20210903 Historische Vereniging Alkmaar - Brief gemeenteraadscommissie Ruimte
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad van Alkmaar Postbus 53 1800 BC Alkmaar Alkmaar, 3 september 2021
Betreft: Bloemwijk: onderzoeksrapport TPAHG en vaststelling bestemmingsplan
Geachte leden van de gemeenteraad,
Aanstaande dinsdag behandelt u in de Gemeenteraadscommissie Ruimte het bestemmingsplan Bloemwijk. Met haar voorstel geeft het college van B&W geen gehoor aan ons voorstel om het cultuurhistorisch meest waardevolle kwadrant van 31 woningen te behouden en in ere te herstellen. Daarmee honoreert het college evenmin de strekking van uw motie ‘Behoud de Tuindorp gedachte Bloemwijk’ van 29 april jl.. Mét van Alckmaer blijft het college van mening dat Bloemwijk helemaal gesloopt moet worden. Wij doen in deze brief nogmaals een beroep op u om het tij te keren door voor 31 (=18%) van de woningen de cultuurhistorie te laten prevaleren, daarmee de identiteit van Bloemwijk te behouden en extra kwaliteit aan de te vernieuwen wijk toe te voegen.
We zullen hier niet alle eerder aangedragen argumenten herhalen. We verwijzen u naar de door ons op het ontwerp bestemmingsplan aangedragen zienswijzen d.d. 22 februari 2021, onze brief met bijlagen van 25 maart jl. met het voorstel om het kwadrant een monumentale status te geven en onze brief van 8 mei 2021 inzake de uitvoering van de motie ‘Behoud de Tuindorp gedachte Bloemwijk’. In aanvulling hierop reageren we bij dezen nog wel op het onderzoek van TPAHG en op de beantwoording van de zienswijzen.
1. Rapport TPAHG Eerst iets over de totstandkoming van dit rapport. In de laatste alinea van de inleiding lezen we dat de reacties van de betrokken partijen op de concept rapportage zijn meegenomen. Dat geldt nadrukkelijk niet voor die van de erfgoedorganisaties en dat verwondert des te meer, omdat aan het slot van de conclusies van TPAHG een belangrijkere rol voor de erfgoedorganisaties wordt bepleit. We stellen wel vast dat het definitieve rapport hier en daar afwijkt van het concept. Met name daar waar het gaat om de gevolgen voor de stedenbouwkundige kwaliteit bij behoud van het kwadrant wijkt de definitieve tekst sterk af van de oorspronkelijke. In het concept plaatst TPAHG daar genuanceerd een vraagteken bij. Het definitieve rapport is daar uitgesproken negatief over met de suggestie dat er van alles opnieuw ontworpen moet worden om tot een leefbare en groene wijk te komen. Hieronder geven we aan dat daar beslist geen sprake van is.
Dan naar het goede nieuws.
1
De belangrijkste zin uit de rapportage van TPAHG in haar conclusies luidt: “Ja, voor het kwadrant van 31 woningen binnen het complex 201 is een alternatieve uitkomst mogelijk. De woningen kunnen worden behouden middels renovatie en verduurzaming.” Dat is het positieve antwoord op het eerste verzoek van de gemeenteraad in uw motie van 29 april. TAPGH onderschrijft daarbij onze becijfering van het totaal aantal woningen: dat blijft per saldo gelijk, met in ons voorstel 6 grondgebonden woningen meer en 6 appartementen minder.
De belangrijkste kanttekening van TAPGH betreft de stedenbouwkundige kwaliteit van het gebied tussen Hulststraat en Tulpstraat. We noemden dat hierboven al. Maar de opmerkingen daarover zijn ons inziens onjuist. Het betreffende blok is exact 40 meter diep en dat betekent dat de appartementen geen 12, zoals TPAHG veronderstelt, maar ca. 16 meter uit elkaar zullen staan. Dat is ruimschoots voldoende. Temeer omdat de appartementen weliswaar drie lagen tellen, maar de gevel vanaf de derde laag een knik naar binnen maakt. De fictieve goothoogte is daarmee 6 meter. Als vergelijk; de bestaande straten zijn 10 meter breed met een goot op 5,5 meter hoogte. Als tegemoetkoming aan de bewoners aan de overzijde van de Tulpstraat zou die straat nog twee meter breder gemaakt kunnen worden, waarmee tussen de appartementen nog 14 meter ruimte blijft. We wijzen nogmaals op de schets dei wij lieten maken door architect Rob de Vries waarin de nieuwbouw en het te behouden kwadrant in één stedenbouwkundig plan verenigd zijn.
Het enige kwalitatieve verschil tussen de te behouden woningen en nieuwbouw is dat de nieuwbouw volgens TPAHG 2 á 3 m2 woonoppervlak meer zal hebben. Dat is niet significant. Daarnaast zal bij renovatie de energetische kwaliteit niet het A+++ label halen, maar label B. Dat is inderdaad minder, maar wel in overeenstemming met de afspraak die de gemeente en corporaties begin dit jaar in de prestatieafspraken hebben gemaakt. En het is een concessie die bij behoud van erfgoed vaak gedaan wordt. Conclusie: stedenbouwkundig geen bezwaar - mét dus behoud van de Hulststraat en de bijzondere stedenbouwkundige kwaliteit van het kwadrant - een gelijk aantal woningen, iets minder vierkante meters per woning en een iets mindere maar nog steeds zeer verantwoorde energetische kwaliteit. Dus ja, voor het kwadrant is er dit alternatief.
In het rapport van TPAHG worden de onderzoeken van Bouwhulp en Pieters beide zorgvuldig genoemd. Tegelijk is duidelijk dat het onderzoek van Bouwhulp meer doortimmerd en volledig is. En Bouwhulp kwam voor complex 204 niet uit op sloop, maar renovatie. Voor complex 201 - waaronder het kwadrant - is geen second opinion voorhanden. Met betrekking tot de financiën stelt TPAHG op basis van eigen ervaringen dat de kosten van nieuwbouw en ingrijpende restauratie in dezelfde orde van grootte liggen. Op basis van deze financiële afweging noemt TPAHG de keuze van Van Alckmaer voor nieuwbouw alleen maar begrijpelijk. Niet vanzelfsprekend, laat staan onvermijdelijk. Met andere (onze) woorden: de keus voor restauratie zou even begrijpelijk zijn.
2. Volkshuisvesting tegenover cultuurhistorie? In de vraagstelling wijdt TPAHG woorden aan de belangenafweging tussen de cultuurhistorische waarden enerzijds en de volkshuisvestelijke (betaalbaarheid, duurzaamheid, woongenot) anderzijds. Die afweging is reëel, maar wij benadrukken dat in plan Bloemwijk die afweging sowieso al 143 keer uitvalt in het voordeel van de volkshuisvesting ten kosten van de cultuurhistorie. In dat licht is het evenwichtig om voor de andere, meest waardevolle 31 woningen (18% van het totaal) extra gewicht te geven aan de cultuur historie.
2
Overigens, u kunt er ook nog anders naar kijken. De gemeente wil 1.000 nieuwe woningen per jaar bouwen, waarvan zo’n 250 in de sociale huur. In samenwerking met de gemeente kan Van Alckmaer overal elders in Alkmaar dus heel veel nieuwe woningen bouwen in precies de gewenste kwaliteit. Die ambitie wordt door niets in de weg gestaan, laat staan door enig cultuurhistorisch belang. Er is in Alkmaar dus geen sprake van een tegenstelling tussen nieuwe sociale huurwoningen en behoud van historisch erfgoed. Gezien ook de uitstekende financiële positie van de corporatie hebben Van Alckmaer en de gemeente samen alle middelen en mogelijkheden om beide belangen te dienen.
3. Beantwoording zienwijze In de beantwoording van de zienswijzen betoogt het college dat het bij de vaststelling van een bestemmingsplan niet aan de gemeente is om te beoordelen of het ook anders en beter kan, maar of het voorliggende plan acceptabel is. Dat is een minimale opvatting over de rol van de gemeente waar het gaat om te behouden cultureel erfgoed. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt immers bij uitstek bij de gemeente en niet bij de ontwikkelaar. Bovendien, in het collegevoorstel wordt wel degelijk kleur gekozen met het nadrukkelijke pleidooi vóór het plan van de corporatie. Tegen de adviezen van SteenhuisMeurs én dat van TPAHG in! Een paar voorbeelden.
• We citeren: ‘Uit dit onderzoek, waarop op verzoek van de bewoners van het plangebied een second opinion heeft plaatsgevonden, is gebleken dat de keus voor volledige sloop en nieuwbouw de beste is.” En iets verder heet het zelfs dat “Deze beide onderzoeken komen tot de conclusie dat sloop/nieuwbouw de enige optie is.” Dat is twee keer onwaar. Alleen voor complex 204 heeft een second opinion plaatsgevonden (door Bouwhulp). Met als uitkomst het advies voor renovatie in plaats van sloop. • Iets verder: “De gemeente heeft geen aanleiding te twijfelen aan de uitkomsten van deze onderzoeken en hanteert daarom als uitgangspunt dat sloop van alle woningen de enige optie is.” Ook dat is dus onjuist en wordt nu ook in de conclusies van TPAHG tegengesproken: “Ja, voor het kwadrant van 31 woningen binnen het complex 201 is een alternatieve uitkomst mogelijk.” Zie hierboven. • Uit het rapport SteenhuisMeurs worden door het college zeer selectief enkele passages aangehaald. Daar staat een overvloed aan waardering in hetzelfde rapport tegenover. Uit het rapport van SteenhuisMeurs blijkt juist een hoge waardering voor Bloemwijk. We verwijzen daarvoor kortheidshalve naar onze brief van 25 maart met het voorstel om het kwadrant een monumentale status te verlenen. • In haar pleidooi voor het plan van Van Alckmaer schiet het college nogal door.
Het college stelt dat de nieuwbouw op de plek van complex 204 (het zuidelijker deel van Bloemwijk) meer op een tuindorp lijkt dan de huidige situatie. Dat is misschien nog te verdedigen. Maar dat de sloop van het kwadrant daarbij zou passen is echt heel vreemd. Zo goed als het ook nogal pretentieus is om te schrijven dat door de nieuwbouw het aspect ontmoeten in Bloemwijk beter tot zijn recht komt. Alsof de bewoners van Bloemwijk daar ooit moeite mee hebben gehad. • Over de volkshuisvestelijke ambities schrijft het college dat behoud van het kwadrant daarmee in strijd is want “daarmee zou bijvoorbeeld het appartementengebouw Hulsthof vervallen, terwijl dit juist de mogelijkheid om een leven lang in Bloemwijk te wonen, faciliteert.” Dat is niet waar. Er vervalt in ons alternatief geen appartementengebouw. Er zouden wel 6 grondgebonden
3
woningen meer komen ten koste van evenveel appartementen. Maar is dat erg in een stad waar 1.000 woningen - bijna allemaal appartementen - per jaar gebouwd worden?
Samenvattend. In de beantwoording van de zienswijze wordt de werkelijkheid nogal vertekend. Op belangrijke punten doet het college geen recht aan de monumentale waarde van de architectuur van Stuyt en aan de verschillende onderzoeken en adviezen. En daarmee ook niet aan ons voorstel tot behoud van het kwadrant met 31 woningen.
4. Algemeen en procedureel • Tussen neus en lippen door heeft het College de monumentale status aan Hulststraat 1 onttrokken. Dit kunt u echter nog terugdraaien. Het college noemt dit in haar memo d.d. 09- 08-2021 “geen onomkeerbaar besluit”. Als u kiest voor het behouden van het kwadrant in complex 201, kan Hulststraat 1 ook een gemeentelijk monument blijven en kan het hele kwadrant de status van gemeentelijk monument nog krijgen. • Er is nog geen begin gemaakt met de behandeling van onze brief van 25 maart 2021 met het voorstel om het kwadrant een monumentale status te geven. Of dat bestuurlijk/juridisch door de beugel kan is een vraag, maar het is op z’n minst weinig elegant… • Onder 19.4 van de beantwoording zienswijzen lezen we dat reclamanten – wij dus - worden geïnformeerd over de voortgang in die procedure. Wij vertrouwen erop dat deze toezegging blijft.
5. Tenslotte Cultuurhistorie is geen exacte wetenschap. Net zo min als volkshuisvesting en zelfs bouwtechniek. Waar zouden anders al die second opinions voor nodig zijn? Het blijft in laatste instantie een kwestie van willen, want dat renovatie/restauratie van het kwadrant een reële mogelijkheid is, daarover bestaat geen twijfel.
Wij doen in deze brief daarom nogmaals een beroep op u om voor 31 van de in totaal 174 woningen de cultuurhistorie te laten prevaleren, daarmee de identiteit – de ziel - van Bloemwijk te behouden en extra kwaliteit aan de te vernieuwen wijk toe te voegen. Dit is immers ook gelukt in de Uitenboschsstraat in Oud Overdie.
Met vriendelijke groet,
Historische Vereniging Alkmaar (Nassaulaan 43, 1815 CJ Alkmaar, info@hvalkmaar.nl) Mevr. C.A. Korringa, voorzitter Dhr. H. de Kruik, secretaris
Commissie Heemschut Noord-Holland (Oudeweg 16, 1733 ND Nieuwe Niedorp) Mw. E.G.A. Gorter, secretaris
Cuypersgenootschap Dhr. Leo Dubbelaar, secretaris (Alferbos 246, 2715 TN Zoetermeer), secretaris@cuypersgenootschap.nl)
4