240321 Raadsinformatiebrief Aanvraag omgevingsvergunning Molen van Piet - Bijlage 6 Naderonderzoek vleermuizen
Tekst van het document
NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN MOLEN VAN PIET te ALKMAAR In verband met mogelijke snoei- en/of kap bomen rond de molen
NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN MOLEN VAN PIET te ALKMAAR
In verband met mogelijke snoei- en/of kap bomen rond de molen
Opdrachtgever: Gemeente Alkmaar Mevrouw S. Stam
Projectnummer : P23245 Datum :13 december 2023
(geanonimiseerd) Projectleider Controle (geanonimiseerd)
Paraaf
Groenadvies Amsterdam bv Postbus 36233 1020 ME AMSTERDAM Telefoon: (geanonimiseerd) E-mail: info@groenadviesamsterdam.nl
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
INHOUDSOPGAVE:
1 INLEIDING . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . 3
2 HET ONDERZOEKSGEBIED .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . 4 2. 1 Ligging in de regio .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . 4 2. 2 Gebiedsbeschrijving . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . 5 2. 3 Voorgenomen ingreep . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . 5
3 VLEERMUISONDERZOEK . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . 7 3. 1 Onderzoeksvragen . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . 7 3. 2 Onderzoeksmethode . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . 7 3. 3 Data en weersomstandigheden .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . 8 3. 4 Uitvoering veldonderzoek . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . 8 3. 5 Resultaten .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . 8 3. 5. 1 Soorten . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . 8 3. 5. 2 Waarnemingen en gebiedsfuncties .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . 9
4 CONCLUSIE . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . 12
Dit product van Groenadvies Amsterdam BV mag alleen geheel of gedeeltelijk worden vermenigvuldigd, openbaar gemaakt of ter beschikking van derden worden gesteld, na toestemming van Groenadvies Amsterdam BV en met bronvermelding.
13 december 2023 Pagina 2 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
1 INLEIDING Rond de Molen van Piet op het Bolwerk in Alkmaar staan bomen die de windvang voor de molen negatief beïnvloeden. De Molen- federatie heeft op verzoek van de gemeente Alkmaar advies en maatregelen gegeven om de windvang van de molen te garanderen. Deze geadviseerde maatregelen betreffen het mogelijk gefaseerd snoeien en/of kappen van de bomen binnen 60 meter van de molen.
Vooroplopend op de uitvoering van de werkzaamheden zal eerst een windonderzoek plaatsvinden. Dit onderzoek heeft als onderzoeksgebied een contour van 100 meter rondom de molen. Afhankelijk van wat er uit dit onderzoek volgt, kan het aantal te snoeien/kappen bomen nog wijzigen.
Om de wettelijk vereiste zorgplicht te betrachten in het kader van de Wet natuurbescherming, is in het voorjaar van 2023 een quickscan uitgevoerd. Hieruit bleek dat vanwege de snoei en/of kap nader onderzoek naar vleermuizen gewenst is. De mogelijk te kappen en/of snoeien kunnen deel uitmaken van een foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Deze gebiedsfuncties kunnen bij de kap en/of snoei komen te vervallen. Er is daarom nader onderzoek uitgevoerd om het terreingebruik van vleermuizen binnen het projectgebied te onderzoeken.
Als uit het nader onderzoek blijkt dat het projectgebied deel uitmaakt van een essentieel foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen, wordt per scenario (zie het kopje product op de laatste pagina) aangegeven of en waar knelpunten te verwachten zijn. Vervolgens wordt per scenario de wijze van uitvoering geadviseerd. Tevens wordt aangegeven of er een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd moet worden en of er mitigerende en compenserende maatregelen dienen plaats te vinden om negatieve effecten op de soorten te voorkomen. Ook wordt met behulp van vleermuisvriendelijke maatregelen advies gegeven over de herinrichting na uitvoering van de werkzaamheden.
In het volgende hoofdstuk worden het onderzoeksgebied en de voorgenomen ingreep beschreven. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op de onderzoeksvragen, onderzoeksmethode en resultaten van het nader onderzoek naar vleermuizen. Het laatste hoofdstuk behandelt de conclusie (s) en eventuele verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming.
13 december 2023 Pagina 3 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
2 HET ONDERZOEKSGEBIED
2. 1 Ligging in de regio
Het projectgebied ligt op het Bolwerk, aan de westkant van het centrum van Alkmaar (zie Figuur 1 en Figuur 2) .
Figuur 1 Ligging in de regio. Bron: Google Maps
Figuur 2 Ligging projectgebied in de wijk, met in het midden de Molen van Piet. Bron: Google Maps
13 december 2023 Pagina 4 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
2. 2 Gebiedsbeschrijving Het projectgebied betreft de zuidkant van het Bolwerk in Alkmaar en loopt aan de noordkant tot de Nassaubrug. Aan de westkant loopt de Kennemersingel, dat aan de zuidkant op de Kennemerstraatweg uitkomt. In deze straat staan meerdere bomen tussen de Singelgracht en de rijbaan. De Singelgracht loopt onder de Heilooërbrug door in de Nieuwlandersingel. Rond deze watergang staan meerdere grote bomen in open grond. Aan de oostkant van het projectgebied bevindt zich bebouwing langs de Ritsevoort. Te midden van het projectgebied staat de Molen van Piet. Hieromheen staan meerdere grote bomen in open grond. Rond de molen liggen meerdere heestervakken. Ten noorden van de molen loopt de Vrouwenstraat, dat overgaat in de Clarissenbuurt. Tussen de Clarissenbuurt en het Bolwerk ligt een klein bosvakje.
2. 3 Voorgenomen ingreep
Rond de Molen van Piet op het Bolwerk in Alkmaar staan bomen die de windvang voor de molen negatief beïnvloeden. De Molenfederatie heeft op verzoek van de gemeente Alkmaar advies gegeven en maatregelen opgesteld om de windvang van de molen te garanderen. Deze maatregelen betreffen het gefaseerd snoeien en/of kappen van bomen binnen 60 meter van de molen.
Vooroplopend op de uitvoering van de werkzaamheden zal eerst een windonderzoek plaatsvinden. Dit onderzoek heeft als onderzoeksgebied een contour van 100 meter rondom de molen. Afhankelijk van wat er uit dit onderzoek volgt, kan het aantal te snoeien/kappen bomen nog wijzigen.
Wijze van uitvoering werkzaamheden Bij uitvoering van de werkzaamheden wordt onderscheid gemaakt tussen drie scenario’s:
1. Uitvoering van het Molenfederatie maatwerkadvies (snoei/kap van bomen binnen 60 meter van de Molen van Piet) waarbij wordt gewerkt in drie verschillende fases. 2. Het snoeien van maximaal 30% van de boomkronen. 3. Een mogelijk andere samenstelling van diverse maatregelen (kandelaberen, kappen en/of snoeien binnen 100 meter van de Molen van Piet) .
Scope nader onderzoek vleermuizen Tijdens het nader onderzoek wordt binnen een straal van 100 meter van de molen gekeken op welke manier de vleermuizen gebruik maken van het gebied. De gebiedsbegrenzing wordt op de volgende pagina op kaart weergegeven (zie Figuur 3) .
13 december 2023 Pagina 5 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
Figuur 3 Scope nader onderzoek (blauwe cirkel) Bron: mapsdirections. info .
13 december 2023 Pagina 6 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
3 VLEERMUISONDERZOEK
3. 1 Onderzoeksvragen Het onderzoek naar vleermuizen dient de volgende vragen te beantwoorden:
1. Zijn er vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? 2. Op welke wijze maken die vleermuizen gebruik van het onderzoeksgebied? 3. Zijn er op basis van de waarnemingen essentiële vliegroutes-* of foerageergebieden** te verwachten binnen het onderzoeksgebied? 4. Hebben de voorgenomen activiteiten (waarbij wordt uitgegaan van drie scenario’s) een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de leefomgeving van vleermuizen? 5. Kunnen met behulp van een specifieke wijze van uitvoering negatieve effecten worden voorkomen of dient een ontheffing te worden aangevraagd? 6. Indien er een ontheffing moet worden aangevraagd; welke mitigerende- en compenserende maatregelen kunnen worden uitgevoerd om negatieve effecten op de soorten te voorkomen? 7. Welke vleermuisvriendelijke maatregelen kunnen worden toegepast bij de herinrichting na uitvoering van de werkzaamheden?
*Vleermuizen gebruiken vaste vliegroutes om vanaf hun verblijfplaatsen van- en naar foerageergebieden te vliegen. Deze routes betreffen zoveel mogelijk lijnvormige structuren, die bij voorkeur uit de wind en uit het licht liggen. Veelal wordt langs deze structuren ook gefoerageerd, bijvoorbeeld langs bomenrijen en watergangen met opgaande begroeiing. Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken, dan wel als er een alternatieve vliegroute aanwezig is, maar het gebruik hiervan te veel energie kost vergeleken met de originele vliegroute.
**Vleermuizen foerageren over het algemeen binnen elke kilometers van hun verblijfplaats. Vaak wordt op een avond gebruik gemaakt van verschillende foerageergebieden/trajecten die volgens een vaste route (vliegroute) worden bereikt. De gekozen jachtlocatie hangt af van het insectenaanbod en weersomstandigheden. Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen. De grootte van het jachtgebied van een individu is sterk afhankelijk van het voedselaanbod.
3. 2 Onderzoeksmethode Voor het uitvoeren van een vleermuisinventarisatie is door het Netwerk Groene Bureaus, in samenwerking met Gegevens Autoriteit Natuur (GAN) en de Zoogdiervereniging een protocol vastgesteld. In dit vleermuisprotocol staan richtlijnen zoals in welke periode onderzoek te doen, bij welke weersomstandigheden veldwerk kan worden uitgevoerd en van hoe laat tot hoe laat. In geval van het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming wordt vereist dat voor het bepalen van de aan- of afwezigheid van vleermuizen en vleermuisfuncties, het onderzoek conform het vleermuisprotocol is uitgevoerd. Er is gewerkt conform dit protocol (versie 2021) .
Vleermuizen gebruiken hun leefgebied door het jaar heen, op verschillende manieren. Daarom is het nodig om een vleermuisonderzoek verspreid over het actieve seizoen van vleermuizen uit te voeren. Conform de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2021 dienen voor de hier mogelijke gebiedsfuncties (foerageergebieden en/of vliegroutes) twee bezoeken van elk minimaal 2 uur plaats te vinden. Eén in de kraamperiode (15 mei – 15 juli) en één in de nazomer (15 augustus – 15 oktober) Tussen de bezoeken dienen minimaal 20 dagen te liggen. .
13 december 2023 Pagina 7 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
Het weer is van invloed op de activiteiten van vleermuizen en daardoor op de doelmatigheid van het inventariseren. Harde wind, langdurige regenval, dichte mist en lage temperaturen zijn belemmerende factoren. Voor beide bezoeken geldt dan ook dat deze onder droge omstandigheden met weinig wind plaats moeten vinden.
Het vleermuisprotocol geeft als vuistregel dat als in het donker meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet te (over) zien of te beluisteren valt, een extra onderzoeker ingeschakeld moet worden. Het is daarom belangrijk dat de vleermuisinventarisatie lang genoeg duurt en met voldoende mensen wordt uitgevoerd. Voor dit projectgebied gaat het om het vaststellen van foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. Vleermuizen gebruiken deze gebiedsfuncties gedurende de hele nacht. Er zijn geen geschikte holten in de bomen aanwezig; verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er zijn hierdoor geen specifieke in- en uitvliegmomenten. De benodigde onderzoeksronden kunnen dan ook telkens met één onderzoeker afgerond worden.
Tijdens elk bezoek was de onderzoeker voorzien van een Elekon batlogger en Leica Caleron warmtebeeldcamera. Met de Batlogger wordt tijdens het veldwerk continu opnames gemaakt van alle vleermuisgeluiden (real time en full spectrum) De opgenomen geluiden kunnen .
vervolgens achteraf geanalyseerd worden met behulp van het programma BatExplorer. Vooral voor de soorten van het geslacht Myotis is dit noodzakelijk om tot een zekere determinatie te kunnen komen. De Batlogger neemt niet alleen de hoogfrequente geluiden op maar elke opname wordt ook voorzien van datum, tijdstip en positie. Op deze manier kunnen alle vleermuissoorten, waarvan het voorkomen in Nederland bekend is, worden ontvangen en geregistreerd. De warmtebeeldcamera’s geven de mogelijkheid om de waarnemingen in het donker goed te zien en eventuele gedrag te volgen en desgewenst door de interne opnamemogelijkheid vast te leggen.
3. 3 Data en weersomstandigheden
Er zijn twee avondbezoeken gebracht. De data en weersomstandigheden staan in onderstaande tabel.
Datum Starttijd Eindtijd Weer Temperatuur Wind 10 juli 2023 22: 00 00: 00 Droog, bewolkt 20°C 1 Bft 11 september 2023 20: 00 22: 00 Droog, licht bewolkt 20°C 1 Bft
3. 4 Uitvoering veldonderzoek
Gedurende de twee bezoeken is één onderzoeker ingezet die met behulp van de Elekon batlogger en Leica warmtebeeldcamera langzaam lopend het projectgebied doorkruiste. Er werd met name gelet op alle (mogelijk) te snoeien/kappen bomen binnen de projectgrenzen, maar ook op eventuele waarnemingen grenzend aan het projectgebied. Ook de Singelgracht en Nieuwlandersingel werd regelmatig met behulp van de warmtebeeldcamera bekeken, omdat zulke lijnvormige elementen vaak door vleermuizen als vliegroutes en/of foerageergebieden worden gebruikt. Alle waarnemingen werden op de batlogger opgenomen en door de onderzoeker op kaart ingetekend met tijdstip, soort, gedrag en vliegrichting.
3. 5 Resultaten
3. 5. 1 Soorten
Tijdens de twee bezoeken zijn de volgende soorten waargenomen: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Laatvlieger
13 december 2023 Pagina 8 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
• Meervleermuis
De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is een typische gebouwbewonende soort. Slechts incidenteel worden ook individuen in boomholten waargenomen. In gebouwen maken ze gebruik van ruimten onder daken, in de spouwmuur en achter gevelbekleding. Ze jagen in de directe omgeving tot een paar kilometer van hun verblijfplaats. Het zijn kleine dieren die met name op beschutte plaatsen jagen. De gewone dwergvleermuis is in Nederland de meest algemene soort, die vrijwel overal wordt aangetroffen.
De ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) maakt zowel van bomen als gebouwen gebruik als verblijfplaats. Ze worden zowel in spleten en gaten in bomen aangetroffen, als in vleermuiskasten of zelfs houtstapels en in gebouwen achter betimmering, achter daklijsten, onder dakbedekking en op zolders. Ruige dwergvleermuizen jagen vaak in een halfopen, bosrijk landschap. In stedelijk gebied jagen ruige dwergvleermuizen vaak langs bosranden en door lanen. Ook foerageren ze graag bij straatlantaarns.
De laatvlieger (Eptesicus serotinus) is een grote, gebouwbewonende soort. Ze verblijven zowel in spouwmuren als op zolders en andere open ruimten in bebouwing. In de polders blijken ze algemeen jagend voor te komen, maar ook in het stedelijk gebied worden ze regelmatig waargenomen. Ze maken vooral gebruik van open en halfopen landschappen. Bij rustig weer jagen ze op hoogte door het gehele gebied, maar bij meer wind maken ze gebruik van luwe locaties bij gebouwen en bomen.
De meervleermuis (Myotis dasycneme) is een grote, gebouwgebonden vleermuissoort. Kolonies van meervleermuizen bevinden zich vrijwel altijd in gebouwen zoals op kerkzolders, in spouwmuren en onder dakpannen. De soort jaagt in een snelle, rechtlijnige vlucht in lange trajecten vlak boven open water en langs oevers van plassen, meren, kanalen, rivieren en vaarten. Meervleermuizen jagen tot op 10-20 km van de verblijfplaats.
3. 5. 2 Waarnemingen en gebiedsfuncties
Bezoek 10 juli 2023 Tijdens het eerste bezoek zijn verspreid over het projectgebied een klein aantal vleermuizen waargenomen. Het betreft circa 15 individuen. Rond 22: 53 werd één overvliegende meervleermuis waargenomen. Deze vloog in oostelijke richting onder de Heilooërbrug door. Rond 23: 30 werd één langsvliegende laatvlieger waargenomen. Deze vloog langs de bomen op het Bolwerk in noordelijke richting. De dieren leken geen binding met het projectgebied te hebben.
De rest van de waarnemingen betrof gewone dwergvleermuizen. Er werden drie overvliegende dieren waargenomen die allen in zuidelijke richting vlogen. Ze vlogen daarbij tussen de bomen boven de wandelpaden van het Bolwerk en in de steeg van de Clarissenbuurt, tussen de bebouwing en het bosvakje. Op circa zes plekken werden foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Het betroffen telkens 1 tot 2 individuen. Eén dier foerageerde boven de heestervakken ten oosten van de Nassaubrug. Het dier leek geen binding met de bomen te hebben. Een paar meter ten westen hiervan foerageerde één vleermuis boven de oeverzone. Een groepje van circa 5 dieren foerageerde in het parkdeel tussen het Bolwerk en de Clarissenbuurt. De dieren vlogen onder de boomkronen. Ten westen van de molen werden op circa 3 meter boven het maaiveld twee foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Hier een aantal meters ten westen van was één dier rond de oevervegetatie aan het jagen. Rond de begroeiing bij de Singelgarage, ten westen van de Heilooërbrug foeragerende één dier.
Bezoek 11 september 2023 Tijdens het tweede bezoek werden verspreid over het projectgebied circa 10 individuen waargenomen. Rond 21: 59 werd ter hoogte van de Nieuwlandersingel een overvliegende ruige dwergvleermuis waargenomen. Deze vloog in zuidelijke richting. Rond 21: 46 werd ter hoogte van de Clarissenbuurt een overvliegende laatvlieger waargenomen. Deze vloog in noordoostelijke richting. De dieren leken geen binding met het projectgebied te hebben.
13 december 2023 Pagina 9 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
Verder werden over de Singelgracht gedurende het bezoek twee langsvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Eén vloog in noordelijke richting, de andere richting de Heilooërbrug. Langs de Kennemersingel werd rond de bomenrijen één overvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen. Op het Bolwerk vlogen tevens dieren in noordelijke richting. In totaal gaat het om zo’n zes individuen.
Bij de heestervakken ten zuiden van de Nassaubrug werd net zoals bij het eerste bezoek één foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen. Het dier leek geen duidelijke binding met de bomen te hebben, maar foerageerde voornamelijk boven de heestervakken. Langs het Bolwerk werd rond de bomen één foeragerend dier waargenomen. Op de locatie waar tijdens het vorige bezoek vijf jagende gewone dwergvleermuizen werden waargenomen, foeragerende tijdens het tweede bezoek wederom het zelfde aantal dieren. Zij foerageerden voornamelijk hoog in de boomkronen. Bij de bomen ten oosten van de Heilooërbrug was tijdens beide bezoeken geen activiteit van vleermuizen. Ook de bomen langs de Kennemersingel werden nauwelijks door vleermuizen gebruikt.
Zie de kaarten op de volgende pagina voor alle waargenomen van vleermuizen. Bij deze kaarten hoort onderstaande legenda:
Foeragerende vleermuis Overvliegende vleermuis
In blauw: gewone dwergvleermuis In rood: ruige dwergvleermuis In geel: laatvlieger In groen: meervleermuis
Waarnemingen 10 juli 2023
13 december 2023 Pagina 10 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
Waarnemingen 11 september 2023
13 december 2023 Pagina 11 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
4 CONCLUSIE In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen zoals genoemd in paragraaf 3. 1 beantwoord.
1. Zijn er vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? Tijdens het uitgevoerde nader onderzoek zijn vier soorten vleermuizen aangetroffen. Het betreft de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Tijdens het eerste bezoek betrof het in totaal circa 15 individuen. Bij het tweede bezoek was er minder activiteit van vleermuizen; in totaal betrof het ongeveer 10 dieren.
2. Op welke wijze maken de vleermuizen gebruik van het onderzoeksgebied?
Overvliegende vleermuizen Ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis zijn binnen het projectgebied alleen overvliegend waargenomen. Het betrof telkens één individu per soort. De dieren vlogen snel over (in noord- en oostelijke richtingen) en leken geen binding met de bomen of andere elementen binnen het projectgebied te hebben.
Van de gewone dwergvleermuis werden verspreid over het projectgebied een aantal overvliegende dieren waargenomen. In totaal gaat het om circa negen dieren. De vleermuizen volgden echter geen vaste route binnen het projectgebied.
Foeragerende vleermuizen Gedurende het onderzoek werden alleen foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. De eerste waarnemingen van foeragerende dieren werden tijdens beide bezoeken circa 30-40 minuten na zonsondergang gedaan. Het hoogtepunt van jagende vleermuizen vond gedurende het tweede uur van de bezoeken plaats.
De dieren foerageerden op diverse locaties binnen het projectgebied. Het betrof per locatie telkens 1 tot 2 individuen. Alleen in de steeg ter hoogte van de Clarissenbuurt werden bij beide bezoeken circa 5 foeragerende vleermuizen waargenomen.
3. Zijn er op basis van de waarnemingen essentiële vliegroutes- of foerageergebieden te verwachten binnen het onderzoeksgebied?
Vliegroutes Er zijn op basis van de waarnemingen geen aanwijzingen voor een essentiële vliegroute voor vleermuizen binnen het projectgebied. De verwachting vooraf was dat de Singelgracht en Nieuwlandersingel mogelijk als vliegroute konden dienen, omdat deze een duidelijk lijnvormig landschapselement vormen. Gedurende de twee bezoeken werden er echter maar twee overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Mogelijk heeft de aanwezige straatverlichting langs de Kennemersingel en op de Heilooërbrug hier invloed op. Ondanks dat de verlichting gericht staat op de straten, werd tijdens het nader onderzoek opgemerkt dat er veel uitstraling naar het water plaatsvond. Verlichting vormt een barrière voor veel vleermuissoorten en op deze locatie wordt de watergang dan ook niet als vliegroute gebruikt.
Diezelfde straatverlichting is hoogstwaarschijnlijk ook de reden dat de bomenrij langs de Kennemersingel niet als vliegroute wordt gebruikt. Hier werd gedurende de twee bezoeken slechts één overvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen. Er zijn dan ook geen aanwijzingen voor een essentiële vliegroute op deze locatie.
Op het Bolwerk zelf is geen straatverlichting aanwezig, met uitzondering van lampen die op de molen van Piet gericht zijn en ten oosten van de Nassaubrug, op het plein met de heestervakken. Het Bolwerk op zichzelf vormt een lijnvormig landschapselement. Gedurende het onderzoek werden echter geen grote aantallen vleermuizen waargenomen. De dieren vlogen tijdens het onderzoek telkens tussen de bomen in, in verschillende richtingen. Er werd bijvoorbeeld geen vaste route boven de boomkronen vastgesteld. De aanwezigheid van een
13 december 2023 Pagina 12 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
essentiële vliegroute voor vleermuizen binnen het projectgebied kan dan ook worden uitgesloten.
Foerageergebieden Er zijn op basis van de waarnemingen geen aanwijzingen voor een essentieel foerageergebied voor vleermuizen binnen het projectgebied. Gezien het latere tijdstip dat de dieren voor het eerst foeragerend werden waargenomen (circa 30-40 minuten na zonsondergang) is de ,
verwachting dat er weinig verblijfplaatsen in de omgeving aanwezig zijn, of dat eerst andere groengebieden als tussenstop gebruikt worden op weg naar hun uiteindelijke foerageergebied. De lokale populatieomvang van vleermuizen in deze omgeving wordt hierdoor niet hoog ingeschat.
Gedurende de twee bezoeken werden slechts kleine aantallen vleermuizen waargenomen. Het betrof telkens 1 á 2 individuen per locatie. Vaste jachtlocaties leken niet van toepassing; de dieren foerageerden telkens op een andere locatie. Wel werd bij de heestervakken ten oosten van de Nassaubrug bij elk bezoek één foerageergebied dier waargenomen. De vleermuis leek echter geen binding met de bomen te hebben en foerageerde alleen laag boven de heesters.
In de steeg in de Clarissenbuurt werden bij beide bezoeken wel meerdere jagende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Het betrof telkens 5 individuen. Indien deze bomen mogelijk gekapt en/of gesnoeid worden, zijn er ten noorden van het projectgebied (voorbij de Nassaubrug, op circa 80 meter afstand) echter nog voldoende grote bomen van goede kwaliteit aanwezig die als alternatief foerageergebied gebruikt kunnen worden. Hier foerageerde tijdens het onderzoek ook telkens een aantal gewone dwergvleermuizen. De bomen lijken dus geschikt als jachtgebied voor vleermuizen. De aanwezigheid van een essentieel foerageergebied voor vleermuizen binnen het projectgebied kan dan ook worden uitgesloten.
4. Hebben de voorgenomen activiteiten (waarbij wordt uitgegaan van drie scenario’s) een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de leefomgeving van vleermuizen? De drie scenario’s worden in paragraaf 2. 3 beschreven. De keuze voor één van de scenario’s heeft geen invloed op de voorkomende soorten en de functionaliteit van de leefomgeving van de dieren. De bomen rond de molen maken geen deel uit van een essentiële vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Er zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven beschikbaar. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.
5. Kan met behulp van een specifieke wijze van uitvoering negatieve effecten worden voorkomen of dient een ontheffing te worden aangevraagd? Negatieve effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er is geen noodzaak tot het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming.
Bij de overweging van de te snoeien/kappen bomen wordt als aanbeveling meegegeven dat het groepje vleermuizen in de steeg in de Clarissenbuurt baat kan hebben bij het in stand houden van zoveel mogelijk bomen in dit deelgebied, omdat de dieren voornamelijk hoger in de boomkronen foerageren. Bij snoeien van de boomkronen bestaat de kans dat de dieren ergens anders gaan foerageren. Deze maatregel is niet verplicht, omdat de bomen geen deel uitmaken van een essentieel foerageergebied en er voldoende alternatieven in de directe omgeving aanwezig zijn, maar het kan wel betekenen dat deze vleermuizen hier kunnen blijven jagen.
6. Indien er een ontheffing moet worden aangevraagd; welke mitigerende- en compenserende maatregelen kunnen worden uitgevoerd om negatieve effecten op de soorten te voorkomen? Niet van toepassing.
13 december 2023 Pagina 13 van 14
Groenadvies Amsterdam bv Nader onderzoek Wnb Molen van Piet
7. Welke vleermuisvriendelijke maatregelen kunnen worden toegepast bij de herinrichting na uitvoering van de werkzaamheden? Er is geen wettelijke noodzaak tot het toepassen van vleermuisvriendelijke maatregelen bij de herinrichting na uitvoering van de werkzaamheden. Wel kan de lokale vleermuispopulatie in de wijk baat hebben bij het toepassen van extra maatregelen. Deze aanbevelingen zijn:
- Het toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting langs de Kennemersingel en Heilooërbrug. Deze structuren vormen potentie voor een eventuele vliegroute en/of foerageergebied voor meerdere vleermuissoorten zoals meervleermuis en watervleermuis, maar worden in huidige situatie niet gebruikt vanwege de vele lichtuitstraling. - Geschikte verlichting is bijvoorbeeld de zogeheten ‘Batlamp’; dit zijn amberkleurige UV- vrije ledlampen. - Ook kan een astronomische klok de in- en uitschakeling van verlichting bepalen. Bij het inschakelen komen de lampen langzaam op, bij de uitschakeling doven ze zachtjes. - Bij de herinrichting kan gebruik worden gemaakt van een gevarieerd aanbod aan inheemse bomen, waarbij een dichte groenstructuur ontstaat en meer insecten in de bomen kunnen leven.
13 december 2023 Pagina 14 van 14