2 Nota Beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Nota inspraakreacties Ontwerp bestemmingsplan Pendorp Gemeente Alkmaar mei 2024
1
Inleiding
Deze ‘Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Pendorp’ beschrijft en beoordeelt de zienswijzen die als inspraak zijn ingediend op het ontwerpbestemmingsplan Pendorp.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met bijbehorende stukken met ingang van donderdag 21 december 2023 tot en met woensdag 31 januari 2024 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen.
Op 15 januari 2024 heeft er een inloopbijeenkomst plaatsgevonden, waarbij onder meer de gelegenheid is geboden om vragen te stellen aan medewerkers van de gemeente over het ontwerp- bestemmingsplan. Het verslag van deze avond en de getoonde posters zijn bij deze notitie gevoegd.
Er zijn 3 schriftelijke zienswijzen binnen de ter inzage termijn ingediend. Door de afzenders zijn verschillende reacties ingebracht. Met de indieners van de drie ontvangen zienswijzen is overleg gevoerd om het plan toe te lichten en de zienswijzen te bespreken.
Dit overleg heeft tot een zorgvuldige behandeling van de zienswijzen en een enkele aanpassing van het bestemmingsplan geleid.
In verband met de privacy van de afzenders is deze nota geanonimiseerd en zijn de zienswijzen genummerd. Indien de zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan is dat aangegeven.
2
Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen
R01
1 Indiener meent dat er in het bestemmingsplan Pendorp nabij haar woning gebieden zijn zonder maximum bouwhoogte. Er zou beloofd zijn hier niet hoger dan 10 meter hoog te gaan. De monumentencommissie, welstandscommissie en gemeente hebben veel regels gesteld aan de herbouw van deze woning, zodat de karakteristieke landelijke uitstraling bewaard zou blijven. Het is niet passend als er achter de boerderij hoger gebouwd word dan de boerderij zelf. Daarnaast wordt het plan als een schending van de privacy en zoninval in de tuin gezien en bestaat er vrees voor windval van de hoge gebouwen.
Beantwoording gemeente
In een overleg op 24 januari 2024 is opgehelderd dat de toezegging van maximaal 12 meter bouwhoogte (in plaats van de eerder geplande hogere woongebouwen) achter de boerderij gestand wordt gedaan. Ook wordt er tussen de percelen een groen- en waterbuffer opgenomen die als zodanig zijn bestemd. Zie de Verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan:
Dit is een verbetering ten opzichte van het nu geldende bestemmingsplan dat bouwwerken tot maximaal 16 meter mogelijk maakt. Daarnaast is er een groenstrook bestemd en worden nieuwe woningen op enige afstand van de waterkant gebouwd.
Samen met de sloot is er sprake van een redelijke afstand van circa 35 meter tussen de boerderij en de meest nabije nieuwbouwwoningen. Van verslechtering van de privacy of de zoninval is ten opzichte van het huidige bestemmingsplan dan ook geen sprake.
Evenmin zal er in stedenbouwkundige zin sprake van aantasting van de monumentale waarden van de boerderij. De boerderij heeft een hoogte van circa 8 meter en op ruime afstand, afgeschermd door een bomenrij, kan er straks 4 meter hoger gebouwd worden.
Tot slot heeft het uitgevoerde windonderzoek (bijlage 19 Toelichting bestemmingsplan) aangetoond dat er bij de boerderij sprake is van een goed windklimaat en er op afstand van de hoogbouw geen risico op windval is.
Conclusie
De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3
R02
2 De afzender doet de suggestie om tussen de N9 en Pendorp een hoge natuurlijke geluidswal (voorzien van streekeigen bomen) aan te leggen om de geluidsbelasting te dempen.
Beantwoording gemeente
De afzender van de zienswijze heeft in een telefoongesprek toegelicht dat het hem voor de toekomstige bewoners prettig lijkt dat een groene geluidswal het verkeerslawaai van de N9 afvangt. Dit is een sympathieke gedachte en ook het planten van streekeigen bomen is een uitstekende suggestie (Alkmaar adviseert dit ook regelmatig bij ruimtelijke ontwikkelingen).
Er is evenwel niet gekozen voor het opwerpen van een geluidswal en voor de buitenruimte kan dit ook niet verplicht worden. Het geluidsaspect bij bestemmingsplannen ziet enkel op de wettelijke verplichting om te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat binnen de nieuwe gebouwen.
Een geluidswal is slechts voor het geluidniveau binnen een gering aantal woningen in het bouwplan effectief zijn. De initiatiefnemer kan zonder geluidswal aan de wettelijke verplichtingen voldoen en kiest daarom niet voor een dergelijke constructie.
Conclusie
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de afzender op ruim 2,5 kilometer afstand van het plangebied woont en zodoende geen belanghebbende is.
Van een zelfstandig eigen belang is geen sprake en opkomen voor de belangen van de toekomstige bewoners maakt dit niet anders. Het relativiteitsvereiste (dat stelt dat men bij de bestuursrechter geen beroep kan doen op een norm die kennelijk niet bedoeld is om zijn eigen belang te beschermen) staat daaraan in de weg.
4
R03
3.1 De vereniging die deze zienswijze ingestuurd heeft, wijst er op dat het ontwerpplan niet naar hen is gestuurd in het kader van het artikel 3.1.1. overleg.
Beantwoording gemeente
In een overleg op 20 februari 2024 is opgehelderd dat het artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht vooroverleg met medeoverheden voorschrijft en dus geen verplichting bevat ten opzichte van deze vereniging. In plaats daarvan is de vereniging de afgelopen jaren deelnemer geweest in het participatietraject en apart benadert voor overleg.
3.2 De vereniging verondersteld dat haar belangen kennelijk ondergeschikt zijn terwijl deze eerder door politiek en projectleiding zijn erkend en zij het predicaat immaterieel erfgoed hebben ontvangen.
Beantwoording gemeente
Op 20 februari 2024 is benadrukt dat de belangen van de vereniging, die het perceel ten noorden van Pendorp de komende 15 jaar kunnen pachten, onderkend worden, dat een zorgvuldige beantwoording van de gestelde vragen en een goede uitwerking van het plan nagestreefd worden en onevenredige gevolgen voor de vereniging voorkomen worden.
Door de realisatie van een nieuw Pendorp verandert het buurperceel van de vereniging, maar zoals ook hieronder verder beschreven zal worden, is bij het maken van die plannen goed gekeken naar de belangen van de vereniging en heeft die verandering geen grote nadelig gevolgen voor de vereniging.
Bij het beoordelen van de gevolgen van een nieuw bestemmingsplan is het overigens van belang om te bezien welke bebouwing het oude bestemmingsplan toestond en niet enkel naar wat er nu op het terrein gerealiseerd is.
3.3 De vereniging ziet geen plan voor een ‘zachte stad’ maar een plan waarin een noordelijke rand gevormd wordt door bebouwing die tot 23 en 51,5 meter hoog kan worden. Daarom stelt de vereniging voor om de sloot tussen de vereniging en het Pendorp ten behoeve van benodigde watercompensatie te verbreden en meer afstand tot de gebouwen te creëren.
Beantwoording gemeente
In een overleg begin februari 2024, aangevuld met een reactie per email, heeft de initiatiefnemer gereageerd op deze suggesties. De voorgestelde groenstrook van 30 meter is niet haalbaar en een bredere sloot is niet nodig. De Watertoets (Bijlage 2 van de Toelichting) beschrijft de compensatieopgave en laat zien dat er binnen het plan voldoende water tijdelijk gebufferd kan worden en dat de piekwaterafvoer zodoende beperkt wordt.
Tevens is toegelicht is dat de eengezinswoningen, die tegenover de grond van de vereniging komen, geen 23 maar maximaal 12 meter hoog worden. Deze bouwhoogte van 12 meter is lager dan het huidige bestemmingsplan waarin 16 meter mogelijk is. Zie ook de uitsnede van de plankaart bij zienswijze R01.
Daarnaast worden deze woningen waarschijnlijk niet direct op 5 meter van de waterkant gebouwd. Samen met de sloot tussen de grond van de vereniging en het project is er dan ook sprake van een redelijke afstand tussen de vereniging en de meest nabije woningen.
5
3.4 De vereniging wil graag inzicht in de consequenties voor de waterhuishouding en de waterkwaliteit op hun complex. Tevens wil men graag zien welke rol de vereniging kan spelen in de klimaatadaptatie. Dit is niet belicht en mogelijk biedt dat kansen.
Beantwoording gemeente
In het ontwerpbestemmingsplan is rekening gehouden met de benodigde compensatie voor de toevoeging van verhard oppervlak (daken, wegen, etc.). in de vorm van open water. Deze compensatie is bedoeld om het functioneren van de waterhuishouding niet te verslechteren door het toevoegen van verhard oppervlak.
Deze compensatie voldoet aan de eisen van de waterbeheerder Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (zie de Watertoets die als bijlage 2 bij de Toelichting op het bestemmingsplan hoort). In het plan is rekening gehouden met een gescheiden rioolstelsel. Het vuilwater (DWA) wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Een nood-overstort van het vuilwaterriool is waarschijnlijk nodig voor het geval er zich een calamiteit voordoet. Het is logisch de nood-overstort nabij de N9 te plaatsen. De waterloop daar stroomt in zuidelijke richting en dan is de kans dat er vuilwater richting de tuintjes gaat erg klein. De vereniging wordt betrokken bij de keuzes die ten aanzien van de nood-overstort gemaakt gaan worden.
De wijze waarop de vereniging een rol kan spelen in de klimaatadaptatie is voor dit plan niet aan de orde. Dat de vereniging zich hiervoor wil inspannen is evenwel een positief signaal waarover los van deze procedure overleg over kan plaatsvinden.
3.5 De vereniging wenst een nadere studie van de impact van het bestemmingsplan op de aanwezige natuurwaarden (verwezen wordt naar het Groenbeleidsplan van de vereniging). Dat de vereniging niet genoemd wordt in de toetsing ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt als een gemiste kans gezien en ten aanzien van de Vormvrije MER meent de vereniging dat er bepaalde zaken niet behandeld c.q. onderbelicht zijn. De vereniging heeft niet kunnen nagaan of het project Pendorp is aangemeld voor de Crisis- en Herstelwet.
Beantwoording gemeente
De bouwplannen in Pendorp hebben geen (onevenredig) nadelige effecten voor de natuurwaarden op het perceel van vereniging. Dit is naar aanleiding van deze zienswijze nogmaals door de Stadsecoloog van de gemeente Alkmaar vastgesteld. Uit het ecologisch onderzoek dat voor het bestemmingsplan is uitgevoerd, volgt dat geen sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten.
De VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ noemt volkstuinen niet als een mogelijke hinder veroorzakende functie. Andersom zijn volkstuinen geen ‘inrichting in de zin van de Wet milieubeheer’ en ook geen (geluid)gevoelige functie. Hierdoor is de vereniging geen entiteit die binnen deze toetsing bezien moet worden.
In het plan is tussen de volkstuinen en de nieuwbouw sprake van een water- en groenbuffer. Alle milieu- en omgevingsfactoren zijn belicht. Tevens is een mer-beoordeling uitgevoerd. Zie de Aanmeldnotitie mer (bijlage 19 van het bestemmingsplan).
Het bestemmingsplan hoeft niet (zoals vroeger) specifiek aangemeld te worden voor de Crisis- en Herstelwet. Deze wet is (mocht er een beroepsprocedure volgen) automatisch van toepassing omdat sprake is van de bouw van meer dan 11 woningen.
6
3.6 Tot slot vreest de vereniging voor schaduwwerking en windhinder door de nieuwbouw.
Beantwoording gemeente
Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan is er onderzoek verricht naar het mogelijk optreden van windhinder en de schaduwwerking van de nieuwe bouwwerken.
Het eerste schaduwonderzoek stamt uit 2021 en is met de vereniging gedeeld.
In verband met wijzigingen in het bouwplan en de onderhavige zienswijze heeft de initiatiefnemer een nieuwe schaduwstudie laten opstellen en deze met de vereniging gedeeld.
Hierdoor is er nog beter (van uur tot uur) inzicht ontstaan van gevolgen van de nieuwbouw voor de schaduwwerking op de volkstuinen. Geconcludeerd kan worden dat er enkel bij een laagstaande zon in het voorjaar en winter er op een enkele tuin gedurende een korte tijd sprake zal zijn van verminderde inval van zonlicht.
Voor deze situatie gelden geen wettelijke normen waaraan getoetst kan worden. In redelijkheid is de conclusie gerechtvaardigd dat het bestemmingsplan geen onevenredige nadelige gevolgen door schaduwwerking heeft voor het buurperceel.
Daarnaast is het windklimaat in kaart gebracht zoals dat na realisatie van de bouwplannen op maaiveldniveau zal zijn (zie Windonderzoek, bijlage 18 van het bestemmingsplan). Een 3D-model toont het bestemmingsplangebied en de nabije omgeving waarmee getoetst kan worden of het windklimaat voldoet aan de eisen uit de NEN 8100. Gebleken is dat er binnen het bestemmingsplangebied op drie plaatsen sprake is van beperkt risico op windhinder.
7
Voor het perceel van de vereniging (buiten het bestemmingsplangebied) geldt dat er geen risico op windhinder ontstaat. Door de nieuwe bebouwing is er zelfs sprake van een meer beschutte situatie en een verbetering van het windklimaat voor het perceel van de vereniging ten noorden van het plangebied.
Op de bovenstaande tekeningen is links te zien dat de dominante zuidwest wind vrij spel heeft en de groene en gele kleur aangeven dat op het terrein van de vereniging het door de wind niet fijn is om te slenteren of stil te zitten.
Op de rechter tekening is te zien dat de kleuren op het perceel van de vereniging licht- en donkerblauw worden als de nieuwe gebouwen gerealiseerd zijn en dat het prettiger is om te slenteren of stil te zitten.
Het zonnediagram en het windonderzoek tonen aan dat de omstandigheden op het perceel van de vereniging door schaduwwerking en windhinder van de nieuwbouw niet onevenredig verslechteren.
Conclusie
De zienswijzen leiden niet tot een conclusie dat er wijzigingen van het bestemmingsplan nodig zijn. Wel wordt er nog gekeken of er een ander (lager) gebouw zou kunnen komen in de noordwest hoek van het plangebied.
Afrondende beschouwing
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de gemeenteraad veel beleidsruimte ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet de gemeenteraad de betrokken belangen afwegen en in overeenstemming met het recht handelen. Het deels verlagen en elders verhogen van de maximale bouwhoogte passen binnen dit kader.
8
De veranderingen die met het bestemmingsplan ‘Pendorp’ mogelijk gemaakt worden zorgen niet voor een onevenredige aantasting van de belangen in de directe omgeving. Hoewel niet valt uit te sluiten dat dit plan in een geringe mate invloed heeft op die omgeving, menen wij ons in redelijkheid op het standpunt te kunnen stellen dat deze invloed niet zodanig groot zal zijn dat de gemeenteraad daaraan bij de vaststelling van het plan een doorslaggevende betekenis zou moeten toekennen.
Voor dit oordeel is onder meer steun gevonden in bestaande jurisprudentie, zoals ECLI:NL:RVS:2021:279 (inzake bezonning) en ECLI:NL:RVS:2021:50 (inzake voorbereiding, overleg, woon- en leefklimaat).
Daarnaast betekent de omstandigheid dat mogelijk niet iedere omwonende (geheel) tevreden wordt gesteld niet dat er in de omgeving onvoldoende draagvlak is (ECLI:NL:RVS:2020:958) of dat er gesteld kan worden dat het plan niet overeenstemt met een goede ruimtelijke ordening (ECLI:NL:RVS:2016:2789).
Tot slot kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan, na te zijn aangevuld in reactie op de ontvangen zienswijzen en het gevoerde overleg, vastgesteld kan worden.
Bijlagen
1. Verslag inloopavond 15 januari 2024
9