CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

231121 RIB Geluidzonering Overdie - Bijlage 3 toelichting-bijlagen bestemmingsplan

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken8.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie Gemeente Alkmaar Concept

Bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie Gemeente Alkmaar Concept

Rapportnummer: P04161

IMRO-identificatienummer: PM

Datum: 25 november 2022

Opdrachtgever: Gemeente Alkmaar

Projectteam BRO: WdR, TAu, TSc

Concept: oktober 2021, november 2023

Voorontwerp: -

Ontwerp: -

Vaststelling: -

Kaft: BRO, abstract

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave pagina

1.INLEIDING 2 1.1 Aanleiding 2 1.2 Plangebied 2 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 4 1.4 Leeswijzer 5

2.BELEIDSKADER 6 2.1 Wet geluidhinder 6 2.2 Gemeentelijk geluidbeleid 7

3.ONDERZOEK EN VERANTWOORDING 9 3.1 Modellering 9 3.2 Gedeeltelijke of volledige dezonering 12

4.JURIDISCHE TOELICHTING 13

5.UITVOERBAARHEID 14 5.1 Economische uitvoerbaarheid 14 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 14 5.2.1 Bestuurlijk overleg 14 5.2.2 Inspraak 14 5.2.3 Zienswijzen 14

BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek

Inhoudsopgave 1

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding

In de wijk Overdie, in het zuiden van de stad Alkmaar, is het bedrijventerrein ‘Overdie’ gelegen. Het bedrijventerrein kent verschillende soorten bedrijvigheid. Op het bedrijventerrein zijn geluidzonerings- plichtige bedrijven (van categorie 1 t/m 4) toegestaan. Rondom het bedrijventerrein is een geluidszone vastgesteld.

De gemeente Alkmaar heeft het voornemen maatregelen te treffen in de komende 5 jaar om de geluidbelasting binnen die periode voor het hele industrieterrein te verminderen tot beneden de be- doelde grenswaarden. Deze wens leidt tot een vraagstuk rondom het ‘herzoneren/dezoneren’ van het bedrijventerrein.

Geluidszones van industrieterrein kunnen krachtens artikel 41, 1e lid van de Wet geluidhinder (Wgh) alleen worden gewijzigd bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan. In dit geval is de ge- luidszone van het bedrijventerrein Overdie niet alleen gelegen in het geldende bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’, maar ook op de omliggende bestemmingsplannen ‘Noordhollands Kanaal’ en ‘Jaagpad Oost’. Onderhavig (paraplu)bestemmingsplan geeft invulling aan de dezonering. Hierdoor zijn tevens de maatregelen uit het geluidreductieplan niet meer vereist. Mid- dels dit door de raad vast te stellen paraplubestemmingsplan worden de regels en planverbeelding aangaande industrielawaai in de onderliggende plannen in één keer gewijzigd.

1.2 Plangebied

Dit paraplubestemmingsplan heeft betrekking op bedrijventerrein ‘Overdie’ in de gelijknamige wijk in Alkmaar en omliggende gebieden, waar op dit moment een geluidszone van kracht is.

Op de volgende figuren is de ligging weergegeven.

Hoofdstuk 1 2

Figuur 1.1: Ligging bedrijventerrein Overdie in Alkmaar

Bedrijventerrein Oudorp

Omval

Bedrijventerrein Overdie

Bedrijventerrein Boekelermeer

Figuur 1.2: 3D-aanzicht bedrijventerrein Overdie met omgeving

Hoofdstuk 1 3

1.3 Vigerende bestemmingsplannen

Voor het bedrijventerrein Overdie is het bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oud- orp’ (d.d. 16 mei 2013) vigerend. Een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’ is weergegeven in figuur 1.3. In dit bestemmingsplan zijn voor de bedrijven op het bedrijventerrein Overdie de bestemming ‘Bedrijf – 1’ en ‘Bedrijf – 2’ opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’

Binnen de bestemming ‘Bedrijf -1’ zijn bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan. Binnen de bestem- ming ‘Bedrijf – 2’ zijn ook bedrijven uit categorieën 3 en 4 toegestaan. Hier zijn ook de geluidzone- ringsplichtige bedrijven toegestaan. Het gehele bedrijventerrein is een gezoneerd industrie-/bedrijven- terrein als bedoeld in de Wet geluidhinder.

Rondom dit gezoneerde industrieterrein ligt de geluidzone zowel in het bestemmingsplan ‘Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp’ als de bestemmingsplannen ‘Noordhollands Kanaal’ en ‘Jaagpad Oost’. De geluidszone en de ligging ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen in de omge- ving is weergegeven in figuur 1.3. De geluidszone heeft in de geldende bestemmingsplannen de ge- biedsaanduiding ‘geluidszone – industrie’ gekregen. Deze geluidszone is in het noorden al voor een groot deel geherzoneerd in het kader van het bestemmingsplan “Geluidzonering bedrijventerrein Oud- orp” (d.d. 25 maart 2021). Het bedrijventerrein Overdie heeft in dat paraplubestemmingsplan een nieuwe geluidszone gekregen. Het nog te dezoneren deel bevindt zich voornamelijk aan de oost- en westzijde van bedrijventerrein Overdie. Dit is afgebeeld in figuur 1.4.

Hoofdstuk 1 4

Figuur 1.4: Herzonering geluidszones

In deze bestemmingsplannen geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding het volgende:

29.1 Doel aanduiding Ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone-industrie' liggen de geluidszones vanwege de bedrijven- terreinen Oudorp, Overdie en Boekelermeer. De geluidsbelasting buiten deze zone mag niet meer be- dragen dan 50 dB (A).

29.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt voor het bouwen van hoofdgebouwen ten behoeve van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, de volgende regel: a. de geluidsbelasting, afkomstig van industrielawaai, van de gezoneerde bedrijventerreinen Overdie, Oudorp en Boekelermeer, bedraagt ten hoogste 50 dB(A) of ten hoogste de hogere vastgestelde geluidwaarde.

1.4 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin ingegaan wordt op het beleidskader. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geluidsonderzoek wat is gedaan en op hoe de herzonering in dit bestem- mingsplan is vormgegeven. In hoofdstuk 4 wordt kort de juridische toelichting op de planopzet gege- ven. In het laatste hoofdstuk komen de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1 5

2. BELEIDSKADER

2.1 Wet geluidhinder

Algemene systematiek geluidzonering Rondom industrieterrein Overdie is in 2008 een zone vastgesteld krachtens artikel 53 van de Wet ge- luidhinder (Wgh). De geluidbelasting ten gevolge van alle bedrijven op het industrieterrein, dient op de zonegrens maximaal 50 dB(A)-etmaalwaarde te bedragen. Voor geluidgevoelige bestemmingen bin- nen de zone, zijnde het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens, gelden ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen die zijn vastgelegd in hogere waarde besluiten.

Geluidzonering is een belangrijk ruimtelijke ordeningsinstrument om geluidbelastende functies te scheiden van geluidgevoelige bestemmingen.

Het doel van het vaststellen van een geluidzone is tweeledig. Enerzijds worden geluidgevoelige func- ties (zoals woningen) beschermd tegen een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai. Ander- zijds wordt door het vastleggen van een geluidzone de maximale geluidruimte gedefinieerd waarover bedrijven op het gezoneerde industrieterrein gezamenlijk kunnen beschikken. Zowel bij de vaststelling van ruimtelijke plannen als bij het verlenen van omgevingsvergunningen dient rekening te worden ge- houden met de geluidzone rond een industrieterrein.

Vastleggen van een nieuwe geluidzone Indien bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een provinciaal inpassingsplan aan gronden een zodanige bestemming wordt gegeven dat daardoor een industrieterrein (waarop zoneringsplich- tige activiteiten zijn toegestaan) ontstaat, wordt daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone vastgesteld, waarbuiten de geluidbelasting vanwege de representatieve bedrijfssituatie op dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

Vanwege de zoneringssystematiek blijft de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen buiten de zone beperkt tot ten hoogste 50 dB(A). Binnen de zone gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder.

In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder worden grenzen gesteld aan de geluidbelasting vanwege het industrieterrein bij woningen (uitgezonderd recreatiewoningen), andere geluidgevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen) en geluidgevoelige terreinen (bijvoorbeeld stand- plaatsen voor woonwagens en ligplaatsen voor woonboten) binnen de zone van het industrieterrein.

De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting vanwege het industrieterrein ter plaatse van wonin- gen binnen een vast te stellen zone is in eerste aanleg 50 dB(A). Voor de ter plaatse ten hoogste toe- laatbare geluidbelasting kan in afwijking hiervan een hogere waarde worden vastgesteld tot 55 dB(A) voor nieuwe woningen en 60 dB(A) voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen. Voor onderwijs- gebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen geldt eveneens een maximale hogere waarde van 60 dB(A).

Hoofdstuk 2 6

Hogere waarden worden vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders, voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. Beide besluiten worden gelijktij- dig ter inzage gelegd.

Ligplaatsen voor woonschepen, indien deze vóór 1 juli 2012 zijn aangewezen in een gemeentelijke verordening, worden niet aangemerkt als geluidgevoelig totdat de Omgevingswet in werking is getre- den.

Randvoorwaarden bij wijzigen van een geluidzone Op hoofdlijnen zijn de randvoorwaarden bij wijziging van een bestaande geluidzone vergelijkbaar met die van de vastlegging van een nieuwe geluidzone: ook bij wijziging van een bestaande geluidzone mag buiten de zone geen sprake zijn van een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A). Voor woningen die thans binnen de nieuwe zone komen te liggen kunnen hogere waarden worden vastgesteld tot 55 dB(A) voor nieuwe woningen en 60 dB(A) voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen (artikel 55, vierde lid Wgh). Bij wijziging van een bestaande zone geldt voor (bestaande) woningen die binnen de gewijzigde zone blijven liggen dat een verhoging van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting maxi- maal 5 dB(A) (artikel 55, derde lid Wgh) mag bedragen tot een maximum van 60 dB(A).

2.2 Gemeentelijk geluidbeleid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) als kader om tot een goede beoordeling van een plan te komen. De Wro kent daarbij geen grenswaarden. Bij reali- satie van geluidgevoelige functies in de gemeente Alkmaar is daarom het gemeentelijk beleid van toe- passing. In het 'Beleid hogere waarden Wet geluidhinder gemeente Alkmaar 2016' (hierna: hogere waarden beleid) is het geluidbeleid voor hogere grenswaarden en het beoordelingskader voor cumula- tieve geluidniveaus binnen de gemeente Alkmaar vastgelegd. Bij ontwikkelingen binnen het kader van de Wgh dient de systematiek van het hogere waarden beleid in acht te worden genomen. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening kan bij dit beleid worden aangesloten.

Het beleid stelt onder meer randvoorwaarden bij het verlenen van hogere waarden conform de Wgh. Voor woningen geldt dat tenminste één gevel geluidluw dient te zijn, indien de geluidbelasting op de gevel de voorkeursgrenswaarde met meer dan 5 dB(A) overschrijdt. Het begrip geluidluw is daarbij gedefinieerd als een geluidbelasting gelijk aan of lager dan de voorkeursgrenswaarde per bron en per zone.

Verder dienen de verblijfsruimten van woningen voor ten minste 30% aan de geluidluwe zijde te zijn geprojecteerd. Indien sprake is van een buitenruimte is deze in beginsel aan de geluidluwe zijde gesi- tueerd, behalve bij overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde van ten hoogste 5 dB(A).

Bij de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting wordt een waarde die de maximaal toelaat- bare geluidbelasting van die betreffende bron niet overschrijdt zonder meer toelaatbaar geacht. Een hogere gecumuleerde geluidbelasting kan alsnog acceptabel worden geacht na een bestuurlijke afwe- ging, waarbij onder andere het binnenniveau in de woning wordt betrokken.

Hoofdstuk 2 7

Bij het bepalen van het binnenniveau in een woning wordt altijd uitgegaan van de gecumuleerde ge- velbelasting ten gevolge van alle wegen (inclusief 30 km wegen). Omdat bij de herzonering of dezone- ring geen sprake zal zijn van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, is feitelijk sprake van het voortbestaan van de huidige akoestische situatie, waarbij de woningen niet meer op het geluidgezoneerde industrieterrein komen te liggen, maar binnen de zone. Het gemeentelijk beleid is op deze situatie niet van toepassing. Het geluidbeleid is niet van toepassing, omdat er sprake is van een grens voor industrielawaai van 55 dB(A). Het geluidbeleid is alleen van toepassing als er sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van meer dan 5 dB(A).

Hoofdstuk 2 8

3. ONDERZOEK EN VERANTWOORDING

Door Peutz is een onderzoek uitgevoerd naar de herzonering van de geluidszone van het bedrijven- terrein Overdie1. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij onderhavig bestemmingsplan. Hier wordt dan ook naar verwezen. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen, resultaten en conclu- sies beschreven.

3.1 Modellering

Beleving van geluidbelasting rondom industrieterrein Het beoordelen en beheren van de geluidbelasting van een industrieterrein als Overdie kan alleen door middel van een akoestisch rekenmodel. In dit zogenaamde zonebeheermodel zijn alle akoestisch relevante geluidbronnen opgenomen. Het zonebeheer betreft de gemiddelde geluidniveaus (langtijd- gemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT). Maximale geluidniveaus (LAmax) worden niet door de zo- nebeheerder getoetst, maar gereguleerd middels de omgevingsvergunning of door de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

Het meten van het geluid in de omgeving van een industrieterrein teneinde op deze wijze het indu- strielawaai te monitoren c.q. te beheren is om de volgende redenen niet zinvol: − het meten van het geluid zal altijd een momentopname zijn waarvan niet vaststaat of de maximale representatieve bedrijfssituatie bij de bedrijven zich heeft voorgedaan; − bij de geluidmetingen zullen ook de bijdragen worden geregistreerd ten gevolge van activiteiten die plaatsvinden buiten het industrieterrein (onder andere wegverkeerslawaai); − ook het wegverkeerslawaai op het gezoneerde industrieterrein zal een geluidbijdrage aan het ge- meten geluidniveau leveren.

Principe Voor zover van een bedrijf een akoestisch rekenmodel beschikbaar is als onderdeel van de meest re- cente vergunningaanvraag, is dit opgenomen in het zonebeheermodel. Dit model geeft de daadwerke- lijke geluidemissie en -immissie van het betreffende bedrijf weer in de representatieve bedrijfssituatie. Als van een type B-bedrijf conform het Activiteitenbesluit geen akoestisch model beschikbaar is dan wordt de geluidemissie ervan geacht gelijk te zijn aan de geluidemissie zoals die wordt bepaald op grond van de afstand voor geluid volgens de grenswaarde uit artikel 2.17 lid 2 van dit besluit en de op- pervlakte van het bedrijfsperceel. Door middel van een groepsreductie wordt vervolgens van de bedrij- ven, die een hogere geluidbelasting dan de voor hen geldende geluidgrenswaarde genereren, de ge- luidimmissie beperkt tot de voor hen geldende grenswaarde.

Voor de type A- of B-bedrijven die minder geluid produceren dan toelaatbaar kan de toelaatbare ge- luidbelasting door middel van een maatwerkvoorschrift formeel verlaagd worden. Wanneer bijvoor- beeld uit bedrijfsbezoeken blijkt dat de werkelijke geluidbelasting van een bedrijf significant lager is dan de (vanuit het Activiteitenbesluit) toelaatbare ruimte, kan ambtshalve een maatwerkvoorschrift voor geluid worden opgesteld waarin de werkelijke geluidbelasting van het bedrijf wordt toegestaan. Deze geluidruimte wordt dan in het zonebeheermodel verwerkt.

1 Herzonering industrieterrein Overdie, Peutz, 4 juni 2019, kenmerk HH/RJ/DF 2990-9-NO-001

Hoofdstuk 3 9

Toetsing aan de geluidzone vindt plaats door de geluidimmissie te berekenen inclusief groepsreduc- ties.

Categorieën Het rekenmodel is geordend op adres. Er zijn in beginsel drie categorieën bedrijven in het zonebe- heermodel opgenomen: − bedrijven met een vergunning op grond van de Wabo: type C-inrichtingen; − bedrijven die hun activiteiten moeten melden op grond van een Algemene Maatregel van Bestuur (over het algemeen het Activiteitenbesluit): type-B inrichtingen; − overige niet meldingsplichtige bedrijven: type A-inrichtingen. Daarnaast wordt rekening gehouden met lege kavels en/of bedrijfspanden.

Type C-inrichtingen Van alle vergunningsplichtige bedrijven is het akoestisch rekenmodel behorend bij de vergunnings- aanvra(a)g(en) opgenomen in het zonemodel. De in het actuele zonebeheermodel opgenomen geluid- bronnen representeren de vergunde geluidsituatie van deze bedrijven. In principe voldoet de geluidim- missie ten gevolge van de betreffende bedrijven aan de grenswaarden op de beoordelingsposities uit de vergunning. Voor de inrichting van Sterk Beton is in het zonebeheermodel een aparte groep opge- nomen voor een zogenaamde regelmatige afwijking, die niet wordt meegenomen bij het bepalen van de geluidimmissieniveaus in het kader van het zonebeheer.

Indien een bedrijf de bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd, blijft de geluidruimte op het kavel gereserveerd voor een nieuw te vestigen bedrijf op dezelfde locatie.

Type B-inrichtingen In het zonebeheermodel zijn twee soorten bedrijven opgenomen. Bedrijven met een akoestisch model en bedrijven zonder akoestisch model. Van de AMvB-inrichtingen waarvan geen akoestisch rekenmo- del beschikbaar is, zijn de bronvermogens ingeschat op grond van de oppervlakte van het bedrijfster- rein. Met dien verstande dat het gemodelleerde bronvermogen niet leidt tot een hogere geluidemissie dan 50 dB(A)- etmaalwaarde op 50 m. In de praktijk resulteert dit in een aangehouden geluidver- mogen van 94 dB(A)-etmaalwaarde voor een groot aantal kleinere type B-inrichtingen. Voor grotere inrichtingen zijn al naar gelang de bedrijfsoppervlakte naar ratio meerdere geluidbronnen van 94 dB(A) in het zonebeheermodel opgenomen.

Type A-inrichtingen De bedrijven die niet zijn aangewezen als inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, de zogenaamde type A-inrichtingen, zijn in principe ingevoerd als een geluidbron met een bronvermogen van 94 dB(A)-etmaalwaarde. Hiermee voldoen deze bedrijven in ieder geval aan de standaardgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit.

Lege kavels en/of bedrijfspanden Voor zover kavels braak liggen of een bedrijfspand leegstaat, dan wel onbekend is wat voor type be- drijf er is gevestigd, is steeds uitgegaan van 1 of meerdere gereserveerde geluidbronnen van 94 dB(A)-etmaalwaarde al naar gelang de grootte van het pand of kavel. Middels bovenstaande metho- diek wordt het daadwerkelijke geluidniveau in ieder geval niet onderschat door het zonebeheermodel. Mogelijk is in de praktijk sprake van enige overschatting van de daadwerkelijke geluidniveaus, omdat lang niet alle AMvB bedrijven een geluidemissie van ten minste 94 dB(A)-etmaalwaarde zullen veroor- zaken.

Hoofdstuk 3 10

Redelijke sommatie Volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 artikel 2.3 lid 2 kan voor de bepaling van de ge- luidbelasting vanwege een industrieterrein een aftrek toegepast worden op de berekende geluidni- veaus als gevolg van het feit dat niet bij alle bedrijven gelijktijdig de maximale representatieve geluid- belasting optreedt. Deze aftrek, de redelijke sommatie, kan onder voorwaarden worden toegepast.

De akoestisch maatgevende inrichtingen op industrieterrein Overdie betreffen voor de beoordelings- posities binnen de zone aan de oostzijde van het industrieterrein de afval sorteer- en verzamelbedrij- ven en de betonwarenfabriek van Sterk Beton gelegen aan het Zeglis. Het aantal bepalende bedrijven op de daar gelegen beoordelingsposities bedraagt, conform de bepalingen uit bijlage II van het Re- ken- en meetvoorschrift geluid 2012 (voetnoot 1 uit de tabel), bedraagt ten minste 2 en ten hoogste 5 stuks. Hierbij is uitgegaan van de vergunde situatie en zijn de reserveringsbronnen voor kadegebon- den activiteiten aan het Zeglis buiten beschouwing gelaten. Niet bekend is of er hier sprake is van be- drijven met een al dan niet jaargemiddeld continue geluiduitstraling. Als wordt uitgegaan van een worst case aanname dat alle bedrijven een jaargemiddeld continue geluiduitstraling hebben bedraagt de maximale aftrek in het kader van de redelijke sommatie 0 dB.

De te hanteren maximale aftrek in het kader van de redelijke sommatie voor het gehele industrieter- rein Overdie bedraagt derhalve 0 dB.

Overige modelleringsaspecten Het akoestisch rekenmodel, zoals door de gemeente verstuurd ten behoeve van het onderzoek naar de verkleuring van de industrieterreinen Oudorp en Overdie, betreft de situatie eind 2016. Sindsdien zijn er voor zover bekend geen veranderingsvergunningen in het kader van de Wabo aangevraagd of meldingen Activiteitenbesluit gedaan met een akoestisch relevante impact. De sindsdien in de praktijk opgetreden wijzigingen aan de akoestische situatie op het industrieterrein betreffen derhalve alleen niet meldingsplichtige inrichtingen (type A) en meldingsplichtige inrichtingen (type B), waarbij door het bevoegd gezag geen nader akoestisch onderzoek is geëist.

Bij inrichtingen die door één puntbron wordt gerepresenteerd is deze bron in principe in het midden van het bedrijfsterrein of -pand geplaatst. Hierbij is als bronhoogte over het algemeen de hoogte van het dak van het betreffende bedrijfspand aangehouden. Hiermee wordt de worst case-situatie dat alle geluidemissie via het dak plaats vindt gerepresenteerd.

Tevens zijn in het rekenmodel reserveringsbronnen voor specifieke activiteiten opgenomen. Bedrijfs- verzamelgebouwen zijn vooralsnog gemodelleerd met één puntbron per bedrijfsadres. Op sommige adressen is daarbij een groepsreductie of een reductie op de bronsterkte tot 10 dB toegepast (bijvoor- beeld bij het nieuwe bedrijfsverzamelgebouw gelegen aan de Salomonstraat). Voor deze inrichtingen dient maatwerk te gelden. Onbekend is of dit maatwerk momenteel voor deze inrichtingen is vastge- steld.

In sommige gevallen is het verschil tussen een bedrijfsverzamelgebouw en een aantal geschakelde bedrijfspanden niet exact aan te geven. In die gevallen is de akoestische werkelijkheid zo goed moge- lijk benaderd, een en ander ter beoordeling van de zonebeheerder.

Hoofdstuk 3 11

3.2 Gedeeltelijke of volledige dezonering

In het onderzoek van PEUTZ zijn 3 varianten doorgerekend ten aanzien van het gedeeltelijk dezone- ren. Uiteindelijk is er voor gekozen om niet gedeeltelijk de dezoneren, maar om de gehele geluidszone te verwijderen. Dit heeft de volgende voor- en nadelen.

Voordelen en nadelen volledige dezonering De voordelen van de bestaande zonering zijn als volgt: − Zonering biedt bescherming aan bewoners van woningen buiten de zone; het geluid van alle be- drijven bij elkaar mag ter plaatse van de zonegrens niet meer zijn dan 50 dB(A). Zonder zonering geen wettelijke beheersing van het gecumuleerde geluid. − Zonering biedt rechtszekerheid aan bedrijven; oprukkende woningbouw binnen de zone is aan be- perkingen onderhevig en kan veelal pas gerealiseerd worden na een hogere waarde procedure waarbij inspraak mogelijk is voor bedrijven. Aan de zonering zijn echter ook nadelen verbonden: − De zone moet worden beheerd; hieraan zijn kosten en procedures gekoppeld. − De te grote juridische geluidsruimte van AMvB bedrijven moet in de regel worden ingeperkt (pro- cedure met kosten). − Woningbouw of realisatie van andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone kent beper- kingen. De voordelen van het (volledig) opheffen van de zone zijn: − Geen zonebeheer nodig. − In toekomst geen rekening meer te houden met de Wgh bij geluidgevoelige ontwikkelingen. − Regeling sluit aan bij de feitelijke situatie: zonder (wettelijke) zware lawaaimakers bestaat redelij- kerwijs geen grondslag voor het in stand houden van een gezoneerd industrieterrein.

Goede ruimtelijke ordening zal – zonder geluidzone – via milieucategorisering moeten plaatsvinden. Dit houdt in dat (in het kader van planherziening) bij het niet-gezoneerde terrein, bijvoorbeeld via een systeem van inwaartse zonering, gewaarborgd moet worden dat de omwonenden geen hinder onder- vinden. Daarbij zouden de beperkt milieuhinderlijke bedrijven – op basis van milieucategorisering – aan de buitenrand van het terrein dienen te worden gesitueerd en de milieuhinderlijke bedrijven zover mogelijk vanaf de bebouwing.

Hoofdstuk 3 12

4. JURIDISCHE TOELICHTING

Dit bestemmingsplan betreft een paraplubestemmingsplan gericht op het wijzigen van een geluidzone.

In paragraaf hoofdstuk staat gemotiveerd beschreven om welke redenen ervoor is gekozen om het gehele terrein te dezoneren.

De van toepassing zijnde bestemmingsplannen veranderen alleen op dit punt. De verdere regels en bepalingen blijven gewoon gelden. Er is voor gekozen om te werken met twee geluidzones. Dit houdt in dat voor de bestaande geluidzone van Oudorp de aanduiding ‘Geluidzone – industrie 1’ zal krijgen. De geluidzone van Boekelermeer krijgt de aanduiding ‘Geluidzone – industrie 2’. Hiermee kan duide- lijk het onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende geluidzones.

Tevens valt een deel van de gronden van het bestemmingsplan ‘Geluidzonering bedrijventerrein Oud- orp’ binnen het plangebied. Dit betekent dat een deel van deze gronden bestemd zijn voor geluidzone- ringsplichtige bedrijven. Conform het vigerende bestemmingsplan is hiervoor de aanduiding ‘overige zone – geluidzoneringsplichtige bedrijven’ opgenomen.

Zowel in het bedrijventerrein van Oudorp als Boekelermeer zijn bedrijven toegestaan met een milieu- categorie 4.1 of 4.1, waardoor in theorie sprake kan zijn van geluidzoneringsplichtige bedrijf. Deze lo- caties hebben de aanduiding ‘overige zone – geen geluidzoneringsplichtige bedrijven’ gekregen zodat er geen geluidzoneringsplichtige bedrijven binnen het plangebied meer zijn toegestaan.

De geluidzone van Overdie zal, zoals beschreven in voorgaande paragrafen, volledig worden verwij- derd. Deze gronden hebben de aanduiding ‘Geluidzone – industrie te verwijderen’ gekregen, voor zo- ver hier geen andere geluidzone op rust (van Oudorp of Boekelermeer).

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de nieuwe 'geluidzone - industrie' te wijzigen c.q. op te heffen, indien dat vanwege een verandering in de feitelijke situatie mogelijk of noodzakelijk is. Op grond van artikel 41 kan een geluidzone enkel gewijzigd worden middelen een wijziging van een be- stemmingsplan. Door wijzigingen binnen bestaande bedrijfsvoering en/of andere ontwikkelingen kan het voorkomen dat een wijziging van de geluidzone noodzakelijk is. Een voorwaarde hiervoor is dat voor het wijzigen van de geluidzone een akoestisch onderzoek ten grondslag ligt, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden die worden gesteld op basis van de Wet geluidhinder.

Hoofdstuk 4 13

5. UITVOERBAARHEID

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan voorziet niet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, Wro. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan op te stellen. Er doet zich dus geen mogelijkheid voor een kos- tenverhaal op te stellen, zoals bedoeld is in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het paraplubestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegezonden aan de provincie Noord-Holland en het waterschap. Zij geven eventueel opmerkingen op het plan. Het ontwerp bestem- mingsplan wordt gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegd voor zienswijzen.

5.2.1 Bestuurlijk overleg

Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbe- reiding van een bestemmingsplan, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdien- sten. In het kader van het vooroverleg zijn geen reacties binnengekomen.

5.2.2 Inspraak

Op van basis van artikel 2, lid 1 in van de inspraakverordening dient het bestemmingsplan als vooront- werp gepubliceerd te worden voor inspraak. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Alge- mene wet bestuursrecht van toepassing. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen voor inspraak.

5.2.3 Zienswijzen

PM

Hoofdstuk 5 14

BIJLAGEN

Bijlage 1:

Akoestisch onderzoek

Notitie

betreft: Herzonering industrieterrein Overdie datum: 4 juni 2019 referentie: HH/ RJ/ DF 2990-9-NO-001

1 Inleiding en samenvatting In opdracht van de gemeente Alkmaar is een geluidreductieplan opgesteld voor industrieterrein Overdie te Alkmaar. Krachtens artikel 67 van de Wet geluidhinder is een dergelijk plan vereist indien de geluidbelasting de waarde van 50 dB(A) ter plaatse van de zonegrens of de ten hoogste toegestane geluidbelasting op een of meer plaatsen binnen de zone overschrijdt. De voorgenomen, in de komende 5 jaar te treffen maatregelen om de geluidbelasting binnen die periode voor het hele industrieterrein te verminderen tot beneden de bedoelde grenswaarden, zijn beschreven in het geluidreductieplan.

Het bestemmingsplan zal, zoals het nu laat aanzien, binnen de looptijd van 5 jaar worden aangepast, zodanig dat het industrieterrein gedeeltelijk wordt gedezoneerd. In dat geval zijn de maatregelen uit het geluidreductieplan niet vereist. In deze notitie zijn na overleg met de gemeente drie varianten voor de herzonering uitgewerkt. Na keuze van de voorkeursvariant kan de her- of dezonering uiteindelijk leiden tot een gewijzigde zonegrens.

2 Modellering

2.1 B e l e v i n g v a n g e l u i d b e l a s t i n g r o n d o m i n d u s t r i e t e r r e i n Het beoordelen en beheren van de geluidbelasting van een industrieterrein als Overdie kan alleen door middel van een akoestisch rekenmodel. In dit zogenaamde zonebeheermodel zijn alle akoestisch relevante geluidbronnen opgenomen. Het zonebeheer betreft de gemiddelde geluidniveaus (langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus L Ar,LT). Maximale geluidniveaus (L Amax) worden niet door de zonebeheerder getoetst, maar gereguleerd middels de omgevingsvergunning of door de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

Het meten van het geluid in de omgeving van een industrieterrein teneinde op deze wijze het industrielawaai te monitoren c.q. te beheren is om de volgende redenen niet zinvol: − het meten van het geluid zal altijd een momentopname zijn waarvan niet vaststaat of de maximale representatieve bedrijfssituatie bij de bedrijven zich heeft voorgedaan; − bij de geluidmetingen zullen ook de bijdragen worden geregistreerd ten gevolge van activiteiten die plaatsvinden buiten het industrieterrein (onder andere wegverkeers- lawaai); − ook het wegverkeerslawaai op het gezoneerde industrieterrein zal een geluidbijdrage aan het gemeten geluidniveau leveren.

peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 DF 2990-9-NO-001 1

2.2 P r i n c i p e Voor zover van een bedrijf een akoestisch rekenmodel beschikbaar is als onderdeel van de meest recente vergunningaanvraag, is dit opgenomen in het zonebeheermodel. Dit model geeft de daadwerkelijke geluidemissie en -immissie van het betreffende bedrijf weer in de representatieve bedrijfssituatie. Als van een type B-bedrijf conform het Activiteitenbesluit geen akoestisch model beschikbaar is dan wordt de geluidemissie ervan geacht gelijk te zijn aan de geluidemissie zoals die wordt bepaald op grond van de afstand voor geluid volgens de grenswaarde uit artikel 2.17 lid 2 van dit besluit en de oppervlakte van het bedrijfsperceel. Door middel van een groepsreductie wordt vervolgens van de bedrijven, die een hogere geluidbelasting dan de voor hen geldende geluidgrenswaarde genereren, de geluidimmissie beperkt tot de voor hen geldende grenswaarde.

Voor de type A- of B-bedrijven die minder geluid produceren dan toelaatbaar kan de toelaatbare geluidbelasting door middel van een maatwerkvoorschrift formeel verlaagd worden. Wanneer bijvoorbeeld uit bedrijfsbezoeken blijkt dat de werkelijke geluidbelasting van een bedrijf significant lager is dan de (vanuit het Activiteitenbesluit) toelaatbare ruimte, kan ambtshalve een maatwerkvoorschrift voor geluid worden opgesteld waarin de werkelijke geluidbelasting van het bedrijf wordt toegestaan. Deze geluidruimte wordt dan in het zonebeheermodel verwerkt.

Toetsing aan de geluidzone vindt plaats door de geluidimmissie te berekenen inclusief groepsreducties.

2.3 C a t e g o r i e ë n Het rekenmodel is geordend op adres. Er zijn in beginsel drie categorieën bedrijven in het zonebeheermodel opgenomen: − bedrijven met een vergunning op grond van de Wabo: type C-inrichtingen; − bedrijven die hun activiteiten moeten melden op grond van een Algemene Maatregel van Bestuur (over het algemeen het Activiteitenbesluit): type-B inrichtingen; − overige niet meldingsplichtige bedrijven: type A-inrichtingen. Daarnaast wordt rekening gehouden met lege kavels en/of bedrijfspanden.

Type C-inrichtingen Van alle vergunningplichtige bedrijven is het akoestisch rekenmodel behorend bij de vergunningaanvra(a)g(en) opgenomen in het zonemodel. De in het actuele zonebeheermodel opgenomen geluidbronnen representeren de vergunde geluidsituatie van deze bedrijven. In principe voldoet de geluidimmissie ten gevolge van de betreffende bedrijven aan de grenswaarden op de beoordelingsposities uit de vergunning. Voor de inrichting van Sterk Beton is in het zonebeheermodel een aparte groep opgenomen voor een zogenaamde regelmatige afwijking, die niet wordt meegenomen bij het bepalen van de geluidimmissieniveaus in het kader van het zonebeheer.

Indien een bedrijf de bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd, blijft de geluidruimte op het kavel gereserveerd voor een nieuw te vestigen bedrijf op dezelfde locatie.

DF 2990-9-NO-001 2

Type B-inrichtingen In het zonebeheermodel zijn twee soorten bedrijven opgenomen. Bedrijven met een akoestisch model en bedrijven zonder akoestisch model. Van de AMvB-inrichtingen waarvan geen akoestisch rekenmodel beschikbaar is, zijn de bronvermogens ingeschat op grond van de oppervlakte van het bedrijfsterrein. Met dien verstande dat het gemodelleerde bronvermogen niet leidt tot een hogere geluidemissie dan 50 dB(A)- etmaalwaarde op 50 m. In de praktijk resulteert dit in een aangehouden geluidvermogen van 94 dB(A)-etmaalwaarde voor een groot aantal kleinere type B-inrichtingen. Voor grotere inrichtingen zijn al naar gelang de bedrijfsoppervlakte naar ratio meerdere geluidbronnen van 94 dB(A) in het zonebeheermodel opgenomen.

Type A-inrichtingen De bedrijven die niet zijn aangewezen als inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, de zogenaamde type A-inrichtingen, zijn in principe ingevoerd als een geluidbron met een bronvermogen van 94 dB(A)-etmaalwaarde. Hiermee voldoen deze bedrijven in ieder geval aan de standaardgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit.

Lege kavels en/of bedrijfspanden Voor zover kavels braak liggen of een bedrijfspand leegstaat, dan wel onbekend is wat voor type bedrijf er is gevestigd, is steeds uitgegaan van 1 of meerdere gereserveerde geluidbronnen van 94 dB(A)-etmaalwaarde al naar gelang de grootte van het pand of kavel.

Middels bovenstaande methodiek wordt het daadwerkelijke geluidniveau in ieder geval niet onderschat door het zonebeheermodel. Mogelijk is in de praktijk sprake van enige overschatting van de daadwerkelijke geluidniveaus, omdat lang niet alle AMvB bedrijven een geluidemissie van ten minste 94 dB(A)-etmaalwaarde zullen veroorzaken.

2.4 R e d e l i j k e s o m m a t i e Volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 artikel 2.3 lid 2 kan voor de bepaling van de geluidbelasting vanwege een industrieterrein een aftrek toegepast worden op de berekende geluidniveaus als gevolg van het feit dat niet bij alle bedrijven gelijktijdig de maximale representatieve geluidbelasting optreedt. Deze aftrek, de redelijke sommatie, kan onder voorwaarden worden toegepast. De maximale aftrek wordt bepaald conform de tabel uit bijlage II van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012:

DF 2990-9-NO-001 3

De akoestisch maatgevende inrichtingen op industrieterrein Overdie betreffen voor de beoordelingsposities binnen de zone aan de oostzijde van het industrieterrein de afval sorteer- en verzamelbedrijven en de betonwarenfabriek van Sterk Beton gelegen aan het Zeglis. Het aantal bepalende bedrijven op de daar gelegen beoordelingsposities bedraagt, conform de bepalingen uit bijlage II van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (voetnoot 1 uit de tabel), bedraagt ten minste 2 en ten hoogste 5 stuks. Hierbij is uitgegaan van de vergunde situatie en zijn de reserveringsbronnen voor kadegebonden activiteiten aan het Zeglis buiten beschouwing gelaten. Niet bekend is of er hier sprake is van bedrijven met een al dan niet jaargemiddeld continue geluiduitstraling. Als wordt uitgegaan van een worst case aanname dat alle bedrijven een jaargemiddeld continue geluiduitstraling hebben bedraagt de maximale aftrek in het kader van de redelijke sommatie 0 dB.

De te hanteren maximale aftrek in het kader van de redelijke sommatie voor het gehele industrieterrein Overdie bedraagt derhalve 0 dB.

2.5 O v e r i g e m o d e l l e r i n g s a s p e c t e n Het akoestisch rekenmodel, zoals door de gemeente verstuurd ten behoeve van het onderzoek naar de verkleuring van de industrieterreinen Oudorp en Overdie, betreft de situatie eind 2016. Sindsdien zijn er voor zover bekend geen veranderingsvergunningen in het kader van de Wabo aangevraagd of meldingen Activiteitenbesluit gedaan met een akoestisch relevante impact. De sindsdien in de praktijk opgetreden wijzigingen aan de akoestische situatie op het industrieterrein betreffen derhalve alleen niet meldingsplichtige inrichtingen (type A) en meldingsplichtige inrichtingen (type B), waarbij door het bevoegd gezag geen nader akoestisch onderzoek is geëist. Bij inrichtingen die door één puntbron wordt gerepresenteerd is deze bron in principe in het midden van het bedrijfsterrein of -pand geplaatst. Hierbij is als bronhoogte over het algemeen de hoogte van het dak van het betreffende bedrijfspand aangehouden. Hiermee wordt de worst case-situatie dat alle geluidemissie via het dak plaats vindt gerepresenteerd. DF 2990-9-NO-001 4

Tevens zijn in het rekenmodel reserveringsbronnen voor specifieke activiteiten opgenomen. Bedrijfsverzamelgebouwen zijn vooralsnog gemodelleerd met één puntbron per bedrijfsadres. Op sommige adressen is daarbij een groepsreductie of een reductie op de bronsterkte tot 10 dB toegepast (bijvoorbeeld bij het nieuwe bedrijfsverzamelgebouw gelegen aan de Salomonstraat). Voor deze inrichtingen dient maatwerk te gelden. Onbekend is of dit maatwerk momenteel voor deze inrichtingen is vastgesteld.

In sommige gevallen is het verschil tussen een bedrijfsverzamelgebouw en een aantal geschakelde bedrijfspanden niet exact aan te geven. In die gevallen is de akoestische werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, een en ander ter beoordeling van de zonebeheerder.

2.6 A c t u a l i s a t i e In rapport DF 2990-5-RA-003 zijn de rekenresultaten met het actuele zonemodel gegeven. Daaruit blijkt dat op de zonegrens en de grenswaarden bij woningen binnen de geluidzone op een aantal posities wordt overschreden. Door het gedeeltelijk of geheel dezoneren van het industrieterrein kunnen de overschrijdingen worden opgelost (zie hoofdstuk 3 en 4).

3 Gedeeltelijk dezoneren In het onderzoek is een inkrimping van het industrieterrein beschouwd en een daarmee gepaard gaande wijziging van de ligging van de geluidzone. Hierbij zijn na overleg met de gemeente drie varianten bekeken: 1. wijziging van het industrieterrein zoals voorgesteld door de gemeente Alkmaar (zie figuur 1); 2. inkrimping van het industrieterrein met een groter aandeel bedrijven zodat bij alle woningen met een MTG kan worden voldaan aan deze hogere grenswaarde. 3. Inkrimping van het industrieterrein met de percelen Koelmanlaan 310, Bestevaerstraat 2-10, Zeglis 103-111 en de strook bedrijven direct aan de oostzijde van de Bestevaerstraat.

f1 Voorgestelde inkrimpingsvarianten (rood omkaderd) voor industrieterrein Overdie

DF 2990-9-NO-001 5

De rekenposities zijn gesitueerd op 5 m boven het plaatselijk maaiveld of hoger al naar gelang de bouwhoogte van woningen. Per variant is een voorstel voor de ligging van de te wijzigen zonegrens opgenomen.

3.1 V a r i a n t 1 : g e m e e n t e l i j k w i j z i g i n g s v o o r s t e l i n d u s t r i e t e r r e i n O v e r d i e In figuur 1 (achter deze notitie) zijn de berekende 50 en 55 dB(A)-etmaalwaarde geluidcontouren opgenomen op basis van het toekomstige rekenmodel voor de door de gemeente voorgestelde eerste variant van herzonering.

Omdat de geluidzone zal worden gewijzigd zijn de zone-immissiepunten niet langer op dezelfde posities gelegen als in het huidige zonebeheermodel, maar op de gewenste toekomstige zonegrens (zie figuur 1), hetgeen een onderlinge vergelijking met het actuele zonemodel lastig maakt. De bouwplannen Jaagpad Oost zijn niet langer binnen de geluidzone gelegen en behoeven verder geen toetsing ten aanzien van de gewijzigde geluidzone.

Uit de rekenresultaten blijkt dat met de gemeentelijke variant van herzonering overschrijdingen van de MTG's blijven bestaan bij diverse woningen gelegen aan de Piet Heijnstraat en op de te projecteren woningen aan het Zeglis. Variant 1 is dus geen variant die leidt tot oplossing van alle problematiek. Bij uitwerking van de bouwplannen aan het Zeglis dient rekening te worden gehouden met mogelijk verregaande gevelmaatregelen om aan de grenswaarden te kunnen voldoen. Voor deze woningen kunnen in principe hogere grenswaarden worden verleend tot 55 dB(A). Om een geluidbelasting hoger dan 55 dB(A) op de gevels te kunnen toestaan zijn maatregelen bij bedrijven, in de overdrachtsweg of bij de gevels benodigd. Hierbij kan ook aan oplossingen als vliesgevels, afschermende balkons of (gedeeltelijk) dove gevels worden gedacht.

Voor de ter plaatse aanwezig zijnde ligplaatsen voor woonboten geldt dat deze niet geluidgevoelig zijn tot aan de invoering van de Omgevingswet.

Variant 1 is niet toereikend om de geconstateerde overschrijdingen op te lossen. Daarom zijn ook de varianten 2 en 3 onderzocht.

3.2 V a r i a n t 2 : v a r i a n t i n v e r k l e i n i n g g e z o n e e r d i n d u s t r i e t e r r e i n In figuur 2 (achter deze notitie) zijn de berekende 50 en 55 dB(A)-etmaalwaarde geluidcontouren opgenomen op basis van het toekomstige rekenmodel voor de tweede voorgestelde variant van herzonering. Ook hier is een voorstel voor een nieuw te wijzigen zonegrens weergegeven.

Omdat de geluidzone bij deze variant verder is verkleind zijn de zone-immissiepunten eveneens niet langer op dezelfde posities gelegen als in het huidige zonebeheermodel en het zonebeheermodel voor variant 1, maar op de gewenste toekomstige zonegrens, hetgeen een onderlinge vergelijking lastig maakt. De bouwplannen Jaagpad Oost zijn niet langer binnen de geluidzone gelegen en behoeven verder geen toetsing ten aanzien van de gewijzigde geluidzone.

DF 2990-9-NO-001 6

Variant 2 leidt tot oplossing van de bestaande problematiek. Verder is nog steeds sprake van geluidbelastingen boven de 55 dB(A) bij de te projecteren woningen langs het Zeglis. Maatregelen liggen in de sfeer van afscherming en/of gevelmaatregelen. Bij alle bestaande of geprojecteerde woningen binnen de zone wordt voldaan aan de grenswaarde of de bestaande MTG's. Er komen geen bedrijfswoningen binnen de geluidzone te liggen met een geluidbelasting groter dan 50 dB(A). Er behoeven geen verdere hogere waarden te worden vastgesteld indien van variant 2 wordt uitgegaan. Voor de in de tabel genoemde ligplaatsen voor woonboten geldt dat deze niet geluidgevoelig zijn tot aan de invoering van de Omgevingswet.

3.3 V a r i a n t 3 : v a r i a n t i n v e r k l e i n i n g g e z o n e e r d i n d u s t r i e t e r r e i n In figuur 3 (achter deze notitie) zijn de berekende 50 en 55 dB(A)-etmaalwaarde geluidcontouren opgenomen op basis van het toekomstig rekenmodel voor de derde variant.

Variant 3 leidt eveneens tot oplossing van de bestaande problematiek. Maar voor nieuw te projecteren woningen langs het Zeglis blijven de opmerkingen die geplaatst zijn bij de varianten 1 en 2 eveneens van toepassing.

4 Volledig dezoneren

4.1 V o o r d e l e n e n n a d e l e n De voordelen van de bestaande zonering zijn als volgt: • Zonering biedt bescherming aan bewoners van woningen buiten de zone; het geluid van alle bedrijven bij elkaar mag ter plaatse van de zonegrens niet meer zijn dan 50 dB(A). Zonder zonering geen wettelijke beheersing van het gecumuleerde geluid. • Zonering biedt rechtszekerheid aan bedrijven; oprukkende woningbouw binnen de zone is aan beperkingen onderhevig en kan veelal pas gerealiseerd worden na een hogere waarde procedure waarbij inspraak mogelijk is voor bedrijven. Aan de zonering zijn echter ook nadelen verbonden: • De zone moet worden beheerd; hieraan zijn kosten en procedures gekoppeld. • De te grote juridische geluidsruimte van AMvB bedrijven moet in de regel worden ingeperkt (procedure met kosten). • Woningbouw of realisatie van andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone kent beperkingen. De voordelen van het (volledig) opheffen van de zone zijn: • Geen zonebeheer nodig. • In toekomst geen rekening meer te houden met de Wgh bij geluidgevoelige ontwikkelingen. • Regeling sluit aan bij de feitelijke situatie: zonder (wettelijke) zware lawaaimakers bestaat redelijkerwijs geen grondslag voor het in stand houden van een gezoneerd industrieterrein.

Goede ruimtelijke ordening zal – zonder geluidzone – via milieucategorisering moeten plaatsvinden. Dit houdt in dat (in het kader van planherziening) bij het niet-gezoneerde terrein, bijvoorbeeld via een systeem van inwaartse zonering, gewaarborgd moet worden dat

DF 2990-9-NO-001 7

de omwonenden geen hinder ondervinden. Daarbij zouden de beperkt milieuhinderlijke bedrijven – op basis van milieucategorisering – aan de buitenrand van het terrein dienen te worden gesitueerd en de milieuhinderlijke bedrijven zover mogelijk vanaf de bebouwing 1.

4.2 S t a p s g e w i j z e d e z o n e r e n Overwogen kan worden om via een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan stapsgewijze te dezoneren op momenten dat belangrijke geluidproducenten ter plaatse hun activiteiten staken. De zone wordt dan per geval "ingekrimpt" vanwege het vervallen van het aandeel aan de geluidzone van het desbetreffende bedrijf.

Duidelijke voordelen van een stapsgewijze dezonering zijn niet aan te geven: • Aandachtspunt is de geluidbelasting boven de 55 dB(A) bij de te projecteren woningen langs het Zeglis. Uit rapport DF 2990-5-RA-004 is af te leiden dat maatregelen noodzakelijk zijn bij de twee belangrijkste geluidproducerende bedrijven, te weten Sterk Beton, Herculesstraat 47 en IJzerwerf Overdie Beheer B.V, Kitmanstraat 231. Een stapsgewijze benadering geeft geen voordelen boven een eenmalige (grote) stap in dezonering. • Indien na gedeeltelijke dezonering een kleiner industrieterrein ex Wgh met een kleinere geluidzone resteert is de functie van dit industrieterrein nog steeds om de vestiging van grote lawaaimakers hier te accommoderen. Dit lijkt echter niet aan de orde bij een keuze voor zoneverkleining bij bedrijfsbeëindiging. Zoals eerder gesteld ontbreekt hier feitelijk de grondslag voor het in stand houden van een gezoneerd industrieterrein.

Zoetermeer,

Deze notitie bevat 8 pagina's en 3 figuren.

1 Voor milieuzonering in het bestemmingsplan is de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering een belangrijk standaardwerk. Als gevolg van jurisprudentie heeft de publicatie bijna de status van 'pseudo-wetgeving' gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken. Uit jurisprudentie (zaaknummer 200809208/1/R1) blijkt ook dat de bouwstenen (richtafstandenlijst, omgevingstypen en functiemenging) correct moeten worden toegepast. DF 2990-9-NO-001 8

voorstel nieuwe zonegrens variant 1

bo uw plan

bo uw pl an

55 dB(A)

50 dB(A)

55 dB(A) 50 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

DF 2990-9-NO Figuur 1

voorstel nieuwe zonegrens variant 2

bo uw pla n

bo uw pl an

55 dB(A)

50 dB(A)

DF 2990-9-NO Figuur 2

voorstel nieuwe zonegrens variant 3

Geluidzonering bedrijventerrein Overdie

Inhoudsopgav e

Regels 3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels 4 Artikel 1 Begrippen 4

Hoofdstuk 2 Aanvullende regels 5 Artikel 2 Regels geluidzone 5

Hoofdstuk 3 Algemene regels 7 Artikel 3 Anti-dubbeltelregel 7

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 8 Artikel 4 Overgangsrecht 8 Artikel 5 Slotregel 9

2 Bestemmingsplan "Geluidzonering bedrijventerrein Overdie" (concept)

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 Plan Het bestemmingsplan Geluidzonering bedrijventerrein Overdie met identificatienummer NL.IMRO.0361.BP81007-0001 van de gemeente Alkmaar.

1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 Geluidzoneringsplichtige bedrijf Een inrichting, zoals genoemd in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld.

4 Bestemmingsplan "Geluidzonering bedrijventerrein Overdie" (concept)

Hoofdstuk 2 Aanv ullende regels

Artikel 2 Regels geluidzone

2.1 Geluidzone - industrie 1 Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie 1' betreffende de geluidzone van het bedrijventerrein Oudorp zijn de in onderstaande tabel beschreven artikelen onverminderd van toepassing. Bestemmingsplan Vastgesteld IDN Artikel Overdie, Omval en 16 mei 2013 NL.IMRO.0361.BP00012-0401 29 bedrijventerrein Oudorp' Noordhollands Kanaal 19 februari 2017 NL.IMRO.0361.BP00119-0305 10 Geluidzonering 25 maart 2021 NL.IMRO.0361.BP00170-0305 2.1 bedrijventerrein Oudorp

Voor het overige blijven de regels van bovengenoemde bestemmingsplannen onverminderd van kracht.

2.2 Geluidzone - industrie 2 Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie 2' betreffende de geluidzone van het bedrijventerrein Boekelermeer zijn de in onderstaande tabel beschreven artikelen onverminderd van toepassing. Bestemmingsplan Vastgesteld IDN Artikel Overdie, Omval en 16 mei 2013 NL.IMRO.0361.BP00012-0401 29 bedrijventerrein Oudorp' Noordhollands Kanaal 19 februari 2017 NL.IMRO.0361.BP00119-0305 10

Voor het overige blijven de regels van bovengenoemde bestemmingsplannen en de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan onherroepelijke vergunningen onverminderd van kracht.

2.3 Geluidzone - industrie te verwijderen Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie te verwijderen' vervalt de aanduiding 'geluidzone - industrie' behorende bij bedrijventerrein Overdie en de bijbehorende artikelen, zoals opgenomen in onderstaande tabel. Bestemmingsplan Vastgesteld IDN Artikel 'Overdie, Omval en 16 mei 2013 NL.IMRO.0361.BP00012-0401 29 bedrijventerrein Oudorp' 'Noordhollands Kanaal 19 februari 2017 NL.IMRO.0361.BP00119-0305 10 'Jaagpad Midden' 6 oktober 2011 NL.IMRO.0361.BP00005-0401 9 'Geluidzonering 25 maart 2021 NL.IMRO.0361.BP00170-0305 2.2 bedrijventerrein Oudorp'

Voor het overige blijven de regels van bovengenoemde bestemmingsplannen onverminderd van kracht.

Bestemmingsplan "Geluidzonering bedrijventerrein Overdie" (concept) 5

2.4 Overige zone - geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan a. Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan' zijn geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan; b. Voor het overige blijven de regels van de bestemmingsplannen 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp' 16 mei 2013 NL.IMRO.0361.BP00012-0401, 'Noordhollands Kanaal 19 februari 2017 NL.IMRO.0361.BP00119-0305', 'Geluidzonering bedrijventerrein Oudorp' 25 maart 2021 NL.IMRO.0361.BP00170-0305 onverminderd van kracht.

2.5 Overige zone - geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan a. Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan' zijn geen geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan. b. Voor het overige blijven de regels van de bestemmingsplannen 'Overdie, Omval en bedrijventerrein Oudorp', 16 mei 2013 NL.IMRO.0361.BP00012-0401 en 'Noordhollands Kanaal 19 februari 2017 NL.IMRO.0361.BP00119-0305', onverminderd van kracht.

2.6 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de 'Geluidzone - industrie 1' en 'Geluidzone - industrie 2' als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 te wijzigen c.q. op te heffen, indien dat vanwege een verandering in de feitelijke situatie mogelijk of noodzakelijk is. b. Aan deze wijziging zoals bedoeld in sub a dient een akoestisch onderzoek ten grondslag te liggen. c. Het bepaalde in 2.2 is op de wijziging van overeenkomstige toepassing.

6 Bestemmingsplan "Geluidzonering bedrijventerrein Overdie" (concept)

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 3 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Geluidzonering bedrijventerrein Overdie" (concept) 7

Hoofdstuk 4 Ov ergangs- en slotregels

Artikel 4 Overgangsrecht

4.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

4.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

8 Bestemmingsplan "Geluidzonering bedrijventerrein Overdie" (concept)

Artikel 5 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Geluidzonering bedrijventerrein Overdie'.

Bestemmingsplan "Geluidzonering bedrijventerrein Overdie" (concept) 9

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13522229/1