7.2 Zaffier was-wordt lijst
Tekst van het document
Zaffier - was wordt lijst
Geldend van 17-05-2022 t/m heden met Gemeenschappelijke regeling Zaffier terugwerkende kracht vanaf 01-04-2022 De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Intitulé Heiloo, Dijk en Waard en Uitgeest, Gemeenschappelijke regeling Zaffier OVERWEGENDE DAT De colleges van Burgemeester en Wethouders Genoemde gemeenten de mogelijkheden willen van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, optimaliseren om mensen naar vermogen deel Heiloo, Dijk en Waard en Uitgeest, te laten nemen in de samenleving en perspectief te bieden op deelname OVERWEGENDE DAT Genoemde gemeenten daartoe de Participatiewet gezamenlijk willen uitvoeren Genoemde gemeenten de mogelijkheden willen met behulp van één regionale optimaliseren om mensen naar vermogen deel uitvoeringsorganisatie en daartoe afspraken te laten nemen in de samenleving en hebben gemaakt zoals vastgelegd in perspectief te bieden op deelname het Eindrapport Bouwen aan Zaffier 2021 Genoemde gemeenten daartoe de BESLUITEN Participatiewet gezamenlijk willen uitvoeren De Gemeenschappelijke regeling Zaffier met met behulp van één regionale ingang van 1 juli 2024 te wijzigen waardoor de uitvoeringsorganisatie en daartoe afspraken tekst luidt als volgt: hebben gemaakt zoals vastgelegd in het Eindrapport Bouwen aan Zaffier d.d.
… de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Dijk en Waard de bestaande Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015 daartoe willen wijzigen, en de gemeente Uitgeest wil deelnemen aan de te wijzigen regeling
BESLUITEN de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015 per 1 januari 2022 inhoudelijk en in naam te wijzigen en opnieuw vast te stellen, c.q. per 1 januari 2022 deel te nemen aan de aldus inhoudelijk en in naam te wijzigen en opnieuw vast te stellen Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015 overeenkomstig onderstaande tekst
Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Geen sub artikel o o. Deelnemer(s): een (de) aan deze regeling deelnemende gemeente(n) Artikel 15 Verantwoording en informatieplicht Artikel 15 Verantwoording en informatieplicht Geen sub artikel 13 Relatie Bestuur - Raden 13. Het bestuur van het openbaar lichaam verstrekt de raden van de deelnemers de inlichtingen die de raden nodig
hebben voor de uitoefening van hun taken. Bij de informatieverstrekking geldt dat • Relevante informatie in een zo vroeg mogelijk stadium wordt verschaft; • Informatie op hoofdlijnen wordt verstrekt, behalve als een detail (politiek) relevant is of als er specifiek om is gevraagd; • Schriftelijke inlichtingen zendt het bestuur (Dagelijks Bestuur, Algemeen Bestuur en/of voorzitter) rechtstreeks naar en gelijktijdig aan de raden (en staten) en in cc aan de colleges van de deelnemers. Indien de informatie wordt verstrekt door Dagelijks Bestuur of voorzitter dan wordt het Algemeen Bestuur vooraf geïnformeerd.
Artikel 21 Kadernota Artikel 21a Kadernota 1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 1. Het Dagelijks Bestuur biedt uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan december van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, de het jaar waarin de begroting wordt algemene financiële en beleidsmatige vastgesteld, de algemene financiële en kaders aan de raden van de beleidsmatige kaders aan de raden van deelnemende gemeenten. de deelnemende gemeenten. 2. De raden kunnen bij het dagelijks 2. De raden kunnen bij het Dagelijks bestuur voor 1 maart van het jaar Bestuur uiterlijk 1 maart van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient hun zienswijze over de begroting dient hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige algemene financiële en beleidsmatige kaders naar voren brengen. kaders naar voren brengen. 3. Het algemeen bestuur stelt de 3. Het Dagelijks Bestuur van de kadernota vóór 15 maart vast. gemeenschappelijke regeling stelt de 4. Het algemeen bestuur geeft in het raden voorafgaande aan het vaststellen besluit aan wat de overwegingen zijn van de algemene financiële en geweest met betrekking tot de beleidsmatige kaders schriftelijk en zienswijzen. gemotiveerd in kennis van zijn oordeel 5.
Het dagelijks bestuur zendt het besluit over de zienswijze, bedoeld in het en de kadernota aan de raden, binnen tweede lid, alsmede van de eventuele twee weken na de vaststelling als conclusies die het daaraan verbindt. bedoeld in het derde lid. 4. Het Algemeen Bestuur stelt de kadernota vóór 15 maart vast. 5. Het Algemeen Bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen. 6. Het Dagelijks Bestuur zendt het besluit en de kadernota aan de raden, binnen
twee weken na de vaststelling als bedoeld in het vierde lid.
Artikel 22 Begroting en jaarrekening Artikel 22 Begroting en jaarrekening 1. Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk 15 1. Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk 15 april voorafgaande aan het jaar april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient de waarvoor de begroting dient de conceptbegroting met toelichting en conceptbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren, en begrotingsjaar volgende jaren voor uiterlijk 15 april volgende op het jaar zienswijze aan de raden van de waarop ze betrekking heeft, de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks conceptjaarrekening aan de raden van Bestuur zendt gelijktijdig met de de deelnemende gemeenten. conceptbegroting de 2. De conceptbegroting en de conceptjaarrekening van het jaar conceptjaarrekening worden door de voorafgaande aan dat waarvoor de zorg van de colleges van de begroting dient aan de raden van de deelnemende gemeenten voor deelnemende gemeenten. eenieder ter inzage gelegd en, tegen 2. De conceptbegroting en de betalen van de kosten, algemeen conceptjaarrekening worden door de verkrijgbaar gesteld. Van de ter zorg van de colleges van de inzagelegging en de verkrijgbaarstelling deelnemende gemeenten voor wordt openbaar kennis gegeven. eenieder ter inzage gelegd en, tegen 3.
De raden van de deelnemende betalen van de kosten, algemeen gemeenten kunnen 25 juni hun verkrijgbaar gesteld. Van de ter zienswijzen over de conceptbegroting inzagelegging en de verkrijgbaarstelling en hun zienswijzen over de wordt openbaar kennis gegeven. conceptjaarrekening naar voren 3. De raden van de deelnemende brengen bij het bestuur van Zaffier gemeenten kunnen uiterlijk 25 juni hun 4. Het Dagelijks Bestuur zendt de zienswijzen over de conceptbegroting vastgestelde begroting binnen twee en de concept bestemming van het weken na de vaststelling, doch in ieder rekeningresultaat naar voren brengen geval vóór 1 augustus van het jaar bij het Dagelijks Bestuur van Zaffier. voorafgaande aan dat waarvoor de 4. Het Dagelijks Bestuur van de begroting dient, aan de raden en aan gemeenschappelijke regeling stelt de Gedeputeerde Staten. gemeenteraden voorafgaande aan het 5. Het Dagelijks Bestuur zendt de vaststellen van de begroting voor 15 juli vastgestelde jaarrekening binnen twee schriftelijk en gemotiveerd in kennis weken na de vaststelling, doch in ieder van zijn oordeel over de zienswijze, geval vóór 15 juli van het jaar volgende bedoeld in het derde lid, alsmede van op het jaar waarop deze betrekking de eventuele conclusies die het daaraan heeft, aan de raden en aan verbindt. Gedeputeerde Staten. 5. Het Dagelijks Bestuur van de 6.
De vaststelling van de jaarrekening gemeenschappelijke regeling stelt de strekt het Dagelijks Bestuur en de gemeenteraden voorafgaande aan het daartoe aangewezen functionaris tot vaststellen van de jaarrekening decharge, behoudens later in rechte schriftelijk en gemotiveerd in kennis gebleken vastheid in geschrifte of van zijn oordeel over de zienswijze, andere onregelmatigheden. bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt
7. Het bepaalde in dit artikel is mede van 6. Het Dagelijks Bestuur zendt de toepassing op besluiten tot wijziging vastgestelde begroting binnen twee van de begroting. weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 7. Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 8. De vaststelling van de jaarrekening strekt het Dagelijks Bestuur en de daartoe aangewezen functionaris tot decharge, behoudens later in rechte gebleken vastheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 9. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Artikel 25 Batige en nadelige saldi Artikel 25 Batige en nadelige saldi 1. Mocht enig jaar een batig saldo 1. Mocht enig jaar een batig saldo opleveren dan wordt over de eventuele opleveren dan wordt over de eventuele aanwending daarvan, passend bij het in aanwending daarvan, passend bij het in de Wet bepaalde, beslist door het de Wet bepaalde, beslist door het Algemeen Bestuur. Algemeen Bestuur, met inachtneming van Artikel 22.
Artikel 26 Archief Artikel 26 Archief 1. Het bestuur van deze regeling is 1. Het bestuur van deze regeling is verplicht de onder haar rustende verplicht de onder haar rustende archiefbescheiden in goede, geordende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende aanmerking komende archiefbescheiden. archiefbescheiden. 2. Overeenkomstig een door het 2. Overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen Algemeen Bestuur vast te stellen verordening draagt het Dagelijks verordening draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de Bestuur zorg voor de archiefbescheiden archiefbescheiden, met inachtneming van de organen van het openbaar van het bepaalde in de Archiefwet lichaam, met inachtneming van het 1995. bepaalde in de Archiefwet 1995. 3. Voor de bewaring van de op grond van 3. De directeur/secretaris is belast met artikel 12, eerste lid en artikel 13, het beheer van de archiefbescheiden eerste lid van de Archiefwet 1995, over van de organen van het openbaar
te brengen archiefbescheiden wijst het lichaam, voor zover deze niet zijn Dagelijks Bestuur een overgebracht naar de archiefbewaarplaats aan. archiefbewaarplaats. 4. Ten aanzien van het beheer van de 4. Voor de bewaring van de op over te archiefbescheiden voor zover deze brengen archiefbescheiden van de archiefbescheiden niet zijn organen van het openbaar lichaam overgebracht naar een wordt het Regionaal Historisch archiefbewaarplaats, is, onder de Centrum Alkmaar als bevelen van het Dagelijks bestuur, met archiefbewaarplaats aangewezen. het toezicht op de naleving van het 5. Ten aanzien van het beheer van de bepaalde bij of krachtens de Archiefwet archiefbescheiden voor zover deze 1995 of nadien gewijzigd, de archivaris archiefbescheiden niet zijn belast. Met betrekking tot dit toezicht overgebracht naar een bevat de verordening bedoeld in het archiefbewaarplaats, is, onder de tweede lid de nodige bepalingen. bevelen van het Dagelijks bestuur, met 5. De archivaris wordt door het Dagelijks het toezicht op de naleving van het Bestuur aangewezen, geschorst en bepaalde bij of krachtens de Archiefwet ontslagen. 1995 of nadien gewijzigd, de archivaris 6. Bij opheffing van de regeling worden van het Regionaal Historisch Centrum alle bescheiden, die niet voor Alkmaar belast.
Met betrekking tot dit vernietiging in aanmerking komen, naar toezicht bevat de verordening bedoeld de aan te wijzen archiefbewaarplaats in het tweede lid de nodige bepalingen. overgebracht. 6. De archivaris van het Regionaal Historisch Centrum Alkmaar brengt minimaal tweejaarlijks aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het Dagelijks Bestuur brengt minimaal tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. 8. De deelnemers aan de regeling stellen aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 9. De zorgdragers van partijen, genoemd in lid 8, stellen een verklaring van terbeschikkingstelling op waarin de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de terbeschikkingstelling gestelde archiefbescheiden worden geregeld. 10. Bij opheffing van de regeling worden alle bescheiden, die niet voor vernietiging in aanmerking komen, naar
de aangewezen archiefbewaarplaats overgebracht.
Artikel 28 Uittreding Artikel 28 Uittreding
1.Een gemeente kan, na verkregen 1. Gedurende een termijn van 4 jaar, te toestemming van de gemeenteraad, rekenen vanaf de datum van deelname uittreden door toezending van de aan/toetreding tot de regeling, is daartoe strekkende besluiten van haar uittreding niet mogelijk. organen. 2. Een deelnemer kan (geheel of 2.Het Algemeen Bestuur bepaalt het gedeeltelijk) uittreden door toezending tijdstip waarop de uittreding ingaat, aan het Algemeen Bestuur van de met dien verstande dat dit tijdstip niet daartoe strekkende besluiten van de kan zijn gelegen op een datum later dan raad en het college van burgemeester 3 jaar na de dag waarop het besluit, en wethouders. De procedure voor bedoeld in het 1ste lid, genomen is. uittreding vangt aan op de dag nadat het Algemeen Bestuur de betreffende 3.Het Algemeen Bestuur stelt tenminste besluiten heeft ontvangen. 3 maanden vóór het tijdstip van Van gedeeltelijke uittreding is sprake uittreding de financiële en andere indien de deelnemer slechts een deel gevolgen van de uittreding voor de van de door het samenwerkingsverband betrokken gemeente vast, waaronder in ten behoeve van alle deelnemers ieder geval de gevolgen voor het uitgevoerde taken, als bedoeld in artikel personeel, contracten, huisvesting en 4 van deze regeling, wenst terug te investeringen evenals de uittreedsom. nemen.
4.Van ieder bericht van uitreding door 3. Het Dagelijks Bestuur zendt de één of meerdere gemeenten wordt besluiten tot (gedeeltelijke) uittreding onmiddellijk kennis gegeven aan de van een deelnemer aan de raden en colleges, alsmede aan gedeputeerde colleges van de overige deelnemende staten. gemeenten.
4. Uittreding, geheel of gedeeltelijk, geschiedt per 1 januari van enig jaar, waarbij een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht wordt genomen.
5. Na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde besluiten, komen de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur, uiterlijk 6 maanden voor de datum van uittreding, een concept- uittredingsregeling overeen, welke door de deelnemers wordt vastgesteld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende deelnemers op reële en evenwichtige wijze worden afgewogen. In de concept-uittredingsregeling worden de personele, juridische,
organisatorische en financiële gevolgen, waaronder de gevolgen voor het vermogen, van de uittreding geïnventariseerd, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan, de voorwaarden voor uittreding, de hoogte van de uittreedsom en de overname van personeel en/of overige verplichtingen door de uittredende deelnemer. Indien blijkt dat, als gevolg van een mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen, een overleg met de bij de sector betrokken vakbonden noodzakelijk is ten behoeve van het opstellen van een sociaal plan, wordt de conclusie van dit overleg opgenomen in de concept- uittredingsregeling.
6. Indien het Algemeen Bestuur constateert dat de besluiten tot uittreding van de bestuursorganen van de deelnemer de vraag oproepen of continuering van de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling Zaffier redelijkerwijs nog wel mogelijk is, doet zij de deelnemers een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Zaffier als bedoeld in artikel 31 van deze regeling.
7. Het bestuur van Zaffier en de uittredende deelnemer zullen zich inspannen om de nadelige gevolgen van de uittreding voor het openbaar en de uittredende deelnemer zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door personeel of andere verplichtingen over te nemen of anderszins in stand te doen houden.
8. Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de reële schade van het openbaar lichaam én de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het (gedeeltelijk) uittreden uit de gemeenschappelijke regeling, waarbij bij het bepalen van de hoogte van de schade in beginsel een afbouwperiode
van 5 jaar wordt gehanteerd, te rekenen vanaf de datum van uittreding.
9. De hoogte van de uittreedsom als bedoeld in lid 8 wordt slechts verhoogd indien er sprake is van substantiële langlopende en niet te mitigeren financiële verplichtingen, indien vast staat dat deze zich zullen voor doen én in die becijferde omvang, waarbij de bijdrage in de kosten door de uittredende deelnemer naar rato wordt vastgesteld.
10. De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten) in de in lid 8 genoemde afbouwperiode, waarbij geen verrekening van het vermogen plaats vindt.
11. Op de uittreedsom wordt het aandeel van de uittredende deelnemer in de algemene reserve van het openbaar lichaam op de datum van uittreding in mindering gebracht, voor zover deze algemene reserve het benodigde weerstandsvermogen overschrijdt. Het aandeel in de algemene reserve wordt berekend naar rato van het inwoneraantal van de uittredende deelnemer. Indien er sprake is van een tekort in de algemene reserve ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen wordt de uittreedsom met dit tekort verhoogd overeenkomstig de hiervoor benoemde berekeningswijze.
12. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten in verband met de uittreding van de deelnemer, zoals de kosten van inhuur externe dienstverlening, kosten onderzoek accountant, kosten boventallig primair personeel, kosten opstellen sociaal plan, kosten boventallig decentrale personele overhead, kosten afwaardering activa.
De frictiekosten komen volledig ten laste van de uittredende deelnemer.
13. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle doorbelaste kosten als gevolg van overcapaciteit in personele en materiele sfeer en andere verplichtingen, die ontstaan als direct gevolg van de uittreding gedurende de in lid 8 genoemde afbouwperiode.
De desintegratiekosten die direct aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend, komen integraal voor rekening van de uittredende deelnemer voor de duur van maximaal 5 jaar. Desintegratiekosten die niet direct aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend, zoals investeringskosten, afschrijvingskosten, kantoorhuur, salariskosten en inhuur van personeel etc. komen naar rato van de kostenverdeelsleutel als bedoel in artikel 23 van de regeling, voor rekening van de uittredende deelnemer bij algehele uittreding. Bij gedeeltelijke uittreding komen de desintegratiekosten voor rekening van de uittredende gemeente naar rato van uittreding.
14. De kosten als bedoeld in lid 12 en lid 13 worden door de accountant van het openbaar lichaam bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding.
15. Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het achtste tot en met tiende lid, vragen de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de
externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende deelnemer.
16. Het Algemeen Bestuur stelt de concept- uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de deelnemende bestuursorganen ter besluitvorming. De uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers hiertoe besluiten.
17. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen.
18. De uittreedsom dient binnen een termijn van 6 maanden na vaststelling als bedoeld in het zestiende lid door de uittredende deelnemer te zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt.
Geen artikel Artikel 30 Evaluatie gemeenschappelijke regeling 1. Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats en heeft pas doorgang als de evaluatie en het betreffende onderwerp met een meerderheid van stemmen, uitgebracht door de deelnemers, wordt aangenomen. 2. Het Dagelijks Bestuur van de regeling zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en, wanneer een stemverhouding ontbreekt, het stemmen daarover. 3. Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de uitvoering van de evaluatie. 4. De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de
evaluatie extra kosten voor de deelnemers tot gevolg heeft. 5. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt het Dagelijks Bestuur deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven. 6. De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daarop volgende evaluatieperiode.
Artikel 31 Overgangsrecht Artikel 32 Overgangsrecht 1. Deze gewijzigde regeling treedt in 1. De verordeningen en regelingen en de werking op 1 januari 2022, met dien (onder)mandaatbesluiten zoals verstande dat gedurende de periode vastgesteld en genomen door het van 1 januari 2022 tot 1 april 2022 de algemeen bestuur onderscheidenlijk werking van deze regeling uitsluitend het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk ziet op: de directie van het o het samenstellen van het Werkvoorzieningsschap Noord algemeen bestuur en het Kennemerland blijven van kracht tot dagelijks bestuur dat het algemeen bestuur overeenkomstig het bepaalde onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in de artikelen 7 en 12. van Zaffier, onderscheidenlijk de o de voorbereiding en inrichting directie besluit deze verordeningen en van de organisatie alsmede de regelingen en de overgang van personeel. Indien (onder)mandaatbesluiten in te trekken het Gemeenteblad waarin dit of te wijzigen. besluit wordt geplaatst wordt 2. De voor de deelnemers geldende uitgegeven na 31 december gemeentelijke voorschriften en 2021, treedt het in werking op beleidsregels betreffende de bij deze de dag na bekendmaking en regeling gedelegeerde bevoegdheden, werkt het terug tot en met 1 gelegen op het werkgebied van de januari 2022. bedrijfsvoeringsorganisatie Halte werk 2.
Gedurende de periode als genoemd in en van de werkorganisatie BUCH het eerste lid blijven de behouden hun rechtskracht, totdat het bestuursorganen van het algemeen bestuur onderscheidenlijk Werkvoorzieningschap Noord het dagelijks bestuur van Zaffier, deze Kennemerland hun functie vervullen. voorschriften wijzigt of intrekt. 3. De verordeningen en regelingen en de (onder)mandaatbesluiten zoals vastgesteld en genomen door het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur, onderscheidelijk de directie van het Werkvoorzieningschap Noord Kennemerland blijven van kracht tot dat het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van Zaffier, onderscheidenlijk de directie besluit deze verordeningen en regelingen en de (onder)mandaatbesluiten in te trekken of te wijzigen.
4. De op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze gewijzigde regeling, voor de deelnemers geldende gemeentelijke voorschriften en beleidsregels betreffende de bij deze regeling gedelegeerde bevoegdheden, gelegen op het werkgebied van de bedrijfsvoeringsorganisatie Halte werk en van de werkorganisatie BUCH behouden hun rechtskracht, totdat het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van Zaffier, deze voorschriften wijzigt of intrekt.
Artikel 32 Duur en inwerkingtreding Artikel 33 Duur en inwerkingtreding 1. De regeling wordt aangegaan voor 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. onbepaalde tijd. 2. Besluiten tot wijziging, verlenging of 2. Besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing, dan wel besluiten tot opheffing, dan wel besluiten tot toetreding en uittreding treden in toetreding en uittreding treden in werking op de eerste dag van de maand werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin deze besluiten volgend op die waarin deze besluiten zijn bekend gemaakt, tenzij in het zijn bekend gemaakt, tenzij in het betreffende besluit anders is bepaald. betreffende besluit anders is bepaald. 3. De gemeente Alkmaar draagt zorg voor 3. De gemeente Alkmaar draagt zorg voor publicatie in het Gemeenteblad, publicatie in het Gemeenteblad. alsmede voor verzending van de regeling aan gedeputeerde staten.