieuwe energie. Deze richten zich op CO2, warmte en duurzame energie. Centrale elementen hierin zijn: • opstellen van de Regionale Energie- en Klimaat Strategieën (REKS). In de REKS voor Noord-Holland Noord en MRA geven we samen met gemeenten en andere belangrijke actoren nadere invulling aan de optimale regionale energieen warmtemix. De strategie houdt rekening met de vraag en de potentie van het gebied, de economische kansen, het maatschappelijk draagvlak en de verdeling van kosten en opbrengsten;

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 71

• • •

mogelijk maken van de transitieopgave en tegelijkertijd benutten van economische kansen door de bestaande en nieuwe energie-infrastructuur efficiënt te benutten; ruimtelijke economische strategie opstellen voor het verwezenlijken van de CO2-doelstellingen van de belangrijke economische clusters in Noord-Holland; versterken van de strategische clusters voor circulaire economie.

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving Met de beweging Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving willen we de biodiversiteit vergroten en de ontwikkeling van een economisch duurzame agrifoodsector faciliteren. Hierbij vervullen we als provincie de rol van ontwikkelaar met het realiseren van een sterk natuurnetwerk. Belangrijk instrument hierbij is ons Meerjarenprogramma Groen waarbij we bestaande natuurgebieden verbinden en nieuwe natuurgebieden creëren en verwerven. Groen Kapitaal is hét netwerkplatform voor initiatieven die de biodiversiteit stimuleren. Daarnaast zijn we samenwerkingspartner in de Greenports Noord-Holland Noord en Aalsmeer en in het Programma Metropolitaan landschap voor de MRA. Met de provincies Utrecht en Zuid-Holland hebben we in

het kader van de Groene Hartsamenwerking het Perspectief Groene Hart 2040 vastgesteld. Daarmee hebben deze provincies zich gecommitteerd aan samenhangend beleid voor het Groene Hart, wat in uitwerkingen verder vorm zal worden gegeven. Kern van de beweging zijn twee grote veranderprocessen die vragen om samenwerking, innovatie en gebiedsgericht maatwerk: de ontwikkeling naar een natuurinclusieve landbouw en de bodemdaling in veenweidegebied. Wij zien hierbij voor onszelf een belangrijke verbindende rol. Dit laten we tot uiting komen in twee specifieke programma’s die we in nauwe samenwerking met onze partners ontwikkelen: het Programma natuurinclusieve landbouw en het Programma bodemdaling.

Programma natuurinclusieve landbouw (mogelijk nieuw) Onze ambitie is om de grondgebonden landbouw in Noord-Holland in 2030 zoveel mogelijk natuurinclusief te laten zijn. Dat wil zeggen dat de grondgebonden landbouw bijdraagt aan het behouden en versterken van biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en water in en om haar landbouwbedrijven. Op die manier draagt ook de landbouw bij aan de kwaliteit van onze leefomgeving (natuur, water, milieu). Het programma bestaat uit vier pijlers, die zijn gebaseerd op een onderzoek naar de voornaamste behoeften van de doelgroep voor het programma: kennisdeling, netwerkversterking, keteninnovatie en stimulering van gebiedsontwikkeling. Het programma investeert gefaseerd in projecten verdeeld over de pijlers, zoals het opschalen van koploper-initiatieven, stimuleren van innovaties en samenwerken met het onderwijs. De invulling van natuurinclusieve landbouw zal per regio sterk verschillen, afhankelijk van de gebiedscontext. Het ligt daarom voor de hand dat de uitwerking hiervan aan bod komt bij het opstellen van regionale samenwerkingsagenda’s.

Programma bodemdaling veenweiden (in ontwikkeling) Met het programma bodemdaling veenweiden geven wij nadere uitwerking aan de ambitie om gebiedsgericht, met name in het metropolitane landschap en het Groene Hart, samen met de partners die daar mede voor verantwoordelijk zijn, de bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen, te stoppen en zo mogelijk te herstellen. In de Omgevingsvisie hebben wij deze ambitie vertaald naar het principe dat het landgebruik en de waterpeilen in balans worden gebracht met de draagkracht van het veenweidegebied. Hierbij staan maatwerk en een gebiedsgerichte aanpak voorop. We zien hierbij als provincie voor onszelf een belangrijke regierol. Wij werken binnen het programma langs vier sporen: 1. betrekken, informeren, adviseren en samenwerken (onder andere in de Task Force Bodemdaling en via de gebiedscommissie Laag Holland); 2. visievorming en instrumentarium (onder andere door het opstellen van regionale bodemdalingsvisie(s)); 3. innovatie en ontwikkeling (onder andere uitbouw van het Innovatieprogramma Veen voor innovaties in de landbouw, perspectieven voor andere landschappelijke inrichting van veenweidegebieden); 4. gebiedsgerichte projecten.

72 |

De eerste stap is op 21 januari 2017 afgerond met een presentatie van de Verkenningen NH2050 in de statencommissie R&W. In dit document zijn feiten verzameld over de autonome ontwikkelingen die op de Noord-Hollandse samenleving afkomen en opgaven geformuleerd die daaruit voortvloeien. Het bevat de resultaten van eigen onderzoeken, gesprekken en onderzoeken van universiteiten en kennisinstituten en gesprekken en interviews met mede-overheden en opinionleaders in de samenleving. De opgaven in de Verkenningen NH2050 vormen voor ons het referentiekader voor waar het in de omgevingsvisie op hoofdlijnen over moet gaan. De tweede stap in het proces heet de Koersfase. In deze fase zijn meningen verzameld. Dat er allerhande ontwikkelingen op onze samenleving afkomen is een feit. Maar hoe met die ontwikkelingen om te gaan, daar kan verschillend tegenaan worden gekeken. In de Koersfase hebben we deze verschillende blikvelden weergegeven in samenhang met de opgaven uit de Verkenningen. De meningen zijn verzameld via de grootschalige publiekscampagne Jouw Noord-Holland en bijeenkomsten met mede-overheden en stakeholders uit de samenleving. Op basis daarvan hebben Provinciale Staten met de vaststelling van Koers NH2050 op 18 december 2017 de hoofdambitie en daarmee samenhangende doelen (langetermijnambities) voor de Omgevingsvisie NH2050 bepaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16046747/1