CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

3 210630 Reactie van swv-en po en vo Noord-Kennemerland op visiedocumenten jeugd (002)

Commissie Sociaal 16 september 2021, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel overkoepelend kader jeugdhulp en visie op ambulante jeugdhulp regio Alkmaar2.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie

Reactie van samenwerkingsverbanden PPO-Noord Kennemerland en VO Noord-Kennemerland

Ter voorbereiding op het OOGO van 1 juli 2021 hebben de directeur-bestuurders van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs een drietal visiestukken ontvangen. Onderstaand volgt de reactie van de directeur-bestuurders. De insteek hiervan is dat we samen willen optrekken rondom dezelfde jeugdigen en ouders met als gemeenschappelijk doel hen perspectief te bieden.

Doel van het OOGO Om de verbinding tussen jeugdhulp en passend onderwijs te versterken, zijn gemeenten en samenwerkingsverbanden (swv-en) verplicht hun plannen af te stemmen in een op overeenstemming gericht overleg (OOGO). In het OOGO worden zowel de ondersteuningsplannen passend onderwijs van de samenwerkingsverbanden, als de gemeentelijke beleidsplannen afgestemd.

Op 1 juli liggen de volgende visiedocumenten van gemeenten voor in het OOGO:

1. Het overkoepelend kader jeugd 2. De transformatievisie jeugdzorgplus 3. De regionale visie op ambulante jeugdhulp

Hieraan voorafgaand hebben visietafels plaatsgevonden, waaraan professionals en directeur-bestuurders van beide swv-en en hun scholen hebben deelgenomen.

In deze reactie geven beide swv-en weer in hoeverre zij zich kunnen vinden in de stukken.

1 – Reactie van swv-en Noord-Kennemerland op visiedocumenten Jeugd – OOGO 1 juli 2021

Reactie in zijn algemeenheid over de 3 visiedocumenten We hebben de visiestukken met belangstelling gelezen. Uit de visies spreekt de wil om samen te willen werken met het onderwijs. Dat waarderen we zeer. Tegelijkertijd zien we dat de samenwerking en afstemming met het onderwijs onvoldoende opgenomen is, waardoor beide directeur-bestuurders zich onvoldoende kunnen vinden in de huidige formulering van de stukken.

De directeur-bestuurders stellen daarom het volgende voor (zie punten hieronder). Indien de leden van het OOGO hiermee akkoord gaan, dan kunnen de directeur-bestuurders en wethouders overeenstemming bereiken over de visiedocumenten:

- Duidelijk opnemen in alle visiestukken: o Het onderwijs is geen netwerk-/ketenpartner. Het onderwijs is net als de thuissituatie het belangrijkste leefmilieu van jeugdigen. Jeugdigen zijn immers 5 dagen per week op school. Belemmeringen in de ontwikkeling van jeugdigen worden hier als eerste zichtbaar en zijn van grote invloed op de schoolgang van jeugdigen. Het onderwijs is daarom net als ouders een structurele samenwerkings-/netwerkpartner waarmee intensief samengewerkt dient te worden. We verzoeken u om dit op te nemen in alle visiedocumenten. o Schoolwisselingen gelden als life-events, zeker als die gepaard gaan met wisseling van de opvoedsituatie. Dat zouden we moeten voorkomen. Gemeenten en onderwijs hebben een gezamenlijke opgave op de onderwijs(- zorg)continuïteit te waarborgen. Onderwijs is normaliserend, ook als er ernstige problematiek speelt bij een jeugdige / binnen een gezin. Dat maakt samen optrekken van onderwijs en jeugdhulp bij intensievere ondersteuning noodzakelijk. In een inkoopvisie zou dat aspect nadrukkelijk aandacht moeten krijgen. o Termen die het onderwijs beschrijven als ‘signaleerder’ en ‘ketenpartner’ doen geen recht aan de eerste twee punten en dienen dus aangepast te worden in de visiedocumenten.

o Aandacht voor grote ontwikkelingen die zich in het maatschappelijk domein zullen voordoen en hoe daar mee om te gaan, omdat deze voor onze gezamenlijke opdracht en de periode waarin de voorliggende visie geldig is essentieel zijn. We missen o.a. de landelijke aanpak Met Andere Ogen, de beweging naar inclusiever onderwijs – inclusievere samenleving, de transformatieagenda onderwijs-jeugd, het Nationaal Programma Onderwijs, de diverse steunmaatregelen jeugd n.a.v. het coronavirus en ons veerkrachtpact. We verzoeken u om dit op te nemen in alle visiedocumenten. o Op dit moment is in het OOGO het gesprek gaande over een route naar inclusiever onderwijs. Onderkend werd in dat gesprek dat inclusiever onderwijs niet losstaat van een inclusievere wijk of gemeente. In deze visie wordt over dit perspectief niet gesproken. Dat roept de vraag op in hoeverre deze visie op basis waarvan de inkoop over de periode 2023-2029 zal plaatsvinden rekening houdt met de mogelijkheid om te kunnen anticiperen op gewenste maatschappelijke ontwikkelingen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de vraagstukken die samenhangen met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg, de om- en afbouw van residentiële voorzieningen en onderwijszorgarrangementen en de relatie die dit heeft voor de organisatie van het onderwijs van de jeugdigen in deze voorzieningen.

Belangrijke en grote vraagstukken die vragen om een gezamenlijke visie en gecoördineerde aanpak waarbij ook hoort dat er in de inkoopvisie rekening wordt gehouden met deze ontwikkelingen. Dit vraagt om een ontwikkelingsgerichte inkoopvisie met feedbackloop en periodieke bijstelling in samenspraak met belanghebbende partners als het onderwijs. We verzoeken u om dit op te nemen in alle visiedocumenten. o In de transformatievisie Jeugdzorgplus (zie o.a. paragraaf 5) wordt uitwerking gegeven aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de samenwerkingsverbanden (en deelnemende scholen) voor het onderwijs bij geslotenheid: voorafgaand, gedurende en na het traject. Hiervoor wordt een derde stroom uitgewerkt over financiering en samenwerkingsafspraken met samenwerkingsverbanden.

- De volgende zaken meenemen in de uitwerking van de visie naar een inkoopstrategie: o De samenwerking en het belang van onderwijs staat op diverse plekken genoemd, maar is onvoldoende en niet consequent uitgewerkt. Er is onvoldoende uitgewerkt hoe alle betrokkenen (waaronder het onderwijs en gemeenten) gezamenlijk en in samenspel met elkaar invulling geven aan de leefwereld van jeugdigen.

2 – Reactie van swv-en Noord-Kennemerland op visiedocumenten Jeugd – OOGO 1 juli 2021

o Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de vraagstukken die samenhangen met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg, de om- en afbouw van residentiële voorzieningen en de relatie die dit heeft voor de organisatie van het onderwijs van de jeugdigen in deze voorzieningen. Belangrijke en grote vraagstukken die vragen om een gezamenlijke visie en gecoördineerde aanpak waarbij ook hoort dat erin de inkoopvisie rekening wordt gehouden met deze ontwikkelingen. o Het gaat hier over een gezamenlijke opgave onder andere met het onderwijs. Het zou passend zijn deze te onderkennen en uit te werken naar wat dat voor wederzijdse inzet en verantwoordelijkheden vraagt, ook rondom inkoop. Immers de opgave van de gemeenten staat niet los van die van het onderwijs. o Indien we voor ogen houden dat we onze jeugdigen optimale ontwikkelingskansen bieden, ook als er beperkingen zijn, zodat zij naar vermogen kunnen participeren in onze samenleving dan is meer nodig. Dat vraagt naast het versterken van de omgeving ook dat er individuele of groepsgerichte hulp en ondersteuning in de onderwijspraktijk wordt ingezet. Dat kan gaan over regulier onderwijs maar ook over het gespecialiseerd onderwijs. Zoals ook onderdeel is van onze transformatieagenda.

Bovenstaande vat onze bevindingen samen. In de bijlage vindt u een meer specifieke reactie per visiedocument.

Conclusie De swv-en en gemeenten hebben in de afgelopen jaren een goede samenwerking opgebouwd. Deze zetten wij graag voort t.b.v. jeugdigen in onze regio.

Concluderend kunnen wij stellen dat wij overeenstemming kunnen bereiken over de documenten, indien bovenstaande punten van beide samenwerkingsverbanden opgenomen worden in de visiedocumenten en nader uitgewerkt worden in de inkoopstrategie.

3 – Reactie van swv-en Noord-Kennemerland op visiedocumenten Jeugd – OOGO 1 juli 2021

Bijlage 1 Reactie onderwijs en swv-en op visiestukken

Reactie op het overkoepelend kader jeugd Pagina 3: er wordt gesproken over het samen vorm geven met ketenpartners. Het begrip ketenpartner roept een beeld op dat wij niet herkennen. Zoals het gezin het 1ste milieu is waar het kind opgroeit is het onderwijs het 2de milieu. Jeugdhulp kan daar waar dat nodig is het opgroeien en opvoeden in beide milieus versterken onder andere door kinderen en jongeren de steun te bieden die noodzakelijk is om kansrijk op te groeien. Er is dan niet zozeer sprake van een ketenbenadering maar een van een gezamenlijk en afgestemd optrekken vanuit wederzijdse expertises, een netwerkbenadering. Een dergelijke benadering sluit ook meer aan bij wat verderop in de visie wordt aangegeven bij de ‘it takes a village to raise a child’ gedachte.

Op pagina 4 staat bij het kopje de bedoeling: “We versterken de sociale omgeving: de basis van effectieve ondersteuning ligt in de dagelijkse omgeving van een jeugdige en het gezin: het sociale netwerk, de wijk en de school. Dit vereist integrale samenwerking tussen jeugdhulp, onderwijs en preventie.” Deze bedoeling sluit goed aan op de visie vanuit het onderwijs en onze transformatieagenda. Echter alleen het versterken van de omgeving, waar onderwijs onderdeel vanuit maakt, schiet onzes inziens te kort. Indien we voor ogen houden dat we onze kinderen optimale ontwikkelingskansen bieden, ook als er beperkingen zijn, zodat zij naar vermogen kunnen participeren in onze samenleving dan is meer nodig. Dat vraagt naast het versterken van de omgeving ook dat er individuele of groepsgerichte hulp en ondersteuning in de onderwijspraktijk wordt ingezet. Dat kan gaan over regulier onderwijs maar ook over het gespecialiseerd onderwijs. Zoals ook onderdeel is van onze transformatieagenda.

3.2 “Als (professionele) ondersteuning nodig is, wordt deze in eerste instantie geleverd door die organisaties die al betrokken zijn bij de jeugdige en/of het gezin, zoals bijvoorbeeld het onderwijs. De gemeenten ondersteunen deze professionals daar waar de verantwoordelijkheid onder de Jeugdwet valt;” Zie bovenstaande opmerking dat deze invulling te beperkt is. Onderwijsprofessionals hebben primair een onderwijstaak. Steun voor hen is ten dele wenselijk, maar vaak is er meer kindgerichte steun nodig die het onderwijs te boven gaat. Het is voor de ontwikkeling van jeugdigen belangrijk dat jeugdhulp ook actief optrekt met onderwijs. 12% van de kinderen tot 18 jaar maakt gebruik van jeugdhulp (CBS, 2019). 8-9% van de kinderen van basis- en voortgezet onderwijs krijgt jeugdhulp, 37,7% van de kinderen op speciaal onderwijs en 32,6% van het voortgezet speciaal onderwijs krijgt een vorm van ambulante jeugdhulp (inspectie van het onderwijs 2020). Dit betekent concreet dat elke leraar ongeveer 2 leerlingen in de klas heeft met jeugdhulp en op het speciaal onderwijs 1/3 van de leerlingen in de klas te maken heeft met een vorm van jeugdhulp. Ook weten we dat de meeste kinderen verwezen worden naar het speciaal onderwijs vanwege gedrag. Voor de weg naar normalisering en inclusie kan het niet anders dan dat onderwijs en jeugdhulp als partners samen met ouders en kind optrekken.

3.4. Deze paragraaf spreekt over onderwijs als ‘signaleerder’ en spreekt over wederzijdse verantwoordelijkheid voor ‘onze’ kinderen maar geeft geen inhoud hoe de samenwerking onderwijs-jeugdhulp verder ingevuld zou moeten / kunnen worden. De benadering als signaleerder is te smal. Het onderwijs is een plek waar jongeren 5 dagen per week komen.

Op dit moment is in het OOGO het gesprek gaande over een route naar inclusiever onderwijs. Onderkend werd in dat gesprek dat inclusiever onderwijs niet losstaat van een inclusievere wijk of gemeente. In deze visie wordt over dit perspectief niet gesproken. Dat roept de vraag op in hoeverre deze visie op basis waarvan de inkoop over de periode 2023-2029 zal plaatsvinden rekening houdt met de mogelijkheid om te kunnen anticiperen op gewenste maatschappelijke ontwikkelingen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de vraagstukken die samenhangen met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg, de om- en afbouw van residentiële voorzieningen en de relatie die dit heeft voor de organisatie van het onderwijs van de kinderen in deze voorzieningen. Belangrijke en grote vraagstukken die vragen om een gezamenlijke visie en gecoördineerde aanpak waarbij ook

4 – Reactie van swv-en Noord-Kennemerland op visiedocumenten Jeugd – OOGO 1 juli 2021

hoort dat erin de inkoopvisie rekening wordt gehouden met deze ontwikkelingen. Een ontwikkelingsgerichte inkoopvisie met feedbackloop en periodieke bijstelling in samenspraak met belanghebbende partners als het onderwijs. (aanvullen bij 2.1.)

2.2. “Als gemeenten hebben we veel geleerd sinds de decentralisaties, de regionale samenwerking wordt steeds effectiever en de relaties met onze strategische partners steeds hechter. Daarom zijn we overtuigd dat we de kwaliteit van jeugdhulp kunnen verbeteren en via die weg financiële duurzaamheid kunnen bereiken.” Het gaat hier over een gezamenlijke opgave onder andere met het onderwijs. Het zou passend zijn deze te onderkennen en uit te werken naar wat dat voor wederzijdse inzet en verantwoordelijkheden vraagt, ook rondom inkoop. Immers de opgave van de gemeenten staat niet los van die van het onderwijs.

3.5. Deze tekst betreft de inzet van jeugdhulp. Er is geen aandacht voor hoe de onderwijs(-zorg)continuïteit voor deze kinderen geborgd en georganiseerd zou moeten worden. Ook hier ligt een gezamenlijke opgave om de continuïteit te kunnen borgen. Schoolwisselingen gelden als life-events, zeker als die gepaard gaan met wisseling van de opvoedsituatie. Dat zouden we moeten willen voorkomen. Onderwijs is normaliserend, ook als er ernstige problematiek speelt binnen een gezin. In een inkoopvisie zou dat aspect nadrukkelijk aandacht moeten krijgen.

4.2. Zie eerdere opmerkingen over de beperkte opvatting over de samenwerking met het onderwijs, en welke steun in samenwerking of binnen de onderwijssituatie noodzakelijk is om jongeren de schoolloopbaan te laten afronden.

4.3 / 4.6 Hier wordt op geen enkele wijze invulling gegeven aan de (inhoudelijke) samenwerking met onderwijs. Juist rondom de inzet van deze hulp is het van belang om samen op te trekken, af stemmen op de betekenis voor het onderwijs(leer-)proces, bieden van handelingsadviezen en concrete steun in de onderwijssituatie.

5.1. zie opmerkingen bij 2.2.

5.2. Aansluiten jeugdhulp op onderwijs en preventie

“Om de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs en preventie te versterken hebben we drie inhoudelijke uitgangspunten geformuleerd. Deze sluiten aan bij de Uitvoeringsagenda Passend Onderwijs en Jeugd: samenkracht, thuisnabij en integraal samenwerken.

Samenkracht gaat over het versterken van de ‘village’. Door ontmoeten en verbinden in school, wijk en werkplek, omdat dat waarde heeft om een dragende gemeenschap voor jeugdigen te creëren. Het gaat over steun voor jongeren die dat nodig hebben door adequate preventie. Doel is om hulpvragen te voorkomen en als ze toch ontstaan zoveel mogelijk opvangen in hun natuurlijke omgeving.

Thuisnabij onderschrijft het opgroeien van jeugdigen in een zo natuurlijk en vertrouwd mogelijke omgeving, ook als intensieve steun nodig is. Elke jeugdige heeft een passend leer(werk-zorg)traject.

Integraal samenwerken duidt op het integraal arrangeren vanuit één plan voor thuis, school, werk en vrije tijd. We betrekken de juiste mensen op het juiste moment, organiseren de steun die nodig is en die past bij de verschillende levensfasen. Dit geldt ook voor andere gemeentelijke diensten (Wmo, Participatie, Wonen, etc) en in samenhang met andere wetten.”

Prima uitgangspunten. Passend is aan te geven dat dit met partners samen wordt ontwikkeld / uitgevoerd.

5.3 Prima.

5.4. Onderwijs ontbreekt. Belangrijk gezamenlijk dossier. Zou ook moeten gaan over jongeren met zeer complexe problematiek die in het onderwijs worden opgevangen.

5 – Reactie van swv-en Noord-Kennemerland op visiedocumenten Jeugd – OOGO 1 juli 2021

Reactie op de transformatievisie jeugdzorgplus 3.4. Onderwijs uitgelicht

Aanvulling: Het organiseren van het onderwijs is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur (waar de leerling is ingeschreven) en het desbetreffende samenwerkingsverband.

Hoofdstuk 5:

Er worden twee stromen onderscheiden; de jeugdrechtketen en de jeugdhulp. Het onderwijs wordt o.v.v. de Jeugdhulp gebracht. Dat is onjuist!

Toevoegen: Er zijn 3 stromen. Met het onderwijs worden aparte bestuurlijke afspraken gemaakt over financiering en samenwerkingstrajecten.

Toevoeging: meer uitleg over verantwoordelijkheden van swv-en en schoolbesturen.

Regionale visie op ambulante hulp Deze visie spreekt nauwelijks over samenwerking met onderwijs. Zie ook eerdere opmerkingen in het o verkoepelend kader jeugd.

6 – Reactie van swv-en Noord-Kennemerland op visiedocumenten Jeugd – OOGO 1 juli 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10447015/1