CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 2024.pdf

Gemeenteraad AW 3 juni 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 20244.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel presidium Onderwerp: Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 2024

Agendacommissie 23 april 2024

Portefeuillehouder

Zaaknummer 2024-026165 Openbaar

E-mailadres opsteller: l.groenenboom@albrandswaard.nl

Geadviseerd besluit 1. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 2024 vast te stellen en in werking te laten treden met terugwerkende kracht per 1 januari 2024, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Albrandswaard 2019 .

Voorstel Inleiding Van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is begin februari 2024 een ledenbrief ontvangen waarin de gemeente wordt geïnformeerd over een aantal wijzigingen in de Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden. De VNG adviseert deze wijzigingen in de gemeentelijke Verordening over te nemen. Deze wijzigingen vloeien voort uit de jaarlijkse aanpassing van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers door het Rijk. Met name om de bedragen te indexeren, maar aan het begin van 2023 zijn in verband met een wijziging van de Gemeentewet de bepalingen die zien op dienstreizen buiten de gemeente in het besluit en de regeling ook inhoudelijk aangepast. In verband met die aanpassing is de Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden van de VNG gewijzigd. Beoogd effect De verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Albrandswaard te actualiseren en moderniseren binnen de kaders van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Argumenten 1.1. De lokale verordening rechtspositie raads- en commissieleden moet aansluiten bij de actuele weten regelgeving De meeste vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken zijn vastgelegd in hogere wet- en regelgeving (het Rechtspositiebesluit DPA en de Rechtspositieregeling DPA).

Gemeenteraden hebben voor een beperkt aantal onderwerpen ruimte om zaken nader te regelen of in te vullen (keuzes). De invulling van deze lokale ruimte moet worden vastgelegd in de verordening. Het Rechtspositiebesluit DPA, de Rechtspositieregeling DPA én de verordening vormen samen de rechtspositionele aanspraken van raads- en commissieleden. Buiten hetgeen krachtens wet of regelgeving is toegekend mogen politieke ambtsdragers geen andere inkomsten of aanspraken genieten. 1.2. De keuzemogelijkheden zijn besproken in het presidium

In het presidium van 25 maart 2019 zijn de onderwerpen besproken waar de verordening ruimte laat om keuzes te maken. Alle onderstaande punten waren opgenomen in de Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 2019. Er is geen aanleiding tot aanpassing. • De hoogte van de toelage voor een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie. Aangezien deelname aan een onderzoekscommissie heel veel tijd vergt en in die zin echt een verzwaring van het raadlidmaatschap is, is de hoogte van de toelage maximaal. •

De (gemotiveerde) aanwijzing van een bijzondere commissie en de hoogte van de toelage voor een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie. De agendacommissie is een bijzondere commissie. Op die manier wordt de voorzitter van de agendacommissie mede gecompenseerd voor alle andere functies die hij bekleedt uit hoofde van de functie van plaatsvervangend voorzitter van de raad. Daarnaast wordt van de voorzitters van de vergaderingen van Beraad en Advies verwacht dat zij zich goed voorbereiden op de vergaderingen, zich laten trainen in het voorzitten en elke vergadercyclus bij elkaar komen om terug te kijken op de voorgaande vergadercyclus en de aankomende vergadercyclus voor te bereiden. Voor de leden van de agendacommissie wordt dezelfde toelage gehanteerd als voor de vertrouwenscommissie. •

De aanspraak van raads- en commissieleden op een vergoeding voor reizen buiten de gemeente (reis- en verblijfkosten), ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. Gelet op de toename van regionale overleggen enerzijds en het bijwonen van werkbezoeken buiten de gemeentegrens worden de reiskosten buiten de gemeentegrens vergoed, voor zowel raads- als commissieleden. • De tegemoetkoming in de verblijfkosten bij dienstreizen maximeren. Voor een tegemoetkoming in de verblijfkosten is aangesloten bij hetgeen is geregeld voor wethouders. Dit zijn maximale vergoedingsbedragen voor verblijfkosten die door BZK jaarlijks worden geïndexeerd. • Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden In het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers is een grondslag gecreëerd om bij verordening te bepalen dat de raadsleden een bedrag per jaar ontvangen ter hoogte van één maandbedrag van hun vergoeding waarmee zij voor(zelf) voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Bij de vaststelling van de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Albrandswaard 2016 is destijds besloten dit niet te regelen. Overleg gevoerd met Niet van toepassing. Voorliggend voorstel is vertaling nieuwe hogere regelgeving in reeds bestaande Verordening. Kanttekeningen Niet van toepassing.

Uitvoering/vervolgstappen Na vaststelling vindt officiële publicatie plaats. Evaluatie/monitoring Niet van toepassing. Financiële informatie Niet van toepassing. Juridische zaken De grondslag voor de rechtspositie die in deze verordening wordt geregeld is te vinden in de Gemeentewet en rechtspositiebesluiten voor de politieke ambtsdragers. Duurzaamheid Niet van toepassing.

2/14

Communicatie/participatie na besluitvorming Na raadsbesluit: verplichting tot publicatie/bekendmaking van het besluit en publicatie/ bekendmaking van de verordening.

Bijlagen 1. Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 2024.pdf 2. 20240206-ledenbrief-wijziging-model-verordening-rechtspositie-raads-en-commissieleden-enmodel-regeling-rechtspositie-.pdf 3. lbr24004-bijlage-1-was-wordt-tabel-wijziging-model-verordening-rechtspositie-renc-v20240131.pdf

3/14

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Verordening rechtspositie Raadsen commissieleden Albrandswaard 2024

Gemeenteraad: 3 juni 2024

Zaaknummer:

gelezen het voorstel van het presidium, gelet op Artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet. Artikelen 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.; overwegende, dat Niet van toepassing.

BESLUIT: 1. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 2024 vast te stellen en in werking te laten treden met terugwerkende kracht per 1 januari 2024, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Albrandswaard 2019 .

4/14

Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Albrandswaard 2024 De raad van de gemeente Albrandswaard gelezen het voorstel van het presidium van 26 maart 2024; overwegende dat een verordening, waarin bepalingen zijn opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van de gemeentelijke commissies, noodzakelijk is; gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; BESLUIT: vast te stellen de VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN ALBRANDSWAARD 2024 Artikel 1. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. agendacommissie: als bedoeld in artikel 3.1 van de Organisatieregeling Albrandswaard 2022. b. commissielid: benoemd burgerlid, bedoeld in artikel 3.3 van de Organisatieregeling Albrandswaard 2022, of lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82. 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. c. griffier: de griffier, als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. d. raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden 1.

De raadsleden ontvangen vergoedingen zoals opgenomen in het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers voor raadsleden. 2. De commissieleden ontvangen vergoedingen zoals opgenomen in het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers voor commissieleden. Artikel 3. Toelage lid onderzoekscommissie en bijzondere commissie van raadsleden 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage per maand toegekend van 1/4e deel van de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van € 139,90 per maand. Als de bezoldiging van het

5/14

3.

personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt dit bedrag bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. Een bijzondere commissie als bedoeld in lid 2 van dit artikel is de agendacommissie.

Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden of wordt aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximum bedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden aan een raads- of commissielid bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Indien een raads- of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen binnen de gemeente, gemaakt voor de uitoefening van de functie, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raads- of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel 5.

Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Niet van toepassing. Artikel 6. Loopbaanoriëntatie raadsleden Niet van toepassing. Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid. 4. In voorkomende gevallen beslist het presidium op basis van meerderheid van stemmen. Artikel 8. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak Niet van toepassing.

6/14

Artikel 9. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Raads- en commissieleden aan wie, ten laste van de gemeente, voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen (iPad/tablet) ter beschikking worden gesteld zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel 10. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2.

Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 11. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen 2.

Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het (digitale) declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier of een daartoe aangewezen ambtenaar. Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

7/14

2.

Op het moment van inwerkingtreding wordt de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Albrandswaard 2019 met terugwerkende kracht per 1 januari 2024 ingetrokken.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard in zijn openbare vergadering van [3 juni 2024]

De griffier

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

8/14

TOELICHTING ALGEMEEN DEEL

Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nader regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening zijn de bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving (1). De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018), betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd.

De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal bij verordening van wettelijke regelingen af te wijken. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat 'buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen. De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een optingin verklaring bij de Belastingdienst. Als de raads- en commissieleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan geldt dat de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten moeten worden verantwoord en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid

1 Alleen het artikel over de reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden is, omwille van de volledigheid en

duidelijkheid, in de verordening overgenomen (uit de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers).

9/14

moeten verantwoorden in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst doorgeven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden op persoonlijke titel worden gekozen, zijn zij niet aan te merken als (fiscaal) ondernemer. Er hoeft dan ook geen VAR-verklaring / Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is niet van toepassing op raads- en commissieleden. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2. Vergoeding voorde werkzaamheden van raads- en commissieleden De hoogte van de raadsvergoeding is verplichtend bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse. Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De hoogte van de vergoeding voor commissieleden is verplichtend bepaald op een vergoeding per bijgewoonde commissievergadering per inwonersklasse. Dit is geregeld in artikel 3.4.1. eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het raadslid kan de vergoeding niet weigeren en de gemeente is verplicht de raadsvergoeding aan het raadslid over te maken op zijn of haar bankrekeningnummer. Het raadslid mag zelf (een deel) van de raadsvergoeding afdragen aan de politieke partij, maar is in beginsel juridisch niet verplicht mee te werken aan een overdracht van (een deel) van zijn of haar raadsvergoeding. Een akte van cessie waarbij de raadsvergoeding direct aan een politieke groepering wordt overgemaakt is juridisch niet toegestaan. De reden hiervoor is dat het raadslid een onafhankelijke positie heeft en niet financieel afhankelijk mag zijn van de politieke groepering. Artikel 3.

Toelage lid onderzoekscommissie en bijzondere commissie van raadsleden De toelage voor het lidmaatschap van de vertrouwenscommissie en de rekenkamerfunctie is geregeld in artikel 3.1.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Wat betreft de hoogte van de toelagen geldt een vast (belast) bedrag van € 139,90 per maand. Het bedrag wordt naar rato van de duur van de activiteiten toegekend en bijgesteld aan de hand van de loonontwikkelingen van het personeel in de sector Rijk. Zolang een commissie «slapend» is, althans niet actief, ontvangen de leden geen toelage: niet de duur van het lidmaatschap is van belang, maar de duur van de activiteiten. De burgemeester stelt de duur van de activiteiten vast. Het recht op een toelage voor het lidmaatschap van een onderzoekcommissie is geregeld in artikel 3.1.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De hoogte van de toelage moet in de verordening worden vastgelegd. De toelage bedraagt per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De toelage wordt voor de duur van de activiteiten toegekend en bijgesteld aan de hand van de loonontwikkelingen van het personeel in de sector Rijk. De burgemeester stelt de duur van de activiteiten vast. In artikel 3.1.4.

van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is de grondslag opgenomen voor vergoedingen voor raadsleden voor het werk in andere bijzondere raadscommissies dan de drie die in de Gemeentewet zijn omschreven. De vaststelling dat er sprake is van een dergelijke bijzondere commissie moet bij verordening plaatsvinden. Daarbij moet gemotiveerd worden dat het lidmaatschap van deze raadscommissie voor de desbetreffende raadsleden duidelijk meerwerk is naast

10/14

het reguliere lidmaatschap van de gemeenteraad. Indien de gemeenteraad besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan de raadsleden die lid zijn van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toe te kennen van € 139,90 per maand. Een bijzondere raadscommissie is de agendacommissie, zoals opgenomen in artikel 3.1 van de Organisatieregeling Albrandswaard 2022. Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden De grondslag voor de reiskostenvergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies (woon-werkverkeer) en de reis- en verblijfkostenvergoeding voor reizen binnen de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie (dienstreizen) is geregeld in artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers zijn nadere regels gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken. Er is een aanspraak op een vergoeding voor woon-werkverkeer voor het bijwonen van de vergaderingen van de gemeenteraad en commissies, dus niet voor fractieoverleg.

Voor commissieleden geldt dat als er geen recht is op de vergoeding voor het bijwonen van een (commissie)vergadering er dan ook geen recht is op een vergoeding voor woon-werkverkeer. De kosten voor (dienst)reizen binnen en buiten de gemeente kunnen alleen gedeclareerd worden voor zover deze zijn gemaakt voor de uitoefening van de functie (van raadslid of commissielid). Daaruit volgt dat dienstreizen alleen ten laste van de gemeente gedeclareerd kunnen worden als de gemeente deze vergaderingen of bijeenkomsten organiseert, binnen of buiten het gemeentehuis, waarbij raadsleden of commissieleden door de gemeente gevraagd zijn om aanwezig te zijn. De kosten voor openbaar vervoer worden, net als voorheen, geheel vergoed. Wat onder openbaar vervoer wordt verstaan, is gedefinieerd in artikel 1.1. van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Hierin staat: een voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot. Een taxi valt niet onder het begrip “openbaar vervoer”. Evenals onder het oude regime worden de kosten van een taxi dus niet vergoed. Er is in de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers bewust afgezien van een specifieke bepaling om de vergoeding van taxikosten wel mogelijk te maken.

Het risico op politieke discussie bij juist deze kostensoort is namelijk groot. Wanneer een politieke ambtsdrager echter een functionele beperking heeft (bijvoorbeeld een gebroken been of blindheid), kan hem nu op grond van de onderhavige regeling wel een passende vervoersvoorziening worden aangeboden, bijvoorbeeld in de vorm van een taxi(vergoeding) of het voor de reis beschikbaar stellen van een dienstauto. Bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto, fiets, motorfiets) wordt het maximale bedrag vergoed dat een werkgever per kilometer fiscaal onbelast mag vergoeden aan een werknemer. Parkeer-, stalling, veeren tolkosten hebben, in tegenstelling tot brandstofkosten, geen relatie met het aantal afgelegde kilometers. Deze kosten worden door de gemeente vergoed bij woon-werkverkeer en dienstreizen. Naheffingsaanslagen die zijn opgelegd in verband met niet of te weinig betalen van parkeergeld worden, net zomin als parkeer- en andere boetes, uiteraard niet vergoed. De vergoeding van verblijfkosten die een ambtsdrager maakt in verband met dienstreizen is in principe niet gemaximeerd. De begrenzing zit in dat het moet gaan om daadwerkelijk gemaakte kosten die noodzakelijk en redelijkerwijs zijn gemaakt. Om politieke discussie over declaratie van verblijfkosten te

11/14

voorkomen worden de maximale vergoedingsbedragen uit artikel 5 van de Reisregeling Binnenland van het Ministerie van Binnenlandse Zaken gehanteerd. Deze vergoedingsbedragen worden jaarlijks herzien. Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden In artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is een grondslag gecreëerd om bij verordening te bepalen dat de raadsleden een bedrag per jaar ontvangen ter hoogte van één maandbedrag van hun vergoeding voor de werkzaamheden, waarmee zij zelfvoorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Van deze mogelijk wordt geen gebruik gemaakt. Artikel 6. Loopbaanoriëntatie raadsleden De grondslag voor deze regeling is nog niet ingevoerd voor alle volksvertegenwoordigers, maar alleen voor raadsleden van gemeenten groter dan 100.000 inwoners (artikel 3.1. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers). Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking.

De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Een door een partij verzorgde communicatietraining is bijvoorbeeld functiegericht als de gegeven lessen algemeen toepasbaar zijn; indien deze communicatietraining erop is gericht de beginselen van de partij zo effectief mogelijk uit te dragen, is zij eerder als partijpolitiek aan te merken. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort functiegerichte scholing (laten) verzorgen. Ook die kosten komen ten laste van de gemeente. Artikel 8. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m.

bijzondere deskundigheid of zwaarte taak In bepaalde gevallen, zoals bij bijzondere deskundigheid en/of zwaarte van de taak in de commissie, is het mogelijk om een hoger bedrag aan vergoeding per vergadering toe te kennen dan bepaald in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het opnemen van deze bepaling is de verordening is al een aantal jaren mogelijk maar nog niet eerder toegepast. Van deze mogelijk wordt geen gebruik gemaakt. Artikel 9. Informatie- en communicatievoorzieningen Aan een raadslid of commissielid wordt voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking gesteld. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone, een computer en de bijbehorend (rand)apparatuur en software. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer.

12/14

Afgetreden raads- en commissieleden kunnen aan hen in bruikleen verstrekte informatie- en communicatievoorzieningen onder voorwaarden overnemen. De voorwaarden zijn opgenomen in de Circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 maart 2022, 20220000173050. Artikel 10. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte onderbrengen zonder fiscale consequenties. Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten Voor de declaratie van reis- en verblijfkosten is een digitaal declaratieformulier beschikbaar.

13/14

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3657/documents/32121