CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

250710 Raadsinformatiebrief - Zienswijze Programma van Eisen voor de busconcessie NoordWest Noord-Holland - Bijlage 2

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken49.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Concessie NoordWest Noord-Holland Ontwerp Programma van Eisen

CONSESSI

2

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

4

1.

4 4 5 6 7

8

2.

3.

33 33 34 34 35 36 36

Samenwerking Concessiehouder met partners Weg- en OV - infrastructuur Haltes Laadinfrastructuur Stallingen, werkplaatsen en pauzevoorzieningen

4. Uitvoeringskwaliteit 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5.

29 30 30 31 32 32

33

Infrastructuur 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

26 27 27 28 28

29

Vervoeraanbod Fasering van het aanbod Ontsluiting van het Concessiegebied Opbouw van het Lijnennet Verplichte Verbindingen van en naar Kernen Verplichte Trajecten Buurtbuslijnen Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam 2.9 Vervoeraanbod op Texel 2.10 Nachtlijnen 2.11 Vraagafhankelijk Vervoer 2.12 Vervoerplan en Dienstregeling 2.13 Aanbod tijdens Vakanties en seizoensgebonden aanbod 2.14 Vervoerkundige ontwikkeling gedurende de Concessie

23 23 24 24 25

26

Context Scope concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ Hoofdopgaven en doelen Concessie Rol en status ontwerp Programma van Eisen Leeswijzer

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

18 19 20 20 21 22

23

Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

8 9 10 12 13 15 16 17

Provincie Noord-Holland

Materieel 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6.

Vervoergarantie en capaciteit Rituitval en Vervangend Vervoer Punctualiteit en Aansluitingen Overmacht Compensatieregeling Algemene eisen Materieel Comfort en netheid Toegankelijkheid Apparatuur Huisstijl en reclame Buurtbussen

Reisinformatie 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Algemene informatie Toegankelijkheid informatie Lijnennetkaarten Informatie op Haltes Informatie in en op Voertuigen Digitale informatie Wijzigingen in de Dienstregeling

3

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

38

7.

38 39 39 40

41 41 42

43 43 44 44 45

46 46 47 47 49 49

50 50 50 51

Tarieven en Betaalwijzen 7.1 7.2 7.3 7.4

8.

Provincie Noord-Holland

Betaalsysteem Tarieven en Reisproducten Tarievenplan Toekomstige betaalsystemen

Marketing 8.1 8.2

Kader Marketingplan

9. Personeel 9.1 9.2 9.3 9.4

Concessiehouder als werkgever Eisen aan het Personeel Social Return Buurtbuschauffeurs

10. Veiligheid 10.1 Fysieke veiligheid 10.2 Verkeersveiligheid 10.3 Sociale veiligheid 10.4 Sociale Veiligheidsplan 10.5 Samenwerking op het gebied van Sociale Veiligheid

11. Duurzaamheid 11.1 Duurzame bedrijfsvoering 11.2 Milieuprestaties Materieel 11.3 Overgang circulaire economie

52

12. Consumentenbescherming en Reizigersinspraak

52 53 53

12.1 Klantenservice en klachtenafhandeling 12.2 ROCOV en Stakeholderconsultatie 12.3 Reizigershandvest

54 54 55 56 57

59 59 60 61

62

13. Ontwikkeling in samenwerking 13.1 13.2 13.3 13.4

Ontwikkelrol Concessiehouder Ontwikkelplan Concessiehouder als Mobiliteitsmakelaar Overleg Concessieverlener en Concessiehouder

14. Data en monitoring 14.1 Datalevering 14.2 Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens 14.3 Monitoring

Bijlagen bij het ontwerp Programma van Eisen

62 69

B1 B2

79 87 90

B3 B4 B5

Begrippenlijst Vervoerkundig kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland Vervoerkundige Bijlagen Social Return Protocol sturing

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

4

Provincie Noord-Holland

1. INLEIDING 1.1 Context Op 15 juli 2028 eindigen de concessies Haarlem-IJmond en Noord-Holland Noord. Op grond van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) is het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (GS) bevoegd om concessies voor het openbaar busvervoer in beide concessiegebieden te verlenen. Op 9 april 2024 hebben GS besloten om de concessiegebieden na afloop van de huidige concessies samen te voegen tot het concessiegebied NoordWest Noord-Holland (NWNH). Dit ontwerp Programma van Eisen (PvE) bevat in concept de eisen die met ingang van de nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ van kracht zullen worden.

1.2 Scope concessie ‘NoordWest Noord-Holland’1 Sinds 2001 is wettelijk geregeld dat een vervoerder over een concessie2 moet beschikken om in een regio Openbaar Vervoer aan te mogen bieden. De concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ betreft het exclusieve recht, en tevens de plicht, tot het aanbieden van openbaar busvervoer in het concessiegebied NoordWest Noord-Holland en op een aantal aangewezen Trajecten in aangrenzende concessiegebieden.

Het Concessiegebied NoordWest Noord-Holland. 1 2

De scope van de Concessie is in de Concessiebeschikking in detail beschreven. Een concessie geeft een vervoerder (de concessiehouder) het alleenrecht op het uitvoeren van het Openbaar Vervoer in een gebied. De grondslag voor de concessieverlening is vastgelegd in de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000), het Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000) en de PSO-verordening (Verordening (EG) 1370/2007 over openbaar personenvervoer per spoor en over de weg).

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

5

Provincie Noord-Holland

De nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ betreft een samenvoeging van de huidige, aan Connexxion verleende concessies Haarlem-IJmond en Noord-Holland Noord die beiden op 15 juli 2028 eindigen. De nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ (hierna: de Concessie3) start op 16 juli 2028 en eindigt in juli 2043, op het moment waarop de zomer­ vakantie aanvangt in de onderwijsregio Noord. Gunning van de Concessie is voorzien na de zomer van 2026.

1.2.1 Het concessiegebied NoordWest Noord-Holland Het concessiegebied NoordWest Noord-Holland omvat de volgende gemeenten: Alkmaar, Bergen, Beverwijk, Bloemendaal, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. In het Concessiegebied wonen circa 1 miljoen mensen en werken circa 460.000 mensen. Dagelijks stappen er ongeveer 44.000 Reizigers in bij het Openbaar Vervoer. Tot 2040 vindt er in het concessiegebied NoordWest NoordHolland een aanzienlijke woningbouw ontwikkeling plaats, grotendeels nabij ov-knooppunten. De Provincie wil de bijbehorende groei aan mobiliteit faciliteren met duurzame mobiliteit om bereikbaarheid te borgen en bij te dragen aan klimaatdoelen, energietransitie en verkeersveiligheidsambitie. De Concessie omvat een aantal Lijnen naar aangrenzende concessiegebieden en een netwerk van 12 Buurtbuslijnen. De Concessiehouder faciliteert deze Buurtbuslijnen, onder meer door de hiervoor benodigde Buurtbussen beschikbaar te stellen.

1.3 Hoofdopgaven en doelen Concessie De provincie Noord-Holland staat samen met alle organisaties en inwoners voor enorme veranderingen. De bereik­ baarheid in Noord-Holland is de afgelopen jaren steeds meer onder druk komen te staan. De Provincie ziet dat de mobiliteitsnetwerken in en tussen steden en Kernen vaak overbelast zijn en voor hinder voor de omgeving zorgen. De groei van het aantal inwoners en de werkgelegenheid zorgt voor meer mobiliteit, meer vraag naar energie en meer vraag naar ruimte en Infrastructuur. Er zijn integrale keuzes voor mobiliteit in relatie tot de verstedelijkingsopgaven in de Provincie nodig om problemen te voorkomen of op te lossen. Een andere hoofdopgave waar de Provincie voor staat is het verduurzamen van de energieopwekking die ertoe moet leiden dat nieuwe, schone brandstoffen voor iedereen toegankelijk worden. Deze energietransitie is de basis voor schone mobiliteit, maar vraagt ook om Infrastructuur en logistiek voor nieuwe brandstoffen (met name elektrisch en waterstof). Deze grootschalige veranderingen zijn nodig om de klimaatsverandering te remmen en Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dit vraagt ook wat van mobiliteit. In het kader van het Klimaatakkoord en het Schone Luchtakkoord heeft de Provincie zich gecommitteerd aan verbeterdoelen.

In het Perspectief Mobiliteit brengt de Provincie deze hoofdopgaven bij elkaar te brengen en formuleert zij de beleidsinzet om de ontwikkelingen goed te kunnen faciliteren. Het Perspectief Mobiliteit vormt daarmee ook een liniaal waarlangs de Provincie haar plannen legt om te controleren of de Provincie op de goede weg is. De Provincie heeft onderdelen uit het Perspectief Mobiliteit nader uitgewerkt in de Visie Publieke Mobiliteit. De Visie Publieke Mobiliteit gaat over alle vervoer waarvoor reizigers niet een eigen vervoermiddel, zoals Auto of fiets, kunnen of willen gebruiken. De ambitie daarbij is dat Publieke Mobiliteit overal in de Provincie goed georganiseerd is. Het regionaal Openbaar Vervoer is een belangrijk onderdeel van Publieke Mobiliteit. De Provincie is wettelijk verantwoor­ delijk voor het regionaal Openbaar Vervoer in een groot deel van de Provincie. Voor de bruikbaarheid van het regionaal Openbaar Vervoer is het echter van belang dat de gehele (keten)reis van deur tot deur goed werkt, dus ook de Trein, voor- en natransport, deelmobiliteit en regionaal Openbaar Vervoer dat onder verantwoordelijkheid van de Vervoer­ regio Amsterdam en omliggende provincies valt. In het Coalitieakkoord_2023_2027_’Verbindend_vooruit geeft de Provincie ten slotte aan dat Openbaar Vervoer belang­ rijk is voor inwoners in het landelijk én stedelijk gebied.

De Provincie zet in op beter en betaalbaar Openbaar Vervoer (ov), onder andere in de kleine Kernen. Daarom wil de Provincie investeren in nieuwe vormen van deelmobiliteit, Openbaar Vervoer en hubs om het overstappen op verschillende vormen van mobiliteit te faciliteren.

3

In dit document zijn gedefinieerde begrippen met een hoofdletter geschreven. De definitie van deze begrippen is te vinden in het document ‘Begrippenlijst’.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

6

Provincie Noord-Holland

De Provincie heeft de implicaties van de Visie Publieke Mobiliteit en het coalitieakkoord voor het openbaar busvervoer in het concessiegebied ‘NoordWest Noord-Holland’ nader geconcretiseerd in een Nota van Uitgangspunten. In de Nota van Uitgangspunten zijn de hoofdlijnen voor de nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ vastgelegd. Daarbij onderscheidt de Provincie de volgende manieren waarop het Openbaar Vervoer kan bijdragen aan de hiervoor beschreven hoofdopgaven: 1. Borgen van de bereikbaarheid 2. Bijdragen aan inclusief toegankelijk mobiliteitssysteem (mobiliteitsrechtvaardigheid) 3. Bijdragen aan duurzaam mobiliteitssysteem De Provincie stelt op basis hiervan als hoofddoel voor de concessie ‘NoordWest Noord-Holland’:

De Concessie moet de bereikbaarheid van relevante bestemmingen in NoordWest Noord-Holland op een inclusieve, toegankelijke, veilige en duurzame manier borgen in de vorm van een goed ov-aanbod aangevuld met andere vormen van Publieke Mobiliteit.

De Provincie heeft dit hoofddoel vervolgens verder uitgewerkt in de volgende subdoelen (strategieën): 1. De bereikbaarheid van woon-, werk- en onderwijslocaties in NoordWest Noord-Holland is geborgd door het bieden van snelle, directe, frequente en betrouwbare Verbindingen die een volwaardig alternatief zijn voor de Auto. 2. De basisbereikbaarheid van regionale voorzieningen (o.a. ziekenhuizen en winkelgebieden breder dan dagelijkse boodschappen) is geborgd door korte loopafstanden tot ov-haltes vanaf waar ten minste een keer per uur een Bus vertrekt en door korte reistijden vanaf de ov-haltes naar deze voorzieningen. 3. De toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer is geborgd door de inzet van toegankelijke Voertuigen, de beschik­ baarheid en toegankelijkheid van reisinformatie en de betaalbaarheid van Ritten. 4. De veiligheid van het Openbaar Vervoer is geborgd door een heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheid en een goede samenwerking tussen partijen. 5. De duurzaamheid van het Openbaar Vervoer wordt verbeterd door de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en circulaire inkoop.

1.4 Rol en status ontwerp Programma van Eisen Als nadere uitwerking van de Nota van Uitgangspunten heeft de Provincie dit ontwerp Programma van Eisen voor de (aanbesteding van) de Concessie opgesteld. In het ontwerp Programma van Eisen staan de eisen die de Provincie aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder10 stelt. Daarnaast moet de Concessiehouder zich vanzelfsprekend aan alle wettelijke bepalingen en regelingen houden die relevant zijn bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer. Deze wettelijke bepalingen en regelingen zijn niet in het Programma van Eisen opgenomen. Dit document betreft een ontwerpversie van het Programma van Eisen. Deze ontwerpversie wordt: • conform artikel 27 en 27(a) van de Wp2000 voor advies voorgelegd aan het door de Provincie aangewezen Reizigers Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer Noord-Holland, gebiedskamer Haarlem – IJmond en Noord-Holland Noord (“ROCOV”); • voor een reactie voorgelegd aan de Gemeenten in het concessiegebied NoordWest Noord-Holland, vervoerders (in de vorm van een marktconsultatie en een marktraadpleging Sociale Veiligheid), Buurtbusverenigingen en concessie­ verleners van aangrenzende concessiegebieden (i.c. Vervoerregio Amsterdam en de provincies Zuid-Holland, Friesland en Flevoland).

Met deze concessieverleners maakt de Concessieverlener afspraken over de uitvoering van Verbindingen naar en vanuit aangrenzende concessiegebieden, en • op de website van de Provincie gepubliceerd. Tot en met 3 juli 2025 is het mogelijk om op deze ontwerpversie te reageren via aanbestedingnwnh@noord-holland.nl. Alle ontvangen adviezen en reacties worden opgenomen en door de Provincie beantwoord in een Nota van Zienswijzen. Hierin geeft de Provincie aan of, en zo ja op welke wijze, adviezen en reacties in de definitieve versie van het Programma van Eisen zijn verwerkt dan wel waarom adviezen en reacties niet zijn overgenomen. De Nota van Ziens­ wijzen wordt tezamen met het definitieve Programma van Eisen als onderdeel van het Bestek gepubliceerd. Andere documenten ten behoeve van de aanbesteding die de Provincie parallel aan het Programma van Eisen opstelt en te zijner tijd onderdeel van het Bestek zullen worden, zijn onder meer:

• Inschrijvingsleidraad: een beschrijving van de aanbestedings- en beoordelingsprocedure inclusief de Gunnings­ criteria en de informatie die Inschrijvers moeten aanleveren.

• Concessiebesluit: het besluit tot verlening van de Concessie aan de winnende Inschrijver met daarin de eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen. In het Concessiebesluit zijn bepalingen van meer algemene aard uitgewerkt zoals onderwerp, duur en gebied van de Concessie en procedures voor onder meer Herijking/aanpassing en verlenging van de Concessie.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

7

Provincie Noord-Holland

• Begrippenlijst: Bijlage bij het Concessiebesluit waarin de definities van de in de documenten gehanteerde begrippen zijn opgenomen. Bij het ontwerp Programma van Eisen is een ontwerpversie van de Begrippenlijst gevoegd.

• Financiële bepalingen: document met de financiële bijdrage die Provincie ter beschikking stelt voor de uitvoering van de Concessie. In dit document is aangegeven aan welke financieel-administratieve voorwaarden de Concessie­ houder moet voldoen om voor deze bijdrage in aanmerking te komen en wat de consequenties zijn wanneer de Concessiehouder bepaalde verplichtingen vanuit de Concessie niet nakomt.

1.5 Leeswijzer Het Programma van Eisen bevat de minimumeisen waaraan de Concessiehouder in ieder geval moet voldoen. De Provincie daagt (potentiële) Inschrijvers echter uit om in het kader van de aanbesteding van de Concessie zoveel mogelijk extra’s bovenop deze minimumeisen te bieden om zo de Concessie gegund te krijgen. De wensen van de Provincie met betrekking tot deze extra’s, veelal gerelateerd aan de doelen van de Concessie (zie paragraaf 1.3), worden in de Inschrijvingsleidraad nader uitgewerkt in de vorm van Gunningscriteria. De eisen zelf zijn per (deel)onderwerp beschreven in verschillende hoofdstukken. Elk hoofdstuk start met een toelichtende tekst die op functionele wijze beschrijft wat de Provincie met het betreffende onderwerp wil bereiken. De concrete eisen die hieruit voortvloeien zijn opgenomen in tabellen. Een lezer die alleen op hoofdlijnen wil weten welke eisen de Provincie aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder stelt, kan zich beperken tot de inleidende teksten. In geval van strijdigheid tussen een inleidende tekst en een eis in een tabel, prevaleert de eis in de tabel. Indien in dit Programma van Eisen wordt verwezen naar een Bijlage wordt hiermee één van de Bijlagen bij dit Programma van Eisen bedoeld, tenzij dit expliciet anders is vermeld (bijvoorbeeld: een Bijlage bij de Financiële bepalingen).

Tenslotte adviseren wij u om, voordat u begint met lezen aan hoofdstuk 2 (Vervoeraanbod), Bijlage B2 Vervoerkundig kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland te lezen.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

8

Provincie Noord-Holland

2. VERVOERAANBOD De Concessieverlener heeft in de vastgestelde Visie Publieke Mobiliteit en in de Nota van Uitgangspunten voor de Concessie NoordWest Noord-Holland drie doelen voor de Concessie geformuleerd die in het document Vervoerkundig Kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland (hierna: Vervoerkundige Kader, zie Bijlage B2) vertaald zijn naar vervoerkundige uitgangspunten voor de Concessie waarbij de ontwikkelperspectieven Noord-Holland Noord en Zuid-Kennemerland IJmond richtinggevend zijn geweest. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder in zijn Inschrijving en gedurende de looptijd van de Concessie het Vervoerkundige Kader volgt. Dit houdt in dat de Concessiehouder vanaf start van de Concessie de bereikbaarheid van het hele Concessiegebied verbetert door op kansrijke Verbindingen hoogfrequente en snelle Buslijnen aan te bieden en tegelijkertijd de inclusiviteit van het Openbaar Vervoer waarborgt door een netwerk van Lijnen aan te bieden met in stedelijke gebieden korte loopafstanden tot Haltes en bediening van kleine Kernen in het hele Concessiegebied. De Concessie­ houder vertaalt het Vervoerkundige Kader naar een eenvoudig te begrijpen netwerk aan lijnen met veel reismogelijkheden tijdens de hele bedieningsperiode.

De Concessieverlener verwacht daarbij dat de Concessiehouder gedurende de looptijd van de Concessie aandacht besteedt aan de verschillen tussen regio’s binnen het Concessiegebied en in samenwerking met de Concessieverlener en overige Stakeholders, zoals Gemeenten, lokale initiatieven verder ontwikkelt. In dit hoofdstuk beschrijft de Concessieverlener de eisen waaraan het OV-netwerk en de Dienstregeling in ieder geval moeten voldoen.

2.1 Fasering van het aanbod In het huidige concessiegebied Noord-Holland-Noord is in de zomer van 2024 een nieuwe dienstregeling met ingrijpende wijzigingen in het Lijnennet ingevoerd. Om Reizigers een duurzaam betrouwbaar aanbod aan Openbaar Vervoer te bieden, wil de Concessieverlener de komende jaren geen verdere ingrijpende wijzigingen aan het Lijnennet binnen Noord-Holland-Noord doorvoeren. Daarnaast is bij verschillende recent gestarte concessies gebleken dat een ingroeiperiode in de eerste periode van de Concessie wenselijk is. Daarom heeft de Concessieverlener besloten om een fasering in de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer aanbod tijdens de eerste jaren van de Concessie te hanteren, namelijk: Fase 1: De eerste 12 maanden van de Concessie; Fase 2: De periode vanaf juli 2029, waarbij een tussentijdse wijziging van de Dienstregeling is toegestaan indien de datum van ingebruikname van het Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid niet samenvalt met de ingangsdatum van een Jaardienstregeling. In de eerste 12 maanden van de Concessie (juli 2028 tot en met juni 2029) mag de Concessiehouder het Lijnennet in principe niet wijzigen ten opzichte van het Lijnennet in het begin van 2028 (met uitzonde­ ring van positieve veranderingen in het bestaande netwerk, zoals frequentieverhogingen of langere bedieningstijden).

Op die manier wil de Concessieverlener een voor Reizigers stabiele Dienstregeling bij overgang van de concessies borgen. Vanaf het Dienstregelingjaar 2029 zijn in principe aanpassingen van het Lijnennet in het hele Concessie­ gebied mogelijk. Eén van de redenen om het Lijnennet aan te passen is het in 2024 genomen besluit om in Haarlem het nieuwe busstation Knooppunt Nieuw Zuid aan te leggen. Verwachting is dat dit Knooppunt in het jaar 2029 in gebruik genomen kan worden. Dat betekent dat op een nog niet bekend moment binnen de eerste twee jaren van de Concessie een nieuwe centrale overstaplocatie binnen de regio Haarlem-IJmond beschikbaar komt. De Concessieverlener geeft de Concessiehouder de ruimte om al voor oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid een gewijzigd Lijnennet in de regio Haarlem en IJmond aan te bieden. Wel biedt Knooppunt Nieuw Zuid mogelijkheden om dit gewijzigde Lijnennet te optimaliseren qua Aansluitingen en eventueel andere Routes van een beperkt aantal lijnen. Daarom is het de Concessiehouder toegestaan om direct na

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

9

Provincie Noord-Holland

oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid verdere wijzigingen in de Dienstregeling door te voeren, indien de datum van ingebruikname van het Knooppunt Nieuw Zuid niet overeenkomt met de ingangsdatum van een Dienstregelingjaar of de start van de tweede fase in de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer aanbod.

Fasering van het aanbod 2.1.1

De Concessiehouder biedt vanaf 16 juli 2029 een Dienstregeling aan die voldoet aan alle eisen in dit hoofdstuk.

2.1.2

De Concessiehouder biedt vanaf start van de Concessie tot en met 15 juli 2029 een Dienstregeling aan waarbij de Routes van bestaande Lijnen ongewijzigd blijven ten opzichte van en de bedieningstijden en frequenties van bestaande Lijnen minimaal gelijk blijven aan de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregeling­ jaar 2028 voor de huidige concessies Noord-Holland-Noord en Haarlem-IJmond. Het is de Concessiehouder toegestaan om vanaf start van de Concessie en/of het Dienstregelingjaar 2029: Extra Lijnen conform de Lijntypes zoals opgenomen in Tabel 4 aan te bieden in aanvulling op bestaande Lijnen die zijn opgenomen in de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregelingjaar 2028, mits bestaande Lijnen ongewijzigd blijven; Hogere frequenties en langere bedieningstijden op bestaande Lijnen aan te bieden, en Vertrektijdstippen op Haltes aan te passen om Aansluitingen te verbeteren.

2.1.3

Het is de Concessiehouder toegestaan om binnen drie maanden na oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid de Dienstregeling van het Openbaar Vervoer binnen Haarlem te wijzigen, ook als het tijdstip van wijziging van de Dienstregeling niet overeenkomt met de ingangsdatum van een nieuw Dienstregelingjaar. Indien de Concessiehouder daarbij ook lijnvoering, bedieningstijden en frequenties van Lijnen wil aanpassen, dienen deze aanpassingen in het voorafgaande Vervoerplan vastgesteld te zijn.

2.2 Ontsluiting van het Concessiegebied De Concessieverlener heeft passend bij het doel om te komen tot een inclusief netwerk aan Openbaar Vervoer de ambitie om minimaal het huidige ontsluitingsniveau van het Concessiegebied te borgen. De eisen aan te bedienen Kernen en afstanden tot Haltes sluiten daarom grotendeels aan bij de huidige situatie. Door voor frequentere lijnen afstanden van maximaal 600 meter tot een Halte toe te staan, biedt de Concessieverlener de Concessiehouder de ruimte om het vervoeraanbod op een Traject beperkt te bundelen om aanbod van hoogfrequente lijnen te faciliteren. Dit levert kortere wachttijden en een hogere betrouwbaarheid op waardoor de bereikbaarheid van het Concessiegebied verbetert; dat wil zeggen, Reizigers kunnen erop vertrouwen dat zij op meer momenten en binnen hetzelfde tijdbestek meer plekken met het Openbaar Vervoer kunnen bereiken. Daarnaast eist de Concessieverlener dat de Concessiehouder inspeelt op ontwikkelingen rondom nieuwbouwlocaties door vroegtijdig voor een passende OV-ontsluiting te zorgen om zo nieuwe bewoners te verleiden om gebruik te maken van het Openbaar Vervoer.

Ontsluiting van het Concessiegebied 2.2.1

De Concessiehouder ontsluit minimaal 90% van alle adressen in elke Kern en elke Wijk met minimaal het bedieningsniveau van het Openbaar Vervoer zoals opgenomen in Tabel 1 (voor Kernen met minder dan 25.000 inwoners) en Tabel 2 (voor Wijken in Kernen met minimaal 25.000 inwoners). Een adres geldt als ontsloten wanneer de Hemelsbrede afstand van dit adres naar • een Halte van een R-netlijn of Stadsprinter maximaal 600 meter bedraagt, of • een Halte van een Streeksprinter, Wijkverbinder, Basisverbinder, Maatwerkverbinder of Buurtbuslijn maximaal 400 meter bedraagt, of • een van de Treinstations Alkmaar, Haarlem of Hoorn maximaal 1.200 meter bedraagt, of • een Treinstation met een Sprinter-bediening van op één Verbinding minimaal vier Treinen per uur per richting op een werkdag om 12:00 uur, of een Treinstation met een Intercity-bediening* maximaal 800 meter bedraagt, of • een ander Treinstation met een Sprinter-bediening van per Verbinding minder dan vier Treinen per uur en richting op een werkdag om 12:00 uur maximaal 400 meter bedraagt. *Treinstations met een bediening door treindiensten die op het betreffende Traject een Sprinter-functie hebben, waaronder de Treinstation op het Traject tussen Alkmaar en Den Helder en tussen Hoorn en Enkhuizen, gelden niet als Treinstations met een Intercity-bediening.

2.2.2

4

Indien het vanwege beperkingen van de beschikbare Infrastructuur niet mogelijk is om aan eis 2.2.1 te voldoen, bedient de Concessiehouder in ieder geval alle Haltes in de betreffende Kern of Wijk zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 20254.

De Jaardienstregeling 2025 wordt als achtergrondinformatie bij het ontwerp Programma van Eisen gepubliceerd. Hierop kan niet worden gereageerd.

10

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

Provincie Noord-Holland

Ontsluiting van het Concessiegebied 2.2.3

De Concessiehouder ontsluit elk ziekenhuis in het Concessiegebied met een Lijn met minimaal de frequenties en bedieningstijden van een Basisverbinder die halteert bij een Halte op maximaal 250 meter werkelijke loopafstand naar de hoofdingang van het betreffende ziekenhuis. Bij start van de Concessie betreft dit de volgende ziekenhuizen: • Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Alkmaar • Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Den Helder • Dijklander Ziekenhuis, Hoorn • Beverwijk Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk • Spaarne Gasthuis, locatie Noord, Haarlem • Spaarne Gasthuis, locatie Zuid, Haarlem

2.2.4

De Concessiehouder ontsluit ten minste 90% van alle adressen van een nieuwbouwlocatie binnen een bestaande Kern met op termijn minimaal 2.000 inwoners en een bevolkingsdichtheid van 1.200 inwoners per km2 met ten minste een Basisverbinder en met een maximale Hemelsbrede afstand tot een Halte conform het bepaalde in eis 2.2.1 zodra minimaal 500 bewoners in de betreffende nieuwbouwlocatie gevestigd zijn. Deze eis geldt niet voor nieuwbouwlocaties waarvoor de Concessieverlener heeft vastgesteld dat dit vanwege de beschikbare en geplande Infrastructuur (nog) niet mogelijk is.

2.2.5

De Concessiehouder voldoet aan eis 2.2.1, ook indien er door nieuwbouw binnen bestaande Kernen of Wijken nieuwe Verbindingen en de bediening van andere Haltes nodig zijn. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk indien de Concessieverlener anders bepaalt, bijvoorbeeld omdat de ontsluiting van de betreffende nieuwbouwlocatie vanwege de ruimtelijke inrichting beperkte meerwaarde biedt voor bestaande en potentiële Reizigers.

Kern met aantal Treinstation in de Minimumbedieningsniveau om te vol­ inwoners betreffende Kern doen aan eis 2.2.1 conform Lijntype*

Verbinding met minimaal

1.250-2.499

Niet aanwezig

Maatwerkverbinder

Een A- of B-Knooppunt

2.500-4.999

Niet aanwezig

Basisverbinder**

Een A-Knooppunt

5.000-24.999

Niet aanwezig

Streeksprinter

Een A-Knooppunt

1.250-24.999

Aanwezig

Basisverbinder**

Een A- of B-Knooppunt

Tabel 1: Minimumbedieningsniveau in Kernen met minder dan 25.000 inwoners zoals opgenomen in Bijlage 3.7. * Het is de Concessiehouder toegestaan om aan het minimumbedieningsniveau per Kern te voldoen door (voor de hele of een deel van de bedieningsperiode) Lijnen van andere Lijntypes aan te bieden, mits de betreffende Lijn voldoet aan de minimale frequenties en bedienings­ tijden van het in de tabel opgenomen Lijntype. Het is de Concessiehouder daarnaast toegestaan om Vraagafhankelijk Vervoer aan te bieden in aanvulling op de vereiste Lijnen. ** Voor Kernen in deze categorieën die in de Jaardienstregeling 2025 uitsluitend of gedeeltelijk met Buurtbuslijnen en/of Overige lijnen ontsloten worden, volstaat het bedieningsniveau zoals opgenomen in de Jaardienstregeling van 2025. De Concessieverlener beschouwt daarbij de in de Jaardienstregeling 2025 opgenomen Lijn 153 (Schagen-Winkel-Nieuw Niedorp) als Overige lijn en niet als Maatwerkverbinder. Voor de Kernen die door deze Lijn bediend worden, volstaat de in eisen 2.6.1 en 2.7.2 opgenomen bedieningsverplichting.

Minimaal aantal inwoners en bevolkingsdichtheid

In Kern met aantal inwoners

Minimumbedieningsniveau om te voldoen aan eis 1.1.2 conform Lijntype

Wijk met minimaal 2.000 inwoners en minimaal 1.200 inwoners per km/2 of Buurt met minimaal 5.000 inwoners per km/2

25.000-49.999

Basisverbinder

50.000 of meer

Wijkverbinder

Tabel 2: Minimumbedieningsniveau per Wijk in Kernen met minimaal 25.000 inwoners zoals opgenomen in Bijlage 3.7. * Het is de Concessiehouder toegestaan om aan het minimumbedieningsniveau per Kern te voldoen door (voor de hele of een deel van de bedieningsperiode) Lijnen van andere Lijntypes aan te bieden, mits de betreffende Lijn voldoet aan de minimale frequenties en bedieningstijden van het in de tabel opgenomen Lijntype.

2.3 Opbouw van het Lijnennet De Concessieverlener streeft naar een samenhangend Lijnennet dat voor Reizigers eenvoudig te begrijpen is. Een van de speerpunten daarbij is de consistente integratie van het Lijnennet met het Openbaar Vervoer van overige concessie­ houders (per Trein, Bus en Veer). De Concessiehouder werkt zijn aanbod dusdanig uit dat het Openbaar Vervoer van alle in de regio aanwezige concessiehouders voor Reizigers een samenhangend geheel vormt door parallelliteit te voor­ komen en goede Aansluitingen te bieden. In aansluiting met de doelen van de Concessie en de in de Visie Publieke Mobiliteit opgenomen lijnformules (Plusnet en Basisnet) onderscheidt de Concessieverlener binnen het Lijnennet de volgende Lijntypes: • In het landelijke gebied bieden Streeksprinters snelle en frequente Verbindingen tussen grotere Kernen (>5.000 inwoners) en het centrum van steden. Kleinere Kernen (>2.500 inwoners) worden ontsloten met Basis­

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

11

Provincie Noord-Holland

verbinders waar de focus op beschikbaarheid tijdens de hele bedieningsperiode ligt. In overige te ontsluiten Kernen (>1.250 inwoners) zorgen Maatwerkverbinders ervoor dat het huidige bedieningsniveau met Openbaar Vervoer geborgd blijft. Alle Lijnen takken op voor Reizigers zinvolle plekken aan op het treinnetwerk en overige relevante lijnen zoals de Buslijn van Alkmaar via Den Oever naar Leeuwarden. • In het stedelijke gebied bieden R-netlijnen en Stadsprinters snelle en hoogfrequente Verbindingen vanuit Wijken met een zeer hoge bevolkingsdichtheid (uitgangspunt 6.000 inwoners per km2) en nabijgelegen grote Kernen naar centrale bestemmingen. In aanvulling op Stadsprinters en in Wijken waar geen Stadsprinters aanwezig zijn, zorgen Wijkverbinders voor korte loopafstanden naar Haltes. Het aanbod aan Openbaar Vervoer wordt verder aangevuld met de bestaande Buurtbuslijnen (paragraaf 2.6), Overige lijnen gericht op specifieke doelgroepen zoals scholieren (paragraaf 2.7), en Nachtlijnen (paragraaf 2.9). Ten slotte gelden voor Texel specifieke bedieningseisen (paragraaf 2.11). De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder op basis van de gedefinieerde Lijntypes en hun functies in het Concessiegebied een voor Reizigers navolgbaar Lijnennet met een betrouwbaar aanbod met zo weinig mogelijk wijzigingen in Routes en beschikbaarheid over de hele dag aanbiedt.

Dit houdt in dat de Concessieverlener zo veel mogelijk aanbod biedt op de Lijnen die de hele dag beschikbaar zijn en Overige lijnen, zoals Lijnen met een beperkte bedieningsperiode alleen in uitzonderlijke gevallen aanbiedt.

Eisen aan Lijntypes 2.3.1

De Concessiehouder biedt ten minste tijdens de bedieningsperioden zoals opgenomen in Tabel 3 een samenhangend netwerk van R-netlijnen, Stadsprinters, Streeksprinters, Wijkverbinders, Basisverbinders, Maatwerkverbinders, Buurtbuslijnen en Overige lijnen aan. Daarbij zorgt de Concessiehouder ervoor dat per Lijn en richting de eerste Rit nooit eerder vanaf de Beginhalte vertrekt dan het begintijdstip en de laatste Rit nooit eerder op de Eindhalteaankomt dan het eindtijdstip van de in Tabel 3 aangegeven periodes.

2.3.2

Het is de Concessiehouder toegestaan om Lijnen van verschillende Lijntypes, niet zijnde R-netlijnen en Stadsprinters, te combineren en voor deze gecombineerde Lijn hetzelfde Lijnnummer te gebruiken (zoals een Streeksprinter en een Wijkverbinder), mits de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener kan aantonen dat dit voordelen voor (potentiële) Reizigers biedt.

2.3.3

In afwijking van eis 2.3.2 is het de Concessiehouder toegestaan om Lijnen behorend tot de Lijntypes R-netlijn en Stadsprinter op hun Eindhalte te koppelen aan een Lijn van een ander Lijntype en de gehele Lijn als respectievelijk R-netlijn of Stadsprinter te exploiteren, indien de gecombineerde Lijn op minimaal 85% van het gehele Traject van de gekoppelde Lijn voldoet aan de eisen aan de frequenties van respectievelijk een R-netlijn of Stadsprinter en mits de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener kan aantonen dat dit voordelen voor (potentiële) Reizigers biedt. Voor de Concessiehouder op een deel van het Traject van de gekoppelde Lijn niet voldoet aan de minimumeisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een R-net-lijn of Stadsprinter, geldt voor het door dit deel van het Traject bediende gebied geldt 400 meter als maximaal toegestane Hemelsbrede afstand tot Haltes zoals aangegeven in eis 2.2.1.

2.3.4

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Lijnen van het Lijntype R-netlijnen en Stadsprinter aan te bieden die Routevarianten en/of Trajecten met een alternerende bediening (waaronder in twee richtingen bediende lusroutes) hebben, tenzij de Concessieverlener in het kader van de Dienstregelingsprocedure (Bijlage 3.1) anders bepaalt.

2.3.5

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om aan de eisen ten aanzien van de ontsluiting van het Concessiegebied te voldoen door een Traject maar in één richting te bedienen, tenzij minimaal 80% van het betreffende Traject in de Jaardienstregeling 2025 ook uitsluitend in één richting bediend wordt.

2.3.6

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om R-netlijnen en Stadsprinters aan te bieden die Trajecten langer dan 2.000 meter (gemeten over het midden van de weg) maar in één richting te bedienen.

2.3.7

De Concessiehouder biedt op alle R-netlijnen, Stadsprinters, Streeksprinters, Wijkverbinders en Basisverbinders minimaal de frequenties zoals opgenomen in Tabel 4.

2.3.8

In aanvulling op eis 2.3.7 biedt de Concessiehouder op elke Maatwerkverbinder per te bedienen Kern, per dag van de week en per rijrichting, minimaal 90% van het aantal Ritten uit de Jaardienstregeling 2025, waarbij het aantal Ritten naar boven wordt afgerond. Ter illustratie: de Concessiehouder biedt in een Kern waarvoor een Maatwerkverbinder is voorgeschreven en waar in de Jaardienstregeling 2025 een Lijn is opgenomen met 14 Ritten in een rijrichting minimaal 13 (0,9*14=12,6) Ritten op een werkdag in deze rijrichting aan.

2.3.9

De Concessiehouder zorgt dat het interval tussen opeenvolgende Ritten van Lijnen tijdens bedieningsperiodes waarin voor deze Lijnen een minimale frequentie-eis van één keer per uur of lager of geen minimale frequentie-eis geldt, maximaal 60 minuten bedraagt, uitgezonderd kleine afwijkingen vanwege andere rijtijden in beide richtingen. Deze eis geldt ook voor Maatwerkverbinders, maar niet voor Overige lijnen en Nachtlijnen.

2.3.10

De Concessiehouder hanteert een lijnnummering die bijdraagt aan de begrijpelijkheid van zijn aanbod aan Openbaar Vervoer en in ieder geval voldoet aan de volgende uitgangspunten: • R-netlijnen hebben een driecijferig Lijnnummer, beginnend met een 3; • Nachtlijnen hebben een Lijnnummer beginnend met een N gevolgd door twee cijfers; • Alle andere Lijnen hebben een logische nummering gebaseerd op een systematiek per Lijntype en/of regio.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

Werkdag

Zaterdag

Zondag

12

Provincie Noord-Holland

R-netlijn / Stadsprinter

Wijkverbinder/Streeksprinter/ Basisverbinder

Overdag

6:00-20:00 (waarvan Spits: 7:00-9:00 en 16:00-18:00)

6:00-19:00

Avond

20:00-00:00

19:00-23:00

Overdag

7:00-20:00

7:00-19:00

Avond

20:00-00:00

19:00-23:00

Overdag

8:00-20:00

8:00-19:00

Avond

20:00-00:00

19:00-23:00

Tabel 3: Bedieningsperioden per Lijntype.

Werkdag

Zaterdag

Zondag

R-netlijn

Stadsprinter

Wijkverbinder

Streeksprinter

Basisverbinder

Spits

6

4

2

2

1

Overdag

4

4

2

2

1

Avond

2

2

1

1

1

Overdag

4

4

2

1

1

Avond

2

2

1

1

1

Overdag

2

2

1

1

1

Avond

2

2

1

1

1

Tabel 4: Minimale frequenties per Lijntype en bedieningsperiode in Ritten per uur en richting.

2.4 Verplichte Verbindingen van en naar Kernen Om de integraliteit van het Lijnennet onderling en met het overige Openbaar Vervoer te borgen, stelt de Concessie­ verlener eisen aan verplichte Verbindingen per Kern. Uitgangspunt is daarbij dat vanuit elke Kern in ieder geval een Verbinding zonder overstap met een Treinstation wordt geboden en waar kansrijk en rechtstreekse Verbinding met het centrum van een stad wordt geboden.

Verbindingen van en naar Kernen 2.4.1

De Concessiehouder bedient elke Kern met minimaal 2.500 en maximaal 24.999 inwoners zonder Treinstation conform Tabel 1 met een Lijn die de betreffende Kern met een A-Knooppunt verbindt. Als A-Knooppunten gelden bij start van de Concessie de volgende Treinstations en Haltes (zie ook Bijlage 3.6): • Alkmaar station • Beverwijk station • Bovenkarspel-Grootebroek station • Den Helder station • Haarlem station • Heemstede-Aerdenhout station • Hoorn station • Schagen station • Haarlem, Delftplein Vanaf het moment van oplevering geldt Haarlem Nieuw-Zuid eveneens als A-Knooppunt. Vanaf het moment dat het Treinstation Heerhugowaard op alle dagen van de week binnen minimaal de bedieningsperiode overdag (zoals opgenomen in Tabel 3) met vier Intercity’s per uur van en naar Amsterdam bediend wordt, geldt ook het Treinstation Heerhugowaard als A-Knooppunt.

2.4.2

De Concessiehouder bedient elke Kern met minimaal 1.250 en maximaal 2.499 inwoners zonder Treinstation en elke Kern met minimaal 1.250 en maximaal 24.999 inwoners met Treinstation conform Tabel 1 met een Lijn die de betreffende Kern met een A- of B-Knooppunt verbindt. Als B-Knooppunten gelden bij start van de Concessie alle Treinstations gelegen in het Concessiegebied die niet in eis 2.4.1 als A-Knooppunt worden genoemd (zie voor een overzicht Bijlage 3.6).

2.4.3

De Concessiehouder bedient minimaal elke Wijk met minimaal 2.000 inwoners en een dichtheid van minimaal 1.200 inwoners per km2 en elke Buurt met een bevolkingsdichtheid van minimaal 5.000 inwoners km2 binnen een Wijk met minder dan 2.000 inwoners en een dichtheid van minder dan 1.200 inwoners per km2 conform Tabel 2 met een Lijn die de betreffende Wijk of Buurt met een A-Knooppunt verbindt zoals opgenomen in eis 2.4.1.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

13

Provincie Noord-Holland

2.5 Verplichte Trajecten In aanvulling op de verplichte Verbindingen per Kern schrijft de Concessieverlener op een aantal Trajecten een bediening met een specifiek Lijntype voor. Allereerst gaat het om het continueren van huidige R-net trajecten op basis van de huidige frequenties en bedieningstijden waarbij de Concessiehouder de keuze heeft om deze Trajecten in de R-net huisstijl of in een nieuwe huisstijl voor het Lijntype Stadsprinter uitvoert. Daarnaast zijn verplichte Trajecten voor Stadsprinters gedefinieerd op Verbindingen tussen Wijken met een zeer hoge bevolkingsdichtheid (minimaal 6.000 inwoners per km 2) en op Verbindingen tussen stedelijke gebieden waar in de Jaardienstregeling 2025 al sprake is van een hoogfrequent aanbod (zoals tussen Zandvoort aan Zee en Haarlem). Op de Verbinding tussen Alkmaar en Heerhugowaard wil de Concessieverlener een kwaliteitsimpuls bieden door een Stadsprinter voor te schrijven die tussen Alkmaar en Heerhugowaard Rivierenwijk de huidige Route van lijn 160 of 162 volgt en een groot deel van de Wijken in Heerhugowaard ontsluit. Voor overige Lijntypes is een beperkt aantal verplichte Trajecten gedefinieerd om de integraliteit van het Lijnennet te borgen. Kernen of Wijken met bijvoorbeeld Verbindingen naar meerdere Treinstations kunnen zo vertrouwen op de continuïteit van het huidige bedieningsniveau.

De lijst verplichte Trajecten in eis 2.5.4 is daarom geen volledig over­ zicht van alle verplichte Verbindingen voor Maatwerkverbinders, Basisverbinders, Wijkverbinders en Streeksprinters, maar dient alleen ter aanvulling van de in paragraaf 2.4 geëiste Verbindingen.

Verplichte Trajecten 2.5.1

De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten ten minste een Lijn aan die voldoet aan de eisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een R-netlijn. De Concessiehouder voert deze Lijnen uit volgens de Productformule R-net of een Productformule voor Stadsprinters: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

Haarlem Station – Delftplein – Santpoort – Driehuis Westerveld – IJmuiden Dennekoplaan

385

Amsterdam Sloterdijk – Westpoort – Pont Buitenhuizen – Velsen Zuid – IJmuiden Dennekoplaan* (– IJmuiden aan Zee)**

382

* Het is de Concessiehouder toegestaan om de Lijn in de bedieningsperiode zaterdag overdag conform de minimumfrequenties die geldt voor het Lijntype Stadsprinter te exploiteren. ** De Concessiehouder bedient het Traject tussen IJmuiden Dennekoplaan en IJmuiden aan Zee conform het bedieningsniveau (frequenties en bedieningstijden) zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025. 2.5.2

De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten ten minste één Stadsprinter aan: • Alkmaar Station – Kanaalkade – Nieuwe Schermerweg – Heerhugowaard • Heemskerk Centrum – Beverwijk Station • Beverwijk Station – Velserbroek Centrum – Haarlem Delftplein • Amsterdam Elandsgracht – Halfweg-Zwanenburg Station – Haarlem Spaarnwoude Station – Haarlem Nieuw Zuid • Zandvoort aan Zee busstation – Heemstede-Aerdenhout Station – Haarlem Nieuw-Zuid • Haarlem Nieuw Zuid – Schalkwijk Centrum via Europawijk, Laan van Angers • Haarlem Nieuw Zuid – Schalkwijk Centrum via Meerwijk, Bernadottelaan

2.5.3

Voor de Stadsprinter op het Traject Alkmaar Station – Heerhugowaard zoals opgenomen in eis 2.5.2 geldt aanvullend dat de Concessiehouder de Route binnen Heerhugowaard mag bepalen, mits de Route voldoet aan de volgende criteria: • De Stadsprinter biedt een Verbinding tussen knooppunt N242/N508 en de Wijk Rivierenwijk in Heerhugowaard waarbij gebruikgemaakt wordt van óf de Middenweg óf de Oosttangent, en • Minimaal 90% van alle adressen in ten minste één van de Wijken Heemradenwijk, Schilderswijk en De Draai in Heerhugowaard hebben een maximale Hemelsbrede afstand van 600 meter naar een Halte van de Stadsprinter.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

14

Provincie Noord-Holland

Verplichte Trajecten 2.5.4

De Concessiehouder biedt ter invulling van of in aanvulling op eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3 op de volgende Trajecten minimaal een Lijn conform het Lijntype zoals opgenomen in onderstaande tabel aan: Traject

Lijntype (minimum)

Alkmaar station – Akersloot – Uitgeest station

Basisverbinder

Alkmaar station – Heiloo - Limmen – Castricum station

Basisverbinder

Alkmaar station – Stompetoren - Schermerhoorn – Noordbeemster – Purmerend tramplein

Streeksprinter

Alkmaar station – Warmenhuizen – Tuitjenhorn – Dirkshorn – Schagen station

Streeksprinter (Alkmaar – Tuitjenhorn) en Maatwerkverbinder (Tuitjenhorn – Schagen)

Anna Paulowna station – Breezand – Den Oever busstation

Maatwerkverbinder

Den Helder station – Den Helder Zuid station – Julianadorp – Schagen station

Streeksprinter (Den Helder station – Julianadorp) en Basisverbinder (Julianadorp – Schagen)

Den Helder station – Hippolytushoef – Den Oever – Middenmeer – Abbekerk busstation – (A7) – Hoorn station

Basisverbinder

Heemskerk centrum – Uitgeest station

Wijkverbinder

Heemskerk centrum – Castricum station

Wijkverbinder

Hoorn station – (A7) – Abbekerk busstation – Medemblik busstation

Streeksprinter

Hoorn station – Berkhout – De Goorn – Avenhorn – Noordbeemster, Oosthuizerweg

Streeksprinter

IJmuiden, Rotonde Stadspark – Driehuis, Waterloolaan – Velserbroek, centrum

Wijkverbinder

Vogelenzang, Henk Lensenlaan – Bennebroek – De Glip – Heemstede – Heemstede-Aerdenhout, station / Haarlem Nieuw Zuid*

Wijkverbinder

Wijk aan Zee – Beverwijk, station

Wijkverbinder

Zandvoort aan Zee – Bloemendaal aan Zee – Overveen – Haarlem Nieuw Zuid

Wijkverbinder

* Het is de Concessiehouder toegestaan om deze Lijn in afwijking van de frequentie-eisen die aan een Wijkverbinder gesteld worden te splitsen in twee Lijnen met een frequentie van ten minste 1x per uur per richting om een Verbinding met beide mogelijke Eindhaltes (Heemstede-Aerdenhout en Haarlem Nieuw Zuid) aan te bieden op momenten wanneer de Lijn een frequentie van ten minste 2x per uur per richting heeft.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

15

Provincie Noord-Holland

2.6 Buurtbuslijnen Buurtbuslijnen bieden in veel Kernen met name in het landelijke gebied en in Wijken met lagere dichtheden een betrouwbaar aanbod aan Openbaar Vervoer, dat bijdraagt aan de inclusiviteit van het Lijnennet. De Concessie­ verlener zet zich er daarom voor in dat de huidige Buurtbuslijnen gecontinueerd worden. Daarnaast onderzoekt de Concessieverlener of uitbreiding van het netwerk van Buurtbuslijnen op hiervoor geschikte plekken gewenst en mogelijk is. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder Buurtbusverenigingen proactief ondersteunt en de Buurtbus­ lijnen in zijn netwerk van Openbaar Vervoer opneemt. De Concessiehouder mag Buurtbuslijnen daarbij onder voorwaarden gebruiken om aan bedieningseisen voor Kernen en Wijken te voldoen. Tegelijkertijd verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder alternatieven aanbiedt indien continuering van een Buurtbuslijn op enig moment niet langer mogelijk blijkt.

Buurtbuslijnen 2.6.1

De Concessiehouder faciliteert de door de Concessieverlener goedgekeurde Buurtbuslijnen en neemt deze op in zijn Lijnennet. Bij de start van de Concessie betreft dit de volgende Buurtbuslijnen: Traject

Lijnnr.

Schagen – ’t Veld – Zijdewind - Waarland

406

Heerhugowaard – Noord- en Zuid-Scharwoude – Broek op Langedijk - Heerhugowaard

407

Egmond aan Zee – Egmond Binnen - Heiloo

408

Heerhugowaard – Ursem - Obdam

409

Egmond aan Zee - Bergen aan Zee – Bergen - Schoorl – Groet - Camperduin

410

Schagen – Sint Maartensvlotbrug – Burgerbrug - Tuitjenhorn

411

Hoorn – Schellinkhout - Wijdenes – Hem – Venhuizen – Hoogkarspel – Lutjebroek – Grootebroek Bovenkarspel

412

Hoorn – Oosterblokker - Westwoud – Oostwoud - Wervershoof - Medemblik

415

Schagen – Zijpe – Anna Paulowna – Wieringerwaard – Wieringerwerf - Kreileroord

416

Schagen – Barsingerhorn – Winkel – Nieuwe Niedorp – Hoogwoud – Opmeer - Obdam

417

Enkhuizen – Bovenkarspel – Andijk

438

Haarlem Ramplaankwartier – Overveen – Bloemendaal – Santpoort Zuid – Haarlem Delftplein/ Spaarne Gasthuis Noord

481

2.6.2

Het is de Concessiehouder toegestaan om in zijn Vervoerplan voorstellen te doen voor wijzigingen in de lijnvoering van een Buurtbuslijn, bijvoorbeeld om te voorkomen dat door veranderingen in de lijnvoering van andere Lijnen parallelliteit met een bestaande Buurtbuslijn ontstaat, mits deze voorstellen niet leiden tot een verminderde bediening van Kernen die volgens de Jaardienstregeling 2025 door de betreffende Buurtbuslijn worden aangedaan. De Concessieverlener bepaalt na overleg met de betreffende Buurtbusvereniging en de Concessiehouder of deze voorstellen al dan niet worden goedgekeurd en mogen worden geïmplementeerd.

2.6.3

Al dan niet op verzoek van een (nieuwe) Buurtbusvereniging kan de Concessieverlener, na overleg met betrokken gemeente(n) en de Concessiehouder, besluiten om de in eis 2.6.1 genoemde Buurtbuslijnen uit te breiden of te beëindigen dan wel hier Buurtbuslijnen aan toe te voegen. De Concessiehouder verleent hieraan zijn medewerking.

2.6.4

Het is de Concessiehouder niet toegestaan nieuwe Buurtbuslijnen te initiëren en/of Buurtbuslijnen te beëindigen zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener.

2.6.5

Het is de Concessiehouder toegestaan om Buurtbuslijnen als alternatief voor de in Tabel 1 genoemde Lijntypes te gebruiken om te voldoen aan de eisen ten aanzien van de ontsluiting van Kernen en Wijken (paragraaf 2.2). Het is de Concessiehouder daarnaast toegestaan om Buurtbuslijnen als alternatief voor de in Tabel 1 genoemde Lijntypes te gebruiken om te voldoen aan de eisen ten aanzien van het verplichte bedieningsniveau per Kern (eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3) te voldoen, mits de betreffende Kern in de Jaardienstregeling 2025 uitsluitend met Buurt­ buslijnen en/of Overige lijnen bediend wordt. De Concessiehouder beschouwt daarbij de in de Jaardienstregeling 2025 opgenomen lijn 153 (Schagen-Winkel-Nieuw Niedorp) als Overige lijn. Ter illustratie: In Kernen die bediend worden door een Buurtbuslijn en (een) andere Lijn(en), niet zijnde een Overige lijn, geldt dus dat een bediening met een Buurtbuslijn niet volstaat en wordt het verplichte bedieningsniveau met een Maatwerkverbinder bepaald op basis van het bedieningsniveau van de betreffende andere Lijn(en) zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

16

Provincie Noord-Holland

Buurtbuslijnen 2.6.6

In afwijking van eis 2.6.5 is het de Concessiehouder toegestaan om met Buurtbuslijnen die de Concessieverlener na start van de Concessie heeft goedgekeurd en die Lijnen die opgenomen zijn in de Jaardienstregeling 2025 vervangen, te voldoen aan de eisen in paragraaf 2.2 en de eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3.

2.6.7

Ingeval de Concessiehouder gebruikmaakt van Buurtbuslijnen om aan de eisen ten aanzien van de bediening van Kernen zoals opgenomen in Tabel 1 te voldoen, voorkomt de Concessiehouder eventuele Rituitval door een tekort aan vrijwillige chauffeurs bij de betreffende Buurtbusvereniging door eigen Personeel in te zetten.

2.6.8

Indien een Buurtbuslijn tijdens de looptijd van de Concessie wordt stopgezet, biedt de Concessiehouder voor alle door deze Buurtbuslijn bediende Kernen waarvoor op grond van Tabel 1 een bedieningsplicht geldt een qua aantallen Ritten en geboden Verbindingen gelijkwaardig alternatief, ook als de Concessiehouder reeds met andere Lijnen aan de eisen ten aanzien van de bediening van de betreffende Kernen voldoet. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om de eisen ten aanzien van de bediening van de betreffende Kern te verlagen ten opzichte van het bepaalde in Tabel 1.

2.6.9

De Concessiehouder ondersteunt elke Buurtbusvereniging in het Concessiegebied bij het jaarlijks opstellen van de Dienstregeling voor de betreffende Buurtbuslijn(en) inclusief Route en halteplaatsen, alsmede bij het maken van inzetroosters (zie ook eis 9.4.1). De Concessiehouder stemt zijn Dienstregeling tijdig af met de Buurtbus­ verenigingen, opdat zij tijdig advies kunnen uitbrengen over eventuele wijzigingen in de Dienstregeling die hun Buurtbuslijn(en) raken.

2.6.10

In geval van geschillen tussen de Concessiehouder en een Buurtbusvereniging treden de Concessiehouder, de Concessieverlener en de desbetreffende Buurtbusvereniging in overleg. Wanneer dit overleg niet tot overeen­ stemming leidt, neemt de Concessieverlener de eindbeslissing over het geschil.

2.7 Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen In aanvulling op reguliere Lijnen (dat wil zeggen, Lijnen zoals beschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.6) biedt de Concessiehouder in ieder geval een aantal vaste Ritten op Verbindingen die gericht zijn op specifieke doelgroepen. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder bij het opstellen van de Dienstregeling de belangen van de betref­ fende doelgroepen behartigt en waar relevant afspraken maakt met de betreffende instellingen (scholen, werkgevers, etc.). De Concessieverlener heeft daarbij als ambitie dat deze Lijnen op termijn waar mogelijk geïntegreerd worden in het aanbod aan reguliere Lijnen en/of uitgevoerd worden door andere concessiehouders. De Concessieverlener is concreet in gesprek met de provincie Flevoland om de afspraken over de bediening van de huidige lijn 650 te herzien. Op de Verbinding met de Energie&Health-Campus in Petten heeft de Concessieverlener de wens om het succesvolle huidige bedieningsconcept met per richting een halfuurdienst op de snelle of de langzame Route te continueren.

Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen 2.7.1

2.7.2

2.7.3

De Concessiehouder biedt op de onderstaande Trajecten een Overige lijn die op de behoefte van scholieren dan wel werknemers is afgestemd en met in ieder geval het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025, tenzij de bestemming waarvoor de Overige lijn bedoeld is, verplaatst of beëindigd wordt, de Concessie­ verlener andere afspraken met een andere concessieverlener maakt, of de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

Bergen, Europese School – Alkmaar station

606

Wervershoof, gemeentehuis – Andijk – Enkhuizen station – Lelystad station centrum

650

Haarlem station → Cruquius SpaarneWerkt

567

Haarlem station → Cruquius SpaarneWerkt

568

Cruquius SpaarneWerkt → Haarlem station

569

De Concessiehouder biedt op het volgende Traject een Overige lijn die de behoefte van scholieren is afgestemd met per dag ten minste het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2023, tenzij de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2023

Kreileroord – Wieringerwerf – Middenmeer – Nieuw Niedorp, transferium – Winkel – Schagen

653

De Concessiehouder biedt op het volgende Traject met een Overige lijn ten minste het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025, tenzij de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

Petten Energy&Health-Campus – Alkmaar station

151 / 251

Het is de Concessiehouder toegestaan om het huidige dienstregelingsconcept te continueren in de vorm van een gecombineerde Basisverbinder (via Schoorl en Petten) en Overige lijn.

17

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

Provincie Noord-Holland

2.8 Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam De Concessieverlener beoogt om in samenwerking met de Vervoerregio Amsterdam in het kader van de BRT-Visie op termijn extra OV-verbindingen per Bus tussen bestemmingen in Haarlem en in Amsterdam aan te bieden (zie ook paragraaf 2.14). Vooruitlopend op de realisatie van deze Verbindingen introduceert de Concessieverlener in 2025 een Verbinding tussen IJmond, Haarlem Noord en Amsterdam Zuid (werktitel: lijn 244) die al eerder geëxploiteerd werd (voor 2020). De Concessieverlener heeft als doel om deze Lijn structureel in de Dienstregeling op te nemen en op termijn als Lijn aan te bieden die tijdens de hele bedieningsperiode rijdt. Daarom eist de Concessieverlener dat de Concessie­ houder de bediening van het Traject in ieder geval continueert. Daarnaast is het de Concessiehouder toegestaan om een nieuwe Lijn op het Traject naar Schiphol Airport Plaza (zonder verdere Haltes buiten het Concessiegebied) met een beperkt bedieningsniveau aan te bieden. Voor de Lijnen op deze Trajecten is het de Concessiehouder toegestaan om voor Reizigers interessante doorkoppelingen met andere Lijnen in het Concessiegebied te realiseren, tenzij dit ten koste gaat van de begrijpelijkheid van het Lijnennet. Op overige Trajecten opgenomen in de BRT-Visie is het de Concessiehouder vooralsnog niet toegestaan een Lijn aan te bieden.

De Concessieverlener wil hiermee voorkomen dat het aanbod aan nieuwe Lijnen op deze Trajecten ten koste gaat van het bedieningsniveau in het Concessiegebied.

Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam 2.8.1

De Concessiehouder biedt op het onderstaande grensoverschrijdende Traject een Lijn aan waarbij de in onderstaande tabel opgenomen minimale en maximale bedieningseisen van toepassing zijn: Traject

Minimaal aanbod

Maximaal aanbod

IJmond (Beverwijk of IJmuiden)* – Haarlem Delftplein – Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Amsterdam Amstelveenseweg – Amsterdam Zuid

Streeksprinter**

Stadsprinter (geen hogere frequenties dan de minimumfrequenties zoals opgenomen in Tabel 4)**

* Het is de Concessiehouder toegestaan om de Beginhalte van de Lijn binnen IJmond te veranderen ten opzichte van de lijn zoals die in de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregelingjaar 2028 wordt aangeboden, mits de Lijn in ieder geval óf de Halte Beverwijk, station óf de Halte IJmuiden, Plein 1945, bedient. ** De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om tijdens de looptijd van de Concessie in het kader van de eventuele uitrol van BRT-lijnen op het Traject tussen Haarlem Nieuw-Zuid en bestemmingen in Amsterdam het minimaal vereiste en/of maximaal toegestane aanbod naar boven bij te stellen. 2.8.2

De Concessiehouder mag op het volgende grensoverschrijdende Traject een Lijn aanbieden waarbij in dat geval de in onderstaande tabel opgenomen minimale en maximale bedieningseisen van toepassing zijn: Traject

Minimaal aanbod

Maximaal aanbod

Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Schiphol Airport Plaza (geen bediening van overige Haltes buiten het Concessiegebied toegestaan)

Geen bedieningseis

4 Ritten per uur per richting tijdens de Spits en 2 Ritten per uur per richting tijdens overige bedieningsperiodes zoals opgenomen in Tabel 3

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om tijdens de looptijd van de Concessie in het kader van de eventuele uitrol van BRT-lijnen op het Traject tussen Haarlem Nieuw-Zuid en bestemmingen in Amsterdam het maximaal toegestane aanbod op het bovenstaande Traject naar boven bij te stellen. 2.8.3

Het is de Concessiehouder toegestaan om: • Een Lijn genoemd in eisen 2.8.1 en 2.8.2 te koppelen aan een andere Lijn binnen het Concessiegebied, niet zijnde een R-netlijn of een Stadsprinter, en • De Lijn genoemd in eis 2.8.1 uit te voeren als uitloper van een R-netlijn of een Stadsprinter of uit te voeren als een Stadsprinter, mits de Concessiehouder het maximale aanbod biedt zoals opgenomen in eis 2.8.1.

18

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

Provincie Noord-Holland

2.9 Vervoeraanbod op Texel Gezien de unieke kenmerken van de behoeften aan vervoer en het reisgedrag van, naar en op het eiland Texel, stelt de Concessieverlener specifieke eisen aan het vervoeraanbod op dit eiland. De eisen aan de bediening en ontsluiting van Kernen zoals opgenomen in voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn daarom niet van toepassing op Texel. Uitgangspunt voor de eisen aan het vervoeraanbod op Texel is dat alle plaatsen op Texel over reismogelijkheden beschikken die Aansluiting bieden op alle afvaarten van de veerdienst van en naar Den Helder. Op het Traject tussen De Koog, Den Burg en de Veerhaven blijft daarbij bediening met een vaste Lijn verplicht. Daarnaast biedt de Concessie­ houder net als in de huidige situatie met de Texelhopper een vraagafhankelijk vervoersysteem aan. Dit systeem is opgezet als Vraagafhankelijk Vervoer van en naar de de Haltes Den Burg, Elemert/Centrum en ’t Horntje, Veerhaven. Hierdoor wordt het vervoer efficiënter georganiseerd en de betrouwbaarheid voor Reizigers verhoogd. Tegelijkertijd wordt het niveau aan Openbaar Vervoer gelijkwaardiger aan het niveau in de rest van het Concessiegebied. De Concessiehouder mag daarbij de productnaam Texelhopper continueren of voor een alternatieve naam kiezen. De Concessiehouder mag daarnaast reismogelijkheden met het Vraagafhankelijke Vervoer vervangen door Ritten met een vaste Lijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15787378/1