250703 Raadsinformatiebrief Zienswijze ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie - bijlage 1
Tekst van het document
POSTBUS 3007 | 2001 DA HAARLEM
Gedeputeerde Staten Uw contactpersoon
De Staatssecretaris van Defensie Postbus 20701 2500 ES 'S-GRAVENHAGE
J.B. Groot BEL/RSO Telefoonnummer +31235144707 GROOTJB@Noord-Holland.nl
1 | 16 Verzenddatum
Betreft: Gezamenlijke zienswijze provincie Noord-Holland en
gemeenten op het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Kenmerk 2201168 /2417276
Excellentie,
Uw kenmerk
Via deze zienswijze reageren de provincie Noord-Holland en de
gemeenten Alkmaar, Den Helder, Dijk en Waard, Hollands Kroon,
Koggenland, Medemblik, Opmeer, Purmerend, Schagen, Texel en
Wormerland gezamenlijk op het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie ‘Ruimte voor vrede, veiligheid en bescherming’ en het bijbehorende planMER.
Hierin worden de voorkeurslocaties aangewezen waar de krijgsmacht
kan opleiden en oefenen en personeel en materieel kan huisvesten. Het
betreft 13 behoeften met een bovenregionale afweging en 44 behoeften gekoppeld aan een specifieke (defensie)locatie. Hiervan liggen er acht in Noord-Holland: • • • •
Behoefte 6: amfibisch oefenterrein
Behoefte 9: onbemande maritieme helikopters Behoefte 11: laagvlieggebied helikopters
Locatiespecifieke behoefte 8: EHR 8 uitbreiden en gereedmaken voor oefenen met onbemande vaartuigen op en in het water inclusief corridors
•
Locatiespecifieke behoefte 9: leerfaciliteit alternatieve brandstoffen, Den Helder, gemeente Den Helder
•
Postbus 3007
2001 DA Haarlem
Telefoon (023) 514 3143
Locatiespecifieke behoefte 10: beperkingengebied rondom MVK de Kooy (specifiek de outer horizontal surface)
•
Locatiespecifieke behoefte 11: Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer, Afsluitdijk
Houtplein 33
2012 DE Haarlem
www.noord-holland.nl
Kvk-nummer 34362354
Btw-nummer NL.0010.03.124.B.08
2 | 16
•
Locatiespecifieke behoefte 14: Petten groei beproevingen Noordzee, gemeente Schagen
Eind 2023 heeft Defensie in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau haar
behoeften aan extra ruimte voor haar activiteiten beschreven. Deze zijn vervolgens onderzocht in het planMER. Gedurende dit onderzoek
hebben wij, bestuurlijk en ambtelijk, op diverse momenten kunnen
reageren op de voorlopige onderzoeksresultaten en de voornemens van Defensie ten aanzien van de uiteindelijke voorkeurslocaties. Wij hebben daarbij zowel onze wensen als onze zorgen kunnen uiten. Wij zijn u erkentelijk voor de wijze waarop u ons als medeoverheden heeft
betrokken, voordat u tot besluitvorming over het ontwerp nationaal
programma bent overgegaan. We zien dat de voorlopige besluiten de uitkomsten van deze samenwerking weerspiegelen en dat u onze inbreng veelal heeft meegewogen en verwerkt.
Niettemin willen we, als gezamenlijke overheden in Noord-Holland, via deze zienswijze nog een aantal belangrijke aandachtspunten kenbaar
maken. Onze zienswijze is opgebouwd uit twee onderdelen. Het eerste deel bevat een algemene reactie op de ontwerp-beleidsvisie en gaat in op het verdere proces, met name het maken en vastleggen van
afspraken over het gebruik van de locaties. In het tweede deel worden de specifieke punten van iedere afzonderlijke organisatie benoemd. Samenwerken aan een veiliger Nederland Wij hebben steeds aangegeven dat we met u de urgentie zien om meer ruimte te creëren voor het gereed maken van de Nederlandse krijgsmacht in verband met de fundamenteel veranderende
veiligheidssituatie in de wereld. Ook wij zien de dreigingen toenemen. We zien dat er in de samenleving veel steun is voor de uitbreiding en
versterking van defensie, zowel in ruimtelijke als in financiële zin. De
(inter)nationale veiligheid is door het demissionaire kabinet benoemd
als onderwerp dat hoge prioriteit moet houden. Provincie en gemeenten begrijpen daarom dat ook in Noord-Holland gebieden in beeld zijn die
Defensie wil gebruiken om te trainen en te oefenen. Wij zijn positief dat we als provincie en gemeenten kunnen bijdragen aan de veiligheid van ons land. Op 10 juni jl heeft de provincie Noord-Holland met het Rijk een ruimtelijk arrangement gesloten. Hierin wordt bij het thema
Defensie onder onderwerp 9 benoemd dat Rijk en regionale partijen als
gezamenlijk doel hebben ervoor te zorgen dat de Nederlandse Defensie over voldoende ruimte beschikt om goed het eigen en het NAVOgrondgebied te kunnen beschermen. Dit in verband met de
veranderende veiligheidssituatie in de wereld. Rijk en regio zetten zich in om de ruimtevraag van Defensie evenredig over Nederland in te passen.
2201168 /2417276
3 | 16
Rekening houden met andere ruimtelijke opgaven en belangen De gebieden waar de voorkeurslocaties in Noord-Holland liggen zijn geen witte vlekken op de kaart. Onze inwoners wonen, werken en
recreëren in deze gebieden. En het landelijk gebied is van groot belang voor de agrarische sector en weidevogels. Daarnaast spelen er grote
ruimtelijke opgaven in Noord-Holland, deels nationaal, deels regionaal. . Denk hierbij aan de afspraken in de Woondeal om grote aantallen
woningen te bouwen, zowel in stedelijk gebied, als daarop aansluitend. De energietransitie en het opheffen van de netcongestie vragen
eveneens veel ruimte, voor wind- en zonne-energie, de aanlanding van wind op zee, de nieuwe 380 kV hoogspanningsleiding en de
bijbehorende transformatorstations (i.c. Netuitbreiding Noord-Holland
Noord). De ruimte is schaars; in het Ruimtelijk Voorstel dat de provincie vorig jaar heeft gemaakt op verzoek van het Rijk blijkt dat er ruimte te kort is om alle opgaven een plek te geven. Daarom herhalen we onze oproep die we in de overleggen met u hebben gedaan om zoveel
mogelijk rekening te houden met andere ruimtelijke opgaven dan die van Defensie.
In hoofdstuk 6 ‘Samengaan met andere ruimtelijke belangen’ geeft u rekenschap van het nastreven van een integrale afweging van alle
ruimtelijke opgaven. Wij zetten graag het constructieve overleg met u
en andere departementen voort om in deze afweging de juiste keuzes
te maken over de inrichting van de schaarse ruimte in Noord-Holland. Dat past ook goed bij het licht planologische regime dat u voorstelt voor de laagvlieggebieden voor helikopters, waarbij rekening wordt gehouden met andere opgaven en afstemming over de ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvindt.
Kansen voor de ontwikkeling van de regio Noord-Holland Noord Daarnaast zien wij ook kansen voor de ontwikkeling in Noord-Holland
Noord, met name in de regio Kop van Noord-Holland. Defensie is hier al prominent aanwezig met de marine in Den Helder en op Texel en het militair vliegkamp De Kooy. Naast defensie zijn er nog andere grote
spelers als de Greenport en de Energy & Health Campus in Petten. Deze zijn alle grote economische clusters in de regio die van (inter)nationaal belang zijn en bereikbaar moeten blijven. De groei van de marine
brengt, naast voorspoed en economische versterking, óók nieuwe
uitdagingen en risico’s voor de regio Noord-Holland Noord met zich
mee. De regio kan kwetsbaarder worden voor voorvallen. Het huidige infrastructuurnetwerk in Noord-Holland Noord is gevoelig voor
congestie en uitval. Het ontbreekt aan robuuste verbindingen voor een veerkrachtige verkeersafwikkeling. Dat heeft impact op het Maritiem
Cluster en Defensie in Den Helder, maar ook verder in Noord-Holland
2201168 /2417276
4 | 16
Noord. Om deze kwetsbaarheid te verminderen is het wenselijk om ook plannen te overwegen die de weerbaarheid en veerkracht in relatie tot
mobiliteit van de regio vergroten en versterken. In het BO Leefomgeving van 10 juni jl is in het ruimtelijk arrangement de afspraak gemaakt dat Rijk en regio op korte termijn een analyse hiernaar samen oppakken.
Ook is de afspraak gemaakt dat Rijk en provincie de inpassing van de gekozen (bovenregionale) voorkeurslocaties uitwerken in een
gezamenlijk proces, waarbij koppelkansen met andere ruimtelijke
opgaven aanleiding kunnen zijn om de realisatie van de behoeften
onderdeel te maken van een gezamenlijk gebiedsproces, waarbij, indien relevant, gebruik gemaakt wordt van reeds lopende interbestuurlijke gebiedsprocessen.
Behoefte aan duidelijke uitvoeringsafspraken Met de vaststelling van het definitieve Nationaal Programma Ruimte
voor Defensie worden de voorkeurslocaties vastgelegd. Daarna zijn er nog diverse stappen te zetten, zoals de vergunningverlening, het
vastleggen en uitwerken van het licht planologische regime voor de
laagvlieggebieden voor helikopters en het maken van afspraken tussen Defensie, de provincie en gemeenten over communicatie, timing en
frequentie van de oefeningen, om overlast voor onze inwoners, vee en weidevogels zo veel mogelijk te beperken.
U heeft aangegeven dergelijke afspraken te willen maken, maar
onduidelijk is nog hoe en wanneer die worden geformaliseerd. Wij
hebben met name behoefte om duidelijke afspraken te maken over het licht planologische regime voor de laagvlieggebieden van helikopters. Hiervoor is het wenselijk om een korte procedure op te stellen, zodat we snel met elkaar kunnen overleggen bij nieuwe ruimtelijke
ontwikkelingen in deze gebieden. Momenteel is dit namelijk niet goed geregeld voor het bestaande laagvlieggebied B11. Wij willen de
suggestie doen om met ons - als coördinerend bevoegd orgaan en met
inbreng van diverse overheden in Noord-Holland - dit najaar in gesprek
te gaan om deze afspraken voor te bereiden en vast te leggen zodra het definitieve besluit over NPRD is genomen, eind dit jaar. Zo kunnen we gezamenlijk, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en
bevoegdheden, bijdragen aan het sterker en veiliger maken van ons land.
Spanning met de Wet op de Defensiegereedheid Gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerp Nationaal
Programma Ruimte voor Defensie is de internetconsultatie gestart van
de Wet op de Defensiegereedheid (Wodg). Deze wet creëert grondslagen voor de minister van Defensie voor de bevoegdheid om in het kader van
2201168 /2417276
5 | 16
het uitvoeren van gereedstellingsactiviteiten af te wijken van bestaande wet- en regelgeving. Deze Wodg is naar de overtuiging van Defensie
noodzakelijk en urgent gezien de oplopende geopolitieke spanningen
en het grote aantal juridische belemmeringen die Defensie ondervindt in het kader van de gereedstelling. In de bijlagen 1 en 2 van het wetsvoorstel worden concrete bestaande en nieuwe activiteiten
aangewezen waarvoor de minister van Defensie een ontheffing op de wettelijke voorschriften kan verlenen.
Het betreft hier ook veel activiteiten in Noord-Holland, waaronder het
laagvliegen met helikopters, het vliegen tijdens duisternis, het schieten
buiten de vergunde ruimte, diverse activiteiten in de Nieuwe Haven Den Helder en het amfibisch oefenen. We constateren dat hierover, in
tegenstelling tot het uitgebreide en transparante participatieproces
rond het NPRD, geen overleg met ons heeft plaatsgevonden. We zien een zekere spanning tussen de afspraken die we maken over de
uitvoering van de noodzakelijke nieuwe activiteiten als gevolg van het NPRD en de ruime mogelijkheden van de minister om vervolgens
gereedstellingsbesluiten te nemen die deze afspraken buitenspel
zetten. We begrijpen dat het NPRD vooral de fysieke ruimte regelt en
dat er juridische beperkingen gelden voor het gebruik van die ruimte. We verzoeken u om zo mogelijk, zeker waar wij bevoegd gezag zijn voor de vergunningverlening, voor het nemen van een
gereedstellingsbesluit met ons in overleg te treden. Daarbij zijn wij in
principe van mening dat de ontheffingen die via de Wodg verleend gaan worden geen definitieve oplossingen zouden mogen zijn. Algemene reactie provincie en gemeenten op het nieuwe laagvlieggebied voor helikopters
We constateren dat het nieuwe laagvlieggebied N8 vergroot is ten
opzichte van het gebied uit de NRD voor het planMER. Deze uitbreiding zit in de noordelijke helft van het gebied. We begrijpen dat een groter
gebied meer gelegenheid biedt om overlast te spreiden. Wel vragen we aandacht voor het zoveel mogelijk voorkomen van hinder voor de
inwoners, de agrarische sector en de weidevogels. Hoewel er niet laag gevlogen mag worden over kernen zal er toch nabij of over bewoners worden geoefend. Uit onderzoek van gemeente Schagen blijkt dat mensen met PTSS (door defensie) grote hinder ondervinden van
helikopters. Hoe denkt Defensie hiermee om te gaan? We vragen u om waar mogelijk te communiceren over het laagvliegen richting onze inwoners.
Daarnaast heeft laagvliegen een grote impact op dieren, niet alleen paarden, maar ook op koeien, schapen, waarbij naast het leed ook gedacht moet worden aan onder andere een verminderde
2201168 /2417276
6 | 16
melkproductie. Daarnaast kent Noord-Holland veel gebieden met
akkerbouw en bollenteelt die behoorlijke (wind)schade kunnen oplopen. Hoe is Defensie van plan om te gaan met deze toekomstige mogelijke schade? In het algemeen bepleiten we goede afstemming met de
economische en recreatieve functies in het gebied, onder ander door een goede en vroegtijdige communicatie over waar en wanneer
oefeningen plaatsvinden. Het verkleinen van N8 aan de zuidoost kant in verband met de hoge waarden van het Natura 2000 gebied Zeevang stemt ons tevreden.
Aandachtspunten per organisatie Graag brengen provincie en gemeenten een aantal specifieke punten onder uw aandacht.
Provincie Noord-Holland •
Amfibisch oefenterrein:
De provincie is blij dat u niet heeft gekozen om te oefenen met amfibisch landen bij en in het Zwanenwater, vanwege de hoge
natuurwaarden. Ook zijn we verheugd dat dit amfibisch aanlanden bij Groote Keeten alleen op het strand en de opgang aldaar zal
plaatsvinden, en niet in het nabijgelegen waardevolle natuurgebied
Botgat. Verder onderschrijven wij de reactie van de gemeente Schagen hieronder. •
Laagvlieggebied helikopters:
Voor de provincie is een gezonde leefomgeving voor haar inwoners van groot belang. In onze Startnotitie Gezonde Leefomgeving staan diverse uitgangspunten om deze te beschermen en verbeteren. Eén daarvan is
het verminderen van blootstelling aan hinder, zoals geluid. Wij vragen u zoveel mogelijk geluidsoverlast voor de inwoners van Noord-Holland te
voorkomen en voldoende afstand te houden tot steden en dorpen en zo min mogelijk langs en over dorplinten en vrijstaande bebouwing te vliegen.
Noord-Holland is één van de provincies met de hoogste weidevogeldichtheid in Europa en dat geeft een grote
verantwoordelijkheid voor deze soorten. Nederland heeft een
internationale verantwoordelijkheid voor weidevogels en met name voor de Grutto omdat het grootste deel (ca 80%) van de wereldpopulatie in
Nederland broedt. Deze verantwoordelijkheid is vastgelegd in nationale wet- en regelgeving die voortkomt uit internationale verdragen en uit de Europese Vogelrichtlijn. Het gaat al jaren niet goed met de
2201168 /2417276
7 | 16
weidevogelpopulaties in Nederland. Onlangs heeft de Europese Commissie besloten een inbreukprocedure te starten door een
aanmaningsbrief te sturen aan Nederland (INFR(2024)4014) omdat
Nederland niet voldoende maatregelen uit hoofde van de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) treft die nodig zijn om de Grutto te
beschermen. Nederland wordt hiermee verplicht om een verbeterplan op te stellen voor de weidevogels.
Laagvliegen is extreem verstorend voor weidevogels aangezien die van
nature gefocust zijn op predatoren vanuit de lucht. Wij verzoeken u om het laagvliegen boven de weidevogelgebieden te vermijden tijdens het
broedseizoen (maart - juli). Dit wordt ook gesteld op pagina 77/78 van het Deelrapport behoefte XI Laagvlieggebieden helikopters: ‘Een deel
van Natura 2000-gebied Eilandspolder ligt aan de zuidwestkant binnen laagvlieggebied N8. Dit gebied is aangewezen als vogel- en
habitatrichtlijngebied en maakt onderdeel uit van het Beschermd Landschap van provincie Noord-Holland. Er zijn onder andere
doelstellingen voor de smient, de lepelaar en de grutto. Om verstoring tijdens het broedseizoen te voorkomen moet dit gebied mogelijk (tijdelijk) vermeden worden. Dit geldt mogelijk ook voor de
weidevogelgebieden die verspreid binnen het gebied aanwezig zijn’. Aangegeven wordt dat er in vrijwel alle nieuwe laagvlieggebieden
mogelijkheden zijn voor optimalisatie. Bijvoorbeeld door bepaalde gebieden aan de randen uit te sluiten of zones binnen een
laagvlieggebied als niet wenselijk voor gebruik of intensief gebruik aan te merken. Dit geldt ook voor beperkingen in vliegen in bepaalde
gebieden in bepaalde perioden (zoals de trekperiode of broedperiode voor vogels). Het idee van een stoplichtenkaart (toegelicht in de
ambtelijke sessie op 4 maart jl) binnen het laagvlieggebied waarin
wordt aangegeven welke gebieden wanneer geschikt zijn om over heen te vliegen spreekt ons aan. Wij zouden daar graag nadere afspraken met u over willen maken.
De provincie heeft stiltegebieden aangewezen in haar
Omgevingsverordening. Recent is besloten deze regelgeving aan te
passen: Provinciale regelgeving stiltegebieden vereenvoudigd. Het is de bedoeling om stiltegebieden samen te laten vallen met natuurgebieden (Natura 2000 en NNN). Vanuit bovenstaand pleidooi om
weidevogelgebieden te ontzien tijdens het broedseizoen vraagt de
provincie ook aandacht voor de mogelijkheden om deze gebieden bij het laagvliegen (gedeeltelijk) te ontzien ten behoeve van de rust van mens en dier.
In ’Deelrapport behoefte XI Laagvlieggebieden helikopters’ wordt in 5.3.1. de (buffer)afstand die moet worden gehouden tot
2201168 /2417276
8 | 16
hoogspanningsverbindingen (en -station) gemist. Ook wordt onder
5.3.1. een kaartje gebruikt waar zeer indicatief de mogelijke uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk (een eventueel nieuw 380kV (NNHN)
hoogspanning station en/of hoogspanning tracé (masten en draden)) wordt aangegeven. Ondertussen is er een veel gedetailleerdere kaart van de zoeklocaties van een eventueel nieuw 380kV (NNHN)
hoogspanning station en/of hoogspanning tracé (masten en draden)
beschikbaar. Ons advies is om de meest actuele en gedetailleerde kaart te hanteren, ook voor de zorgvuldigheid en de uiteindelijke vergunningverlening.
Verder staat er in dit deelrapport: ‘Sommige
hoogspanningsverbindingen worden (in overleg met de netbeheerder)
zelfs gebruikt als oefenobject’. Dit is een groot risico voor de veiligheid van gebruikers van het gebied en de leveringszekerheid van de 380kV. Dit is het mogelijk in strijd met de beleids-/richtlijnen van TenneT. De
verwachtingen moeten aan de voorkant worden gemanaged op dit punt, ook vanuit het zorgvuldigheidsbeginsel. En afspraken hierover moeten
goed worden vastgelegd: concreet maken op welke plekken met TenneT is afgesproken om onder leidingen door te vliegen, inclusief een risicoanalyse voor nabij gelegen woningen en bedrijven.
Meerdere keren hebben we gesproken over de relatie tussen laagvliegen en de aanleg van de 380kV hoogspanningsverbinding. We vertrouwen erop dat deze noodzakelijke uitbreiding van het energienetwerk kan doorgaan op basis van het door Defensie voorgestelde licht
planologische regime. Dat geldt ook voor de woningbouw en de RES-
zoekgebieden. We zijn daarom blij dat Defensie dit zelf ook aangeeft en het onwenselijk vindt om gebieden deels ‘op slot’ te zetten, gelet op de
grote opgaven in Nederland. Graag draagt de provincie bij aan goede en tijdige afstemming bij ruimtelijke ontwikkelingen, passend bij het licht planologische regime. Zoals eerder aangegeven in deze zienswijze
willen we graag - samen met andere overheden in de Noord-Hollandse
laagvlieggebieden voor helikopters - met u een heldere procedure voor dit regime vaststellen. •
Onbemande maritieme helikopters:
Zoals eerder aangegeven pleit de provincie voor het experimenteren
met onbemande en bemande civiele drones in deze corridors (in het kader van voor civiel-militaire samenwerking en Uspace). •
Locatiespecifieke behoefte 11: Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer, Afsluitdijk
2201168 /2417276
9 | 16
De provincie sluit zich aan bij de reactie van de gemeenten Hollands Kroon en Medemblik hieronder. •
Wadden
Op 24 april jl. hebben we, samen met de provincies Friesland en
Groningen, overleg met u gevoerd over de impact van het NPRD op het Waddengebied. We hebben onze zorgen geuit over het ontstaan van
cumulatie van effecten van diverse defensie-activiteiten, een vrees die
gedeeld wordt door het Omgevingsberaad Waddengebied. In de Agenda Waddengebied (2020) staat de afspraak de impact van defensie-
activiteiten in het Waddengebied verder te verminderen, ook bij een eventuele toename van defensie-activiteiten. Hoe denkt u aan deze afspraak te kunnen voldoen? Gemeente Schagen •
Amfibisch oefenterrein:
Gemeente Schagen waardeert dat Defensie, naast de
onderzoeksresultaten, de belangen van betrokkenen heeft
meegenomen door het Zwanewater in Callantsoog niet verder te
beschouwen als onderzoekslocatie voor amfibische oefeningen. We zijn tevreden met het voorlopige besluit dat in Groote Keeten enkel het aanlanden plaatsvindt en dat het doorstoten in de duinen geen onderdeel meer is van de plannen. Bovendien betreft het een
uitbreiding van de trainingen op Texel zonder zware oefeningen of intensief vliegverkeer, waardoor de overlast voor omwonenden en belanghebbenden naar verwachting minder zal zijn.
Wij verzoeken om verduidelijking van het volgende:op pagina 36 van de ontwerp beleidsvisie staat vermeld dat ‘Voor het oefenen op Groote
Keeten is het belangrijk dat alleen het strand en de strandopgang wordt gebruikt’. Echter, kaart 2.6.1.1 van het voorkeursalternatief Groote
Keeten in de ‘Bundel detailkaarten voorkeursalternatieven’ toont alleen het strand en niet de strandopgang. Daarnaast is er gesproken om de naast gelegen parkeerplaats af te zetten. Kunt u bevestigen dat de strandopgang en de parkeerplaats onderdeel uitmaken van de benodigde locatie? •
Laagvlieggebied helikopters:
Gemeente Schagen hecht veel waarde aan goede communicatie en
afstemming. Voor het licht planologisch regime achten wij het wenselijk om een vast aanspreekpunt binnen Defensie te hebben voor afstemming.
2201168 /2417276
10 | 16
Daarnaast zijn wij benieuwd naar de aanpak van defensie met
betrekking tot gewassen die schade ondervinden. Tevens willen wij weten hoe Defensie omgaat met mensen met PTSS die, mede door Defensie, ernstige hinder ondervinden van harde geluiden en helikopters.
Naast de eerder genoemde weidevogels heeft de gemeente Schagen ook een Tapuiten convenant. Het broedseizoen van deze vogels dient
eveneens in acht te worden genomen. Wij vinden een stoplichten kaart hiervoor wenselijk. •
Petten groei beproevingen Noordzee:
Tot slot is gemeente Schagen tevreden met het aparte participatie- en zienswijzetraject dat dit najaar van start gaat over het intensievere gebruik van het schietterrein in Petten. Gemeente Hollands Kroon •
Laagvlieggebied helikopters:
Heldere ruimtelijke procedures en aanspreekpunt: wij pleiten voor een transparante en efficiënte ruimtelijke procedure (in relatie tot het
planologisch regime) met een vast aanspreekpunt binnen Defensie. Dit is van belang wanneer er sprake is van hogere bouwwerken waarvoor afstemming met Defensie noodzakelijk is. Een duidelijke structuur voorkomt vertragingen en bevordert samenwerking.
Ruimte voor toekomstige woon- en werkgebieden: wij verzoeken Defensie om bij de planvorming rekening te houden met de
ontwikkeling van toekomstige woon- en werkgebieden. De status van het oefengebied mag geen belemmering vormen voor gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw of bedrijvigheid. •
Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer:
Beperking van recreatieve hinder bij beproevingengebied
Breezanddijk: indien wordt overgegaan tot uitbreiding en/of
intensivering van het schietgebied bij Breezanddijk (waar momenteel onderzoek naar wordt gedaan), verzoeken wij nadrukkelijk om de
recreatieve mogelijkheden in dit gebied zoveel mogelijk te behouden.
Tevens vragen wij aandacht voor de toekomstige ontwikkelingskansen van dit gebied op het gebied van recreatie, maar ook bijvoorbeeld de ontwikkeling van Haven Oude Zeug. In het kader van de
IJsselmeerkustvisie is eerder ingezet op versterking van de recreatieve functie van de IJsselmeerdijk. Destijds was de militaire activiteit
2201168 /2417276
11 | 16
beperkter. Nu er mogelijk sprake is van intensivering en uitbreiding van het oefengebied, verzoeken wij om waarborgen dat deze recreatieve ambities niet worden belemmerd.
Transparantie over oefenactiviteiten: wij verzoeken om het periodiek delen van schema’s met betrekking tot schietoefeningen, zodat belanghebbenden tijdig geïnformeerd zijn en hierop kunnen anticiperen. •
Afstemming met lokale ambities en toekomstvisie:
Wij vragen om een integrale benadering waarbij de ambities van de regio – op het gebied van recreatie, woningbouw, bedrijvigheid en natuur – worden meegenomen. Dit geldt niet alleen voor reeds vergunde of planologisch vastgelegde plannen, maar ook voor
toekomstige visies en ontwikkelrichtingen. Potentiële conflicten, nu of in de toekomst, dienen in de besluitvorming te worden meegenomen. Gemeente Medemblik •
Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer:
Met betrekking tot het beproevingengebied Breezanddijk zijn wij
verheugd dat de uitbreiding zal plaatsvinden in oostelijke richting,
waarbij de zuidgrens hiervan niet verder reikt dan de zuidgrens van het
huidige schietgebied. Wij maakten ons grote zorgen over een mogelijke
uitbreiding naar zuidelijke richting in Medemblikse wateren, dicht tegen bewoond gebied aan. Een uitbreiding naar het zuiden, in combinatie
met een verhoogde oefenfrequentie van 60 naar 90 dagen per jaar, zou grote impact hebben op de haven- en watersportactiviteiten. Deze
vormen een belangrijke pijler onder onze lokale economie en aanzien als topsport gemeente. Door passanten, riviercruises en voor
internationale topzeilwedstrijden wordt namelijk intensief gebruik gemaakt van deze wateren en van de watersport- en
havenvoorzieningen die Medemblik-stad en Andijk bieden. Horeca,
detailhandel en de toerismesector profiteren mee van deze activiteiten. Het thema Vitaal Economisch Belang vanuit het Platform
IJsselmeergebied ziet er op toe om deze belangen te beschermen.
Duurzame Energie valt ook onder het thema Vitaal Economisch belang. Het IJsselmeergebied heeft een grote potentie voor onder andere
zonne-energie. Er is een toenemende uitdaging om duurzame energie op land op te wekken, aangezien de beschikbare ruimte daar steeds
schaarser wordt. Uitbreiding van het schietterrein naar het zuiden, of een verdere intensivering zou een belemmering kunnen vormen voor deze en andere opgaven vanuit het Platform IJsselmeergebied.
2201168 /2417276
12 | 16
Belangen voor andere recreatieactiviteiten in het IJsselmeer zijn ook ondergebracht in de IJsselmeerkustvisie die wij gezamenlijk met de provincie en Noord-Hollandse IJsselmeerkustgemeenten hebben
vastgesteld. De gemeente Medemblik verzoekt Defensie voor haar
schietterrein in Breezanddijk rekening te houden met deze belangen. We hebben begrepen dat er nog nader onderzoek plaatsvindt naar de
verhoging van de schietintensiteit (aantal schoten per dag en het aantal dagen). U start hiervoor een apart participatietraject voordat het NPRD definitief is. Graag worden wij vroegtijdig en volledig betrokken bij dit traject en vragen wij aandacht voor de samenhang en integraliteit
tussen dit traject waarbij de uitbreiding van het oefengebied centraal
staat, en het afzonderlijke traject waarbij de intensivering centraal staat. Ook doen wij de suggestie om watersporters – bijvoorbeeld via de havenmeesters – goed te informeren over de schietoefeningen. •
Luchtruimherziening in relatie tot vliegroutes F-35’s
Verder vragen we aandacht voor de relatie tussen de
luchtruimherziening en de voorgenomen uitvliegroutes van Lelystad
Airport richting het noordwesten. De voorgenomen route OUT-12 gaat
via het IJsselmeer, over het beproevingenterrein Breezanddijk en via de Wieringermeerpolder. De voorgenomen route OUT-10 gaat via het IJsselmeer, over Andijk en Wervershoof richting Alkmaar/Bergen. Onze concrete vragen zijn: •
Wat doet de luchtruimherziening met deze voorgenomen routes? De vliegroutes van Schiphol van en naar het noordoosten worden meer naar het zuiden verschoven. Heeft dat impact op de voorgenomen vliegroutes van Lelystad Airport?
•
Wanneer Defensie gebruikmaakt van het beproevingengebied
Breezanddijk, zal dan het luchtruim daarboven worden gesloten
voor uitgaand vliegverkeer via route OUT-12? Heeft een intensiever gebruik van dit terrein dan ook meer gevolgen voor de vliegroutes OUT-12 en het alternatief OUT-10? •
Wat zijn de vliegroutes van de F-35’s van en naar Lelystad Airport en hebben deze ook weer invloed op de voorgenomen vliegroutes OUT-12 en OUT-10?
Aanleiding voor deze vragen is de zorg die leeft bij de gemeente
Medemblik over de mogelijke extra geluidshinder voor de leefomgeving en natuur die het oefenen met de F-35’s oplevert, maar ook vanuit de commerciële luchtvaart als gevolg van aanwezigheid van de F-35’s.
2201168 /2417276
13 | 16
•
Laagvlieggebied helikopters
De gemeente Medemblik sluit zich aan bij de vragen en opmerkingen
van de andere gemeenten over het laagvlieggebied voor helikopters. In aanvulling op deze opmerkingen vragen wij om bij het eerder
voorgesteld stoplichtmodel ook expliciet rekening te houden met lokale evenementen. Ter bescherming van de veiligheid en rust van
deelnemers en dieren, vragen wij in het bijzonder aandacht voor de harddraverijen.
Gemeente Dijk en Waard •
Laagvlieggebied helikopters:
Het laagvlieggebied voor helikopters grenst aan de oostzijde van het
aangesloten bebouwde gebied van Dijk en Waard. We vragen aandacht voor het zoveel mogelijk voorkomen van hinder voor de inwoners.
Vandaar onze vraag: welke afstand moeten helikopters aanhouden tot deze aaneengesloten bebouwing?
Verder verzoeken wij u om westgrens van het laagvlieggebied N8 aan te passen, zodat de nieuwbouwwijk De Draai in Heerhugowaard buiten het
gebied valt. Het laagvlieggebied ligt deels over deze nieuwbouwwijk. De ontwikkeling van de wijk is nagenoeg klaar, maar staat niet op de
onderliggende kaart. Daarbij adviseren we voor de zorgvuldigheid om de meest actuele kaart te hanteren.
In het nieuwe laagvlieggebied voor helikopters N8 komt ook
lintbebouwing voor. We vinden het belangrijk dat er goede afspraken
gemaakt worden over de afstand die aangehouden moet worden tot de lintbebouwing. Bij het maken en vastleggen van afspraken over het
gebruik van de locatie, maken we ook graag afspraken over de afstand die helikopters tot deze lintbebouwing moeten aanhouden en op welke hoogte ze over deze bebouwing mogen vliegen. Gemeente Alkmaar •
Laagvlieggebied helikopters:
De gemeente Alkmaar onderschrijft het belang om de laagvlieggebieden uit te breiden, zodat de oefenterreinen zowel kwalitatief als kwantitatief toenemen. Hiermee wordt de defensiegereedheid, en daarmee de veiligheid van Nederland en NAVO-bondgenoten, vergroot.
2201168 /2417276
14 | 16
De gemeente Alkmaar vraagt wel aandacht voor het woon- en
leefklimaat van de vrijstaande (agrarische) bebouwing in het landelijk gebied. Helikopterpiloten dienen in de nabijheid van woon- en
dorpskernen rekening te houden met de vlieghoogte. Dit geldt niet voor vrijstaande bebouwing. Hoe wordt in de vliegprocedures rekening gehouden met de belangen van de bewoners van vrijstaande (agrarische) bebouwing in het landelijk gebied? Gemeente Purmerend •
Laagvlieggebied helikopters:
De gemeente sluit zich aan bij de opmerkingen en vragen van gemeente Dijk en Waard over (de effecten van) het laagvlieggebied. Wat ons betreft moet daaraan nog de oproep toegevoegd worden, dat de
laagvliegende helikopers ook de diverse (lint)dorpen in het landelijk
gebied van de provincie (waaronder die in werelderfgoed De Beemster) moeten proberen te ontzien om eventuele overlast zo veel mogelijk te beperken.
Gemeente Wormerland •
Laagvlieggebied helikopters:
Wij verzoeken u opnieuw om de zuidgrens van het laagvlieggebied N8 gelijk te laten lopen met het Noordhollands kanaal, wat een logische harde grens is, en zodoende het uiterste puntje van Neck uit de begrenzing van N8 te halen. Gemeente Opmeer •
Laagvlieggebied helikopters:
Afspraken zijn van belang, te meer omdat er geen inzicht is en kan worden gegeven in de mate van overlast en schade die wordt
veroorzaakt door het laagvliegen, mede door de door Defensie
gewenste flexibiliteit en derhalve het ontbreken van een objectief
beoordelings-/toetsingskader. Een afspraak over de afstand en hoogte die helikopters aanhouden tot respectievelijk aaneengesloten
bebouwing en lintbebouwing/-dorpen én evaluaties dragen bij aan een zorgvuldige implementatie. Ook zijn de door gemeente Medemblik
gestelde vragen over de luchtruimherziening in relatie tot vliegroutes van de F-35’s relevant voor de gemeente Opmeer.
2201168 /2417276
15 | 16
Gemeente Koggenland De gemeente Koggenland sluit zich aan bij de vragen en opmerkingen die gesteld zijn in deze zienswijze.
Tot slot: voortzetten participatie en communicatie We hebben met elkaar goede ervaringen opgedaan in het
participatieproces rond het NPRD tot nu toe. Graag zetten wij deze communicatie met u voort in de afronding van het NPRD en bij de
uitvoering van de nieuwe activiteiten. Dat geldt ook voor de gevallen
waarbij Defensie gebruik wilt maken van de vrijstellingen die de Wet op de Defensiegereedheid gaat bieden.
Wij kijken uit naar uw reactie op onze vragen en aandachtspunten in deze zienswijze.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
provinciesecretaris
voorzitter
Deze zienswijze is ingediend mede namens de colleges van B&W van de gemeenten Alkmaar, Den Helder, Dijk en Waard, Hollands Kroon,
Koggenland, Medemblik, Opmeer, Purmerend, Schagen, Texel en Wormerland, op basis van door hen op 1 juli genomen besluiten, waarbij (op grond van artikel 10:11 eerste lid Algemene wet
bestuursrecht) mandaat is verleend aan Gedeputeerde Staten van de
provincie Noord-Holland om namens hen de gezamenlijke zienswijze op het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie te ondertekenen.
Kopie aan
2201168 /2417276
16 | 16
Colleges B&W van Alkmaar, Den Helder, Dijk en Waard, Hollands Kroon, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Purmerend, Schagen, Texel en Wormerland
2201168 /2417276