Was wordt lijst - APV Albrandswaard.pdf
Tekst van het document
Versie 11-03-2024 WAS-WORDT-LIJST TWEEDE WIJZIGING APV ALBRANDSWAARD 2021 In onderstaand overzicht zijn enkel de te wijzigen artikelen opgenomen.
OVERZICHT VERGELIJKING ARTIKELEN Artikel
Huidig APV 2021 Voorgestelde wijziging (bestaande tekst) (nieuwe tekst) Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2.1 Artikel 2:1 Samenscholing en Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden ongeregeldheden Tweede lid Tweede lid 2. Degene die op een openbare plaats:
2. Degene die op een openbare plaats:
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
Korte toelichting
Het begrip ‘opsporingsambtenaar’ is breder dan ‘ambtenaar van politie’. Door de wijziging kunnen onder andere ook de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) handhaven op het samenscholingsverbod.
1
Artikel 2:9
verwijderen. Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
aangewezen richting te verwijderen. Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
Vervallen
1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de Eerste lid openbare plaats Eerste lid 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan 1. Het is verboden de openbare plaats overeenkomstig de publieke functie anders te gebruiken dan daarvan, als dat gebruik: overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
Het begrip “openbare plaats” is breder dan het begrip “weg”: ook speelweiden, plantsoenen, enz. vallen eronder.
2
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Artikel 2:10
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Vierde lid, aanhef, onder c
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de openbare plaats Vierde lid, aanhef en onder c
4. Het verbod is niet van toepassing op:
Het begrip “openbare plaats” is breder dan het begrip “weg”: ook speelweiden, plantsoenen, enz. vallen eronder.
4. Het verbod is niet van toepassing op: (…) (….) c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Artikel 2:14
c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de openbare plaats is verleend
Artikel 2:14 Winkelwagentjes
Artikel 2:14 Winkelwagentjes
Vervallen
1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze:
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en
3
b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.
Artikel 2:16
Artikel 2:18
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke
3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke
Vervallen
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Vervallen
1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; 4
b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 2:22
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
Vervallen
1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als de elektrische 5
spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3. Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Artikel 2:23
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
Vervallen
1. Het is verboden:
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. Afdeling 3. Evenementen 6
Artikel 2:25
Artikel 2:25
Artikel 2:25 Evenementenvergunning Tweede lid, aanhef en onder e
Artikel 2:25 Evenementenvergunning Tweede lid, aanhef en onder e
2. De burgemeester kan de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:
2. De burgemeester kan de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:
(…)
(…)
e. de vooraankondiging van een B- of een C- evenement niet voor 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regionale evenementenkalender wordt vastgesteld, is ingediend;
e. de vooraankondiging van een B- of een C- evenement niet voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regionale evenementenkalender wordt vastgesteld, is ingediend; Artikel 2:25 Evenementenvergunning Derde lid, aanhef en onder e
Artikel 2:25 Evenementenvergunning Derde lid, aanhef en onder e 3. Van een 0- evenement is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:
3. Van een 0- evenement is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:
(…)
Deze wijziging geeft de organisatoren van evenementen iets meer tijd voor het doen van een vooraankondiging van het evenement.
Het gaat hier om de criteria voor een meldingsplichtig (vergunningsvrij) evenement. Voldoet een evenement hier niet aan, dan moet vergunning worden aangevraagd. Deze gewijzigde aantallen zijn afgestemd met de DCMR.
(…) e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 08:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en er geen verhoging plaatsvindt van 10 dB vanwege
e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 08:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80
De dB(C) tonen hebben betrekking op de bastonen.
7
muziekgeluid; Artikel 2:25
Artikel 2:25 Evenementenvergunning Derde a lid 3a. De burgemeester is bevoegd tot het vaststellen van nadere regels ten aanzien van 0-evenementen.
dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10 dB muziekgeluid. Artikel 2:25 Evenementenvergunning, Derde a lid Vervalt
We zijn tot het inzicht gekomen dat delegatie van nadere regels aan burgemeester in strijd is met Gemeentewet. Van deze delegatie is in het verleden ook geen gebruik van gemaakt. Burgemeester kan wel beleidsregels vaststellen over 0evenementen, maar geen nadere regels. Daarom wordt artikel 2.25 lid 3a geschrapt. Bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen vloeit al rechtstreeks voort uit Awb, dus vermelding hiervan in APV is niet nodig.
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:28 Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Tweede lid, aanhef en onder e
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Tweede lid, aanhef en onder e
2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
(…)
(…)
d. kantine van een sportvereniging
d. kantine van een sportvereniging of van een andere paracommerciële rechtspersoon in de zin van de
Er wordt aansluiting gezocht bij de begrippen in de Alcoholwet. Het begrip paracommerciële rechtspersoon is in die wet breder dan enkel de kantine van een sportvereniging: ook andere nietcommerciële rechtspersonen zoals muziekverenigingen, bridgeverenigingen, kerkgenootschappen, enz. vallen eronder.
8
Alcoholwet Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet Afdeling 5. Afdeling 5. Afdeling 5. Het gaat hier om een redactionele wijziging n.a.v. van de Alcoholwet die Regulering paracommerciële Regulering paracommerciële op 1 juli 2021 de Drank- en Horecawet rechtspersonen en overige rechtspersonen en overige verving. aangelegenheden uit de Drank en aangelegenheden uit de Alcoholwet. Horecawet. Artikel 2:34a Artikel 2:34a Definities Artikel 2:34a Definities Idem In deze afdeling wordt verstaan onder: -
alcoholhoudende drank, horecabedrijf, horecalokaliteit, inrichting, paracommerciële rechtspersoon, sterke drank, slijtersbedrijf; zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank en horecawet. Artikel 2:34c
In deze afdeling wordt verstaan onder: -
alcoholhoudende drank, horecabedrijf, horecalokaliteit, inrichting, paracommerciële rechtspersoon, sterke drank, slijtersbedrijf; zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven Tweede lid
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven Tweede lid
2. De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank en
2. De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet
Idem
9
Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:45 Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen dergelijke en dergelijke Vervallen
1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Artikel 2:46
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke
Vervallen
1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
10
vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. Artikel 2:48a
Artikel 2:48a Lachgasverbod
Artikel 2:48a Lachgasverbod
1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
Vervalt
Sinds 1 januari 2023 is lachgas opgenomen in de Opiumwet. Gebruik van lachgas valt dan ook voortaan onder artikel 2:74a (Openlijk drugsgebruik). Hiermee is de juridische noodzaak van het specifieke lachgasartikel komen te vervallen.
2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen 11
daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:50a
Artikel 2:52
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen Eerste lid
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen Eerste lid
1. Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en de daarbij behorende erven, messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
1. Het is verboden op een openbare plaats of in voor het publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon-of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Vervallen
De rechtbank Rotterdam heeft begin 2023 een soortgelijk artikel in de APV van Rotterdam onverbindend verklaard. De rechtbank was namelijk van mening dat dit onderwerp al voldoende was geregeld in de Wet Wapen en munitie. De VNG is het hier niet mee eens en heeft in de ledenbrief van 7 november jl. een tekstvoorstel voor een messenverbod opgenomen. In een eerder stadium was al in de regio een voorstel gedaan voor een aangepast artikel. In dat regionale artikel wordt het messenverbod gekoppeld aan overlast en hinder. Voorgesteld wordt het regionale artikel te volgen, aangezien dat artikel (net als het huidige artikel) geldt in de gehele gemeente. De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
Het is verboden zich op door het 12
Artikel 2:53
Artikel 2:53 Bespieden van personen Gereserveerd
Artikel 2:58
college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. Artikel 2:53 Bespieden van personen 1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden Eerste, tweede en vijfde lid
2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden Eerste, tweede en vijfde lid
1. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht ervoor te zorgen dat die hond of dat paard zich niet
1. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht ervoor te zorgen dat die hond of dat paard zich
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
Het begrip “openbare plaats” is breder dan het begrip “weg”: ook speelweiden, plantsoenen, enz. vallen eronder.
13
van uitwerpselen ontdoet op de weg. 2. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich met een hond of dat paard op de weg bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen. (…) 5. De eigenaar of houder van een paard of degene aan wiens zorg een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich met een paard op de weg bevindt, het paard te hebben voorzien van een zak voor het opvangen en verzameld houden van de uitwerpselen van het paard. Artikel 2:60
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren Vervallen
niet van uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats. 2. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich met een hond of dat paard op een openbare plaats bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen. (…) 5. De eigenaar of houder van een paard of degene aan wiens zorg een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich met een paard op een openbare plaats bevindt, het paard te hebben voorzien van een zak voor het opvangen en verzameld houden van de uitwerpselen van het paard. Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
14
inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren.
Artikel 2:62
Artikel 2:62 Loslopend vee Vervallen
2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
15
Artikel 2:63
Artikel 2:63 Duiven Vervallen
bereiken. Artikel 2:63 Duiven 1. De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het gebod. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 2:64
Artikel 2:64 Bijen
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:64 Bijen
Gereserveerd
1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven;
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. 16
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:65
Artikel 2:65 Bedelarij
Artikel 2:65 Bedelarij
Vervallen
Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
17
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten Artikel 2:71 Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
Afdeling 11. Drugsoverlast Artikel 2:74 Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74b Nieuw
Nieuw
Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:74b Verzamelingen van personen in verband met drugs
Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld.
Overgenomen van het Riec. Riecartikel is ruimer omschreven.
1. Het is verboden op of aan wegen, die door de burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk 18
gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet.
Artikel 2:74c Nieuw
Nieuw
3. Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen. Artikel 2:74c Verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs 1. Het is degene die in een door het college aangewezen gebied aangewezen omdat naar het oordeel van het college in dat gebied sprake is van ernstige overlast, veroorzaakt door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs - op de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw: 19
a. harddrugs gebruikt of verhandelt, of daartoe post vat of zich heen en weer beweegt; b. messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, openlijk voorhanden heeft; of c. zich gedraagt in strijd met artikel 2.74b, verboden zich te bevinden in het door het college aangewezen gebied en in voor het publiek toegankelijke gebouwen die in dat gebied gelegen zijn, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 2. Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het bevel van de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste achtenveertig uur. 3. Het is degene van wie in een door het collegeaangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, na de oplegging van het in het tweede lid bedoelde verbod opnieuw een ordeverstorende gedraging als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, verboden zich te bevinden in het door het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen, nadat de burgemeester hem een daartoe 20
strekkend bevel heeft gegeven. 4. Het verbod van het derde lid geldt gedurende het in het bevel van de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste drie maanden. 5. Het bepaalde in het eerste en het derde lid geldt niet indien de belanghebbende in het door het collegeaangewezen gebied zijn woning heeft of zijn werk of beroep uitoefent.
Artikel 2:74d Nieuw
Nieuw
6. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op degene die op de weg softdrugs verhandelt. Artikel 2:74d Verblijfsverbod dealers 1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2.74c, eerste lid, aangewezen overlastgebied zich op of aan de weg ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich 21
daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden. 2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden. 3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:78 Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de
Het betreft juridisch-technische en redactionele wijzigingen. Het advies van de VNG in deze wordt gevolgd. Voorbeeld het begrip ‘bevel’ wordt vervangen voor het begrip ‘tijdelijk verbod’. Daarnaast wordt voorgesteld de termijn van 24 uur te verruimen naar 72 uur.
22
2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 4 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 30 dagen in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk 23
Artikel 2:78b Nieuw
Nieuw
verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 2:78b Groepsverbod Het is verboden zich op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door de burgemeester voor een bepaalde duur aangewezen gebied, zonder redelijk doel met drie of meer andere personen in groepsverband op te houden.
Artikel 2:79a Nieuw lid
Nieuw
Artikel 2:79a Sluiting voor het publiek openstaande gebouwen Toevoegen als nieuw lid 2: Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
De APV bevat al een samenscholingsverbod (art. 2.1). Dat verbod ziet echter op situaties waarin sprake is van (dreigende) ongeregeldheden. Om overlast van groepen hangjongeren tegen te gaan wordt voorgesteld de mogelijkheid van een groepsverbod in de APV op te nemen. Op basis van dat artikel kan de burgemeester (tijdelijk) gebieden aanwijzen waarin het verboden is om met drie of meer personen bij elkaar te staan. In de ledenbrief van de VNG van 7 november jl. wordt voorgesteld 2 artikelen tegen ondermijning op te nemen. Het gaat hier om een artikel over het sluiten van panden en een artikel op grond waarvan de burgemeester branches/activiteiten/gebieden kan aanwijzen die vergunningsplichtig worden. Beide artikelen staan echter al in de APV van Albrandswaard (art. 2:79a en 2:79b). Wel wordt voorgesteld aan het huidige artikel 2:79a de afbakening ten opzichte van andere sluitingsbevoegdheden toe te voegen.
24
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:3 Artikel 5:3 Te koop aanbieden van Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen voertuigen Gereserveerd
1. 1. Het is verboden op een door het
college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
Op basis van dit artikel kan het college gebieden aanwijzen waarin het verboden is voertuigen op de weg te plaatsen met het doel om die te verkopen. Hierdoor kan parkeeroverlast worden aangepakt die wordt veroorzaakt door autohandelaren die de openbare weg gebruiken als showroom.
2. 2. Het college kan ontheffing van het
verbod verlenen.
Artikel 5:6
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Tweede, derde en vierde lid
3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Tweede, derde en vierde lid
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.
2. vervalt
3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland of de Provinciale landschapsverordening.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland of de Provinciale landschapsverordening.
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
Caravans, aanhangwagens en dergelijke leggen (te) veel beslag op de schaarse parkeerruimte. Op basis van het eerste lid van dit artikel is het verboden caravans langer dan 3 dagen op de weg te parkeren. Hiervan kan men ontheffing krijgen. Er zijn amper weigeringsgronden voor de ontheffing. Om die reden wordt voorgesteld de ontheffingsmogelijkheid te schrappen.
3. Op de aanvraag om een ontheffing is 25
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:19 Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Vervallen
Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Artikel 5:29 Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Vervallen
Artikel 5:30
Artikel 5:30 Veiligheid op het water Vervallen
Artikel 5:31
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen Vervallen
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen.
De APV wordt volledig ingevuld conform de model APV van de VNG zodat, indien nodig, beroep kan worden gedaan op deze artikelen. 26
in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. DOOR HEEL DE APV Artikel 2:2 Gereserveerd Artikel 2:7 Artikel 2:8 Artikel 2:13 Artikel 2:19 Artikel 2:20 Artikel 2:54 Artikel 2:55 Artikel 2:56 Artikel 2:61 Artikel 2:69 Artikel 4:4 Artikel 4:14 Artikel 4:16 Artikel 5:21
Vervallen
Deze artikelen zijn, mede conform de model APV van de VNG, in de loop der jaren vervallen. De huidige term ‘gereserveerd’ schept verwarring.
27