CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1w Bijlage 19 Aanmeldnotitie mer

Commissie Ruimte 4 juni 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Pendorp3.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Onderwerp: M.e.r.-beoordeling Projectnummer: 51002499 Referentienummer: Aanmeldingsnotitie Pendorp Datum: 20 juli 2023

1 Inleiding Het voornemen bestaat om de kantorenlocatie PEN-dorp in Alkmaar te herontwikkelen naar een gemengd woon- en werkgebied. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Er wordt daarom een nieuw bestemmingsplan opgesteld om de ontwikkeling mogelijk te maken.

Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.- beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2), de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).

2 Voornemen De voormalige kantorenlocatie is niet meer als zodanig in gebruik. Gelet op de grote woningbehoefte is het voornemen om de locatie te herontwikkelingen naar woningen. Er zijn maximaal 600 woningen voorzien met aanvullend commerciële en maatschappelijke voorzieningen (maximaal 7.500 m2 BVO).

In de navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven.

Afbeelding: Ligging plangebied

3 Toets aan het Besluit m.e.r. 3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben.

De beoogde ontwikkeling in Alkmaar wordt aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, wat als activiteit D11.2 is opgenomen in het Besluit m.e.r. (zie tabel 1). Omdat het plan niet meer dan 2.000 woningen omvat, het niet gaat om een oppervlakte van 100 hectare of meer, of om een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling om te bepalen of (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden.

Tabel 1. Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten D11.2 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de De structuurvisie, De vaststelling van of uitbreiding van activiteit betrekking bedoeld in de het plan, bedoeld in een stedelijk heeft op: artikelen 2.1, 2.2 artikel 3.6, eerste lid, ontwikkelingsproject en 2.3 van de onderdelen a en b, met inbegrip van de 1°. een oppervlakte van Wet ruimtelijke van de Wet bouw van 100 hectare of meer, ordening, en het ruimtelijke ordening winkelcentra of plan, bedoeld in dan wel bij het parkeerterreinen. 2°. een artikel 3.1, eerste ontbreken daarvan aaneengesloten gebied lid, van die wet. van het plan, bedoeld en 2000 of meer in artikel 3.1, eerste woningen omvat, of lid, van die wet.

3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Voor beide activiteiten geldt dat de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, aangezien het plan minder dan 2.000 woningen omvat en de bedrijfsruimte in het plan minder dan 200.000 m2 omvat. Op basis hiervan geldt er geen m.e.r.-plicht. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig.

3.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (college van B&W van de gemeente Alkmaar) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd

gezag een beslissing nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.

Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing1. Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant2. Op dit besluit is geen zienswijze/beroep mogelijk. Eventuele zienswijzen/beroepen kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan.

3.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn:  belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden  er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen;  belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op  er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen.

Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1).

Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico op ongevallen 2. Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a: Bereik van het effect b: Grensoverschrijdend karakter c: Orde van grootte en complexiteit effect d: Waarschijnlijkheid effect e: Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

1 Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.- beoordelingsbeslissing. 2 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.

In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.

KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken.

Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland.

Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.- beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken

4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.1 Kenmerken van het project In deze paragraaf wordt ingegaan op de kenmerken van de activiteit. In de navolgende tabel is een overzicht van de kenmerken van de activiteit opgenomen. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. In de daaropvolgende paragrafen worden de relevante kenmerken van het project nader toegelicht.

Criteria Beschrijving Omvang van het project (relatie Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. met drempel D-lijst) De gestelde drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Conclusie: het totaal oppervlak van de ontwikkeling blijft onder de 100 hectare, tevens gaat het niet om 2.000 woningen of meer, en tot slot blijft de maximaal toe te voegen bedrijfsvloeroppervlakte ver onder de 200.000 m2.

Het project blijft onder de drempelwaarden van D.11.2. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling, maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig. Cumulatie met andere projecten Verschillende locaties in de kanaalzone van Alkmaar worden de komende jaren getransformeerd. Alkmaar ziet het kanaal als rivier waar de stad als vanzelfsprekend op is georiënteerd. Het leven op en rond het water staat centraal bij ontwikkelingen en er wordt actief gezocht naar manieren om water in te zetten om te bouwen aan de stad van de toekomst. Deze plannen liggen op ruime afstand en niet binnen de contouren van het voorliggende project. Ze worden gescheiden van het voorliggende project door o.a. de Helderseweg en het kanaal. Gebruik natuurlijke Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zullen hulpbronnen grondstoffen als hout, steen en andere bouwstoffen gebruikt worden. De voorgenomen activiteit betreft echter geen productieproces waarbij vervaardiging van producten centraal staat. Afgezien van de aanlegfase worden er weinig tot geen grondstoffen gebruikt. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Productie afvalstoffen Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zal bouwafval tot de restproducten behoren. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen.

Verontreiniging en hinder Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Verkeersaantrekkende werking, als gevolg van de stijging van het aantal bewoners, kan in de gebruiksfase leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet, maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van deze woningen geen emissies van stikstof. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3.

Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden.

Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. Risico op ongevallen Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht omdat er geen sprake is van een risicovolle inrichting. Risico’s voor de menselijke De verandering in luchtkwaliteit en de geluidshinder in de gezondheid aanlegfase is tijdelijk en vormt geen risico voor de menselijke gezondheid. In de gebruiksfase kan de toename in verkeer leiden tot risico’s voor de menselijke gezondheid, als de achtergrondwaarden voor luchtkwaliteit en geluid reeds hoog zijn. Hierop wordt nader ingegaan onder 4.2 en 4.3.

4.2 Plaats van het project

Tabel 2 - Plaats van het project Criteria Beschrijving Het bestaande grondgebruik De te ontwikkelen locatie bestaat in de bestaande situatie uit een voormalige kantorenlocatie. Momenteel wordt er anti- kraak gewoond. De relatieve rijkdom aan, de Onder natuurlijke hulpbronnen van het gebied wordt verstaan kwaliteit en het alle van nature aanwezige stoffen die van economisch nut regeneratievermogen van de kunnen zijn (zoals zoet water, delfstoffen, bos als natuurlijke hulpbronnen in het houtleverancier). gebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied en is geen bos. In het plangebied komen geen verdere bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor. Het aanwezige water heeft geen economisch nut. Opnamevermogen milieu met Natuur aandacht voor wetlands, Natura 2000 kustgebieden, berg- en Er zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig in of in de bosgebieden, reservaten en nabijheid van het plangebied. Derhalve zijn er geen directe natuurparken, H/V effecten te verwachten op deze gebieden. Middels een richtlijngebieden, gebieden AERIUS-berekening is onderzocht of er een effect kan waar milieunormen worden ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van overschreden, gebieden met stikstofdepositie. hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. cultureel of archeologische gebieden van belang.

Soortenbescherming Uit het verkennend natuuronderzoek volgt dat in een boom aan de noordwestzijde een nest van vermoedelijk een sperwer aangetroffen. De gebouwen zijn geschikt bevonden voor vleermuizen en gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus en gierzwaluw). De aanwezigheid van rugstreeppad en kleine marterachtigen kunnen niet worden uitgesloten. In afwijking van de quickscan wordt de rugstreeppad echter niet verwacht binnen het gebied waar zal worden gebouwd. Om de aanwezigheid van deze soorten (behalve rugstreeppad) vast te kunnen stellen of uit te sluiten is nader onderzoek uitgevoerd . Tijdens dit onderzoek zijn in totaal 18 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de

laagvlieger aangetroffen. Van deze 18 verblijfplaatsen zullen er 16 verdwijnen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Tevens zal een foerageergebied verloren gaan. Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger te beperken, worden maatregelen genomen. Het betreft maatregelen die zien op de beschikbaarheid van tijdelijke en permanente alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving van de te slopen panden. De te slopen panden zullen voorafgaand ondergeschikt worden gemaakt buiten de meest kwetsbare periode, maar binnen het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Op 9 maart 2022 is ontheffing van de Wet natuurbescherming verleend voor de sloop en kap en het treffen van de hiervoor beschreven maatregelen. Deze ontheffing is recent herzien.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Ook bevinden zich geen NNN gebieden in de directe nabijheid van het plangebied. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten op het NNN.

Gebieden met natuurwaarden buiten het NNN Het plangebied ligt niet in een ganzenfoerageergebied en/of weidevogelleefgebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden met natuurwaarden buiten het NNN.

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Binnen PEN-dorp is sprake van een bijzondere architectuur (Bonnema) en de stedenbouwkundige en landschappelijke opzet (van de bekende landschapsontwerper Mien Ruys) wordt als cultuurhistorisch waardevol beschouwd. De symbiose van het gebouw en het landschap, met aandacht voor overgangen van binnen naar buiten en de zorgvuldig ontworpen relaties met het landschap, is bijzonder. Belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling is dat deze waarden terugkomen in het nieuwe Pendorp. In het beeldkwaliteitsplan is dit geborgd.

Archeologie Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart heeft het te ontwikkelen gebied de waarde archeologie E, dat wil zeggen dat er geen archeologische maatregelen noodzakelijk zijn bij verstoringen over een oppervlak kleiner dan 10.000m² en dieper dan 40cm. Omdat deze verstoringsnorm wordt overschreden, is archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd .Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek blijft de lage archeologische verwachting gehandhaafd. Nader onderzoek is niet nodig.

Bodemkwaliteit Uit uitgevoerd bodemonderzoek volgt dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein, de geplande ontwikkeling van het terrein en de afgifte van een omgevingsvergunning ten behoeve van de toekomstige bouw- activiteiten op het terrein.

Negatieve effecten op de bodem(kwaliteit) kunnen als gevolg van het voornemen worden uitgesloten.

Water De regionale kering van Kanaal Alkmaar Omval-Kolhorn ligt op nabij het projectgebied. De beschermingszone van de waterkering ligt voor circa 100 meter het plangebied in, richting het westen. Binnen de beschermingszone gelden regels voor het graven, belasten, het slopen en bouwen van gebouwen, het plaatsen van objecten, etc.

De beoogde ontwikkeling, zal, zoals gebruikelijk in het plangebied, voor de afvoer van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, worden aangesloten op het riool. Er vinden geen lozingen van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, plaats op oppervlaktewater of in het grondwater. ‘Schoon’ hemelwater wordt (vertraagd) afgevoerd naar het oppervlaktewater.

De toename aan verharding wordt opgelost door het realiseren van water langs de randen van het plangebied. Hierover wordt overleg gepleegd met het HHNK.

Negatieve effecten op de waterbelangen zijn niet te verwachten.

Luchtkwaliteit Uit het uitgevoerde onderzoek naar luchtkwaliteit volgt dat er met de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied en langs de ontsluitende wegen geen sprake is van (dreigende) overschrijdingen van de grenswaarden. Er zijn vanuit de Wet milieubeheer met betrekking tot luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

Verkeer De gemeenteraad heeft op 24 november 2022 een besluit genomen over de Helderseweg. Er is besloten dat de huidige Helderseweg wordt opgewaardeerd, waarbij er ruimte vrijkomt voor een parkachtige openbare ruimte.

Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeersgeneratie in de huidige en toekomstige situatie . Hieruit volgt dat de locatie in de toekomstige situatie op werkdagen circa 5.800 motovoertuigbewegingen extra genereert. De toekomstige verkeersgeneratie kan gecombineerd worden met een inrichting behorende bij een maximum snelheid van 30 km/uur (Duurzaam Veilig).

Geluid De nieuwe functies zijn geen functies die geluidhinder veroorzaken. Er is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van het het wegverkeer. De locatie is een geluidbelaste locatie, maar de geluidsniveaus op de gevel zijn niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde. De voorkeursgrenswaarde wordt in het plangebied overschreden. Een hogere waarde kan worden verleend en er zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3.

Externe veiligheid Vanwege de nabijheid van de N9 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en de ligging van een buisleiding van de Gasunie wordt een risicoanalyse uitgevoerd. Onaanvaardbare effecten op het gebied van externe veiligheid zijn niet te verwachten.

4.3 Kenmerken van het potentiële effect

Criteria Beschrijving Het bereik van het effect Effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen op enkele (geografische zone en grootte kilometers van het plangebied effect hebben op Natura 2000- van de getroffen bevolking) gebieden. Overige potentiële effecten als gevolg van hinder en verontreiniging zullen lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied. Hinder voor omwonenden beperkt zich tot de woning aan de oostzijde van het plangebied. Gelet op de ligging van deze woning aan de Helderseweg, zal hinder als gevolg van geluid beperkt zijn. Het geluid van het verkeer over de Helderseweg is namelijk maatgevend. Overige woningen liggen op ruime afstand van het plangebied. De aard van het effect De effecten zijn beperkt en lokaal van aard. De effecten komen met name voort uit de wijziging in de verkeerssituatie als gevolg van het gewijzigde gebruik. Grensoverschrijdende karakter Uit de beschrijving van het bereik van de potentiële effecten van het effect blijkt dat de beperkte effecten die optreden lokaal van aard zijn. Er is geen sprake van grensoverschrijdende effecten. Intensiteit en complexiteit effect Natuur De realisatie van het project leidt met toepassing van interne saldering in de gebruiksfase en aanlegfase niet tot een netto toename van stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de Natura 2000-gebieden.

Met betrekking tot soortenbescherming is een ontheffing van de Wet natuurbescherming verleend.

Hinder en verontreiniging (geluid en luchtkwaliteit) Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase: Tijdens de aanlegfase kan er geluidshinder ondervonden worden van de bouwwerkzaamheden. Ook kan tijdelijk de luchtkwaliteit verslechteren door bouw- en sloopwerkzaamheden en bijhorend verkeer. Er zijn weinig woningen in de omgeving aanwezig.

Verontreiniging/hinder in de gebruiksfase: De geluidsbelasting ten gevolge van het voornemen overschrijdt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van Lden 48 dB tot maximaal 63 dB als gevolg van de N9 en de Helderseweg. Op de Helderseweg is een snelheidsverlaging voorzien. Bron- en/of overdrachtsmaatregelen zijn onvoldoende effectief of stuiten op bezwaren van technische of landschappelijke aard.

Conclusie: De effecten zijn over het algemeen beperkt en zullen niet leiden tot belangrijk nadelige gevolgen. Voor de geluidsbelasting als gevolg van moeten hogere waarden worden verleend. De afgifte hiervan is ruimtelijk aanvaardbaar.

De waarschijnlijkheid van het In de aanlegfase zullen effecten optreden. Effecten treden op effect met betrekking tot hinder, (en mogelijke verstoring van soorten als gevolg daarvan). Deze zijn tijdelijk en lokaal van aard. Voor wat betreft de verstoring van soorten is dit uitvoerbaar met inachtneming van maatregelen. De maatregelen zullen de verstoring beperken, waardoor er - met een eventuele ontheffing voor marterachtigen - geen belangrijke nadelige effecten worden verwacht.

In de gebruiksfase zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten. de duur, de frequentie en de In de aanlegfase zullen effecten optreden. De effecten zullen omkeerbaarheid van het effect enkele jaren duren is de verwachting. Na realisatie is de ontwikkeling onomkeerbaar. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te verwachten.

5 Conclusie In deze notitie zijn de milieueffecten als gevolg van de herontwikkeling ‘Pendorp’ in Alkmaar beschreven. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Er is daarom geen nader onderzoek in een planMER

Klik of tik om tekst i n te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14160415/1