1t Bijlage 16 Groepsrisicoberekening N9
Tekst van het document
Groepsrisicoberekening N9 t.b.v. de herontwikkeling van de locatie PEN-dorp, Alkmaar
Prevent Adviesgroep
Groepsrisicoberekening N9 t.b.v. de herontwikkeling van de locatie PEN-dorp, Alkmaar
Titel Groepsrisicoberekening N9 vanwege de herontwikkeling van de locatie PEN-dorp te Alkmaar (toetsing aan normering voor het plaatsgebonden risico en berekening van het groepsrisico).
Opdrachtgever Contactpersoon DNS Planvorming B.V. DNS Planvorming B.V. Klaprozenweg 75C De heer R. Dekker 1033 NN Amsterdam dekker@dnsplanvorming.nl
Rapportdatum Projectnummer Versie 26 juli 2023 627 D2 V.01
Prevent Adviesgroep B.V. Projectleider Rapporteur De Dijken 7f, 1747 EE Tuitjenhorn De heer D.P. Barten De heer D.P. Barten Postbus 82, 1800 AB Alkmaar T 0224 55 28 88 T 06 53 540 730 T 0224 55 28 88 p.barten@preventadviesgroep.nl p.barten@preventadviesgroep.nl F 0224 55 11 90 info@preventadviesgroep.nl
Prevent Adviesgroep
Inhoudsopgave
1 Inleiding 3
1.1 Aanleiding 3
1.2 Toelichting wettelijk kader en gebruikte begrippen 3
2 Toetsingskader 4
2.1 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 4
2.2 Regeling Basisnet 4 2.3 Handleiding Risicoanalyse Transport 4
2.4 Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II) 5 2.5 Plaatsgebonden risico 5 2.6 Groepsrisico 6
2.7 Rampbestrijding en zelfredzaamheid 7
3 Ligging plangebied en wegen 8
3.1 Ligging plangebied ten opzichte van invloedsgebied wegen 8 3.2 Ligging plangebied ten opzichte van 200 meter contour N9 8 3.3 Gevolgen personendichtheid door voorgenomen ontwikkeling in plangebied 9 3.3.1 Bestaande (bestemde) situatie 9 3.3.2 Nieuwe situatie 10 3.3.3 Gevolgen voor de personendichtheid voor de locatie 12
4 Vervoers- en risicogegevens gevaarlijke stoffen 13
4.1 Telgegevens N9 13 4.2 Omvang invloedsgebied 13
5 Personendichtheid 15
5.1 Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico 15
5.2 Handleiding Risicoanalyse Transport 15 5.3 Populatieservice 16 5.4 Gehanteerde werkwijze bepaling personendichtheid 16 5.4.1 Bestaande bestemde situatie 17 5.4.2 Nieuwe situatie 18
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 1 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
6 Plaatsgebonden risico en berekening groepsrisico 19
6.1 Plaatsgebonden risico 19
6.2 Plasbrandaandachtsgebied 19
6.3 Groepsrisico 19 6.3.1 Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II) 19 6.3.2 Modellering weg 19 6.3.3 Bestaande (bestemde) situatie en nieuw te bestemmen situatie 20
7 Toetsing aan het Bevt 22
7.1 Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied 22
7.2 Groepsrisico 22 7.3 Verantwoording groepsrisico 22
7.4 Rampbestrijding en zelfredzaamheid 23 7.4.1 Scenario’s brandbare gassen 23 7.4.2 Bestrijdbaarheid 24 7.4.3 Zelfredzaamheid 24
8 Conclusie 26
Bijlage 1 : Toelichting externe veiligheidsbegrippen
Bijlage 2 : Ingevoerde personendichtheid per object
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 2 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
1 Inleiding
1.1 Aanleiding
Op de locatie PEN-dorp te Alkmaar (voormalig kantoorgebouwencomplex van de PEN- Maatschappij, gelegen in het gebied de Viaanse Molen) bestaat het voornemen om het gebied te transformeren tot een woonwijk met bijbehorende voorzieningen (maximaal 600 woningen en maximaal 7.500 m2 b.v.o aan maatschappelijke- en commerciële voorzieningen).
De ontwikkellocatie is gelegen binnen 200 meter van de N9. Uit eerder uitgevoerde onderzoeken is gebleken dat het groepsrisico langs de N9 hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.
Op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes moet worden getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden risico en moet worden beoordeeld wat de consequenties van het besluit zijn voor de hoogte van het groepsrisico (GR).
In deze rapportage is voor de bovengenoemde ontwikkeling het groepsrisico berekend van de N9.
1.2 Toelichting wettelijk kader en gebruikte begrippen
In de wetgeving over externe veiligheid worden diverse afkortingen en complexe begrippen gehanteerd. In bijlage 1 worden deze begrippen toegelicht.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 3 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
2 Toetsingskader
2.1 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)
Op 11 november 2013 is het Besluit externe veiligheid transportroutes gepubliceerd. Het besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Met het Bevt is de normering voor het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico wettelijk vastgelegd voor basisnetwegen en overige wegen. De wijze waarop het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet worden berekend of vastgesteld is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling (Regeling Basisnet).
Op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes moet bij een bestemmingsplan, een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan of bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van in een bestemmingsplan aangegeven regels, worden getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden risico en moet worden beoordeeld wat de consequenties van het besluit zijn voor de hoogte van het groepsrisico (GR).
2.2 Regeling Basisnet
Op 19 maart 2014 is de “Regeling houdende vaststelling van de ligging van de risicoplafonds langs transportroutes en regels voor ruimtelijke ontwikkelingen langs transportroutes in verband met externe veiligheid” (Regeling Basisnet) gepubliceerd. Deze regeling is op 1 april 2015 in werking getreden en op 1 december 2016 gewijzigd.
In de Regeling Basisnet zijn voor basisnetwegen veiligheidsafstanden (voor het plaatsgebonden risico), afstanden voor plasbrandaandachtsgebieden en een maximale gebruiksruimte voor GF3- transporten (transporten met brandbare gassen, zoals LPG en propaan) vastgelegd. Verder is in de Regeling Basisnet de rekenmethodiek voor de vaststelling van risico’s vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen voor basisnetwegen en overige wegen vastgelegd. De rekenmethodiek bestaat uit het door de overheid beschikbaar gestelde rekenpakket RBM II en de Handleiding Risicoanalyse Transport.
2.3 Handleiding Risicoanalyse Transport
Op 17 juni 2014 is de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) verschenen. In deze handleiding wordt de rekenmethodiek voor het uitvoeren van kwantitatieve risicoanalyses beschreven.
In deze handreiking zijn vuistregels opgenomen om te bepalen of er wel of geen plaatsgebonden risicocontour aanwezig is bij een weg.
Ten aanzien van het groepsrisico is per type weg een tabel opgenomen met het aantal GF3- transporten (drempelwaarden) waarbij een gegeven bebouwingsdichtheid en de afstand van
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 4 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
deze bebouwing tot de weg, het groepsrisico mogelijk groter dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of groter dan de oriëntatiewaarde kan zijn.
Het HART maakt deel uit van de, in de Regeling Basisnet aangewezen, rekenmethodiek voor de vaststelling/berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De meest recente versie van het HART is versie 1.2, d.d. 11 januari 2017.
2.4 Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II)
Het programma RBM II is de gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van de risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, en over het water. AVIV heeft RBM II in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Rijkswaterstaat) ontwikkeld.
RBM II is in de Regeling Basisnet aangewezen als voorgeschreven als standaard rekenpakket dat in de meeste situaties kan worden toegepast.
RBM II wordt regelmatig aangepast en verbeterd.
2.5 Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route.
De norm voor het plaatsgebonden risico voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bedraagt 10-6 per jaar (is een kans van 1 op 1.000.000 per jaar). Voor nieuwe situaties (nieuwe routes, significante toename in transportstromen en nieuwe kwetsbare bestemmingen) geldt deze norm als grenswaarde. Voor nieuwe beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde.
Voor bestaande (beperkt) kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) zijn geen saneringsregelingen opgenomen in het Bevt.
Op 17 april 2015 is de Beleidsregel verwerven woningen langs basisnetroutes gepubliceerd. De beleidsregel betreft een aankoopregeling en bevat de criteria voor aankoop door het Rijk van bestaande kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) van basisnetwegen en van kwetsbare objecten die door een toekomstige wijziging van het transportplafond bij een basisnetweg binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) komen.
Voor de basisnet wegen is in bijlage 1 van de Regeling Basisnet een tabel met de afstand tot de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) per wegtracé opgenomen en de aanduiding of er wel of geen sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Voor de basisnet wegen moet deze plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) worden gehanteerd en kan een berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 5 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
2.6 Groepsrisico
Voor het groepsrisico (GR) is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer spoortraject: • voor 10 of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 10-4; • voor 100 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-6; • voor 1000 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-8. In tegenstelling tot de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico mag van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico door het Bevoegd Gezag gemotiveerd worden afgeweken.
Het groepsrisico moet worden verantwoordt als het plangebied is gelegen binnen 200 meter afstand van de transportroute. Bij de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit wordt hiertoe ingegaan op: • de aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied en de volgens het geldende bestemmingsplan mogelijke dichtheid van personen in het invloedsgebied; • de als het gevolg van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of de vergunning betrekking heeft; • het groepsrisico voor de bestaande situatie en geldende bestemde situatie; • de bijdrage van het betreffende bestemmingsplan of omgevingsbesluit aan de hoogte van het groepsrisico; • maatregelen ter beperking van het groepsrisico die zijn overwogen en die zijn opgenomen ; • de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.
De bovengenoemde verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven als onderbouwd wordt aangetoond dat: • in de huidige en de te bestemmen situatie het groepsrisico minder bedraagt dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of; • het groepsrisico, door de verandering van de personendichtheid, met niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.
Het groepsrisico langs transportroutes van gevaarlijke stoffen moet conform het Bevt en de Regeling Basisnet worden getoetst aan de vuistregels in het HART. Als bij de toetsing aan de vuistregels in het HART blijkt dat bij een bepaalde vervoersstroom het groepsrisico onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijft kan een berekening van het groepsrisico met RBMII achterwege blijven. Als uit de toetsing blijkt dat het groepsrisico mogelijk groter is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde moet het groepsrisico worden berekend met RBMII.
Bij de berekening van het groepsrisico moet bij basisnet wegen worden uitgegaan van de in bijlage 1 van de Regeling Basisnet genoemde vervoershoeveelheden voor GF3-stoffen. Deze vervoershoeveelheden zijn gebaseerd op een maximale benutting van de groeiruimte voor het vervoer.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 6 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
2.7 Rampbestrijding en zelfredzaamheid
Als het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een transportroute wordt bij de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit ingegaan op: • de mogelijkheden van de voorbereiding op de bestrijding van en de beperking van de omvang van een ramp op de transportroute; • voor zover het plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de transportroute een ramp voordoet. De veiligheidsregio moet in de gelegenheid worden gesteld om een advies uit te brengen ten aanzien van deze aspecten.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 7 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
3 Ligging plangebied en wegen
3.1 Ligging plangebied ten opzichte van invloedsgebied wegen
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van 1 weg die is vrijgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. In de onderstaande tabel is de afstand van het plangebied weergegeven en is aangegeven wat de omvang is van het invloedsgebied (1% letaliteitsgrens).
Weg Invloedsgebied Afstand tot plangebied (meter) (meter) Gerekend vanaf het midden van de middenberm van de N9 N9 (wegvak N28: N9 / N248 / N249 / N503 355 34 (bij Schagerbrug) - Huiswaarderweg / Martin Luther Kingweg / Steve Bikoweg (Alkmaar) Tabel 3.1: Afstand plangebied tot wegen en omvang invloedsgebied wegen.
3.2 Ligging plangebied ten opzichte van 200 meter contour N9
Figuur 3.2: Ligging plangebied ten opzichte van 200 meter contour en invloedsgebied N9
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 8 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
3.3 Gevolgen personendichtheid door voorgenomen ontwikkeling in plangebied
Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het invloedsgebied van de N9.
3.3.1 Bestaande (bestemde) situatie
In de bestaande situatie zijn in het plangebied 2 woningen (nr. B3 en B7 in figuur 3.3) en het voormalige kantorencomplex van de PEN-Maatschappij (nr. B1, B2, B4-B6 en B8) gelegen. Het gehele plangebied is bestemd als “Gemengd-1”. Binnen deze bestemming zijn bedrijven, kantoren, ondergeschikte detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, culturele/ontspannende voorzieningen en enkele bedrijfswoningen toegestaan.
Figuur 3.3: Ligging bestaande bestemmingsplanvlakken wonen binnen invloedsgebied N9
De bestemmingen maatschappelijke en culturele voorzieningen maken een grote variatie in mogelijke personendichtheid mogelijk. Voor de bestaande bestemde situatie is uitgegaan van de bestaande bebouwing en de functies waarvoor deze gebouwen zijn gebruikt (kantoorfuncties en twee woningen).
Voor de kantoorfuncties is gerekend met een personendichtheid van 1 persoon per 30 m2 b.v.o gedurende de dagperiode. Voor de woningen is uitgegaan van de aanwezigheid van 1,2 personen gedurende de dagperiode en 2,4 personen gedurende de nachtperiode. In tabel 3.3 is het maximale aantal personen per gebouw weergegeven
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 9 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
Nr Aard object Aantal m2 b.v.o Totaal aantal personen Dagperiode Nachtperiode
B1 Kantoorfunctie 4.647 154,9 0,0 B2 Kantoorfunctie 1.604 53,5 0,0 B3 woning nvt 1,2 2,4 B4 Kantoorfunctie 11.452 381,7 0,0
B5 Kantoorfunctie 5.494 183,1 0,0 B6 Kantoorfunctie 1.266 42,2 0,0 B7 Woning nvt 1,2 2,4 B8 Kantoorfunctie 526 17,5 0,0 Totaal 24.989 835,4 4,8
Tabel 3.4: Verdeling personendichtheid per gebouwvlak
In de bestaande bestemde situatie bedraagt de totale rekenkundig bepaalde personendichtheid binnen het plangebied 835,4 personen in de dagperiode en 4,8 personen in de avond/nacht periode.
3.3.2 Nieuwe situatie
In de nieuw te bestemmen situatie zijn in het plangebied 16 gebouwvlakken geprojecteerd (nrs. A1 t/m A7, B, C1 t/m C3, D, F, G1, G2 en H in figuur 3.5).
Figuur 3.5: Ligging nieuwe bestemmingsplanvlakken in het plangebied
De toedeling van het aantal woningen en het aantal m2 aan commerciële en maatschappelijke functies is nog niet exact bekend. In figuur is per gebouwvlak de brandbreedte van het aantal te realiseren woningen aangegeven. Het totale programma bestaat uit maximaal 600 woningen. Op basis van de gegeven brandbreedte zijn de woningen zodanig over de vlakken verdeeld dat dit in totaal uitkomt op 600 woningen.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 10 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
Verder wordt in totaal maximaal 7.500 m2 b.v.o aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen gerealiseerd. Dit is onderverdeeld in de volgende maatschappelijke en commerciële functies: • Supermarkt : 2.000 m2 b.v.o. in vlak F • Fitness : 1.000 m2 b.v.o. • Horeca : 500 m2 b.v.o., waarvan 115 m2 in vlak A7 • Zorg : 500 m2 b.v.o. • Overige : 1.000 m2 b.v.o. • Onderwijs : 2.000 m2 b.v.o. in vlak G1 • Gymzaal : 500 m2 b.v.o. in vlak G1 Voor enkele maatschappelijke en commerciële functies is nog niet bekend in welk vlak deze zullen worden gerealiseerd. Voor de risicoberekeningen zijn deze functies verdeeld over de vlakken F en A1.
In tabel 3.6 is het maximale aantal personen per gebouwvlak weergegeven waarmee de risicoberekening is uitgevoerd.
Nr Max. aantal Commerciële en maatschappelijke functies Totaal aantal personen woningen Functie Max. aantal m2 bvo Dagperiode Nachtperiode
A1 35 42,0 84,0 horeca 385 38,5 38,5 zorg 500 16,7 0,0 overige functies 1000 33,3 0,0 A2 33 39,6 79,2 A3 37 44,4 88,8 A4 35 42,0 84,0 A5 12 14,4 28,8 A6 1 1,2 2,4 A7 horeca 115 11,5 11,5 B 18 21,6 43,2 C1 96 115,2 230,4 C2 26 31,2 62,4 C3 38 45,6 91,2 D 22 26,4 52,8 F 62 74,4 148,8 supermarkt 2000 66,7 0,0 fitness 1000 50,0 50,0 G1 89 106,8 213,6 onderwijs 2000 400,0 0,0 gymzaal 500 25,0 25,0 G2 76 91,2 182,4 H 20 24,0 48,0 Totaal 600 1.361,7 1.561,0 Tabel 3.6: Verdeling personendichtheid per gebouwvlak
Voor de woningen wordt een personendichtheid aangehouden van 1,2 personen in de dagperiode en 2,4 personen in de avond/nachtperiode. Voor de maatschappelijke en commerciële functies is uitgegaan van kentallen (aantal personen per m2 b.v.o). In bijlage 2 is
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 11 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
weergegeven welke kental per functie is gebruikt. De totale rekenkundig bepaalde personendichtheid binnen het plangebied komt voor de nieuwe situatie op 1.361,7 personen in de dagperiode en 1.561 personen in de avond/nacht periode.
3.3.3 Gevolgen voor de personendichtheid voor de locatie
Het maximaal aantal personen neemt door de ontwikkeling in het plangebied rekenkundig toe met 526,3 personen in de dagperiode en 1.560,2 personen in de avond/nacht periode.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 12 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
4 Vervoers- en risicogegevens gevaarlijke stoffen
4.1 Telgegevens N9
Een actueel overzicht van de uitgevoerde telgegevens wordt bijhouden door Rijkswaterstaat in een Excel-bestand. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de meest recente versie (juni 2019). In april 2013 zijn 945 LF1-, 1.138 LF2- en 80 GF3-transporten(*) geteld.
Voor basisnet wegen moeten de basisnet referentie aantallen (gebaseerd op risico plafonds, betreft de gebruiksruimte van de weg) worden gebruikt zoals is beschreven in de regeling basisnet. Voor GF3-stoffen is het referentie aantal genoemd in bijlage 1 van de regeling Basisnet.
De N9 is een basisnet weg. In tabel 4.1 is het referentie aantal voor de vervoerintensiteit van gevaarlijke stoffen opgenomen.
Omschrijving wegvak Gevaarlijke Basisnet referentie aantal stof(*) vervoersintensiteit gevaarlijke stoffen (**)
N9 (wegvak N28: N9 / N248 / N249 / N503 (bij GF3 500 Schagerbrug) - Huiswaarderweg / Martin Luther Kingweg / Steve Bikoweg (Alkmaar (*) Is de totale vervoersintensiteit per jaar over beide rijrichtingen per gevaarlijke stoffen categorie, waarbij:
LF1 = Brandbare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 23 C (bijvoorbeeld petroleum) LF2 = Brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 C (bijvoorbeeld benzine) GF3 = Brandbare gassen met een kookpunt tussen de 182 en 253 K (bijvoorbeeld LPG, propaan) Een hoger getal duidt op een hogere gevaarspotentie. (**) Betreft het basisnet referentie aantal, gebaseerd op risico plafonds. De werkelijk getelde aantallen zijn veel lager. In april
2013 zijn 80 GF3-transporten geteld, en deze telling uit 2013 vertoond een neerwaartse trend ten opzichte van de tellingen uit 2001 en 2007. Tabel 4.1 Basisnet referentie-aantallen vervoerintensiteit gevaarlijke stoffen
De verdeling van het aantal transporten tussen de dag/nachtperiode en tussen het weekend en de werkweek zijn gebaseerd op de landelijk uitgevoerde analyse van de digitale telgegevens van 8011382006/2007 (Ministerie van Verkeer en Waterstaat/CQM, 7 januari 2008). Hieruit blijkt dat: • 70% van de transporten plaatsvindt in de dagperiode en 30% in de nachtperiode; • ca. 6 % van de transporten plaatsvindt in het weekend en door de week ca. 94 %.
4.2 Omvang invloedsgebied
De omvang van het invloedsgebied wordt bepaald door het incidentscenario met de grootste 1% letaliteitsafstand.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 13 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
In tabel 1 van het HART zijn per stofcategorie de maximale afstanden tot een overlijdenskans van 1% weergegeven.
Figuur 4.2: invloedsgebied per stofcategorie
Voor wegvak N28 van de N9 bedraagt de omvang van het invloedsgebied 355 meter vanwege het voorkomen van GF3-stoffen (zoals LPG en propaan).
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 14 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
5 Personendichtheid
Uitgangspunt voor de bepaling van de personendichtheid zijn: • Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, Ministerie VROM, versie 1.0 november 2007 • Handleiding Risicoanalyse Transport (versie 1.2, 11 januari 2017)
Voor het groepsrisico moet de aanwezige bevolking in kaart worden gebracht voor het volledige gebied waarbinnen nog dodelijke slachtoffers kunnen vallen, dat wil zeggen het gebied tussen de transportroute en de 1% letaliteitsgrens.
5.1 Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico
De nauwkeurigheid van de inventarisatie van de bevolking moet aansluiten bij de relatieve bijdrage aan het groepsrisico. Volgens de Handreiking moet de inventarisatie van de bevolking binnen de risicocontour van 10-8 nauwkeuriger plaatsvinden dan daarbuiten: • tussen de transportroute en de PR=10-8-contour moet de personendichtheid per object worden bepaald op basis van de kentallen in tabel 16.2 van de Handreiking (deze zijn opgenomen in bijlage 2), voor specifieke objecten die niet in tabel 16.2 genoemd zijn moet een zo nauwkeurig mogelijke inschatting worden gemaakt. In eerste instantie moet van tabel 16.2 worden uitgegaan indien nodig kan aanvulling worden gezocht bij tabel 16.3 van de Handreiking (bevolkingsdichtheden per gebiedstype); • tussen de PR=10-8-contour en de 1% letaliteitsgrens kan volstaan worden met een grove inventarisatie op basis van gebiedstypen en bijbehorende kentallen (tabel 16.3 van de Handreiking en PGS 1, deel 6).
5.2 Handleiding Risicoanalyse Transport
In tabel 1 van het HART zijn per stofcategorie de maximale afstanden tot een overlijdenskans van 1% weergegeven. Voor wegvak N28 van de N9 bedraagt de omvang van het invloedsgebied 355 meter vanwege het transport van GF3-stoffen (zoals LPG).
Binnen dit gebied moet per object de aanwezigheid van personen worden bepaald. Indien directe informatie over het aantal personen niet aanwezigheid is kan gebruik gemaakt worden van kengetallen in de tabellen 4-3 t/m 4-5. De inhoud van deze tabellen komt overeen met de tabellen 16.2 t/m 16.4 in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico.
Het voldoet in de praktijk meestal de bevolking nauwkeurig te inventariseren in het gebied binnen de 10-8-contour van het plaatsgebonden risico. Met een RBM II berekening kan worden gecontroleerd of de uitkomst van de groepsrisicoberekening gevoelig is voor bevolking buiten de 10-8-contour.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 15 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
5.3 Populatieservice
De overheid heeft een populatiebestand groepsrisicoberekeningen laten ontwikkelen. Deze landelijke bevolkingsdataset wordt ten behoeve van risicoberekeningen verstrekt via de website populatieservice.nl. Populatieservice is een geautomatiseerde populatie inventarisatie service. De informatie hiervoor is (hoofdzakelijk) afkomstig uit de basisadministratie adressen en gebouwen (BAG). De informatie bevat veel maar niet alle benodigde gegevens en kan leemtes en onjuistheden bevatten. Met name niet gebouwgebonden activiteiten zoals recreatie, sportvelden e.d. ontbreken nog.
De aangeleverde populatie door populatieservice betreft een vertaling van de actueel gebouwde omgeving (plus evt. bouwplannen). De populatieservice voorziet niet in het leveren van bestemmingsplan capaciteit.
Gekozen kan worden om de uitvoer per gebouw (BAG-object) te generen of in een grid.
Deze landelijke bevolkingsdataset kan gebruikt worden als startpunt voor de invoer van bevolkingsgegevens voor groepsrisicoberekeningen en op basis van locale inzichten (qua gebruik en functie van gebouwen, actualiteit van gegevens en bestemmingsplan-informatie) verder worden aangepast.
5.4 Gehanteerde werkwijze bepaling personendichtheid
Langs het tracé van de N9 (1 kilometer aan weerzijden van het plangebied) zijn aan weerszijden van de N9 over een afstand van 355 meter de populatiegegevens opgevraagd bij populatieservice.nl en ingelezen in RBM II. De objecten zijn deels als shapefilevlak geimporteerd in RBM II en deels als grid.
De geïmporteerde populatie binnen de PR=10-8-contour (zie voor ligging PR=10-8 contour figuur 5.1) is nagelopen op juistheid/volledigheid en is niet aangepast. Hierbij is het noodzakelijk gebleken om het populatiebestand op 1 locatie aan te passen. In figuur 5.1 is deze locatie blauw weergegeven. De locaties die niet zijn aangepast in het populatiebestand zijn paars weergegeven in figuur 5.1. Verder zijn handmatig enkele ontbrekende objecten toegevoegd in RBMII. Deze zijn in figuur 5.1 groen weergegeven. In bijlage 2 is aangegeven op welke wijze het maximaal aanwezige aantal personen per object is bepaald voor de dagperiode en avond/nachtperiode. De adresgegevens en de gebruiksfunctie van objecten en het aantal m2 b.v.o van objecten is bepaald door middel van de BAG-viewer en waar nodig aangevuld/gecorrigeerd met informatie van street view, google.nl/maps, bing.com/maps of websites van instanties/bedrijven. De nummering van de handmatig gewijzigde en ingevoerde objecten in RBMII in figuur 5.1 komt overeen met de nummering in bijlage 2.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 16 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
Legenda Legenda bebouwingsobjecten weg Populatieservice, ongewijzigd PR 10-8 contour weg Populatieservice, gewijzigd object 355 m rond weg Handmatig ingevoerd object Ondergrond: luchtfoto en BAG Figuur 5.1: gecontroleerde omgevingsobjecten in populatieservice en ingevoerde/aangepaste objecten in RBMII
Zie voor de visualisatie van de ingevoerde bevolkingsvlakken in RBM II figuur 5.2, 5.3 en 6.4. De bevolking in het plangebied is handmatig ingevoerd.
5.4.1 Bestaande bestemde situatie
Voor de bestaande bestemde situatie zijn de bestemmingsplanvlakken wonen van het vigerende bestemmingsplan ingevoerd met het in paragraaf 3.3.1 aangegeven aantal personen (gebouwnummers B1 t/m B8 in figuur 3.3 en 5.2, de nummering komt overeen met de nummering in bijlage 2). In figuur 5.2 is een deel van de ingevoerde bevolking weergegeven zoals ingevoerd in RBM II.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 17 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
Figuur 5.2: Ingevoerde bevolking RBM II bestaande bestemde situatie, detail nabij plangebied
5.4.2 Nieuwe situatie
Voor de nieuw te bestemmen situatie zijn de bestemmingsplanvlakken wonen ingevoerd met het in paragraaf 3.3.3 aangegeven aantal personen (gebouwvlakken A1 t/m A7, B, C1 t/m C3, D,F,G1, G2 en H in in figuur 3.5 en 5.3, de nummering komt overeen met de nummering in bijlage 2). In figuur 5.3 is een deel van de ingevoerde bevolking weergegeven zoals ingevoerd in RBM II.
Figuur 5.3: Ingevoerde bevolking RBM II nieuwe situatie, detail nabij plangebied
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 18 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
6 Plaatsgebonden risico en berekening groepsrisico
6.1 Plaatsgebonden risico
Voor basisnet wegen is de plaatsgebonden risicocontour voor de basisnet referentie aantallen voor het transport van gevaarlijke stoffen (gebaseerd op risico plafonds) berekend en weergegeven in bijlage 1 van de Regeling Basisnet. Voor het betreffende wegvak van de N9 is een afstand van 0 meter weergegeven. De normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
6.2 Plasbrandaandachtsgebied
Voor het betreffende wegvak van de N9 is in bijlage 1 van de Regeling Basisnet aangeven dat er geen brandplasaandachtsgebied aanwezig is. De normen voor het brandplasaandachtsgebied vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
6.3 Groepsrisico
6.3.1 Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II) Het programma RBM II is de gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van de risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, en over het water. AVIV heeft RBM II in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat ontwikkeld.
RBM II is in de Regeling Basisnet en de Handleiding Risicoanalyse Transport aangewezen als voorgeschreven als standaard rekenpakket. RBM II wordt regelmatig aangepast en verbeterd. Er is gerekend met de meest recente versie van RBM II. Er is gebruik gemaakt van de volgende versie van RBM II: Onderdeel Versie Release datum RBM_II.exe 2.3.0 Build: 535 14-11-2013 Parameters 1.3 14-11-2013 Weer 1.0 24-08-2012 Tabel 6.1 Gebruikte versie RBM II
6.3.2 Modellering weg De N9 is gemodelleerd in RBMII als weg buiten de bebouwde kom met een faalfrequentie van 3,6E-07 (1/vtg.km) en een wegbreedte van 10 meter. De in tabel 4.1. weergegeven vervoersgegevens voor GF3 stoffen is ingevoerd in RBM II.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 19 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
6.3.3 Bestaande (bestemde) situatie en nieuw te bestemmen situatie
In figuur 6.2 is het resultaat van de groepsrisicoberekening weergegeven voor de bestaande (bestemde) en nieuwe omgevingssituatie.
Omgevingssituatie Nieuwe situatie Bestaande situatie
Figuur 6.2 fN-curve groepsrisico bestaande (bestemde) situatie en nieuwe situatie
In de bestaande bestemde situatie bedraagt het hoogste groepsrisico per km maximaal 0,045 maal de oriëntatiewaarde. In de nieuwe situatie neemt het hoogste groepsrisico per km toe tot maximaal 0,204 maal de oriëntatiewaarde 1.
In figuur 6.3 is geografisch weergegeven op welk punt op het traject het groepsrisico het hoogst is. Deze locatie is op de weg aangegeven met een gele cirkel. Dit is in de bestaande bestemde situatie ruim ten zuiden van het plangebied gelegen. In de nieuwe situatie is punt op het traject met het hoogste groepsrisico gelegen ter hoogte van het plangebied.
1 De Normwaarde in figuur 6.2 is de maximaal berekende waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend als het product van de kans met het kwadraat van het aantal bijbehorende slachtoffers. Een normwaarde van 0,01 betekent dat deze gelijk is aan de oriëntatiewaarde. Door de berekende normwaarde met 100 te vermenigvuldigen kan het maximaal berekende groepsrisico worden uitgedrukt als fractie van de oriëntatiewaarde.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 20 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
Bestaande situatie
Nieuwe situatie
Figuur 6.3 Geografische weergave PR-contouren en punt hoogste groepsrisico bestaande (bestemde) en nieuw te bestemmen situatie
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 21 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
7 Toetsing aan het Bevt
7.1 Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied
De normen voor het plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebieden vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
7.2 Groepsrisico
Het groepsrisico is voor de N9 met RBM II berekend voor de bestaande (bestemde) situatie en de nieuw te bestemmen situatie.
Voor de bestaande (bestemde) situatie bedraagt het groepsrisico 0,045 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt door de voorgenomen ontwikkeling toe tot 0,204 maal de oriëntatiewaarde (toename van 353 %).
Op grond van artikel 8 van het Bevt is een verantwoording van het groepsrisico vereist omdat het plangebied gelegen is op minder dan 200 meter van de N9 en het groepsrisico hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en met meer dan 10% toeneemt.
7.3 Verantwoording groepsrisico
Bij de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit moet bij de verantwoording worden ingegaan op: 1. de aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied en de volgens het geldende bestemmingsplan mogelijke dichtheid van personen in het invloedsgebied; 2. de als het gevolg van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of de vergunning betrekking heeft; 3. het groepsrisico voor de bestaande situatie en geldende bestemde situatie; 4. de bijdrage van het betreffende bestemmingsplan of omgevingsbesluit aan de hoogte van het groepsrisico; 5. maatregelen ter beperking van het groepsrisico die zijn overwogen en die zijn opgenomen; 6. de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.
Ad 1 en 2. De personendichtheid in het plangebied bedraagt in de bestaande (bestemde) situatie maximaal 835,4 personen in de dagperiode en 4,8 personen in de avond/nachtperiode. In de nieuwe situatie bedraagt de personendichtheid maximaal 1.361,7 personen in de dagperiode en 1.565 personen in de avond/nacht periode. Het maximaal aantal personen neemt door de ontwikkeling
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 22 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
in het plangebied in de dagperiode rekenkundig toe met 526,3 personen en in de avond/nacht periode met 1.560,2 personen.
Ad. 3 Voor de bestaande (bestemde) situatie bedraagt het groepsrisico 0,045 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt door de voorgenomen ontwikkeling toe tot 0,204 maal de oriëntatiewaarde.
Ad 4. De voorgenomen ontwikkeling leidt langs het betreffende tracé van de N9 tot een toename van het groepsrisico (toename van 353 %). Het groepsrisico blijft echter lager dan de oriëntatiewaarde.
Ad. 5 en 6 Het plangebied is voor een gedeelte gelegen binnen de PR=10-8 contour en grotendeels daarbuiten. Binnen de PR=10-8 contour zijn drie gebouwvlakken aanwezig (F, G1 en G2) waarvan vlak G1 een hoge personendichtheid heeft en het dichtst bij de N9 ligt. Een andere positionering van het gebouwvlak G1 ( en in mindere mate gebouwvlak F en G2) tot buiten de PR=10-8 contour zal een significant verlagend effect hebben op de hoogte van het groepsrisico. De totale bijdrage van het plangebied aan de hoogte van het berekende groepsrisico geeft echter in beginsel geen aanleiding om functies binnen het plangebied te verschuiven of aan te passen om een lager groepsrisico te realiseren aangezien het groepsrisico veel lager is dan de oriëntatiewaarde.
7.4 Rampbestrijding en zelfredzaamheid
Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de N9 moet op grond van artikel 7 van het Bevt in de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit worden in gegaan op: 1. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp met gevaarlijke stoffen op de N9, en; 2. voor zover het plan of de vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de N9 een ramp met gevaarlijke stoffen voordoet.
7.4.1 Scenario’s brandbare gassen
Door een externe beschadiging van een tankwagen met GF3-stoffen (zoals propaan of LPG) kan de tank openscheuren waardoor de gehele inhoud aan brandbaar gas direct vrijkomt. Als dit direct ontsteekt ontstaat er een vuurbal en een drukgolf (zogenaamde koude BLEVE 2). Als dit gas later ontsteekt ontstaat er een gaswolkexplosie of wolkbrand. Als een tankwagen met GF3 - stoffen betrokken raakt bij een brand kan na enige tijd de tank bezwijken waardoor de gehele inhoud aan brandbaar gas direct vrijkomt en ontsteekt (zogenaamde warme BLEVE). Als maatgevend scenario wordt voor wegen (vanwege de hogere kans) uitgegaan van een koude BLEVE. Bij dit scenario kunnen tot een afstand van 200 meter personen die buiten aanwezig zijn komen te overlijden door de optredende (kortdurende) warmtestraling. Het optreden van een
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 23 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
koude BLEVE kan door de optredende kortdurende warmtestraling bij het gebouw in het plangebied leiden tot onherstelbare schade aan het gebouw (waarbij alle aanwezige personen komen te overlijden).
7.4.2 Bestrijdbaarheid
Het optreden van een koude BLEVE is een snel scenario dat direct plaatsvindt. Voor dit scenario zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen. Bij de dreiging van een warme BLEVE door brand rondom/nabij een tankwagen met brandbare gassen bestaat er voor de brandweer gedurende enige tijd de mogelijkheid om de tankwagen te koelen met water om een warme BLEVE te voorkomen. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn.
Na het optreden van een koude of warme BLEVE kunnen in het plangebied branden ontstaan die door de brandweer kunnen worden geblust. Hierbij is het van belang dat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten. Het plangebied is aan de zuidzijde bereikbaar via 2 toegangswegen (1 aan de James Wattstraat en 1 aan de Amperestraat). Er is sprake van voldoende bereikbaarheid. Door het realiseren van een 3e toegangsweg voor hulpdiensten naar het plangebied aan de zijde van de Helderseweg kan de bereikbaarheid worden verbeterd.
7.4.3 Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten.
Mobiliteit van de aanwezigen Onderstaand is aangegeven in hoeverre de personen in de geprojecteerde gebouwen zelfredzaam zijn: • Gebouwen met een woonfunctie: zelfredzaam • Commerciële voorzieningen (horeca, supermarkt, fitness, e.d.): zelfredzaam • Maatschappelijke voorzieningen: o Basisschool : minder zelfredzaam o Zorgfuncties: zelfredzaam (zorg zonder verblijf, b.v. huisartsenpraktijken, fysiotherapie, e.d.) niet zelfredzaam (zorg met verblijf, b.v. ziekenhuis, verpleeghuis, e.d.)
Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten.
Het optreden van een koude BLEVE is een snel scenario waarbij er geen tijd beschikbaar is om te kunnen vluchten. Bij het optreden van een warme BLEVE is voorafgaand in beginsel voldoende tijd aanwezig om de betreffende gebouwen te ontruimen. Indien bij een dreigende BLEVE door de hulpdiensten wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen, van de bron af (in oostelijke richting), kunnen vluchten. Via de wegenstructuur binnen het plangebied zal
2 Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 24 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
eerst in zuidelijke richting worden gevlucht en kan vervolgens verder in oostelijke richting via de Amperestraat, James Wattstraat en Voltastraat worden gevlucht.
Figuur 7.1 Vluchtrichtingen vanuit het plangebied
De vluchtmogelijkheden kunnen worden verbeterd door ook aan de Helderseweg een vluchtroute te realiseren.
Voor gebouwen waar personen aanwezig zijn die verminderd zelfredzaam zijn (basisschool) zal de BHV-organisatie zodanig moeten zijn ingericht dat er voldoende personen aanwezig zijn om te waarborgen dat een goede/snelle ontruiming van de basisschool mogelijk is bij de (dreiging van) een calamiteit. Ten aanzien van de basisschool wordt verder opgemerkt dat dit op grond van de Omgevingswet per 1 januari 2024 wordt aangemerkt als een zeer kwetsbaar object dat gelegen is binnen het explosieaandachtsgebied van de N9 (is gebied 200 m langs de N9). Hiervoor moet door de gemeente in het omgevingsplan een explosievoorschriftengebied worden aangewezen in het omgevingsplan. Binnen een aangewezen explosievoorschriftengebied gelden voor nieuw te realiseren gebouwen op grond van artikel 4.90 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) aanvullende eisen aan de toe te passen beglazing van het gebouw (de beglazing is zodanig dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen). Gezien het bovenstaande wordt geadviseerd om de basisschool op meer dan 200 meter afstand te realiseren van de N9.
Ten aanzien van zorgfuncties (zorg met verblijf) met personen die niet zelfredzaam zijn wordt geadviseerd om deze niet te realiseren binnen het invloedsgebied van de N9 (deze functies zijn evt. wel mogelijk in een deel van bouwvlak C3). Opgemerkt wordt dat dergelijke functies ook zijn aangemerkt als een zeer kwetsbaar object per 1 januari 2024 bij in werking treden van de Omgevingswet.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 25 van 26 Projectnummer: 627D2
Prevent Adviesgroep
8 Conclusie
De normen voor het plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebieden zoals aangegeven in het Bevt vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Op grond van het Bevt moet in de toelichting bij het ruimtelijke besluit het groepsrisico worden verantwoordt en moet worden ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid bij een ongeval met gevaarlijke stoffen op het wegtraject en de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Dit is in deze rapportage beschouwd. De inhoud van deze rapportage kan door het bevoegd gezag, samen met het advies van de Veiligheidsregio, worden gebruikt voor de verantwoording voor het groepsrisico.
Geadviseerd wordt om aan de Helderseweg een extra toegang voor hulpdiensten te realiseren die ook gebruikt kan worden voor ontvluchting vanuit het plangebied.
Ten aanzien van de basisschool (personen die verminderd zelfredzaam zijn) wordt geadviseerd om deze niet te realiseren binnen 200 meter afstand van de N9. Ten aanzien van zorgfuncties (zorg met verblijf, personen die niet zelfredzaam zijn) wordt geadviseerd om deze niet te realiseren binnen het invloedsgebied van de N9 (deze functies zijn evt. wel mogelijk in een deel van bouwvlak C3).
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 26 van 26 Projectnummer: 627D2
Bijlagen
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 1 van 2 Projectnummer: 627D2
Bijlage 1: Toelichting externe veiligheidsbegrippen
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 2 van 2 Projectnummer: 627D2
Bijlage 1 : Toelichting externe veiligheidsbegrippen Afkortingen
Bevt Besluit externe veiligheid transportroutes
GR Groepsrisico
HART Handleiding risicoanalyse Transport
FN-Curve Grafiek waarin het groepsrisico wordt weergegeven. Zie voor uitleg het begrip groepsrisico.
PR plaatsgebonden risico. Zie voor uitleg het begrip plaatsgebonden risico.
QRA Quantitative Risk Analysis (= kwantitatieve risico analyse): berekening van kansen op het overlijden ten gevolge van een calamiteit met gevaarlijke stoffen).
RMB II Risicoberekeningsmethodiek II
Uitleg begrippen Beperkt kwetsbaar object - Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen en woonwagens per hectare; - Dienst- en bedrijfswoningen van derden; - Kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 1500 m2 per object; - Restaurants, voor zover hierin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn; - Winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 2000 m2, voor zover zij geen onderdeel uitmaken van een complex waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd, waarvan het gezamenlijk bruto oppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en waarin een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; - Sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; - Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; - Bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn zoals: – kantoorgebouwen en hotels met een bruto oppervlak van meer dan 1500 m2 per object; – complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels
met een totaal oppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; - Objecten die met het bovengenoemde (m.u.v. sport- kampeerterreinen < 50 personen) gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 1 van 4 Projectnummer: 627D2
personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; en - Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
Grenswaarde Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar. Zie ook toelichting plaatsgebonden risico. Deze grenswaarde geldt bij kwetsbare objecten direct voor nieuwe situaties.
Groepsrisico Het groepsrisico geeft inzicht over hoeveel personen worden bedreigt bij een calamiteit door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen. Het aantal getroffen personen is per mogelijke calamiteit verschillend (omdat de effecten per type calamiteit verschillen). Het transport van gevaarlijke stoffen kan leiden tot verschillende soorten calamiteiten met bijbehorende effecten (dus slachtoffers) en kansen. Een ander punt is de aanwezigheid van personen binnen het effectgebied van de calamiteit. Als er geen personen in het gebied aanwezig zijn kunnen er geen slachtoffers vallen en is het groepsrisico dan ook “nihil”. Het groepsrisico kan niet in 1 getal worden uitgedrukt. Maar wordt als een hoekige curve weergegeven in een grafiek waarin het aantal dodelijk slachtoffers is uitgezet tegen de kans dat een calamiteit met dit aantal slachtoffers kan optreden. Zie onderstaande voorbeeldgrafiek.
Een dergelijk grafiek wordt een FN-curve genoemd. Waarbij F staat voor de kans per jaar en N voor het aantal dodelijke slachtoffers.
Het groepsrisico is gedefinieerd is de kans per jaar dat 10, 100 of 1000 personen overlijden per kilometer transportroute als rechtstreeks gevolg van een calamiteit door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico kent geen harde grenswaarde. Voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer transportroute: • voor 10 of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 10-4; • voor 100 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-6; • voor 1000 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-8.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 2 van 4 Projectnummer: 627D2
Deze waarde geld als een richtwaarde waaraan getoetst moet worden (is in bovenstaande grafiek als streepjeslijn aangegeven) en is een soort maat voor wat binnen Nederland nog als maatschappelijk geaccepteerde kans geldt voor calamiteiten waarbij meerdere dodelijke slachtoffers kunnen vallen. De oriëntatiewaarde is zodanig gedefinieerd dat bij iedere factor 10 toename van het aantal slachtoffers de kans hierop met een factor 100 moet afnemen. Hiermee wordt tot uitdrukking gegeven dat bij een groter aantal slachtoffers het maatschappelijk draagvlak hiervoor snel afneemt aangezien dit tot een ontwrichting van de locale samenleving kan leiden. De oriëntatiewaarde is geen “sanerings”waarde. Dit betekent dat als deze overschreden wordt bij bestaande situaties dit niet tot een verplichte sanering hoeft te leiden. Wel moet altijd geprobeerd worden om het groepsrisico zo veel mogelijk te beperken.
Invloedsgebied gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico van een weg, spoorweg of binnenwater tot de grens waarop de letaliteit van die personen 1% is.
Kwetsbaar object - Woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare of dienst- en bedrijfswoningen van derden; - Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: – ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; – scholen; – gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; - Gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, zoals: – kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object; – complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; - Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar.
Oriëntatiewaarde Zie toelichting bij groepsrisico.
Plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico geeft aan hoe vaak een calamiteit door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen voorkomt waarbij dodelijke slachtoffers vallen. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in kans per jaar. Omdat deze kansen zeer klein zijn worden deze met de volgende wiskundige notatie aangegeven: bijvoorbeeld 10-6/jaar. Dit is hetzelfde als 0,000001/jaar, of een kans van 1 op de 1.000.000 per jaar. Soms wordt dit voor de beeldvorming ook wel uitgedrukt als 1 keer per miljoen jaar. Wat niet betekent dat dit zich dan pas over 1 miljoen jaar voor kan doen. Dit kan b.v. ook morgen al gebeuren.
Plaatsgebonden risico – contour (PR-contour) Rondom een transportroute kan een lijn worden getrokken waarbij het plaatsgebonden risico overal gelijk is. Bijvoorbeeld overal 10-6/jaar. Deze lijn loopt parallel aan beide zijden van de transportroute. Deze contour wordt dan in dit voorbeeld de PR=10-6-contour genoemd en kan op een kaart/plattegrond worden weergegeven.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 3 van 4 Projectnummer: 627D2
Richtwaarde Er geldt een richtwaarde voor het plaatgebonden risico bij beperkt kwetsbare objecten. Zie toelichting bij plaatsgebonden risico.
Groepsrisicoberekening N9 Pagina 4 van 4 Projectnummer: 627D2
Bijlage 2 : Ingevoerde personendichtheid per object
TU Delft Stroomschema toetsing BRZO 2015 Bijlagen: pagina 1 van 1 Projectnummer: 368
Bijlage 2: Ingevoerde personendichtheid per object Kentallen Handreiking verantwoording groepsrisico en HART Kentallen tabel 16.2 en 16.4 Handreiking / tabel 4-3 en 4-5 HART In de handreiking verantwoording groepsrisico zijn de volgende kentallen voor personendichtheden ( tabel 16.2), en aanwezigheidsfactoren (tabel 16.4) aangegeven die gehanteerd moeten worden binnen de PR=10-8 contour: functie aantal personen per eenheid kental Aanwezigheid dag nacht Wonen 2,4 per woning 2,4 0,5 1 Industrie, bedrijvigheid 1 werknemer per 100 m2 bedrijfsvloer oppervlak dag 0,01 1 0 volcontinu : kantoorgedeelte 0,0333 1 0 volcontinu : overig bedrijfsopp. 0,01 1 1 Kantoren 1 werknemer per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 0,0333 1 spec. Winkels 1 werknemer/bezoeker per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 0,0333 1 spec. Scholen 1,1 persoon per leerling 1,1 1 0 Recreatie en evenementen geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6) overig geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6)
Kentallen tabel 16.3 Handreiking / tabel 4-4 HART -8 Buiten de PR=10 contour kan volstaan worden met een grove inventarisatie op basis van gebiedstypen en bijbehorende kentallen (tabel 16.3) Type gebied bevolkingsdichtheid (personen/hectare) Woongebieden Natuurgebied 0 Buitengebied 1 Incidentele woonbebouwing 5 Rustige woonwijk 25 Drukke woonwijk 70 Stadsbebouwing met hoogbouw 120 Industriegebieden Personeeldichtheid - laag 5 Personeeldichtheid - midden 40 Personeeldichtheid - hoog 80 kantoren- hoogbouw 200 Recreatiegebied (in seizoen) Camping, bungalowpark 60-200
Populatieservice Gebruikte data-versie
Opgevraagd gebied in populatieservice Voor het gebied 355 meter rondom het wegtraject is gebruik gemaakt van de gegevens van Populatieservice. Na controle zijn enkele locaties binnen de PR=10-8 contour op basis van BAG gegevens, luchtfotos en www.ruimtelijkeplannen.nl de personendichtheid in RBMII handmatig ingevoerd Voor deze locaties is in de onderstaande tabel onder bestaande situatie de gebruikte personendichtheid weergegeven.
Inlezing populatiebestanden in RBM II De parameters bij populatieservice.nl zijn zodanig gekozen dat het merendeel van de gebouwen met alleen een woonfunctie zijn geimporteerd als gridvlakken van 10 bij 10 meter voor de dag en nachtperiode. Voor alle overige functies zijn objecten als shapefilevlak geimporteerd in RBM II Dit populatiebestand is ingelezen in RBM II. Voor de aangepaste locaties is in de tabel onder de bestaande situatie de gebruikte personendichtheid weergegeven.
Aangepaste objecten populatieservice in RBM II en handmatig ingevoerde objecten in RBM II is bestaande bestemde bebouwing in plangebied Bestaande (bestemde)situatie Is nieuw te bestemmen bebouwing in plangebied
Nr Adres Aard object Bestemming Ingevoerd in RBM II als: Aantal personen aanwezigheidspercentage Aantal personen aanwezig Tijdsduur ingevoerde RBM II (www.ruimtelijke- (ingevoerd in RMB II) objecten plannen.nl) Aantal Eenheid Aantal Bron kental Eenheid kental Personen dag avond/nacht dag avond/nacht dag avond/nacht (8.00-18.30) (18.30-8.00) 1 Sluispolderweg 7 Golfbaan terrein Sport Bedrijven continu 31,2 hectare Luchtfoto, ruimtelijkeplannen 5,00 personen/hectare 155,8 100% 0% 155,8 0,0 gehele week gehele week 2 Oude Helderseweg 85b winkel tuinartikelen Bedrijf Bedrijven dagdienst 505 m2 b.v.o. GIS meting 0,03 personen/m2 b.v.o 16,8 100% 0% 16,8 0,0 gehele werkweek n.v.t. 3 Oude Helderseweg 85a bedrijfsgebouwen Bedrijf Bedrijven dagdienst 931 m2 b.v.o. GIS meting 0,01 personen/m2 b.v.o 9,3 100% 0% 9,3 0,0 gehele werkweek n.v.t.
4 Helderseweg 65 volkstuinen Recreatie Evenementen (werkweek) 160 volkstuinen info website 1,00 personen/volkstuin A) 160,0 100% 100% 160,0 160,0 4 uur per werkdag 1 uur per werkdag Evenementen (in het weekend) 160 volkstuinen info website 1,00 personen/volkstuin A) 160,0 100% 100% 160,0 160,0 4 uur per werkdag 1 uur per werkdag 5 Amperestraat 2 (0361100000033656) tijdelijke woonfunctie, 41 kamers met Maatschappelijk woonbebouwing 41 kamers info website 1,0 personen/kamer 41,0 50% 100% 20,5 41,0 gehele week gehele week gemeenschappelijke voorzieningen 6 Havinghastraat 4-6 Atletiekbaan en handboog schietbaan Sport Bedrijven continu 2,3 hectare Luchtfoto, ruimtelijkeplannen 25,00 personen/hectare B) 58,3 100% 100% 58,3 58,3 gehele week gehele week B1 Voltastraat 2 kantoorgebouw Gemengd-1 Bedrijven dagdienst 4.647 m2 b.v.o. Meetrapport NEN 2580 0,03 personen/m2 b.v.o 154,9 100% 0% 154,9 0,0 gehele werkweek n.v.t B2 Voltastraat 2 kantoorgebouw Gemengd-1 Bedrijven dagdienst 1.604 m2 b.v.o. Meetrapport NEN 2580 0,03 personen/m2 b.v.o 53,5 100% 0% 53,5 0,0 gehele werkweek n.v.t B3 Voltastraat 2 woning Gemengd-1 Woonbebouwing 1 woning BAG 2,4 personen/woning 2,4 50% 100% 1,2 2,4 gehele week gehele week B4 Voltastraat 2 kantoorgebouw Gemengd-1 Bedrijven dagdienst 11.452 m2 b.v.o.
Meetrapport NEN 2580 0,03 personen/m2 b.v.o 381,7 100% 0% 381,7 0,0 gehele werkweek n.v.t B5 Voltastraat 2 kantoorgebouw Gemengd-1 Bedrijven dagdienst 5.494 m2 b.v.o. Meetrapport NEN 2580 0,03 personen/m2 b.v.o 183,1 100% 0% 183,1 0,0 gehele werkweek n.v.t B6 Voltastraat 2 kantoorgebouw Gemengd-1 Bedrijven dagdienst 1.266 m2 b.v.o. Meetrapport NEN 2580 0,03 personen/m2 b.v.o 42,2 100% 0% 42,2 0,0 gehele werkweek n.v.t B7 Voltastraat 4 woning Gemengd-1 Bedrijven dagdienst 1 woning BAG 2,4 personen/woning 2,4 50% 100% 1,2 2,4 gehele week gehele week B8 Voltastraat 2 kantoorgebouw Gemengd-1 Woonbebouwing 526 m2 b.v.o. Meetrapport NEN 2580 0,03 personen/m2 b.v.o 17,5 100% 0% 17,5 0,0 gehele werkweek n.v.t A) Uitgegaan van 1 persoon per volkstuin, uitgegaan van een jaargemiddelde aanwezigheid van 4 uur in de dagperiode en 1 uur in de avond/nachtperiode. Gemodelleerd als evenement (zowel werkweek als weekend) B) De sportvelden zijn beschouwd als "sport- en recreatie buiten - extensief gebruik", conform PGS 1 deel 6 tabel 1, waarbij worst-case is aangenomen dat het maximaal aanwezige personen in de avond/nacht-periode gelijk is aan de dagperiode. Voor extensief gebruik wordt 25 personen/ha aangehouden.
Nieuw te bestemmen situatie Zelfde als bestaande (bestemde) situatie zonder B1/B8, aangevuld met de volgende onderstaande objecten Nr Adres Aard object Bestemming Ingevoerd in RBM II als: Aantal personen aanwezigheidspercentage Aantal personen aanwezig Tijdsduur ingevoerde RBM II (www.ruimtelijke- (ingevoerd in RMB II) objecten plannen.nl) Aantal Eenheid Aantal Bron kental Eenheid kental Personen dag avond/nacht dag avond/nacht dag avond/nacht (8.00-18.30) (18.30-8.00) A1 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 35 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 84,0 50% 100% 42,0 84,0 gehele week gehele week horeca Bedrijven continu 385 m2 b.v.o. opdrachtgever 0,10 personen/m2 b.v.o 38,5 100% 100% 38,5 38,5 gehele week gehele week zorg Bedrijven dagdienst 500 m2 b.v.o. opdrachtgever 0,03 personen/m2 b.v.o 16,7 100% 0% 16,7 0,0 gehele werkweek n.v.t overige maatschappelijke commerciele functies Bedrijven dagdienst 1000 m2 b.v.o.
opdrachtgever 0,03 personen/m2 b.v.o 33,3 100% 0% 33,3 0,0 gehele werkweek n.v.t A2 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 33 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 79,2 50% 100% 39,6 79,2 gehele week gehele week A3 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 37 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 88,8 50% 100% 44,4 88,8 gehele week gehele week A4 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 35 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 84,0 50% 100% 42,0 84,0 gehele week gehele week A5 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 12 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 28,8 50% 100% 14,4 28,8 gehele week gehele week A6 Plangebied PEN dorp woning Woonbebouwing 1 woning opdrachtgever 2,4 personen/woning 2,4 50% 100% 1,2 2,4 gehele week gehele week A7 Plangebied PEN dorp horeca Woonbebouwing 115 m2 b.v.o.
opdrachtgever 0,10 personen/m2 b.v.o 11,5 100% 100% 11,5 11,5 gehele week gehele week B Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 18 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 43,2 50% 100% 21,6 43,2 gehele week gehele week C1 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 96 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 230,4 50% 100% 115,2 230,4 gehele week gehele week C2 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 26 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 62,4 50% 100% 31,2 62,4 gehele week gehele week C3 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 38 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 91,2 50% 100% 45,6 91,2 gehele week gehele week D Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 22 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 52,8 50% 100% 26,4 52,8 gehele week gehele week F Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 62 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 148,8 50% 100% 74,4 148,8 gehele week gehele week supermarkt Bedrijven dagdienst 2000 m2 b.v.o. opdrachtgever 0,03 personen/m2 b.v.o 66,7 100% 0% 66,7 0,0 gehele werkweek n.v.t fitness Bedrijven continu 1000 m2 b.v.o. opdrachtgever 0,05 personen/m2 b.v.o 50,0 100% 100% 50,0 50,0 gehele week gehele week G1 Plangebied PEN dorp woningen Woonbebouwing 89 woningen opdrachtgever 2,4 personen/woning 213,6 50% 100% 106,8 213,6 gehele week gehele week onderwijs Bedrijven dagdienst 2000 m2 b.v.o.