20210625 Memo aan de Raad inzake rol eigenaarschap OD NHN- bijlage GT brief reactie Alkmaar
Tekst van het document
Omgevingsdienst Noord-Holland Noord t.a.v. voorzitter van het Dagelijks Bestuur Postbus 2095 1620 EB HOORN
Uw kenmerk Ons kenmerk Telefoonnummer 251234561 - 14072 Uw brief d.d. Behandeld door Bijlagen 16-04-2021 /25123461 Unit Leefgebied - Onderwerp Datum reactie Alkmaar op vragen opdrachtgevers- 22-06-2021 en eigenaarsrol
Geacht bestuur,
U heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar gevraagd naar de visie over de Omgevingsdienst. In dat kader heeft u ons een aantal vragen gesteld over de rol van eigenaar en die van opdrachtgever die de gemeente heeft ten aanzien van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Hieronder treft u onze reactie op uw vragen aan.
1. Wat is uw bestuurlijke visie op de middellange- en lange termijn over de rol van de OD NHN?
Reactie: De Omgevingsdienst is in 2013 opgericht om bij de uitvoering van milieutaken te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. Alkmaar heeft ervoor gekozen de milieutaken die eerder bij de (uittredende) Milieudienst Regio Alkmaar (MRA) waren ondergebracht vanaf dat moment ook bij de nieuw op te richten Omgevingsdienst neer te leggen. De wettelijke basistaken en een aantal aanvullende milieutaken werden in het takenpakket opgenomen. Het bijeen brengen van specialistische (milieu)kennis en expertise bij de OD NHN zijn een belangrijke overweging geweest bij de samenstelling van het takenpakket. Met de invoering van de nieuwe Omgevingswet zal bij ruimtelijke ontwikkelingen/initiatieven nog altijd een beroep gedaan worden op deze specialistische kennis. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving en daarin is een belangrijke rol weggelegd voor de OD NHN. De werkzaamheden van de OD NHN zullen gaan veranderen maar Alkmaar onderkent het belang van specialisten op diverse milieugebieden bij de totstandkoming van toekomstige omgevingsvisies en omgevingsplannen.
Onder de Omgevingswet zal de OD NHN zich moeten aanpassen van een toetsende en handhavende organisatie naar een omgevingsdienst die haar specialistische kennis kan inbrengen zodat een integrale afweging kan plaatsvinden die nodig is voor het vaststellen van omgevingswaarden.
2. Hoe kijkt u aan tegen een scherpere scheiding tussen enerzijds het collectief eigenaarschap middels het Algemeen Bestuur en het individueel opdrachtgeverschap middels de dienstverleningsovereenkomst?
(blz. 2 )
Reactie: De rol van eigenaarschap van de OD NHN is onlosmakelijk verbonden met de rol van opdrachtgever aan de OD NHN. De verplichting en keuze van een deelnemer om meerdere milieutaken in de Gemeenschappelijke regeling onder te brengen kan niet los gezien worden van de verwachting van diezelfde deelnemer om diensten geleverd te krijgen van de OD NHN tegen een goede prijs- kwaliteitverhouding. Het belang van de (individuele) deelnemers moet in het Algemeen Bestuur door elk lid meegewogen kunnen worden ten opzichte van de collectieve belangen van de GR. Als er een scherpere scheiding van rollen wordt voorgesteld dan ziet Alkmaar graag dat bestuurlijke inbreng over het individuele belang van een deelnemer voldoende gewaarborgd blijft.
3. Als het eigenaarschap van de OD NHN verder geprofessionaliseerd en geobjectiveerd moet worden, aan welke randvoorwaarden zou dat dan dienen te voldoen?
Reactie: Het belang van een deugdelijke organisatie die de aan haar opgedragen milieutaken goed kan uitvoeren staat voor Alkmaar voorop. Hierbij moet het niet uitmaken of dit een taak is die voor een gemeente of voor de provincie wordt uitgevoerd. De rol van eigenaar komt aan bod bij onderwerpen als prestaties, financiën, doelmatigheid en rechtmatigheid. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de organisatie op langere termijn en strategie en innovatie horen hier ook bij. Het is voorstelbaar dat de OD NHN voor toekomstige (wettelijk voorgeschreven) ontwikkelingen meer financiële ruimte krijgt. Voor meer maatwerk met betrekking tot deze ruimte dient wel de Gemeenschappelijke regeling te worden aangepast.
4. Als het opdrachtqeverschap van de OD NHN verder geprofessionaliseerd en geobjectiveerd moet worden, aan welke randvoorwaarden zou dat dan dienen te voldoen?
Reactie: Alkmaar verwacht bij de taakuitvoering van de OD NHN dat de organisatie de opgedragen taken kan uitvoeren en daarbij voldoet aan wettelijke voorschriften, waar mogelijk kan inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en kan voorzien in lokale behoefte van de individuele deelnemer. Een goede dienstverlening en effectieve communicatie richting burgers, bedrijven en instellingen moet voorop staan.
5. Bent u van mening dat de inrichting van de governance bij de ODNHN in voldoende mate tegemoetkomt aan de door u geformuleerde randvoorwaarden van eigenaarschap ten opzichte van opdrachtgeverschap?
Reactie: Governance moet gericht zijn op het goed besturen van de Gemeenschappelijke Regeling OD NHN zodat bescherming wordt geboden aan de verschillende belangen van de OD NHN. Vanaf de oprichting van de omgevingsdienst is ons niet gebleken dat hier belangen onderbelicht zijn gebleven. Het AB heeft de afgelopen jaren besluiten genomen over zowel bezuinigingen als over diverse investeringen (in de organisatie). Het valt niet in te zien waarom het AB dit soort weloverwogen beslissingen ook in de toekomst niet kan nemen.
6. Het eigen vermogen van een Omgevingsdienst is beperkt (nauwelijks enige reserve, geen eigen inkomsten). Daarmee is het vrijmaken van benodigde investeringen in professionalisering van de organisatie om aan veranderende maatschappelijke en wettelijke eisen te voldoen alleen via langdurige P&C-procedures mogelijk. Hierdoor is de
(blz. 3 )
vernieuwende slagkracht van de OD NHN beperkt. Hoe kijkt u aan tegen het instellen van bestemmingsreserves voor bijvoorbeeld organisatieontwikkeling, datagedreven/ICT, anders nl…?
Reactie: Alkmaar heeft in de afgelopen jaren ingestemd met het instellen van diverse bestemmingsreserves voor de OD NHN zoals voor het Masterplan ICT en voor de Omgevingswet. Mits de noodzaak van nieuwe investeringen kan worden aangetoond ziet Alkmaar geen belemmeringen om nieuwe bestemmingsreserves in te stellen of de Algemene Reserve te verhogen zodat hieruit geput kan worden.
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar,
P.F. Dijkman, locoburgemeester.
W. van Twuijver, secretaris.