250909 Raadsinformatiebrief Reacties op Opzet regioadvies pVAWOZ 380kV NHN - bijlage 1
Tekst van het document
Provincie Noord-Holland T.a.v. gedeputeerde Rosan Kocken Per mail: rosan.kocken@noord-holland.nl, secretariaat.kocken@noord-holland.nl In afschrift aan: Provincie Noord-Holland Miriam Ram, Strategisch beleidsadviseur RO Energie & Klimaat Ministerie van KGG Sophie Hermans, demissionair minister Maurits Moes, projectteam programma VAWOZ Noord-Holland Melchior Langeveld, projectteam 380 kV Netuitbreiding NHN TenneT Sikke Jansma, Omgevingsmanager Portefeuillehouders Focusoverleg Energie regio Alkmaar Ernest Briët, gemeente Bergen, voorzitter Christian Schouten, gemeente Alkmaar; Paul Slettenhaar, gemeente Castricum; Fred Ruiten, gemeente Dijk en Waard; Ronald Vennik, gemeente Heiloo; Jan Schouten, gemeente Uitgeest; Contactpersoon: Ons kenmerk: Doorkiesnummer: E-mail: Onderwerp: Datum:
Max Hormeijer 0639324024 mhormeijer@alkmaar.nl Reacties op proces en inhoud “Opzet regioadvies pVAWOZ & 380kV NHN” 9 september 2025
Geachte mevrouw Kocken, Met deze brief informeren wij u graag over een aantal zorgen en aandachtspunten die leven in de Regio Alkmaar ten aanzien van het regioadvies pVAWOZ & 380 kV. Wij reageren op het proces als geheel en geven technisch-inhoudelijke antwoorden op de 3 centrale vragen die ons zijn gesteld door de provincie. In een eerder stadium heeft onze regio al een eerste reactie gegeven per brief “Uitgangspunten regioadvies van regio Alkmaar” d.d. 4 juni 2025. Tezamen denken wij een helder beeld te geven van onze standpunten met betrekking tot zowel het proces als het project 380kV/pVAWOZ. Proces Wij begrijpen dat de rol die de provincie op zich heeft genomen om te komen tot een regioadvies 380kV/pVAWOZ uitdagend is. Wij zijn u erkentelijk dat u deze op u heeft genomen. Onze kritiek is echter dat het proces van afwegen van de diverse scenario’s volstrekt niet transparant is. Ook de
1 van 6
tijdsdruk in het proces baart ons zorgen. Bijvoorbeeld de deadline van vrijdag 22 augustus om inhoudelijk te reageren op het concept regioadvies, die midden in het zomerreces viel en daardoor voor ons zeer lastig ambtelijk en bestuurlijk was af te stemmen. Ook de reactie termijnen die gaan volgen tot en met december zijn veel te kort. Hierbij doelen we bijvoorbeeld op het informeren van de raden. Draagvlak van onze raden om te komen tot een regioadvies is voor ons essentieel. De planning voor het opstellen van het regioadvies is echter zo krap dat dit ons nauwelijks de tijd geeft om onze raden goed te informeren, laat staan aandachtspunten op te halen die wij kunnen inbrengen voor het definitieve regioadvies. Aangezien het ontwerp voorkeursbesluit door het Ministerie van KGG na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 wordt verwacht verzoeken wij u nogmaals om bij KGG te bespreken of de deadline voor het regioadvies (19 december), opgeschoven kan worden. Naast onze ontevredenheid over de termijnen in dit proces zijn we in onze regio op zijn zachts gezegd verbaasd dat 19 augustus een ambtelijke mail vanuit de provincie is verstuurd waaruit blijkt dat de provincie aan de hand van de reacties en brieven tot nu toe een duidelijk beeld krijgt dat de Groene corridor (al dan niet met een afslag na Oterleek naar Agriport (via andere corridors) de enige haalbare lijkt te zijn.
Dit vinden wij qua gevolgde proces volstrekt onduidelijk en inhoudelijk compleet niet onderbouwd. Enerzijds wordt onze regio in de gelegenheid gesteld om te reageren op conceptstukken, anderzijds lijkt het erop dat de provincie al een conclusie heeft getrokken en dat er eigenlijk al een keuze is gemaakt voor de groene variant. In de genoemde mail worden ambtenaren uitgenodigd om in de week van 1 september in gesprek te gaan, wat wij zullen doen. Hoewel in deze fase van het proces de nadruk zou moeten liggen op ambtelijke voorbereiding en afstemming, is het door deze procesgang juist zeer bestuurlijk geworden. Hieronder volgen de meer technisch-inhoudelijke reacties op de drie centrale vragen die de provincie ons stelde. Deze zijn als gevolg van de deadline van 22 augustus al ambtelijk aangeleverd.
1. Heb je aanscherpingen / aanvullingen in de opzet (o.a. vanuit de IEA’s)?
1.1 Tracé vs. Stationslocaties: Voor de onderbouwing van de verschillende scenario's is het van belang om de stationslocaties als uitgangspunt te nemen, omdat: ➢
➢
De bestuurders van de regio’s Alkmaar en de Noordkop hebben bij u aangegeven de voorkeur te geven aan het positioneren van het noordelijke station op Agriport, omdat daar de toekomstige vraag naar elektriciteit ligt en aansluit bij het bestaande schaal- en korrelniveau; De bestuurders van de regio’s Alkmaar, IJmond en de gemeente Zaanstad hebben bij u aangegeven de voorkeur geven om het zuidelijke station niet in het gebied tussen Zaandam en Beverwijk te positioneren in verband met de al bestaande druk op de leefbaarheid maar pleiten in plaats daarvan voor Wijdewormer;
2 van 6
➢
Uit de planMER en IEA komt Agriport overduidelijk als minst slechte optie (meest beperkte negatieve effecten) naar voren. Waarom wordt deze in de bulletpoint lijst niet als voorkeurslocatie aangeduid?
1.2 Weging van de onderwerpen: De provincie stelt dat om te komen tot een regioadvies er “principes tot afweging opgesteld worden”. Deze worden aangeduid in de paragraaf “redeneerlijn”. In deze paragraaf stelt de provincie een aantal uitgangspunten vast, maar wordt er geen prioritering/weging aangeduid van de verschillende onderwerpen. Dit lijkt ons wel op zijn plaats gezien de onderzoeksresultaten uit de planMER/IEA. 1.3 Gele corridor: In de scenario's van het regioadvies wordt de gele corridor als onwenselijk gezien, terwijl: ➢
Tot op heden nog essentiële onderzoeksresultaten ontbreken om een afweging te kunnen maken over de gele route (definitieve HIA, mitigatie UNESCO, knelpunt Purmerend / RWS);
➢
De gele corridor komt relatief goed uit de planMER en IEA. In zowel de planMER als de IEA worden de corridors en stationslocaties op meerdere aspecten onderzocht. In beide gevallen scoort de gele corridor het minst slecht. Bovendien is de gele route ook de goedkoopste, kortste en daarmee wellicht een aantrekkelijke keuze;
➢
De beargumentering waarom geel afvalt ten opzichte van andere tracés niet als zwaarwegender is aangewezen. De provincie haalt aan dat het gaat om een nieuwe doorsnijding door UNESCO Beemster en dat de route dwars door polder Mijzen gaat. Tegelijkertijd wordt er in de uitgangspunten aangegeven dat de “Lengte doorsnijding UNESCO-erfgoed niet leidend is in de keuze. Bovendien is er nog geen overeenstemming of besluit genomen over de weging van de verschillende aspecten. De provincie lijkt landschap en erfgoed zwaarder te laten wegen dan milieurisico’s, terwijl er geen prioritering van de effecten is opgenomen in de uitgangspunten.
1.4 Groene corridor ➢
De groene corridor zien wij niet als een geschikte route. De IEA en natuurorganisaties tonen aan dat hier veel draadslachtoffers zullen zijn;
➢
De groene corridor volgt niet de bestaande infrastructuur, waar wij voor pleiten. Dit heeft als gevolg dat er veel meer aantasting van het landschap zal zijn;
➢
Ook zal de groene corridor naast woonwijk De Draai in Dijk en Waard komen te liggen, met 3.000 woningen en 10.000 inwoners, waar geen rekening mee lijkt te worden gehouden. Ons standpunt is om woonkernen te vermijden door het inzetten van tussencorridors. Hierbij kan worden afgeweken naar Hoorn en de rode corridor, om zo aan te sluiten op een kansrijke route die bestaande infrastructuur volgt.
3 van 6
1.5 Rode corridor: Wij staan positief tegenover de rode corridor, die momenteel onvoldoende afgewogen aan de orde komt. In onze ogen is de rode route kansrijk omdat hij geen extra doorsnijding van het landschap veroorzaakt, wat bij de groene route wel het geval is. Het volgt bestaande infrastructuur, en blijft uit de buurt van woonwijken zoals bij de groene route het geval is. 1.6 Donkerblauwe corridor: Het afvallen van de blauwe corridor is naar onze mening goed afgewogen en onderbouwd. Het kwetsbare duinlandschap wordt niet aangetast en we kiezen niet voor de langste route. Hiernaast is de blauwe route onlogisch omdat eindstation Middenmeer qua economische ontwikkeling het meest voor de hand liggend is. 1.7 Corridor Regioadvies vs. PlanMER en IEA: In het regioadvies (Provincie) is de bundeling/combinatie van de 380kV-verbinding met de bestaande 150kV-hoogspanningsverbinding een uitgangspunt. In de planMER en IEA (Rijk) zijn de corridors verder uitgewerkt tot ‘referentielijnen'. Deze referentielijnen volgen niet de bestaande 150kV-verbinding. Hierdoor lopen we in de volgende projectfase alsnog het risico op een dubbele mastenrij (één tracé 150kV en één tracé 380kV). Dit is voor ons onacceptabel. 1.8 VAWOZ: Aanlanding op de kust van Castricum / Egmond zien wij als zeer onwenselijk vanuit de aantasting van de kustlijn, natuur en het zoetwatervraagstuk.
De locaties liggen in waardevol N2000 gebied. De aanlandingen op Castricum en Egmond scoren vanuit de plan-MER slecht. De duinen hebben een zeer belangrijke rol in de huidige drinkwatervoorziening van de provincie. Doorboring van grondlagen in dit gebied brengen daardoor onaanvaardbare risico’s met zich mee. In de toekomst krijgt de aansluitende binnenduinrandzone ook een functie in het systeem van de drinkwatervoorziening. De borging van kwaliteit en kwantiteit van de drinkwatervoorziening is een nationale opgaven die met het programma VAWOZ sterk onder druk komt te staan! Aanlanding bij de locatie Velsen is in meerdere opzichten een logischer keus.
2. Zie je kansen voor combinatie / compensatie?
2.1 Energieknooppunten: Als combinatie kan het 380 kV tracé goed de economische knooppunten Alkmaar, Hoorn en Middenmeer volgen. Hierbij wordt eerst de groene route gevolgd naar de Boekelemeer, waarna afgetakt wordt naar Hoorn om dan het rode tracé te volgen richting Middenmeer.
4 van 6
2.2 Ondergronds: Het ondergronds brengen van het 380kV tracé wordt enkel benoemd in het geval van een doorsnijding UNESCO-erfgoed. Dit is niet in lijn met de uitgangspuntenbrief van regio Alkmaar. Belangrijk uitgangspunt van de regio hierbij is om voor elke corridor het te realiseren 380kV tracé ondergronds te brengen, ongeacht welk tracé wordt gekozen. 2.3 Bundelen en combineren: Na onder andere de Alkmaarse reactie op de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (cNRD) zou bundelen en combineren een nadrukkelijkere plek krijgen. Echter, bij de compensatie voor het bestaande 150kV-tracé wordt gesproken over ondergrondse aanleg 'indien mogelijk' en wordt er helemaal niet meer gesproken over bundelen in één mast. Wij vragen u het bundelen en combineren randvoorwaardelijk te maken.
3. Zijn er bullets / onderdelen waarvan je denkt dat je bestuur niet kan instemmen? Zo ja, onder welke voorwaarden wel?
Het bestuur kan niet instemmen met de volgende onderdelen: 3.1 Startlocatie Beverwijk en eindlocatie Schagen zijn niet alleen ongewenst qua leefbaarheid respectievelijk onlogisch qua vraag naar energie, deze locaties komen uit de PlanMER en de IEA ook niet als voorkeurslocaties uit de bus; 3.2 Enkel bij doorsnijding van UNESCO-erfgoed 380kV ondergronds brengen is voor ons onacceptabel. Het ondergronds brengen van de 380kV als compensatiemogelijkheid, ook als er geen UNESCO-erfgoed wordt doorsneden, is voor ons randvoorwaardelijk; 3.3 De nieuwe 380kV-verbinding in de Schermer zonder te combineren/bundelen met de bestaande 150kV-verbinding. 3.4 Het ondergronds brengen van het bestaande 150kV tracé enkel beschrijven met “indien mogelijk”. Wanneer 150kV over een groot deel ondergronds wordt gebracht vermindert dit de impact, bevordert draagvlak en beperkt de effecten op gezondheid en natuur. Het ondergronds brengen van het bestaande 150kV tracé is voor ons randvoorwaardelijk om de negatieve effecten te mitigeren; 3.5 Effecten (en daarmee de realiseerbaarheid) van het ondergronds brengen van de 150kV in de groene corridor zijn nog niet in beeld.
Daarmee is het argument voor het volgen van de groene corridor, omdat negatieve effecten beperkt worden, geen zekerheid; 3.6 De gele corridor laten afvallen door enkel de doorsnijding door UNESCO Beemster en een doorkruising van polder Mijzen (belangrijk grutto/weidevogelgebied), terwijl de definitieve HIA nog ontbreekt. Bovendien zien de planMER en IEA de gele route als positief beoordeeld. De gele corridor zou dus meegenomen moeten worden als mogelijk kansrijke route óf het gesprek moet gevoerd worden over prioritering/weging van aspecten.
5 van 6
3.7 Wij willen meer het gesprek voeren over combinaties van routes: bijvoorbeeld door te starten met het gele tracé bij Wijdewormer, om dan af te buigen naar het rode tracé langs de A7. Wij hopen met deze brief de inzet van onze regio te hebben verhelderd. Hoogachtend,
E. Briët Voorzitter Focusoverleg Energie regio Alkmaar
Mede namens de wethouders Energie van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Dijk en Waard, Heiloo en Uitgeest
6 van 6