CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2 Nota v beantw ziensw Bloemwijk

Commissie Ruimte 7 september 2021, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Externe reacties18.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Bloemwijk Gemeente Alkmaar 5 augustus 2021

Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Bloemwijk”

Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Van donderdag 14 januari 2021 tot en met woensdag 24 februari 2021 heeft het bestem- mingsplan in ontwerp ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is aan eenieder de gelegenheid geboden om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen.

Er zijn 29 zienswijzen ingediend, die alle ontvankelijk zijn. Zienswijze R02 is gedurende de zienswijzen- termijn ingetrokken. In deze Nota van beantwoording worden daarom 28 zienswijzen inhoudelijk beant- woord. Bij zienswijze R02 is uitsluitend medegedeeld dat deze is ingetrokken.

Hieronder volgt een samenvatting van de ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke reactie/beant- woording daarop. Er wordt ook aangegeven of de zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmings- plan. De persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen zijn in een vertrouwelijke bijlage op- genomen. Deze gegevens worden uitsluitend gedeeld met het college van B&W en de gemeenteraad.

Nr. R01 Zienswijzen en beantwoording Reclamant 1

1.1 Rijrichting Eikelenbergstraat en Van der Woudestraat Reclamant is het niet eens met het omdraaien van de rijrichting van het eenrichtingsverkeer op de Eikelenbergstraat en de Van der Woudestraat. Reclamant krijgt hierdoor het licht van de koplampen van auto’s in haar woonkamer, terwijl dit in de huidige situatie niet het geval is.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt voorop dat de rijrichting niet wordt gewijzigd door het bestemmingsplan. Hiervoor is een verkeersbesluit nodig. Voor het bestemmingsplan is de rijrichting minder van belang: het bestemmingsplan regelt op het punt van verkeer dat de wegen in het gebied een verkeersbestem- ming krijgen.

Het achterliggende stedenbouwkundig plan gaat wel uit van een gewijzigde rijrichting. De overwe- gingen om de rijrichting na de herontwikkeling in een aantal straten om te draaien, zijn de volgende: in tegenstelling tot de huidige situatie krijgt de Boomkampstraat tweerichtingsverkeer. Dat komt voort uit de keuze om in de Boomkampstraat een flink deel van het buurtparkeren te situeren. Op het einde van de Boomkampstraat kan het autoverkeer niet doorrijden naar de Leliestraat (eenrichtings- verkeer). Het autoverkeer wordt afgeleid via de Tulpstraat en komt dan in de Eikelenbergstraat te- recht. Met de huidige rijrichtingen moet dit verkeer de Grensstraat en de Van der Woudestraat ne- men om de wijk uit te gaan. Om de Van der Woudestraat te ontlasten van dit ‘uitgaande’ verkeer, is in het stedenbouwkundig plan de rijrichting omgedraaid. Verkeer dat inrijdt via de Boomkampstraat kan dan de buurt uitrijden via de Eikelenbergstraat.

Gelet op het aantal zienswijzen waarin is verzocht de rijrichting niet te wijzigen, constateert de ge- meente dat in de inhoudelijke afweging een keuze moet worden gemaakt tussen enerzijds het be- perken van uitrijdend verkeer op de Van der Woudestraat en anderzijds de verwachte lichthinder voor een aantal omwonenden.

Gelet op de belangen van deze omwonenden, die de verwachte hinder nu niet ervaren en het ge- geven dat ook bewoners vanuit de Van der Woudestraat zelf hebben aangegeven de huidige rijrich- ting te willen houden en gelet op het feit dat het voortzetten van de huidige situatie niet tot grote nadelen leidt, kiest de gemeente ervoor de huidige rijrichting in stand te laten. Dit betekent concreet dat ook de rijrichting in de Grensstraat, de Eikelenbergstraat, de Schagenstraat en het noordelijk deel van de Dahliastraat in stand blijft. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet te worden aange- past. Om dit beleidsvoornemen toch kenbaar en inzichtelijk te maken, is het stedenbouwkundig plan hierop aangepast. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van hoofdstuk 4.9.1 van de toelichting op het bestemmingsplan en van bijlage 2 van de toelichting op het bestemmingsplan (het ste- denbouwkundig plan).

Nr. R02 Zienswijzen en beantwoording Reclamant 2

2.1 Eigendomspositie Reclamant beroept zich op haar eigendomspositie in het plangebied en stelt dat haar eigen grond niet zonder haar toestemming kan worden gebruikt bij de herontwikkeling.

Gemeentelijke beantwoording Deze zienswijze is bij brief van 30 januari 2021 ingetrokken, het is niet meer nodig deze te beant- woorden. Conclusie De zienswijze is ingetrokken. De zienswijze hoeft niet te worden beantwoord.

Nr. R03 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 3

3.1 Staat woning reclamanten Reclamanten stellen zich op het standpunt dat hun woning, in tegenstelling tot wat in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, niet “dusdanig slecht (is) dat het niet mogelijk is om binnen de bestaande woningen zeer energiezuinige nieuwbouwwoningen te realiseren.” Hun wo- ning is altijd goed onderhouden en meermaals gerenoveerd.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente neemt deze opmerking voor kennisgeving aan. De aanleiding om het plangebied te herontwikkelen, komt voort uit de weging van enerzijds de ambitie van de gemeente en Van Alck- maer om de Bloemwijk te verduurzamen en groener te maken en anderzijds de mogelijkheden die de bestaande woningvoorraad en de bestaande opzet van de wijk daartoe bieden. De staat van de woningen van Van Alckmaer is in die weging een van de meegewogen omstandigheden. Een an- dere omstandigheid die is meegewogen, is het restant van het woonoppervlak na verduurzaming en renovatie van de bestaande woningen. Dit zou bijvoorbeeld resulteren in een onbruikbare kap- verdieping en het vervallen van bestaande aan- en uitbouwen.

Uit de weging van de diverse ambities en mogelijkheden, blijkt dat de keuze voor volledige sloop en nieuwbouw de beste is. Om die reden heeft Van Alckmaer verzocht het onderhavige bestemmings- plan vast te stellen. 3.2 Beslissing tot sloop en nieuwbouw Reclamanten zijn het niet eens met het besluit tot volledige sloop en nieuwbouw van de wijk. Zij geven aan als eigenaar niet bij dit besluit betrokken te zijn geweest.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt vast dat Van Alckmaer de beslissing om tot sloop en nieuwbouw over te gaan aan de hand van diverse onderzoeken heeft genomen. Daarbij zijn bewoners uit het plangebied in de gelegenheid gesteld om een derde partij te laten onderzoeken of sloop en nieuwbouw inderdaad enige optie was of dat renovatie niet ook mogelijk was. Uit deze onderzoeken kwam dezelfde con- clusie: sloop en nieuwbouw zijn de meest realistische optie voor de woningen van Van Alckmaer. 3.3 Participatietraject Reclamanten kunnen zich niet vinden in de stelling in de toelichting dat sprake is geweest van een langdurig en intensief participatietraject. Zij wijzen op het beperkte aantal persoonlijke contactmo- menten dat zij met Van Alckmaer hebben gehad.

Gemeentelijke beantwoording Aan de hand van de informatie die Van Alckmaer heeft aangeleverd, meent de gemeente dat wel degelijk sprake is van een langdurig en intensief participatietraject. De gemeente wijst in dit verband op de gang van zaken rond het onderzoek naar sloop en nieuwbouw en naar de diverse overleggen tussen Van Alckmaer en de klankbordgroep. De persoonlijke gesprekken waarop reclamanten wij- zen, betreffen, zo heeft de gemeente begrepen, de onderhandelingen over de eigendomspositie van reclamanten. Dat is slechts een deel van het participatietraject geweest.

Participatie is gericht op het inventariseren van de diverse belangen die bij een ontwikkeling spelen en op het in beeld krijgen van het maatschappelijk draagvlak. Het gevoerde proces, dat overigens in de komende periode wordt voortgezet, geeft blijk van een zorgvuldige aanpak en voldoet aan datgene wat de gemeente van een initiatiefnemer verwacht. 3.4 Bestemmingswijziging Reclamanten zijn het niet eens met het wegbestemmen van hun woning ten behoeve van een ver- keersbestemming.

Gemeentelijke beantwoording Het plan van Van Alckmaer houdt in dat het gehele plangebied wordt geherstructureerd. Dit betekent dat de situatie in het plangebied op diverse plaatsen gaat wijzigen, bijvoorbeeld door verbreding van een weg of door het verwijderen van een weg ten behoeve van woningen.

De gemeente heeft de stedenbouwkundige opzet van het plangebied beoordeeld en daarbij de di- verse relevante (beleids)kaders betrokken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de parkeernormennota, het groenbeleid en maatregelen met het oog op klimaatadaptatie. De gemeente heeft geoordeeld dat het eindbeeld blijk geeft van een goede ruimtelijke ordening. Er ontstaat na uitvoering van de plannen een moderne, energiezuinige wijk met grotendeels sociale huur. De gemeente vindt dit een passende invulling van het plangebied.

De gemeente benadrukt hierbij dat pas tot uitvoering van deze bestemming kan worden overgegaan wanneer Van Alckmaer daadwerkelijk in staat is over het perceel van reclamanten te beschikken. Tot die tijd doet de wijziging van de woonbestemming in een verkeersbestemming niet af aan het recht van reclamanten hun eigendom als woning te gebruiken. 3.5 Eigendomspositie Reclamanten wijzen erop dat hun eigendomsrecht in de weg staat aan de herontwikkeling hun per- ceel. Ook zijn reclamanten niet bereid mee te betalen aan een exploitatieovereenkomst. Reclaman- ten wijzen erop dat hierdoor de inhoud van hoofdstuk 7 van de toelichting op het bestemmingsplan onjuist is.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt vast dat Van Alckmaer als ontwikkelende partij op dit moment nog geen over- eenstemming heeft bereikt met reclamanten over overdracht van hun eigendomsrechten. Wanneer reclamanten en Van Alckmaer die overeenstemming niet bereiken, kan een deel van het bestem- mingsplan niet worden uitgevoerd.

Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan te borgen, staan de gemeente diverse middelen ter beschikking. De gemeente stuurt primair aan op het bereiken van overeenstemming tussen Van Alckmaer en reclamanten. Daarnaast zijn er ook andere middelen, waarvan uiteindelijk onteigening de meest ingrijpende is.

Voor zover voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is benodigd, stelt de gemeente zich op het standpunt dat zij bereid is om gebruik te maken van al de tot haar beschikking staande mo- gelijkheden. In de weging van de belangen van reclamanten, Van Alckmaer en het algemene belang dat de gemeente nastreeft, meent de gemeente dat het algemeen belang van een moderne, duur- zame Bloemwijk met het bijbehorende aanbod van 169 woningen, waarvan 135 sociale huurwonin- gen, zwaarder weegt.

Wat betreft hoofdstuk 7 van de toelichting, stelt de gemeente vast dat de door reclamanten gewenste nuance ontbreekt. Dit wordt in de definitieve toelichting aangepast. 3.6 Planschade Reclamanten menen dat zij planschade lijden en dat deze nog niet is gecompenseerd.

Gemeentelijke beantwoording Het recht op planschade ontstaat nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Dit volgt uit de Wet ruimtelijke ordening. Planschade wordt dus niet voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan gecompenseerd. Met Van Alckmaer is afgesproken dat eventuele planschade die de gemeente moet uitkeren, door Van Alckmaer aan de gemeente wordt terugbetaald.

Bij planschade wordt een vergelijking gemaakt tussen wat het huidige bestemmingsplan toestaat en wat het nieuwe bestemmingsplan toestaat. Het verschil tussen beide mogelijkheden wordt daarna gewaardeerd op geld. Dat betekent concreet een vergelijking tussen de huidige woonbestemming en de toekomstige verkeersbestemming, gevolgd door een taxatie door een beëdigd taxateur. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van hoofdstuk 7 van de toelichting op het bestemmingsplan.

Nr. R04 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 4

4.1 Rijrichting Van der Woudestraat Reclamanten zijn het niet eens met het omdraaien van de rijrichting van het eenrichtingsverkeer op de Van der Woudestraat. Reclamanten krijgen hierdoor het licht van de koplampen van auto’s in hun woonkamer, terwijl dit in de huidige situatie niet het geval is.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt voorop dat de rijrichting niet wordt gewijzigd door het bestemmingsplan. Hiervoor is een verkeersbesluit nodig. Voor het bestemmingsplan is de rijrichting minder van belang: het bestemmingsplan regelt op het punt van verkeer dat de wegen in het gebied een verkeersbestem- ming krijgen.

Het achterliggende stedenbouwkundig plan gaat wel uit van een gewijzigde rijrichting. De overwe- gingen om de rijrichting na de herontwikkeling in een aantal straten om te draaien, zijn de volgende: in tegenstelling tot de huidige situatie krijgt de Boomkampstraat tweerichtingsverkeer. Dat komt voort uit de keuze om in de Boomkampstraat een flink deel van het buurtparkeren te situeren. Op het einde van de Boomkampstraat kan het autoverkeer niet doorrijden naar de Leliestraat (eenrichtings- verkeer). Het autoverkeer wordt afgeleid via de Tulpstraat en komt dan in de Eikelenbergstraat te- recht. Met de huidige rijrichtingen moet dit verkeer de Grensstraat en de Van der Woudestraat ne- men om de wijk uit te gaan. Om de Van der Woudestraat te ontlasten van dit ‘uitgaande’ verkeer, is in het stedenbouwkundig plan de rijrichting omgedraaid. Verkeer dat inrijdt via de Boomkampstraat kan dan de buurt uitrijden via de Eikelenbergstraat.

Gelet op het aantal zienswijzen waarin is verzocht de rijrichting niet te wijzigen, constateert de ge- meente dat in de inhoudelijke afweging een keuze moet worden gemaakt tussen enerzijds het be- perken van uitrijdend verkeer op de Van der Woudestraat en anderzijds de verwachte lichthinder voor een aantal omwonenden.

Gelet op de belangen van deze omwonenden, die de verwachte hinder nu niet ervaren en het ge- geven dat ook bewoners vanuit de Van der Woudestraat zelf hebben aangegeven de huidige rijrich- ting te willen houden en gelet op het feit dat het voortzetten van de huidige situatie niet tot grote nadelen leidt, kiest de gemeente ervoor de huidige rijrichting in stand te laten. Dit betekent concreet dat ook de rijrichting in de Grensstraat, de Eikelenbergstraat, de Schagenstraat en het noordelijk deel van de Dahliastraat in stand blijft. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet te worden aange- past. Om dit beleidsvoornemen toch kenbaar en inzichtelijk te maken, is het stedenbouwkundig plan hierop aangepast. 4.2 Extra steeg langs het spoor Reclamanten stellen dat de huidige steeg tussen de Grensstraat en de Eikelenbergstraat te krap is. Zij verzoeken een nieuwe steeg langs het spoor, zodat zij niet door een te krappe steeg het par- keerterrein hoeven te bereiken.

Gemeentelijke beantwoording In de nieuwe situatie worden de woningen langs het doodlopende deel van de Eikelenbergstraat gesloopt. In plaats daarvan komt een parkeerterrein. Door de openheid die daardoor ontstaat, is er geen sprake meer van een steeg, maar van een stoep. Er is voldoende ruimte om de stoep de juiste minimale breedte te geven. Op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan schatten Van Alckmaer en de gemeente in dat de stoep ten minste 1,50 meter breed kan worden. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van hoofdstuk 4.9.1 van de toelichting op het bestemmingsplan en van bijlage 2 van de toelichting op het bestemmingsplan (het ste- denbouwkundig plan).

Nr. R05 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 5

5.1 Staat woning reclamanten Reclamanten stellen zich op het standpunt dat hun woning, in tegenstelling tot wat in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, bouwtechnisch in prima staat is en zonder al te veel moeite is te renoveren naar energielabel A.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente neemt deze opmerking voor kennisgeving aan. De aanleiding om het plangebied te herontwikkelen, komt voort uit de weging van enerzijds de ambitie van de gemeente en Van Alck- maer om de Bloemwijk te verduurzamen en groener te maken en anderzijds de mogelijkheden die de bestaande woningvoorraad en de bestaande opzet van de wijk daartoe bieden. De staat van de woningen van Van Alckmaer is in die weging een van de meegewogen omstandigheden. Een an- dere omstandigheid die is meegewogen, is het restant van het woonoppervlak na verduurzaming en renovatie. Dit zou bijvoorbeeld resulteren in een onbruikbare kapverdieping en het vervallen van bestaande aan- en uitbouwen.

Uit de weging van de diverse ambities en mogelijkheden, blijkt dat de keuze voor volledige sloop en nieuwbouw de beste is. Om die reden heeft Van Alckmaer verzocht het onderhavige bestemmings- plan vast te stellen. 5.2 Beslissing tot sloop en nieuwbouw Reclamanten zijn het niet eens met het besluit tot volledige sloop en nieuwbouw van de wijk. Zij geven aan als eigenaar niet bij dit besluit betrokken te zijn geweest.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt vast dat Van Alckmaer de beslissing om tot sloop en nieuwbouw over te gaan aan de hand van diverse onderzoeken heeft genomen. Daarbij zijn bewoners uit het plangebied in de gelegenheid gesteld om een derde partij te laten onderzoeken of sloop en nieuwbouw inderdaad enige optie was of dat renovatie niet ook mogelijk was. Uit deze onderzoeken kwam dezelfde con- clusie: sloop en nieuwbouw zijn de meest realistische optie voor de woningen van Van Alckmaer. 5.3 Bestemmingswijziging Reclamanten zijn het niet eens met het wegbestemmen van hun woning ten behoeve van een ver- keersbestemming.

Gemeentelijke beantwoording Het plan van Van Alckmaer houdt in dat het gehele plangebied wordt geherstructureerd. Dit betekent dat de situatie in het plangebied op diverse plaatsen gaat wijzigen, bijvoorbeeld door verbreding van een weg of door het verwijderen van een weg ten behoeve van woningen.

De gemeente heeft de stedenbouwkundige opzet van het plangebied beoordeeld en daarbij de di- verse relevante (beleids)kaders betrokken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de parkeernormennota, het groenbeleid en maatregelen met het oog op klimaatadaptatie. De gemeente heeft geoordeeld dat het eindbeeld blijk geeft van een goede ruimtelijke ordening. Er ontstaat na uitvoering van de plannen een moderne, energiezuinige wijk met grotendeels sociale huur. De gemeente vindt dit een passende invulling van het plangebied.

De gemeente benadrukt hierbij dat pas tot uitvoering van deze bestemming kan worden overgegaan wanneer Van Alckmaer daadwerkelijk in staat is over het perceel van reclamanten te beschikken. Tot die tijd doet de wijziging van de woonbestemming in een verkeersbestemming niet af aan het recht van reclamanten hun eigendom als woning te gebruiken. 5.4 Eigendomspositie Reclamanten wijzen erop dat de bestemmingswijziging naar Verkeer wat hen betreft niet aan de orde is; zij wonen prima in hun huidige woning.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt vast dat Van Alckmaer als ontwikkelende partij op dit moment nog geen over- eenstemming heeft bereikt met reclamanten over overdracht van hun eigendomsrechten. Wanneer reclamanten en Van Alckmaer die overeenstemming niet bereiken, kan een deel van het bestem- mingsplan niet worden uitgevoerd.

Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan te borgen, staan de gemeente diverse middelen ter beschikking. De gemeente stuurt primair aan op het bereiken van overeenstemming tussen Van Alckmaer en reclamanten. Daarnaast zijn er ook andere middelen, waarvan uiteindelijk onteigening de meest ingrijpende is.

Voor zover voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is benodigd, stelt de gemeente zich op het standpunt dat zij bereid is om gebruik te maken van al de tot haar beschikking staande mo- gelijkheden. In de weging van de belangen van reclamanten, Van Alckmaer en het algemene belang dat de gemeente nastreeft, meent de gemeente dat het algemeen belang van een moderne, duur- zame Bloemwijk met het bijbehorende aanbod van 169 woningen, waarvan 135 sociale huurwonin- gen, zwaarder weegt. 5.5 Wensen nieuwe woning Reclamanten willen graag een bredere dakkapel op de woning die Van Alckmaer aan hen aanbiedt.

Gemeentelijke beantwoording Voor het bestemmingsplan wordt voor wat betreft de regels over dakkapellen aangesloten bij de stedenbouwkundige uitgangspunten en de welstandsnormen. Vanuit stedenbouwkundig en wel- standelijk oogpunt is het uitgangspunt dat een dakkapel niet meer dan 50% van de breedte van het dakvlak beslaat.

Alleen wanneer bijzondere omstandigheden leiden tot een onevenredige uitkomst in een concrete situatie, kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Die toets vindt echter niet in het bestemmings- plan plaats, maar in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning. In die procedure wordt

getoetst of voor een individuele woning een bredere dakkapel kan worden toegestaan. In het be- stemmingsplan moet echter worden aangesloten bij de regels vanuit de welstandsnota. 5.6 Onderhandelingen met Van Alckmaer Reclamanten merken op dat de onderhandelingen met Van Alckmaer nog niet zijn afgerond. Zij ronden de onderhandelingen graag eerst af, zodat hun bezwaren hopelijk worden opgelost.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente hecht grote waarde aan het maatschappelijk draagvlak. Wanneer partijen in overleg tot een oplossing komen, kan de gemeente dit alleen maar toejuichen. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestem- mingsplan. Wel is als uitvloeisel van de onderhandelingen tussen reclamant en Van Alckmaer op de plankaart een nadere aanduiding “uitrit” opgenomen. Tevens is artikel 3.4.2 toegevoegd aan de voorschriften behorend bij het bestemmingsplan, waarmee de uitrit juridisch wordt geborgd.

Nr. R06 Zienswijzen en beantwoording Reclamant 6

6.1 Trillingen Reclamant verzoekt het aspect trillinghinder als gevolg van het treinverkeer te onderzoeken en hier- over een onderbouwing en afweging op te nemen in de toelichting op het bestemmingsplan.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente betreurt het dat reclamant deze opmerking niet al in het kader van het wettelijk voor- overleg heeft gemaakt. Desalniettemin is de aanbeveling van reclamant overgenomen. De toelich- ting op het bestemmingsplan is uitgebreid met het aspect trillinghinder. Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot het toevoegen van hoofdstuk 4.11 aan de toelichting op het bestemmingsplan.

Nr. R07 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 7

7.1 Parkeernorm Reclamanten verzoeken om de in het ontwerpbestemmingsplan gehanteerde parkeernorm voor het gebied “schil” te blijven toepassen en niet te kiezen voor de parkeernorm die hoort bij het gebied “overig”, zoals het college van B&W voornemens is aan de gemeenteraad voor te stellen. Dit gaat namelijk ten koste van het groene speelplein tegenover hun woning.

Gemeentelijke beantwoording Op basis van de Parkeernormennota 2020-2027 zoals in juni 2020 is vastgesteld door de gemeen- teraad, moet het plangebied als “overig” worden aangemerkt. Weliswaar is in de wijk op dit moment sprake van vergunninghoudersparkeren, maar daarbij moet worden opgemerkt dat dit een tijdelijke situatie is als gevolg van de zogenoemde “Goede buren-regeling” vanwege de verbouw van het Noordwest Ziekenhuis. Raad en college spraken daar destijds over af dat gebieden waar tijdelijk vergunninghoudersparkeren is, niet als “schil” worden aangemerkt.

Toepassing van de norm “overig” leidt ertoe dat in het plangebied in totaal 203 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. 202 daarvan bevinden zich in de openbare ruimte, 1 wordt op eigen terrein gerealiseerd. De parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden binnen de bestaande be- stemming “Verkeer-verblijfsgebied”, waar zowel verkeer/parkeren, als groen/speelvoorzieningen mogelijk zijn, gerealiseerd. 7.2 Spreiding parkeerplaatsen Wanneer de parkeernorm “overig” wordt gehanteerd, verzoeken reclamanten om de toe te voegen parkeerplaatsen niet op één locatie te situeren, zodat het geprojecteerde speelplein niet verdwijnt.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt dat het voor een zo optimaal mogelijke inrichting van de openbare ruimte, beter is om de toe te voegen parkeerplaatsen in clusters te concentreren. Hierdoor blijft er in het plange- bied voldoende ruimte voor groene clusters. Een versnippering van de parkeerplaatsen, zou leiden tot eenzelfde versnippering van het groen. Dat is in het totaalbeeld voor het plangebied niet gewenst

.

7.3 Duurzame en groene leefomgeving Reclamanten verzoeken rekening te houden met hun wens om van de Bloemwijk een duurzame en groene leefomgeving te maken.

Gemeentelijke beantwoording Uit het stedenbouwkundig plan blijkt dat het plangebied ten opzichte van de huidige situatie groener en duurzamer wordt. In zoverre wordt dus aan de wensen van reclamanten tegemoetgekomen. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestem- mingsplan. Wel is naar aanleiding van een nadere bestuurlijke afweging en een aantal andere zienswijzen, hoofdstuk 4.9.2 van de toelichting op het bestemmingsplan gewijzigd.

Nr. R08 Zienswijzen en beantwoording Reclamant 8

8.1 Parkeernorm Reclamant verzoekt om de in het ontwerpbestemmingsplan gehanteerde parkeernorm voor het ge- bied “schil” te blijven toepassen en niet te kiezen voor de parkeernorm die hoort bij het gebied “ove- rig”, zoals het college van B&W voornemens is aan de gemeenteraad voor te stellen. Dit gaat na- melijk ten koste van het groene speelplein tegenover de woning van reclamant.

Gemeentelijke beantwoording Op basis van de Parkeernormennota 2020-2027 zoals in juni 2020 is vastgesteld door de gemeen- teraad, moet het plangebied als “overig” worden aangemerkt. Weliswaar is in de wijk op dit moment sprake van vergunninghoudersparkeren, maar daarbij moet worden opgemerkt dat dit een tijdelijke situatie is als gevolg van de zogenoemde “Goede buren-regeling” vanwege de verbouw van het Noordwest Ziekenhuis. Raad en college spraken daar destijds over af dat gebieden waar tijdelijk vergunninghoudersparkeren is, niet als “schil” worden aangemerkt.

Toepassing van de norm “overig” leidt ertoe dat in het plangebied in totaal 203 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. 202 daarvan bevinden zich in de openbare ruimte, 1 wordt op eigen terrein gerealiseerd. De parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden binnen de bestaande be- stemming “Verkeer-verblijfsgebied”, waar zowel verkeer/parkeren, als groen/speelvoorzieningen mogelijk zijn, gerealiseerd. 8.2 Spreiding parkeerplaatsen Wanneer de parkeernorm “overig” wordt gehanteerd, verzoeken reclamanten om de toe te voegen parkeerplaatsen niet op één locatie te situeren, zodat het geprojecteerde speelplein niet verdwijnt.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt dat het voor een zo optimaal mogelijke inrichting van de openbare ruimte, beter is om de toe te voegen parkeerplaatsen in clusters te concentreren. Hierdoor blijft er in het plange- bied voldoende ruimte voor groene clusters. Een versnippering van de parkeerplaatsen, zou leiden tot eenzelfde versnippering van het groen. Dat is in het totaalbeeld voor het plangebied niet gewenst. 8.3 Duurzame en groene leefomgeving Reclamanten verzoeken rekening te houden met hun wens om van de Bloemwijk een duurzame en groene leefomgeving te maken.

Gemeentelijke beantwoording Uit het stedenbouwkundig plan blijkt dat het plangebied ten opzichte van de huidige situatie groener en duurzamer wordt. In zoverre wordt dus aan de wensen van reclamanten tegemoetgekomen. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestem- mingsplan. Wel is naar aanleiding van een nadere bestuurlijke afweging en een aantal andere zienswijzen, hoofdstuk 4.9.2 van de toelichting op het bestemmingsplan gewijzigd.

Nr. R09 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 9

9.1 Rijrichting Van der Woudestraat Reclamanten zijn het niet eens met het omdraaien van de rijrichting van het eenrichtingsverkeer op de Van der Woudestraat. Reclamanten krijgen hierdoor het licht van de koplampen van auto’s in hun woonkamer, terwijl dit in de huidige situatie niet het geval is.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt voorop dat de rijrichting niet wordt gewijzigd door het bestemmingsplan. Hiervoor is een verkeersbesluit nodig. Voor het bestemmingsplan is de rijrichting minder van belang: het bestemmingsplan regelt op het punt van verkeer dat de wegen in het gebied een verkeersbestem- ming krijgen. Het achterliggende stedenbouwkundig plan gaat wel uit van een gewijzigde rijrichting. De overwe- gingen om de rijrichting na de herontwikkeling in een aantal straten om te draaien, zijn de volgende: in tegenstelling tot de huidige situatie krijgt de Boomkampstraat tweerichtingsverkeer. Dat komt voort uit de keuze om in de Boomkampstraat een flink deel van het buurtparkeren te situeren. Op het einde van de Boomkampstraat kan het autoverkeer niet doorrijden naar de Leliestraat (eenrichtings- verkeer). Het autoverkeer wordt afgeleid via de Tulpstraat en komt dan in de Eikelenbergstraat te- recht. Met de huidige rijrichtingen moet dit verkeer de Grensstraat en de Van der Woudestraat ne- men om de wijk uit te gaan. Om de Van der Woudestraat te ontlasten van dit ‘uitgaande’ verkeer, is in het stedenbouwkundig plan de rijrichting omgedraaid. Verkeer dat inrijdt via de Boomkampstraat kan dan de buurt uitrijden via de Eikelenbergstraat.

Gelet op het aantal zienswijzen waarin is verzocht de rijrichting niet te wijzigen, constateert de ge- meente dat in de inhoudelijke afweging een keuze moet worden gemaakt tussen enerzijds het be- perken van uitrijdend verkeer op de Van der Woudestraat en anderzijds de verwachte lichthinder voor een aantal omwonenden.

Gelet op de belangen van deze omwonenden, die de verwachte hinder nu niet ervaren en het ge- geven dat ook bewoners vanuit de Van der Woudestraat zelf hebben aangegeven de huidige rijrich- ting te willen houden en gelet op het feit dat het voortzetten van de huidige situatie niet tot grote nadelen leidt, kiest de gemeente ervoor de huidige rijrichting in stand te laten. Dit betekent concreet dat ook de rijrichting in de Grensstraat, de Eikelenbergstraat, de Schagenstraat en het noordelijk deel van de Dahliastraat in stand blijft. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet te worden aange- past. Om dit beleidsvoornemen toch kenbaar en inzichtelijk te maken, is het stedenbouwkundig plan hierop aangepast. 9.2 Geluidhinder treinverkeer Reclamanten vrezen een grotere geluidhinder van het treinverkeer te ervaren, omdat het laatste blok huizen van de Eikelenbergstraat en het buurthuis verdwijnen. Daardoor verdwijnt de afscher- ming van het geluid. Daarnaast vrezen reclamanten meer geluidhinder door de toename van auto- verkeer als gevolg van het wijzigen van de rijrichting.

Gemeentelijke beantwoording Gelet op de ligging van de woning van reclamanten ten opzichte van het spoor en het plangebied, kan de zienswijze van reclamanten uitsluitend zien op het treinverkeer dat vanuit zuidelijke richting komt aanrijden. Het is niet de verwachting dat de sloop van het blok Eikelenbergstraat 74-80 ertoe leidt dat de woning van reclamanten meer geluidhinder, laat staan onaanvaardbare geluidhinder van het treinverkeer gaat ervaren. De gemeente wijst er in dit verband op dat juist de woningen op Grensstraat 20 en 20a relevant zijn voor de afscherming van het geluid. Deze woningen worden niet gesloopt en opnieuw gebouwd.

Wat betreft de geluidhinder van het wegverkeer, naar aanleiding van diverse zienswijzen met be- trekking tot de gewijzigde rijrichting, kiest de gemeente ervoor de rijrichting te houden zoals deze nu is. Daardoor is een vrees voor toename van geluidhinder niet langer aan de orde. 9.3 Veiligheid parkeerterrein en steeg Reclamanten vrezen dat het parkeerterrein aan het einde van de Eikelenbergstraat een hangplek wordt, met mogelijk ook gevolgen voor de aangrenzende steeg. In dat verband willen reclamanten graag weten hoe breed de steeg/het pad tussen de Eikelenbergstraat en de Grensstraat wordt.

Gemeentelijke beantwoording Bij de inrichting van het parkeerterrein wordt aandacht besteed aan het voorkomen van mogelijke overlast. Ook is er veel sociale controle door de ligging tussen twee woonblokken. Er zijn geen omstandigheden aan te wijzen die maken dat op voorhand moet worden gevreesd voor ernstige overlast.

In de nieuwe situatie worden de woningen langs het doodlopende deel van de Eikelenbergstraat gesloopt. In plaats daarvan komt een parkeerterrein. Door de openheid die daardoor ontstaat, is er geen sprake meer van een steeg, maar van een stoep. Er is voldoende ruimte om de stoep de juiste minimale breedte te geven. Op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan schatten Van Alckmaer en de gemeente in dat de stoep ten minste 1,50 meter breed kan worden. Bij de uitwerking van het inrichtingsplan komt dit aan de orde. Voor het bestemmingsplan heeft dit geen verdere gevolgen.

Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van hoofdstuk 4.9.1 van de toelichting op het bestemmingsplan en van bijlage 2 van de toelichting op het bestemmingsplan (het ste- denbouwkundig plan).

Nr. R10 Zienswijzen en beantwoording Reclamant 10

10.1 Parkeerplaats voor woning Reclamant is het ermee oneens dat voor haar woning een parkeerterrein wordt gerealiseerd. Zij vreest overlast van koplampen en geluid. Ook vreest zij dat haar woning hierdoor in waarde daalt.

Gemeentelijke beantwoording Het parkeerterrein in kwestie (tussen de Grensstraat en de Eikelenbergstraat) wordt aangelegd om aan de parkeernorm te kunnen voldoen. Bij de inrichting van het terrein wordt door middel van be- planting zorggedragen voor zoveel mogelijk beperking van hinder. Op voorhand is het niet aanne- melijk dat de woning van reclamant in waarde daalt door de gewijzigde opzet van het plangebied. 10.2 In- en uitrit bestaande garage Reclamant vreest dat het nieuwe parkeerterrein de in- en uitrit van haar garage gaat blokkeren.

Gemeentelijke beantwoording Bij de uitwerking van de inrichting wordt rekening gehouden met de in- en uitrit van de garage. Deze gaat via het parkeerterrein lopen, maar wordt zodanig vormgegeven dat deze niet wordt gehinderd door een parkeerplaats. Voor de bestemming als zodanig heeft dit geen gevolgen: de genoemde oplossing past binnen de geprojecteerde verkeersbestemming. Wel wordt door toevoeging van ar- tikel 3.4.2 in de voorschriften geborgd dat de in-/uitrit van de garage te allen tijde toegankelijk moet blijven voor autoverkeer. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot opnemen van de nadere aanduiding “uitrit” op de plankaart en tot het toevoegen van artikel 3.4.2 aan de voorschriften behorend bij het bestem- mingsplan, waarmee de uitrit juridisch wordt geborgd.

Nr. R11 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 11

11.1 Rooilijn en hoogte Reclamanten zijn positief over de herontwikkeling van het plangebied zoals deze nu voorligt. Wan- neer de rooilijn van de woningen langs het eerste deel van de Eikelenbergstraat naar achteren wordt verplaatst of wanneer de bouwhoogte van de achterzijde van deze woningen worden aangepast, beraden zij zich op hun juridische positie.

Gemeentelijke beantwoording De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. De voorgestelde rooilijn en bouwhoogte zijn ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan niet gewijzigd. 11.2 Steeg Reclamanten kunnen niet beoordelen of aanpassingen plaatsvinden aan de steeg achter hun wo- ning. Zij wijzen erop dat de projectleider van Van Alckmaer hen had toegezegd hierover met hen in overleg te treden wanneer dit het geval zou zijn.

Gemeentelijke beantwoording Bij de herontwikkeling van het blok Eikelenbergstraat 6-38 wordt gezorgd voor een steeg die ook achter de woning van reclamanten loopt. De gemeente heeft de projectleider van Van Alckmaer verzocht met reclamanten contact op te nemen. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestem- mingsplan.

Nr. R12 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 12

12.1 Uitzicht, verminderde lichtinval en privacy Reclamanten hebben op dit moment deels vrij uitzicht op de Asterstraat. In de nieuwe situatie ver- andert dit, doordat de Asterstraat komt te vervallen en een rij woningen wordt gerealiseerd. Hierdoor vrezen reclamanten ook een verminderde lichtinval in hun woning.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente erkent dat in de nieuwe opzet van het plangebied sprake is van een gewijzigd uitzicht. De gemeente stelt zich niettemin op het standpunt dat het bestemmingsplan blijk geeft van een evenwichtige belangenafweging. Daarbij wordt ten eerste in aanmerking genomen dat reclamanten in de huidige situatie al deels uitkijken op een woning. Ten tweede is van belang dat de nieuw te bouwen woningen op een grotere afstand van de woning van reclamanten worden gepositioneerd: waar nu sprake is van een afstand van ruim 15 meter, wordt in de nieuwe situatie de afstand iets minder dan 20 meter. Dat is een zeer aanvaardbare afstand in een stedelijke omgeving. Die toege- nomen afstand maakt bovendien dat er geen zorgen om privacy hoeven te zijn. Ten derde blijft de toegestane hoogte ter plaatste gelijk: 8 meter. Dezelfde hoogte in combinatie met een grotere af- stand, maakt dat de lichtinval ter plaatse niet verslechtert.

Op basis hiervan meent de gemeente dat er weliswaar sprake is van een feitelijke verandering in de situatie van reclamanten, maar dat deze verandering niet leidt tot onevenredig nadeel of tot on- aanvaardbare gevolgen voor het woon- en leefklimaat van reclamanten. 12.2 Blokkeren uitzicht dakopbouw Reclamanten stellen dat het uitzicht vanuit hun dakopbouw door het realiseren van hoogbouw in Bloemwijk wordt geblokkeerd.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente wijst er ten eerste op dat de hoogte van de nieuwe woningen tegenover de woning van reclamanten gelijk is aan wat het oude bestemmingsplan toestaat: 8 meter. In zoverre wordt het uitzicht vanuit de dakopbouw niet belemmerd. Ten tweede worden de blokken die haaks op de C.W. Bruinvisstraat komen te staan weliswaar hoger dan de woningen die er nu staan (10 meter versus 8 meter in de huidige situatie), maar die hoogte leidt evenmin tot een onaanvaardbare belemmering van het uitzicht. 12.3 Waardevermindering Reclamanten stellen dat de herontwikkeling van het plangebied leidt tot een waardevermindering van hun woning.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente gaat ervan uit dat de herontwikkelde, groenere en duurzamere Bloemwijk tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit leidt. Het is niet aannemelijk dat dit zich vertaalt in een waar- devermindering voor de omliggende woonblokken. Voor zover reclamanten menen dat sprake is van een waardevermindering waarvoor zij compensatie zouden moeten ontvangen, kunnen zij ge- bruik maken van de planschadeprocedure, die na het onherroepelijk worden van het bestemmings- plan, kan worden gestart. 12.4 Parkeerterrein Leliestraat Reclamanten maken bezwaar tegen het realiseren van (extra) parkeerplaatsen aan de Leliestraat. Deze gaat ten koste van de groenvoorziening en leidt tot extra verkeersoverlast. Bovendien kan het parkeerterrein verworden tot een hangplek.

Gemeentelijke beantwoording Op basis van de Parkeernormennota 2020-2027 zoals in juni 2020 is vastgesteld door de gemeen- teraad, moet het plangebied als “overig” worden aangemerkt. Weliswaar is in de wijk op dit moment sprake van vergunninghoudersparkeren, maar daarbij moet worden opgemerkt dat dit een tijdelijke situatie is als gevolg van de zogenoemde “Goede buren-regeling” vanwege de verbouw van het Noordwest Ziekenhuis. Raad en college spraken daar destijds over af dat gebieden waar tijdelijk vergunninghoudersparkeren is, niet als “schil” worden aangemerkt.

Toepassing van de norm “overig” leidt ertoe dat in het plangebied in totaal 203 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. 202 daarvan bevinden zich in de openbare ruimte, 1 wordt op eigen terrein gerealiseerd. De gemeente stelt dat het voor een zo optimaal mogelijke inrichting van de openbare ruimte, beter is om de toe te voegen parkeerplaatsen in clusters te concentreren. Hierdoor blijft er in het plangebied voldoende ruimte voor groene clusters. Een versnippering van de parkeer- plaatsen, zou leiden tot eenzelfde versnippering van het groen. Dat is in het totaalbeeld voor het plangebied niet gewenst.

Bij de inrichting van het parkeerterrein wordt aandacht besteed aan het voorkomen van mogelijke overlast. Ook is er veel sociale controle door de ligging tussen woningen. Er zijn geen omstandig- heden aan te wijzen die maken dat op voorhand moet worden gevreesd voor ernstige overlast.

12.5 Overlast bouwverkeer en gebrek aan parkeerplaatsen Reclamanten vrezen last te ondervinden van bouwverkeer en van een gebrek aan parkeerplaatsen tijdens de bouwwerkzaamheden.

Gemeentelijke beantwoording Dat enige overlast kan optreden tijdens bouwwerkzaamheden, is niet uit te sluiten. Voordat de werk- zaamheden starten, moet Van Alckmaer inzichtelijk maken op welke wijze het bouwverkeer wordt afgehandeld en hoe met zaken als geluidoverlast en het gebruik van parkeerplaatsen wordt omge- gaan. De gemeente gaat Van Alckmaer verzoeken de omwonenden in een vroegtijdig stadium in dit proces te betrekken. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestem- mingsplan. Wel is naar aanleiding van een nadere bestuurlijke afweging en een aantal andere zienswijzen, hoofdstuk 4.9.2 van de toelichting op het bestemmingsplan gewijzigd.

Nr. R13 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 13

13.1 Parkeerterrein Dahliastraat Reclamanten vrezen hinder van koplampen als gevolg van de positionering van de in- en uitrit van het parkeerterrein aan de Dahliastraat. Zij verzoeken om de in- en uitrit tegenover de bestaande garages van Dahliastraat 1 en 7 te maken.

Gemeentelijke beantwoording De precieze inrichting van het parkeerterrein aan de Dahliastraat is nog niet bepaald. Bij de verdere uitwerking hiervan wordt rekening gehouden met de opmerkingen van reclamanten. Voor de be- stemming als zodanig heeft dit geen gevolgen: de verkeersbestemming ter plaatse blijft dezelfde. Om reclamanten voldoende rechtszekerheid te bieden over de ligging van de inrit, wordt op de plan- kaart een nadere aanduiding “Inrit” ingetekend. De regels die voor de nadere aanduiding gaan gel- den, worden door toevoeging van artikel 3.4.2 in de voorschriften geborgd. 13.2 Afscheiding parkeerterrein Reclamanten verzoeken de door Van Alckmaer toegezegde afscheidingsmuur voor het parkeerter- rein groen uit te voeren, zodat zij geen zicht hebben op het parkeerterrein.

Gemeentelijke beantwoording Het toepassen, dan wel terugbrengen van tuinmuren is onderdeel van het stedenbouwkundig plan en van de integratie van de cultuurhistorie van de wijk, zoals aangegeven in het rapport van Steen- huisMeurs. De precieze uitwerking volgt in het inrichtingsplan. Daarbij wordt rekening gehouden met sociale veiligheid en wordt onderzocht of de muur groen kan worden uitgevoerd. Daarvoor is geen aanpassing van het voorliggende bestemmingsplan nodig. 13.3 Overlast Reclamanten vrezen dat het parkeerterrein een hangplek wordt. Zij verzoeken om helderheid over de te nemen maatregelen, zoals verlichting. Ook vrezen zij overlast door startende motoren en uit- laatgassen.

Gemeentelijke beantwoording Bij de inrichting van het parkeerterrein wordt aandacht besteed aan het voorkomen van mogelijke overlast, door het gebruik van onder meer verlichting en door toegankelijkheid vanuit meerdere zij- den. Ook is er veel sociale controle door de ligging tussen woningen. Er zijn geen omstandigheden aan te wijzen die maken dat op voorhand moet worden gevreesd voor ernstige overlast als gevolg van rondhangende personen.

Evenmin is er aanleiding te vrezen voor overlast door startende motoren en uitlaatgassen. Het par- keerterrein is voldoende open en op geruime afstand van de woning van reclamanten. Het is daar- door niet waarschijnlijk dat geluiden gaan weerkaatsen en uitlaatgassen lang blijven hangen. Daarbij wijst de gemeente erop dat op de langere termijn het aantal auto’s met brandstofmotoren afneemt en het aandeel elektrische auto’s toeneemt. Die ontwikkeling wordt op enig moment ook zichtbaar in de Bloemwijk. 13.4 Berging Reclamanten verzoeken de bergingen achter het parkeerterrein (bij de Hulsthof) groen uit te voeren.

Gemeentelijke beantwoording Dit aspect komt aan de orde bij de verdere uitwerking van de inrichting. Daarvoor is geen aanpassing van het voorliggende bestemmingsplan nodig. 13.5 Hoogte en inkijk Hulsthof Reclamanten kunnen zich niet vinden in het feit dat bewoners vanaf de Hulsthof zicht hebben op hun woning. Zij verzoeken het zicht vanaf de galerijen af te schermen met bomen. Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt voorop dat de afstand tussen de woningen aan de Dahliastraat en de Hulsthof ongeveer 45 meter bedraagt. Op een dergelijke afstand kan er weliswaar sprake zijn van uitzicht vanuit de Hulsthof, maar zeker geen ongewenste inkijk.

Het aspect afscherming komt aan de orde bij de verdere uitwerking van de inrichting. Daarbij wordt rekening gehouden met de relatie van de Hulsthof tot de woningen aan de Dahliastraat. Daarvoor is geen aanpassing van het voorliggende bestemmingsplan nodig.

Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot opnemen van de nadere aanduiding “uitrit” op de plankaart en tot het toevoegen van artikel 3.4.2 aan de voorschriften behorend bij het bestem- mingsplan, waarmee de uitrit juridisch wordt geborgd.

Nr. R14 Zienswijzen en beantwoording Reclamant 14

14.1 Rijrichting Van der Woudestraat Reclamant ziet het nut niet in van het omdraaien van de rijrichting van het eenrichtingsverkeer op de Van der Woudestraat. Dit geeft overlast van koplampen en is praktisch lastig uitvoerbaar van- wege bijvoorbeeld fietsen op de stoep.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt voorop dat de rijrichting niet wordt gewijzigd door het bestemmingsplan. Hiervoor is een verkeersbesluit nodig. Voor het bestemmingsplan is de rijrichting minder van belang: het bestemmingsplan regelt op het punt van verkeer dat de wegen in het gebied een verkeersbestem- ming krijgen.

Het achterliggende stedenbouwkundig plan gaat wel uit van een gewijzigde rijrichting. De overwe- gingen om de rijrichting na de herontwikkeling in een aantal straten om te draaien, zijn de volgende: in tegenstelling tot de huidige situatie krijgt de Boomkampstraat tweerichtingsverkeer. Dat komt voort uit de keuze om in de Boomkampstraat een flink deel van het buurtparkeren te situeren. Op het einde van de Boomkampstraat kan het autoverkeer niet doorrijden naar de Leliestraat (eenrichtings- verkeer). Het autoverkeer wordt afgeleid via de Tulpstraat en komt dan in de Eikelenbergstraat te- recht. Met de huidige rijrichtingen moet dit verkeer de Grensstraat en de Van der Woudestraat ne- men om de wijk uit te gaan. Om de Van der Woudestraat te ontlasten van dit ‘uitgaande’ verkeer, is in het stedenbouwkundig plan de rijrichting omgedraaid. Verkeer dat inrijdt via de Boomkampstraat kan dan de buurt uitrijden via de Eikelenbergstraat.

Gelet op het aantal zienswijzen waarin is verzocht de rijrichting niet te wijzigen, constateert de ge- meente dat in de inhoudelijke afweging een keuze moet worden gemaakt tussen enerzijds het be- perken van uitrijdend verkeer op de Van der Woudestraat en anderzijds de verwachte lichthinder voor een aantal omwonenden.

Gelet op de belangen van deze omwonenden, die de verwachte hinder nu niet ervaren en het ge- geven dat ook bewoners vanuit de Van der Woudestraat zelf hebben aangegeven de huidige rijrich- ting te willen houden en gelet op het feit dat het voortzetten van de huidige situatie niet tot grote nadelen leidt, kiest de gemeente ervoor de huidige rijrichting in stand te laten. Dit betekent concreet dat ook de rijrichting in de Grensstraat, de Eikelenbergstraat, de Schagenstraat en het noordelijk deel van de Dahliastraat in stand blijft. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet te worden aange- past. Om dit beleidsvoornemen toch kenbaar en inzichtelijk te maken, is het stedenbouwkundig plan hierop aangepast. 14.2 Steeg tussen Van der Woudestraat en Eikelenbergstraat Reclamant constateert dat de bestaande steeg tussen de Van der Woudestraat en de Eikelenberg- straat smaller lijkt te worden dan deze nu is. Reclamant wil dat de breedte van de steeg gelijk blijft.

Gemeentelijke beantwoording Met betrekking tot deze steeg zijn meerdere zienswijzen ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft Van Alckmaer aangegeven via een kadastrale aanwijs de precieze eigendomssituatie in de steeg

te analyseren. Nadat deze zijn uitgevoerd, wordt de nieuwe steeg definitief uitgewerkt. Het uitgangs- punt daarbij is dat de nieuwe steeg ten minste de bestaande breedte krijgt. 14.3 Onjuiste parkeerberekening Reclamant stelt dat er geen rekening lijkt te zijn gehouden met parkeerplaatsen van woningen die buiten het plangebied liggen. Reclamant noemt in dit verband situaties aan de Grensstraat, Eikelen- bergstraat en Boomkampstraat.

Gemeentelijke beantwoording Er lijkt inderdaad sprake te zijn van een vertelling. In totaal zijn er zeven parkeerplaatsen rondom de Grensstraat, Eikelenbergstraat en Boomkampstraat niet ingetekend. Dit is aangepast in het ste- denbouwkundig plan. In het definitieve bestemmingsplan is uitgegaan van een juiste parkeerbere- kening met de juiste uitgangspunten. 14.4 Hoogte Hulsthof Reclamant kan zich niet vinden in de voorgenomen hoogte van de Hulsthof. Zij meent dat een hoogte van 10 meter volstaat.

Gemeentelijke beantwoording Bij de Hulsthof is sprake van een gebouw van drie bouwlagen met daarop een mansardekap. Deze kap met de bijbehorende hoogte is vanuit stedenbouwkundig en welstandelijk oogpunt gewenst om de afwijkende typologie van de appartementen goed in te passen in het beeld van de wijk.

Bij het toekennen van bestemmingen en de daarbij behorende gebruiks- en bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan gaat het er niet om of er ook andere keuzes denkbaar zijn, maar of in rede- lijkheid de voorliggende keuze mag worden gemaakt. De gemeente meent dat, gelet op het hiervoor genoemde, zij in redelijkheid ervoor kan kiezen de Hulsthof een maximale bouwhoogte van 13 meter te geven en niet een lagere bouwhoogte. 14.5 Afscheiding parkeerterrein Dahliastraat Reclamant meent dat de voorgenomen hoogte van de afscheidingsmuur van het parkeerterrein langs de Dahliastraat, maakt dat daar een hangplek ontstaat. Zij verzoekt de muur te verlagen.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt vast dat reclamant vanuit haar woning geen zicht heeft op bedoeld parkeerterrein. De hoogte van de afscheidingsmuur zorgt ervoor dat de bewoners van de Dahliastraat 1-7 niet of nauwelijks overlast van het parkeerterrein ervaren. Gelet op een evenwichtige belangenafweging, meent de gemeente dat het belang van deze omwonenden zwaarder weegt dan dat van reclamant.

Bij de inrichting van het parkeerterrein wordt aandacht besteed aan het voorkomen van mogelijke overlast, door het gebruik van onder meer verlichting en door toegankelijkheid vanuit meerdere zij- den. Ook is er veel sociale controle door de ligging tussen woningen. Er zijn geen omstandigheden aan te wijzen die maken dat op voorhand moet worden gevreesd voor ernstige overlast als gevolg van rondhangende personen. 14.6 Parkeerterrein Tulpstraat Reclamant vreest dat wanneer Van Alckmaer meer parkeerplaatsen moet realiseren en daarvoor eenzelfde parkeerterrein ter hoogte van de Tulpstraat realiseert, hier eveneens een hangplek ont- staat.

Gemeentelijke beantwoording De extra parkeerplaatsen worden niet ter hoogte van de Tulpstraat gerealiseerd. 14.7 Participatie Reclamant kan zich niet vinden in de constateringen uit het ontwerpbestemmingsplan ten aanzien van participatie: in haar beleving is de groep omwonenden uit de rand om het plangebied heen wel betrokken, maar is het niet mogelijk geweest inhoudelijke suggesties te doen en is er van tijd tot tijd sprake geweest van onjuiste en/of onvolledige informatie.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt vast dat reclamant en Van Alckmaer verschillende verwachtingen en belevingen van het gelopen proces hadden en hebben. De gemeente heeft Van Alckmaer verzocht de klank- bordgroep in het verdere proces van uitwerking en planning te betrekken.

De gedane constateringen hebben geen invloed op de inhoud van het bestemmingsplan. De ge- meente meent dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de principes van een goede ruimtelijke ordening. Ook is er sprake van een realistisch draagvlak in de omgeving. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van hoofdstuk 4.9.2 van de toelichting op het bestemmingsplan en van bijlage 2 van de toelichting op het bestemmingsplan (het ste- denbouwkundig plan). De juiste parkeerbalans wordt toegevoegd als bijlage 14 van de toelichting op het be- stemmingsplan.

Nr. R15 Zienswijzen en beantwoording Reclamanten 15 (reclamanten 13 zijn deel van deze groep reclamanten)

15.1 Ondersteuning zienswijze Historische Vereniging Alkmaar Reclamanten ondersteunen de door de Historische Vereniging Alkmaar ingediende zienswijze.

Gemeentelijke beantwoording De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. 15.2 Parkeerterrein Dahliastraat Reclamanten vrezen hinder van koplampen als gevolg van de positionering van de in- en uitrit van het parkeerterrein aan de Dahliastraat. Zij verzoeken om de in- en uitrit tegenover de bestaande garages naast Eikelenbergstraat 7 en Boomkampstraat 7 (bedoeld is 8) te maken.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt na het raadplegen van reclamanten vast dat reclamanten dezelfde garages be- doelen als de reclamanten van zienswijze R13. Reclamanten zijn ermee akkoord dat de gemeente in de beantwoording spreekt over de garage naast Dahliastraat 7.

De precieze inrichting van het parkeerterrein aan de Dahliastraat is nog niet bepaald. Bij de verdere uitwerking hiervan wordt rekening gehouden met de opmerkingen van reclamanten. Voor de be- stemming als zodanig heeft dit geen gevolgen: de verkeersbestemming ter plaatse blijft dezelfde. Om reclamanten voldoende rechtszekerheid te bieden over de ligging van de inrit, wordt op de plan- kaart een nadere aanduiding “Inrit” ingetekend. De regels die voor de nadere aanduiding gaan gel- den, worden door toevoeging van artikel 3.4.2 van de voorschriften opgenomen. 15.3 Vergunningparkeren Reclamanten geven mee te overwegen of op het parkeerterrein langs de Dahliastraat vergunning- houdersparkeren kan worden ingevoerd, met als doel het aantal verkeersbewegingen ter plaatse te verminderen.

Gemeentelijke beantwoording In het bestemmingsplan kan geen keuze voor het al dan niet invoeren van (permanent) vergunning- houdersparkeren worden gemaakt. Vergunninghoudersparkeren kan uitsluitend permanent worden ingevoerd nadat aan een aantal regels uit de Verordening op de Parkeerbelasting is voldaan. 15.4 Groen Reclamanten kunnen aan de hand van de stukken onvoldoende bepalen hoeveel groen in de Dah- liastraat wordt gerealiseerd. Reclamanten verzoeken de twee bomen tegen de muur aan de even kant van de Dahliastraat te behouden. Ook zien reclamanten graag dat de twee bomen op het Boomkamppleintje elders in de wijk worden herplant, mocht handhaving niet mogelijk zijn.

Gemeentelijke beantwoording Dit aspect komt aan de orde bij de verdere uitwerking van de inrichting. Daarvoor is geen aanpassing van het voorliggende bestemmingsplan nodig. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot opnemen van de nadere aanduiding “uitrit” op de plankaart en tot het toevoegen van artikel 3.4.2 aan de voorschriften behorend bij het bestem- mingsplan, waarmee de uitrit juridisch wordt geborgd.

Nr. R16 Zienswijzen en beantwoording Reclamant 16

16.1 Versmalling stegen Reclamant vreest dat er door de versmalling van stegen en doorgangen nauwelijks ruimte overblijft voor kliko’s en/of plastic containers.

Gemeentelijke beantwoording Met betrekking tot de stegen achter de Van der Woudestraat en de Eikelenbergstraat zijn meerdere zienswijzen ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft Van Alckmaer aangegeven via een kadastrale aanwijs de precieze eigendomssituatie in de steeg te analyseren. Nadat deze zijn uitgevoerd, wordt de nieuwe steeg definitief uitgewerkt. Het uitgangspunt daarbij is dat de nieuwe steeg ten minste de bestaande breedte krijgt. 16.2 Hoogte woningen Reclamant geeft aan dat twee woningtypen hoger uitkomen dan de bestaande bouw, waardoor (zon)licht wordt ontnomen.

Gemeentelijke beantwoording Rondom de woning van reclamant staat het huidige bestemmingsplan Alkmaar Zuid-West een bouwhoogte van 9 meter toe, met op de hoeken en in het midden drie accenten van 10,5 meter. In de nieuwe situatie blijft de hoogte van het woningblok 9 meter en krijgen de accenten een hoogte van 10 meter. Het is daarom niet aannemelijk dat het nieuwe bestemmingsplan leidt tot een ver- slechtering van de situatie van reclamant. 16.3 Rijrichting Van der Woudestraat Reclamant meent dat de wijziging van de rijrichting op de Van der Woudestraat leidt tot een vermin- dering van het aantal parkeerplaatsen in die straat.

Gemeentelijke beantwoording De gemeente stelt voorop dat de rijrichting niet wordt gewijzigd door het bestemmingsplan. Hiervoor is een verkeersbesluit nodig. Voor het bestemmingsplan is de rijrichting minder van belang: het bestemmingsplan regelt op het punt van verkeer dat de wegen in het gebied een verkeersbestem- ming krijgen.

Het achterliggende stedenbouwkundig plan gaat wel uit van een gewijzigde rijrichting. De overwe- gingen om de rijrichting na de herontwikkeling in een aantal straten om te draaien, zijn de volgende: in tegenstelling tot de huidige situatie krijgt de Boomkampstraat tweerichtingsverkeer. Dat komt voort uit de keuze om in de Boomkampstraat een flink deel van het buurtparkeren te situeren. Op het einde van de Boomkampstraat kan het autoverkeer niet doorrijden naar de Leliestraat (eenrichtings- verkeer). Het autoverkeer wordt afgeleid via de Tulpstraat en komt dan in de Eikelenbergstraat te- recht. Met de huidige rijrichtingen moet dit verkeer de Grensstraat en de Van der Woudestraat ne- men om de wijk uit te gaan. Om de Van der Woudestraat te ontlasten van dit ‘uitgaande’ verkeer, is in het stedenbouwkundig plan de rijrichting omgedraaid. Verkeer dat inrijdt via de Boomkampstraat kan dan de buurt uitrijden via de Eikelenbergstraat.

Gelet op het aantal zienswijzen waarin is verzocht de rijrichting niet te wijzigen, constateert de ge- meente dat in de inhoudelijke afweging een keuze moet worden gemaakt tussen enerzijds het be- perken van uitrijdend verkeer op de Van der Woudestraat en anderzijds de verwachte lichthinder voor een aantal omwonenden.

Gelet op de belangen van deze omwonenden, die de verwachte hinder nu niet ervaren en het ge- geven dat ook bewoners vanuit de Van der Woudestraat zelf hebben aangegeven de huidige rijrich- ting te willen houden en gelet op het feit dat het voortzetten van de huidige situatie niet tot grote nadelen leidt, kiest de gemeente ervoor de huidige rijrichting in stand te laten. Dit betekent concreet dat ook de rijrichting in de Grensstraat, de Eikelenbergstraat, de Schagenstraat en het noordelijk deel van de Dahliastraat in stand blijft. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet te worden aange- past. Om dit beleidsvoornemen toch kenbaar en inzichtelijk te maken, is het stedenbouwkundig plan hierop aangepast. Conclusie De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van hoofdstuk 4.9.2 van de toelichting op het bestemmingsplan en van bijlage 2 van de toelichting op het bestemmingsplan (het ste- denbouwkundig plan).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10504612/1