CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

231123 RIB Ontwerpbestemmingsplan bedrijventerrein Oudorp - Bijlage 4 Regels De Staalmeester Schermerweg 33

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken8.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Staalmeester Schermerweg 33

Inhoudsopgave

Regels 3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels 4 Artikel 1 Begrippen 4 Artikel 2 Wijze van meten 10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 11 Artikel 3 Gemengd 11 Artikel 4 Groen 15 Artikel 5 Water 17 Artikel 6 Waarde - Archeologie E 18 Artikel 7 Waterstaat - Waterkering 20

Hoofdstuk 3 Algemene regels 21 Artikel 8 Anti-dubbeltelregel 21 Artikel 9 Algemene bouwregels 22 Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 23 Artikel 11 Algemene wijzigingsregels 24 Artikel 12 Overige regels 25

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 26 Artikel 13 Overgangsrecht 26 Artikel 14 Slotregel 27

Bijlagen bij regels 29 Bijlage 1 Kavelpaspoort De Staalmeester 30

2 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 Plan Het bestemmingsplan De Staalmeester Schermerweg 33 met identificatienummer NL.IMRO.0361.BP00197-0201 van de gemeente Alkmaar.

1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 Verbeelding De analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke informatie.

1.4 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 Aan-huis-verbonden beroep/bedrijf Een praktijkruimte, kantoor, webwinkel, atelier, kapsalon, schoonheidssalon of hondentrimsalon, logies met ontbijt en naar de aard daarmee gelijk te stellen functies welke in een woning worden uitgeoefend, alsmede een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten door de gebruiker van de woning en dat niet onder de Wet milieubeheer respectievelijk de Wet algemene bepaling omgevingsrecht valt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, niet zijnde prostitutie en seksinrichtingen.

1.7 Atelier Werkplaats in het bijzonder voor creatieve activiteiten/werkzaamheden op het gebied van: creatieve zakelijke dienstverlening: reclame en grafische bedrijven, architecten, industriële ontwerpers; multimedia: bedrijven die in hoofdzaak producten maken of diensten verlenen op het gebied van beeld, geluid, gaming en tekst met gebruikmaking van radio, televisie, computer, internet, mobiele telefonie, print en evenementen; toegepaste kunsten: audiovisuele en fotografiebedrijven, dienstverlenende bedrijven tbv de kunsten, mode en interieurbedrijven; autonome kunsten: zoals beeldend kunstenaar, muzikanten, theatermakers; waarbij tevens kunstwerken, producten en/of creatieve activiteiten/werkzaamheden tentoongesteld en

4 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

verkocht kunnen worden al dan niet in samenhang met het geven en organiseren van cursussen, workshops en exposities etc.

1.8 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9 Bebouwingspercentage Een op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het plangebied van onderhavig bestemmingsplan aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, waarbij kelders en souterrains niet mee worden gerekend.

1.10 Bedrijf Een onderneming in hoofdzaak gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel (maximaal 20% van het totale bruto vloeroppervlak) van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

1.11 Begane grond De begane grond is de onderste (eerste) bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een (parkeer)kelder.

1.12 Bestaand a. bestaand bouwwerk: een bouwwerk, dat ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan legaal aanwezig is, wordt gebouwd, dan wel nadien krachtens een melding of vergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend, kan worden gebouwd; b. bestaand gebruik: het gebruik dat legaal bestaat ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.13 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

1.14 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.15 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.16 Bouwgrens De grens van een bouwvlak.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 5

1.17 Bouwlaag Een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en (parkeer)kelder.

1.18 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.19 Bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.

1.20 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.21 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.22 Bruto vloeroppervlak (bvo) De som van het product van de afstand tussen de gevelvlakken en de afstand hart op hart van de bouwmuren per bouwlaag, niet inbegrepen balkons, loggia's en galerijen.

1.23 Consumentenvuurwerk Vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 1, 2 of 3 en dat krachtens het Vuurwerkbesluit (AMvB d.d. 22 januari 2002) is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

1.24 Dakterras Een buitenruimte op een (plat) dak met bijbehorende afrastering en vloerconstructie ten dienste van de bewoners van de erop aansluitende woning(en) en/of functies.

1.25 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.26 Dienstverlening Commerciële activiteiten met een baliefunctie voor de verrichting van diensten aan of ten gerieve van het publiek, niet zijnde detailhandel. Dienstverlening omvat zowel persoonlijke als zakelijke dienstverlening.

6 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

1.27 Entree Een bouwwerk ten behoeve van de toegang tot een gebouw.

1.28 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.29 Hoofdgebouw Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken.

1.30 Horeca Een bedrijf of instelling, uitgezonderd een seksinrichting, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt.

1.31 Horeca categorie 1 (discotheek, nachtclub, bar-dancing) Een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse, waarbij het doen beluisteren van muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen.

1.32 Horeca categorie 2 (café, grand-café, café-restaurant) Een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar-dancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid.

1.33 Horeca categorie 3 (restaurant, lunchroom) Een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken.

1.34 Horeca categorie 4 (snackbar, cafetaria, ijssalon, shoarmazaak) Een horecabedrijf gelijk te stellen horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van kleine etenswaren voor consumptie ter plaatse en buiten, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet-alcoholische dranken.

1.35 Huishouden De zelfstandige bewoning van een woning door één of meer personen, die op een duurzame, gemeenschappelijke wijze samenwonen en er hun hoofdverblijf hebben, en die gezamenlijk gebruik maken van voorzieningen zoals woonkamer, keuken, toilet en badkamer.

1.36 Kamerverhuur Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 7

1.37 Kantoor Ruimte die, of complex van ruimten dat, door indeling en inrichting is gebouwd en/of geschikt is voor administratieve, zakelijke of maatschappelijke dienstverlening zonder een publieksaantrekkende functie.

1.38 Kunstwerk Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civiel-technische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.

1.39 Loopbrug Een al dan niet overdekte verbinding tussen twee gebouwen, gebouwd vanaf ten minste de tweede bouwlaag.

1.40 Maatschappelijke voorzieningen Jeugd/kinderopvang, zorgwoningen en eerstelijnszorgvoorzieningen, zoals huisarts, fysiotherapie, tandarts, ergotherapie, apotheek, wijkverpleging/thuiszorg.

1.41 Maatvoeringsvlak Een op de verbeelding aangegeven vlak die binnen een bestemmingsvlak de grens aangeeft tussen verschillende bouwhoogtes of bebouwingspercentages.

1.42 Mobiliteitshub Een gebouw waarin diverse vormen van vervoersvormen samenkomen, al dan niet gecombineerd met voorzieningen.

1.43 Nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van op het openbare net aangesloten voorzieningen, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.

1.44 Peil De gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein.

1.45 Plint Een ruimte gelegen achter de gevel aan de straatzijde op de begane grond, welke qua invulling en architectuur overwegend onderscheidend is ten opzichte van de boven gelegen bouwlagen.

1.46 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

8 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

1.47 Seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.48 Voorgevel De naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

1.49 Voorgevelrooilijn Een denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrens ligt.

1.50 Webwinkel Detailhandel via internet, waarbij sprake is van opslag van goederen die hoofdzakelijk elders worden bezorgd en waar een afhaalpunt voor publiek aanwezig kan zijn, waarbij er geen sprake is van een showroom.

1.51 Woning Een zelfstandige woonruimte, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

1.52 Zorgwoning Een woning voor de huisvesting van personen voor wie in het kader van de algemene dagelijkse levensverrichtingen hulp of begeleiding nodig is van huishoudelijke, sociale, sociaal-medische of medische aard.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 9

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.4 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt, met dien verstande dat: a. de overschrijding van overkragende balkons niet meer mag bedragen dan 2,5 meter met in achtneming van het bepaalde in artikel 3.2.1 onder n. b. de overschrijding van luifels ter voorkoming van windhinder niet meer dan 5 meter mag bedragen. c. de overschrijding van voorzieningen tegen geluid en hittestress (bijvoorbeeld groene gevel) niet meer dan 5 meter mag bedragen.

10 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal 300 woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep / bedrijf; b. dienstverlening en kantoren tot een maximum van 3.000 m2 bvo; c. maatschappelijke voorzieningen tot een maximum van 3.000 m2 bvo; d. horeca in de categorieen 2, 3 en 4 tot een maximum van 150 m2 bvo; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - mobiliteitshub' uitsluitend een mobiliteitshub;

met dien verstande dat: f. de maximale oppervlakte van alle onder sub b t/m d bedoelde functies niet meer dan 5.000 m2 bvo mag bedragen; g. woningen in de plint niet zijn toegestaan met uitzondering van entrees voor woningen op bovenliggende bouwlagen; 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - niet wonen begane grond', met dien verstande dat de diepte van de plint minimaal 4 m bedraagt gemeten vanaf de binnen deze aanduiding gelegen voorgevel; 2. de voorgevel van de plint mag ook achter de aanduiding ''specifieke vorm van gemengd - niet wonen begane grond' worden gerealiseerd; ook dan bedraagt de diepte van de plint vanaf de voorgevel minimaal 4 meter; h. er voldoende parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd conform het bepaalde in lid 12.1;

met de daarbijbehorende: i. erven; j. parkeervoorzieningen buiten de mobiliteitshub, als bedoeld onder e; k. loopbruggen; l. nutsvoorzieningen; m. ontsluitingswegen; waarbij de hoofdontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' plaats mag vinden; n. voet- en rijwielpaden; o. waterlopen en waterpartijen; p. groenvoorzieningen; q. ondergrondse afvalcontainers; r. bouwwerken.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding; c. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'sba-1' bedraagt het maximale m2 bvo van gebouwen per bouwlaag:

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 11

1. 850 m2 op de eerste 5 bouwlagen; 2. 550 m2 op de 6e en hogere bouwlagen; d. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'sba-2' bedraagt het maximale m2 bvo van gebouwen per bouwlaag: 1. 1.000 m2 op de eerste 5 bouwlagen; 2. 700 m2 op de 6e en hogere bouwlagen; e. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'sba-3' bedraagt het maximale m2 bvo van gebouwen per bouwlaag 1.000 m2 en voor de begane grondlaag 1.100 m2; f. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'sba-4' bedraagt het maximale m2 bvo van gebouwen per bouwlaag 1. 900 m2 op de eerste 4 bouwlagen; 2. 650 m2 op de 5e en hogere bouwlagen; g. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'sba-5' bedraagt het maximale m2 bvo van gebouwen per bouwlaag 250 m2; h. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'sba-6' bedraagt het maximale m2 bvo van het gebouwen per bouwlaag: 1. 1.000 m2 op de eerste 5 bouwlagen; 2. 900 m2 op de 6e t/m 10e bouwlaag; 3. 800 m2 op de 11e en hogere bouwlagen. Hier dient de gevellijn evenwijdig aan de Schermerweg terug te liggen; i. loopbruggen als directe verbinding met de mobilityhub (al dan niet overdekt) naar een naastgelegen woonblok, mits gesitueerd vanaf de 4e bouwlaag. Hierbij geldt dat er maximaal 1 verbinding per woonblok naar de mobilityhub mag worden gerealiseerd; j.

het maximum bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; k. de afstand tussen hoofdgebouwen onderling dient minimaal 10 meter te bedragen; l. het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: 1. dakterrassen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; 2. hekwerken zijn toegestaan: van maximaal 1,50 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer; op minimaal 1,50 meter afstand van de dakrand, een kleinere afstand is toegestaan mits het hekwerk als onderdeel van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd; m. van uitkragende balkons aan het hoofdgebouw mag: 1. de diepte uit de betreffende gevel van het hoofdgebouw niet meer dan 2,5 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van de balkon gelegen op de 1e bouwlaag (niet zijnde begane grond) niet dieper dan 1,8 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van balkonafscheidingen tussen de balkons onderling niet meer dan 2 m bedragen en de overige balkonafscheidingen niet meer dan 1,2 m bedragen; 3. de minimale onderdoorgang op maaiveld ter plaatse van de openbare weg en openbaar terrein mag niet minder bedragen dan 3,5m; 4. de afstand tussen tegenover elkaar liggende balkons mag niet minder dan 6 m bedragen; n.

de minimale afstand tussen gebouwen bedraagt 10 m.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande erfafscheidingen om de privacy tussen bewoners waarborgen een hogere bouwhoogte mag bedragen, mits voldaan wordt onder de volgende voorwaarden: 1. de maximale hoogte van deze afscheiding bedraagt 2 m; 2. de maximale afstand van deze afscheiding vanaf de gevel van het woongebouw bedraagt 2 m; 3. gelegen tussen erven van woningen. b. de bouwhoogte van installaties ten behoeve van duurzame energieopwekking mag ten hoogste 5,00

12 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3,00 m bedragen, met dien verstande dat voor de voorgevelrooilijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan anders dan erf- en terreinafscheidingen als bedoeld in sub a.

3.2.3 Voorwaardelijke verplichting windklimaat Het oprichten van een gebouw met een bouwhoogte van meer dan 30 meter conform de bestemming is uitsluitend toegestaan indien: a. bij de aanvraag omgevingsvergunning middels een windonderzoek dat voldoet aan de NEN 8100 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’ wordt aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar windklimaat; b. de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen, zoals die uit het onderzoek als bedoeld onder a naar voren zijn gekomen worden gerealiseerd, en deze in stand worden gehouden.

3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Aan huis verbonden beroep / bedrijf Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep / bedrijf als ondergeschikte activiteit bij een woonfunctie gelden de volgende regels: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 60 m²; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. detailhandel mag alleen plaatsvinden als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep / bedrijf; d. de activiteit mag geen inrichting zijn die is vermeld in Bijlage 1 onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor); e. het straat- en bebouwingsbeeld mag niet onevenredig worden geschaad.

3.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. kamerverhuur; b. de bewoning van een woning door meer dan één huishouden; c. detailhandel, met uitzondering van detailhandel als bedoeld in lid 3.3.1 onder c; d. de opslag en verkoop van professioneel vuurwerk; e. de opslag en verkoop van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; f. prostitutie; g. seksinrichting; h. inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Afwijken aan huis verbonden beroep-bedrijf Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.3.1 sub a ten behoeve van een verruiming van het maximale oppervlak dat mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroep-bedrijf tot een maximum van 100 m².

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 13

3.5 Wijzigingsbevoegdheid 3.5.1 Wijzigen van het maximum aantal woningen algemeen Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Gemengd' wijzigen en het maximum aantal woningen als bedoeld in artikel 3.1, sub a verhogen, mits: a. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen; b. er voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking; c. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid conform artikel 12.1; d. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; e. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld.

3.5.2 Wijzigen maximum oppervlakte niet woonfuncties Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Gemengd' wijzigen en het maximum aantal bvo voor niet woonfuncties als bedoeld in artikel 3.1 sub b, c, d en f verhogen, mits: a. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen; b. er voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking; c. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid conform artikel 12.1; d. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; e. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld.

3.5.3 Wijzigen mobiliteitshub Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Gemengd' wijzigen en ter plaatse van het vlak met de aanduiding 'mobilitietshub' als bedoeld in artikel 3.1 sub e meer woningen toestaan dan opgenomen in artikel 3.1 sub a, mits: a. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen; b. er voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking; c. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid conform artikel 12.1, met dien verstande dat de parkeerplaatsen niet op het eigen terrein behoeven te worden gerealiseerd; d. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; e. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld.

3.6 Voorwaardeliijke verplichting Kavelpaspoort Het oprichten van bebouwing is uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan het kavelpaspoort, zoals opgenomen in 'Bijlage 1 Kavelpaspoort De Staalmeester'.

14 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Artikel 4 Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. waterlopen en waterpartijen; c. speelvoorzieningen; d. beeldende kunst; e. kunstwerken; f. (ondergrondse) afvalcontainers;

met de daarbij behorende: g. bouwwerken; h. voet- en fietspaden; i. nutsvoorzieningen;

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden ten behoeve van speelvoorzieningen en onderhoud gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt niet meer dan 30 m3 per gebouw; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 meter; c. overhangende balkons, verbonden met hoofdgebouwen die direct grenzen aan gronden met de bestemming 'Groen', zijn toegestaan. Artikel 3.2.1 sub h is van overeenkomstige toepassing op de afstand tussen overhangende balkons.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter; b. de maximale bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 6 meter.

4.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen onderhoud en gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen. b. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, behorende bij deze bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. een standplaats voor kampeermiddelen; b. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 15

noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van grond; c. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. seksinrichtingen; e. prostitutie.

16 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Artikel 5 Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. waterlopen en waterpartijen; d. oeverstroken; e. infiltratievoorzieningen; f. kunstwerken; g. beeldende kunst; h. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden;

met de daarbij behorende: i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. paden; k. groenvoorzieningen.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 6 meter.

5.2.3 Specifeke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. seksinrichtingen; d. prostitutie.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 17

Artikel 6 Waarde - Archeologie E

6.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie E' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het behoud en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover de dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is artikel 12.2 Schema van volgorde dubbelbestemmingen van toepassing.

6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Er mag slechts worden gebouwd, indien vooraf door de aanvrager een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag wordt verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en met dien verstande dat aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen kunnen worden verbonden: 1. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag vastgesteld programma van eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien de bouwwerkzaamheden plaatsvinden met een maximale diepte van 0,40 meter en een maximum oppervlak van 10000 m².

6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan afwijking verlenen van het bepaalde onder 6.2 sub a voor de bouw van bouwwerken onder de voorwaarden, dat: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking in redelijkheid niet kan worden geweigerd; b. het bevoegd gezag bij de afweging omtrent de afwijking toepassing geven aan de criteria als genoemd onder 6.2 sub a, dan wel dat voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de aanvraag reeds een omgevingsvergunning als bedoeld onder 6.4 is verleend; c. alvorens de afwijking wordt verleend door het bevoegd gezag advies is ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; d. het bepaalde in de onderliggende bestemming onverminderd van toepassing blijft.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de onder 6.1 bedoelde bestemmingen de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen, en/of het anderszins

18 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur, tenzij deze worden uitgevoerd in het kader van archeologische opgravingen volgens een door het bevoegd gezag vastgesteld archeologisch Programma van Eisen; b. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c. het aanbrengen van diepwortelende beplanting, bomen en houtgewas; d. het aanbrengen van verhardingen en/of verharde oppervlakten anders dan een bouwwerk; e. de aanleg van een drainage ongeacht de diepte.

6.4.2 Toegestane werken Het onder 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. zich in een reeds opgegraven gebied bevinden, zulks uitsluitend ter beoordeling door de gemeentelijk archeoloog; d. werkzaamheden waarbij de grondverstoring plaatsvindt in een gebied kleiner dan 10.000 m² en op minder dan 0,40 meter diepte.

6.4.3 Voorwaarden Een vergunning als bedoeld onder 6.4.1 wordt slechts verleend indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de onder 6.1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd, dat voldoet aan de richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. voldaan is aan de volgende verplichtingen die aan de vergunning kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag vastgesteld programma van eisen; of 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 19

Artikel 7 Waterstaat - Waterkering

7.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve de daarvoor aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen; b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover de dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is artikel 12.2 Schema van volgorde dubbelbestemmingen van toepassing.

7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de onder 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; c. op grond van de Keur van de waterbeheerder dient, alvorens kan worden gestart met de bouwwerkzaamheden, contact te worden opgenomen met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, zodat kan worden beoordeeld of voor het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden een ontheffing van het Keur benodigd is.

7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2. De vergunning kan worden verleend, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkering belang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

20 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 21

Artikel 9 Algemene bouwregels

9.1 Algemene bepaling over ondergrondse werken en werkzaamheden Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

9.2 Toegestane bouwhoogte techniek Technische voorzieningen op het dak of parkeerdek, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, warmte-installaties e.d., zijn toegestaan, mits: a. het bepaalde in lid 2.6 in acht wordt genomen; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld waarbij de afstand van de installaties op minimaal 1,5 meter afstand van de dakrand gesitueerd dient te worden dan wel vanaf maaiveld niet zichtbaar zijn.

22 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de op de verbeelding of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld in a, met ten hoogste 5 meter worden overschreden ten behoeve van antennemasten voor telecommunicatie, mits het grondoppervlakte ten hoogste 5% van het dakvlak bedraagt; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; e. het bepaalde in het plan en toestaan dat nutsvoorzieningen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, wachthuisjes ten behoeve van openbaar vervoer, telefooncellen, toiletgebouwtjes en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje niet meer dan 35 m³ bedraagt.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 23

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening, de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

24 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Artikel 12 Overige regels

12.1 Voldoende parkeergelegenheid Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik is verzekerd, dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij dient voldaan te worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de 'Parkeernormennota 2020-2027', dan wel het alsdan geldende parkeernormenbeleid.

12.2 Schema van volgorde dubbelbestemmingen Indien en voor zover op gronden meerdere van de dubbelbestemmingen als geregeld in de artikelen 6 en 7 gelden, zijn voor zover de voor die dubbelbestemmingen geldende regels ten aanzien van bebouwing of gebruik niet met elkaar verenigbaar zijn, de regels van toepassing die gelden voor de dubbelbestemming met de hoogste prioriteit volgens de volgorde die is aangegeven in onderstaand schema: Doeleinden Artikelnummer Volgorde van toepassing Waterstaat - Waterkering 7 1 Waarde - Archeologie 6 2

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 25

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 13 Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

26 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'De Staalmeester Schermerweg 33'.

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 27

28 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp) 29

Bijlage 1 Kavelpaspoort De Staalmeester

30 Bestemmingsplan "De Staalmeester Schermerweg 33" (ontwerp)

SCHERMERWEG 33 ALKMAAR DERCO TERREIN

KAVELPASPOORT “DE STAALMEESTER” 26-10-2023

Kaders gemeente Alkmaar

VenhoevenCS architecture+urbanism 2

Locatie Derco – Schermerweg 33

VenhoevenCS architecture+urbanism 3

Locatie Derco – Schermerweg 33

Locatie Context

Schermereiland

Binnendijks

Westfriese Omringdijk

De locatie ligt aan de Westfriese omringdijk. In de huidige situatie is er een harde scheiding in functie en archtiectuur. Voor de nieuwe ontwikkelingen wordt taal gezocht die deze werelden met elkaar verbind.

Schermereiland Buitendijks Binnendijks Westfriese Omringdijk

Stoere Stad De Staalmeester

Architectonische uitstraling De Staalmeester ligt binnendijks aan de Westfriese Omringdijk en combineert de kenmerken van het huidige bedrijventerrein Oudorp met de sfeer van de stoere havenstad tot een nieuwe en eigen architectonische taal.

Door lichte materialen als glas en metaal te combineren met stevige en stoere baksteen ontstaat er een rijk en gevarieerd beeld wat de buitendijkse sfeer verbindt met de huidige bebouwing op het bedrijventerrein. De Staalmeester is herkenbaar als een ensemble, maar door de materialen op verschillende manieren te combineren en te variëren in volume heeft elk gebouw een eigen karakter. Hierdoor valt er bij elk bezoek aan De Staalmeester iets nieuws te ontdekken in het volume, de architectuur en het landschap.

De Staalmeester

VenhoevenCS architecture+urbanism 7

Stedenbouwkundige uitgangspunten PLEIN KINDLINT

PARK

NOORDHOLLANDSCH KANAAL

Ontwikkelkader Voor Oudorp wordt momenteel een ontwikkelkader opgesteld. De uitgangspunten die in dit document voor de Staalmeester worden opgesteld sluiten aan op de stedenbouwkundige uitgangspunten die in het ontwikkelkader worden opgenomen.

VenhoevenCS architecture+urbanism 8

Stoer ensemble

Eenheid in verscheidenheid De openbare ruimte en verbindingen met de buurkavels vormen het raamwerk voor de bebouwing. De bebouwing presenteert zich Te weinig onderscheid in volume en materiaal Te grote contrasten in kleur als een helder en stevig ensemble waarbij de individuele blokken herkenbaar zijn door verscheidenheid in volume, textuur of gevelopeningen. Het gebied is openbaar toegankelijk en de gebouwen zijn alzijdig ontworpen. Plinten zijn stevig, rijk gedetailleerd en sluiten zorgvuldig aan op de openbare ruimte met aandacht voor de overgang naar privé.

Vanwege het openbare karakter van het gebied zijn er geen “achterkanten” en worden de blokken alzijdig ontworpen.

Vanaf de Westfriese Omringdijk ontstaat er een spannend perspectief doordat de volumes zo zijn gepositioneerd en gematerialiseerd dat er een coulissewerking ontstaat die de bezoeker verleid om het gebied verder te ontdekken. Eenheid in tint en verscheidenheid in volume, textuur en gevelopeningen

Accenten - park en plein Setbacks

PLEIN PLEI

PARK Ontwikkelbeeld: Compact bouwen: Lager naar het 20% onverhard ca 40% onverhard Setbacks borgen door een binnengebied maximaal aantal m2 per laag en onbebouwd op te nemen in bestemmingsplan

Menselijke maat

Door compact te bouwen wordt de footprint van de bebouwing kleiner waardoor er meer onbebouwd en ≤ 5 lagen: afwijkende functie: >5 lagen: ≥ 8 lagen: ≥ 10 lagen: onverhard blijft. Minimaal één herkenbare plint tweedeling driedeling Volume breken mbv terugliggende Ca 40% van het perceel blijft onverhard en volume gevel op strategische plekken om onbebouwd in plaats van de vereiste 20% aan te sluiten op de menselijke maat uit het ontwikkelbeeld. Hogere bebouwing is opgedeeld in een herkenbare plint en bovenbouw.

Plinten

BEDRIJFSVERZAMEL P GEBOUW

Geen gelijke hoogte over alle blokken Geen gelijke opbouw (1, 2, 3 lagen)

Plinten Bouwdelen met een afwijkende functie op de beganegrond of hoger dan vijf bouwlagen hebben een herkenbare plint.

Plint en bovenbouw zijn in samenhang ontworpen. De plinten verbinden de blokken met elkaar middels een familie van materialen of kleurtinten en benadrukken de achterliggende functies zoals wonen, werken en parkeren.

Per bouwdeel kan de plint in hoogte variëren waarmee de hoogte van het bouwdeel wordt genuanceerd. De plint dient in zijn geheel te worden ontworpen zodat er een gebalanseerd ritme ontstaat wat het ensemble samenbindt.

Entrees

BEDRIJFSVERZAMEL GEBOUW

Entrees Maatschappelijk en commerciële functies liggen op strategische plekken en entrees komen zoveel mogelijk uit op het centrale plein ter bevordering van de levendigheid

Hoofdentrees van de appartementen zijn duidelijk herkenbaar, maar onderdeel van de architectuur van het blok. Dit geldt ook voor eventuele luifels ter bevordering van het windklimaat. Entrees zijn zo gepositioneerd dat zij het binnen gebied, het kindlint en het park activeren maar ook adressen toevoegen aan de omringdijk.

De overgang tussen prive en publiek is bij entrees van individuele woningen meeontworpen. De inrichting van de buitenruimte kan de herkenbaarheid van en de oriëntatie op de hoofdentree ondersteunen. Bijzondere functies zijn herkenbaar met een daarbij passende vormgeving.

Buitenruimtes en textuur

Plasticiteit Verschillende tools zoals setbacks, balkons, negges en reliëf in materialisatie worden ingezet om plasticiteit in de gevel aan te brengen waarmee vlakke gevels worden voorkomen.

Buitenruimtes worden overwegend verspringend en deels overlappend ontworpen wat de eenheid van het ensemble Onderscheiding in plint met Materialen inzetten om geleding in gevels te versterken versterkt. Incidenteel kunnen balkonst boven elkaar liggen om behulp van andere textuur onderscheid te maken binnen een bouwdeel

Balkons overwegend Incidenteel boven verspringend elkaar om volume te benadrukken Balkons liggen niet direct boven elkaar en verspringen om grote vlakken op te breken.

Buitenruimtes

Posities buitenruimtes in voorbeelduitwerking; geen situaties waarbij balkons tegenover elkaar liggen

Regels balkons

Maximale diepte balkons: 2,5m Maximale diepte balkons 1e verdieping: 1,8m Minimale hoogte balkons er plaatse Buitenruimte boven Buitenruimte boven Minimale afstand tussen van openbare ruimte: 4m priveterrein openbaar terrein balkons en bouwdelen Minimale onderlinge afstand tegenover elkaar liggende balkons: 6m

Accent Westfriese Omringdijk Kroon is herkenbaar en Max 50m draagt bij aan verbijzondering van de toren 10e – 16e verd

PLEI ca2m Orientatie middenbouw volgt en benadrukt 5e – 10e verd Westfriese Omringdijk

ca2m

Relatie tussen onderbouw bg – 5e verd en Jaagpad

Nieuwbouw Jaagpad Exacte positie setbacks en balkons ntb.

De toren kent rondom een geleding van setbacks/buitenruimtes die op verschillende schaalniveaus een relatie aan gaan met de omgeving. Zo verhoud het hoogte accent zich optimaal tot de directe omgeving middels een herkenbare kroon. Een verdraaiing in de toren vanaf de 9e verdieping benadrukt de richting van de Westfriese Omringdijk waardoor de toren ook van afstand een link legt met de dijk.

Daarnaast dragen de setbacks bij aan een beter windklimaat. De setbacks worden geborgd in het bestemmingsplan door een maximaal vloeroppervlakte mee te geven per verdieping.

Voorbeelduitwerking setbacks en buitenruimte toren

Accent Westfriese Omringdijk PLEI

Buitenruimtes versterken de plasticiteit van de gevel. Buitenruimtes welke onderdeel zijn van het volume introduceren een extra setback. Door deze af te wisselen met uitkragende balkons ontstaat er een rijke gevel met verschillende dieptes. Voorbeelduitwerking waarbij de buitenruimte onderdeel is van het volume.

Mobiliteitshub

P BEDRIJFSVERZAMEL GEBOUW

Herkenbaarheid Beweging en verbinding Transparantie en energie Parkeerhub heeft een kwalitatief hoogwaardige Een directe verbinding van de hub naar een naastgelegen In het ontwerp dient rekening te worden gehouden uitstraling en is onderdeel van het ensemble. Auto's woonblok is mogelijk vanaf de 3e verdieping. met het beperken van overlast naar de buurt door zijn niet dominant aanwezig in het beeld wordt Hierbij geldt dat er maximaal één verbinding per blok mag verlichting. speels omgegaan met gevelopeningen. worden gerealiseerd om te voorkomen dat deze boven Een mogelijk energiedak wordt opgenomen in de elkaar komen te liggen. architectuur en is daarmee niet zichtbaar in de gevel Hub is onderdeel van het ensemble waarbij de Het dak kan mogelijk als verblijfsplek worden ingericht voor vanaf de openbare ruimte. leesbaarheid van het gebouw als parkeervoorziening activiteiten. wordt opgebroken. Entrees en routing voor de voetganger zijn duidelijk zichtbaar. De hub wordt adaptief en flexibel gebouwd.

Referenties mobiliteitshub

Diversiteit in het gevelbeeld

Routes buiten aan de gevel Individuele parkeerlagen zijn niet leesbaar en auto’s op het dak zijn ook uit het zicht d.m.v. mee ontworpen dakrand

Special aan de dijk

Natuurinclusief en circulair Aan de Westfriese Omringdijk staat een gebouw welke naast mensen een grote diversiteit aan flora en fauna huisvest en in is gebed in het zachte “Alkmaars groen”. Het natuurinclusieve karakter vertaalt zich naar de architectuur en refereert in volume naar de woningen aan de dijk.

De special wijkt in materialisatie en verschijningsvorm af van de rest van het ensemble. Er wordt onderzocht of er material uit het huidige pand kunnen worden hergebruikt in het kader van circulareit en verwerkt kunnen worden in de special.

Westfriese Omringdijk

Zacht Alkmaars groen De stevige blokken staan op een tapijt van “zacht Alkmaars groen”. De bodem en waterberging vormen de drager voor de openbare ruimte. Het plan gaat uit van ca 40% onverhard in plaats van de vereiste 20%. Hiermee ontstaat er een contrast met de buitendijkse inrichting waardoor de herkenbaarheid van de Westfriese Dijk wordt versterkt.

Er loopt een wadi tot aan de perceelsgrens van De Staalmeester. Door gebruik te maken van het voetpad aan het Jaagpad kan er volledig op de vergroening van de openbare ruimte van de Staalmeester worden ingezet. Via verbindingen over de wadi kan het terrein van de Staalmeester worden bereikt.

Overgang openbaar en privé Groen als buffer De inrichting van de openbare ruimte rondom de gebouwen speelt een belangrijke rol vanwege de doorwaadbare opzet en openbaar karakter.

De passant aan het kindlint en de bezoeker van het binnengebied moet op voldoende afstand worden gezet om voldoende mate van L privacy te garanderen zodat er op de begane grond geen "dichte" gevels ontstaan door gesloten gordijnen/afgeplakte ramen. Daarnaast moet voorkomen worden dat er gesloten afscheidingen Groene haag op afstand als buffer. Verhoogde vloer met meeontworpen ontstaan waardoor er onveilige plekken ontstaan door gebrek aan plantenbak als buffer. sociale controle. Loggia mogelijk ter versterken privacy Door in te zetten op natuurlijke afscheidingen die het hele jaar door groen zijn worden de buffers onderdeel van het klimaatlandschap.

Hoogte als buffer Een ander middel wat ingezet kan worden is een verhoogde vloer ter plaatse van de hogere plinten. Daardoor is de bewoner meer toeschouwer van de openbare ruimte in plaats van onderdeel hiervan.

Beplanting tegen de gevel als buffer Hekwerk met vergroening als buffer

Voorbeelden van mogelijke overgangen openbaar en privé

Westfriese Omringdijk

Profiel Omringdijk ter plaatse van oostelijk gebied Oudorp. Bron: Gemeente Alkmaar

Referenties Wadi en klimaatlandschap

Referentie voor wadi langs de Westfriese Omringdijk. Bron: Gemeente Alkmaar

Referenties klimaatlandschap

Integraal ontwerp openbare ruimte Opgave in samenwerking met gemeente

In het ontwikkelkader zal een overkoepelend beeld worden geschetst wat input/voedingsbodem is voor het definitieve inrichtingsplan.

Het inrichtingsplan wordt ten alle tijde door een landschapsarchitect opgesteld in nauwe samenwerking met de gemeente en architect.

Een belangrijk uitgangspunt wat opgenomen wordt in het ontwikkelkader zijn de doorgaande structuren, in dit geval het Kindlint. Deze is ten alle tijden openbaar en zal niet Kindlint worden afgesloten.

Deze doorgaande structuren zijn duidelijk herkenbaar en bestaan uit eenzelfde materialisatie. De materialisatie wordt nader bepaald in afstemming met de gemeente.

Uitgangspunt voor ruimte welke openbaar toegankelijk is, is dat er een duidelijke hiërarchie te lezen is; kindlint, binnentuin, groen aan het water bij de hub en groen aan de Westfriese Omringdijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13521146/1