231221 Raadsinformatiebrief Ontwerpbestemmingsplan Vroonermeer 2 - Toelichting OBP Vroonermeer Driehoek
Tekst van het document
Hoofdstuk 4 31
De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
Hoofdstuk 4 32
5. JURIDISCHE PLANOPZET
5.1 Inleiding
Op grond van artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet een bestemmingsplan worden uitgewerkt in:
• een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven; • bestemmingen die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; • regels die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; • voor zover nodig uitwerkings-, wijzigings- en afwijkingsregels.
Ook moet op grond van artikel 3.1.6 van het Bro een bestemmingsplan samengaan met een toelichting waarin ten minste zijn opgenomen:
1. een onderbouwing van de in het bestemmingsplan gemaakte keuze van bestemmingen; 2. de resultaten van de (noodzakelijke) voor het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken; 3. de resultaten van het overleg en de inspraak op grond van artikel 3.1.1 van het Bro.
Op grond van artikel 1.2.1 van het Bro moet het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld worden. Om dit mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden uitgewerkt in een zogenoemde GML. In de GML is er een koppeling tussen de kaart, regels en toelichting (het bestemmingsplan) gemaakt. Deze koppeling van de kaart, regels en toelichting is de zogenoemde verbeelding van het bestemmingsplan. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden opgesteld overeenkomstig de RO-standaarden:
• Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). • Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012). • Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen 2012 (PRBP2012).
Dit bestemmingsplan is zo opgesteld dat het digitaal beschikbaar gesteld kan worden. Dit betekent:
• dat alle verschillende onderdelen van de kaart een zogenoemde IMRO2012-code hebben; • de digitale kaart is opgesteld volgens de standaardtechniek voor uitwisseling GML; • de regels overeenkomstig de SVBP2012 zijn opgesteld; • de toelichting en regels digitaal aan de kaart zijn gekoppeld.
5.2 Bestemmingen
Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen.
Artikel 3 Groen Deze bestemming is bestemd voor de bestaande en toekomstige groenvoorzieningen. Ook zijn o.a. toegestaan waterlopen en waterpartijen, beeldende kunst, geluidwerende voorzieningen, kunstwerken, evenementen van categorie 1 en stadslandbouw, evenals voet- en fietspaden.
Hoofdstuk 5 33
Gebouwen zijn niet toegestaan. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn maatvoeringen opgenomen.
Artikel 4 Verkeer – Verblijf De parkeerplaatsen en ontsluitingswegen zijn bestemd als ”Verkeer – Verblijf”. Binnen deze bestemming zijn daarnaast ook o.a. groenvoorzieningen, watervoorzieningen, evenementen en markten toegestaan. Gebouwen zijn niet toegestaan. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn maatvoeringen opgenomen.
Artikel 5 Water Bestaand en nieuw aan te leggen water heeft de bestemming ‘Water’ gekregen. Hier zijn o.a. ook groenvoorzieningen en kunstwerken toegestaan. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn maatvoeringen opgenomen.
Artikel 6 Wonen De te bouwen appartementsgebouwen hebben de bestemming ‘Wonen’ gekregen.
Hoofd- en bijgebouwen zijn binnen het bouwvlak toegestaan. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt 35% te berekenen over het bouwvlak. Er mogen woningen worden gebouwd. De maximale bouwhoogtes zijn vastgelegd in de regels.
In artikel 3.6 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen als het gaat om de te bouwen woningen. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voldaan aan:
a. de uitgangspunten en randvoorwaarden uit het in Bijlage 1 van de regels opgenomen Beeldkwaliteitsplan in acht worden genomen en in stand worden gehouden; b. de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2021 van de Veiligheidsregio Noord- Holland Noord ten aanzien van de bluswatervoorziening en de bereikbaarheid voor hulpdiensten
Een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf als ondergeschikte functie bij een woonfunctie is toegestaan. De maximale oppervlakte voor het bedrijf mag niet meer 30% van de vloeroppervlakte bevatten, met een maximum van 60 m2. Daarnaast mag er geen nadelige invloeden zijn op de afwikkeling van het verkeer en parkeerbehoefte. Detailhandel is enkel als ondergeschikte nevenactiviteit bij het aan-huis- verbonden beroep/bedrijf toegestaan.
Er is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen als het gaat wegverkeerslawaai (zie artikel 6.6).
Artikel 7 Wonen - Woonwagen De gronden waar de nieuwe woonwagens komen hebben de bestemming ‘Wonen – Woonwagen’ gekregen. Het maximaal aantal woonwagens bedraagt 12. Per standplaats is 1 woonwagen toegestaan met een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 7 meter.
Ze mogen alleen binnen het bouwvlak worden gesitueerd. Conform de eisen van de Veiligheidsregio/brandweer dient de afstand tussen de woonwagen (zijnde het hoofdgebouw) en de bijbehorende bouwwerken minimaal 2 meter te zijn.
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn maatvoeringen opgenomen.
Hoofdstuk 5 34
Hoofdstuk 6 35
6. UITVOERBAARHEID
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid
Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen:
• de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; • de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; • de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; • de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; • de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van onder andere woningen. Er is derhalve sprake van een of meerdere bouwplannen als bedoeld in het Bro en dus is kostenverhaal aan de orde, tenzij de gronden in eigendom zijn van de gemeente.
De gemeente eigenaar is van de gronden in het plangebied. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan in dit kader op basis van artikel 6.12 lid 2 Wro niet noodzakelijk.
De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
Hoofdstuk 6 36
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:
• Vooroverleg; • Omgevingsdialoog; • Vaststellingsprocedure.
6.2.1 Vooroverleg
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van het vooroverleg en de consequenties voor het bestemmingsplan worden beschreven in deze paragraaf.
6.2.2 Omgevingsdialoog
Er is een participatieplan dat beschrijft hoe de omgeving bij de planvorming wordt betrokkenen op 6 november 2023 is een eerste participatiebijeenkomst gehouden.
Na het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan (gedurende 6 weken kunnen er zienswijzen ingediend worden) wordt een tweede inloopbijeenkomst gehouden om de dialoog met de omgeving voort te zetten.
Alle input uit de Omgevingsdialoog wordt zo goed mogelijk gebruikt bij het bepalen van de definitieve inrichting van het plangebied.
6.2.3 Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen.
Hoofdstuk 6 37
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl