CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

231214 Politieke ambtsdragers bijlage 1 -Indexatieregeling+vergoedingen+politieke+ambtsdragers+2024+(Staatscourant)

Gemeenteraad 8 januari 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken4.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STAATSCOURANT Nr. 33221 13 december 2023 Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 december 2023, nr. 2023-0000707612, tot wijziging van enige wetten en besluiten in verband met de jaarlijkse aanpassingen van bedragen aan de prijsontwikkeling van de in die wetten en besluiten genoemde bedragen voor 2024

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 9, derde lid en 12a, vierde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de artikelen 10, tweede lid, 13, vierde lid, 16, derde lid, en 18, derde lid, van de Wet vergoedin- gen leden Eerste Kamer, de artikelen 4, vierde lid, en 6, vijfde lid, van het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman, de artikelen 7, derde lid, en 10, vierde lid, van het Voorzieningenbesluit Ministers en staatssecretarissen, de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, tweede lid, 3.1.1, vijfde lid, 3.1.6, derde lid, 3.1.7, tweede lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 3.4.3, tweede lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde lid, en 4.4.1, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES;

Besluit:

ARTIKEL I

In de bepalingen die worden aangeduid in de kolommen C tot en met E van tabel 1 van de in kolom B genoemde wetten en besluiten worden de in kolom G opgenomen bedragen vervangen door de in kolom H opgenomen bedragen met ingang van 1 januari 2024.

A B C D E F G H

nr. Wet/besluit artikel lid onderdeel Aard vergoeding Bedragen per Bedragen per 1-1-2023 1-1-2024

1 Wet schadeloosstelling 9 1 Vergoeding Kamerlid- € 2.975,14 € 3.406,54 leden Tweede Kamer maatschap verbonden kosten 2 Wet schadeloosstelling 12a 3 Kilometerprijs € 0,69 € 0,76 leden Tweede Kamer dienstauto 3 Wet vergoedingen leden 10 1 Vz. ao, ouderdom en € 4.320,61 € 4.607,09 Eerste Kamer overlijden 4 Wet vergoedingen leden 13 3 Kilometerprijs € 0,69 € 0,76 Eerste Kamer dienstauto 5 Wet vergoedingen leden 16 1 Vergoeding Kamerlid- € 2.833,25 € 3.244,07 Eerste Kamer maatschap verbonden kosten 6 Wet vergoedingen leden 18 2 Vergoeding verblijfs- € 488,73 € 505,15 Eerste Kamer kosten 7 Wet vergoedingen leden 18 2 Vergoeding verblijfs- € 4.866,18 € 5.029,68 Eerste Kamer kosten 8 Wet vergoedingen leden 18 2 Vergoeding verblijfs- € 9.734,29 € 10.061,36 Eerste Kamer kosten 9 Wet vergoedingen leden 18 2 Vergoeding verblijfs- € 15.818,47 € 16.349,97 Eerste Kamer kosten 10 Besluit rechtspositie Raad 4 3 Kilometerprijs € 0,69 € 0,76 van State, Algemene dienstauto Rekenkamer en Nationale ombudsman 11 Besluit rechtspositie Raad 6 2 a Vergoeding kosten € 395,82 € 453,21 van State, Algemene voorzieningen eigen Rekenkamer en Nationale rekening ombudsman

1 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

A B C D E F G H

nr. Wet/besluit artikel lid onderdeel Aard vergoeding Bedragen per Bedragen per 1-1-2023 1-1-2024

12 Besluit rechtspositie Raad 6 2 b Vergoeding kosten € 329,40 € 377,16 van State, Algemene voorzieningen eigen Rekenkamer en Nationale rekening ombudsman 13 Rechtspositiebesluit 2.1.1 1 Vergoeding voor de € 1.329,38 € 1.996,90 decentrale politieke ambts- werkzaamheden dragers 14 Rechtspositiebesluit 2.1.6 1 Onkosten-vergoeding € 188,22 € 215,51 decentrale politieke ambts- statenlid dragers 15 Rechtspositiebesluit 2.2.6 1 a Ambtstoelage € 702,72 € 804,61 decentrale politieke ambts- commissaris dragers 16 Rechtspositiebesluit 2.2.6 1 b Vergoeding overige € 537,30 € 615,21 decentrale politieke ambts- ambtskosten commis- dragers saris 17 Rechtspositiebesluit 2.2.6 2 Vergoeding ambt € 393,58 € 450,65 decentrale politieke ambts- verbonden kosten dragers gedeputeerde 18 Rechtspositiebesluit 2.2.6 2 a Ambtstoelage € 702,72 € 804,61 decentrale politieke ambts- gedeputeerde bij dragers waarneming 19 Rechtspositiebesluit 2.2.6 2 b Vergoeding overige € 537,30 € 615,21 decentrale politieke ambts- ambtskosten gedepu- dragers teerde bij waarneming 20 Rechtspositiebesluit 2.4.1 1 Vergoeding vergade- € 128,22 € 135,14 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers provincie 21 Rechtspositiebesluit 3.1.1 1 Vergoeding werkzaam- € 1.096,49 € 1.155,70 decentrale politieke ambts- heden raadslid dragers inwonersklasse 1-4 22 Rechtspositiebesluit 3.1.1 1 Vergoeding werkzaam- € 1.426,11 €

1.503,12 decentrale politieke ambts- heden raadslid dragers inwonersklasse 5 23 Rechtspositiebesluit 3.1.1 1 Vergoeding werkzaam- € 1.668,76 € 1.758,87 decentrale politieke ambts- heden raadslid dragers inwonersklasse 6 24 Rechtspositiebesluit 3.1.1 1 Vergoeding werkzaam- € 1.894,59 € 1.996,90 decentrale politieke ambts- heden raadslid dragers inwonersklasse 7 25 Rechtspositiebesluit 3.1.1 1 Vergoeding werkzaam- € 2.207,13 € 2.326,32 decentrale politieke ambts- heden raadslid dragers inwonersklasse 8 26 Rechtspositiebesluit 3.1.1 1 Vergoeding werkzaam- € 2.687,09 € 2.832,19 decentrale politieke ambts- heden raadslid dragers inwonersklasse 9 27 Rechtspositiebesluit 3.1.6 1 Onkosten-vergoeding € 188,22 € 215,51 decentrale politieke ambts- raadslid dragers 28 Rechtspositiebesluit 3.2.6 1 Ambtstoelage € 427,80 € 489,83 decentrale politieke ambts- burgemeester dragers 29 Rechtspositiebesluit 3.2.6 2 Vergoeding ambt € 393,58 € 450,65 decentrale politieke ambts- verbonden kosten dragers wethouder 30 Rechtspositiebesluit 3.2.6 2 Ambtstoelage € 427,80 € 489,83 decentrale politieke ambts- wethouder bij waarne- dragers ming 31 Rechtspositiebesluit 3.4.1 1 Vergoeding vergade- € 68,82 € 72,54 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers gemeente 32 Rechtspositiebesluit 3.4.1 1 Vergoeding vergade- € 76,09 € 80,20 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers gemeente 33

Rechtspositiebesluit 3.4.1 1 Vergoeding vergade- € 91,28 € 96,21 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers gemeente

2 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

A B C D E F G H

nr. Wet/besluit artikel lid onderdeel Aard vergoeding Bedragen per Bedragen per 1-1-2023 1-1-2024

34 Rechtspositiebesluit 3.4.1 1 Vergoeding vergade- € 112,31 € 118,37 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers gemeente 35 Rechtspositiebesluit 3.4.1 1 Vergoeding vergade- € 143,45 € 151,20 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers gemeente 36 Rechtspositiebesluit 3.4.1 1 Vergoeding vergade- € 181,85 € 191,67 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers gemeente 37 Rechtspositiebesluit 4.1.1 1 Vergoeding werkzaam- € 545,38 € 758,82 decentrale politieke ambts- heden lid AB dragers 38 Rechtspositiebesluit 4.1.6 1 Onkosten-vergoeding € 188,22 € 215,51 decentrale politieke ambts- lid AB dragers 39 Rechtspositiebesluit 4.2.6 1 Ambtstoelage € 427,80 € 489,83 decentrale politieke ambts- voorzitter waterschap dragers 40 Rechtspositiebesluit 4.2.6 2 Vergoeding ambt € 393,58 € 450,65 decentrale politieke ambts- verbonden kosten lid dragers DB 41 Rechtspositiebesluit 4.2.6 2 Ambtstoelage lid DB € 427,80 € 489,83 decentrale politieke ambts- bij waarneming dragers 42 Rechtspositiebesluit 4.4.1 1 Vergoeding vergade- € 128,22 € 135,14 decentrale politieke ambts- ring commissielid dragers waterschap 43 Voorzieningenbesluit 7 2 Kilometerprijs € 0,69 € 0,76 Ministers en staatssecretaris- dienstauto sen 44 Voorzieningenbesluit 10 2 a Vergoeding kosten € 791,62 € 906,40 Ministers en staatssecretaris- eigen rekening sen 45 Voorzieningenbesluit 10 2 b Vergoeding

kosten € 791,62 € 906,40 Ministers en staatssecretaris- eigen rekening sen 46 Voorzieningenbesluit 10 2 c Vergoeding kosten € 395,82 € 453,21 Ministers en staatssecretaris- eigen rekening sen 47 Voorzieningenbesluit 10 2 d Vergoeding kosten € 329,40 € 377,16 Ministers en staatssecretaris- eigen rekening sen 48 Rechtspositiebesluit 2 2 Vergoeding ambtskos- € 419,83 € 480,71 Rijksvertegenwoordiger BES ten

ARTIKEL II

In artikel 3.1, vierde lid, van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers vervalt ‘binnen de gemeente’.

ARTIKEL III

1. Artikel I treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 2023, treedt artikel I in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt artikel I terug tot en met 1 januari 2024.

2. Artikel II treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 juli 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge

3 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

TOELICHTING

1. Algemeen deel

1.1. Indexering

1.1.1 Algemeen

Artikel I van de onderhavige regeling behelst het indexeren van bedragen ten behoeve van diverse bij wet en besluit geregelde onkostenvergoedingen en vergoedingen voor de werkzaamheden van en toelagen voor politieke ambtsdragers die jaarlijks met ingang van 1 januari worden aangepast.

1.1.2 Indexatiemethodes voor vergoedingen aan decentrale politieke ambtsdragers en de Rijksvertegenwoordiger BES

Voor de indexering van de bedragen van onkostenvergoedingen voor decentrale politieke ambtsdra- gers wordt op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: Rechtspo- sitiebesluit dpa) gebruik gemaakt van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastge- stelde consumentenprijsindexcijfer (CPI), geldend voor de maand september van het tweede voorafgaande kalenderjaar. Hetzelfde geldt voor de indexering van de onkostenvergoeding voor de Rijksvertegenwoordiger op grond van het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES. De indexering van de vergoedingen voor de werkzaamheden van decentrale volksvertegenwoordigers vindt op grond van het Rechtspositiebesluit dpa plaats aan de hand van het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen (per maand), eveneens geldend voor de maand september van het tweede voorafgaande kalenderjaar. Voor de aanpassing van de bedragen per 1 januari 2024 wordt dus gekeken naar de indexcijfers van september 2022 in vergelijking met de indexcijfers van september 2021.

1.1.3 Indexatiemethodes voor vergoedingen aan leden Eerste en Tweede Kamer

Op grond van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en Wet vergoedingen leden Eerste Kamer geschiedt ook de indexering van de vergoeding van de aan het Kamerlidmaatschap verbonden kosten (de ambtstoelage) per 1 januari van elk jaar aan de hand van de door het CBS vastgestelde CPI voor de maand september van het tweede voorafgaande kalenderjaar. Ook hiervoor wordt dus voor het jaar 2024 gekeken naar het indexcijfer van september 2022 in vergelijking met het indexcijfer van september 2021.

Daarnaast moet ingevolge de genoemde wetten de kilometerprijs van dienstauto’s jaarlijks per 1 januari worden gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaarge- middelde operationele autolease zakelijke personenauto’s inclusief brandstof. Ook daarbij wordt gebruik gemaakt van het prijsindexcijfer over het tweede voorafgaande kalenderjaar. Voor de indexatie van 2024 betekent dit dat wordt gekeken naar de indexcijfers van 2022 in vergelijking met de indexcijfers van 2021. Ten slotte zijn er vergoedingen aan Kamerleden voor verblijfskosten die aan de hand van een rekenregel moeten worden gewijzigd in verband met de wijziging van de vergoedingen voor verblijfkosten tijdens dienstreizen van ambtenaren die werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

1.1.4 Indexatiemethodes voor vergoedingen aan bewindspersonen en leden Hoge Colleges van Staat

Ook in het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman en het Voorzieningenbesluit Ministers en staatssecretarissen staan geldbedragen die jaarlijks per 1 januari moeten worden geïndexeerd. De indexering van de ambtstoelage van Ministers, staatssecre- tarissen, de Vice-President van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de overige leden van de Raad van State, de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, en de substituut-ombudsmannen gebeurt per 1 januari van elk jaar aan de hand van het vastgestelde consumentenprijsindexcijfer (CPI) geldend voor de maand september van het tweede voorafgaande kalenderjaar. Voor 2024 betekent dit dat de indexatie van de desbetreffende bedragen dus geschiedt aan de hand van indexcijfers die door het CBS zijn vastgesteld voor de maand september van 2022 in vergelijking met de maand september van 2021.

Voor deze ambtsdragers geldt verder dat de bedragen voor de kilometervergoeding jaarlijks per 1 januari worden gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaarge- middelde operationele autolease inclusief brandstof. Ook daarbij wordt gebruik gemaakt van het

4 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

prijsindexcijfer over het tweede voorafgaande kalenderjaar. Voor de indexatie van 2024 betekent dit dus dat ook wordt gekeken naar de indexcijfers van september 2022 in vergelijking met de indexcijfers van september 2021.

1.2. Aanpassing salarissen en vergoedingen politieke ambtsdragers aan CAO Rijk

Ten aanzien van een aantal bedragen in diverse wetten en besluiten is bepaald dat deze aangepast moeten worden als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van BZK in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) een wijziging van het loon is overeengekomen. De vakbonden en de werkgever van de sector Rijk hebben op 11 juli 2022 een akkoord bereikt over de CAO Rijk 2022-2024. De afspraken in dat akkoord zijn verwerkt in een nieuwe cao die geldt vanaf 1 april 2022 tot en met 30 juni 2024. Op grond van die cao is met ingang van 1 juli 2022 een salarisverhoging afgesproken van eerst 2,5% plus daarna een vast bedrag van € 75,–. Met ingang van 1 april 2023 geldt een salarisverhoging van 3% en met ingang van 1 januari 2024 een salarisverhoging van 1,5%. De bedragen die als gevolg hiervan moeten worden aangepast, zijn reeds door middel van een aparte ministeriële regeling gewijzigd.1 Zij zijn om deze reden niet nogmaals meegenomen in onderhavige ministeriële regeling.

1.3. Aanpassing Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

De Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers is bij regeling van 27 december 2022 (Stcrt. 2023, 511) aangepast aan het wettelijk vervallen van de beperking dat gemeenteraads- en commissieleden enkel aanspraak maken op vergoeding van reiskosten voor dienstreizen binnen het grondgebied van de eigen gemeente. Per abuis is daarbij in het vierde lid van artikel 3.1 voor incidentele vervoersvoorzieningen voor raads- of commissieleden met een functionele beperking de beperking tot reizen binnen de gemeente niet weggenomen. Artikel II corrigeert deze omissie.

1.4. Gevolgen voor regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

1.5. Inwerkingtreding

Artikel I, dat een aantal bedragen indexeert, treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Daarmee is voldaan aan de vaste verandermomenten. Afgeweken is van de gebruikelijk gehanteerde minimale invoeringstermijn van twee maanden. Dit is een gevolg van het feit dat sommige bedragen voor 2024 niet eerder beschikbaar waren. De doelgroepen zijn bekend met de periodieke wijzigingen: de personen die de regeling uitvoeren zijn goed in staat om deze op korte termijn door te voeren.

Indien deze regeling niet tijdig, dat wil zeggen na 31 december 2023, bekend wordt gemaakt voorziet de tweede volzin van de het eerste lid van de inwerkingtredingsbepaling (artikel III) erin dat artikel I alsnog met ingang van de eerste dag na haar bekendmaking in werking treedt en terugwerkt tot en met de dag van haar aanvankelijk beoogde inwerkingtreding, namelijk 1 januari 2024. De terugwer- kende kracht is in dit geval niet bezwaarlijk, aangezien de wijzigingen in artikel I een begunstigende werking voor de betrokkenen hebben.

De wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers in artikel II werkt, overeenkomstig artikel II, vierde lid, van de regeling van 27 december 2022 (Stcrt. 2023, 511), terug tot en met 10 juli 2021.

2. Artikelsgewijs

Artikel I, nummers 1, 5, 11, 12, 14 tot en met 19, 27 tot en met 30, 38 tot en met 41, 44 tot met 48

Onkostenvergoeding leden Tweede en Eerste Kamer, decentrale politieke ambtsdragers, Rijksvertegenwoordiger BES, leden Hoge Colleges van Staat en bewindspersonen

De hierna genoemde toelagen en onkostenvergoedingen worden jaarlijks met ingang van 1 januari

1 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 september 2022, nr. 2022-0000455249, tot wijziging van enige wetten en besluiten in verband met de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het personeel in de sector Rijk 2022-2024.

5 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

aangepast aan de CPI, geldend voor de maand september in het tweede voorafgaande kalenderjaar. De CPI voor september 2022 is vastgesteld op 126,89. Voor september 2021 is het indexcijfer vastge- steld op 110,79. Procentueel is dat een verhoging van 14,5%. Dit betekent dat deze bedragen met ingang van 1 januari 2024 worden verhoogd met 14,5%.

Het betreft de volgende vergoedingen:

Aard vergoeding Bepaling Artikel I

De vergoeding voor leden van de Tweede en Eerste artikel 9, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling Nr. 1 en 5 Kamer voor kosten verbonden aan de uitoefening van leden Tweede Kamer en artikel 16, eerste lid, van de het ambt Wet vergoedingen leden Eerste Kamer De vergoeding voor de Vice-President van de Raad van artikel 6, tweede lid, van het Besluit rechtspositie Raad Nr. 11 en 12 State, de president van de Algemene Rekenkamer, de van State, Algemene Rekenkamer en Nationale Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling ombudsman bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen voor de kosten van voorzieningen die voor eigen rekening komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt De onkostenvergoeding voor statenleden artikel 2.1.6, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa Nr. 14 De ambtstoelage en overige ambtskosten voor de artikel 2.2.6, eerste en tweede lid, van het Rechtsposi- Nr. 15, 16, 18 en commissaris van de Koning en de gedeputeerde die de tiebesluit dpa 19 commissaris waarneemt De onkostenvergoeding voor gedeputeerden artikel 2.2.6, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit Nr. 17 dpa De onkostenvergoeding voor raadsleden artikel 3.1.6, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa Nr.

27 De ambtstoelage voor burgemeesters artikel 3.2.6, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa Nr. 28 De onkostenvergoeding voor wethouders artikel 3.2.6, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit Nr. 29 dpa De ambtstoelage voor wethouders die een burgemeester artikel 3.2.6, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit Nr. 30 waarnemen dpa De onkostenvergoeding voor de leden van het algemeen artikel 4.1.6, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa Nr. 38 bestuur van een waterschap De ambtstoelage voor een voorzitter van een waterschap artikel 4.2.6, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa Nr. 39 De onkostenvergoeding voor een lid van het dagelijks artikel 4.2.6, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit Nr. 40 bestuur van een waterschap dpa De ambtstoelage voor een lid van het dagelijks bestuur artikel 4.2.6, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit Nr. 41 dat de voorzitter van een waterschap waarneemt dpa De vergoeding voor Ministers en staatssecretarissen artikel 10, tweede lid, van het Voorzieningenbesluit Nr. 44 tot en met voor de kosten van voorzieningen die voor hun eigen Ministers en staatssecretarissen 47 rekening komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt De vergoeding voor de Rijksvertegenwoordiger BES voor artikel 2, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit Nr.

48 de aan zijn ambt verbonden kosten Rijksvertegenwoordiger BES

Artikel I, nummers 2, 4, 10 en 43

Dienstauto

Deze wijzigingen strekken tot aanpassing van de bedragen die zijn opgenomen in artikel 12a, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, artikel 13, derde lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, artikel 4, derde lid, van het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman en artikel 7, tweede lid, van het Voorzieningenbesluit Ministers en staatssecretarissen. Het in deze bepalingen vermelde bedrag heeft betrekking op de maximaal toegestane kilometerprijs van een aan te schaffen dienstauto. Zoals toegelicht in paragraaf 1.1 wordt het bedrag per 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaargemiddelde operationele autolease zakelijke personenauto’s inclusief brandstof, zoals door het CBS gepubliceerd, over het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemde datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer over het jaar daaraan voorafgaand. De stijging van het normbedrag is als volgt berekend:

Het prijsindexcijfer autolease zakelijke personenauto’s inclusief brandstof 2022 is 128,4. Het prijsindex- cijfer autolease zakelijke personenauto’s 2021 inclusief brandstof was 115,5. Het verschil is dus 128,4 – 115,5 = 12,9. In een percentage uitgedrukt is de stijging 11,1%. Het normbedrag voor 2023 was (niet afgerond) € 0,68773759; vermeerderd met 11,1% wordt (niet afgerond) 0,76407681. Het normbedrag wordt met ingang van 1 januari 2024 dus € 0,76.

6 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

Artikel I, nummers 3, 6 tot en met 9

Leden Eerste Kamer

Vergoeding voorziening arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

Artikel 10, eerste lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer ziet op een vergoeding waarmee de leden van de Eerste Kamer voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Deze vergoeding wordt jaarlijks herzien onder meer aan de hand van voor het overheidspersoneel geldende inhoudingen ter zake van het ouderdoms- en nabestaandenpensi- oen. Met ingang van 1 januari 2024 bedraagt deze vergoeding € 4.607,09 (was € 4.320,61) (artikel I, nummer 3).

Vergoeding van verblijfskosten

Op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer ontvangen leden van de Eerste Kamer ter vergoeding van verblijfskosten een bedrag waarvan de hoogte op grond van het tweede lid afhankelijk is van de afstand van de woonplaats van het Kamerlid of het door het Kamerlid bewoonde deel van de woonplaats tot het gebouw van de Eerste Kamer. Op grond van artikel 18, derde lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer worden de bedragen jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de voor ambtenaren van het Ministerie van BZK geldende vergoeding van reis- en verblijfskosten van dienstreizen.

De toepassing van genoemde rekenregel leidt tot de volgende bedragen met ingang van 1 januari 2024 (artikel I, nummers 6 tot en met 9):

0 km: € 505,15 (was € 488,73) per jaar

10 km: € 5.029,68 (was € 4.866,18) per jaar

75 km: € 10.061,36 (was € 9.734,29) per jaar

150 km en meer: € 16.349,97 (was € 15.818,47) per jaar

Leden Tweede Kamer

Vergoeding verblijfskosten

Op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer ontvangen leden van de Tweede Kamer ter vergoeding van verblijfskosten een bedrag waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats van het Kamerlid of het door het Kamerlid bewoonde deel van de woonplaats tot het gebouw van de Tweede Kamer. In artikel 8, tweede lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer is beschreven hoe de betreffende bedragen tot stand komen. Deze bedragen worden niet met deze ministeriële regeling aangepast, maar voor de volledigheid wel vermeld in deze toelichting.

De toepassing van de in dit lid genoemde rekenregel leidt tot de volgende bedragen met ingang van 1 januari 2024:

0 km: € 10.087,00 (was 9.626,80) per jaar

10 km: € 17.092,00 was € 16.562,20) per jaar

75 km: € 24.111,10 (was € 23.673,55) per jaar

150 km: € 32.690,00 (was € 32.365,20) per jaar

Artikel I, nummers 13, 20, 21 tot en met 26, 31 tot en met 36, 37 en 42

Statenleden, raadsleden, leden algemeen bestuur waterschap en commissieleden

Vergoeding voor de werkzaamheden en vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden toegekend aan statenleden en raadsleden wordt jaarlijks aangepast aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid inclusief bijzondere beloningen (per maand). Voor de

7 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

indexatie van 2024 betekent dit dat wordt gekeken naar de indexcijfers van september 2022 in vergelijking met de indexcijfers van september 2021. Voor de indexering voor het jaar 2024 betekent dit het volgende. Het indexcijfer CAO-lonen overheid inclusief bijzondere beloningen voor september 2022 is vastgesteld op 127,0. Voor september 2021 is dit indexcijfer vastgesteld op 120,5. Procentueel is dat een verhoging van 5,4%. Dit betekent dat deze bedragen met ingang van 1 januari 2024 worden verhoogd met 5,4%. Dit betekent dat de vergoeding voor de werkzaamheden voor statenleden en raadsleden voor het jaar 2024 worden verhoogd met 5,4%. Dit geldt ook voor de vergoeding voor de leden van het algemeen bestuur van een waterschap die geen lid zijn van het dagelijks bestuur en voor commissieleden van provincies, gemeenten en waterschappen voor de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen.

Voor de vergoeding voor de werkzaamheden voor de leden van provinciale staten en de vergoeding voor de werkzaamheden voor de leden van het algemeen bestuur van een waterschap geldt daarbij dat deze bedragen, als gevolg van een wijziging in het Rechtspositiebesluit dpa, met ingang van 29 maart 2023 tussentijds zijn verhoogd. De procentuele verhoging van 5,4% geldt voor de bedragen zoals die met ingang van 29 maart 2023 gelden.

Concreet betekent dit dat het bedrag, genoemd in artikel 2.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa, wordt gewijzigd in € 1.996,90 (was € 1.894,59 per 29 maart 2023) (artikel I, nummer 13).

Voor de leden van het algemeen bestuur van een waterschap wordt het bedrag, genoemd in artikel 4.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa, gewijzigd in € 758,82 (was € 719,94 per 29 maart 2023) (artikel I, nummer 37).

De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden is bepaald in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa. Ook deze bedragen, die niet tussentijds zijn verhoogd in 2023, worden verhoogd met 5,4%. Concreet betekent dit dat de bedragen voor de vergoeding van de werkzaamhe- den per maand per 1 januari 2024 als volgt luiden (artikel I, nummers 21 tot en met 26):

Klasse Inwonertal Vergoeding werkzaamheden per Vergoeding werkzaamheden per maand per 1 januari 2023 maand per 1 januari 2024

1 Tot en met 8.000 € 1.096,49 € 1.155,70 2 8.001-14.000 € 1.096,49 € 1.155,70 3 14.001-24.000 € 1.096,49 € 1.155,70 4 24.001-40.000 € 1.096,49 € 1.155,70 5 40.001-60.000 € 1.426,11 € 1.503,12 6 60.001-100.000 € 1.668,76 € 1.758,87 7 100.001-150.000 € 1.894,59 € 1.996,90 8 150.001-375.000 € 2.207,13 € 2.326,32 9 vanaf 375.001 € 2.687,09 € 2.832,19

De vergoeding per vergadering voor provinciale commissieleden wordt, rekening houdend met de procentuele verhoging van 5,4% per 1 januari 2024 vastgesteld op € 135,14 (was € 128,22) per vergadering (artikel 2.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa: artikel I, nummer 20).

De vergoeding per vergadering voor gemeentelijke commissieleden bedraagt per 1 januari 2024 (artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit dpa: artikel I, nummers 31 tot en met 36):

Klasse Inwonertal Vergoeding werkzaamheden per Vergoeding werkzaamheden per vergadering per 1 januari 2023 vergadering per 1 januari 2024

1 Tot en met 10.000 € 68,82 € 72,54 2 10.001-20.000 € 76,09 € 80,20 3 20.001-50.000 € 91,28 € 96,21 4 50.001-100.000 € 112,31 € 118,37 5 100.001-250.000 € 143,45 € 151,20 6 vanaf 250.001 € 181,85 € 191,67

In artikel 4.4.1, van het Rechtspositiebesluit dpa is bepaald dat een commissielid van een waterschap een vergoeding ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie. Deze vergoe- ding wordt per 1 januari 2024 vastgesteld op € 135,14 (was € 128,22) per vergadering (artikel I, nummer 42). Dit bedrag komt dus overeen met de vergoeding aan provinciale commissieleden.

8 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

Artikel II

Voor de vergoeding aan gemeenteraads- en commissieleden van reiskosten voor dienstreizen binnen het grondgebied van de gemeente zijn op grond artikel 95, vierde lid, in samenhang gelezen met het tweede lid, onderscheidenlijk artikel 96, derde lid, in samenhang gelezen met het eerste lid, onder b, van de Gemeentewet, uniforme regels gesteld in de artikelen 3.1.7 en 3.4.3 van het Rechtspositiebe- sluit decentrale politieke ambtsdragers. Voor dienstreizen buiten de gemeente konden tot 10 juli 2021 (zijnde de inwerkingtreding van artikel VII van de Aanpassingswet Appa 2021) geen uniforme regels worden gesteld, omdat in artikel 97 van de Gemeentewet was bepaald dat vergoeding van dergelijke kosten alleen plaatsvindt op basis van een verordening van de gemeenteraad en de Gemeentewet verder geen grondslag bood voor het stellen van (uniforme) regels bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Bij de Aanpassingswet Appa 2021 is de beperking in artikel 96, eerste lid, dat het moet gaan om dienstreizen binnen de gemeente, alsmede artikel 97 vervallen. In aansluiting hierop is ook de beperking in de artikelen 3.1.7 en 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit, dat het moet gaan om dienstreizen binnen de gemeente, met terugwerkende kracht tot en met 10 juli 2021 vervallen. Bij regeling van 27 december 2022 (Stcrt.

2023, 511) is ook artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers aan deze wijziging aangepast. Per abuis is daarbij in artikel 3.1, vierde lid, voor incidentele vervoersvoorzieningen voor raads- of commissieleden met een functionele beperking de beperking tot reizen binnen de gemeente niet weggenomen. De correctie in artikel II van de onderhavige regeling maakt dat de aanspraak op vergoeding ook bestaat voor reizen buiten de gemeente.

Artikel III

De inwerkingtreding van de regeling is toegelicht in paragraaf 1.5 van deze toelichting.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge

9 Staatscourant 2023 nr. 33221 13 december 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13625735/1