CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

260116 Raadsinformatiebrief bestuurlijke reactie Wetsvoorstel versterking Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Milieu - bijlage 1

Gemeenteraad 19 februari 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Voorstel tot afdoening lijst van ingekomen stukken768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat De heer A.A. Aartsen Postbus 20902 2500 EX Den Haag

Onderwerp

Reactie Wetsvoorstel versterking VTH-stelsel milieu Uw kenmerk

Ons kenmerk

Bijlagen

Keten ID 27464

n.v.t

n.v.t.

Uw brief van

Behandeld door

Datum

n.v.t.

Unit Leefgebied

13 januari 2026

Geachte heer Aartsen, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van het Wetsvoorstel versterking VTH-stelsel milieu en de bijbehorende toelichting. Wij onderschrijven de doelstelling om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te versterken. Onze zorgen richten zich echter op de gekozen instrumenten en de verdeling van verantwoordelijkheden. 1.

Strijdigheid met bestaand toezicht kader en Omgevingswet

Het wetsvoorstel introduceert een nieuwe regiebevoegdheid voor de minister bij taakverwaarlozing (o.a. voorgesteld artikel 18.21a Omgevingswet). Deze keuze is naar ons oordeel strijdig met de Wet revitalisatie generiek toezicht en evenmin in lijn met het gedachtegoed van de Omgevingswet, die juist uitgaat van het principe ‘zoveel als kan decentraal’. Door boven op het bestaande interbestuurlijk toezicht (IBT) van provincies een aanvullend ministerieel instrument te leggen, ontstaat bestuurlijke drukte en doublure. 2.

Robuustheidscriteria: nuttig maar te beperkt

Wij onderschrijven het belang van robuustheidscriteria. Het wettelijk vastleggen hiervan (art. 18.19a) is gewenst en geeft provincies een noodzakelijk instrument om IBT ook te richten op de organisatie van omgevingsdiensten. De gekozen criteria – zoals een minimale begrotingsomvang, een voldoende aandeel vaste medewerkers en een structureel innovatie- en opleidingsbudget – zijn helder en zinvol. Tegelijkertijd zijn deze criteria uitsluitend gericht op omgevingsdiensten en daarmee slechts op een deel van het VTH-stelsel milieu. Niet alle milieutaken zijn bij omgevingsdiensten belegd. Door uitsluitend aan omgevingsdiensten extra eisen te stellen, kan het minder aantrekkelijk worden om taken daar alsnog onder te brengen, terwijl juist bundeling van capaciteit en expertise noodzakelijk is.

Bezoekadres

postadres

bank

website

telefoon

Mallegatsplein 10 1815 AG Alkmaar

Postbus 53 1800 BC Alkmaar

NL78BNGH0285000179

www.alkmaar.nl

14 072

Daarbij blijft nog onderbelicht dat aan een goede invulling van de VTH-taken op milieugebied een belangrijk aspect voorafgaat: zorgvuldige beleidsvorming en -vaststelling die blijk geeft van een integrale afweging, passend binnen de ETFAL-criteria van de Omgevingswet. De beleidstaak behoort niet bij een omgevingsdienst en hoort daar ook nadrukkelijk niet thuis, omdat het de keuze van de wetgever is geweest gemeenten meer dan voorheen in staat te stellen couleur locale aan het milieubeleid te geven. Wanneer de robuustheid in het beleidsproces niet of niet voldoende is geborgd, kan dit maar in beperkte mate door robuustheid in het VTH-proces worden gecompenseerd. Het is daarom van belang dat niet alleen wordt gekozen voor robuustheid in de VTH-keten voor milieu, maar ook in de fase daaraan voorafgaand. Het gaat dan niet om het enkel opstellen van criteria, maar ook – en in grotere mate – om het borgen dat gemeenten daadwerkelijk de handschoen van het milieubeleid oppakken. Dat is niet mogelijk wanneer het Rijk daarin geen faciliterende rol speelt, onder meer in de sfeer van het bieden van voldoende financiële middelen. 3.

Monitoring en ministerieel ingrijpen

Het voorstel introduceert landelijke kwaliteitsmonitoring (art. 18.24a) en een trapsgewijze opbouw van indicatoren naar ministerieel ingrijpen. Daarmee wordt het IBT door provincies in feite gepasseerd, terwijl juist zij de verantwoordelijkheid en nabijheid hebben om tijdig bij te sturen. 4.

Financiering: het werkelijke knelpunt

Wij missen in dit wetsvoorstel een realistische benadering van de financiële randvoorwaarden. Nergens wordt duidelijk gemaakt hoeveel middelen gemeenten voor de uitvoering beschikbaar krijgen. In tegendeel: met de invoering van de Omgevingswet hebben gemeenten minder middelen ontvangen en bovendien te maken met korting op hun bijdrage in de zogenoemde “ravijnjaren”. Robuustheid betekent echter dat er juist méér geld naar de omgevingsdiensten moet. Nu die middelen ontbreken, dreigen zeer vervelende situaties te ontstaan, met negatieve gevolgen voor de kwaliteit van uitvoering. 5.

Conclusie en oproep:

Wij roepen u daarom op om: •

te kiezen voor versterking van het bestaande interbestuurlijk toezicht via provincies en niet voor een aanvullend ministerieel instrument.

•

robuustheidscriteria wettelijk vast te leggen voor het gehele VTH-stelsel milieu en daarbij ook aandacht te hebben voor robuustheid in de beleidsfase.

•

structureel voldoende middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van milieutaken, inclusief ondersteuning van beleidsvorming en digitalisering.

2/3

Een aanvullend ministerieel instrument is niet nodig en niet wenselijk. Het ondermijnt de decentrale uitgangspunten van de Omgevingswet, veroorzaakt bestuurlijke drukte en legt financiële risico’s neer bij gemeenten en provincies, terwijl de middelen ontbreken. Alleen met adequate financiering kan van een werkelijk robuust VTH-stelsel milieu sprake zijn. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar, mw. drs. A.M.C.G. (Anja) Schouten, burgemeester

dhr. R.M. (Robert) Reus MPM, gemeentesecretaris

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16495155/1