231019 Bijlage 2 Rapport TP 2018 openbaarmaking
Tekst van het document
Geheimhouding opgeheven door de gemeenteraad op 19 oktober 2023 Geheimhouding opgelegd door burgemeester en wethouders op 6 oktober 2020
Geheimhouding bekrachtigd door de gemeenteraad op 27 oktober 2020
project Stedelijk Museum Alkmaar 2e concept
datum projectnummer referentie 24 augustus 2018 2018.308 AB0913/Te/Gt
Projectplan Project SMA 3.0 Inleiding Het Stedelijk Museum Alkmaar (SMA) heeft de afgelopen jaren regelmatig tentoonstellingen gepro- grammeerd met bruiklenen uit nationale en internationale collecties. Daarvoor zijn in aansluiting op de eisen die bruikleengevers stellen aan de kwaliteit van de ruimten waar hun collectie tentoon wordt gesteld tijdelijke en ook permanente maatregelen getroffen. Dit zijn maatregelen van zowel organisatorische, bouwkundige en/of installatietechnische aard. Deze factoren zijn met elkaar bepa- lend voor de kwaliteit van de beveiliging in een museum. De komende jaren heeft het museum am- bitieuze tentoonstellingsplannen met zeer kostbare bruiklenen uit internationale topcollecties. Dit houdt in dat er wederom eisen worden verwacht vanuit bruikleengevers, met name op het gebied van beveiliging tegen diefstal en vandalisme. Dit houdt in dat het tijd is om de kwaliteiten van het muse- umgebouw op het gebied van beveiliging grondig te beoordelen. Aan de hand van een dergelijke be- oordeling dient te worden bepaald op welke wijze het gebouw en de installaties op een structurele wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor de eisen van nu.
Door het SMA is daartoe in eerste instantie opdracht gegeven aan ToornendPartners om de bouw- kundige braakwerendheid te onderzoeken. In aansluiting op de bevindingen van dat onderzoek is vervolgens aan Valstar Simonis opdracht gegeven om de noodzakelijke installatietechnische maatre- gelen in beeld te brengen, kijkende naar de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de bestaande in- stallaties. Deze beide externe rapporten geven aan dat er op zowel het bouwkundige vlak als ook in- stallatietechnisch vlak aanpassingen en aanvullingen noodzakelijk zijn. Zoals is aangegeven is be- veiliging ook een kwestie van organisatie: beveiligingsprotocollen en werkwijzen bepalen in grote mate hoe goed de beveiliging is. Voor SMA geldt daarbij de bijzonderheid dat het gebouw wordt ge- deeld met andere gebruikers. Dit is een specifiek risico dat bij de beveiliging betrokken moet wor- den. De organisatorische aspecten zijn lopende de genoemde externe onderzoeken door de interne organisatie in kaart gebracht. Daarbij is benoemd welke processen ondervangen dienen te gaan wor- den in protocollen en dergelijke.
In deze notitie worden, na een korte uitleg over de principes van museumbeveiliging de uitkomsten van de externe onderzoeken samengevat gepresenteerd. Aan de hand van de ramingen van de ex- terne adviseurs wordt vervolgens aangegeven wat de totale verwachte investering is, zowel kijkende naar de directe als de indirecte kosten. Tot slot wordt een doorkijk geschetst naar de vervolgstappen mocht een positief besluit genomen worden tot implementatie van de maatregelen.
1/7
Principes museumbeveiliging Beveiliging in een museum is gericht op het behoud van de collectie. Een belangrijke taak van mu- sea in het algemeen is immers het beheren van cultureel erfgoed en het behouden van erfgoed voor toekomstige generaties. In het adviesrapport van Valstar Simonis met betrekking tot de beveiligings- installaties (NOT002, d.d. 28 juni 2018) worden de principes van collectieveiligheid geschetst. Deze zijn hieronder overgenomen.
Als eerste is beveiliging gericht op een breed scala aan bedreigingen, zoals: − wateroverlast; − brandschade (vuur en rook); − klimaat (temperatuur en vochtigheid); − licht; − diefstal en vandalisme; − ongedierte; − inbreuk op ICT systemen.
De scope van de vraagstelling van het SMA beperkt zich tot het beveiligen tegen de bedreigingen van in de categorie ‘diefstal en vandalisme’. Zoals ook in de inleiding is aangegeven, zijn er ver- schillende soorten maatregelen die met elkaar een optimaal functionerende beveiliging bewerkstelli- gen. Alle soorten zijn nodig en alleen een evenwichtige, goed op elkaar afgestemde serie maatrege- len resulteert in goede beveiliging. Het gaat om de onderstaande, in zekere mate volgordelijke, serie aan maatregelen (OBER): − Organisatorische maatregelen (O); − Bouwkundige maatregelen inclusief compartimentering (B); − Elektrotechnische maatregelen inclusief signalering (E); − Respons (R). Anders dan de Organisatorische maatregelen die vooraf bedacht zijn en actief zijn, gaat het hier om de opvolging door bijvoorbeeld de politie of een beveiligingsbedrijf van een specifiek incident na signalering. Deze externe factor maakt geen deel uit van de eigen maatre- gelen, maar het is wel medebepalend voor bijvoorbeeld de benodigde vertragingstijd bij pogin- gen tot inbraak.
De serie maatregelen wordt bepaald aan de hand van een risicoanalyse. Ten aanzien van diefstal en vandalisme gaat het om de kans op: − Inbraak. − Roofovervallen. − Gelegenheidsdiefstal door bezoekers. − Interne diefstal. − Vandalisme. − Terreur.
Stedelijk Museum Alkmaar – Projectplan Project SMA 3.0 – 2018.308/AB0913/Te 2/7
In de risicoanalyse wordt beoordeeld wat de impact is, of te wel het gevolg van het optreden van bij- voorbeeld een inbraak. Voor ieder museumgebouw zijn in principe dezelfde risico’s aanwezig. De aard en omvang van de benodigde beheersmaatregelen worden bepaald door de locatie en uiteraard de waarde van collectie zelf.
Voor de externe onderzoeken is het uitgangspunt meegegeven dat de maatregelen ‘B’ en ‘E’ sober en doelmatig moeten zijn, waarbij goed gekeken dient te worden naar de effecten op lange termijn. Voor zover mogelijk in dit vroege stadium is ook gevraagd om ook rekening te houden met het ef- fect van de maatregelen op de exploitatiekosten, zowel organisatorisch als qua onderhoud. De bevei- ligingsmaatregelen moeten passend zijn bij het museum, de collectie en ook bij de museumorganisa- tie. De beide onderzoeksrapporten vangen daarom aan met een analyse van de bestaande situatie be- trekking hebbend op de te onderzoeken scope. Hierna wordt eerst het onderzoek van ToornendPart- ners met betrekking tot de bouwkundige maatregelen weergegeven en vervolgens het onderzoek van Valstar Simonis met betrekking tot de installatietechniek.
Onderzoeksresultaten ‘B’ ToornendPartners heeft de opdracht ontvangen om de inbraakwerendheid van het museum te analy- seren. Op basis van de analyse is een advies gevraagd over de benodigde bouwkundige maatregelen om de inbraakwerendheid van het museum te verbeteren. Dit houdt in dat primair de weerstands- klasse van het gebouw bekeken is.
Om te bepalen welke weerstandsklasse vereist is, is een analyse uitgevoerd van het museum en de omgeving. Het museum is samen met de bibliotheek en Artiance ondergebracht in een complex. Deze twee functies hebben andere gebruikstijden en een geringere aantrekkelijkheid voor inbrekers. Omdat het museum zelf geen invloed heeft op het beveiligingsniveau van die andere functies, is als uitgangspunt genomen dat de ruimten van de bibliotheek en Artiance als buitenruimte worden be- schouwd. Beide functies hebben op verschillende niveaus fysieke verbindingen met het museum.
Uit de verstrekte bouwkundige en technische gegevens blijkt niet dat een bepaalde mate aan inbraak- werendheid in de ontwerp- en bouwfase een eis is geweest. Er zijn ook geen certificaten van de in de bouw toegepaste producten, die dit aantonen. Geconcludeerd is dat het museum geen betere inbraak- werendheid heeft dan een standaardgebouw, zoals een woning.
De inbraakwerendheid wordt uitgedrukt in een weerstandsklasse met een schaal van 1 tot en met 6, volgens de NEN-EN 1627:2011. Welke weerstandsklasse voor het museum van toepassing zou moe- ten zijn, hangt zoals hierboven is aangegeven af van het risico op inbraak en ontvreemding van ob- jecten. Ook is het afhankelijk van de responstijd, of te wel de tijd die de politie nodig heeft om na het detecteren van een inbraak(poging) ter plaatse te zijn. Snelle detectie met elektrotechnische in- stallaties is een vereiste. De aanwezigheid van gepaste en goed functionerende beveiligingsinstalla- ties is in het onderzoek als uitgangspunt gehanteerd.
Op basis van het meest reële scenario voor de responstijd, is bepaald dat een weerstandtijd vereist is van 10 minuten. Een inbreker moet na detectie minimaal 10 minuten vertraagd worden voordat hij bij de collectie is. Deze weerstandtijd komt volgens de NEN uit op weerstandsklasse 4 (WK 4).
Stedelijk Museum Alkmaar – Projectplan Project SMA 3.0 – 2018.308/AB0913/Te 3/7
Voor het toepassingsbereik van deze klasse wordt geen onderscheid gemaakt tussen soorten tentoon- stellingsruimten. Alle museale ruimten worden, mede in het kader van toekomstbestendigheid gelijk behandeld.
Uit het onderzoek blijkt dat het museumgebouw nergens voldoet aan de vereiste weerstandsklasse 4. Om aan te geven op welke posities verbetering nodig is, is op de plattegrond en in de doorsneden een zonering c.q. een te beschermen schil voorgesteld. Alle openingen waarvan vaststaat dat ze niet aan de WK 4 eis voldoen, zijn in kaart gebracht en genummerd. Aan de hand van relevante norm- stellingen is vervolgens de bereikbaarheid van elke zwakke plek beoordeeld. Twee zwakke plekken zijn beoordeeld als onbereikbaar. Daardoor zijn voor deze posities geen maatregelen voorgesteld.
Er zijn in totaal 19 bouwkundige elementen benoemd waar functionele verbetering noodzakelijk wordt geacht om aan de vereiste weerstandsklasse te voldoen. Voor de elementen wordt verwezen naar het vertrouwelijke onderzoeksrapport. Per element zijn mogelijke maatregelen geconcretiseerd, met ook een aantal alternatieven gegeven om de inbraakwerendheid op het vereiste niveau te breng- gen. Opgemerkt wordt dat de alternatieven over het algemeen duurder zijn dan de basismaatregelen die in het onderzoeksrapport zijn uitgewerkt. Conform de vraagstelling vanuit het SMA is voor ieder element voor de meest doelmatige en kosteneffectieve maatregel gekozen.
Onderzoeksresultaten ‘E’ SMA heeft aan Valstar Simonis opdracht gegeven om de bestaande beveiligingsinstallaties te onder- zoeken en te beoordelen. Op basis van de beoordeling van de bestaande installaties is gevraagd een advies uit te brengen over de noodzakelijke maatregelen. Gelet op de leeftijd van het gebouw, 17 jaar, hebben de installaties grotendeels het einde van de technische levensduur bereikt en komen deze voor vervanging in aanmerking. Het gaat echter, onder andere door de eisen die door bruikleen- gevers worden gesteld en ook de resultaten uit het onderzoek naar de noodzakelijke verbeteringen van de bouwkundige schil ook om een functionele uitbreiding- en verbeteringsslag. De huidige in- braakdetectie installatie beperkt zich bijvoorbeeld tot het detecteren van personen in het gebouw ná het doorbreken van een beveiligingsschil. Zowel de inbraakdetectie als toegangscontrolesysteem zijn verouderd. De CCTV en de inbraakdetectie zijn thans niet gekoppeld waardoor een alarmsituatie niet leidt tot automatisch weergeven van beelden of het in de juiste positie bewegen van de ‘dome’ camera’s. Er is daarbij ook geen enkele vorm van verificatie van camerabeelden gekoppeld met be- wuste toegangsverlening door de beveiliging.
Conform verzoek is het advies van Valstar in eerste instantie toegespitst op de noodzakelijke aanpas- singen en verbeteringen met betrekking tot de inbraakdetectie en de toegangscontrole. Bij dat laatste is ook het gegeven van medegebruikers in het gebouw van belang. In tweede instantie is ook de CCTV installatie aan de scope toegevoegd. Ook op dat vlak wordt verbetering noodzakelijk geacht en er dient te worden bedacht dat beveiligingsinstallaties in functionele zin aan elkaar gekoppeld zijn. Een beveiligingsmedewerker heeft beeld nodig bij een signalering op een bepaalde plek. Alleen dan kan de passende respons gegeven worden. Dit houdt in dat CCTV vaak gericht is, of kan wor- den, op waar de inbraakdetectie een melding geeft. Gelet op deze functionele samenhang tussen be- veiligingsinstallaties, maar ook brandveiligheidsinstallaties, adviseert Valstar Simonis naast de ver- beterslag op de verschillende onderdelen, ook een overkoepelende installatie, een Security Manage- ment Systeem (SMS), toe te voegen. Een SMS zorgt voor de benodigde koppeling en samenhang tussen de afzonderlijke installatiedelen.
Stedelijk Museum Alkmaar – Projectplan Project SMA 3.0 – 2018.308/AB0913/Te 4/7
Een SMS biedt volgens het rapport van Valstar Simonis diverse mogelijkheden, zoals: − een melding van een geopende nooddeur veroorzaakt het activeren van de dichtstbijzijnde CCTV camera, die automatisch in de juiste richting en zoomstand wordt gebracht; tevens wordt het betreffende camerabeeld direct op een alarmmonitor getoond; − een brandmelding wordt getoond op een plattegrond van de betreffende verdieping, zodat direct een gerichte verificatie kan worden uitgevoerd; − een medewerker die zich via de video intercom meldt bij de sluis wordt toegang verleend door de beveiligingsmedewerker in de meldkamer.
Voor de elektrotechnische maatregelen beschouwd Valstar Simonis maatregelen op de onderstaande vlakken: − schilbeveiliging; − interne beveiliging; − objectbeveiliging.
De schilbeveiliging dient om de toegang tot de expeditie ruimte en het gebouw te controleren: − gecontroleerd toegang verlenen via de voor dit doel bestemde ingang(en) van het gebouw; − oneigenlijke toegang voorkomen via gevelopeningen, ramen, nooduitgangen, et cetera, samen- gevat onder de noemer “inbraak”.
De interne beveiliging is bedoeld om te garanderen dat: − bezoekers personeelsgebonden ruimten niet ongeautoriseerd kunnen betreden; − bepaalde ruimten alleen betreedbaar zijn voor daartoe geautoriseerd personeel; − verkeersruimten worden bewaakt; − de beveiligingsinstallaties worden bewaakt (tegen sabotage, brand, technische storingen, hacken).
Tot slot is de objectbewaking erop gericht om te garanderen dat slechts geautoriseerde personeelsle- den toegang krijgen tot specifieke verkeersgebieden, ruimten of de objecten in de collectie zelf.
Volgend uit de analyse van Valstar Simonis van deze vlakken en aan de hand van hun beoordeling van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de bestaande installaties, is advies uitgebracht over de aard en omvang van de aanpassingen en de toe te passen middelen. Het gaat daarbij om elemen- ten zoals toegangscontrole met elektrische sloten, kaartleessystemen, een intercomsysteem met beeldverificatie, camera’s en diverse soorten signaleringen. Waar mogelijk, al is dit in omvang be- perkt, is rekening gehouden met hergebruik van bestaande middelen. Voor de exacte aard en om- vang van de door Valstar Simonis noodzakelijk geachte maatregelen, wordt verwezen naar het ver- trouwelijke rapport.
Verwacht investeringskostenniveau Van de voorgestelde B en E maatregelen zijn door de betreffende adviseurs de directe kosten ge- raamd. De omvang van de door ToornendPartners aanbevolen scope aan aanpassing komt uit op een afgerond bedrag van € 320.000 aan directe kosten exclusief btw.
Stedelijk Museum Alkmaar – Projectplan Project SMA 3.0 – 2018.308/AB0913/Te 5/7
Hierbij is nog geen rekening gehouden met detectiemiddelen (bijvoorbeeld de sloten die door Val- star Simonis ondervangen zijn) en er is ook nog geen rekening gehouden met kosten voor sloop, de- montage en eventuele aanvullende bouwkundige voorzieningen. De door Valstar Simonis aanbevo- len scope komt uit op afgerond € 330.000 exclusief btw.
Met deze bedragen als basis voor de directe kosten is door ToornendPartners een globale raming van de verwachte investeringskosten opgesteld. Deze investeringskostenraming (AB0916) is als bijlage 1 bijgevoegd. Hierna worden enkele hoofdpunten toegelicht.
Ter aanvulling op deze ramingen wordt rekening gehouden met een bedrag voor sloop, demontage en voor bouwkundige voorzieningen ten behoeve van de installaties, waaronder het gecertificeerd brandwerend afdichten van doorvoeren. Ook dienen herstelwerkzaamheden uitgevoerd te worden. Voor de omslag naar investeringskosten is vooralsnog het uitgangspunt dat de maatregelen in een keer c.q. aaneengesloten uitgevoerd worden. In kostentechnisch opzicht is dit in alle gevallen het meest voordelig. Fasering, wat uiteraard wel technisch mogelijk is, brengt immers herhaling van be- paalde startkosten met zich mee (tijdelijke voorzieningen, aanvullende advieskosten en dergelijke). Voor de investeringskosten dient verder ook rekening te worden gehouden met kosten voor ontwerp, advies en begeleiding. Hier wordt, uitgaande van de in deze notitie aangegeven scope, rekening ge- houden met een toeslag van 25%. Voor reeds gemaakte plankosten wordt er nog € 50.000 bijgeteld.
Gelet op de benodigde nadere uitwerking van de maatregelen op bouwkundig (ook raakvlakken met de architectuur) en het feit dat aanpassing van een bestaande situatie verrassingen kan opleveren in de uitvoering, wordt voorts aanbevolen om vooralsnog rekening te houden met een risico-opslag van 15% over de directe kosten en de advieskosten. Er wordt verder uitgegaan van gebruikelijke bijko- mende kosten en ook met een opslagpercentage voor loon- en prijsstijgingen. Opgemerkt wordt dat er geen rekening is gehouden met exploitatie gerelateerde kosten zoals interne personele kosten of omzetderving door sluiting van het museum.
Dit alles brengt het totaal aan verwachte investeringskosten voor de omvang aan maatregelen zoals deze volgen uit de externe onderzoeksrapporten op afgerond € 1.151.000 exclusief btw.
Omdat de museumorganisatie het gebouw van de gemeente Alkmaar huurt, is voor zover mogelijk gekeken naar een verdeling van kosten, zoals daar bij voorbeeld bij het onderhoud sprake van is. Hierdoor zijn de afspraken met betrekking tot onderhoudskosten bekeken in de huurovereenkomst. Hoewel de betreffende bijlage ontbreekt, zijn volgens de overeenkomst kosten voor de volledige vervanging van installaties voor de verhuurder, met een verwijzing naar de MJOP. In de MJOP zal derhalve nagegaan moeten worden welk vervangingsonderhoud is voorzien. Opgemerkt wordt ech- ter dat er alleen voor een deel sprake is van een onderhoudsopgave. Onderhoud plegen is immers ge- richt op de instandhouding van bestaande functionaliteit. De kern van deze beveiligingsopgave is juist het uitbreiden en ook veranderen van bestaande functionaliteit. Hierdoor maken niet alle onder- delen, ook niet de onderdelen waarvoor het reguliere onderhoud voor de huurder is zoals hang en sluitwerk en binnendeuren, onderdeel uit van gepland c.q. reeds voorzien en gebudgetteerd onder- houd. Aan de hand van MJOP gegevens van de gemeente en ook van het museum zelf, zal te zijner tijd beoordeeld moeten worden welke middelen (op termijn) reeds beschikbaar zijn als dekking en voor welk bedrag een separaat investeringsbedrag aangesproken dient te worden.
Stedelijk Museum Alkmaar – Projectplan Project SMA 3.0 – 2018.308/AB0913/Te 6/7
Zoals is aangegeven is fasering van de implementatie van maatregelen een mogelijkheid. Het vergt echter nader onderzoek en ook nadere afstemming tussen de soorten maatregelen om per fase c.q. demarcatielijn te komen tot een goed werkend functioneel deelpakket aan maatregelen. Desinveste- ring dient te allen tijde te worden voorkomen.
Vervolgstappen en planning Zoals hiervoor is aangegeven, dient na de onderzoeksfase die nu doorlopen is nog nadere uitwerking plaats te vinden. Bij positieve besluitvorming kan pas aan de hand van de beschikbare middelen en een eventueel benodigde fasering de exacte aard en omvang van het project gedefinieerd worden. Dan wordt ook duidelijk wat de exacte kosten worden – uiteraard passend binnen de beschikbare middelen – dan kan de projectplanning worden bepaald en dan kan ook worden bepaalde welke in- breng van adviespartijen benodigd is om het project in uitvoering te kunnen gaan nemen. Er zullen ontwerp en engineeringstekeningen vervaardigd moeten worden van zowel de bouwkundige elemen- ten als de installatietechnieken om goede overeenkomsten van levering te kunnen sluiten. In dat ka- der dient ook te worden bepaald wat de beste strategie is voor de uitvoering: worden het meerdere aan te besteden percelen of wordt gewerkt met een hoofdaannemer die alle uitvoeringswerkzaamhe- den verzorgt?
Al deze aspecten kunnen in een Plan van Aanpak voor het project uitgewerkt worden. Na positieve besluitvorming is het de verwachting dat de uitwerking tot contractstukken circa vier maanden in be- slag zal nemen. Voor de contractvorming wordt zes maanden doorlooptijd gerekend. Nog niet be- kend is in hoeverre de implementatie van de maatregelen vergunningplichtig zijn. Dit dient nog te worden onderzocht, maar aangenomen wordt dat de procedure parallel aan de prijs- en contractvor- ming verloopt. Voor de uitvoeringsperiode gaat het SMA uit van vier maanden. Na positieve besluit- vorming is het daarmee de verwachting dat de totale doorlooptijd van het project 14 maanden zal zijn.
Stedelijk Museum Alkmaar – Projectplan Project SMA 3.0 – 2018.308/AB0913/Te 7/7
SMA 3.0, Alkmaar
datum : 24 augustus 2018 referentie : 2018.308/AB0916/Te/Gt
GLOBAAL INVESTERINGSKOSTENOVERZICHT - 2e concept
Uitgangspunten Prijspeil juni 2018 Voorbereiding na positieve besluitvorming, 4 maanden (eerste kwartaal 2019) Prijs en contractvorming, 6 maanden Uitvoering 4 maanden (eerste kwartaal 2020) Museum gesloten tijdens uitvoering Volledige uitvoering in aaneengesloten periode
Samenvatting investeringskosten 1.* Bouwkosten 725.000 2.* Bijkomende kosten 17.769 3.* Interieur - 4.* Ontwerp, advies en begeleiding 236.000 5.* Financieringskosten 4.833 6.* Onvoorzien en kostenstijgingen 167.000 7.* Kosten inzet eigen organisatie - 8.* Startkosten - 9.* Tijdelijke maatregelen - Totaal benodigd investeringskostenbudget excl. btw 1.150.602 btw 21% 241.000 Totaal benodigd budget inclusief btw 1.391.602
1/3
SMA 3.0, Alkmaar
datum : 24 augustus 2018 referentie : 2018.308/AB0916/Te/Gt
GLOBAAL INVESTERINGSKOSTENOVERZICHT - 2e concept
Uitgangspunten Prijspeil juni 2018 Voorbereiding na positieve besluitvorming, 4 maanden (eerste kwartaal 2019) Prijs en contractvorming, 6 maanden Uitvoering 4 maanden (eerste kwartaal 2020) Museum gesloten tijdens uitvoering Volledige uitvoering in aaneengesloten periode
Gedetailleerd overzicht investeringskosten 1.* Bouwkosten 1.1 Bouwkundige maatregelen 320.000 1.2 Elektrotechnische maatregelen 330.000 1.3 Sloop, demontage en voorzieningen 50.000 1.4 Herstel 25.000 Subtotaal Bouwkosten 725.000 2.* Bijkomende kosten 2.1 Omgevingsvergunning en leges 2,13% 1.* 14.769 2.5 Verzekeringen 0,4% 1.* 3.000 Subtotaal Bijkomende kosten 17.769 3.* Interieur 3.1 vaste en losse inrichting - Subtotaal Interieur - 4.* Ontwerp, advies en begeleiding 4.1 Vooronderzoek, reeds verricht 50.000 4.2 Advies en begeleiding 25% 1.*; 2.*; 3.* 186.000 bouwkundige en architectonische uitwerking elektrotechnische uitwerking constructieadvies brandveiligheidsadvies projectmanagement en directievoering advies en begeleiding aanbesteding toezicht tijdens de bouw Subtotaal Ontwerp, advies en begeleiding 236.000
2/3
SMA 3.0, Alkmaar
datum : 24 augustus 2018 referentie : 2018.308/AB0916/Te/Gt
GLOBAAL INVESTERINGSKOSTENOVERZICHT - 2e concept
Uitgangspunten Prijspeil juni 2018 Voorbereiding na positieve besluitvorming, 4 maanden (eerste kwartaal 2019) Prijs en contractvorming, 6 maanden Uitvoering 4 maanden (eerste kwartaal 2020) Museum gesloten tijdens uitvoering Volledige uitvoering in aaneengesloten periode
5.* Financieringskosten 5.1 Rentekosten voorbereiding 1,8% 2.*; 4.* 2.500 5.2 Rentekosten uitvoering 1,8% 1.*; 3.* 2.333 5.3 Derving bij sluiting p.m. Subtotaal Financieringskosten geen btw 4.833 6.* Onvoorzien en kostenstijgingen 6.1 Risicotoeslag en onvoorzien 15% 1.*; 2.*; 3.*; 4.* 147.000 6.2 Loon en prijsstijgingen 2% 1.*; 3.*; 4.* 20.000 Subtotaal Onvoorzien en kostenstijgingen 167.000 7.* Kosten inzet eigen organisatie 7.1 Bureau opdrachtgever p.m. Subtotaal Kosten inzet eigen organisatie - 8.* Startkosten 8.1 Schoonmaakkosten post p.m. 8.2 Publiciteit post p.m. 8.3 Openingskosten post p.m. Subtotaal Startkosten - 9.* Tijdelijke maatregelen 9.1 Verhuizing kunst post p.m. 9.2 Opslag tijdelijk post p.m. 9.3 Tijdelijke beveiligingsmaatregelen post p.m. 9.4 Tijdelijke bescherming gebouw post p.m. Subtotaal Tijdelijke maatregelen -
3/3