Toelichting op verordening Wmo 2026 Albrandswaard .pdf
Tekst van het document
Hoofdstuk 6. Toezicht en handhaving Artikel 22. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget De gemeente moet in de verordening regels opnemen tegen misbruik. Dit artikel zorgt ervoor dat de gemeente maatregelen kan nemen als iemand onterecht een maatwerkvoorziening of pgb ontvangt, of de Wmo oneigenlijk gebruikt.
Artikel 23. Verrekening De gemeente kan in bepaalde gevallen bedragen verrekenen. Verrekening houdt in dat een vordering van het college wordt verrekend met een bedrag waarop de cliënt aanspraak heeft. Op grond van artikel 4:93, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is verrekening alleen toegestaan indien daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. Deze grondslag is opgenomen in artikel 3.3, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Op basis daarvan kan het college een vordering op grond van de Wmo 2015, waaronder een terugvordering van een persoonsgebonden budget, verrekenen met vorderingen op grond van de Wmo 2015 of de Participatiewet. Verrekening vindt uitsluitend plaats binnen de grenzen van deze wettelijke bevoegdheid.
Hoofdstuk 7. Waardering mantelzorgers 16
Artikel 24. Jaarlijkse waardering mantelzorgers In deze bepaling staat wat de jaarlijkse waardering is die de gemeente geeft aan mantelzorgers. Het moet gaan om mantelzorgers van cliënt in de gemeente (zie artikel 2.1.6 van de wet). Die mantelzorgers hoeven zelf dus niet in de gemeente te wonen. Verder is het begrip ‘cliënt ’ breder dan alleen personen die gebruik maken van Wmo-ondersteuning. Het kan ook gaan om personen die zich ooit gemeld hebben, maar waar geen Wmo-voorziening is uitgekomen. Wellicht mede dankzij de inzet van de mantelzorger. Ook die mantelzorgers kunnen in aanmerking komen voor een jaarlijkse blijk van waardering.
Hoofdstuk 8. Klachten, medezeggenschap en inspraak Artikel 25. Klachtenregeling In het eerste lid staat een regel over klachten over aanbieders van ondersteuning. Volgens de Wmo (artikel 2.1.3, tweede lid, onder e) moet in de verordening staan voor welke voorzieningen een klachtenregeling verplicht is. Een cliënt kan bijvoorbeeld ontevreden zijn over het gedrag van een medewerker van de gemeente, zoals bij een gesprek of als iemand niet deskundig genoeg is. In dat geval kan de cliënt gebruikmaken van de klachtenregeling van de gemeente. Als de klacht gericht is op het gedrag van een zorgaanbieder dan moet de cliënt bij die aanbieder zelf een klacht indienen. Het college voert cliënttevredenheidsonderzoeken uit en deelt de uitkomsten met de gemeenteraad.
Artikel 26. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning In de verordening moet staan voor welke voorzieningen een regeling vereist is voor medezeggenschap van cliënt en over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn (zie artikel 2.1.3, tweede lid onder f van de wet). Daar wordt met dit artikel aan voldaan.
Artikel 27. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college moet inwoners, waaronder cliënten en hun vertegenwoordigers, vroegtijdig betrekken bij de voorbereiding van het Wmo-beleid en hen ondersteunen om deze rol goed te kunnen vervullen. De gemeente Albrandswaard geeft hieraan invulling via de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard, die gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt over beleid en verordeningen. De leden van de adviesraad worden door het college benoemd. Voor de werkwijze van de adviesraad zijn nadere regels en een huishoudelijk reglement vastgesteld. Het vierde lid biedt het college de mogelijkheid om deze betrokkenheid van inwoners verder uit te werken in nadere regels.
Hoofdstuk 9 Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 28. Indexering Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om bedragen jaarlijks te indexeren.
Artikel 29. Hardheidsclausule In bijzondere situaties mag het college afwijken van de regels in deze verordening, als dat in het voordeel van de cliënt is. Afwijken mag nooit in het nadeel van de cliënt, en ook niet van regels die rechtstreeks in de wet staan. Het is belangrijk dat dit alleen gebeurt in uitzonderlijke gevallen, dus niet als standaardregel. Omdat het college dan afwijkt van de normale regels, moet het duidelijk uitleggen waarom. Dit is belangrijk om gelijke gevallen in de toekomst op dezelfde manier te behandelen (dat heet precedentwerking).
Artikel 30. Overgangsrecht In het eerste lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten doorlopen, totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden.
17
In het tweede lid staat dat lopende bezwaarschriften worden behandeld volgens de geldende verordening op het moment dat het besluit werd genomen.
18