231207 Raadsinformatiebrief Ontwerpbestemmingsplan Bergerweg bijlage 6 - Bijlagen bij bestemmingsplan - Bijlage III Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Natuurtoets Bergerweg 102-104 Alkmaar
In opdracht van: RO Advies Edam, 07/03/2023
Colofon
Tekst en fotografie: Ing. D. van der Elsken Elsken Ecologie Oorgat 74 1135 CT Edam daan@elskenecologie.nl 06-34082608 In opdracht van: D. Bethlehem, RO advies Datum: 7 maart 2023 Plaats: Edam
Copyright © 2022 Elsken Ecologie. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, in geautomatiseerde bestanden opgeslagen en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Elsken Ecologie. In overeenstemming met artikel 15a van het Nederlandse auteursrecht is het toegestaan delen van deze publicatie te citeren, daarbij gebruik makend van een duidelijke referentie naar deze publicatie.
Aansprakelijkheid Hoewel uiterste zorg is besteed aan de inhoud van deze publicatie aanvaardt Elsken Ecologie geen enkele aansprakelijkheid voor onvolledigheid, onjuistheid of de gevolgen daarvan. Gebruik van de inhoud van deze publicatie is voor de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
2
Inhoudsopgave Blz:
Samenvatting 4
1. Aanleiding 5 1.1 Doelstelling 5 1.2 Literatuuronderzoek 5 1.3 Veldbezoek 5
2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden 6
3.1 Gebiedsbescherming 7 3.1.1 Natura 2000 7 3.1.2 Natuurnetwerk Nederland 7
4. Soortbescherming Wet Natuurbescherming 8 4.1 Vaatplanten 8 4.2 Reptielen & Amfibieën 8 4.3 Vissen 8 4.4 Vogels 8 4.5 Vlinders 8 4.6 Libellen 8 4.7 Zoogdieren 8 4.7.1 Muizen 8 4.7.2 kleine marterachtigen 8 4.7.3 Vleermuizen 8 4.7.3.1 Werkwijze 10 4.7.3.2. Gebruikte materialen en deskundigheid Elsken Ecologie 10 4.7.3.3 Conclusies vleermuizen 10
5. Gebiedsbescherming 12 5.1 Natuurnetwerk Nederland en het plangebied 12 5.2 Natura-2000 en het onderzoeksgebied 12
6. Zorgplicht 14 Conclusies 15
3
Samenvatting Met het oog op de wens tot het slopen van een bestaande woning en een stal, en het realiseren van nieuwbouw op het perceel aan de Bergerweg 102-104 te Alkmaar staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er al dan niet bedreigde soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. Uit de quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van vleermuizen middels de quickscan niet kon worden uitgesloten. Derhalve is een inventarisatie volgens het vleermuisprotocol gestart. Deze is afgerond in 2022. Tijdens de verschillende inventarisatierondes zijn geen (aanwijzingen voor) beschermde waarden voor vleermuizen aangetroffen. Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht.
Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.
1. Aanleiding Met het oog op de wens tot het slopen van een bestaande woning en een stal, en het realiseren van nieuwbouw op het perceel aan de Bergerweg 102-104 te Alkmaar staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er al dan niet bedreigde soorten in hun voortbestaan bedreigd worden.
1.1 Doelstelling Door middel van een literatuurstudie en een veldbezoek zal deze quickscan de volgende vragen beantwoorden: · Welke middels Wet Natuurbescherming beschermde soorten komen er (potentieel) voor in het plangebied? · Welke negatieve effecten kan de (potentieel) aanwezige flora en fauna beschermd door de Wet Natuurbescherming ondervinden van de ingreep? · Is er gezien de effecten van de ingreep sprake van een overtreding van de Wet Natuurbescherming? · Welke beschermde gebieden met gebiedsbescherming, o.a ecologische hoofdstructuur, Natura-2000 en weidevogelleefgebieden zijn er in de nabijheid van het projectgebied aanwezig en kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten?
1.2 Literatuuronderzoek Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora, fauna en beschermde gebieden er in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten.
1.3 Veldbezoeken Het veldbezoek voor de quickscan is afgelegd op 31 mei 2022. In de periode juni t/m oktober 2022 hebben de soortgerichte inventarisaties naar vleermuizen plaatsgevonden. Allen uitgevoerd door Ing. D. van der Elsken van Elsken Ecologie. Voorafgaand aan en tijdens het veldbezoek is met de initiatiefnemer van de ruimtelijkeontwikkeling de ingreep besproken om zo een beeld te vormen van de (eventuele) impact op beschermde natuur. Tijdens het bezoek zijn de aanwezige structuren, ecotopen en de (mogelijk) aanwezige flora en fauna geïnventariseerd. Aan de hand van het vooraf uitgevoerde literatuuronderzoek is middels een zogenaamde “expert judgement” een inschatting gemaakt van de (potentieel) aanwezige beschermde natuur, flora en fauna. In dit rapport zijn de (mogelijke) negatieve effecten van de werkzaamheden getoetst aan de Wet Natuurbescherming.
2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden Op het perceel aan de Bergerweg 102-104 staan een huis met pannendak en een houten stal met golfplaten dak. Ze zijn gelegen op een perceel waar schapen op het weiland lopen. Het geheel is omsloten door een slootje. De wens bestaat de woning en de stal te slopen en her nieuwbouw te realiseren.
Afb.1: Ligging van het plangebied te Alkmaar..
Afb.1: Kadastrale situatie van het plangebied. Percelen 800, 803 en 804 betreffen het in deze quickscan onderzochte gebied
3. Wettelijk kader De ruimtelijke ingrepen zoals in dit rapport zijn beschreven zijn middels een literatuurstudie en in het veld getoetst aan geldende wetgevingen omtrent de natuur. Vanaf 2017 allen geschaard onder de wet Natuurbescherming. Hierin is de soortbescherming alsmede bescherming van gebieden opgenomen. Activiteiten waarbij schade wordt gedaan aan beschermde flora en fauna zijn krachtens deze wet verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij” principe). De wet kent, naast de zorgplicht, een aantal verbodsbepalingen welke relevant zijn voor onderhavige toetsing. Deze quickscan is er op gericht om te bepalen of ui te sluiten of er een overtreding plaatsvindt van een van de verbodsbepalingen van de wet natuurbescherming.
3.1 Gebiedsbescherming 3.1.1 Natura 2000 Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ruimtelijke ontwikkelingen een negatief effect hebben op door de natuurbeschermingswet beschermde gebieden en/of de instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebieden. Of dat er aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de geplande ingrepen op een natura-2000 gebied te beoordelen. Eventuele stikstofberekeningen voortkomend uit de bouw- en gebruiksfase en hun effecten op Natura-2000 gebieden zijn niet meegenomen in deze rapportage.
3.1.2 Natuurnetwerk Nederland Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ingrepen een negatief effect hebben op de wezenlijke waarden van het Natuurnetwerk Nederland dan wel dat aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de ruimtelijke ingrepen op het Natuurnetwerk Nederland te toetsen.
4. Soortbescherming Wet Natuurbescherming Beschermde soorten die volgens het literatuuronderzoek in (de directe omgeving van) het projectgebied zijn aangetroffen en hun beschermingsstatus staan in onderstaande soortteksten beschreven.
4.1 Vaatplanten Op het perceel zijn alleen algemene soorten aangetroffen. Het weiland wordt door schapen begraasd en er staat voornamelijk gras, boterbloem en rode klaver. Door de begrazing is de bodem verhard en verdicht. Hier worden geen beschermde soorten verwacht.
4.2 Reptielen & amfibieën Op basis van de fysieke karakteristieken van het plangebied worden beschermde en/of algemene soorten reptielen en/of amfibieën het perceel niet niet verwacht. Er zijn geen geschikte waterpartijen.
4.3 Vissen Er worden geen ingrepen aan wateren gedaan.
4.4 Vogels Het pannendak is gesloten en voor gierzwaluw te flauw wat betreft hellingshoek (afb.2). Het type dakpan is niet geschikt voor huismussen. Er is voor deze soort geen ruimte onder de vlakke pannen. Nooit werd een huismus, in deze toch al niet geschikte beboste omgeving, waargenomen tijdens de inventarisaties. Bij het draaien van de eerste rij dakpannen (zoeken naar vleermuiskeutels) werd ook geen nestmateriaal van deze soorten aangetroffen.
4.5 Vlinders Er zijn geen geschikte waardplanten of bomen voor middels de wet Natuurbescherming beschermde vlindersoorten aanwezig in het plangebied. Noch worden er bomen gekapt of groenstructuren aangetast die voor deze soorten een betekenis zouden kunnen hebben.
4.6 Libellen Er zijn geen geschikte wateren of groenstructuren voor middels de Wet Natuurbescherming beschermde libellen soorten aanwezig in het plangebied.
4.7 Zoogdieren 4.7.1 Muizen Het plangebied is niet geschikt voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Het ontbreekt er aan geschikte biotoop. Het ontbreekt aan (geschikt) water en/of een rietkraag.
4.7.2 Marterachtigen De schuren en rommelhopen op het erf zijn geschikt voor verschillende soorten marterachtigen. De toekomstige inrichting van het perceel zal eventueel aanwezig leefgebied van deze soorten ten goede komen. Uit de inventarisatie naar deze soorten met wildlifecamera’s middels de handreiking kleine marters blijkt dat deze soorten niet aanwezig zijn. Deze hebben in en bij de schuren gestaan. Martes zijn daarop niet waargenomen. Ook opvallend weinig muizen (prooidieren). 4.7.3 Vleermuizen Het huis heeft toegankelijke gevelbekleding en dakpannen (afb.3&4) welke mogelijkheden bieden voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Verder onderzoek naar de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen was derhalve nodig. Dit onderzoek is gedaan in de periode juni t/m september 2022 volgens de richtlijnen van het vleermuisprotocol. Onderstaand is de toelichting van de werkwijze.
Afb.3: Zicht op een deel van het pannendak en de gevelbekleding. Beide toegankelijk voor vleermuizen.
Afb.4: Detail van het pannendak . Toegankelijk voor vleermuizen.
4.7.3.1 Werkwijze Uit dit deel van het land zijn een aantal vleermuissoorten bekend die gezien de karakteristieken van het plangebied mogelijk aanwezig kunnen zijn (Limpens, 2010). Naar aanleiding hiervan is een vleermuisinventarisatie gedaan volgens het vleermuisprotocol (Gegevensautoriteit natuur, 2021). In deze inventarisatie is in ieder geval (maar niet exclusief) rekening gehouden met gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, franjestaart, rosse vleermuis en watervleermuis.
De bezoeken zijn zo efficiënt mogelijk gecombineerd (Tabel 1 & 2) door D. van der Elsken van adviesbureau Elsken Ecologie. De periode voor zomerverblijfplaatsen (oranje kader) en kraamverblijfplaatsen (rood kader) hebben overlap (tabel.2). De bezoeken voor zomer- en kraamverblijfplaats zijn derhalve gecombineerd in de periode die staat voor de kraamverblijfplaats (rood kader, tabel 2). Een ochtendbezoek en een avondbezoek. Tabel 1: Bezoekentabel Bezoek Datum Functie Tijd 1e bezoek 16/06/2022 Zomer-/Kraamverblijf 22:00-00:30 2e bezoek 09/07/2022 Zomer-/Kraamverblijf 22:00-00:30 3e bezoek 10/07/2022 Zomer-/Kraamverblijf 02:45-5:15 4e bezoek 19/08/2022 Paarverblijf & middernachtzwermen 0:00-2:30 5e bezoek 25/09/2022 Paarverblijf & middernachtzwermen 00:45-2:45
4.7.3.2. Gebruikte materialen en deskundigheid Elsken Ecologie Elsken Ecologie werkt als onafhankelijk adviesbureau sinds 2011 door heel Nederland. Vanaf het begin zijn vleermuizen een expertise gebied geweest. Door de jaren heen heeft D. Van der Elsken zich verder gespecialiseerd en ben ik betrokken geweest bij het vangen en zenderen van meerdere soorten vleermuizen. Ik ben vaste inventariseerde van het team van tellers de winterverblijven in de Amsterdamse waterleidingduinen, opvangpunt voor vleermuizen in Noord-Holland en specialist in geluidsanalyses middels batlogger. Derhalve door vleermuis.net, het kenniscentrum op het gebied van vleermuizen, aangemerkt als te prefereren specialist voor onderzoek in Noord-Holland. Heden wordt door Stichting Buitenacademie een landelijke kwaliteitsnorm voor vleermuis inventariseerders opgesteld. Elsken Ecologie is als specialist onderdeel van het team dat de kaders van kennis stelt waaraan toekomstige inventariseerders moeten gaan voldoen. Bij de inventarisaties wordt altijd gewerkt met een Petterson D240x met Edirol R-05 recorder. Daarnaast is altijd aanwezig een batlogger-M. Dit geeft de best mogelijke registratie kans en de mogelijkheid voor na-analyse van geluiden van de moeilijk waar te nemen soorten.
Verder wordt gewerkt met een AGM LRF Fuzion TM35-640 warmtebeeldkijker voor een nog nauwkeuriger beeld van de vliegbewegingen van vleermuizen
4.7.3.3 Conclusies vleermuizen Tijdens de inventarisaties is een beeld verkregen over het gebruik van de bebouwing en groenstructuren op het perceel aan de Bergerweg 102-104 door vleermuizen. Er zijn geen beschermde waarden van vleermuizen aangetroffen tijdens de inventarisaties. Er zijn geen verblijfplaatsen, essentiële foerageergebieden en/of vliegroutes aanwezig in of bij het perceel aan de Bergerweg 102-104. Het pand is tevens tijdens de inventarisaties met een warmtebeeld camera in de gaten gehouden (afb.5). Ook dit ondersteund de conclusie dat er geen verblijfplaatsen aanwezig zijn in het pand aan de
Wat betreft het gebruik van de omgeving door vleermuizen het volgende: tijdens de inventarisaties kon het lange perioden stil zijn. Soms wel 15 min. De meest gehoorde soort was de gewone dwergvleermuis welke met maximaal 3 individuen tegelijk te horen en te zien (warmtebeeldcamera) was. Foeragerend tussen de bomen, het onderzoeksterrein is vrij open en vatbaar voor wind, te zuiden van het plangebied tegen de camping aan. Ook werden sporadisch laatvliegers passerend gehoord en gezien. Vrijwel elke inventarisatie passeerden zij op hoogte zonder binding met het onderliggende landschap. Gefoerageerd werd sporadisch, op route richting de duinen, boven de weilanden ten westen van het plangebied. Het betrof nooit meer dan twee individuen tegelijk. Rosse vleermuis werd tweemaal gehoord. Deze trokken in kaarsrechte lijn richting de duinen.
Afb.5: ‘Still’ uit opname warmtebeeldcamera welke de inventarisatie met batdetector ondersteunde.
11
5. Gebiedsbescherming 5.1 Natuurnetwerk Nederland en het plangebied Het plangebied ligt niet in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland (afb.6).
5.2. Natura-2000 gebieden en het plangebied Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied (afb.7). Gezien de aard van de werkzaamheden, en de afstand tussen het perceel en het dichtstbijzijnde natura-2000 gebied, worden negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten niet verwacht. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen.
Afb.6: Ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
Afb.7: Ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura-2000. (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
6. Zorgplicht De zorgplicht verlangt van de initiatiefnemer van ruimtelijke ontwikkelingen dat deze met respect omgaat met alle levende natuur. Dit is opgenomen in artikel 2 en luidt als volgt:
1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Invulling van de term “in redelijkheid” is een eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
De wet erkent de intrinsieke waarde van de in het wild levende dieren. Dat betekent dat voor de wet alle dieren van onvervangbare waarde zijn en dat daar niet onzorgvuldig mee mag worden omgegaan. Vanuit deze gedachte is de zorgplicht in artikel 2 van de wet opgenomen. De zorgplicht geldt voor alle soorten, ook voor plantensoorten en de soorten die niet als beschermd zijn aangewezen. Er mag van de initiatiefnemer worden verwacht dat de personen verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden op de hoogte zijn of worden gebracht van de zorgplicht.
Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.
12
Conclusies & aanbevelingen Uit de quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van vleermuizen middels de quickscan niet kon worden uitgesloten. Derhalve is een inventarisatie volgens het vleermuisprotocol gestart. Deze is afgerond in 2022. Tijdens de verschillende inventarisatierondes zijn geen (aanwijzingen voor) beschermde waarden voor vleermuizen aangetroffen. Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.
14
Literatuur Creemers, R.C.M & J.J.C.W van Delft, 2009 (ravon). De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna deel 9. Dietz , 2009. Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Herder, J.E, J.Kranenbarg, D.M Hoogeboom, J. Hamers & K. Dekker (red) 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen 1980-2012. Hoogeboom, D,M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (red) 2014. Atlas van de Noord- Hollandse zoogdieren Kaag, K. 2012. Vlinders van duin tot dijk. De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009 Limpens, 2011. Vleermuizen en planologie. Riet, van de, B. 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Scharringa et al, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels. Svensson, 2005. Vogelgids van Europa.
Internet: www.atlasleefomgeving.nl/kaarten www.synbiosys.alterra.nl