CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst Verordening 2026.pdf

Gemeenteraad AW 11 mei 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 17: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Albrandswaard 20264.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-lijst Verordening Maatschappelijke ondersteuning Albrandswaard (per 1 januari 2026) Onderstaand overzicht geeft de wijzigingen in de verordening weer, inclusief toelichting.

Nr.

Verordening 2022 (oud)

Verordening 2026 (nieuw)

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepaling

Maatwerkvoorziening Voorliggende voorziening

Art. 1.1 a. algemene voorziening d. beleidsregels g. financiële tegemoetkoming h. gebruiksduur l. intramuraal m. kostprijs o. maatschappelijke opvang q. nadere regels r. onderzoeksrapport v. semimuraal Artikel 2. Melding hulpvraag 1. Een hulpvraag kan vormvrij door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.

Artikel 6 Onderzoek

Artikel 6 Onderzoek

Art. 6.3 c de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd

Aan Art. 6.3 c, d, f en g toegevoegd of maatschappelijke opvang.

Toelichting

Extra begrippen toegevoegd die ook terugkomen in de Verordening. In de toelichting worden sommige begrippen nog verder uitgelegd. Het begrip maatwerkvoorziening en besluit hoeft niet opgenomen te worden. Want is vastgelegd in de Awb. Het begrip voorliggende voorziening is niet meer van toepassing binnen de wet. Door deze bepaling wordt de drempel voor toegang tot ondersteuning verlaagd en wordt duidelijk wanneer het proces van onderzoek en afhandeling van de hulpvraag formeel begint. Het sluit aan bij het uitgangspunt van de Wmo 2015 dat ondersteuning laagdrempelig en toegankelijk moet zijn.

Ook maatschappelijk opvang toegevoegd omdat de Wet ook voorziet in maatschappelijke opvang. Maatschappelijke opvang is een andere voorziening met andere toelatingsgronden dan beschermd wonen. Betreft een taak die uitgevoerd wordt

wonen Art 6.3 d de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen Art. 6.3 f de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen Art. 6.3 g de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen

door de gemeente Rotterdam als centrum gemeente. Onder maatschappelijke opvang valt ook vrouwenopvang.

Art. 6 lid 7 toegevoegd: Als de cliënt vindt dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, moet het onderzoeksrapport ondertekent en teruggestuurd worden. Het onderzoeksrapport is de start van de aanvraagprocedure waarop een besluit volgt.

Door deze lid er aan toe te voegen wordt de procedure tot het aanvragen van een voorziening afgerond. Er is geen termijn opgenomen waarop cliënt het terug moet sturen. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt om het ondertekende verslag tijdig terug te sturen.

Artikel 7 Advisering Art. 7 lid 3 is verwijderd: Of in een andere situatie waarin het college dat wenselijk vindt Artikel 8 Aanvraag

Dit lid is verwijderd omdat er geen andere situaties denkbaar zijn dan opgenomen in het 1e en 2e lid. Artikel 8 Aanvraag Toegevoegd aan de toelichting: Wanneer een cliënt na die 6 weken niet langer wil of kan wachten, bestaat altijd de mogelijkheid om toch een aanvraag in te dienen. In dat geval start direct de wettelijke beslistermijn van twee weken waarbinnen de gemeente een besluit moet nemen. Op deze manier blijft het recht van de cliënt gewaarborgd.

Art 8.3 Een aanvraag wordt ingediend met een ondertekend onderzoeksrapport of een ingevuld aanvraagformulier

Art 8.3 Een aanvraag wordt ingediend met een ondertekend onderzoeksrapport of een ingevuld aanvraagformulier.

Art 8.5 Bij een aanvraag voor financiering via een persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening, moet de cliënt een budgetplan overleggen.

Ondertekend onderzoeksrapport toegevoegd als wijze van indienen van aanvraag. Ook dit is een geldige manier om een aanvraag in te dienen.

Toegevoegd wanneer de cliënt een aanvraag wil indien met Pgb financiering

Eruit gehaald. Staat in de beleidsregels. Art 8.6 Bij een aanvraag voor een persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing, moet de cliënt minimaal 2 offertes overleggen. Art 8.6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een financiele tegemoetkoming als bedoeld in artikel 9A en 9B.

Artikel 9 Criteria voor maatwerkvoorzieningen 1.

Het college verstrekt een maatwerkvoorziening als er belemmeringen zijn in zelfredzaamheid of participatie en er noodzaak is tot compenseren door gebruik te maken van: a. eigen kracht en/of b. gebruikelijke hulp en/of c. mantelzorg en/of d. hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of e. algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of f. algemene voorzieningen en/of g. andere voorzieningen, bijvoorbeeld op grond van de Wlz of de Zvw. 2. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de

Toegevoegd. Lid 6 maakt duidelijk dat dezelfde aanvraagprocedure geldt voor financiële tegemoetkomingen als voor maatwerkvoorzieningen. Dit zorgt voor één uniforme werkwijze en voorkomt dat er verschillende procedures naast elkaar ontstaan.

Artikel 9 Algemene criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het onderzoeksrapport, als bedoeld in artikel 6, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening indien er sprake is van een noodzaak tot compensatie en de cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid of participatie door gebruik te maken van: a. b. c. d. e.

eigen kracht en/of gebruikelijke hulp en/of mantelzorg en/of hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen

Artikel 9 is grotendeels aangepast. Het zijn allemaal juridische bindende algemene regels om voor een maatwerkvoorziening in aanmerking te kunnen komen.

goedkoopst adequaat compenserende voorziening. 3. De maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze veilig is voor hemzelf en zijn omgeving, geen gezondheidsrisico’s geeft en revalidatie niet tegenwerkt. 4. De maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als de cliënt in staat is om de zorgverlener een voldoende veilig werkklimaat te bieden.

f. g.

en/of algemene voorzieningen en/of andere voorzieningen, bijvoorbeeld op grond van de Wlz of de Zvw.

3. Bij de bepaling van de eigen kracht wordt van de inwoner verwacht dat hij alles doet wat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om tot een oplossing van zijn ondersteuningsvraag te komen. Verder wordt in ieder geval onderzocht in hoeverre: a. het sociaal netwerk in staat is de noodzakelijke ondersteuning te bieden; b. het sociaal netwerk redelijkerwijs beschikbaar is om de noodzakelijke ondersteuning te bieden; c. het bieden van de ondersteuning door het sociaal netwerk leidt tot overbelasting 4. Voor gebruikelijke hulp wordt in de regel geen maatwerkvoorziening verstrekt. Wat onder gebruikelijke hulp aan de inwoner met een hulpvraag valt is afhankelijk van: a. de relatie tussen degene die de ondersteuning biedt en de inwoner met een hulpvraag; b. de aard van de ondersteuning; c. de frequentie en het patroon van de ondersteuning; d. de duur van de ondersteuning.

5. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening. 6. De maatwerkvoorziening wordt slechts

verstrekt indien deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt. 7. De maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt als en voor zover de cliënt in staat is om de zorgverlener een voldoende veilig werkklimaat te bieden. 8. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat de inwoner met een hulpvraag in beginsel en na zorgvuldige afweging van de belangen van de inwoner met een hulpvraag en zijn omgeving alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als; a. de noodzaak tot ondersteuning voor de inwoner met een hulpvraag redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en b. niet voorzienbaar was. 9. Een noodzakelijke vervangende maatwerkvoorziening wordt verstrekt, als: a. de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven; b. de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner met een hulpvraag zijn toe te rekenen; c. de eerder verstrekte voorziening niet

langer een oplossing biedt voor de behoefte van de inwoner met een hulpvraag aan maatschappelijke ondersteuning. 10. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en het zich verplaatsen in de woning, wordt onderzocht of verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is. 11. Het college kan nadere regels vaststellen ter aanvulling op de algemene criteria voor maatwerk. 12. Tot de maatwerkvoorzieningen kunnen, indien noodzakelijk voor het bevorderen van zelfredzaamheid of participatie, behoren: a. een tegemoetkoming voor verhuizing en (woning)inrichting; b. een voorziening gericht op maatschappelijke participatie, waaronder indien noodzakelijk een sportvoorziening. De aard en hoogte van deze voorzieningen worden door het college vastgesteld in de nadere regels.

Artikel 9A. Financiële tegemoetkoming verhuizing en (woning)inrichting 1. Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor

Toegevoegd. Dit artikel biedt het college de mogelijkheid een financiële tegemoetkoming te verstrekken voor verhuizing en (woning)inrichting.

verhuizing en (woning)inrichting indien dit, gelet op de beperkingen van de cliënt, noodzakelijk is voor het bevorderen of behouden van de zelfredzaamheid of participatie en verhuizen een passend en goedkoopst-adequate alternatief vormt. 2. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor zover de cliënt aanspraak kan maken op vergoeding van de kosten op grond van een voorliggende voorziening, verzekering of wettelijke regeling. 3. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt indien: a. de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen; of b. de cliënt verhuist naar een semimurale of intramurale instelling. 4. Het college stelt in nadere regels in ieder geval regels over: a. de hoogte (of bandbreedte) van de tegemoetkoming; b. de wijze van uitbetaling en verantwoording; c. de frequentie/termijn waarbinnen opnieuw aanspraak kan bestaan; d. nadere voorwaarden ter voorkoming van oneigenlijk gebruik. 5. Voor een financiële tegemoetkoming als bedoeld in dit artikel is geen bijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 17. Artikel 9B. Tegemoetkoming meerkosten 1. Het college kan, ter uitvoering van artikel 2.1.7 van de wet, aan personen

Toegevoegd. Dit artikel biedt het college de mogelijkheid een tegemoetkoming te verstrekken aan personen met een beperking of chronische

met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. 2. De tegemoetkoming kan mede betrekking hebben op meerkosten voor een sporthulpmiddel of een aanpassing daarvan, indien dit noodzakelijk is voor participatie. 3. De tegemoetkoming wordt slechts verstrekt voor zover geen aanspraak bestaat op vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorliggende voorziening, verzekering of wettelijke regeling. 4. Het college stelt in nadere regels over: a. de hoogte (of bandbreedte) van de tegemoetkoming; b. de doelgroep-/toegangscriteria (aannemelijkheidskader meerkosten); c. de wijze van uitbetaling; d. de frequentie/termijn (bijv. eens per x jaar) en eventuele plafonds. 5. Voor een tegemoetkoming als bedoeld in dit artikel is geen bijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 17. Artikel 10. Aanvullende criteria kortdurend verblijf 1. Om in aanmerking te komen voor Kortdurend Verblijf vanuit de Wmo moet naast de algemene voorwaarden genoemd in artikel 9, nog worden

psychische of psychosociale problemen die als gevolg daarvan aannemelijke meerkosten hebben. De tegemoetkoming is bedoeld ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie.

Dit artikel is in zijn geheel verwijderd. Het 1e artikel is verplaatst naar de beleidsregels. Lid 2 is komen te vervallen omdat het in de Awb geregeld is.

voldaan aan de hieronder genoemde voorwaarden: a. de cliënt heeft een somatische, psychogeriatrische, psychische, verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke aandoening of handicap, én; b. de ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt levert noodzakelijk is. Artikel 11. criteria beschermd wonen

Artikel 10. Criteria beschermd wonen en maatschappelijke opvang Artikel 10A Toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang Artikel 11a – Beschermd wonen Artikel 11b – Maatschappelijke opvang Artikel 13A- Persoonsgebonden budget voor beschermd wonen Artikel 17A – Bijdrage beschermd wonen

Artikel 10 over beschermd wonen en maatschappelijke opvang is samengevoegd tot één geïntegreerd artikel. Inhoudelijk sluiten deze voorzieningen nauw op elkaar aan, waardoor een gezamenlijke bepaling zorgt voor meer overzicht en consistentie. Daarnaast zijn alle verwijzingen naar specifieke wetgeving verwijderd, omdat het juridisch niet verplicht is om deze in de verordening zelf op te nemen. Dit voorkomt onnodige herhaling en maakt het artikel toekomstbestendiger bij wetswijzigingen. Daarnaast is het advies om per artikel expliciet een bepaling over beschermd wonen en maatschappelijke opvang op te nemen wanneer dit relevant is. Dit is wél een wettelijke verplichting: een enkele verwijzing naar de verordening van de gemeente Rotterdam is onvoldoende. Door de bepalingen per artikel te benoemen, wordt voldaan aan de eisen van zorgvuldige regelgeving en wordt de rechtszekerheid

voor inwoners vergroot Dit is verwerkt in A artikelen. A artikelen worden gebruikt om nieuwe bepalingen toe te voegen zonder de bestaande nummering te wijzigen. Dit voorkomt dat verwijzingen in andere documenten, beleidsstukken of jurisprudentie ongeldig worden. Het is een praktische en juridisch nette oplossing om wijzigingen door te voeren in een bestaande verordening. Artikel 12 aanvullende criteria hulp bij het huishouden Artikel 13 aanvullende criteria woonvoorzieningen Artikel 14 aanvullende criteria vervoersvoorzieningen Artikel 15 aanvullende criteria rolstoelen Artikel 16 aanvullende criteria sportrolstoelen

Al deze artikelen zijn in zijn geheel verwijderd en uitgebreider opgenomen in de beleidsregels.

Art. 11 weigeringsgronden. Art. 11 lid h: als de inwoner door zijn of haar gedrag het verstrekken, onderhouden of verantwoorden van de voorziening onmogelijk maakt.

Art. 11 lid h is toegevoegd zodat bijvoorbeeld een voorziening geweigerd kan worden als die gene er geen veilig gebruik van kan maken zoals het gebruik van een scootmobiel in het verkeer.

Art. 12. 4. Bij het verstrekken van een financiële tegemoetkoming of een tegemoetkoming in de meerkosten wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welke kosten of situatie de tegemoetkoming wordt verstrekt;

Het artikel is opgenomen om duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden. In de beschikking wordt vastgelegd voor welke kosten of situatie de tegemoetkoming geldt, de hoogte en wijze van bepaling, en de voorwaarden voor besteding of inzet. Zo wordt een

b. wat de hoogte van de tegemoetkoming is en hoe deze is bepaald; c. welke voorwaarden gelden voor de besteding of inzet van de tegemoetkoming. Artikel 19 Regels voor pgb

Artikel 13 Regels voor pgb

Art 19.1 Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en zelf de ondersteuning wil inkopen door middel van een pgb, controleert het college of de voorwaarden uit artikel 2.3.6. lid 2 van de wet worden nageleefd.

Art 13.1 Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en zelf de ondersteuning wil inkopen door middel van een pgb, kan het college controleren of de voorwaarden uit artikel 2.3.6. lid 2 van de wet worden nageleefd. Ook wordt gekeken of het kwaliteitskader uit bijlage 1 wordt toegepast.

Art 19.12 Een pgb voor hulp bij het huishouden wordt vastgesteld in uren en minuten.

zorgvuldige uitvoering en correct gebruik van de tegemoetkoming gewaarborgd.

Art 13 lid 1 is een kan bepaling. Het is aan het college om te bepalen wanneer er gecontroleerd gaat worden. Dit gebeurt als er al een langere tijd geen gebruik is gemaakt van het Pgb of wanneer er sprake is van misbruik.

Dit artikel is verwijderd omdat het opgenomen is in de beleidsregels.

Artikel 21 Hoogte pgb

Artikel 15 Hoogte pgb

Art 21.5 De hoogte van het persoonsgebonden budget voor begeleiding en dagbesteding: a. voor formele hulp wordt bepaald op basis van 90% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura door een daartoe opgeleide

Art 15.3 Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen het tarief voor formele en informele hulp: a. Het pgb voor formele hulpverleners (begeleiding en dagbesteding), zoals bedoeld in artikel 14 lid 2, wordt gebaseerd op het tarief van de door inwoner gecontracteerde

Eea is vereenvoudigt dit vanwege de uitspraak over hoogte tarief informele zorg. Informele zorg krijgt altijd het geldende wettelijke minimumloon. Bij formele hulp is er altijd nog een onderscheid tussen

beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde instelling. b. voor informele hulp wordt bepaald op basis van 70% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura door een daartoe opgeleide beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde instelling, maar niet hoger dan het toepasselijke minimumloon als bepaald bij of krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; Art 21.6 De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden: a. voor formele hulp wordt bepaald op basis van 85% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura; b. voor informele hulp wordt bepaald op basis van 85% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura, maar niet hoger dan het toepasselijke minimumloon als bepaald bij of krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; Art 21.7 Voor regulier taxivervoer wordt de kilometervergoeding gehanteerd zoals die algemeen maatschappelijk wordt toegepast door de belastingdienst.

zorgaanbieder, maar maximaal op 90% van het uurtarief van de goedkoopst compenserende voorziening in natura. b. Het pgb voor formele hulpverleners (hulp bij het huishouden), zoals bedoeld in artikel 14 lid 2, wordt gebaseerd op het tarief van de door inwoner gecontracteerde zorgaanbieder, maar maximaal op 85% van het uurtarief van de goedkoopst compenserende voorziening in natura. c. Het pgb voor informele hulp, zoals bedoeld in artikel 14 lid 3, wordt vastgesteld op het per uur geldende wettelijk minimumloon voor een werknemer van 21 jaar of ouder als bedoeld in de wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml), zoals dit van tijd tot tijd geldt. Dit bedrag wordt aangevuld met vakantiebijslag en verlofuren. .

Art 15.4 Voor vervoer naar de dagbesteding wordt voor formeel vervoer door een taxibedrijf maximaal 90% toegekend van het tarief voor de gecontracteerde aanbieders. Art 15.5 Voor vervoer door informele hulp zoals familieleden, wordt een maximaal tarief van 90% van het gecontracteerde tarief gehanteerd. Art 15.6 Het toegekende pgb wordt gedurende de looptijd van de toekenning van het pgb geïndexeerd.

Begeleiding/Dagbesteding (namelijk 90% van ZIN) en HBH (85% van ZIN).

Wijze van vaststelling van Pgb tarief gewijzigd op grond van jurisprudentie: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details? id=ECLI:NL:CRVB:2023:1394

Gewijzigd en gelijkgetrokken met de gehanteerde tarieven voor aanbieders tot maximaal 90%. Gewijzigd en gelijkgetrokken met de gehanteerde tarieven voor aanbieders tot maximaal 90%.

Er vindt een indexatie plaats gedurende de toekenning van een Pgb bij zowel formele als informele zorg.

Art 21.8 Voor rolstoeltaxivervoer wordt de kilometervergoeding gehanteerd zoals die wordt toegepast door de zorgverzekeraars voor medische ritten.

Art. 17. 4. De bijdrage als bedoeld in dit artikel is niet van toepassing op een financiële tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 9A en 9B.

Artikel is komen te vervallen. Het college biedt vanuit de Wmo ondersteuning aan inwoners die uit eigen beweging geen hulp vragen, maar dit wel nodig hebben. De inzet van OGGZ richt zich op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, in samenwerking met zorg- en ketenpartners. Deze regeling is beleidsmatig van aard en hoeft niet in de Wmo-verordening te worden opgenomen.

Artikel 24. OGGZ Het college biedt vanuit de Wmo de volgende vorm van ondersteuning:  Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ): bemoeizorg, met als doel het toeleiden naar ondersteuning (of behandeling) van bewoners die niet (in staat zijn om) uit eigen beweging ondersteuning te vragen waar dit medisch- en/of maatschappelijk gezien wel nodig is. Artikel 25 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budgets en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Art 25 lid 2 Een cliënt betaalt een bijdrage in de kosten voor algemene voorziening zolang de cliënt van deze

Lid 4 is toegevoegd omdat voor een financiële tegemoetkomingen die door het college worden verstrek geen eigen bijdrage verschuldigd is.

Artikel 17 Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budget en sommige algemene voorzieningen Art 17 lid 2 Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zoals bijvoorbeeld een wasservice en of scootmobiel zolang de cliënt van deze voorziening gebruik

Voorbeelden voor wasservice en scootmobielpool toegevoegd als voorbeelden algemene voorziening. Het volgende moet geregeld worden in de

voorziening gebruik maakt.

maakt. De bijdrage voor een algemene voorziening is zodanig vastgesteld dat deze geen belemmering vormt voor het gebruik van de voorziening en in een redelijke verhouding staat tot de kosten van de voorziening.

verordening wil je een algemene voorziening gaan invoeren: 1. dat een bijdrage voor algemene voorzieningen mogelijk is 2. voor welke algemene voorzieningen dat geldt 3. dat het college de hoogte vaststelt 4. dat de bijdrage geen drempel mag vormen 5. dat de gemeente zelf int (niet het CAK) Alle 5 de punten staan benoemd in de verordening behalve punt 4. Deze is specifiek opgenomen in de verordening bij artikel 17 lid 2. Wettelijk gezien hoeft het bedrag wat gevraagd gaat worden voor een algemene voorziening niet opgenomen te worden in de verordening.

Art 25 lid 3 De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand. Art 25 lid 4 In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. Rolstoelvoorzieningen, en;

Art 17 lid 3 De hoogte van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget wordt vastgesteld door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Deze eigen bijdrage is nooit hoger dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening.

Art 17 lid 4 In afwijking van het eerste lid hoeft de cliënt geen eigen bijdrage te betalen voor de volgende maatwerkvoorzieningen:

Aangepast omdat de inning van de eigen bijdrage door het CAK wordt gedaan en daarnaast is de hoogte van abonnementstarief eruit gehaald. De hoogte is namelijk wettelijk bepaald.

Woningaanpassingen voor kindvoorzieningen alvast aangepast ivm IVB. De kindvoorziening mag met invoering van de IVB niet meer toegekend worden op

b. Kindvoorzieningen, niet zijnde een woningaanpassing. Art 25 lid 6 De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Artikel 26 Bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorziening Collectief vervoer Art 26.1 In afwijking van artikel 25 derde lid is een cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 0,16 per kilometer en een opstaptarief van € 0,98 per rit. Art 26.2 In afwijking van het eerste lid geldt buiten de straal van 20 kilometer vanaf het woonadres een tarief van: € 1,55 per kilometer. Art 26.3 In afwijking van het eerste lid

a.Rolstoelvoorzieningen, en; b.Kindvoorzieningen; c.Met terugwerkende kracht mag er geen eigen bijdrage geïnd worden over reeds gerealiseerde woningaanpassingen als iemand de leeftijdsgrens van 18 jaar haalt.

naam van de ouders voor de inning van de eigen bijdrage Toegevoegd lid c. Wanneer iemand de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt kan de gemeente een eigen bijdrage innen voor reeds verstrekte hulpmiddelen (behalve rolstoel), begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Met terugwerkende kracht een eigen bijdrage innen over reeds gerealiseerde nagelvaste woningaanpassingen is wettelijk niet toegestaan.

Artikel 19. Eigen bijdrage voor Collectief vervoer

Bedragen verwijderd omdat deze jaarlijks wijzigen door indexatie en de verordening daar ook op aangepast moet worden. Bedragen zullen wel beschreven worden in de beleidsregels.

geldt tijdens de daluren, van 12.00 – 15.00 uur, een opstaptarief van € 0,44 per rit. Art 26.4 In afwijking van het eerste lid geldt bij een overschrijding van het maximaal aantal toegestane kilometers een opstaptarief van € 6,21 per rit.

Artikel 27 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Artikel 19 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Art. 19 lid 1e is het woordje Kwetsbaar verwijderd.

Art 27.2 Het college legt verdere uitwerking van de geldende eisen op de kwaliteit van voorzieningen vast in het besluit maatschappelijk ondersteuning

Artikel 30. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget

Art 30.2 De gemeenteraad stelt een handhavingsbeleidskader vast, waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten worden aangegeven. Art 30.3 Het college stelt ter nadere uitvoering van de handhaving een handhavingsuitvoeringsplan vast met

Art 19 lid.2 Het college legt verdere uitwerking van de geldende eisen op de kwaliteit van voorzieningen vast in het de beleidsregels maatschappelijk ondersteuning;

Woord cliënten volstaat.

Kwaliteitseisen worden beschreven in de beleidsregels en in de afgesloten overeenkomsten.

Artikel 22. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget

Lid 2, 3 en 4 zijn verwijderd. Betreft een bevoegdheid van het college.

inachtneming van het gestelde in het handhavingsbeleidskader. Art 30.4 Dit handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de Wet alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast.

Art 22.2 Het college informeert cliënten, hun vertegenwoordiger en zorgaanbieders op een begrijpelijke manier over de rechten en plichten die horen bij het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb. Ook wordt uitleg gegeven over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet dan wel hetgeen krachtens de wet is verstrekt of toegekend. Art 22.3 Het college kan steekproefsgewijs het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s onderzoeken om te kijken naar de kwaliteit en om te kijken of de wet rechtmatig en doelmatig wordt gebruikt.

Art 22.4 Het college stelt onderzoek in naar de rechtmatigheid van een maatwerkvoorziening of pgb als er een gegrond vermoeden bestaat van misbruik of van oneigenlijk gebruik van de wet door cliënten dan wel door zorgaanbieders.

Toegevoegd die juist meer zien op de handhaving.

Toegevoegd die juist meer zien op de handhaving. Betreft een KAN bepaling.

Toegevoegd om meer duidelijkheid te geven in de procedure over rechten en plichten en de gevolgen bij misbruik.

Art 22.5 Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing over een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat sprake is van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.

Art 22.6 Als een cliënt opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, worden de kosten in overeenstemming met artikel 2.4.1 van de wet verhaald.

Art 30.5 Het college rapporteert aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten op het gebied van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en -prioriteiten zoals vastgelegd in het handhavingsbeleidskader. Artikel 33 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen

Artikel 37. Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per 4 jaar geëvalueerd.

Art 22.7 Het college kan aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten rapporteren op het gebied van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en -prioriteiten.

Toegevoegd. Deze taak wordt uitgevoerd door de toezichthouder rechtmatigheid en ziet toe op het verkleinen van de kans van misbruik. Betreft een kan bepaling.

Toegevoegd omdat dit de toezichthouder rechtmatigheid mogelijkheden geeft om onderzoek te doen.

Toegevoegd, omdat dit de toezichthouder rechtmatigheid mogelijkheden om sancties op te leggen. Betreft een kan bepaling.

Verwijderd, de Wmo kan geen financiële regelingen verstrekken. Dit is ondergebracht in minimaregelingen. Het artikel is komen te vervallen. Het evalueren van gemeentelijk beleid is een beleidsmatige taak van het college en maakt geen onderdeel uit van de juridische bindende bepalingen van de Wmoverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3843/documents/35542