CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

231207 Raadsinformatiebrief Ontwerpbestemmingsplan Bergerweg bijlage 3 - Ontwerpbestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar - toelichting en regels

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken17.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.9 Water Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

De plannen zijn aan het waterschap kenbaar gemaakt via de digitale watertoets (d.d. 22 maart 2022). Het voornemen betreft een wijziging van de bestemming, zodat er een twee-onder-één-kap woning kan worden gebouwd op de locatie van de huidige bebouwing. Het verhard oppervlak zal hiertoe niet toenemen. Na het doorlopen van een aantal standaardvragen blijkt dat er waterschapsbelang is. Het is Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is om advies gevraagd. De watertoets is als bijlage V toegevoegd.

Naar aanleiding van deze watertoets komen de volgende aandachtpunten naar voren: • Waterkwantiteit Het plangebied is gelegen in peilgebied 04090-01 in polder Bergermeer. Het ter plaatse geldende streefpeil is NAP -1,70 meter / NAP -1,75 meter in zomer/winter respectievelijk. Het gebied watert af middels een stelsel van secundaire en primaire waterlopen. • Verhardingstoename De verhardingstoename is kleiner dan 800 m2. In dat geval hoeven er geen watercompenserende maatregelen te worden genomen • Vijver Een vijver is geen onderdeel van het watersysteem. Een vijver heeft een ander peil dan de omliggende sloten (waarschijnlijk hoger), maar zal wel kunnen overstorten in de sloot. Dat is toegestaan. Het is een kans om regenwater vanaf het dak af te voeren naar de vijver. Daarmee wordt het watersysteem in principe wat ontlast, en hoeft minder water in de vijver worden gepompt. Hemelwater lozen op de sloten mag overigens ook gewoon. • Onderhoud watergangen De watergang westelijk van het plangebied wordt onderhouden door aanliggend eigenarren. In het kader daarvan wordt geadviseerd om de oever vrij te houden van obstakels, zoals de watergang vanaf de kant machinaal kan worden onderhouden. • Waterkwaliteit Paardenstal, paddock en paardrijbak: Voor eventuele lozingen vanaf/vanuit de paardenstal, paddock en paardrijbak, zijn ook regels gebonden.

Voor een particulier geldt de zorgplicht van het besluit lozen afvalwater huishoudens (er is geen sprake van het bedrijfsmatig houden van paarden).

• Riolering Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Ons uitgangspunt is dat huishoudelijk afvalwater en hemelwater van schone oppervlakken gescheiden worden. Gezien de ligging van de woningen verwachten wij dat aangesloten zal worden op gemeentelijke riolering.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 27

Met betrekking tot het afstromend hemelwaterwater raden wij aan om terughoudend om te gaan met uitlogende materialen zoals koper, lood en zink. Indien uit architectonische overwegingen gekozen wordt voor bijvoorbeeld een zinken dak, kan een zuiverende voorziening noodzakelijk zijn.

• Klimaatadaptatie De verandering van het klimaat heeft gevolgen voor de veiligheid, de economie en de gezondheid van onze inwoners. Hevige buien veroorzaken schade en overlast. Langdurige droge periodes veroorzaken hittestress, met name in stedelijke gebieden. Een slim ingerichte ruimtelijke inrichting helpt deze steeds vaker voorkomende weersextremen het hoofd te bieden. Het uitgangspunt hierbij is om water lokaal op te slaan tijdens (extreme) buien, zodat het vervolgens gebruikt kan worden in droge perioden. Voorbeelden van maatregelen die hierbij helpen zijn wadi's, waterdoorlatende verharding op bijvoorbeeld parkeervakken, waterbergende wegen en opslag in infiltratiekratten.

4.10 Besluit milieueffectrapportage In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden is opgenomen in de bijlage van het Besluit MER. Overigens wordt onderscheid gemaakt tussen een MER-beoordeling (categorie D), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een MER nodig is of een verplicht MER (categorie C).

In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject indien de oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft.

Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.- beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. Het algemene uitgangspunt bij een dergelijke beoordeling is dat er geen MER hoeft worden opgesteld, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.

In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu als gevolg van de bouw van de twee-onder-één kap woning en hobbymatige paardenbak. Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 28

Archeologie Op basis van de beleidsvisie 2009 – 2019 “Cultuurhistorie Alkmaar” blijkt dat het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde heeft. Archeologisch onderzoek is niet nodig Bodem Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit op dit moment een belemmering vormt voor de voorgenomen nieuwbouw. Om de nieuwbouw mogelijk te maken dient voorafgaand aan de sloop en nieuwbouw eerst asbestsanering plaats te vinden en vervolgens zal de vrijkomende bovengrond afgevoerd moeten worden Externe veiligheid Er is geen beperking vanuit het aspect externe veiligheid Ecologie Er is geen negatieve invloed te verwachten op ecologische waarden (zowel vanuit de gebiedsbescherming als ook de soortenbescherming) zo is gebleken uit het uitgevoerde ecologisch onderzoek Geluid Aangezien het plangebied is gelegen aan het einde van een doodlopend-weggetje voor gemotoriseerd verkeer komt er geen verkeer langs. In de toekomst is er de mogelijkheid dat de eigen weg verandert in een fietspad. Dit heeft echter geen invloed op de geluidssituatie. Het aspect geluid vormt dan ook geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Er is dan ook geen akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder uitgevoerd. Milieuhinder Het plan is uitvoerbaar vanuit het perspectief van een goed woon- en leefklimaat.

Luchtkwaliteit Het project is aan te merken als Nibm, hetgeen betekent dat er geen nadelige invloed is op de luchtkwaliteit. Water Voor het plan geldt de standaard waterparagraaf, het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect water.

Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 29

4.11 Verkeer en parkeren Een andere invulling van het plangebied heeft weinig gevolgen voor de verkeersstromen. Er is een toename van slechts één 1 wooneenheid. Uitgangspunt is dat de wijziging geen onevenredige extra hinder veroorzaakt voor de reeds aanwezige functies in het gebied.

De paardenfaciliteiten bij de woning zijn hobbymatig en voor eigen gebruik en zullen geen extra bedrijfsmatige verkeersbewegingen tot gevolg hebben.

De woningen maken gebruik van de bestaande ontsluiting. Daarnaast zal er op eigen terrein, bij iedere woning, ruimte zijn voor het parkeren van twee auto’s.

De nieuwe woningen zullen dan ook niet tot gevolg hebben dat de omgeving significante hinder zal ondervinden ten aanzien van de aspecten verkeer en parkeren.

4.12 Landschappelijke inpassing Het is van belang dat het plan landschappelijk wordt ingepast. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als bijlage 1 bij de regels is bijgevoegd. Uit dit landschappelijk inpassingsplan ( Landschappelijke inpassing Bergerweg 102 – 104, Landerade november 2021) blijkt dat de uitvoering van het initiatief leidt tot een grote verbetering van de landschappelijke kwaliteit in de omgeving van de Bergerweg. • De nieuwe woningen met bijgebouwen zullen een passende beeldstijl krijgen en zullen verder van het pad komen te staan zodat er ruimte ontstaat voor een passende landschappelijke inpassing. • Het erf wordt op een streekeigen wijze ingericht met nieuwe brede erfsloot en inheemse beplanting zoals bomenrijen, (struweel)hagen en boerenheesters. Tevens versterkt het plan hiermee de watervasthoudende capaciteit. • Rond rijbak en paddock komt afrastering die nauwelijks opvalt in het landschap. De rijbak en paddock worden bovendien landschappelijk ingepast met een lage grondwal begroeid met gras en kruidensoorten die een grote waarden hebben voor insecten. De rijbak en paddock zullen voor het grootste deel wegvallen achter de beplanting van de natuurlijke oever langs de nieuwe oostelijke erfsloot en de kruidenrand langs de rijbak en paddock. Aan de andere kant van de rijbak en paddock komt langs de sloot een kenmerkende knotbomenrij.

• De hoogstamfruitboomgaard (landschapselement) aan de zuidkant van het pad wordt hersteld en hierdoor worden zowel de landschappelijke- als de natuurwaarden verhoogd. • Ook wordt de ecologische- en landschappelijke waarden verhoogd door aanleg van de natuuroever en de bloemenranden voor insecten.

De uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan is juridisch geborgd door opname hiervan als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 30

4.13 Duurzaamheid Bij uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen heeft betrekking op een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren van de te realiseren woningen en bijbehorende bouwwerken.

Bij de bouw van de woningen kan aan de volgende duurzaamheidsaspecten worden gedacht: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, en toekomstbestendigheid.

De gemeente Alkmaar heeft het duurzaamheidsbeleid vastgesteld in haar Programma Duurzaam Alkmaar 2020 – 2024. Met als basis de doelstellingen die afgesproken zijn in de regio Alkmaar. Er wordt gewerkt naar een toename van het aandeel duurzame energie en een afname van het gebruik van fossiele energie.

De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten voor de nieuwbouw:

• gasloos bouwen;

• (bijna) energieneutraal bouwen / lokale opwekking duurzame energie;

• circulair bouwen / wateradaptie;

• duurzame mobiliteit.

De toe te passen maatregelen voor een energiezuinige woning zijn grofweg onder te verdelen in drie stappen:

1. Duurzaam ontwerpen / duurzaam casco

2. Duurzame warmte-koude voorziening

3. Duurzame energieopwekking

Op de volgende manier is binnen het plan rekening gehouden met duurzaamheid:

• De woningen en overige gebouwen worden gasloos gebouwd;

• De woningen zijn bijna energieneutraal (BENG) , mede door het gebruik van warmtepompen;

• In het ontwerp van het omliggende terrein is rekening gehouden met wateradaptatie door toepassing van groenvoorzieningen en de aanleg van extra waterberging. Bij het plan wordt dan ook rekening gehouden met klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 31

5 Maatschappelijke en Economische uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan is een particulier initiatief en voorziet in de bouw van één extra woning. Er is derhalve sprake van een bouwplan als bedoeld in het Bro en dus is kostenverhaal aan de orde. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer van het plan. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor is een planschade- overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan is toegestuurd aan diverse overheidsorganen en (belangen)organisaties. Er is reactie ontvangen van Rijkswaterstaat, provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, gemeente Castricum, ProRail, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, Stichting Animo, de Historische Vereniging Alkmaar en de Molenstichting Alkmaar e.o. en Liander. Hieronder worden de reacties kort weergegeven.

Provincie Noord-Holland De provincie geeft aan dat sprake is van een nieuwe woningontwikkeling. Dit is mogelijk indien passend binnen de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap en de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De provincie vraagt zich in verband met het passen in artikel 6.10 lid 1 en 2 van de Omgevingsverordening NH2020 wel af of er sprake is van een dorpslint of kern.

Reactie gemeente: de planlocatie bevindt zich nét buiten de kern Alkmaar, maar de locatie is wel onderdeel van het stedelijk samenstel van bebouwing met stedelijke functies grenzend aan de kern en overgaand in het lint tussen Alkmaar en Bergen. In artikel 6.10 lid 2 wordt gesproken over locaties die zijn gelegen “in of aan kernen of in of aan dorpslinten”. De planlocatie is passend binnen deze omschrijving. Voorts is het plan regionaal afgestemd via de Monitor plancapaciteit (i.v.m. artikel 6.10 lid 1). Het plan is in een eerder stadium landschappelijk afgestemd met onder andere de provincie Noord-Holland. In paragraaf 3.2.2 van de toelichting wordt de verwijzing naar het van toepassing zijnde artikel 6.10 aangepast.

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord De Veiligheidsregio geeft aan dat het plangebied zich buiten de risicocontouren en invloedsgebieden bevindt van inrichtingen, hogedruk aardgasbuisleidingen, transportroutes waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, en windturbines. Het aspect externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Met betrekking tot de bereikbaarheid voldoet het plan niet aan de uitgangspunten uit de ‘Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid VRNHN 2021’. Doordat de toegangsweg doodlopend is en een lengte heeft van circa 300 meter, kan per definitie niet worden voldaan aan de uitgangspunten. Hoewel het plan niet voorziet in een significante toename van het aantal bewoners in de toekomstige situatie ten opzichte van de huidige situatie, is de bereikbaarheid voor een woonbestemming ondermaats. Met betrekking tot de bluswatervoorziening is op de kop van de toegangsweg een ondergrondse brandkraan gelegen. Deze bevindt zich op circa 300 meter van de te realiseren woningen. In de handreiking wordt voor een woonbestemming binnen de bebouwde kom een afstand van maximaal 100 meter gehanteerd. Echter, direct tegenover het plangebied is voldoende openwater gelegen dat voor de meeste situaties kan voorzien in voldoende bluswatercapaciteit. Daarmee wordt op dit aspect voldaan aan de uitgangspunten van de handreiking.

Reactie gemeente: de ligging van de planlocatie is een bestaande situatie die historisch zo ontstaan is. Zoals de Veiligheidsregio al aangeeft betreft het plan geen significante toename van het aantal Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 32

bewoners. De situatie ten aanzien van de bereikbaarheid wordt daardoor aanvaardbaar geacht. Overigens kan in de toekomst mogelijk een fietspad worden aangelegd nabij de woningen. Hiermee ontstaat eventueel een tweede (nood)verbinding.

Stichting Animo Stichting Animo geeft aan dat aangezien de locatie zich aan de groene buitenrand van Alkmaar bevindt, het een rol kan spelen in de migratie van vogels, vlinders en vleermuizen. In de huidige situatie is het er "donker". Het is zaak dat eventuele lichtmasten (bijvoorbeeld bij de paardenbak/paddock) niet te hoog (< 6 m) zijn, dat deze omlaag schijnen (niet rondschijnen i.v.m. onnodig strooilicht) en 's nachts uit zijn.

Reactie gemeente: Het bestemmingsplan voorziet niet in de plaatsing van lichtmasten.

De overige instanties geven aan geen inhoudelijke opmerkingen te hebben. De vooroverlegreacties hebben zodoende geleid tot een tekstuele aanpassing in paragraaf 3.2.2.

Het ontwerpbestemmingsplan zal vervolgens op grond van de algemene voorbereidingsprocedure (artikel 3.4. Algemene wet bestuursrecht) 6 weken ter inzage worden gelegd, zodat een ieder in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze in te dienen.

5.3 Participatie De omwonenden grenzend aan het perceel zijn betrokken en geïnformeerd. Zij zien geen bezwaren en reageren voornamelijk positief. Op grond van de gesprekken is er geen aanpassing nodig voor het al reeds liggende plan. Het participatieverslag is als bijlage VI bij deze toelichting gevoegd.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 33

6 JURIDISCHE TOELICHTING

6.1 Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan “Bergerweg 102 en 104 Alkmaar” dient rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" van het (voormalige) ministerie van VROM.

6.2 Toelichting op de verbeelding Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering.

6.3 Toelichting op de regels De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is.

Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden.

Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekent dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing, bouwhoogtes en dakhelling opgenomen.

Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 34

bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving.

Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: • Hoofdstuk 1. Inleidende regels; • Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3. Algemene regels; • Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht:

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden vastgesteld.

artikel 1 De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt.

artikel 2 De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

Hoofdstuk 2 bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden.

artikel 3 Recreatie – 1 Het deel van het plangebied met deze bestemming grenst aan het naastgelegen gebied met dezelfde bestemming. De gronden direct achter de woonpercelen aan de Bergerweg en de Groeneweg hadden in het voorheen geldende bestemmingsplan een recreatieve bestemming. Deze is in stand gehouden door de gronden te bestemmen als ‘Recreatie – 1’. De in het voorheen geldende bestemmingsplan geboden bouwmogelijkheden zijn al benut en overeenkomstig de bestaande situatie bestemd.

artikel 4 Tuin Het grootste deel van het plangebied is bestemd als “Tuin”. Grotendeels zullen de gronden met deze bestemming onbebouwd blijven. Wel mogen binnen deze bestemming de paardenstal, de rijbak en de paddock worden gerealiseerd. Ook is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om juridisch te waarborgen dat het landschappelijk inpassingsplan wordt uitgevoerd.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 35

artikel 5 Water Deze bestemming maakt het mogelijk dat aan de oostzijde van het plangebied een sloot wordt aangelegd. Zoals in hoofdstuk 3 en in het landschappelijk inpassingsplan beschreven zal deze sloot ongeveer 7-8 meter breed worden.

artikel 6 Wonen Binnen de bestemming Wonen wordt de mogelijkheid geboden voor de bouw van een 2/1 kap woning en de realisatie van daarbij behorende voorzieningen. De hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden. Bijbehorende bouwwerken dienen ondergeschikt aan het hoofdgebouw te zijn.

artikel 7 Waarde – Archeologie E Om de archeologische waarden te beschermen is een vergunningenstelsel opgenomen, dat voor het hele plangebied geldt. Dit houdt in dat bij grondwerkzaamheden zoals afgravingen of het verleggen van kabels en leidingen een aanlegvergunning nodig is. In dat kader wordt onderzocht of op de betreffende plaats sprake is van waardevolle archeologische elementen. Voor ingrepen (minder dan 10.000 m² en maximaal 50 centimeter beneden maaiveld) gelden geen beperkingen.

artikel 8 Waarde – Natuur-landschapswaarden De voor Waarde – Natuur-landschapswaarden aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen basisbestemming, ook bestemd voor de instandhouding van het open karakter van het gebied. Op de voor Waarde – Natuur-landschapswaarden gronden mag niet worden gebouwd. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, op voorwaarde dat wordt aangetoond dat door het bouwen en/of gebruik van de gronden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen.

artikel 9 Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt.

artikel 10 In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt.

artikel 11 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval in strijd met dit bestemmingsplan zijn.

artikel 12 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10 %. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 36

omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden.

Artikel 13 Overige regels In dit artikel is de meest recente parkeerregeling van de gemeente Alkmaar opgenomen. Deze regel borgt dat er op eigen erf wordt gezorgd voor het creëren van voldoende parkeerruimte.

Hoofdstuk 4 overgangs- en slotregels

Het laatste hoofdstuk "Overgangs- en slotregels" bevat in artikel 14 het overgangsrecht , zoals beschreven in het Besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 15 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 37

BIJLAGEN

Bijlage I Landschappelijke inpassing

Bijlage II Bodemonderzoek

Bijlage III Ecologisch onderzoek

Bijlage IV Stikstofberekening

Bijlage V Watertoets

Bijlage VI Participatieverslag

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 38

REGELS

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 39

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan:

het bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar van de gemeente Alkmaar;

1.2 bestemmingsplan:

de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0361.BP00198- 0201 met bijbehorende regels en bijlagen;

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 aan-huis-verbonden beroep/bedrijf:

een praktijkruimte, kantoor, webwinkel, atelier, kapsalon, schoonheidssalon, hondentrimsalon, logies met ontbijt en naar de aard daarmee gelijk te stellen functies welke in een woning worden uitgeoefend, alsmede een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten door de gebruiker van de woning en dat niet onder de Wet milieubeheer valt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, niet zijnde prostitutie en seksinrichtingen;

1.6 achtererfgebied:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.7 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.8 bebouwingsgebied:

achtererfgebied, alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw;

1.9 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 40

1.10 bestaand:

a. bestaand bouwwerk: een bouwwerk dat bij de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan legaal aanwezig is, wordt gebouwd, dan wel nadien krachtens een melding of vergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend, kan worden gebouwd;

b. bestaand gebruik: het gebruik dat bestaat ten tijde van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod;

1.11 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.12 bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aan gebouwd gebouw of ander bouwwerk met een dak;

1.13 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.14 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.15 bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren is begrensd, bijzondere bouwlagen als kelders, souterrains, kappen en dakopbouwen niet inbegrepen;

1.16 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17 bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel;

1.18 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.19 bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 41

1.20 erf:

al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt;

1.21 gebouw:

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.22 gebruiksgerichte paardenhouderij:

een paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden en het bieden van (pension)stalruimte voor paarden; maneges zijn hierin niet begrepen;

1.23 groenvoorziening:

onder groen wordt in ieder geval verstaan: bomen, heesters, bosplantsoen;

1.24 hoofdgebouw:

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken;

1.25 huishouden:

de zelfstandige bewoning van een woning door één of meer personen, die op een duurzame, gemeenschappelijke wijze samenwonen en er hun hoofdverblijf hebben en die gezamenlijk gebruik maken van voorzieningen, zoals woonkamer, keuken, toilet en badkamer;

1.26 kamerverhuur:

het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft;

1.27 kampeermiddel

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt, voor recreatief nachtverblijf;

1.28 kleinschalige duurzame energiewinning:

energie die wordt gewonnen uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, niet zijnde windturbines, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en die in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar is, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte;

1.29 maatvoeringsvlak:

een op de verbeelding aangegeven vlak dat binnen een bestemmingsvlak de grens aangeeft tussen verschillende bouwhoogtes of bebouwingspercentages;

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 42

1.30 overkapping:

elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder, dan wel met ten hoogste één wand;

1.31 Paardenbak

Een door middel van een afscheiding van een perceel afgezonderd stuk grond ingericht en bedoeld voor het africhten en/of trainen van paarden, het uitoefenen van de paardensport.

1.32 Paddock

Een door middel van een afscheiding van een perceel afgezonderd stuk grond ingericht en bedoeld voor het vrij laten loslopen van paarden meestal als uitloop van een stal.

1.33 peil:

a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

c. indien in of op het water wordt gebouwd: het waterpeil;

d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitend maaiveld, of het afgewerkte bouwterrein;

1.34 prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.35 prostitutiebedrijf:

een bedrijf waar prostitutie het hoofdbestanddeel van de activiteit vormt;

1.36 seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotisch-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.37 voorgevel:

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie, dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;

1.38 voorgevelrooilijn:

de op de verbeelding aangegeven gevellijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt.

1.39 woning:

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 43

een zelfstandige woonruimte, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 44

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.2 de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.3 goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.5 oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.6 de afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel:

de kortste afstand vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel;

2.7 ondergeschikte bouwdelen:

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt, met dien verstande dat de overschrijding van balkons niet meer dan 4 meter mag bedragen.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 45

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 46

Artikel 3 Recreatie – 1

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. het uitoefenen van activiteiten gericht op dagrecreatie;

met daarbij behorende:

b. bouwwerken;

c. erven;

d. nutsvoorzieningen;

e. ontsluitingswegen;

f. voet- en rijwielpaden;

g. waterlopen en waterpartijen, daaronder begrepen natuurvriendelijke oevers;

h. groenvoorzieningen.

3.2 Bouwregels

3.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;

b. het bouwvlak mag niet meer worden bebouwd dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven;

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2,5 meter, met dien verstande dat de maximum hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn 1 meter bedraagt;

b. de maximum bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en lichtmasten bedraagt 3 meter;

c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 4 meter.

3.3 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:

a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 47

b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;

c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;

d. ter waarborging van de sociale veiligheid;

e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

3.4 Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Wonen

Ter plaatse van de functieaanduiding 'wonen' is maximaal één woning toegestaan, ten behoeve van recreatieve functie.

3.4.2 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, behorende bij deze bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:

a. wonen, met uitzondering van de onder 3.4.1 toegestane functie;

b. een standplaats voor kampeermiddelen;

c. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van grond;

d. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

e. ligplaatsen ten behoeve van woonschepen/drijvende woningen;

f. de opslag en verkoop van vuurwerk;

g. seksinrichtingen;

h. prostitutie.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 48

Artikel 4 Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. tuin behorende bij de op aangrenzende gronden gelegen gebouwen;

b. het behoud, de bescherming en/of herstel van de landschappelijke waarden;

c. een paddock ter plaatse van de aanduiding “paddock”;

d. een rijbak ter plaatse van de aanduiding “rijbak”.

met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, en erven.

4.2 Bouwregels

4.2.1 Gebouwen

a. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van een paardenstal met een oppervlakte van ten hoogste 120 m2 ter plaatse van de aanduiding “paardenstal”;

b. De maximale goot- en bouwhoogte van een paardenstal mogen 3 respectievelijk 6 meter bedragen.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag 1,50 meter bedragen;

b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag 3 meter bedragen.

4.3 Voorwaardelijke verplichting

a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 van de regels opgenomen landschapsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;

b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen een jaar na tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 van de regels opgenomen landschapsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 49

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 50

Artikel 5 Water

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. waterberging;

b. waterhuishouding;

c. waterlopen en waterpartijen, daaronder begrepen natuurvriendelijke oevers;

d. groenvoorzieningen;

e. oeverstroken;

f. infiltratievoorzieningen.

5.2 Bouwregels

5.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:

a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd;

b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 1 meter.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 51

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf.

met de daarbij behorende:

c. tuinen en erven;

d. wegen en paden;

e. waterlopen en waterpartijen;

f. groenvoorzieningen;

g. parkeervoorzieningen;

h. bouwwerken.

6.2 Bouwregels

6.2.1 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b. per bouwvlak is maximaal de helft van een dubbele woning toegestaan;

c. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen maximaal 4 m en 10 m bedragen;

d. de voorgevel van de hoofdgebouwen dient te worden gebouwd in de gevelrooilijn;

6.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen gelden de volgende regels:

a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de bijbehorende bouwwerken tenminste 3 m achter de gevellijn van de hoofdgebouwen zijn gelegen;

b. de goot- en bouwhoogte mogen maximaal 3 en 6 m bedragen;

c. de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag maximaal 24 m2 bedragen;

d. de dakhelling van de bijbehorende bouwwerken bedraagt minimaal 300 en maximaal 600.

6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 52

a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn ten hoogste 1,00 m mag bedragen;

b. voor de overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, geldt dat er uitsluitend vergunningsvrije bouwwerken toegestaan, zoals dat geldt op het moment van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

6.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:

a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;

c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;

d. ter waarborging van de sociale veiligheid;

e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

6.3 Specifieke gebruiksregels

6.3.1 Aan-huis-verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6 lid 1 zijn in een woning aan huis verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden:

a. de aan huis verbonden beroeps- of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn in die zin dat de woonfunctie de primaire functie dient te blijven;

b. niet meer dan 30% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, tot een maximale oppervlakte van 60 m2 mag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten worden gebruikt;

c. de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de woonsituatie;

d. de activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen;

e. de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken.

6.3.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

a. kamerverhuur;

b. de bewoning van een woning door meer dan één huishouden;

c. prostitutie;

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 53

d. seksinrichtingen;

e. de opslag en verkoop van vuurwerk;

f. inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

Artikel 7 Waarde - Archeologie E

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie E aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het behoud en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden;

De bestemming Waarde - Archeologie E (dubbelbestemming) is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen.

7.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

a. er mag slechts worden gebouwd, indien vooraf door de aanvrager een rapport is overlegd dat voldoet aan de richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag wordt verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en met dien verstande dat aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen kunnen worden verbonden:

1. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag vastgesteld programma van eisen; of

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

b. het bepaalde onder a is niet van toepassing indien de bouwwerkzaamheden plaatsvinden met een maximale diepte van 0,50 meter en een maximum oppervlak van 10.000 m².

7.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan afwijking verlenen van het bepaalde onder 7.2 sub a voor de bouw van bouwwerken onder de voorwaarden, dat:

a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking in redelijkheid niet kan worden geweigerd;

b. het bevoegd gezag bij de afweging omtrent de afwijking toepassing geven aan de criteria als genoemd onder 7.2 sub a, dan wel dat voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de aanvraag reeds een omgevingsvergunning als bedoeld onder 7.4 is verleend;

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 54

c. alvorens de afwijking wordt verleend door het bevoegd gezag advies is ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige;

d. het bepaalde in de onderliggende bestemming onverminderd van toepassing blijft.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

7.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de onder 7.1 bedoelde bestemmingen de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:

a. het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen, en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur, tenzij deze worden uitgevoerd in het kader van archeologische opgravingen volgens een door het bevoegd gezag vastgesteld archeologisch Programma van Eisen;

b. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

c. het aanbrengen van diepwortelende beplanting, bomen en houtgewas;

d. het aanbrengen van verhardingen en/of verharde oppervlakten anders dan een bouwwerk;

e. de aanleg van een drainage ongeacht de diepte.

7.4.2 Toegestane werken

Het onder 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;

b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

c. zich in een reeds opgegraven gebied bevinden, zulks uitsluitend ter beoordeling door de gemeentelijk archeoloog;

d. werkzaamheden waarbij de grondverstoring plaatsvindt in een gebied kleiner dan 10.000 m² en op minder dan 0,50 meter diepte.

7.4.3 Voorwaarden

Een vergunning als bedoeld onder 7.4.1 wordt slechts verleend indien:

a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de onder 7.1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind;

b. vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd, dat voldoet aan de richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 55

Archeologie, waarin de archeologische waarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;

c. voldaan is aan de volgende verplichtingen die aan de vergunning kunnen worden verbonden:

1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;

2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag vastgesteld programma van eisen; of

3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 56

Artikel 8 Waarde – Natuur-landschapswaarden

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde – Natuur-landschapswaarden aangewezen gronden zijn naast de andere voor die gronden aangewezen basisbestemming, tevens bestemd voor de instandhouding van het open karakter van het gebied.

8.2 Bouwregels

Op de voor Waarde – Natuur-landschapswaarden aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.

8.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits wordt aangetoond dat door het bouwen en/of gebruik van de gronden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden zoals beschreven in bijlage 1 van het bij deze regels opgenomen landschapsplan, .

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 57

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Algemene bouwregels

10.1 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

a. Indien afstanden, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken en reeds onherroepelijk verleende omgevingsvergunningen die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel de Woningwet op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

b. In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in sub a en sub b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

10.2 Algemene bepaling met betrekking tot ondergronds bouwen

a. Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden gelden behoudens in deze bestemmingsregels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

b. Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze bestemmingsregels opgenomen afwijkingen, de volgende regels:

1. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;

2. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²;

3. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt ten hoogste 4,00 m onder peil;

4. bij het berekenen van het in deze bestemmingsregels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.

c. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2, sub b onder 3 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10,00 m onder peil onder de voorwaarde dat:

Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 58

1. de waterhuishouding niet wordt verstoord;

2. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

Artikel 11 Algemene gebruiksregels Tot een strijdig gebruik met dit bestemmingsplan wordt niet gerekend:

a. kleinschalige duurzame energiewinning.

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van:

a. de op de verbeelding of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;

b. de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld in a, met ten hoogste 5 m worden overschreden ten behoeve van antennemasten voor telecommunicatie, mits het grondoppervlakte ten hoogste 5% van het dakvlak bedraagt;

c. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of - intensiteit daartoe aanleiding geeft;

d. het bepaalde in het plan en toestaan dat geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 m bedraagt;

e. het bepaalde in het plan en toestaan dat nutsvoorzieningen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, wachthuisjes ten behoeve van openbaar vervoer, telefooncellen, toiletgebouwtjes en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje niet meer dan 35 m³ bedraagt.

Artikel 13 Fietspadzone a. ter plaatse van de aanduiding “overig-fietspadzone” mogen binnen de zone fietspaden worden aangelegd;

b. de maximum breedte van het fietspad bedraagt 4 meter.

Artikel 14 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening, de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van:

a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;

b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; Bestemmingsplan Bergerweg 102 en 104 Alkmaar Pagina 59

c. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij wordt verwezen naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

Artikel 15 Overige regels

15.1 Voldoende parkeergelegenheid

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van de functie dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Dit dient plaats te vinden op eigen terrein dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort. Daarbij moet worden voldaan aan het geldende parkeernormen beleid. Indien het beleid wijzigt dient rekening te worden gehouden met de wijzigingen. Bij de afmetingen van de parkeervoorzieningen dient te worden uitgegaan van de geldende CROW normen.

15.1.1 Specifieke gebruiksregels

Ruimte(n) voor het parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13592179/1