CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

240222 Addendum bij de SiSa-invulwijzer 2023 - Regeling B2

Gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken2.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Addendum bij de SiSa-invulwijzer 2023 Door aanpassingen in de Spuk B2 is de invulwijzer op een aantal punten aangepast of verduidelijkt. De belangrijkste wijzigingen hebben inhoudelijk betrekking op:

• Indicator 05 en 06 waarin 2021 is geschrapt; • Indicator 09 waarin de termijn van 12 maanden nazorg is geschrapt; • Indicator 21 waarin eveneens de termijn van 12 maanden is geschrapt en extra uitleg over twee verschillende forfaitaire bedragen; • Indicator 22 met een extra uitleg over twee verschillende forfaitaire bedragen; • Indicator 23 waarin de juiste bron (UHT) voor de aantallen wordt vermeld en extra wordt aangegeven dat in verantwoordingsjaar 2023 de staffel nog eenmalig gedeclareerd kan worden en vanaf 2024 jaarlijks.

De lijst van UHT die wordt gebruikt voor het invullen van indicator 23 wordt periodiek aangevuld met nieuwe aantallen. Een lijst met peildatum 2 januari 2024 met aantallen van 31 december 2023 zijn te vinden op https://vng.nl/artikelen/jaarverantwoording-spuk-hersteloperatie- kinderopvangtoeslag bij “Documenten”.

Hieronder volgt de aangepaste invulwijzer:

4.1.2. Specifieke uitkeringen FIN (B) B2 Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek (herzien in 2023) Doelgroep: Gemeenten Relevante wet- en regelgeving: Wet Hersteloperatie toeslagen Relevante informatie en websites: • Staatscourant 2023, 30181 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) • wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 - BWBR0045864 (overheid.nl) • https://services.belastingdienst.nl/toeslagen-herstel/hulp-van-de-gemeente/ • Routekaart hersteloperatie kinderopvangtoeslag | VNG • VNG rapport • Jaarverantwoording Spuk hersteloperatie kinderopvangtoeslag | VNG

Sinds de SiSa 2021 is dit een nieuwe specifieke uitkering. De regeling B2 is in 2022 aangepast met de toevoeging van driegesprekken en de kindregeling. In 2023 is de regeling uitgebreid met ex-toeslagpartners van gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag en nabestaanden van een overleden gedupeerde aanvrager of een overleden kind van gedupeerde ouder.

B2 Indicatoren Toelichting 01 Aantal (potentieel) Vul hier het aantal personen in dat in jaar T gedupeerden die in voor brede ondersteuning in aanmerking is aanmerking komt voor gekomen. Hieronder vallen (potentieel) ondersteuning (jaar T) gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21 Wht, niet gedupeerden en afgemelden. Gebruik hiervoor de jaarlijst

B2 Indicatoren Toelichting Hulpverlening en bijbehorende aanvullingen van UHT. 02 Cumulatief aantal Vul hier het cumulatief aantal personen in (potentieel) gedupeerden die dat t/m jaar T voor brede ondersteuning in in aanmerking komt voor aanmerking is gekomen. Hieronder vallen ondersteuning (t/m jaar T) (potentieel) gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21 Wht, niet gedupeerden en afgemelden. Gebruik hiervoor de jaarlijst Hulpverlening en bijbehorende aanvullingen van UHT.

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie. 03 Aantal uitgewerkte plannen Vul hier het aantal opgestelde plannen van van aanpak in (jaar T) aanpak in (jaar T).

Deze indicator dient als informatieve verantwoordingsinformatie. 04 Cumulatief aantal Vul het cumulatief aantal uitgewerkte uitgewerkte plannen van plannen van aanpak in. (Tel hierbij ook de aanpak (t/m jaar T) plannen van aanpak vanaf jaar 2021 op)

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie 05 Normbedragen voor a, b, d Vul hier de gemaakte keuze in voor en f (ja/nee) normbedragen of werkelijke kosten voor onderdelen a, b en d in. De eerdere keuze geldt ook voor het nieuwe onderdeel f. 06 Normbedragen voor e Vul hier de gemaakte keuze in voor (ja/nee) normbedragen of werkelijke kosten voor onderdeel e. 07 Wijziging keuze Per 1 november 2023 is de Spuk B2 aangepast en kunnen gemeenten kiezen om een eerder gemaakte keuze voor normbedragen te herzien. Gemeenten krijgen eenmalig de keuze om over te stappen van normbedrag naar werkelijke kosten. Deze keuze is voor de rest van looptijd van de Spuk van toepassing voor het declareren van kosten. De keuze hoeft niet voor alle onderdelen gelijk te zijn, maar moet wel voor alle onderdelen in hetzelfde jaar zijn (dus eenmalig in 2023 of 2024 voor A, B, D, F samen en E). 08 Eindverantwoording (Ja/Nee) Maak hier de keuze of dit de eindverantwoording is. Indien u hier ja invult, dan kunt u in een volgend jaar geen kosten meer declareren.

B2 Indicatoren Toelichting

U gaat er dus vanuit dat u de lokale hersteloperatie heeft afgerond en/of kosten die u lokaal nog maakt voor de hersteloperatie binnen de begroting van de gemeente opvangt. Deze keuze kunt u niet later nog herzien.

09 Besteding (jaar T) werkelijke Vul de bestedingen in voor het betreffende kosten van onderdeel a, b, d verantwoordingsjaar (jaar T): voor de eerste en f (artikel 3) contacten met (potentieel) gedupeerden, voor plannen van aanpak (één plan van aanpak per rechthebbende), voor nazorgtrajecten en voor het driegesprek (in EUR). Zie paragraaf 5.2.

10 Cumulatieve besteding (t/m Vul de cumulatieve bestedingen in (t/m jaar jaar T) werkelijke kosten van T) voor de eerste contacten met (potentieel) onderdelen a, b, d en f gedupeerden, voor plannen van aanpak (één (artikel 3) plan van aanpak per rechthebbende), voor nazorgtrajecten en voor het driegesprek (in EUR). Zie paragraaf 5.2.

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie cumulatief (t/m jaar T).

11 Besteding (jaar T) werkelijke Vul de bestedingen in voor het betreffende kosten van onderdeel c verantwoordingsjaar voor de inkoop en (artikel 3) uitvoering van trajectzorg op de vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg (in EUR). Zie paragraaf 5.2.

12 Cumulatieve besteding (t/m Vul de cumulatieve bestedingen in (t/m jaar jaar T) werkelijke kosten van T) voor de inkoop en uitvoering van onderdeel c (artikel 3) trajectzorg op de vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg (in EUR). Zie paragraaf 5.2.

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie. (Hiermee hanteren we voor tussentijdse afstemming dezelfde uitgangspunten). 13 Besteding (jaar T) werkelijke Vul de bestedingen in voor het betreffende kosten van onderdeel e verantwoordingsjaar als er sprake is van (artikel 3) kosten voor de organisatie (in EUR) (zoals bijvoorbeeld ICT-kosten) of kosten voor de uitvoering van de coördinatie van het gemeentelijk steunpunt herstel

B2 Indicatoren Toelichting kinderopvangtoeslag (zoals bijvoorbeeld een projectleider en andere betrokken medewerkers bij het steunpunt). Zie paragraaf 5.2.

Indien gemeenten kosten maken voor het organiseren van niet structurele activiteiten voor de betreffende doelgroepen, dan kunnen zij die kosten ook verantwoorden op basis van deze regeling onder inrichtings- en coördinatiekosten. Gedacht kan worden aan een door de gemeente beschikbaar gestelde ruimte om met (een deel van) de doelgroep gesprekken te voeren over de ondersteuning. De exploitatiekosten van een zelfstandige stichting met andere doelen dan die vanuit de brede ondersteuning vallen hier niet onder.

14 Cumulatieve besteding (t/m Vul de cumulatieve bestedingen in (t/m jaar jaar T) werkelijke kosten van T) als er sprake is van kosten voor de onderdeel e (artikel 3) organisatie (in EUR) (zoals bijvoorbeeld ICT- kosten) of kosten voor de uitvoering van de coördinatie van het gemeentelijk steunpunt herstel kinderopvangtoeslag (zoals bijvoorbeeld een projectleider en andere betrokken medewerkers bij het steunpunt). Zie paragraaf 5.2.

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie, cumulatief (t/m jaar T).

15 Besteding (jaar T) werkelijke Vul hier de organisatiekosten (in EUR) in kosten van onderdeel e met indien deze aantoonbaar het gevolg zijn van betrekking tot de het faciliteren van brede ondersteuning aan kindregeling (artikel 3) kinderen, pleegkinderen of voormalig pleegkinderen die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor het betreffende verantwoordingsjaar. Zie paragraaf 5.2.

Deze indicator dient te worden gebruikt wanneer al is gekozen voor normbedragen betreffende reguliere organisatiekosten voor onderdeel e.

16 Cumulatieve besteding (t/m Vul hier de cumulatieve (t/m jaar T) jaar T) werkelijke kosten van organisatiekosten (in EUR) in indien deze onderdeel e met betrekking aantoonbaar het gevolg zijn van het faciliteren van brede ondersteuning aan

B2 Indicatoren Toelichting tot de kindregeling (artikel kinderen, pleegkinderen of voormalig 3) pleegkinderen die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Zie paragraaf 5.2.

Deze indicator dient te worden gebruikt wanneer al is gekozen voor normbedragen betreffende reguliere inrichtings- en coördinatiekosten voor onderdeel e.

17 Normbedrag onderdeel a x Vul het normbedrag (€ 380) x het aantal aantal (potentieel) gezinnen in voor het betreffende gedupeerden (jaar T) (artikel verantwoordingsjaar (in EUR) voor de eerste 3) contacten met (potentieel) gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21 Wht

Het normbedrag betreft; voor de registratie van de (potentieel) gedupeerde, het eerste contact en de inventarisatie van de ondersteuningsvragen: €380. Voor (potentieel) gedupeerde en kinderen, pleegkinderen of voormalig pleegkinderen die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, mag één keer het normbedrag worden opgegeven.

18 Normbedrag onderdeel a x Vul het normbedrag (€ 380) x het aantal (potentieel) cumulatieve aantal (potentieel) gedupeerden gedupeerde cumulatief (t/m (t/m jaar T) (in EUR) voor de eerste jaar T) (artikel 3) contacten met (potentieel) gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21 Wht.

Het normbedrag betreft; voor de registratie van de (potentieel) gedupeerde, het eerste contact en de inventarisatie van de ondersteuningsvragen: € 380. Voor (potentieel) gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21 Wht, mag één keer het normbedrag worden opgegeven.

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie, cumulatief.

19 Normbedrag onderdeel b x Vul het normbedrag (€ 3.468) x het aantal aantal plannen van aanpak plannen van aanpak in (in EUR) voor het (jaar T) (artikel 3) betreffende verantwoordingsjaar voor het aantal plannen van aanpak (één plan van aanpak per BSN) Het normbedrag betreft: voor de opstelling van een plan van aanpak

B2 Indicatoren Toelichting voor en de begeleiding van de (potentieel) gedupeerde: € 3.468. Voor (potentieel) gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21 Wht, mag één keer het normbedrag worden opgegeven.

20 Normbedrag onderdeel b x Vul het normbedrag (€ 3.468) x het aantal plannen van aanpak cumulatieve aantal plannen van aanpak in cumulatief (t/m jaar T) (t/m jaar T) (in EUR) voor het betreffende (artikel 3) verantwoordingsjaar (één plan van aanpak per BSN). Het normbedrag betreft: voor de opstelling van een plan van aanpak voor en de begeleiding van de (potentieel) gedupeerde: € 3.468. Per (potentieel) gedupeerde en de personen, genoemd in artikel 2.21 Wht, mag één keer het normbedrag worden opgegeven.

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie, cumulatief (t/m jaar T).

21 Normbedrag onderdeel d x Vul het normbedrag (€ 1.795) (in EUR) x het aantal PvA’s (jaar T) (artikel aantal - plannen van aanpak in (jaar T) als 3) er sprake is van nazorgtrajecten die nog niet in rekening zijn gebracht: Voor (potentieel) gedupeerde ouders en kinderen, pleegkinderen of voormalig pleegkinderen die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, mag één keer het normbedrag worden opgegeven. Als er sprake is van PvA’s danwel nazorgtrajecten van voorgaande jaren die nog niet in rekening zijn gebracht, worden deze meegeteld bij indicator B2/22.

Het normbedrag betreft: voor de verrichting van nazorgactiviteiten aan (potentieel) gedupeerden: € 1.795 per plan van aanpak.

Met de aanpassing van de Spuk B2 per 1 november 2023 is component D gekoppeld aan component B. Als een gemeente kiest voor werkelijke kosten per verantwoordingsjaar 2024 mogen ze in verantwoordingsjaar 2023 geen nazorg

B2 Indicatoren Toelichting onder D in rekening brengen (gekoppeld aan B).

22 Normbedrag onderdeel d x Vul het normbedrag (€ 2.244 t/m 2022 en aantal nazorgtrajecten en/of daarna € 1.795) x het cumulatieve aantal PvA’s cumulatief (t/m jaar T) nazorgtrajecten en/of PvA’s (t/m jaar T) (in (artikel 3) EUR) in voor het betreffende verantwoordingsjaar als er sprake is van nazorgtrajecten: Voor (potentieel) gedupeerde ouders en kinderen, pleegkinderen of voormalig pleegkinderen die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, mag één keer het normbedrag worden opgegeven.

Het normbedrag betreft: voor de verrichting van nazorgactiviteiten aan (potentieel) gedupeerden: € 2.244 t/m 2022 of -afhankelijk van wanneer u de keuze laat ingaan- t/m 2023 en daarna € 1795 per plan van aanpak.

Bij het declareren van het normbedrag € 2.244 gelden andere voorwaarden waaraan het nazorgtraject moet voldoen. Een nazorgtraject is volgens het Ministerie van Financiën: een nazorgplan waaruit blijkt dat de gemeente, minimaal 12 maanden, contact houdt met inwoners met als doel om te monitoren of men na een (langdurig) ondersteuningstraject weer voldoende in staat zijn om zonder aanvullende ondersteuning een nieuwe start te maken. Onderdeel van het nazorgplan zijn periodieke gesprekken, en overige initiatieven naar inzicht van de gemeenten bijvoorbeeld coaching/training op afroep.

Deze indicator is bedoeld voor tussentijdse afstemming van de juistheid en volledigheid van de verantwoordingsinformatie.

23 Normbedrag onderdeel e Vul optioneel het normbedrag voor (afhankelijk van aantal onderdeel E (in EUR) (zie hieronder) in voor (potentieel) gedupeerden), het betreffende verantwoordingsjaar (jaar indien nog niet eerder T), als er gekozen is voor het declareren van opgegeven (jaar T) (artikel het normbedrag in plaats van de werkelijke 3) kosten. De volgende normbedragen worden gehanteerd, afhankelijk van het aantal (potentieel) gedupeerden, dat een gemeente

B2 Indicatoren Toelichting heeft en bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen bekend is voor het jaar waarin de gemeente het normbedrag opvoert:

Tot 50 gedupeerden: € 12.000 Vanaf 50 tot 100 gedupeerden: € 48.000 Vanaf 100 tot 1.000 gedupeerden: € 120.000 Vanaf 1.000 gedupeerden: € 250.000

Let op: Het normbedrag wordt tot en met verantwoordingsjaar 2023 eenmalig voor de duur van deze regeling opgegeven. Vanaf 2024 kan het normbedrag jaarlijks worden gedeclareerd. 24 Normbedrag onderdeel e Vul optioneel het normbedrag voor (afhankelijk van aantal onderdeel (in EUR) in. Voor gemeenten die (potentieel) gedupeerden), de keuze van normbedragen wensen te indien nog niet eerder handhaven, worden de staffels voor opgegeven (T/m jaar T) inrichtings- en coördinatiekosten (onderdeel (artikel 3) E) veranderend in jaarlijkse staffels op basis van de periode t/m 31 december 2023 of 31 december 2024 (afhankelijk van de ingangskeuze aangegeven bij indicator 7). Voor het normbedrag wordt eenmalig gekeken in welke staffel de gemeente ‘past’ op basis van het aantal (potentieel) gedupeerden en het aantal erkende voormalige toeslagpartners. De peildatum hiervoor is 31 december 2023 (voor verantwoordingsjaar 2023) of 31 december 2024 (voor verantwoordingsjaar 2024).

De aantallen worden gebaseerd op de cijfers die UHT publiceert. Ook collectieve initiatieven die niet terug te leiden zijn naar individuele plannen van aanpak, kunnen onder component E worden gedeclareerd. Het gaat dan om kosten die de gemeente maakt voor het organiseren van niet structurele activiteiten voor de betreffende doelgroepen voor de brede ondersteuning.

25 Normbedrag onderdeel f x Vul het normbedrag (€ 400) x aantal aantal driegesprekken (jaar driegesprekken (EUR) in voor het T) (artikel 3) betreffende verantwoordingsjaar (jaar T).

B2 Indicatoren Toelichting Het normbedrag betreft; een driegesprek tussen een gemeente, de (potentieel) gedupeerde(n) en UHT. Er kunnen meerdere driegesprekken met dezelfde (potentieel) gedupeerden worden gevoerd. Een driegesprek kan meerdere keren gedurende één ondersteuningstraject worden verantwoord.

26 Normbedrag onderdeel f x Vul het normbedrag (€ 400) x cumulatief aantal driegesprekken aantal driegesprekken (t/m jaar T) (EUR) in. cumulatief (t/m jaar T) Het normbedrag betreft; een driegesprek (artikel 3) tussen een gemeente, de (potentieel) gedupeerde(n) en UHT. Er kunnen meerdere driegesprekken met dezelfde (potentieel) gedupeerden worden gevoerd. Een driegesprek kan meerdere keren gedurende één ondersteuningstraject worden verantwoord.

27 Totale verantwoording (jaar Het totaal aan kosten dat wordt verantwoord T) voor de Spuk B2 regeling binnen de Spuk B2 regeling in dit verantwoordingsjaar (jaar T). Voor nazorg wordt hier niet het bedrag van indicator B2/21 meegerekend, maar het bedrag van indicator B2/22 minus de al eerder gedeclareerde nazorgplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13836735/1