CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

240110 Inspraakreactie Raadsvoorstel vaststellen Woonwagenbeleid en toewijzingsbeleid

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken1.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beste leden van de Raad,

In de beantwoording van de technische vragen wordt betwist dat sprake is geweest van een wachtlijst met status. Zoals ik u vorige keer heb aangegeven, mochten de mensen op de wachtlijst er gerechtvaardigd op vertrouwen dat deze wel status had. Dit komt door: 1. De inventarisatie van behoeften door een bestuursorgaan; 2. Het feit dat na 2003 het hoofdstuk Standplaatsen in de Huisvestingsverordening werd beschreven (waarom zou de gemeente dit doen als het “geen zin” had); 3. Het gegeven dat de wachtlijst in 2013 gemandateerd werd aan Woonwaard en 4. Door de zin in het Raadsvoorstel uit 2015 waarbij over de bijzondere woonvormen, waar de standplaatsen onder vallen, wordt aangegeven dat : de huidige werkwijze met wachtlijsten en toewijzing wordt door betrokkenen (gemeenten en corporaties) gewoon voortgezet. Dit impliceert dat de wachtlijst status had en men hier gerechtvaardigd op mocht vertrouwen. Dit betwisten is in strijd met het vertrouwensbeginsel.

Ik wil ingaan op de reactie op 7 november bij de commissievergadering dat “anders het hek van de dam is en de deur dicht moet”. Voor wie? Voor woonwagenbewoners? Zegt u dit ook over burgers vanwege de schaarste op de woningmarkt? Dat we mensen uit andere gemeenten altijd, in 100 procent van de gevallen, benadelen met een langere inschrijfduur omdat we de woningen voor Alkmaarse inwoners willen bewaren?

Dat zou, en ik benadruk het u weer, onderscheid opleveren en gaan we voorbij aan het doel van de Huisvestingswet namelijk dat iedereen in Nederland het recht heeft om zich te vestigen waar hij wil. Zie in dit kader artikel 14. Zoals in de Wegwijzer van de VNG betreffende gemeentelijk woon en standplaatsenbeleid is opgenomen is het, en ik citeer, evident dat de wetgever het uitgangspunt heeft dat alle burgers gelijk dienen te worden behandeld. Voor woonwagenbewoners geldt dat huisvestingsbeleid gemaakt mag worden, vanwege de schaarste aan standplaatsen, en gericht moet zijn op het bevorderen van het kunnen wonen in de woonwagen en dus niet het beperken ervan, zoals in het Raadsvoorstel gebeurd.

De VNG geeft daarnaast aan dat bij de toewijzing van standplaatsen het principe van vrije vestiging op gespannen voet kan staan met de familiebanden. Er wordt benadrukt dat beperkt voorrang kan worden gegeven aan een familielid op een bestaande woonwagenlocatie. In het beleid kan, omdat de Huisvestingswet van toepassing is, ook al wil de wethouder ons anders doen vermoeden bij de beantwoording van de technische vragen, eventueel onderscheid worden gemaakt tussen de bestaande locaties, waar de familiebanden mijns inziens zoveel mogelijk gerespecteerd dienen te worden, en de te realiseren nieuwe locatie. Hiermee worden de bestaande families op Alkmaarse woonwagenkamper niet benadeeld.

Los van de aan bod gekomen Huisvestingswet, is sprake van hogere wetgeving waar het recht op vrije vestiging is vastgelegd, zoals artikel 2 van het vierde protocol EVRM. Ik wil u van harte uitnodigen om het stuk van de belangenvereniging Rolleman te lezen. Zij kunnen dit nog veel beter duiden dan ik dat kan.

Ik wil nogmaals opmerken dat een aantal mensen van de wachtlijst Alkmaarders zijn. De opmerking dat de mensen die buiten de boot vallen, getoetst gaan worden aan de hardheidsclausule is juridisch gezien niet te verantwoorden. Deze clausule is immers voor onvoorziene omstandigheden. De gevallen zijn bekend. Een overgangsbepaling voor reeds op de wachtlijst ingeschreven afstammelingen zou meer voor de hand liggen. Met alle respect voor de inwonende woonwagenbewoners in Alkmaar, het is niet relevant of men eerste of tweedegraads familie heeft wonen op de reeds bestaande plekken. Het is van belang dat zij afstammelingen zijn en ook zij recht hebben op uitoefenen van onze cultuur. En als de behoefte daar is, op een nieuwe locatie. Als de gemeente al besluit om het wettelijk kader niet juist toe te passen, waarbij ik doel op de bindingseis, dan vraag ik mij sterk af waarom niet gekozen is voor een dergelijke overgangsbepaling?

De wethouder gaf aan dat de uitspraak van het Hof een individueel geval betreft. Vanzelfsprekend is dit juist, dit is inherent aan een rechtelijke uitspraak. Jurisprudentie maakt dat de betreffende uitspraak aanknopingspunten heeft voor latere, soortgelijke gevallen, zoals nu het geval is. Het Hof is duidelijk: de bindingseis had niet gesteld mogen worden omdat dit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en een niet gerechtvaardigd inbreuk maakt op de vrije vesting keuze. De grens van de beleidsvrijheid werd overschreden, ook omdat de gemeente niet duidelijk kon maken welk belang gediend werd voor de volkshuisvesting. In de relevante stukken van dit betreffende Raadsvoorstel heb ik een dergelijke motivering niet kunnen vinden.

De vorige keer werd duidelijk gemaakt dat er altijd mensen niet tevreden zijn. En dat klopt. Tevredenheid bij alle betrokkenen is een utopie. We hebben het hier niet over of men wel of niet tevreden is, waarbij grote vraagtekens kunnen worden gezet bij de totstandkoming van de bewonerscommissie. We hebben het over het wel of niet nakomen van nationale en internationale wet en regelgeving en of de voorgestelde beleidsregel hiermee in strijd is. Dat is geen kwestie van of we het wel of niet leuk vinden, de bewonerscommissie instemt of dat het politiek gezien goed uitkomt. Dat is toetsen. En het zogenaamde waterproof (niet wachterdicht) Raadsvoorstel is dit niet.

Het mensenrechtelijk kader is duidelijk: binnen afzienbare tijd moet het mogelijk zijn om voor een standplaats in aanmerking te komen. Dit Raadsvoorstel maakt dit onmogelijk voor een groep afstammelingen en is daarmee onacceptabel.

Raadsvoorstel Vaststelling Woonwagenbeleid en toewijzingsbeleid

Beste commissie,

Mijn naam is X en namens mijn tante X en oom X spreek ik.

Mijn oom en tante staan op dit moment 25 jaar op de wachtlijst om in aanmerking te komen voor een standplaats. Een flinke tijd, vind u niet? Een wachtlijst van Woonwaard, waar de status van is betwist. Zoals in het rapport Woonwagenbewoner zoekt standplaats uit 2017 is aangegeven door de Nationale Ombudsman, zijn gemeenten tekortgeschoten in hun betrouwbaarheid ten aanzien van woonwagenbewoners. Het lijkt erop dat dit nu weer gebeurd ten aanzien van de wachtlijst van Woonwaard. Met deze lijst is redelijkerwijs de verwachting gewekt dat deze status heeft. De verwachtingen zijn gewekt door het schriftelijk vastleggen van de werkwijze in 2015 en de afspraken tussen de gemeente Alkmaar en Woonwaard in 2019 over verdeling en toewijzing. Ik verwijs u naar de inspraakreactie voor de relevante stukken.

Als afstammelingen zijnde, is het hun grootste droom om in familieverband in een woonwagen te kunnen wonen. Om het gevoel van wonen op in een woonwagenkamp te mogen ervaren, waarbij zij onze eigen cultuur kunnen beleven. Een cultuur die, zoals de gemeente zelf in haar eigen Woonwagen en standplaatsbeleid erkent, beschermt dient te worden. Door het voorgestelde beleid wordt hen dit, ondanks de inschrijfduur, onmogelijk gemaakt en wordt dit recht niet geborgd.

Op grond van het Raadsvoorstel vallen mijn oom en tante buiten de boot, aangezien de bindingseis als voorwaarde wordt gesteld. Zoals u in de ingezonden inspraakreactie kunt lezen, wordt in diverse uitspraken, waaronder door een uitspraak van het Hof, aangegeven dat door het toepassen van de bindingseis een extra voorwaarde wordt gesteld bij hantering hiervan en daarmee wordt de beleidsvrijheid overschreden.

Daarnaast lijkt dit Raadsvoorstel onderscheid te maken tussen burgers die in aanmerking willen komen voor een huurwoning en voor woonwagenbewoners. Immers, in het toewijzingsbeleid voor huurwoningen is geen sprake van de bindingseis. De huidige Huisvestingsverordening Alkmaar 2023 heeft nog geen bepalingen die verband houden met artikel 14 van de Huisvestingswet. Als deze bepalingen wel waren opgenomen, dan spreekt deze wet over een voorrangsregeling van 50 respectievelijk 25% voor woningzoekenden die economisch of maatschappelijk geboden zijn aan de arbeidsmarktregio. Het onderscheid in dit toewijzingsbeleid, waarbij een afstammeling uit een andere gemeente altijd minder punten krijgt en in de derde categorie valt, is dan ook niet te verklaren. Waarbij opgemerkt dient te worden dat mijn familie, doordat zij hier decennia wonen, uiteraard al maatschappelijk gebonden zijn.

Gelijke gevallen dienen gelijk behandeld te worden.

Het instellen van het toewijzingsbeleid, waardoor mijn oom en tante in categorie 3 belanden, maakt dat zij niet binnen afzienbare tijd kans maken op een standplaats, waarbij het uitgangspunt de wachttijd voor een sociale huurwoning is. Dit wordt gesteld in de beleidskader van het BZK en de VNG Wegwijzer. 25 jaar is wat mij betreft lang genoeg om te kunnen spreken van een afzienbare tijd, vind u niet?

Stel dat ik als, van oorsprong geboren Haarlemmer en op dit moment huiseigenaar in Alkmaar, niet in aanmerking kwam voor het kopen van een huis omdat ik hier geen eerste of tweedegraads familie heb wonen? Dan waren we het er gauw over eens: dit kan niet, toch? Waarom kan dit voor woonwagenbewoners dan wel? Zelfs als zij hier al decennia wonen, zij er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat zij op een wachtlijst staan voor een standplaats en voldoen aan het criteria van afstamming?

Het College voor de Rechten van de Mens spreekt bij de definitie van een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. Voor woonwagenbewoners is dit meer dan alleen een achternaam. Het hanteren van deze voorwaarden maakt dat bepaalde mensen worden buitengesloten.

De afstammelingen van reizigers dienen de mogelijkheid te krijgen hun cultuur uit te oefenen. Dit wordt mijn oom en tante onmogelijk gemaakt. In het kader van de zorgplicht en de verwachting van het ministerie voor voldoende woonwagenstandplaatsen, verzoek ik u dan ook met klem om het Raadsvoorstel te herzien betreffende de bindingseis. Deze voorwaarden lijken tot onbillijkheden van overwegende aard, waardoor de fundamentele rechten van woonwagenbewoners niet gerespecteerd worden.

Namens mijn oom en tante: bedankt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13682120/1