Voorstel Zienswijze 1e Begrotingswijziging 2022 en Begroting 2023 VRR.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Zienswijze 1e Begrotingswijziging 2022 en Begroting 2023 VRR
College van burgemeester en wethouders 24 mei 2022
Portefeuillehouder Jolanda de Witte
Zaaknummer 507098
Openbaar
E-mailadres opsteller: h.tascilar@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De zienswijze op de 1e Begrotingswijziging 2022 en de Begroting 2023 van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) vast te stellen en te versturen aan de VRR, met daarin als belangrijkste opmerkingen: 1e Begrotingswijziging 2022 De krappe reservepositie die een weerslag heeft op de financiële robuustheid van de VRR in combinatie met de eventuele financiële bijdrage van de VRR in de nieuw op te richten stichting, het waarborgfonds, roept bij ons vraagtekens op. Wij zijn dan ook erg benieuwd naar de plannen rondom de financiering van deze stichting vanaf 2024. Voorts maken de genoemde ontwikkelingen in de 1e begrotingswijziging 2022 het noodzakelijk om enkele activiteiten uit de ontwikkelagenda te temporiseren. Tevens verzoeken wij u de raden een beeld te geven van welke activiteiten van de ontwikkelagenda achtereenvolgens worden uitgevoerd in de periode van 2022-2026. Begroting 2023 In de begroting 2023 wordt rekening gehouden met eventuele meerkosten voor brandweervrijwilligers als gevolg van de deeltijdregeling. Wij gaan ervan uit dat de financiële gevolgen worden gedragen door het Rijk en vooralsnog geen nadelige effecten zullen hebben op het begrotingsjaar 2022.
1/7
Raadsvoorstel Inleiding Middels de brief van 22 april 2022 is de procedure rond de 1e begrotingswijziging 2022 en de begroting 2023 aangeboden door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). Overeenkomstig de Wet gemeenschappelijke regelingen kunt u uw zienswijze over deze stukken tot en met 3 augustus 2022 kenbaar maken aan het Dagelijks Bestuur (DB) van de VRR. Het jaarverslag 2021 van de VRR is eveneens bijgevoegd als bijlage. Het jaarverslag 2021 kent geen zienswijzeprocedure waarop de gemeenteraad opmerkingen kan geven. Hierdoor is het stuk ter kennisgeving gedeeld. Dit jaarverslag is op 11 mei jl. voorgelegd aan het Algemeen Bestuur (AB) ter vaststelling. 1e begrotingswijziging 2022 Eerder in het voorjaar van 2021 is de begroting 2022 van de VRR opgesteld. De wijzigingen in de lasten en baten bij diverse programma’s en de wijzigingen in de voorzieningen en bestemmingsreserves hebben een aanpassing van de primaire begroting 2022 noodzakelijk gemaakt. Er is gekozen om de wijzigingen op de begroting te beperken tot het jaar 2022. Dit omdat de begrotingswijziging 2022 gelijktijdig met de begroting 2023 ter besluitvorming wordt aangeboden. De ontwikkelingen die financiële consequenties hebben op het resultaat voor 2022 zijn doorgevoerd en vormen tevens het uitgangspunt van deze begrotingswijziging.
Deze zullen nader toegelicht worden onder de sectie ‘Financiën’ van dit voorstel. Begroting 2023 Eind 2021 koos het AB voor een dienstverleningsniveau (scenario 2) dat resulteert in forse extra inspanningen in de komende jaren. Dit gegeven loopt als rode draad door de komende beleidscyclus. De begroting van 2023 betreft de eerste van dit meerjarenbeleidscyclus 2023-2027. Centraal in deze begroting staan de financiële consequenties van de ontwikkelagenda, de nieuwe kostenverdeelsleutel en het indexeringspercentage. Ontwikkelagenda Het hoge risicoprofiel van de VRR, de talrijke nieuwe ontwikkelingen én de uitbreiding van het takenpakket van de VRR hebben onder meer de aanleiding gevormd voor de ontwikkelagenda. Dat betekent dat er in de komende 4 jaar op verschillende programma’s fors wordt geïnvesteerd, deze programma’s omvatten Ambulancezorg, Brandweerzorg en Risico & Crisisbeheersing (waaronder GHOR). In de begroting 2023 is nader uitgewerkt wat dat voor financiële consequenties heeft. Nieuwe kostenverdeelsleutel Het AB heeft eveneens een besluit genomen over een nieuwe kostenverdeelsleutel naar verdeling naar evenredigheid van de inkomsten uit het gemeentefonds. Deze nieuwe verdeelsleutel wordt in 4 gelijke stappen ingevoerd in de periode 2023 t/m 2026.
Gemeenten die volgens dit principe meer kosten zullen maken, krijgen een hogere algemene uitkering en betalen een groter aandeel in de kosten van de veiligheidsregio. Resumerend: de sterkste drager, betaalt het meest. Indexpercentage Voor de indexering van de gemeentelijke bijdragen wordt uitgegaan van het indexeringspercentage dat jaarlijks wordt bepaald door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen. Voor 2023 komt het gewogen indexpercentage uit op 4,8%. Als gevolg van dit gegeven wordt in 2023 de basisbijdrage, de plustaken en het bluswater verhoogd met het toegepaste accres van 4,8%. Op de ontwikkelagenda is het accres van 3,4% (correctie 2022 van 1,5% plus indexering 2023 van 1,9%) toegepast. Tot slot is de basisbijdrage aangepast in het kader van FLO (functioneel leeftijdsontslag). De voornaamste reden hiervoor is dat de reële FLO-kosten zijn gestegen, met als gevolg dat de FLObijdrage is gecorrigeerd en geactualiseerd. De baten corresponderen op deze manier met de werkelijke lasten.
2/7
Beoogd effect Het geven van een zienswijze waarmee de gemeente Albrandswaard sturing kan geven op de 1e begrotingswijziging 2022 en de begroting 2023 van de VRR. Hiermee kan de VRR de afgesproken diensten uitvoeren en kan de basisdienstverlening van de VRR op orde worden gebracht. Argumenten 1.1 Er is vanuit de VRR een zienswijzeprocedure gestart over de 1 e begrotingswijziging 2022. - Het waarborgfonds: met uitzondering van twee risico’s zijn alle risico’s in de begrotingswijziging 2022 doorgerekend. Hierbij gaat het om de risico’s; ‘vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s’ en ‘financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is’. Deze twee risico’s zijn opgenomen als PM-post. Dit betekent dat de financiële gevolgen van deze risico’s nog niet kunnen worden doorgerekend. Het is de bedoeling dat deze risico’s in de toekomst gedekt worden door een nieuw op te richten stichting, het waarborgfonds. Dit fonds beoogt een financieringsoplossing te zijn voor in ieder geval niet-verzekerbare risico’s. De financiële bijdragen die aanvankelijk betaald zouden worden aan verzekeringspremies worden voor 2022 en 2023 dan vervangen door investeringen in de stichting. Hierbij rijst de vraag hoe en door wie dit fonds belegd wordt vanaf 2024.
Vanaf 2024 doet zich immers het risico voor dat het waarborgfonds onvoldoende middelen heeft om schade van niet verzekerbare risico’s te dekken. De aangesloten veiligheidsregio’s zullen dan bij moeten storten. Indien de financiële positie van de VRR aanhoudend onder de kritische grens blijft liggen, zou dit in de toekomst directe gevolgen kunnen hebben op deelnemende gemeenten. Derhalve is het van belang om aandacht te vragen naar de plannen rondom de financiering van deze stichting vanaf 2024. - Ontwikkelagenda: de huidige Oekraïne crisis in combinatie met de stijgende prijzen én de krappe reservepositie leiden ertoe dat enkele activiteiten uit de ontwikkelagenda worden getemporiseerd en door worden geschoven naar volgend jaar. Het is een bekend gegeven dat de meerkosten van onder andere de ontwikkelagenda voor 2022 ten laste gaan van de algemene reserves van de VRR. De vraag dringt zich op of de geplande kosten voor de getemporiseerde activiteiten als bijgevolg worden doorgeschoven naar 2023. Indien dit het geval is, kunnen de kosten van de getemporiseerde activiteiten in het vervolg worden belegd bij deelnemende gemeenten. Als gevolg hiervan kan de geprognosticeerde totale bijdrage per gemeente in het vervolg kan afwijken. Voorts is onduidelijk welke activiteiten er worden getemporiseerd.
Het verzoek betreft dan ook om de raden een overzicht te bieden van wanneer welke activiteiten worden uitgevoerd in de periode van 2022-2026. 1.2 Er is vanuit de VRR een zienswijzeprocedure gestart over de begroting 2023. - Ontwikkeling vermogenspositie en weerstandsvermogen: in de begroting 2023 hanteert de VRR naast het bruto weerstandsvermogen (gekwantificeerde risico’s) ook het netto weerstandsvermogen. Bij het netto weerstandsvermogen wordt de verwachte compensatie van het Rijk voor de aangemerkte risico’s verrekend. Hierdoor zou het weerstandsvermogen stijgen naar een ‘uitstekend’ niveau. Er ligt echter een aanname ten grondslag aan deze methodiek, met name als het gaat om het risico ‘deeltijdregeling brandweervrijwilligers’. De aanname die wordt gemaakt is dat het Rijk extra gemaakte kosten rondom de deeltijdregeling voor brandweervrijwilligers zal vergoeden. Er bestaat echter nog geen duidelijkheid over hoe om te gaan met deze vrijwilligers, wat het de VRR zal kosten en welke vergoeding daartegenover staat. 1.3 Het DB biedt de raden van de deelnemende gemeenten, conform het gestelde in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het concept jaarverslag 2021 ter informatie. Overleg gevoerd met De portefeuillehouder en de financieel adviseur.
Kanttekeningen 1e begrotingswijziging 2022 Het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van de VRR is gezond wanneer er gestreefd wordt naar een goede verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit ter dekking van de risico’s, hierbij moet er minimaal sprake zijn van een factor 1. Ondanks dat voor de berekening van het 3/7
weerstandsvermogen 2022 al rekening is gehouden met een positief geraamd resultaat van 2022 (€ 389.000) betreft het weerstandsvermogen van de VRR in 2022 nog altijd ‘ruim onvoldoende’ (0,1). De primaire begroting 2022 gaf een ander beeld. In de primaire begroting 2022 is aangegeven dat het weerstandsvermogen voor 2022 voldoende (1,13) zou zijn. Het nadelige verschil ten opzichte van het beeld in de primaire begroting wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er conform de BBV-regels enkele bestemmingsreserves (eigen vermogen) zijn omgezet naar voorzieningen (vreemd vermogen). Deze stelselwijziging is toegepast op drie bestemmingsreserves; 2e loopbaanbeleid, groot onderhoud gebouwen en aanbesteding kleding. Er is feitelijk niets veranderd, boekhoudkundig werpt dit echter een ander licht op de financiële positie van de VRR. De reserves zijn immers van belang voor de bepaling van het weerstandsvermogen. Door de betreffende verschuiving nemen de reserves af, met als gevolg een laag weerstandsvermogen. Hiermee kan worden gesteld dat de VRR niet de mogelijkheid heeft om financiële tegenvallers zelf op te vangen. De VRR zal dan een beroep moeten doen op de deelnemende gemeenten of het Rijk. Hierbij rijst de vraag welke (indirecte) financiële gevolgen dat heeft voor onze gemeente.
Verhoging gemeentelijke bijdragen Op basis van de actuele stand van het inwonersaantal is er een wijziging aangebracht in de gemeentelijke bijdragen. Door deze wijziging worden de gemeentelijke bijdragen voor Albrandswaard verhoogd met € 11.030. De betreffende wijziging is nog niet opgenomen in de begroting 2023. Naar verwachting zal dit gegeven verwerkt worden in de 1e begrotingswijziging 2023. In het kader van deze wijziging geldt voor het begrotingsjaar 2023 dat de totale gemeentelijke bijdrage (€ 1.397.943) verhoogd zal worden. Uitvoering/vervolgstappen Het DB zal de ingekomen zienswijzen op 31 augustus 2022 behandelen. Definitieve behandeling en besluitvorming van de 1e begrotingswijziging 2022 en de begroting 2023 vindt plaats tijdens de vergadering van het AB op 14 september 2022. Financiën 1e begrotingswijziging 2022 Een verdere aanpassing van de primaire begroting 2022 wordt veroorzaakt door meerdere ontwikkelingen die zich in de loop van de tijd voor hebben gedaan. Er zal worden ingegaan op deze ontwikkelingen in relatie tot het resultaat. Personeelskosten In de begrotingswijziging zijn de loonkosten bijgesteld conform de nieuwe cao voor de gemeenten: met 1,5% vanaf januari en 2,4% vanaf april. Dit resulteert in een stijging van de loon- en personeelskosten. De bijstelling van de loonkosten heeft directe gevolgen op de overhead (€ 446.000).
Hierbij is in de nieuwe cao ook een regeling opgenomen voor de thuiswerkvergoeding vanwege het hybride werken. Dit zorgt eveneens voor een wijzigingen op de overhead (€ 41.000). Brandstofkosten De brandstofprijzen zijn gestegen en zullen naar verwachting door de voordoende prijsontwikkelingen verder stijgen. Door de VRR wordt hiermee rekening gehouden in de begrotingswijziging. Zo wordt voorlopig uitgegaan van een stijging in brandstofkosten van zowel de ambulances (€ 307.000) als de brandweerwagens (€ 193.000). Voor het begrotingsjaar 2022 betekent dat € 500.000 aan extra kosten. Noodopvang In het kader van de noodopvang asielzoekers heeft de minister van Binnenlandse Zaken in december 2021 de regio Rotterdam-Rijnmond aangewezen om locaties gereed te maken voor de opvang en begeleiding van asielzoekers. De kosten van deze opvang zullen worden vergoed door het COA. Hierover moeten nog definitieve afspraken worden gemaakt met het COA. Op basis van de reeds bekende ontwikkelingen verwacht de VRR € 10.700.000 aan kosten. Aanpassing kapitaal- en rentelasten De kapitaallasten (afschrijvingen en rente) zijn aangepast op de actuele investeringsprognose. Door
4/7
de nieuwe prognose zijn een aantal investeringen doorgeschoven van 2021 naar 2022, met als gevolg een daling in de afschrijvingen (€ 656.000) omdat deze later aanvangen. Voorts hanteert de VRR in 2022 de reële rente op langlopende leningen in plaats van de rekenrente. Daardoor rekent men met 1,6% rente in plaats van 2,0%. Hierdoor dalen de rentelasten met een bedrag van € 442.000. Hogere baten Voorts wordt een aanpassing van de primaire begroting veroorzaakt door de hiervoor benoemde wijziging van de inwonersbijdrage 2022, deze is aangepast aan het aantal inwoners per 1 januari 2021. Tot slot is in overleg met het ministerie van Justitie en Veiligheid besloten dat de VRR een tegemoetkoming van 100% ontvangt voor de actiecentra. Daarna dienen deze kosten gedekt te worden met de verhoogde BDUR-bijdrage. Resultaat Door de verhoogde inwonersbijdrage én de nieuwe beschikking van de BDUR wijzigt het resultaat met circa € 668.000.000. Als gevolg hiervan gaat de VRR uit van een winst van € 389.000, in plaats van een eerder voorspeld verlies van € 279.000. Als gevolg van de 1e begrotingswijziging 2022 wordt de definitieve gemeentelijke bijdrage door VRR geraamd op een bedrag van € 1.278.965. Binnen onze eigen begroting is thans rekening gehouden met een budget van € 1.267.900. De stijging als gevolg van het inwonersaantal wordt verwerkt in onze 2e tussenrapportage.
Begroting 2023 De gemeentelijke bijdragen 2023 werden reeds eerder gepresenteerd in de Kadernota 2023. Zowel in de begroting 2023 als in het raadsvoorstel ‘zienswijze Kadernota 2023 ’ (nr. 441210) is separaat weergegeven wat de financiële consequenties zijn van de gefaseerde opbouw van de ontwikkelagenda, de nieuwe kostenverdeelsleutel en de indexering. Het effect van deze ontwikkelingen zouden aanvankelijk leiden tot een totale gemeentelijke bijdrage van € 1.393.304 voor het begrotingsjaar 2023. In de bijgevoegde begroting 2023 wordt de totale gemeentelijke bijdrage echter geraamd op € 1.397.943 en verschilt daarmee ten opzichte van het beeld in de kadernota. Dit verschil wordt veroorzaakt door een aanpassing van de FLO-bijdrage. FLO-bijdrage Als gevolg van de nieuwe kostenverdeelsleutel is de FLO-bijdrage vanaf 2023 een onderdeel van de primaire bijdrage. Deze methodiek leidt tot een andere opbouw van de primaire bijdrage per gemeente. Zoals eerder is beschreven, zijn de gemeentelijke bijdragen aangepast om ze te laten corresponderen met de te verwachte werkelijke FLO-lasten. Dit resulteert in een verhoging van de totale gemeentelijke bijdrage voor 2023 met € 4.639. Daarnaast wordt in het vervolgtraject bluswatervoorziening als aparte bijdrage opgenomen.
De hiervoor benoemde totale gemeentelijke bijdrage van de gemeente Albrandswaard (€ 1.397.943) bestaat hierdoor uit een basisbijdrage van € 1.361.514 voor het begrotingsjaar 2023 en een bijdrage van € 36.428 voor bluswatervoorzieningen. De bijdrage voor bluswatervoorzieningen wordt geleverd omdat wij deze taak niet in eigen beheer hebben. Tot slot Als gevolg van de ontwikkelagenda, de nieuwe kostenverdeelsleutel, de indexering en de correcties op de FLO-bijdrage wordt de definitieve gemeentelijke bijdrage voor het begrotingsjaar 2023 geraamd op een bedrag van € 1.397.943. Binnen onze kaderbrief 2022-2023 (nr.491295) is rekening gehouden met deze stijging. Communicatie/participatie na besluitvorming Niet van toepassing.
5/7
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Aanbiedingsbrief jaarverslag 1e Begrotingswijziging 2022 en Begroting 2023 VRR Bijlage 1a concept Jaarverslag VRR 2021 Bijlage 1b bij Jaarverslag VRR 2021 - Prestaties VRR Bijlage 2 concept 1e Begrotingswijziging 2022 Bijlage 3 concept Begroting 2023 507098_AW_Conceptzienswijze_1ebegrotingswijziging2022_begroting2023_VRR
6/7
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Zienswijze 1e Begrotingswijziging 2022 en Begroting 2023 VRR
Gemeenteraad: 4 juli 2022
Zaaknummer: 507098
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 24 mei 2022,
BESLUIT: 1. De zienswijze op de 1e Begrotingswijziging 2022 en de Begroting 2023 van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) vast te stellen en te versturen aan de VRR, met daarin als belangrijkste opmerkingen: 1e Begrotingswijziging 2022 De krappe reservepositie die een weerslag heeft op de financiële robuustheid van de VRR in combinatie met de eventuele financiële bijdrage van de VRR in de nieuw op te richten stichting, het waarborgfonds, roept bij ons vraagtekens op. Wij zijn dan ook erg benieuwd naar de plannen rondom de financiering van deze stichting vanaf 2024. Voorts maken de genoemde ontwikkelingen in de 1e begrotingswijziging 2022 het noodzakelijk om enkele activiteiten uit de ontwikkelagenda te temporiseren. Tevens verzoeken wij u de raden een beeld te geven van welke activiteiten van de ontwikkelagenda achtereenvolgens worden uitgevoerd in de periode van 2022-2026. Begroting 2023 In de begroting 2023 wordt rekening gehouden met eventuele meerkosten voor brandweervrijwilligers als gevolg van de deeltijdregeling. Wij gaan ervan uit dat de financiële gevolgen worden gedragen door het Rijk en vooralsnog geen nadelige effecten zullen hebben op het begrotingsjaar 2022.
7/7