1 Nota van beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Achterweg 26B Alkmaar Gemeente Alkmaar – 20 oktober 2023
Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “Achterweg 26B Alkmaar”
Het ontwerpbestemmingsplan “Achterweg 26B Alkmaar” heeft van donderdag 6 juli 2023 tot en met woensdag 16 augustus 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan indienen.
Er zijn twee zienswijzen ingediend. Beide zienswijzen zijn tijdig ontvangen en zijn daarom ontvankelijk. Hieronder volgt een samenvatting van de ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarop. Aan het einde van elke beantwoording is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpas- sing van het bestemmingsplan.
Nr. Zienswijze en beantwoording Reclamanten 1 R01 1.1 Reclamanten zijn van mening dat de kavel waarop de nieuwe woning zou worden ge- bouwd landschappelijk bijzonder en beeldbepalend gelegen is. Het is een smalle kavel die te klein is om te worden bebouwd. Het hier bouwen van een woning doet zodoende afbreuk aan de landelijke omgeving.
Gemeentelijke beantwoording De Achterweg is een voormalig dorpslint en ligt ter plaatse van het plangebied tussen een nieuwbouwwijk en een groene, parkachtige buffer naar bedrijventerrein Beverkoog. De betreffende kavel, inclusief de huidige groene invulling daarvan, heeft binnen het gebied geen specifieke beschermde, beeldbepalende of karakteristieke status.
Een (voormalig) lint kenmerkt zich door een continue opeenvolging van bebouwd en on- bebouwd, wat zich vaak vertaalt in groen of doorzichten tussen de plekken van aanzien- lijke bebouwing. Door de toevoeging van de woning verandert die opzet in principe niet. Ten zuiden van de woning blijft immers een onbebouwd stuk bestaan dat de opening is tussen bestaande en nieuwe bebouwing.
Gezien de inderdaad beperkte omvang van de kavel is bij de planontwikkeling als voor- waarde gesteld dat het om een relatief kleine woning mag gaan, met een maximale goot- hoogte van 3 meter, een maximale bouwhoogte van 7 meter en een maximaal grondop- pervlak van 70 m2. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de planregels. Hiermee is toch een goede ruimtelijke inpassing mogelijk.
Ten slotte wordt opgemerkt dat de Achterweg, in ieder geval ter plaatse van het plange- bied, sinds de bouw van het woongebied tussen Achterweg en Herenweg een andere uitstraling heeft gekregen, en thans min of meer is opgenomen in een verstedelijkte om- geving. Dat hier dan één woning wordt toegevoegd is gelet op de schaal en omgeving een passende ontwikkeling.
1.2 Reclamanten geven aan dat De Nollen een bijzonder welstandsgebied is. Vanuit wel- stand ligt de nadruk op het zicht op de bouwwerken vanuit de openbare ruimte. Door de bebouwing zal het contact met de natuur en het water verdwijnen.
Gemeentelijke beantwoording In de Welstandsnota Alkmaar 2016 wordt inderdaad aangegeven dat De Nollen een bij- zonder welstandsgebied is. Voorts wordt hierin vermeld: “Uitgangspunt voor welstand is het behoud van het gegroeide en in beginsel kleinschalige karakter van het gebied, waarin wijzigingen en nieuwbouw mogelijk zijn. De nadruk ligt op het zicht op de bouwwerken vanuit de openbare ruimte.” Door genoemd uitgangspunt, en ook voor het overige, verzet het welstandsbeleid zich niet tegen de bouw van een nieuwe woning aan de Achterweg. Het bouwplan moet op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (dan wel onder de Omgevingswet na 1 januari 2024) voldoen aan redelijke eisen van welstand. Dit wordt getoetst bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen. Overigens kwalificeert de begroeiing op het perceel zich niet als “natuur”. In ieder geval niet meer of minder dan ander dorps- of stadsgroen.
1.3 De kavel had naar mening van reclamanten nooit de bestemming ‘Wonen’ mogen krij- gen in het huidige bestemmingsplan uit 2013. Volgens de huidige planregels moet de kavel gezien worden als tuin en erf waar hoogstens bijgebouwen kunnen worden ge- bouwd. De gemeente had nooit moeten meewerken aan een splitsing van de kavel met een extra bouwvlak erop.
Gemeentelijke beantwoording Het huidige bestemmingsplan ‘De Nollen’ uit 2013 is reeds lange tijd onherroepelijk en de daarin vastgestelde woonbestemming van het perceel staat nu niet ter discussie. Het toe- voegen van het bouwvlak, waardoor een woning kan worden gebouwd, wordt mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan 'Achterweg 26B Alkmaar’ dat nu voorligt. Bij onder meer de beantwoording onder 1.1 is al aangegeven waarom de gemeente dit plan verant- woord vindt.
1.4 Volgens het huidige bestemmingsplan moet de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 5 meter zijn. Dat is op deze kavel nagenoeg onmogelijk, aldus de reclamanten.
Gemeentelijke beantwoording Het klopt dat in het huidige bestemmingsplan ‘De Nollen’ is opgenomen dat de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 5 meter moet zijn. Blijkens de toelichting is dit opgenomen om het karakter van de Achterweg, met geschakelde of vrij- staande woningen met doorzichten naar het achterliggende gebied, te behouden. Aan de noordkant van het perceel (vanaf de weg gezien de linkerkant) wordt de genoemde af- stand wel ruim gehaald. Aan de zuidkant (vanaf de weg gezien rechts) inderdaad niet – de afstand is namelijk schuin aflopend van ongeveer 3,5 naar 1 meter, maar aangezien op het aldaar naastgelegen perceel geen bouwvlak aanwezig is en de nieuw te bouwen woning een relatief klein volume krijgt blijft toch voldoende doorzicht mogelijk. Een kleinere afstand dan 5 meter is hierdoor in dit geval aanvaardbaar. Daarnaast heeft plaatsing van de nieuwe woning aan de zuidkant van het perceel stedenbouwkundig de voorkeur, omdat de kavel daar het diepst is. Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat de genoemde afstand van 5 meter niet bedoeld is voor de afstand van een woning tot de weg. Die is ook in het huidige bestemmingsplan namelijk niet voorgeschreven.
1.5 Reclamanten geven aan niet benaderd te zijn over dit plan, terwijl zij wel gevolgen on- dervinden van het bouwplan; zij hebben er vanuit de tuinen direct zicht op. Het bouwen van een woning heeft gevolgen voor de woon- en leefsituatie en het betekent een duide- lijke verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Concreet betekent dit: - Het uitzicht verandert van vrij zicht op natuur naar uitzicht op bebouwing. - Het tuinaanzicht wordt aan de linkerkant ernstig beperkt, de tuinen worden om- ringd door bebouwing. - Het landelijk groen verdwijnt.
Verder is het ontwerpbestemmingsplan in strijd met het huidige bestemmingsplan ‘De Nollen’.
Gemeentelijke beantwoording Elke fysieke verandering in de leefomgeving, in concreto het bouwen van een woning, heeft een bepaald ruimtelijk effect waardoor bijvoorbeeld het uitzicht kan veranderen. In een verstedelijkte omgeving is iets dergelijks ook niet ondenkbaar. Uit vaste jurispruden- tie blijkt dat dan ook dat er geen ‘recht’ op een bepaald (vrij) uitzicht bestaat. Bovendien heeft gemeente Alkmaar een woningbouwopgave, waarbij uitgangspunt is dat vooral bin- nen de stedelijke (en dorpse) contouren extra woningen worden toegevoegd.
Bij een plan moet wel worden beoordeeld of dit gevolgen heeft voor het woon- en leefkli- maat van de omgeving. In dat licht heeft de initiatiefnemer de participatie in het voortra- ject gericht op de omwonenden van de naastgelegen percelen die het dichtst bij de plan- locatie zijn gelegen.
De afstand van de woningen en tuinen van reclamanten tot de nieuwe woning bedraagt ongeveer 25 meter en meer, en er liggen nog andere bebouwing, water, beplanting en een weg tussen. Daarnaast is de oriëntatie van de percelen van reclamanten ten op- zichte van de nieuwe woning min of meer haaks. Genoemde omstandigheden bemoeilij- ken een vrij of direct zicht op de kavel. Gelet op de beperkte omvang van het bouwplan en de afstand van het plan tot de woningen van reclamanten met tussenliggende objec- ten is geen sprake van onevenredige negatieve gevolgen voor de woon- en leefsituatie c.q. het uitzicht van reclamanten. Dat de tuinen worden omringd door bebouwing wordt om dezelfde redenen ook niet onderkend. Ook is geen sprake van een duidelijke verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving of het verdwijnen van landelijk groen, zoals reeds onder punt 1.1 is aangege- ven. Overigens kwalificeert de bestaande begroeiing op het perceel zich niet als “na- tuur”. In ieder geval niet meer of minder dan ander dorps- of stadsgroen.
Dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met het huidige bestemmingsplan is duide- lijk. Met het nieuwe bestemmingsplan is een actueel planologisch kader opgesteld om het voorgenomen bouwplan mogelijk te maken.
1.6 Het bestemmingsplan dient geen doorgang te vinden, of het bouwvlak moet dusdanig worden aangepast dat er vanuit de tuinen geen zicht op is en het minimaal 5 meter van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd. Voor reclamanten is het belangrijk dat de rand van de kavel met hakhout begroeiing integraal behouden blijft en dat de woning mi- nimaal 5 meter van de kavelgrens blijft. Daarnaast merken zij op dat een hoge beschoeiing nodig is en dit detonerend is aan de rand van het openbaar groen, wat zichtbaar is vanaf de brug aan het Herenwegpad.
Gemeentelijke beantwoording Naar oordeel van de gemeente is in het bestemmingsplan voldoende onderbouwd, en in deze zienswijzennota voldoende beantwoord, dat met het plan (en de situering van het bouwvlak daarin) een goede stedenbouwkundige en landschappelijk inpassing wordt be- reikt waarbij geen onevenredig nadelige situatie ten aanzien van het uitzicht van omwo- nenden optreedt. Op het punt over de afstand van 5 meter tot de zijdelingse perceel- grens is onder 1.4 al een uitgebreide reactie gegeven. De begroeiing op het perceel heeft geen karakteristieke waarde en heeft derhalve ook geen beschermde status. Zowel in het huidige als in het nieuwe bestemmingplan is hier dan ook geen specifieke regeling voor opgenomen. Of een beschoeiing wordt aangebracht staat in principe los van de mogelijkheid voor de bouw van de woning die met het nieuwe bestemmingsplan geboden wordt. Evenmin is evident dat dit een verstorend beeld zou geven voor de omgeving.
Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
Nr. Zienswijze en beantwoording Reclamanten 2 R01 2.1 Reclamanten zijn een aantal keer betrokken bij de bewonersparticipatie, maar vinden dat er niet of nauwelijks iets met hun bezwaren is gedaan. Zij geven daarom nogmaals een opsomming van de bezwaren: - de kavel waarop de nieuwe woning zou worden gebouwd is landschappelijk bij- zonder en beeldbepalend gelegen. Het is een smalle kavel die te klein is om te worden bebouwd. Het hier bouwen van een woning doet zodoende afbreuk aan de landelijke omgeving. Op de Achterweg staat weliswaar bebouwing, maar ner- gens is dat op zo’n bijzonder gelegen plek met zo’n beperkte kaveldiepte. - Het is onduidelijk hoe de woning er uit komt te zien. Uit het bestemmingsplan volgt wel welk deel van de kavel bebouwd mag worden, maar niet de toegestane vorm van de woning en hoe dit past in het aangezicht van de buurt. De in het bestemmingsplan opgenomen impressie geeft hierin onvoldoende inzicht.
- De afstand van de weg tot de te bouwen woning is veel te klein. Er wordt bijna op straat gebouwd, wat een impact heeft voor het aangezicht van de wijk. - Voor het bouwen zal de huidige haag/bosschages weg moeten, anders kan er met bouwmachines en materialen niet bij gekomen worden. - De in- en uitrit van de kavel is verkeersonveilig. Door de bosschage is er geen zicht op de weg en andersom.
Gemeentelijke beantwoording De Achterweg is een voormalig dorpslint en ligt ter plaatse van het plangebied tussen een nieuwbouwwijk en een groene, parkachtige buffer naar bedrijventerrein Beverkoog. De betreffende kavel, inclusief de huidige groene invulling daarvan, heeft binnen het gebied geen specifieke beschermde, beeldbepalende of karakteristieke status.
Een (voormalig) lint kenmerkt zich door een continue opeenvolging van bebouwd en on- bebouwd, wat zich vaak vertaalt in groen of doorzichten tussen de plekken van aanzien- lijke bebouwing. Door de toevoeging van de woning verandert die opzet in principe niet. Ten zuiden van de woning blijft immers een onbebouwd stuk bestaan dat de opening is tussen bestaande en nieuwe bebouwing.
Gezien de inderdaad beperkte omvang van de kavel is bij de planontwikkeling als voor- waarde gesteld dat het om een relatief kleine woning mag gaan, met een maximale goot- hoogte van 3 meter, een maximale bouwhoogte van 7 meter en een maximaal grondop- pervlak van 70 m2. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de planregels. Hiermee is toch een goede ruimtelijke inpassing mogelijk.
Ten slotte wordt opgemerkt dat de Achterweg, in ieder geval ter plaatse van het plange- bied, sinds de bouw van het woongebied tussen Achterweg en Herenweg een andere uitstraling heeft gekregen, en thans min of meer is opgenomen in een verstedelijkte om- geving. Dat hier dan één woning wordt toegevoegd is gelet op de schaal en omgeving een passende ontwikkeling.
Een bestemmingsplan biedt een bouwkader. In dit geval geven de verbeelding en de re- gels (artikel 4) aan dat één woning met een bepaalde maximale hoogte, oppervlak en dakhelling gebouwd mag worden. Hier volgt een globale toegestane vorm uit. Hoe de woning er daadwerkelijk uit komt te zien, bijvoorbeeld qua materiaal- en kleurgebruik, is geen onderdeel van een bestemmingsplan. Dit komt aan de orde bij de aanvraag omge- vingsvergunning. Deze moet voldoen aan redelijke eisen van welstand.
De woning komt inderdaad dicht op de weg te staan, maar dit past in een informele (voormalige) lintbebouwing waar gevellijnen juist verspringen en kan de beleving hiervan versterken.
Het is denkbaar dat een deel van de bestaande begroeiing verwijderd moet worden ten behoeve van de bouw. Dit groen heeft geen beschermde status.
Gelet op de verkeersintensiteit en maximaal toegestane snelheid (30 km/h) op de Ach- terweg is het aannemelijk dat een veilige in-/uitrit te maken is, met of zonder randbe- groeiing.
2.2 Reclamanten geven aan dat De Nollen een bijzonder welstandsgebied is. Vanuit wel- stand ligt de nadruk op het zicht op de bouwwerken vanuit de openbare ruimte. Door de bebouwing zal het contact met de natuur en het water verdwijnen.
Gemeentelijke beantwoording In de Welstandsnota Alkmaar 2016 wordt inderdaad aangegeven dat De Nollen een bij- zonder welstandsgebied is. Voorts wordt hierin vermeld: “Uitgangspunt voor welstand is het behoud van het gegroeide en in beginsel kleinschalige karakter van het gebied, waarin wijzigingen en nieuwbouw mogelijk zijn. De nadruk ligt op het zicht op de bouwwerken vanuit de openbare ruimte.” Door genoemd uitgangspunt, en ook voor het overige, verzet
het welstandsbeleid zich niet tegen de bouw van een nieuwe woning aan de Achterweg. Het bouwplan moet op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (dan wel onder de Omgevingswet na 1 januari 2024) voldoen aan redelijke eisen van welstand. Dit wordt getoetst bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen. Overigens kwalificeert de begroeiing op het perceel zich niet als “natuur”. In ieder geval niet meer of minder dan ander dorps- of stadsgroen.
2.3 De kavel had naar mening van reclamanten nooit de bestemming ‘Wonen’ mogen krij- gen in het huidige bestemmingsplan uit 2013. Volgens de huidige planregels moet de kavel gezien worden als tuin en erf waar hoogstens bijgebouwen kunnen worden ge- bouwd. De gemeente had nooit moeten meewerken aan een splitsing van de kavel met een extra bouwvlak erop.
Gemeentelijke beantwoording Het huidige bestemmingsplan ‘De Nollen’ uit 2013 is reeds lange tijd onherroepelijk en de daarin vastgestelde woonbestemming van het perceel staat nu niet ter discussie. Het toe- voegen van het bouwvlak, waardoor een woning kan worden gebouwd, wordt mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan 'Achterweg 26B Alkmaar’ dat nu voorligt. Bij onder meer de beantwoording onder 1.1 is al aangegeven waarom de gemeente dit plan verant- woord vindt.
2.4 Volgens het huidige bestemmingsplan moet de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 5 meter zijn. Dat is op deze kavel niet mogelijk, aldus de recla- manten.
Gemeentelijke beantwoording Het klopt dat in het huidige bestemmingsplan ‘De Nollen’ is opgenomen dat de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 5 meter moet zijn. Blijkens de toelichting is dit opgenomen om het karakter van de Achterweg, met geschakelde of vrij- staande woningen met doorzichten naar het achterliggende gebied, te behouden. Aan de noordkant van het perceel (vanaf de weg gezien de linkerkant) wordt de genoemde af- stand wel ruim gehaald. Aan de zuidkant (vanaf de weg gezien rechts) inderdaad niet – de afstand is namelijk schuin aflopend van ongeveer 3,5 naar 1 meter, maar aangezien op het aldaar naastgelegen perceel geen bouwvlak aanwezig is en de nieuw te bouwen woning een relatief klein volume krijgt blijft toch voldoende doorzicht mogelijk. Een kleinere afstand dan 5 meter is hierdoor in dit geval aanvaardbaar. Daarnaast heeft plaatsing van de nieuwe woning aan de zuidkant van het perceel stedenbouwkundig de voorkeur, omdat de kavel daar het diepst is. Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat de genoemde afstand van 5 meter niet bedoeld is voor de afstand van een woning tot de weg. Die is ook in het huidige bestemmingsplan namelijk niet voorgeschreven.
2.5 Het bouwen van een woning heeft gevolgen voor de woon- en leefsituatie van reclaman- ten en het betekent een duidelijke verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit van de om- geving. Concreet gaat het om: - Het uitzicht verandert van vrij zicht op natuur naar uitzicht op bebouwing. - Het tuinaanzicht wordt aan de linkerkant ernstig beperkt, de tuinen worden om- ringd door bebouwing. - Het landelijk groen verdwijnt.
Verder is het ontwerpbestemmingsplan in strijd met het huidige bestemmingsplan ‘De Nollen’.
Gemeentelijke beantwoording Elke fysieke verandering in de leefomgeving, in concreto het bouwen van een woning, heeft een bepaald ruimtelijk effect waardoor bijvoorbeeld het uitzicht kan veranderen. In een verstedelijkte omgeving is iets dergelijks ook niet ondenkbaar. Uit vaste jurispruden- tie blijkt dan ook dat er geen recht op een bepaald (vrij) uitzicht bestaat. Bovendien heeft gemeente Alkmaar een woningbouwopgave, waarbij vooral binnen de stedelijke (en dorpse) contouren extra woningen worden toegevoegd.
Bij een plan moet wel worden beoordeeld of dit gevolgen heeft voor het woon- en leefkli- maat van de omgeving. De afstand van de woningen en tuinen van reclamanten tot de nieuwe woning bedraagt ongeveer 17 meter en meer, en er liggen nog water, beplanting en een weg tussen. Gelet op de beperkte omvang van het bouwplan en de afstand van het plan tot de woningen van reclamanten met tussenliggende objecten is geen sprake van onevenredige negatieve gevolgen voor de woon- en leefsituatie c.q. het uitzicht van reclamanten. Dat de tuinen worden omringd door bebouwing wordt om dezelfde redenen ook niet onderkend. Ook is geen sprake van een duidelijke verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving of het verdwijnen van landelijk groen, zoals reeds onder punt 2.1 is aangege- ven. Overigens kwalificeert de bestaande begroeiing op het perceel zich niet als “na- tuur”. In ieder geval niet meer of minder dan ander dorps- of stadsgroen.
Dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met het huidige bestemmingsplan is duide- lijk. Met het nieuwe bestemmingsplan is een actueel planologisch kader opgesteld om het voorgenomen bouwplan mogelijk te maken.
2.6 Het bestemmingsplan dient geen doorgang te vinden, of het bouwvlak moet dusdanig worden aangepast dat er vanuit de tuinen geen zicht op is en het minimaal 5 meter van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd. Voor reclamanten is het belangrijk dat de rand van de kavel met bosschages in huidige staat behouden blijft en dat de woning mi- nimaal 5 meter van de kavelgrens blijft. Daarnaast merken zij op dat een hoge beschoeiing nodig is en dit detonerend is aan de rand van het openbaar groen, wat zichtbaar is vanaf de brug aan het Herenwegpad.
Gemeentelijke beantwoording Naar oordeel van de gemeente is in het bestemmingsplan voldoende onderbouwd, en in deze zienswijzennota voldoende beantwoord, dat met het plan (en de situering van het bouwvlak daarin) een goede stedenbouwkundige en landschappelijk inpassing wordt be- reikt waarbij geen onevenredig nadelige situatie ten aanzien van het uitzicht van omwo- nenden optreedt. Op het punt over de afstand van 5 meter tot de zijdelingse perceel- grens is onder 1.4 al een uitgebreide reactie gegeven. De begroeiing op het perceel heeft geen karakteristieke waarde en heeft derhalve ook geen beschermde status. Zowel in het huidige als in het nieuwe bestemmingplan is hier dan ook geen specifieke regeling voor opgenomen. Of een beschoeiing wordt aangebracht staat in principe los van de mogelijkheid voor de bouw van de woning die met het nieuwe bestemmingsplan geboden wordt. Evenmin is evident dat dit een verstorend beeld zou geven voor de omgeving.
Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan.