CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Zienswijzennota beleidskader kleine windturbines

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling beleidskader kleine windturbines10.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

•

Zienswijzennota Concept beleidskader kleine windturbines

Inhoud 1. Inleiding 4

2. Ingekomen zienswijzen 5 3. De ontvangen zienswijzen 23

2

3

1. Inleiding

1.1 Ontwikkeling beleidskader kleine windturbines In de provincie Noord-Holland was langere tijd een verbod op wind op land geldend. In de Omgevingsverordening Noord-Holland zijn mogelijkheden voor kleine windturbines met een ashoogte tot 15m opgenomen. Daarmee is voor de gemeente Alkmaar mogelijk geworden om windturbines met een ashoogte tot 15m in Landelijk Gebied toe te staan. In juni 2022 zijn aanvragen om een omgevingsvergunning voor kleine windturbines door de gemeente ontvangen. Voor deze aanvragen was nog de uitgebreide procedure van de Wabo van toepassing en was bovendien een Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist. Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure van toepassing, maar is wel advies van de gemeenteraad vereist. Het is de wens om de procedure voor dit soort aanvragen te vereenvoudigen. Na vaststelling van het beleidskader is niet langer advies van de gemeenteraad nodig en kan de procedure nog verder worden versneld.

Daarnaast is op 28 november 2022 door de gemeenteraad de motie ‘Op eigen wieken drijven’ aangenomen. Kortweg is hiermee aan het college verzocht om met een voorstel te komen inhoudende een toetsingskader voor de plaatsing van boerderijmolens in de gemeente Alkmaar en gebruik te maken van de procedures voor ruimtelijke initiatieven. In het coalitieakkoord ‘Vertrouwen in Alkmaar – Verschil mag er zijn’ van 2023-2026 is bovendien opgenomen dat we een kaderstellende verordening op voor het reguleren van boerderijmolens en kleine windmolens opstellen.

Met het ontwikkelen van een beleidskader voor kleine windturbines en bijbehorend participatieproces geven we uitvoering aan de motie en het coalitieakkoord. Deze zienswijzennota hoort bij de formele procedure voor vaststelling van het beleidskader kleine windturbines door de gemeenteraad. De zienswijzennota bestaat verder hierna uit twee hoofdstukken. Hoofdstuk 2 gaat over de ingekomen zienswijzen, de reactie van de gemeente daarop en of er aanleiding is tot aanpassing van het beleidskader. In hoofdstuk 3 zijn de ingekomen zienswijzen volledig opgenomen.

1.2. Procedure vaststelling beleidskader kleine windturbines Van 24 november 2023 t/m 5 januari 2024 hebben het concept beleidskader kleine windturbines met het bijbehorende participatieverslag ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Er zijn zeven zienswijzen ontvangen.

Na de zienswijzenronde beslist de gemeenteraad over het beleidskader voor kleine windturbines. Hierbij worden de ontvangen zienswijzen meegewogen. Nadat het beleidskader is vastgesteld wordt het beleidskader gepubliceerd en treedt het in werking. Tegen het vaststellen van beleid is geen afzonderlijk beroep (of bezwaar) mogelijk. Het beleid kan wel aan de orde worden gesteld bij individuele aanvragen om een omgevingsvergunning voor kleine windturbines. Een bepaling in een beleidsregel kan via de zogenoemde 'exceptieve toetsing' van een beleidsregel door de bestuursrechter worden getoetst.

4

2. Ingekomen zienswijzen

Ingekomen schriftelijke zienswijzen Er zijn in totaal zeven zienswijzen in reactie op het concept beleidskader ontvangen. Vervolgens worden de belangrijkste wijzigingen van het beleidskader van na de terinzagelegging in een overzicht opgesomd. Daarna worden de zienswijzen weergegeven en van een reactie voorzien.

Zienswijzen 1 t/m 6 zijn binnen de termijn ingediend en zijn daarom ontvankelijk. Zienswijze 7 is buiten de termijn op 31 januari 2024 ontvangen. Uit ICT-onderzoek en navraag bij de indiener blijkt dat de e-mail reeds op 13 augustus 2023 naar de gemeente is verstuurd. Dit was gedurende de termijn van vrijgave van het concept beleidskader voor participatie. In overleg met de indiener nemen we deze reactie daarom mee als zienswijze op het concept beleidskader.

Wijzigingen naar aanleiding van terinzagelegging beleidskader kleine windturbines Hieronder volgt allereerst een overzicht van de doorgevoerde belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van de terinzagelegging. Hierbij geven we aan waar het beleid ambtshalve of naar aanleiding van zienswijzen is aangepast en om welke reden dat is gedaan.

Doorgevoerde aanpassing Pagina(‘s) 1 Ambtshalve redactionele wijzigingen, wijzigingen i.v.m. opbouw en Document leesbaarheid, wijzingen naar aanleiding van veranderende ambtelijke inzichten en juridische controle

2 Ambtshalve wijzigingen in verband met invoering van de Document Omgevingswet, bijbehorende AMvB’s en Omgevingsverordening NH2022 per 1 januari 2024

3 3.2 onder 3. Wijziging naar: ‘’Er mag van per saldo niet aan het 14 elektriciteitsnet worden teruggeleverd;‘’

4 3.2 Randvoorwaarden 14 2. Als randvoorwaarde wordt gesteld dat er onderzocht moet worden of plaatsing van zonnepanelen mogelijk is. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning moet een uitleg worden bijgevoegd waaruit blijkt dat het plaatsen van zonnepanelen niet mogelijk is.

Wijziging naar aanleiding van o.a. zienswijze 2, 4 en 5: Het niet mogelijk zijn van plaatsen van zonnepanelen gaat ook op als het met het (alleen) plaatsen van zonnepanelen geen verduurzaming van het (agrarisch) bedrijf kan worden bereikt. Wij hebben naar aanleiding van uw reactie deze regel nog verder verduidelijkt: ‘’1. De aanvrager toont met een onderzoek aan dat blijkt dat het plaatsen van zonnepanelen niet mogelijk is om te voorzien in de energiebehoefte.’’

5

5 Onder andere naar aanleiding van zienswijze 4 hebben wij de cirkel 22 voor participatie met de omgeving nog wat aangescherpt, zodat wordt aangesloten bij het zichtcriterium met betrekking tot het belanghebbende begrip bij ruimtelijke initiatieven:

‘’Bij direct omwonenden gaat het in ieder geval om iedereen die direct grenst aan de projectlocatie, binnen een straal van één kilometer woont of gevestigd is met zicht op de locatie en eventuele gevolgen (zowel positief als negatief) direct kan ervaren.’’

6 Dit ensemble moet daarom wel zoveel mogelijk in stand worden 14 gehouden. Om die reden is ervoor gekozen om instandhouding van het erf-ensemble via 3.4 Voorwaarden en voorschriften omgevingsvergunning als voorschrift aan de omgevingsvergunning te kunnen verbinden: 1. Het bestaande erf-ensemble moet ten behoeve van de windturbine in stand worden gehouden. Er worden geen bomen gekapt of gebouwen (blijvend) verwijderd;

7 Naar aanleiding van deze opmerking in zienswijze 5 hebben wij onder 22 het kopje ‘Algemeen’ bij het toetsingskader voor mini- en dakturbines de volgende regel toegevoegd: ‘Er worden geen bomen gekapt of gebouwen (blijvend) verwijderd voor de windvang.’

Zienswijze 1 Rengineers Ontvangen op 28 november 2023

Weergave ontvangen zienswijze

Bedankt voor het delen van de uitkomsten en verdere info.

We vinden het erg jammer dat er niets gedaan is met de mast-wiekverhouding en tiphoogte. U geeft aan dat er geen vaste maat staat genoemd. Dat klopt inderdaad, maar wel een advies waar vaak na aanvraag wel discussies ontstaan. Gemeentes en vooral ook de omgeving kan hierop reageren, een vaste maat (zoals ook WES heeft benoemd) zal daarin duidelijkheid even en achteraf minder discussie geven. Dat even als reactie op de afhandeling van onze eerdere zienswijze.

Verder zien we erg veel regels en uitsluitingen. Is het mogelijk vooral de uitsluitingen wat betreft gebied in kaart weer te geven? Ik zag in het beleidskader de opmerking ‘Kansgebieden voor boerderijmolens. Op www.alkmaar.nl/kleinewindturbines is een actuele kansenkaart voor kleine windturbines beschikbaar’, deze kan ik echter niet vinden. Zou u ons die kunnen mailen? Dat maakt het denk ik een stuk overzichtelijker.

Reactie gemeente Het klopt inderdaad dat het beleidskader uitgaat van de maximale ashoogte voor kleine windturbines en uitgangspunten voor de afmetingen en verhoudingen voor de uiteindelijke tiphoogte. Dit is zo gekozen om mogelijkheden voor kleine windturbines verder te verkennen. Wij vinden het belangrijk dat een gekozen windturbinetype en bijbehorende afmetingen bij de locatie en omgeving past.

6

Het vastleggen van een maximale tiphoogte suggereert dat bij plaatsing van een kleine windturbine altijd voor een maximale tiphoogte kan worden gekozen. Een dergelijke regel in het beleidskader schept verwachtingen en mogelijk ook rechten voor een aanvrager. Op dit punt wenst het college nog beoordelingsruimte te behouden. De exacte maatvoering van de windturbine is afhankelijk van de gekozen locatie, het type bedrijf en de energiebehoefte.

De voorlopige kansenkaarten voor windturbines zijn aan het concept beleidskader toegevoegd. Wij werken nog aan een definitief kaartensysteem, waarbij de mogelijkheden op perceelniveau en met diverse kaartlagen in één oogopslag kunnen worden weergegeven. Voor de afbakening van de gebieden is uiteindelijk de tekst met bijbehorende gebiedsaanduidingen leidend. Zo zijn de aanduidingen van de gebieden toekomstbestendig, waarbij verschuivingen in gebiedsaanduidingen ook kunnen worden meegenomen. De link naar het kaartensysteem Datalab is na vaststelling van het beleidskader via www.alkmaar.nl/kleinewindturbines beschikbaar.

Zienswijze 2 LTO Noord, afdeling Land van Leeghwater Ontvangen op 3 januari 2024

Weergave ontvangen zienswijze LTO Land van Leeghwater heeft kennisgenomen van het concept Beleidskader kleine windturbines november 2023. Graag maken wij, als plaatselijke belangenbehartiger van de agrarische sector en de agrarische ondernemers, van de gelegenheid gebruik om een zienswijze op dit beleidskader in te dienen.

Op voorhand maken wij graag duidelijk dat de agrarische agrariërs al vele jaren fors investeren in een duurzamere bedrijfsvoering. Dit heeft er onder andere toe geleid dat veel bedrijven inmiddels over zonnepanelen beschikken. LTO Land van Leeghwater is voorstander van deze ontwikkelingsrichting en steunt de verduurzaming van de sector.

LTO Land van Leeghwater ziet in de duurzame energietransitie een unieke kans om het oligopolie op de energiemarkt te doorbreken en om de energiemarkt voor een relevant deel (weer) op een lokaal schaalniveau te organiseren. LTO Land van Leeghwater benadrukt dat de agrarische ondernemers hierbij een belangrijke rol kunnen vervullen. Met de beschikbare ruimte op de agrarische bouwvlakken/ erven zijn de agrariërs, mits goed gefaciliteerd, in staat om een significante bijdrage aan de eigen energievoorziening te leveren. Het mes snijdt hier wat ons betreft aan twee kanten. Enerzijds kan met zeer beperkte ruimtelijke gevolgen grotendeels in de eigen energievoorziening voorzien, maar anderzijds ook een goede aanvulling op een 24/7 stroom opwekking t.o.v. de zonnepanelen die hun nut alleen bewijzen tijdens de zon uren. Wij pleiten er dan ook voor om de regel, dat ondernemers met een groot gebruik aansluiting niet kunnen aansluiten, te schrappen.

LTO Land van Leeghwater juicht de mogelijkheid voor het oprichten van kleine windturbines toe op de agrarische erven. Kleine windturbines hebben een beperkte ruimtelijke impact, kennen een opwekprofiel dat beter aansluit bij het verbruik van agrariërs (in deze regio) en bieden de agrariërs een goede mogelijkheid om te verduurzamen. LTO Land van Leeghwater kan zich dan ook niet vinden in de beperking van locaties om de kleine windturbine te plaatsen. Door de beperkte masthoogte (vaak lager dan de karakteristieke bomen aan de voorzijdes van de boerenerven) zullen de turbines geen uitzicht bedervende rol van betekenis spelen. De beperking bij de bedrijven die gelegen zijn aan de rand van de polders zien wij dan ook als niet noodzakelijk. Evenals de beperking in de Eilandspolder. Ook in deze polder zijn bedrijven gesitueerd aan de randen van de polder. Door de plaatsing van de windturbine in het bouwvlak zal ons inziens de afstand tot de weidevogelpercelen voldoende groot zijn, om geen verstorend effect teweeg te brengen. Wij doen graag mee aan een effectrapportage op het gedrag van de weidevogel en/of willen graag op de hoogte worden gebracht van bestaande effectrapportages. De ruimtelijke relevantie van de voorgestelde beperkingen is gering, terwijl de uitwerking op rendement en daarmee het effect op verduurzaming enorm is.

LTO Land van Leeghwater pleit ervoor om deze regels te schrappen en om ruimte te bieden voor de kleine windturbine in het volledige buitengebied van Alkmaar.

Uiteraard zijn wij bereid om een toelichting op deze zienswijze te geven.

7

Reactie gemeente Tijdens het participatieproces (raadpleging) is duidelijk geworden dat zowel inwoners als ondernemers de regel over grootverbruikaansluitingen niet werkbaar vonden. Met deze regel was bedoeld om plaatsing van kleine windturbines voor commerciële doeleinden, het gebruik van de windturbine anders dan voor het voorzien in de verduurzaming en behoefte van de eigen bedrijfsvoering te voorkomen. Dit zou betekenen dat ondernemers met een bestaande grootverbruikaansuiting bij voorbaat zouden worden uitgesloten van plaatsing van een kleine windturbine. Er is naar aanleiding van de ontvangen reacties uit de raadpleging een regel geformuleerd over teruglevering aan het electriciteitsnet.

Deze randvoorwaarde is op pagina 14 van het beleidskader opgenomen:

3. De initiatiefnemer levert bij de aanvraag actuele energiegegevens aan, waaruit blijkt dat de opgewekte elektriciteit van een kleine windturbine nodig is voor de eigen energievoorziening; 4. Er mag van per saldo niet aan het elektriciteitsnet worden teruggeleverd.

De windturbine is hoofdzakelijk bedoeld voor de eigen energievoorziening. De eigen energiebehoefte wordt steeds bij de aanvraag om een kleine windturbine beoordeeld.

Het beleidskader behoeft daarom geen aanpassing meer op dit punt.

Uitsluitingsgebieden en ecologie Het beleidskader gaat uit van een balans tussen enerzijds de belangen van ondernemers tot verduurzaming van de bedrijfsvoering en anderzijds het respect voor bijzonder en kwetsbaar gebied waar zij in of nabij opereren.

Door toevoeging van uitsluitingsgebieden, zoals de Eilandspolder en zone rond 1km van de Schermerringvaart- en dijk kan worden voorkomen dat ongewenste landschappelijke en ecologische effecten als gevolg van kleine windturbines ontstaan. Wij willen zorgvuldig omgaan met het mooie open polderlandschap en het Bijzonder Provinciaal Landschap. Een grote hoeveelheid aan kleine windturbines, windturbines grenzend aan open landschap of windturbines langs waardevolle beeldbepalende elementen zoals op erfgoed als de Schermerringvaart- en dijk vormen een aantasting van het landschap.

Daarnaast lopen op dit moment nog diverse gebiedstrajecten en wordt onderzoek gedaan naar de effecten van kleine windturbines nabij kwetsbare natuur. Locatiespecifiek actueel onderzoek kan uitwijzen of plaatsing verantwoord is. Een natuuronderzoek voor een groot deel van het landelijk gebied kan daarom al snel achterhaald zijn en lijkt daarmee op dit moment niet haalbaar.

Er is daarom in dit beleidskader gekozen om kleine windturbines op sommige plaatsen uit te sluiten of terughoudend om te gaan met plaatsing van kleine windturbines in bijvoorbeeld voorgenoemde gebieden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend. De verdere monitoring en evaluatie van het beleid kunnen eventueel uitwijzen of de uitsluitingsgebieden op termijn moeten worden herzien.

Wij houden u van deze ontwikkelingen op de hoogte. Er blijven daarmee nog ruim voldoende gebieden en locaties beschikbaar voor plaatsing van kleine windturbines. Een kleine windturbine moet gelet op de specifieke locatie uiteraard altijd alsnog als passend worden beschouwd.

8

Zienswijze 3 WES Ontvangen op 4 januari 2024

Weergave ontvangen zienswijze

Beste burgemeester en wethouders van Alkmaar,

Met belangstelling hebben wij wederom kennisgenomen van het concept beleidskader “Kleine windturbines gemeente Alkmaar”. Graag willen wij via deze weg onze reactie delen en beargumenteren waarom we wederom voorstellen om de maximaal toegestane tiphoogte van de erfmolens te verhogen van 22 meter tot 25 meter of deze beperking geheel los te laten. Allereerst willen we benadrukken dat het opstellen van beleid voor erfmolen een goed initiatief is. Wij, als producent van erfmolens, ervaren serieuze vraag vanuit agrariërs uit uw gemeente naar deze manier van groene energieopwekking. Ook stellen we het zeer op prijs dat er ruimte is voor participatie bij het ontwikkelen van de ruimtelijke kaders. Hier willen we in deze brief dan ook gebruik van maken voor de kaders omtrent de erfturbines tot 15 meter ashoogte.

In het concept beleidskader wordt de tiphoogte van boerenerfmolens beperkt tot maximaal 22 meter en is de richtlijn tussen de mast en rotor verhouding van 1:1. Dit is volledig niet in lijn met de omliggende gemeenten en de provinciale verordening. Hierin is ook maar één productkeus onder de kleine windmolen producenten. Hierdoor kunnen Alkmaarse agrariërs veelal niet kiezen voor de molen die voor hen het best bij de bedrijfsvoering past. Een molen met dezelfde as-hoogte van 15 meter, maar een tiphoogte van 25 meter, levert namelijk snel 4 keer meer energie op dan een molen met 22 meter tiphoogte. Dit is het gevolg van een grotere wiekdiameter en dus een exponentieel groter rotoroppervlak. Doordat het rotoroppervlak grotendeels bepalend is voor de opbrengst, zorgt die voor een aanzienlijk grotere productie van al snel 120.000kWh per jaar. Landschappelijk moet 1 windmolen met een grotere rotor en tiphoogte van 25 meter dus worden vergeleken met het plaatsen van 4 windmolens met een tiphoogte van 22 meter! Bovendien zal de molen volgens de regelgeving goed landschappelijk moeten worden ingepast, door bijvoorbeeld achterop het erf te plaatsen met beperkte zichtlijnen op de molen vanaf de openbare weg en woningen van derden. Hierdoor wordt er ook niet meer hinder ondervonden van een grotere rotor, aangezien deze extra 3 meter nauwelijks te zien is.

Ook op slagschaduw heeft een 3 meter hogere tiphoogte nauwelijks invloed.

Een molen met een rotordiameter met een verhouding tot de mast van 1:1 produceert voor het grotendeel van de agrariërs te weinig energie. Een molen met een grotere rotordiameter sluit wél aan bij de bedrijfsvoering van deze agrariërs. En dat terwijl het verschil in tiphoogte maar 3 meter bedraagt. Bovendien kan de agrariër de beste prijs per opgewekte kWh realiseren door de grotere rotordiameter, waardoor de investering in duurzame energie aantrekkelijker wordt. Hierdoor zal de agrariër ook minder worden getroffen door het afbouwen van de salderingsregeling. Deze lokale oplossing draagt tevens bij aan het verminderen van netcongestie in de regio. Door deze duurzame ontwikkelingen zal niet alleen de agrariër profiteren, maar ook de gemeente aanzienlijk verduurzamen.

Uit het concept beleidskader blijkt verder dat molens met 2 wieken niet de voorkeur heeft. Door de langere bladen en zwaardere generator die onze 2-wieksmolen heeft, hoeft deze namelijk niet als onrustiger te worden ervaren dan 3-wiekers. De maximale RPM van de molens (Rotaties Per Minuut) zijn ook gelijk. Het verminderen van het aantal molens door gebruik te maken van tweewiekers kan door de grotere energieopbrengst zelfs de visuele impact op het landschap verminderen, aangezien minder molens nodig zijn om dezelfde energieopbrengst te genereren. Dit levert een positieve bijdrage aan het behoud van het karakter van het landschap. Verder wordt het karakter van het historisch landschap niet aangetast, als de molen verder voldoet aan de eisen betreft de landschappelijke inpassing. Door de provincie Zuid-Holland en Drenthe is hier al uitvoerig onderzoek gedaan, zie https://youtu.be/roEn- 94nAN8.

9

Op basis waarvan de onder andere door u genoemde argumenten weerlegd zijn en netjes in het beleid zijn aangepast.

Verder worden locaties binnen een kilometer van de Ringdijk uitgesloten tot het plaatsen van een erfmolen. Dit is een bizarre keuze, aangezien hier agrariërs met de grootste energiebehoefte van de gemeente Alkmaar zijn gevestigd. Bovendien is er al een erfmolen met 15 meter ashoogte vergund en geplaatst binnen deze straal. Met behulp van een goede landschappelijke inpassing (analyse) moet het plaatsen van erfmolens in dit gebied mogelijk zijn.

De diverse bedrijvengroepen, LTO en velen Alkmaarse agrariërs zijn, met ons van mening dat de maximale tiphoogte verruimd moet worden tot 25 meter of deze beperking op de tiphoogte en rotormast-verhouding volledig los moet worden gelaten. Verder vragen we u om de voorkeur voor 3- wieksmolens los te laten en het gebeid rond de Ringdijk niet uit te sluiten. Hierdoor kunnen agrarischeen glastuinbouwbedrijven uit Alkmaar de molen plaatsen die bij hun bedrijfsvoering past, hun energierekening in de hand houden en efficiënt verduurzamen binnen de beperkingen van de huidige netcongestie.

Reactie gemeente

Ashoogte, tiphoogte en verhoudingen mast-rotordiameter Zie ook de reactie op zienswijze 1. Het beleidskader gaat uit van de maximale ashoogte voor kleine windturbines en uitgangspunten voor de afmetingen en verhoudingen voor de uiteindelijke tiphoogte. Voor een evenwichtige verhouding tussen de masthoogte en rotordiameter is een richtlijn met een verhouding 1:1 gekozen. Dit is zo gekozen om mogelijkheden voor kleine windturbines verder te verkennen.

Wij vinden het belangrijk dat een gekozen windturbinetype en bijbehorende afmetingen bij de locatie en omgeving past. Het vastleggen van een maximale tiphoogte suggereert dat bij plaatsing van een kleine windturbine altijd voor een maximale ashoogte kan worden gekozen. Een dergelijke regel in het beleidskader schept verwachtingen en mogelijk ook rechten voor een aanvrager. Op dit punt wenst het college nog beoordelingsruimte te behouden. De exacte maatvoeringen van de windturbine zijn afhankelijk van de gekozen locatie, het type bedrijf en de energiebehoefte.

Kleine windturbines met twee wieken (tweewiekers) Kleine windturbines met een ashoogte van 15m zijn onder voorwaarden in landelijk gebied toegestaan. Het overgrote deel van het landelijk gebied van Alkmaar betreft open groen polderlandschap, vaak met bijzondere landschapselementen en cultuurhistorische waarden. Tweewiekers hebben een meer industriële uitstraling. Deze uitstraling past minder goed bij het landschap dan bijvoorbeeld de driewiekers. Tweewiekers willen we daarom niet toestaan. Bij de ontwikkeling van het beleidskader en ook naar aanleiding van eerdere aanvragen voor kleine windturbines zijn diverse voorbeelden voor type windturbines bestudeerd. Met de gekozen regels en richtlijnen als neergelegd in dit beleidskader zetten we in op de ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke plannen voor kleine windturbines. Er is nog voldoende ruimte voor initiatieven met diverse typen windturbines.

Uitsluitingsgebieden en ecologie Zie ook de reactie bij zienswijze 1. Het beleidskader gaat uit van een balans tussen enerzijds de belangen van ondernemers tot verduurzaming van de bedrijfsvoering en anderzijds het respect voor bijzonder en kwetsbaar gebied waar zij in of nabij opereren. Door toevoeging van uitsluitingsgebieden, zoals de Eilandspolder en zone rond 1km van de Schermerringvaart- en dijk kan worden voorkomen dat ongewenste landschappelijke en ecologische effecten als gevolg van kleine windturbines ontstaan. Wij willen zorgvuldig omgaan met het mooie open polderlandschap en het Bijzonder Provinciaal

10

Landschap. Een grote hoeveelheid aan kleine windturbines, windturbines grenzend aan open landschap of windturbines langs waardevolle beeldbepalende elementen zoals erfgoed als de Schermerringvaart- en dijk vormen een aantasting van het landschap.

Daarnaast lopen op dit moment nog diverse gebiedstrajecten en wordt onderzoek gedaan naar de effecten van kleine windturbines nabij kwetsbare natuur. Er is op dit moment daarom gekozen om kleine windturbines op sommige plaatsen uit te sluiten of terughoudend om te gaan met plaatsing van kleine windturbines in bijvoorbeeld voorgenoemde gebieden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend. De verdere monitoring en evaluatie van het beleid kunnen eventueel uitwijzen of de uitsluitingsgebieden op termijn moeten worden herzien.

Zienswijze 4 EAZ Wind Ontvangen op 4 januari 2024

Geachte mevrouw, meneer,

Met belangstelling heb ik het concept Beleidskader kleine windturbines gemeente Alkmaar tot mij genomen. E.A.Z. wind B.V. is verheugd dat de gemeente Alkmaar met dit beleidskader de verduurzaming, met name van agrarische bedrijven, doormiddel van het toestaan van kleine windturbines ter hand wil nemen. Het voorliggende beleidskader is een uitgebreid document, die veel duiding en informatie geeft over de gemaakte keuzes. Toch zie ik nog zaken die door initiatiefnemers als obstakel kunnen worden gezien en derhalve de energietransitie remmen. Daarbij wil ik opmerken dat ik ook het participatieverslag van de raadpleging over het concept beleidskader kleine windturbines met interesse heb gelezen. Desondanks kan het zo zijn dat ik in herhaling val ondanks de toelichting bij de afwegingen die zijn gemaakt.

3.2 Randvoorwaarden 2. Als randvoorwaarde wordt gesteld dat er onderzocht moet worden of plaatsing van zonnepanelen mogelijk is. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning moet een uitleg worden bijgevoegd waaruit blijkt dat het plaatsen van zonnepanelen niet mogelijk is. Een windmolen in combinatie met zonnepanelen zorgt voor verduurzaming van het agrarisch bedrijf. Echter, is dit niet altijd een ideale combinatie. Bijvoorbeeld voor een akkerbouwer die de (koel)loodsen gebruikt in de wintermaanden. Dan heeft hij niets aan zonnepanelen die veel stroom opwekken in de zomer. Plaatsing van zonnepanelen is dan wel mogelijk maar voegt niets toe aan de verduurzaming van het bedrijf. Sterker nog de netcongestie wordt hiermee vergroot, er komt immers meer stroom op het net. Er is geen gelijktijdigheid in opwek en verbruik van de elektriciteit. Met de afbouw van de salderingsregeling die zeer waarschijnlijk van start gaat in 2025 zijn zonnepanelen voor dit type agrariër niet of veel minder interessant. Ik wil u dan ook verzoeken om daar rekening met te houden bij interpretatie van de mogelijkheid tot plaatsen van zonnepanelen.

3.4 Voorwaarden en voorschriften omgevingsvergunning 2. De windturbine is uitgerust met een stilstandvoorziening ter voorkomen van aanvaringsslachtoffers. De EAZ 13.2 erfwindmolen is op meerdere manieren stil te zetten, vanuit de meterkast, vanuit de schakelkast die bij de molen is geplaatst en op afstand vanuit onze fabriek in Hoogezand. Het stilzetten van de erfwindmolen is geen probleem. Bij het bepalen van de locatie van de erfwindmolen wordt ook gekeken naar de ecologische omstandigheden ter plaatse. Vanuit de zorgplicht wordt er een voortoets/natuurtoets gedaan door een onafhankelijk ecologisch bureau. Het is vanuit die hoedanigheid niet logisch om een stilstandvoorziening ter voorkoming van aanvaringsslachtoffers in het beleidskader op te nemen.

11

Niet alleen wordt er naar de locatie gekeken en zijn er meerdere manieren om een molen stil te zetten, ook zijn er nog andere afwegingen. Als de molen niet draait, dan zal deze geen stroom opwekken. Daarvoor heeft de agrariër de erfwindmolen niet aangeschaft.

3. Het verven van één blad (bijvoorbeeld zwart) van een windturbinerotor ter voorkoming van aanvaringsslachtoffers. Recent zijn de resultaten gepubliceerd van het onderzoek naar aanvaringsslachtoffers bij kleine windmolens. In dit onderzoek staat: ‘Een zwarte wiek zou in theorie bij kleine windmolens ook kunnen werken, alhoewel de zichtbaarheid bij kleine windmolens ten gevolge van hogere draaisnelheid wel anders kan zijn en de kleur van de wieken van de EAZ windmolen ook afwijkend is van de grote windturbines.’ De wieken van een EAZ windmolen zijn gemaakt van larikshout en dus houtkleurig, niet wit zoals de grote turbines. Het is ook bij grote turbines niet zeker of het zwart verven van een wiek aanvaringslachtoffers voorkomt blijkt uit een ander onderzoek eveneens vanuit de provincie Groningen van dezelfde ecoloog.

Plaatsing 5. De boerderijmolen wordt geplaatst binnen het bouwvlak De erfwindmolen, als onderdeel van het boerenbedrijf en op locatie landschappelijk ingepast, kan worden gerealiseerd door plaatsing binnen het bouwvlak. Echter, soms zijn bouwvlakken niet gunstig bepaald. Zo kan een bouwvlak volgebouwd zijn of is er binnen het bouwvlak geen ruimte in het zuidwesten, wat de windopbrengst van de molen niet ten goede komt. Derhalve pleit ik voor het opnemen van een regel als: ‘Mocht er binnen het bouwvlak geen mogelijkheid zijn om de boerderijmolen te plaatsen, dan is plaatsing aangrenzend aan het bouwvlak mogelijk tot een maximale afstand van 25 meter.’ Dit geeft in sommige gevallen toch de mogelijkheid om het bedrijf te verduurzamen middels een boerderijmolen.

10. Niet binnen 1 km van de ringvaartdijk en andere historische dijken van de droogmakerij van de Schermer. Niet binnen 1km van de Beemsterringvaart- en dijk E.A.Z. Wind B.V. heeft al veel ervaring opgedaan doordat we al meer dan 700 kleine windmolens hebben gerealiseerd. Deze windmolens staan verspreid door heel Nederland met uitzondering van de provincies Flevoland en Limburg. Hierdoor hebben we veel kennis van de verschillende landschappen waaronder vele poldergebieden.

Het gebied in de gemeente Alkmaar met de vele polders en historische dijken is uniek te noemen door de vele cultuurhistorische kwaliteiten die in dit gebied aanwezig zijn. We zien elders in Nederland ook polders en open gebieden waar al erfwindmolens gerealiseerd zijn. Ik wil u van harte uitnodigen om samen in die gebieden een kijkje te nemen, zodat u zelf kunt waarnemen dat 1 km een wel erg ruime afstand is.

11. De boerderijmolen staat op voldoende afstand van overige, aanwezige landschappelijke elementen zoals bomen, kades en sloten en greppels De vraag is in deze - wat is voldoende afstand? Dit is cruciaal zeker ook met voorwaarde 14 (zie onder) maar zeker ook voorwaarde 5 – plaatsing binnen het bouwvlak. Overigens houden wij altijd 5 meter afstand van een slootinsteek in verband met onderhoud van de erfwindmolen. En een grotere afstand van bomen in verband met de opbrengst van de molen.

14. Binnen de (visuele) erfbegrenzing, niet als onderdeel van die begrenzing en niet ten koste van bestaande erfbeplantingen/groen/bomen Deze voorwaarde heeft meerdere nadelen. Ten eerste zal er niet altijd ruimte zijn binnen de erfbegrenzing. Ten tweede heeft de erfwindmolen minder opbrengst als deze geplaatst wordt binnen de luwte van de erfbegrenzing welke vaak uit (hoge) bomen bestaat. Ten derde is het ecologisch gezien slimmer om de molen juist buiten de erfbegrenzing die veelal uit bomen en struiken bestaat te situeren. Bomen en struiken zorgen voor luwte gebieden en zijn daarmee een verblijfplaats voor insecten. Dit zorgt ervoor dat het ideale foerageergebieden zijn voor vogels en vleermuizen. Plaatsing van de erfwindmolen op ruime afstand zorgt voor vermindering van aanvaringsslachtoffers.

12

16. Niet in een molenbiotoop of in de invloedssfeer van een historische molen In uw reactie in het participatieverslag ten aanzien van molenbiotopen of plaatsing binnen de invloedssfeer van een historische molen wordt ondanks dat het uitgangspunt is dat windturbines niet binnen een molenbiotoop worden geplaatst. Toch zijn er mogelijkheden en is een adviesrol voor de Schermer Molens Stichting weggelegd staat in dezelfde reactie. Dit is echter nergens weer te vinden in het beleidskader. Wilt u daarop een aanpassing doen?

17. Als er boerderijmolens in de buurt in een zone van 150m aanwezig zijn, dan moet worden onderzocht of sprake moet zijn van ruimtelijke samenhang tussen de molens 18. Interferentie van molens treedt op als opstellingen te dicht bij elkaar staan. Verschillende boerderijmolens staan daarom op voldoende afstand van elkaar, op ten minste 150m en mogen niet ruimtelijk interfereren (visueel samenklonteren van meerdere (opstellingen van) windturbines).

Doordat de erfwindmolens de landschappelijk worden ingepast en er sprake is van aanhechting van de molen op het boerenerf moet de molen per locatie als individuele molen worden gezien. De boerderijmolen hoort bij het specifieke bedrijf waar deze is geïnstalleerd. Er zal daarom geen sprake zijn van interferentie met een andere boerderijmolen(s) op een nabijgelegen erf.

8.5 Participatie met de omgeving U definieert een direct aanwonende iedereen die direct grenst aan een de projectlocatie, binnen een staal van 1 km woont of gevestigd is en eventuele gevolgen (zowel positief als negatief) direct kan ervaren. Al eerder hield ik een pleidooi dat 1 kilometer veel te ruim genomen is. De OPERA-criteria worden aangehaald vanuit de algemene wet bestuursrecht. Echter, in de praktijk zien we dat veel gemeenten als richtlijn aanhouden 10x tiphoogte van de molen. Bij de EAZ13.2 windmolen betekent dit een straal van 216 meter.

Tot slot wil ik mijn dank uitspreken voor de geboden mogelijkheid om een reactie op het voorgenomen beleid te kunnen geven. En spreek ik de wens uit dat het beleid snel in werking treedt, zodat ook de agrariërs in de gemeente Alkmaar hun bedrijf kunnen verduurzamen door middel van een erfwindmolen.

Reactie gemeente

3.2 Randvoorwaarden 2. Als randvoorwaarde wordt gesteld dat er onderzocht moet worden of plaatsing van zonnepanelen mogelijk is. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning moet een uitleg worden bijgevoegd waaruit blijkt dat het plaatsen van zonnepanelen niet mogelijk is.

De gemeente beoordeelt steeds aan de hand van elke aanvraag of een windturbine gelet op de locatie, de bedrijfsvoering en technische uitvoering als passend en noodzakelijk kan worden beschouwd. Het rendement van een kleine windturbine moet gelet op de bedrijfsvoering als passend worden beoordeeld. Een aanvrager moet ook onderzoek hebben gedaan naar de mogelijkheid tot het plaatsen van zonnepanelen op het dak van agrarische gebouwen. Als plaatsing van zonnepanelen technisch en/of uit het oogpunt van veiligheid bijvoorbeeld niet mogelijk is, als plaatsing van zonnepanelen onvoldoende bijdraagt aan verduurzaming van een bedrijf of als een combinatie van zonnepanelen en een windturbine gewenst is, dan kan dat een reden zijn om niet af te dwingen dat eerst alle daken moeten worden vol gelegd met zonnepanelen. Als een bedrijf afdoende kan verduurzamen met zonnepanelen, dan is het bouwen van een kleine windturbine niet noodzakelijk en kan de keuze voor windenergie ook niet goed worden gerechtvaardigd.

Het niet mogelijk zijn van plaatsen van zonnepanelen gaat ook op als het met het (alleen) plaatsen van zonnepanelen geen verduurzaming van het (agrarisch) bedrijf kan worden bereikt.

13

Wij hebben naar aanleiding van uw reactie deze regel nog verder verduidelijkt: ‘’1. De aanvrager toont met een onderzoek aan dat blijkt dat het plaatsen van zonnepanelen niet mogelijk is om te voorzien in de energiebehoefte.’’

3.4 Voorwaarden en voorschriften omgevingsvergunning Het college kan alleen voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor zover deze voorschriften betrekking hebben op het gebied waar de vergunningaanvraag op ziet én voor zover de voorschriften betrekking hebben op de aangevraagde ontwikkeling.

Wij moeten steeds per aanvraag beoordelen of de vergunningverlening zich verdraagt met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een voorwaarde moet wel ruimtelijk relevant zijn om in een omgevingsvergunning te kunnen opnemen. Er is daarom gekozen voor een ‘kan’ bepaling en geen verplichting tot het standaard opnemen van voorwaarden en voorschriften als bijvoorbeeld bedoeld in 3.4, pagina 14 van het beleidskader. Dit staat er uiteraard niet aan in de weg dat het vaak wel is aangewezen om in een planologisch besluit een voorschrift op te nemen ter bescherming van onder andere het landschap en ecologie. Aan de hand van een aanvraag om een windturbine op een specifieke locatie kan worden bezien of bijvoorbeeld een stilstandvoorziening noodzakelijk is.

Voor de voorwaarde over het verven van een zwart wiek geldt dat op dit moment nog door de provincie Groningen/RWE/TNO onderzoek wordt gedaan naar de effecten van het zwart verven van één wiek. Het onderzoek loopt nog en het is daarom te vroeg om op basis hiervan conclusies te trekken. De ‘kan’ bepaling maakt het mogelijk om actualiteiten met betrekking tot ecologie bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning te betrekken.

Plaatsing 5. De boerderijmolen wordt geplaatst binnen het bouwvlak 10. Niet binnen 1 km van de ringvaartdijk en andere historische dijken van de droogmakerij van de Schermer. Niet binnen 1km van de Beemsterringvaart- en dijk 11. De boerderijmolen staat op voldoende afstand van overige, aanwezige landschappelijke elementen zoals bomen, kades en sloten en greppels

Zie ook de reactie op zienswijze 1 t/m 5: Het beleidskader gaat uit van een balans tussen enerzijds de belangen van ondernemers tot verduurzaming van de bedrijfsvoering en anderzijds het respect voor bijzonder en kwetsbaar gebied waar zij in of nabij opereren. Door toevoeging van uitsluitingsgebieden, zoals de Eilandspolder en zone rond 1km van de Schermerringvaart- en dijk kan worden voorkomen dat ongewenste landschappelijke en ecologische effecten als gevolg van kleine windturbines ontstaan. Wij willen zorgvuldig omgaan met het mooie open polderlandschap en het Bijzonder Provinciaal Landschap. Een grote hoeveelheid aan kleine windturbines, windturbines grenzend aan open landschap of windturbines langs waardevolle beeldbepalende elementen zoals op erfgoed als de Schermerringvaart- en dijk vormen een aantasting van het landschap.

Daarnaast lopen op dit moment nog diverse gebiedstrajecten en wordt onderzoek gedaan naar de effecten van kleine windturbines nabij kwetsbare natuur. Er is op dit moment daarom gekozen om kleine windturbines op sommige plaatsen uit te sluiten of terughoudend om te gaan met plaatsing van kleine windturbines in bijvoorbeeld voorgenoemde gebieden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend. De verdere monitoring en evaluatie van het beleid kunnen eventueel uitwijzen of de uitsluitingsgebieden op termijn moeten worden herzien. Er blijven daarmee nog ruim voldoende gebieden en locaties beschikbaar voor plaatsing van kleine windturbines.

Wij beschouwen de historische polders en dijken als van de gemeente Alkmaar als overblijfselen van uniek watermanagement uit de Gouden Eeuw.

14

Deze polders onderscheiden zich daarom ook van andere polderlandschappen in Nederland. Daarnaast is het polderlandschap op veel plekken ook van hoge waarde als gebied voor flora en fauna. Wij zetten daarom in op extra bescherming van deze waardevolle gebieden. Op andere plaatsen in de polders, zoals bijvoorbeeld rond de assen van de Noorder- en Zuidervaart is al meer bebouwing aanwezig en kunnen de mogelijkheden voor plaatsing van boerderijmolens aan de hand van de geschetste kaders in dit beleid verder worden onderzocht.

Plaatsing 5. De boerderijmolen wordt geplaatst binnen het bouwvlak De boerderijmolen moet uit het oogpunt van zorgvuldige inpassing zoveel mogelijk bij het bestaande erf-ensemble van een agrarisch bedrijf aansluiten. Afhankelijk van de specifieke situatie van de locatie en de ligging van het bestaande bouwvlak kan een geschikte positie worden bepaald. Plaatsing aangrenzend of verder buiten het bouwvlak is niet mogelijk. Artikel 6.37 van de Omgevingsverordening NH2022 bepaalt dat de kleine windturbine wordt gebouwd op een agrarisch bouwperceel, waarmee plaatsing binnen het agrarische erf of het agrarisch bouwvlak is beoogd.

11. De boerderijmolen staat op voldoende afstand van overige, aanwezige landschappelijke elementen zoals bomen, kades en sloten en greppels 14. Binnen de (visuele) erfbegrenzing, niet als onderdeel van die begrenzing en niet ten koste van bestaande erfbeplantingen/groen/bomen

Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de ligging, het soort en de omvang van de landschappelijke elementen. Dit beoordelen we daarom per specifiek geval.

Vanuit het oogpunt van de zorgvuldige inpassing is vereist dat de windturbine bij voorkeur geplaatst wordt binnen de visuele begrenzing van het erf-/ bebouwingsensemble. Op deze manier ontstaat er geen nieuw object in het landschap en wordt verrommeling beperkt. Dit is echter niet altijd mogelijk door bijvoorbeeld een gebrek aan ruimte of de afwezigheid van een heldere visuele begrenzing.

Het is wel de bedoeling dat bij voorkeur een maximale afstand tot één van hogere bouwvolumes (nokhoogte >5m) van het bouwensemble van 30 meter (2x as-hoogte) wordt aangehouden. Door deze afstand te beperken blijft er een sterke visuele relatie met het bouwensemble .

16. Niet in een molenbiotoop of in de invloedssfeer van een historische molen In uw reactie in het participatieverslag ten aanzien van molenbiotopen of plaatsing binnen de invloedssfeer van een historische molen wordt ondanks dat het uitgangspunt is dat windturbines niet binnen een molenbiotoop worden geplaatst. Toch zijn er mogelijkheden en is een adviesrol voor de Schermer Molens Stichting weggelegd staat in dezelfde reactie. Dit is echter nergens weer te vinden in het beleidskader. Wilt u daarop een aanpassing doen?

De Schermer Molens Stichting komt op voor bescherming van de molenbiotopen en gebieden rondom historische molens. Er is vanuit deze stichting aangegeven dat deze gebieden het beste worden beschermd als windturbines binnen molenbiotoop of in de invloedsfeer van een historische molen worden uitgesloten. Dit is alleen anders als door een initiatiefnemer vanwege bijzondere omstandigheden toch positief advies van de Schermer Molens Stichting kan worden ontvangen.

17. Als er boerderijmolens in de buurt in een zone van 150m aanwezig zijn, dan moet worden onderzocht of sprake moet zijn van ruimtelijke samenhang tussen de molens 18. Interferentie van molens treedt op als opstellingen te dicht bij elkaar staan. Verschillende boerderijmolens staan daarom op voldoende afstand van elkaar, op ten minste 150m en mogen niet ruimtelijk interfereren (visueel samenklonteren van meerdere (opstellingen van) windturbines).

15

Het uitgangspunt is zoals terecht aangegeven dat kleine windturbines en dan met name de boerderijmolens in Landelijk gebied zorgvuldig landschappelijk worden ingepast, passend bij het erf- ensemble van de locatie. Gelet op de ligging van de vele erven op vaak enige afstand tot elkaar zal in de praktijk niet snel sprake zijn van interferentie met een andere boerderijmolen(s) op een nabijgelegen erf. Met deze regel is alleen beoogd om eventuele excessen met zeer geringe afstanden tot boerderijmolens te voorkomen. De minimale afstand van 150m tussen verschillende boerderijmolens zal al snel worden bereikt. Er zal daarom geen sprake zijn van interferentie met een andere boerderijmolen(s) op een nabijgelegen erf. Tot slot willen we ongelijksoortige windturbines naast elkaar voorkomen. Het effect van het naast elkaar voorkomen van ongelijksoortige turbines met een verschillende hoogte, vormgeving en draaisnelheden geeft een rommelig beeld in het landschap.

Participatie met de omgeving Naar aanleiding van deze opmerking hebben wij de cirkel voor participatie met de omgeving nog wat aangescherpt, zodat wordt aangesloten bij het zichtcriterium met betrekking tot het belanghebbende begrip bij ruimtelijke initiatieven (pagina 22 beleidskader):

‘’Bij direct omwonenden gaat het in ieder geval om iedereen die direct grenst aan de projectlocatie, binnen een straal van één kilometer woont of gevestigd is met zicht op de locatie en eventuele gevolgen (zowel positief als negatief) direct kan ervaren.’’

Zienswijze 5 Animo Ontvangen op 4 januari 2024

Weergave ontvangen zienswijze

Algemeen Stichting ANIMO heeft op 19 september 2023 een zienswijze ingediend en deelgenomen aan twee bewonersbijeenkomsten Het is verheugd om te constateren dat in het voorliggende Concept-Beleidskader kleine windturbines gemeente Alkmaar een aantal ingebrachte zaken zijn opgenomen.

Stichting ANIMO is voorstander van de transitie naar ‘’schone’’ energie, maar niet ten koste van alles. Voorkomen moet worden dat bestaande kwaliteiten worden opgeofferd. Het polderlandschap is zeer waardevol en niet voor niets Beschermd Provinciaal Landschap (BPL). Toch staat het steeds meer onder druk en lijk het steeds meer op een agrarisch industrieterrein. De weidevogels zijn verdwenen en alleen het lawaai van de machines is nog te horen. En daar komen nu ook de kleine windturbines bij.

In het onderstaande wordt op voorgenoemde Beleidskader ingegaan, maar in zijn algemeenheid verzoeken wij grote terughoudendheid te betrachten in het toestaan van windturbines.

In het navolgende wordt op een aantal specifieke zaken ingegaan.

Nadelige effecten Pag 11, 3e alinea ‘’Verder mag er geen nadelig effect op de overige gebieden, zoals voor de vogels in het weidevogelgebied, zijn. Een aantasting of inperking van weidevogelgebied is niet toegestaan.’’

Wat is ‘geen nadelig effect’? Wanneer is sprake van ‘’Een aantasting of inperking van weidevogelleefgebied? Stichting ANIMO zou graag zien dat deze uitgangspunten nader worden gespecificeerd.

16

Nog liever zou ANIMO zien dat alle aangewezen weidevogelleefgebieden op voorhand worden uitgesloten van de plaatsing van kleine windturbines.

Uitgesloten gebieden Stichting ANIMO blijft aandringen om in de onderstaande gebieden, gelet op de ligging ten opzichte van Natura-2000 gebied de Eilandspolder en NNN-gebieden, het behoud van het open karakter en verdere bescherming van onze kwetsbare vogelstand de plaatsing van kleine windturbines ook uit te sluiten: 1. Mijzenpolder 2. Noordeindermeerpolder, aangrenzende Sapmeerpolder 3. Polder de Graftermeer 4. Graftmeerpolder, allen onderdeel van BPL Eilandspolder; 5. Starnmeerpolder, onderdeel van BPL Alkmaardermeer en omgeving.

Het aantonen dat de plaatsing van een kleine windturbine al dan niet een verstorend effect op de weidevogels en overtrekkende fauna heeft, blijkt nauwelijks mogelijk en dus zou in principe plaatsing altijd mogelijk zijn. Plaatsing bij een bouwvlak met hoge dichtheden van broedende vogels wordt uitgesloten, maar dat zou kunnen betekenen dat plaatsing bij lage dichtheden wel kan. Daarin komt juist niet faciliteren van een kleine windturbine veel meer tegemoet aan de intentie om weidevogels en natuur te beschermen. Uit jurisprudentie blijkt dat het aantonen van het wel optreden van nadelige effecten bij een bezwaarmakende partij ligt. In de praktijk is dit een nagenoeg onmogelijke eis, omdat dit een langjarig onderzoek voorafgaand aan de realisatie vraagt. ANIMO verzoekt daarom alle aangewezen weidevogelleefgebieden op voorhand uit te sluiten van de plaatsing van kleine windturbines.

Pag 11, kaart kansgebieden: Gezien het voorgaande is het onbegrijpelijk dat de Sapmeerpolder als kansrijk gebied blauw gekleurd is. Juist het gebeid tussen beide habitatsdelen Eilandspolder zou uitgesloten moeten worden voor windturbines. ANIMO veronderstelt dat dit een vergissing is en dat gecorrigeerd wordt in de finale versie.

Pag. 13, Voorwaarden / Randvoorwaarden 3.2.2. Er is onderzocht dat zonnepanelen niet mogelijk is

Is de conclusie juist dat als er wel zonnepanelen geplaatst kunnen worden er geen windturbine wordt toegestaan?

Pag. 14, Voorwaarden en Voorschriften: 3.4 Het college kan een aantal vrijblijvende voorschriften aan de Omgevingsvergunning verbinden. ANIMO vindt dat 1, 4 en 5 verplicht moeten worden voorgeschreven. 2: momenteel is de techniek niet per molen beschikbaar, 3: wordt aanbevolen, zie ook ‘’ Rapportage monitoring aanvaringsslachtoffers en vleermuizen kleine windmolens onderzoeksjaar – 2022. (Ecosensys), punt 4 pag 33.

Ruimtelijke voorwaarden voor boerderijmolens

Pag. 15, Algemeen Als punt 5 opnemen dat geen erfbeplantingen verwijderd/gekapt mogen worden.

Pag. 16, Laatste alinea: kleine, sneldraaiende wieken, onrustig beeld. Dit is eigenlijk het geval bij de EAZ molen/ Het zal vast niet de bedoeling zijn dat deze niet toegestaan is.

17

Ruimtelijke voorwaarden mini- en dakturbines

Pag. 21, Algemeen Als punt 5 opnemen dat geen erfbeplantingen verwijderd/gekapt mogen worden.

Reactie gemeente Kleine windturbines zijn niet direct uitgesloten in Bijzonder Provinciaal Landschap. Het polderlandschap in Landelijk Gebied vervult meerdere functies. Dit zijn hoofdzakelijk natuurbehoud en agrarisch gebruik, al dan niet met elkaar gecombineerd.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen mogen de kernkwaliteiten van het landschap niet worden aangetast. Afhankelijk van de ter plaatse voorkomende kernkwaliteiten kan steeds worden beoordeeld of een kleine windturbine gelet op die kernkwaliteiten zorgvuldig ruimtelijk kan worden ingepast. Kleine windturbines zijn in Noord-Holland nog volop in ontwikkeling. Naar aanleiding van (wetenschappelijk) onderzoek wordt ook steeds meer bekend over de effecten van kleine windturbines op aanwezige of overvliegende fauna. Ook actueel locatiespecifiek onderzoek moet uitwijzen of plaatsing van een kleine windturbine verantwoord is. Wij houden op deze manier voldoende beoordelingsruimte om actuele ontwikkelingen, waaronder ook bewezen effecten van kleine windturbines in de besluitvorming voor een individuele aanvraag omgevingsvergunning te blijven betrekken. Voor het uitsluiten van alle werkingsgebieden van BPL zien wij daarom ook geen aanleiding. Dit zou feitelijk betekenen dat op geen enkele locatie in de (grootschalige) polders een kleine windturbine mag worden geplaatst.

Voor de andere door ANIMO voorgestelde uitgesloten gebieden, te weten de Mijzenpolder, Noordeindermeerpolder, aangrenzende Sapmeerpolder, Polder de Graftermeer, Graftmeerpolder en Starnmeerpolder gaat dat grotendeels ook op. Het is aan een aanvrager om aan de hand van o.a. locatiespecifiek onderzoek en onderbouwing van de kernkwaliteiten van het BPL aannemelijk te maken dat plaatsing van een windturbine geen negatief effect heeft op de woon- en leefomgeving, natuur en het landschap. Het op voorhand categoraal uitsluiten van ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden vinden wij daarom te ingrijpend en onwenselijk. Initiatieven in deze gebieden kunnen daarom aan de hand van een aanvraag om een omgevingsvergunning worden onderzocht. Een gedegen natuuronderzoek kan uitwijzen of er geen significant negatieve gevolgen optreden voor weidevogels, overtrekkende fauna en omliggend Natura-2000 gebied. In het kader van het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste moeten wij ons nog altijd ervan vergewissen of een dergelijk onderzoek zorgvuldig tot stand is gekomen.

De Sapmeerpolder is aangewezen als gebied waar terughoudend met plaatsing van kleine windturbines moet worden omgegaan. De tekst van het beleidsstuk en de actuele werkingsgebieden als omschreven in de Omgevingsverordening NH2022 zijn leidend voor de begrenzing van aangeduide gebieden. Wij werken nog aan digitaal dynamisch kaartmateriaal, zodat deze gebieden nog duidelijker kunnen worden weergegeven.

Voorwaarden/randvoorwaarden Geen windturbine als zonnepanelen geplaatst kunnen worden: De gemeente beoordeelt steeds aan de hand van elke aanvraag of een windturbine gelet op de locatie, de bedrijfsvoering en technische uitvoering als passend en noodzakelijk kan worden beschouwd. Het rendement van een kleine windturbine moet gelet op de bedrijfsvoering als passend worden beoordeeld. Een aanvrager moet ook onderzoek hebben gedaan naar de mogelijkheid tot het plaatsen van zonnepanelen op het dak van agrarische gebouwen. Als plaatsing van zonnepanelen technisch en/of uit het oogpunt van veiligheid bijvoorbeeld niet mogelijk is, als plaatsing van zonnepanelen onvoldoende bijdraagt aan verduurzaming van een bedrijf of als een combinatie van zonnepanelen en een windturbine gewenst is, dan kan dat een reden zijn om niet af te dwingen dat eerst alle daken moeten worden vol gelegd met zonnepanelen.

18

Als een bedrijf afdoende kan verduurzamen met zonnepanelen, dan is het bouwen van een kleine windturbine niet noodzakelijk en kan de keuze voor windenergie ook niet goed worden gerechtvaardigd.

Het niet mogelijk zijn van plaatsen van zonnepanelen gaat ook op als het met het (alleen) plaatsen van zonnepanelen geen verduurzaming van het (agrarisch) bedrijf kan worden bereikt. Wij hebben naar aanleiding van uw reactie deze regel nog verder verduidelijkt: ‘’1. De aanvrager toont met een onderzoek aan dat blijkt dat het plaatsen van zonnepanelen niet mogelijk is om te voorzien in de energiebehoefte.’’

Voorwaarden en voorschriften aan de omgevingsvergunning voor een kleine windturbine Pag. 14, Voorwaarden en Voorschriften: 3.4 Het college kan een aantal vrijblijvende voorschriften aan de Omgevingsvergunning verbinden. ANIMO vindt dat 1, 4 en 5 verplicht moeten worden voorgeschreven. 2: momenteel is de techniek niet per molen beschikbaar, 3: wordt aanbevolen, zie ook ‘’ Rapportage monitoring aanvaringsslachtoffers en vleermuizen kleine windmolens onderzoeksjaar – 2022. (Ecosensys), punt 4 pag 33.

Ruimtelijke voorwaarden voor boerderijmolens

Pag. 15, Algemeen Als punt 5 opnemen dat geen erfbeplantingen verwijderd/gekapt mogen worden.

In het algemeen kan niet via een ruimtelijk beleidskader voor kleine windturbines worden verboden dat erfbeplantingen niet mogen worden verwijderd/gekapt mogen worden. Bij plaatsing van een boerderijmolen moet wel sprake zijn van zorgvuldige inpassing. Dit kan worden bereikt door inpassing via het bestaande erf-ensemble. Dit ensemble moet daarom wel zoveel mogelijk in stand worden gehouden. Om die reden is ervoor gekozen om instandhouding van het erf-ensemble via 3.4 Voorwaarden en voorschriften omgevingsvergunning als voorschrift aan de omgevingsvergunning te kunnen verbinden: 1. Het bestaande erf-ensemble moet ten behoeve van de windturbine in stand worden gehouden. Er worden geen bomen gekapt of gebouwen (blijvend) verwijderd;

Het college kan alleen voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor zover deze voorschriften betrekking hebben op het gebied waar de vergunningaanvraag op ziet én voor zover de voorschriften betrekking hebben op de aangevraagde ontwikkeling.

Wij moeten steeds per aanvraag beoordelen of de vergunningverlening zich verdraagt met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een voorwaarde moet wel ruimtelijk relevant zijn om in een omgevingsvergunning te kunnen opnemen. Er is daarom gekozen voor een ‘kan’ bepaling en geen verplichting tot het standaard opnemen van voorwaarden en voorschriften als bijvoorbeeld bedoeld in 3.4, pagina 14 van het beleidskader. Dit staat er uiteraard niet aan in de weg dat het vaak wel is aangewezen om in een planologisch besluit een voorschrift op te nemen ter bescherming van onder andere het landschap en ecologie. Voor de voorwaarde over het verven van een zwart wiek geldt dat op dit moment nog door de provincie Groningen/RWE/TNO onderzoek wordt gedaan naar de effecten van het zwart verven van één wiek. Het onderzoek loopt nog en het is daarom te vroeg om op basis hiervan conclusies te trekken.

Kleine, sneldraaiende wieken, onrustig beeld. Dit is eigenlijk het geval bij de EAZ molen/ Het zal vast niet de bedoeling zijn dat deze niet toegestaan is.

Kleine windturbines hebben vanwege de omvang al kortere wieken en een hogere omwentelingssnelheid dan grote windturbines.

19

Met het uitgangspunt dat kleine, sneldraaiende wieken ongewenst zijn is bedoeld dat een kleine windturbine een zekere evenwichtige verhouding tussen de ashoogte en wieken moet bestaan (omvang mast-rotor staan in een evenwichtige verhouding tot elkaar).

Ruimtelijke voorwaarden mini- en dakturbines Pag. 21, Algemeen Als punt 5 opnemen dat geen erfbeplantingen verwijderd/gekapt mogen worden.

Naar aanleiding van deze opmerking hebben wij onder het kopje ‘Algemeen’ bij het toetsingskader voor mini- en dakturbines (pagina 22) de volgende regel toegevoegd: ‘Er worden geen bomen gekapt of gebouwen (blijvend) verwijderd voor de windvang.’

Het beleidskader behoeft behalve de hierboven omschreven toevoeging daarom verder geen aanpassing meer naar aanleiding van de ingediende zienswijze.

Zienswijze 6 Inwoner/ondernemer Oterleek Ontvangen op 5 januari 2024

Weergave ontvangen zienswijze

Het is een goed streven om duurzame energie op te wekken. Maar echter het beleidskader wordt zo ingericht dat er weinig agrariërs er gebruik van maken kunnen. Dit komt door dat er staat een oude molen waar je 400 meter vandaan moet blijven, een dijk waar je 1 km uit vandaan moet blijven of je zit in een weidevogel gebied, NNN, of wel in een Natura-2000 gebied.

Voor ons beteken dat wij geen boerderij windmolen mogen bouwen omdat we binnen een 1 km van de ring dijk van de schermer wonen. Het is moeilijk te begrijpen dat je niet meer dan 10 % over capaciteit mag hebben met de bouw, en als je weet dat er in de toekomst meer stoom gaat gebruikt worden. Een oplossing zou zijn dit op 25 % te stellen.

Reactie gemeente Zie ook de reacties op de zienswijzen 1 t/m 5 Het beleidskader gaat uit van een balans tussen enerzijds de belangen van ondernemers tot verduurzaming van de bedrijfsvoering en anderzijds het respect voor bijzonder en kwetsbaar gebied waar zij in of nabij opereren. Door toevoeging van uitsluitingsgebieden, zoals de Eilandspolder en zone rond 1km van de Schermerringvaart- en dijk kan worden voorkomen dat ongewenste landschappelijke en ecologische effecten als gevolg van kleine windturbines ontstaan. Wij willen zorgvuldig omgaan met het mooie open polderlandschap en het Bijzonder Provinciaal Landschap. Een grote hoeveelheid aan kleine windturbines, windturbines grenzend aan open landschap of windturbines langs waardevolle beeldbepalende elementen zoals op erfgoed als de Schermerringvaart- en dijk vormen een aantasting van het landschap.

Daarnaast lopen op dit moment nog diverse gebiedstrajecten en wordt onderzoek gedaan naar de effecten van kleine windturbines nabij kwetsbare natuur. Er is op dit moment daarom gekozen om kleine windturbines op sommige plaatsen uit te sluiten of terughoudend om te gaan met plaatsing van kleine windturbines in bijvoorbeeld voorgenoemde gebieden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend. De verdere monitoring en evaluatie van het beleid kunnen eventueel uitwijzen of de uitsluitingsgebieden op termijn moeten worden herzien. Er blijven daarmee nog ruim voldoende gebieden en locaties beschikbaar voor plaatsing van kleine windturbines.

20

Tijdens het participatieproces (raadpleging) is duidelijk geworden dat zowel inwoners als ondernemers de regel over grootverbruikaansluitingen niet werkbaar vonden. Met deze regel was bedoeld om plaatsing van kleine windturbines voor commerciële doeleinden, het gebruik van de windturbine anders dan voor het voorzien in de verduurzaming en behoefte van de eigen bedrijfsvoering te voorkomen. Dit zou betekenen dat ondernemers met een bestaande grootverbruikaansluiting bij voorbaat zouden worden uitgesloten van plaatsing van een kleine windturbine.

Er is naar aanleiding van de ontvangen reacties uit de raadpleging een regel over teruglevering aan het elektriciteitsnet geformuleerd. Deze randvoorwaarde is op pagina 14 van het beleidskader opgenomen:

3. De initiatiefnemer levert bij de aanvraag actuele energiegegevens aan, waaruit blijkt dat de opgewekte elektriciteit van een kleine windturbine nodig is voor de eigen energievoorziening; 4. Er mag van per saldo niet aan het elektriciteitsnet worden teruggeleverd.

De windturbine is hoofdzakelijk bedoeld voor de eigen energievoorziening. De eigen energiebehoefte wordt steeds bij de aanvraag om een kleine windturbine beoordeeld. Een percentage van 25% voor teruglevering is een aanzienlijk percentage van het totaal aan energieopwekking voor een bedrijf. Bovendien neemt het maatschappelijke draagvlak voor plaatsing van een windturbine bij een dergelijk percentage ook snel af.

Het beleidskader behoeft daarom geen aanpassing meer op dit punt.

Zienswijze 7 Ontvangen op 31 januari 2024 Inwoner Zuidschermer

Betreft een goede zaak om kleine windturbines gezien de voorwaarden van de nota bij boerenerven te plaatsen.

Heb twee opmerkingen, te weten:

• Mis een duidelijke toelichting van de waardenkaart op blz 15 en in het bijzonder de navolgende vermelding en duiding:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13898741/2