CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Art. 42 - OPA BAS - Tandem Schouten en Schouten handelt niet vanuit Alkmaars perspectief - beantwoording

Gemeenteraad 18 juni 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Voorstel tot afdoening lijst van ingekomen stukken2.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad van Alkmaar

Onderwerp

Beantwoording raadsvragen OPA en Bas met de titel ‘Tandem Schouten en Schouten handelt niet vanuit Alkmaars perspectief’ Uw brief van

Behandeld door

Datum

10 mei 2026

Unit DBO & ASON-team

19 mei 2026

Geachte leden van de raad, De leden van de raad de heer Kloos en mevrouw Bijl hebben heeft ons op 10 mei 2026 de volgende raadsvragen gesteld over ‘Tandem Schouten en Schouten handelt niet vanuit Alkmaars perspectief’. In deze brief leest u onze reactie, overeenkomstig art. 42 Reglement van Orde voor vergaderingen van de raad. 1

In de tijdlijn van de heer Schouten wordt gesproken over het memo d.d. 24 december 2025 dat alleen aan het tandem Schouten is gestuurd. In dit memo wordt exact gesproken over aantallen. Is het memo van 24 december besproken in college en wat was de uitkomst van dit beraad?

2

Heeft de burgemeester in haar coördinerende rol dit bespreekbaar gemaakt in het college? Zo nee, waarom niet.

3

Wat is de reden dat de burgemeester in haar coördinerende rol er niet voor heeft gekozen de raad te informeren? Antwoord In antwoord op bovenstaande drie vragen: De burgemeester heeft de voormalig wethouder op 22 december 2025 via de mail gevraagd of deze brief voor Alkmaar gevolgen heeft en gaf hem mee dat het goed was dit te melden in het college. De wethouder antwoord dat hij wat meer informatie gaat verzamelen. Begin januari ontvingen de burgemeester en de voormalig wethouder een ambtelijke memo (gedateerd 24/12/2025). Deze memo betreft een ambtelijke analyse van een landelijke maatregel (algemene kennisgeving van de nareisactie van het ministerie) en de mogelijke betekenis daarvan voor Alkmaar. Voormalig wethouder Schouten geeft bij de reactie van het college tijdens het tweeminutendebat in de raadsvergadering van donderdag 16 april over dit onderwerp aan dat de brief van 19 december 2025 naar alle gemeenten in Nederland is gestuurd. In het

Bezoekadres

postadres

bank

website

telefoon

Mallegatsplein 10 1815 AG Alkmaar

Postbus 53 1800 BC Alkmaar

NL78BNGH0285000179

www.alkmaar.nl

14 072

conceptverslag van de raadsvergadering staat: “Er zat geen enkele specifieke aanwijzing in voor of over Alkmaar. Naar de mening van het college valt het onder algemene kennis. Ook is het in het nieuws geweest dus FVD had het ook op andere manieren tot zich kunnen nemen. Het is geen taak van het college om de raad te informeren over alle mogelijkheden die buiten Alkmaar gelden. … Het college heeft niet gereageerd richting de Minister naar aanleiding van de brief van 19 december 2025 omdat er niets over Alkmaar in stond. Om die reden is de brief ook niet als bespreekstuk geagendeerd voor het collegeoverleg.” De burgemeester kon de afweging van de voormalig wethouder begin januari 2026 volgen omdat de algemene berichtgeving over deze regeling uitgebreid in het nieuws was geweest en er geen bestuurlijke keuzes werden voorgelegd. Bovendien zouden we op de hoogte worden gesteld zodra dat wel het geval zou zijn. Met de kennis van nu had deze brief meer aandacht moeten krijgen en had ik de wethouder moeten blijven vragen dit met het college te delen. Er was immers geen enkele reden om deze brief niet te delen met het gehele college. Het zou ondanks het feit dat er geen specifieke zaken voor Alkmaar in stonden ook verstandig geweest zijn dit te delen met de raad.

Voor de toekomst zou ik dan ook elke betrokken wethouder dringend adviseren elke brief van het COA of de minister over het opvang van vluchtelingen, voorzien van enige duiding over mogelijke gevolgen voor Alkmaar via het college met de raad te delen. Ik lees in deze vraagstelling het vermoeden dat de coördinerende rol van de burgemeester kan leiden tot een eigen rapportagelijn naar college of raad als het gaat om informatie uit de portefeuille van een wethouder. Dat is niet het geval. Collegeleden zijn gelijkwaardig aan elkaar, inclusief de burgemeester. Mijn coördinerende rol vraagt vooral afstemming onderling te realiseren, en dat heb ik ook gedaan. 4

Op 3 maart heeft COA het college gebeld, eerst mevrouw Schouten en toen de heer Schouten. Wat is de reden dat de burgemeester in haar coördinerende rol er niet voor heeft gekozen de raad te informeren? Heeft de burgemeester dit wel voorgesteld in het college om de informatie te verstrekken? Antwoord Er is geen telefoongesprek geweest tussen COA en burgemeester. Er is op 2 maart vanuit het COA een appje gestuurd naar de burgemeester met verzoek om contact. Dat appje is door de burgemeester beantwoord met een doorverwijzing naar de portefeuillehouder. Naar aanleiding van een appje van de voormalig wethouder op 3 maart met een eerste terugkoppeling van het gesprek met het COA aan de burgemeester heeft zij op dezelfde ochtend nog vragen gesteld in de collegevergadering. De wethouder geeft dan aan dat bespreking op dat moment nog niet nodig is. Later in de week koppelt de voormalig wethouder terug aan de burgemeester en geeft aan die informatie ook met het college te delen. Dat gebeurt ook in de rondvraag van de

2/6

collegevergadering op 10 maart. Zowel de terugkoppeling naar de burgemeester als naar het college blijkt met de kennis van nu niet volledig en niet juist. Inleiding vraag 5 en 6: Op 3 maart wordt er door het COA bevestigd dat zij gebruik gaan maken van hotel Alkmaar. Er is in de diverse gesprekken gesproken dat dit gevoelig ligt in Alkmaar, zeker rond verkiezingen zo lezen wij uit de stukken. Wij hebben stellig de indruk dat het tandem ervoor heeft gekozen het de verkiezingen over te tillen. Beide bestuurders zouden daarmee verkiezingen en campagne hebben willen beïnvloeden. 5

Op welke wijze heeft u het thema verkiezingen besproken met het COA? Heeft u aan het COA verzocht het officiële bericht pas op de dag van de verkiezingen aan u te versturen? Zo nee, kunt u dat aantonen?

6.

Kunt u met een goede onderbouwing aantonen dat u niet heeft gepoogd de verkiezingen te beïnvloeden? Antwoord In antwoord op bovenstaande twee vragen, waarbij er onderscheid gemaakt wordt tussen het perspectief van de toenmalig wethouder en de burgemeester: Het college heeft op 12 mei jl. een gecorrigeerde tijdlijn met uw raad gedeeld. De gecorrigeerde tijdlijn betreft een feitelijke weergave van gebeurtenissen en contacten. Voor zover vragen zich richten op de motivering van de voormalig wethouder, kunnen deze niet door de burgemeester of het college worden beantwoord. Uit deze gecorrigeerde tijdlijn blijkt dat in het ambtelijk contact met het COA is aangegeven dat het onderwerp gevoelig ligt in Alkmaar en zeker rond de verkiezingen. Uit de tijdlijn blijkt verder dat op 16 maart bekend is dat het COA voornemens is om op 20 maart de statushouders te plaatsen in het hotel. Dat was nog niet geformaliseerd. Wel was duidelijk dat dit (formalisering van het voornemen middels een brief) naar verwachting op 18 maart zou gebeuren. Er heeft overleg plaatsgevonden tussen de voormalig wethouder en de programmamanager. Zij hebben verder gesproken over hoe het proces na formalisering door het COA zou kunnen verlopen. De burgemeester heeft geen rechtstreekse contact- of informatielijn met het COA en dat ook niet gehad in de afgelopen bestuursperiode.

Rechtstreekse afstemming of overleg met de ambtelijke organisatie van ASON over realisatie van opvanglocaties was en is er vanuit de burgemeester niet, dat gaat via de betrokken wethouder. Wanneer er veiligheidszaken op een van de ASON locaties spelen wordt de burgemeester daarover via OOV geïnformeerd.

3/6

7

Uit de stukken blijkt dat er heel lang is gestoeid over de formulering van de RIB waarin staat dat het college overvallen is door het COA. OPA en BAS vinden dit niet geloofwaardig. U bent bestuurlijk al veel langer op de hoogte, het COA informeert altijd tijdig. Heeft het excuus van wethouder Schouten ook betrekking op de RIB over het hotel? Antwoord De reikwijdte van de excuses van voormalig wethouder Schouten, zoals verwoord in de raadsinformatiebrief ‘Persoonlijke reflectie op proces opvang statushouders in hotel Alkmaar’ van 8 mei, kunnen wij niet namens hem duiden. In de recentelijke raadsinformatiebrief van 12 mei ‘Correctie tijdlijn Hotel Alkmaar’ geven wij over de raadsinformatiebrief van 20 maart het volgende aan: Het college heeft aan uw raad op 20 maart een raadsinformatiebrief gestuurd, waarin wij hebben aangegeven overvallen te zijn door het besluit van het COA. Ook hier kunnen wij met de kennis van nu niet anders dan concluderen dat dit niet juist is. Wij corrigeren dan ook deze brief.

8

Kan de burgemeester reflecteren op haar rol in dit dossier, zowel in het college als richting de raad? Antwoord Ten eerste mag helder zijn dat als wij als college en ik als burgemeester de informatie had die nu bekend is, ik anders had gehandeld. Met name het inzicht in de ambtelijke correspondentie die donderdagavond laat op 7 mei met het college werd gedeeld heeft veel nieuwe informatie gegeven. Vooraf is het goed om te benoemen dat burgemeester en wethouders gelijkwaardige leden van het dagelijks bestuur zijn. De burgemeester is voorzitter van een collegiaal orgaan. Wat betekent dat wij samen verantwoordelijk zijn voor het bestuur. Een portefeuillehouder is politiek verantwoordelijk voor een specifiek beleidsterrein. De burgemeester heeft ook zijn/haar eigen portefeuilles en coördineert daarnaast de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen. Uw raad heeft de wethouders aangesteld en een rechtstreekse verantwoordingslijn met elk van de leden van het college, daar komt de burgemeester niet tussen. Terug naar de antwoorden: Het signaal vanuit het COA dat bij mij als burgemeester op 2 maart binnenkwam is door mij direct doorverwezen naar de verantwoordelijk wethouder. Daarmee heb ik gehandeld conform de portefeuilleverdeling binnen het college. Ik heb geen eigenstandige communicatie- of sturingslijn binnen de portefeuille.

4/6

Er zijn door mij vanuit mijn coördinerende verantwoordelijkheid binnen het college interventies gedaan zoals vragen stellen en informatie delen. Daarbij moet ik constateren dat ik antwoorden gekregen heb die passen bij de inschatting van de voormalig wethouder, maar die niet passen bij het informatiebeeld dat in de gecorrigeerde tijdlijn geschetst is. En dat stelt mij voor een dilemma. In collegiaal bestuur gaan we uit van gelijkwaardige samenwerking en goede informatie uitwisseling. Het past een burgemeester dan ook niet op voorhand vraagtekens te plaatsen bij de informatievoorziening van een portefeuillehouder. En met de informatie die ik had was er ook geen reden om hier vraagtekens bij te zetten. Uit de tijdlijn valt ook op te maken dat er binnen de ambtelijke organisatie een ander beeld van de status van de plannen van het COA was dan de voormalig wethouder met het college deelde. Verschil van inzicht met de ambtelijke organisatie is op zichzelf komt vaker voor. Immers: de portefeuillehouder moet politiek een eigen bestuurlijke koers kunnen maken. Daarbij kan er sprake zijn van een ander pad dan ambtelijk geadviseerd wordt. Maar in deze situatie had het wellicht tot aanvullende vragen aan de wethouder kunnen leiden. Tenslotte: op vrijdag 8 mei is er frequent en intensief overleg geweest met het college over de stukken die de avond ervoor gedeeld zijn.

Daarbij heeft het college ernaar gestreefd vrijdagavond de raad te informeren en dat is ook gebeurd. In het weekend hebben meerdere collegeleden de stukken nogmaals doorgelopen, dat geldt ook voor mij als burgemeester. Daarbij vond ik een appje van de voormalig wethouder aan mij op 3 maart jl dat niet in de set opgenomen was. Ik heb dat direct aan de toenmalig wethouder en de gemeentesecretaris gemeld zodat het alsnog in de set opgenomen werd. Dit alles gezegd hebbende, de reflectie waarnaar gevraagd wordt: Er is geen onderwerp politiek zo gevoelig geweest de afgelopen jaren als de opvang van vluchtelingen. De aankondiging van de komst van nareizigers naar Hotel Alkmaar hadden we gewoonweg beter moeten doen met elkaar. Op basis van de informatie die nu bekend is was het passend geweest als het college de raad kort na 3 maart geïnformeerd had over een aankondiging van het COA om ergens in de maand maart nareizigers onder te brengen in Hotel Alkmaar. Dat is niet gebeurd en dat trekken wij ons als college, en ook ik als voorzitter en als onderdeel daarvan mij aan. Dit ondanks het feit dat onze informatie op dat moment niet compleet en volledig juist was. Toen op vrijdag 8 mei helder werd dat de informatievoorziening naar de raad onvolledig was, heeft het college zich maximaal ingespannen om de raad alsnog te informeren.

Dat leidde tot de reflectie van de voormalig wethouder en de tijdlijn die vrijdagavond naar u gestuurd is. Toen tijdens de extra collegevergadering op maandagmorgen bleek dat de tijdlijn aangevuld

5/6

moest worden en de wethouder aankondigde zijn ontslag aan te bieden aan de raad, heeft het college opnieuw de raad geïnformeerd met een brief en een gecorrigeerde tijdlijn. Kortom: het college heeft steeds kort nadat zij zelf over nieuwe informatie beschikte de raad hierover geïnformeerd. Echter, dit was reactief. Belangrijk is dat we dat nu weten om te buigen naar pro-actief informeren voor u als raad. Het college heeft daarom met de wethouder Asiel de afspraak gemaakt om vanaf nu iedere week in de collegevergadering de opvang van vluchtelingen als apart agendapunt te bespreken. Daar zullen alle brieven van het COA en anderen over dit onderwerp gedeeld worden, zodat daar in gezamenlijkheid de afweging gemaakt kan worden welke informatie met de raad gedeeld zal worden. De verordening actieve informatieplicht zal daarbij de leidraad zijn. Op deze manier vult het college haar gezamenlijke verantwoordelijkheid in, en is iedereen ook steeds goed geïnformeerd. Tevens heb ik de gemeentesecretaris gevraagd op welke manier signalen uit de ambtelijke organisatie bij hem terecht komen wanneer ambtelijke adviezen en bestuurlijk handelen (te) ver uit elkaar lopen. Dat is in deze situatie niet gebeurd. Dit vraagt om het verder ontwikkelen van een volwassen ambtelijke escalatielijn. En wanneer er een melding is vraagt het zorgvuldig handelen.

Primair naar de betrokken wethouder, maar indien nodig ook naar de burgemeester om dit vanuit de coördinerende rol met en in het college bespreekbaar te maken. De gemeentesecretaris werkt deze manier verder uit. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar, mw. drs. A.M.C.G. (Anja) Schouten, burgemeester

dhr. R.M. (Robert) Reus MPM, gemeentesecretaris

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16981454/1