CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

240321 Raadsinformatiebrief Aanvraag omgevingsvergunning Molen van Piet - Bijlage 2 adviesrapportage Molenbiotoop NH Molenfederatie

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken3.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar

Inhoudsopgave Opdracht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Molen van Piet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Vigerende planologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Biotoopformule . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Maximale bouwhoogte ingevolge biotoopformule . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . 5 Groen in molenbiotopen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Omliggende gronden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Invloed groen molenbiotoop Molen van Piet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Conclusie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 Bijlage A: invloedssfeer beplanting op windvang c. q. molenbiotoop Molen van Piet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 2

Opdracht Per email van 4 maart 2022 door de gemeente Alkmaar, die zich ten deze laat vertegenwoordigen door de heer P. Smidt (coördinator Onderhoud en Vastgoed) , opdracht verleend aan de Noord-Hollandse Molenfederatie om een biotoopnotitie op te stellen met betrekking tot de molenbiotoop en de windvang van de Molen van Piet, waarbij specifiek wordt ingegaan op het aanwezige groen rondom de molen en de invloed hiervan op de molenbiotoop. Het eindconcept van deze notitie hebben wij op 25 mei 2022 per e-mail aan opdrachtgever verzonden. Op 15 februari 2023 is deze notitie in definitieve vorm aan opdrachtgever beschikbaar gesteld.

Molen van Piet De Molen van Piet is een gemetselde ronde stellingmolen met een gevlucht van 25, 85 m voorzien van het wieksysteem Fauël (fokken) met automatische remkleppen. De molen is voorzien van een stelling van 8, 90 m, waardoor de onderste punt van de verticaal staande wiek op ca. 9, 00 m boven het omliggende maaiveld is gelegen. Het maaiveld ter plaatse van de molen is gelegen op ca. 6, 20 m boven NAP 1 .

Vigerende planologie Het vigerende planologische regime ter plaatse van de Molen van Piet wordt gevormd door het bestemmingsplan Binnenstad Zuid en Oost (NL. IMRO. 0361. BP00003-0401) . In dit bestemmingsplan is de molenbiotoop van de Molen van Piet niet planologisch geborgd middels een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop'. Hierdoor gelden er geen aanvullende regels voor het bouwen en gebruik van gronden binnen de windvangzone van de Molen van Piet.

1 Het omliggende peil is ca. 6, 20 m boven NAP gelegen ingevolge het biotooprapport 70, beschikbaar via https: //noord-holland. molenbiotoop. nl/biotooprapporten/70. pdf. Dit correspondeert met de gegevens zoals opgenomen in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) .

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 3

Biotoopformule Binnen Nederland wordt de biotoopformule van De Hollandsche Molen als een “gouden standaard” voor de planologische borging van de molenbiotoop gezien. De formule is opgesteld aan de hand van wetenschappelijk onderzoek, dat in 1982 is gepubliceerd in het werk De inrichting van de omgeving van de molen. Het wijde gebruik van de biotoopformule hangt samen met de toepasbaarheid in alle Nederlandse landschappen door als variabele in de formule een ruwheidscoëfficiënt op te nemen. Het andere grote voordeel van de biotoopformule is het feit dat binnen de biotoopformule middels de “constante” reeds de “maximaal toelaatbare windreductie” van 5% ten opzichte van de “oude” situatie is meegenomen, wat zich vertaalt naar een vermogensverlies van 14%; een grotere reductie wordt gezien als onwenselijk en onevenredig. De formule kan als volgt worden geformuleerd:

H (x) = x/n+c*z (toegestane hoogte op afstand x = afstand x/coëfficiënt + (constante x askophoogte) ) .

De biotoopformule gaat bij een verhoogd gebouwde molen, zoals een beltmolen of een stellingmolen, echter pas ‘werken’ als de maximale bouwhoogte ingevolge de biotoopformule hoger is dan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek. In dit geval wordt de stellinghoogte +0, 10 m (de onderste punt van de verticaal staand wiek) aangehouden als de hoogte, vanaf waar de bouw- en beplantingshoogtes ingevolge de biotoopformule ‘in werking’ (zouden) treden.

De askophoogte wordt berekend door de lengte van het gevlucht (een roede) door 2 te delen. Zo kent een molen met een gevlucht van 20 m een askophoogte van 10 m. Bij een verhoogd gebouwde molen, zoals een beltmolen of een stellingmolen, dient daar nog de afstand vanaf aangrenzend maaiveld tot de onderste punt van de onderstaande wiek bij te worden opgeteld. Zo geldt voor de Molen van Piet, met een gevlucht van 25, 85 m en voorzien van een stelling van 8, 90 m hoogte ten aanzien van het omliggende maaiveld, een askophoogte van 21, 93 m (1/2 gevlucht is 12, 93 m + 8, 90 m stellinghoogte en 0, 10 m van de stelling tot de onderste punt van de verticaal staande wiek) .

Zoals hiervoor al vermeld kan de biotoopformule worden gebruikt in ieder Nederlands landschap door de ruwheidscoëfficiënt aan te passen. Voor de bepaling van de ruwheidscoëfficiënt wordt gebruik gemaakt van de ruwheidsklassentabel van Wieringa, die het landschap classificeert als: “open” (ruwheidscoëfficiënt van 140) , “ruw” (ruwheidscoëfficiënt van 75) en “gesloten” (ruwheidscoëfficiënt van 50) . Bij een open landschap kan men denken aan open akkerland, waar de wind vrijwel onbelemmerd over het land aan kan komen zetten. Een ruw landschap is bijvoorbeeld landbouwgrond, waarop hoge en lage gewassen elkaar afwisselen, zoals een maisveld of akkers met bomensingels ertussen. Bij een gesloten landschap is er sprake van een landschap, waarbij de bodem vrijwel volledig bedekt is met grote obstakels, zoals woonwijken of grote boerenbedrijven. Aangezien binnen een molenbiotoop meerdere landschapstypen kunnen voorkomen, kan er sprake zijn van meerdere ruwheidscoëfficiënten, afhankelijk van de windhoek. Aangezien de Molen van Piet zich binnen een omgeving met opgaande bebouwing en beplanting bevindt, kan worden gesteld dat er sprake is van een gesloten omgeving, waardoor een ruwheidscoëfficiënt van 50 toegepast dient te worden.

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 4

Maximale bouwhoogte ingevolge biotoopformule Aangezien binnen het bestemmingsplan Binnenstad Zuid en Oost geen bepalingen voor de molenbiotoop zijn opgenomen, hebben we de maximale (bouw) hoogte ingevolge de biotoopformule van De Hollandsche Molen voor een stedelijke context (en coëfficiënt van 50) berekend.

In het geval van de Molen van Piet kan de biotoopformule als volgt worden ingevuld: H (x) = x/50+0, 2*21, 93. Op basis van de toepassing van de biotoopformule zijn de volgende maximale (bouw) hoogtes toegelaten, gemeten vanaf het maaiveld ter plaatse van de molen (6, 20 m boven NAP) :

Molen van Piet

Afstand gemeten vanuit het hart van Maximale bouwhoogte ingevolge de formule de molen H (x) = x/50+0, 2*21, 93 0 m 9, 00 m 50 m 9, 00 m 100 m 9, 00 m 101 m 9, 00 m 110 m 9, 00 m 120 m 9, 00 m 130 m 9, 00 m 140 m 9, 00 m 150 m 9, 00 m 160 m 9, 00 m 170 m 9, 00 m 180 m 9, 00 m 190 m 9, 00 m 200 m 9, 00 m 210 m 9, 00 m 220 m 9, 00 m 230 m 9, 00 m 240 m 9, 19 m 250 m 9, 39 m 260 m 9, 59 m 270 m 9, 79 m 280 m 9, 99 m 290 m 10, 19 m 300 m 10, 39 m 320 m 10, 79 m 350 m 11, 39 m 400 m 12, 39 m

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 5

de Noord-Hollandse MOLENFEDERATIE

Zi

Groen in molenbiotopen Voor goed functionerende molen is vrije windvang van essentieel belang; solitaire bomen, een

boomgroepen en houtopstanden kunnen de windvang van een molen nadelig beïnvloeden. Bij hoge beplanting wordt de windtoevoer diffuus, onvoorspelbaar fluctuerend en turbulent en wordt de aan- en afvoer van wind negatief beïnvloed. Gevolgen hiervan zijn een verminderde draaivaardigheid, een toename van zeilslag en een sterk wisselende belasting van de wieken (roeden, hekwerk etc.) die tot

grote schade kan leiden. Daarnaast leidt een belemmerde afvoer van de wind tot drukopbouw van de wind tegen de achterzijde van de wieken, waardoor extra druk op de wieken en het wiekenkruis

ontstaat, wat schade aan de molen in de hand kan werken.

In 2011 is, in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, handreiking molenbiotopen opgesteld door een

Bosch Slabbers Tuin- en Landschapsarchitecten. In deze handreiking is tevens onderzoek gedaan naar de invloed van groen op de molenbiotopen, waaruit bleek dat verbetering in de groene omgeving rondom molens ervoor zorgt dat de wind minder diffuus, onvoorspelbaar fluctuerend en turbulent wordt (in

grotere mate dan een wijziging in de gebouwde omgeving). Op basis van deze handreiking is onderstaande lijst opgesteld met suggesties voor beplanting binnen molenbiotopen:

B Bomenlijst ‘laagblijvers’ Hoogte Verdraagt (m) verharding

Inheemse soorten - Acer campestre ‘Nanum' - Acer campestre 'Elsrijk’ -

Alnus glutinosa ‘Lacinaiata’ -

Carpinus betulus ‘Frans Fontaine’ -

Fraxinus Exelcior ‘Crispa” - Prunus padus ‘Watereri'

-

Salix alba (knotwilg) -

Sorbus aucuparia ‘Fastigata’ -

Tilia cordata ‘Monto'

-

Ulmus hollandica ‘wredei’ -

Ulmus minor ‘Jacqueline Hillier’

Uitheemse soorten - Acer pseudoplatanus 'Brilliantissimum’ -

Aesculus hippocastanum ‘Umbraculifera' - Amelanchier leaves ‘Ballerina’ -

Euonymus europaeus -

Magnolia stellata - Morus alba 'Pendula' -

Robinia pseudoacacia Myrtifolia' -

Zelkova serrata ‘Village Green’

” Fig. “Bijlage B: Bomenlijst ‘laagblijvers’”, (geanonimiseerd) 1: Uitsnede

Handreiking Molenbiotopen ('s-Gravenzande, 2011), p.

15-2-2023 —

Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 6

Omliggende gronden Bij de beoordeling van de molenbiotoop is van belang om te beoordelen of er al sprake is van objecten die reeds een windluwe zone binnen de molenbiotoop veroorzaken.

De feitelijke situatie van de molenbiotoop van de Molen van Piet is in 2006 ingemeten, waarbij gekeken is naar alle overschrijdingen van de biotoopnormen binnen een radius van 400 m, gemeten vanuit het hart van de molen. Daarbij zijn zowel overschrijdingen door bebouwing als beplanting meegenomen, zie onderstaande uitsnede:

Fig. 2: Uitsnede “Hoogtemetingen die de biotoopnorm overschrijden” en “Gestandaardiseerde sectorscores”, zoals opgenomen in Biotooprapport 70 inzake de Molen van Piet, beschikbaar via https: //noord-holland. molenbiotoop. nl/biotooprapporten/70. pdf.

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 7

Hieruit volgt dat de beplanting op het Clarissenbolwerk in 2006 reed enige windbelemmering veroorzaakte, zij het dat vooral op de noord- en noordoosthoek windbelemmering door opgaande beplanting werd veroorzaakt (met enkele bomen die boven de stelling uitkwamen) . Binnen het rapport wordt met betrekking tot de beplanting nog gesteld “Verder op het gehele bolwerk hoge bomen, ook nabij de molen. (21-02-2006) ”.

De volledige biotoopindicatie van de molenbiotoop van de Molen van Piet werd in 2006 als “matig” beoordeeld (categorie 3) . Een deel van de windbelemmering (specifiek rondom, direct ten noorden en direct ten oosten van de molen) werd in deze metingen veroorzaakt door opgaande beplanting op de oude vestingwerken.

Fig. 3: Uitsnede “Gestandaardiseerde sectorscores”, zoals opgenomen in Biotooprapport 70 inzake de Molen van Piet, beschikbaar via https: //noord-holland. molenbiotoop. nl/biotooprapporten/70. pdf. Handmatig is met groene stippen de biotoopoverschrijding door opgaande beplanting aangegeven; de molen zelf is handmatig aangeduid met een rode pijl.

De Noord-Hollandse Molenfederatie merkt hierbij op dat de overschrijding van de biotoopnormen sinds de meting door het verder groeien van de beplanting op het Clarissenbolwerk verder is verslechterd.

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 8

Invloed groen molenbiotoop Molen van Piet De windvang voor de Molen van Piet wordt in grote mate beïnvloed en belemmerd door de aanwezige opgaande beplanting op het Clarissenbolwerk. Deze beplanting leidt tot een diffuse, onvoorspelbare, fluctuerende en turbulente windtoevoer, welke zowel de draaivaardigheid van de Molen van Piet als het gebouw zelf negatief beïnvloedt.

Bij een molen in een goede biotoop worden alle vier de wieken tegelijkertijd ongeveer evenveel belast door de winddruk; indien de windaan- en afvoer echter wordt belemmerd door bijvoorbeeld opgaande beplanting, leidt dit tot een ongelijkmatige druk op het wiekenkruis. In het geval van de Molen van Piet veroorzaakt de ongelijkmatige druk op het wiekenkruis slijtage aan de molen, onder meer in de romp en in het gaande werk (de tandwielen) . Telkens wanneer een wiek boven de omliggende beplating uitkomt, vangt deze vol de wind en neemt de druk hierop toe. Dit zorgt niet alleen voor een ongelijke belasting van de roeden, maar leidt tevens tot een “doorvertaling” van de druk op de kap van de molen, de bovenas en het gaande werk.

De ongelijke belasting van de roeden heeft in het verleden onder meer geleid tot het “dansen” van de bovenas. Deze ongecontroleerde beweging van de bovenas kan gevolgen hebben voor het wiekenkruis (de wieken, met as en al, kunnen voorover kantelen als de as meer dan horizontaal komt te liggen) en heeft in het verleden reeds geleid tot het breken van de halssteen. Door de vervanging van de halssteen door een bronzen lager is de kans op een nieuwe breuk hiervan weliswaar afwezig, maar het gevaar van een “kantelende as” blijft bij een ongelijke belasting van het wiekenkruis aanwezig.

Deze ongelijke belasting heeft tevens gevolgen voor de structuur zelf: het krachtenspel werkt door in het metselwerk, waardoor onder meer voegen zich “loswerken”. Gelet op de dikte van de muren van de Molen van Piet leidt dit niet per direct tot onaanvaardbare risico’s, maar leidt dit wel tot extra kosten op het vlak van restauratie. Daarnaast is de kolen voorzien van een Engels kruiwerk op een rail; dit type kruiwerk heeft als voordeel dat de molen op de wind zetten zeer soepel kan, maar kent als nadeel dat door de constructie hiervan de molen sneller staat te “raggen” als het wiekenkruis ongelijk belast wordt, waarbij de kap beweegt. Gelet op de provisorische maatregel van de molenaar om bij de Molen van Piet middels een Tirfor de kap vast te zetten bij hevige wind, ook bij stilstand van de molen, is bij deze molen hier sprake van een vrij uitzonderlijke situatie waarbij de huidige biotoop het “raggen” verder versterkt.

Tot slot leidt de huidige molenbiotoop ertoe dat, indien men draait met gebruikmaking van de molenzeilen (om voldoende oppervlakte te genereren) , in veel gevallen zeilslag optreedt. Dit wordt veroorzaakt door een drukverschil tijdens het draaien (de winddruk valt weg daar waar de windvang wordt belemmerd) en wordt gekenmerkt door het “klapperen” van de zeilen op de heklatten van de wieken, wat leidt tot zowel slijtage aan hekwerk en zeil.

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 9

Conclusie De Noord-Hollandse Molenfederatie is van mening dat de grootste winst kan worden behaald door binnen een radius van 100 m, gemeten vanuit het hart van de molen, de aanwezige beplanting terug te brengen tot stellinghoogte (15, 10 m boven NAP) ; zo worden de door de beplanting veroorzaakte problemen aanzienlijk verholpen c. q. beperkt en heeft de wind kans om zich (tot op zekere hoogte) te herstellen. ) . Binnen een radius van 400 m, gemeten vanuit het hart van de molen, kan men ervoor opteren om de maximaal wenselijke hoogte van beplanting te berekenen middels de biotoopformule van De Hollandsche Molen, waarbij men rekening houdt met de feitelijke omgeving (stedelijk gebied) ; door dit als uitgangspunt te nemen kan de wind (relatief) ongehinderd aan- en afgevoerd worden, wat drukopbouw aan de achterzijde van de wieken tegengaat. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal van de binnen de 100 m radius aanwezige beplanting een monumentale status hebben, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het snoeien c. q. kandelaberen.

Door het snoeien c. q. kandelaberen van de aanwezige beplanting tot stellinghoogte zal de winddruk weer gelijkmatig verdeeld worden over de wieken van de molen en kan er geen grote drukopbouw aan de achterzijde van de wieken meer plaats vinden. Dit betekent in de praktijk dat de nu aanwezige problemen grotendeels worden opgelost. Aangezien de druk weer gelijkmatig zal worden verdeeld, blijft de bovenas van de molen in de vaste positie liggen en wordt de druk gelijkmatig over de constructie verdeeld. Dit heeft als direct gevolg dat het herstel van het metselwerk aan de romp minder vaak plaats zal hoeven te vinden. Tevens neemt bij het verbeteren van de biotoop het bewegen van de kap af, zij het dat door het gekozen kruiwerk (Engels kruiwerk) sprake blijft van enige speling. Tot slot leidt de gelijkmatige verdeling van de wind over de wieken tot het langer meegaan van de roeden, nu deze niet meer per ronde zowel volle druk (als zij “vrij” komen van de beplanting) als geen druk (als de roeden achter de beplanting komen) ervaren, waarbij extra krachten op de roeden komen. Ook zal de aanwezige zeilslag door het verbeteren van de molenbiotoop aanzienlijk afnemen.

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 10

Aanbevelingen Tot slot heeft de Noord-Hollandse Molenfederatie nog twee suggesties. Allereerst kan men bij eventuele vervanging van beplanting binnen de molenbiotoop kan men kiezen voor boomsoorten welke in volwassen staat niet boven de stellinghoogte uitkomen (zie fig. 1) ; op deze wijze wordt de windvang van de molen permanent verbeterd, waarbij tevens aandacht blijft voor een diverse groene omgeving op het Clarissenbolwerk. Daarnaast is het advies om bij een planologische herziening de molenbiotoop van de Molen van Piet planologisch te borgen middels een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop' die op de plankaart is aangeduid met twee concentrische cirkels met een radius van 100 m respectievelijk 400 m, gemeten vanuit het hart van de molen (zie Bijlage A) . Daarbij is het advies naast maximale bouwhoogtes tevens maximale hoogte voor de aanwezige beplanting in de molenbiotoop op te nemen, zodat de gemeente bij overtreding hierop kan handhaven. Ook adviseert De Noord-Hollandse Molenfederatie om een aanlegvergunningstelsel voor beplanting binnen de molenbiotoop op te nemen, zodat de aanplant van beplanting welke in volwassen staat hoger wordt dan de stellinghoogte van de Molen van Piet (15, 10 m boven NAP) omgevingsvgergunningplichtig is.

Onder de Omgevingswet wordt de molenbiotoop nog verder (planologisch) beschermd. De molenbiotoop is specifiek opgenomen in het bij de Omgevingswet behorende Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in art. 5. 130 “Behoud cultureel erfgoed”, lid 2 onder d. 2 In de toelichting van het Bkl is onder meer het volgende vermeld:

“ […] Het gaat bij dit onderdeel niet zozeer om het voorkomen van de aantasting van de omgeving op zich, maar om een aantasting van de omgeving van een (voor) beschermd monument die dat monument ontsiert of beschadigt. Het verrichten van activiteiten of de aanwezigheid van een (bouw) werk in de omgeving van een monument kan bijvoorbeeld het aanzicht en de waardering van dat monument negatief beïnvloeden. Daarnaast kan de omgeving van een monument ook van invloed zijn op de instandhouding of het functioneren van een monument. Zo is (de bebouwing of beplanting in) de omgeving van een molen van invloed op de windvang van een molen. Een molen die niet kan functioneren omdat deze onvoldoende wind vangt, heeft een veel groter risico om te vervallen. […] ” (einde citaat)

In de toelichting van het Bkl wordt niet enkel op de bescherming van cultureel erfgoed en het tegengaan van verdere achteruitgang, conform art. 4 van het Verdrag van Granada, ingezet. Een ander belangrijk uitgangspunt dat in de toelichting van het Bkl wordt genoemd betreft de verbetering van de omgeving van een beschermd monument, gericht op de kwaliteit van de (inrichting van de) openbare ruimte, conform art. 7 van het Verdrag van Granada. 3

2 Stb-2018-292, art. 5. 130: Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden (Besluit kwaliteit leefomgeving) , 2018-08- 31, raadpleegbaar via: https: //zoek. officielebekendmakingen. nl/stb-2018-292. html 3 Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, Granada, 03-10-1985, raadpleegbaar via: https: //wetten. overheid. nl/BWBV0002624/1994-06-01

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 11

Bijlage A: invloedssfeer beplanting op windvang c. q. molenbiotoop Molen van Piet

Fig. A1. Handmatig ingetekende concentrische circkel met een radius Fig. A2 Handmatig ingetekende concentrische circkels met een radius van 100 m van 100 m, gemeten vanuit het hart van de Molen van Piet. respectievelijk 400 m, gemeten vanuit het hart van de Molen van Piet.

15-2-2023 – Notitie molenbiotoop Molen van Piet, gemeente Alkmaar 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13953290/1