TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon_Regels.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Inhoudsopgave Regels 3 Hoofdstuk 1 Inleidende regels 4 Artikel 1 Begripsbepalingen 4 Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen 8 Artikel 3 Toepassingsbereik 9 Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen 10 Artikel 4 Sport 10 Hoofdstuk 3 Algemene regels voor activiteiten 14 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel 14 Artikel 6 Planologische gebruiksactiviteiten 15 Artikel 7 Algemene beoordelingsregels 16 Artikel 8 Algemene beoordelingsregels parkeeractiviteiten 17 Hoofdstuk 4 Overgangsregels 18 Artikel 9 Overgangsrecht 18 2 Inhoudsopgave (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Regels Dit plan beoogt het verplaatsen van het sportpark in Rhoon, naar de overzijde van de weg aan de oostelijke zijde. Dit hoofdstuk is digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De hoofdstukken van dit plan dienen gelezen te worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Albrandswaard.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22a bij het omgevingsplan van de gemeente Albrandswaard. Regels (vastgesteld) 3 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begripsbepalingen De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit 'TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon', tenzij daar in dit artikel van wordt afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1.1 plan: Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon met identificatienummer NL.IMRO.0613.TAMOPSportDeOmloop-VST1 van de gemeente Albrandswaard; 1.2 aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Een ander bouwwerk met dak wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk.
1.6 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 bebouwingspercentage: de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden; 1.8 bestaand bouwwerk: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen, met uitzondering van (het deel van) de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn; 1.9 bestaand: feitelijk (duurzaam) en legaal aanwezig op het moment van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon; 1.10 bevoegd gezag: het bevoegd gezag in de zin van de Omgevingswet. Als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard; 4 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon 1.11 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
1.12 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.14 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.16 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18 cultuurhistorische waarden: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.19 dak: iedere vorm van bovenbeëindiging van een gebouw; 1.20 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.22 eerste verdieping: tweede
bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 1.23 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; Regels (vastgesteld) 5 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon 1.24 extensief recreatief medegebruik: die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals vogelobservatie, wandelen, fietsen, mountainbiken, picknicken, kanoën en survivaltochten, die niet bedrijfsmatig van aard zijn en qua omvang en ruimtelijke uitstraling, ondergeschikt zijn aan de overige, ingevolge de bestemmingsomschrijving toegestane gebruiken en dientengevolge niet het primaire c.q.
hoofdgebruik betreffen, al dan niet in combinatie met extensieve dagrecreatieve voorzieningen zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering; 1.25 landschappelijke waarden: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.26 natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; 1.27 normaal onderhoud: het onderhoud dat, gelet op de functie regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer, behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende functie behoren; 1.28 ondergeschikte detailhandel: detailhandel welke dient ter ondersteuning van de hoofdfunctie en daar onderdeel van uitmaakt, waarbij de detailhandelsfunctie qua oppervlakte, aard en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.29 ondergeschikte horeca: horeca welke dient ter ondersteuning van de hoofdfunctie en daar onderdeel van uitmaakt, waarbij de horecafunctie qua oppervlakte, aard en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.30 overkapping: een bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.31 parkeergelegenheid: elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer; 1.32 peil: voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan
de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald; 1.33 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.34 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 6 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon 1.35 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden.
Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.36 speelvoorziening: openbaar toegankelijke voorziening in de open lucht bestemd voor sport, spel, vermaak of ontspanning, niet zijnde een sportvoorziening waar georganiseerde sportbeoefening plaatsvindt, waaronder in ieder geval speeltuinen en trapveldjes worden verstaan; 1.37 sport: het doelgericht lichamelijk of geestelijk actief zijn, individueel of in groepsverband, met als primair oogmerk het verbeteren of behouden van de lichamelijke of geestelijke conditie, het meten van prestaties of het deelnemen aan competitie of spel, al dan niet in georganiseerd verband.
Hieronder worden mede begrepen activiteiten op of in sportvoorzieningen zoals sportvelden, en gymzalen; 1.38 sportvoorziening: voorziening ten behoeve van de uitoefening van binnen- en/of buitensport (met uitzondering van maneges); 1.39 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.40 voorzieningen voor verkeer en verblijf: voorzieningen die verband houden met de afwikkeling van het verkeer en/of met het verblijfskarakter van de openbare ruimte, zoals wegen, straten, pleinen, langzaam verkeerspaden, inclusief daarbij behorende inrichtingselementen; 1.41 voorgevel: de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de door of namens burgemeester en wethouders aangewezen gevel(s); 1.42 voorgevelrooilijn: de begrenzing van het bouwvlak, waarop de voorgevel van het hoofdgebouw is georiënteerd, alsmede het verlengde daarvan; 1.43 zendmast of signalerings- en telecommunicatiemasten: een bouwwerk, al dan niet vrijstaand, dat is bedoeld voor het zenden, ontvangen of doorgeven van signalen ten behoeve van elektronische communicatie, waaronder radio-, televisie-, mobiele of datacommunicatie.
Hieronder worden mede begrepen bijbehorende installaties en ondersteunende voorzieningen, zoals antennes, schotels, technische kasten en bedrading. Regels (vastgesteld) 7 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 ondergeschikte bouwdelen: Bij het meten
worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- en functiegrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt. 8 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Artikel 3 Toepassingsbereik 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op deze locatie waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0613.TAMOPSportDeOmloop-VST1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl & https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.
Regels (vastgesteld) 9 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen Artikel 4 Sport 4.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op gronden met de functie 'Sport'. 4.2 Functieomschrijving Gronden binnen de functie 'Sport' mogen worden benut voor: a. sportvelden, zoals voetbalvelden en tennisbanen; b. sportvoorzieningen - met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren; c. voorzieningen voor verkeer en verblijf ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein'; d. extensief recreatief medegebruik en buitenschoolse/naschoolse opvang; e. ondergeschikte horeca; f. ondergeschikte detailhandel ten dienste van de sportfunctie, met dien verstande dat de daarvoor te gebruiken oppervlakte niet meer dan 100 m² mag bedragen; g. landschappelijke inpassing en/of afschermend groen; met daarbijbehorende: h. gebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. wegen, paden en parkeerterreinen; k. groenvoorzieningen, water, waterberging, waterhuishouding, waterlopen en waterpartijen; l. signalerings- en telecommunicatiemasten en nutsvoorzieningen; m. infiltratievoorzieningen; n. erven en verhardingen; o. geluidwerende voorzieningen; p. kunstwerken; q. steigers, vlonders en aanmeervoorzieningen; r.
bruggen, dammen, duikers. 4.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 4.3.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende beoordelingsregels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 11 m bedragen; c. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag maximaal 1.750 m² bedragen; d. De ruimtelijke uitstraling en materialisering van deze gebouwen dient te voldoen aan de vereisten uit het 'Beeldkwaliteitsplan', zoals opgenomen in de Bijlage 3 bij deze regels. 4.3.2 Openbare nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen geldt de volgende beoordelingsregel: a. de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m3 bedragen. 10 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon 4.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. er is een bouwhoogte van maximaal 3 meter toegestaan voor terreinafscheidingen; b. er is een bouwhoogte van maximaal 15 meter toegestaan meter voor palen, masten, cricketscreens, scoreborden en ballenvangers; c. er is een bouwhoogte van maximaal 18 meter toegestaan voor lichtmasten; d. er is een bouwhoogte van maximaal 42 meter toegestaan voor signalerings- en telecommunicatiemasten. 4.3.4 Antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie a.
Ter plaatse van gronden met de functie 'Sport' mag ten hoogste één mast voor signalerings- en telecommunicatie worden gebouwd; b. Een dergelijke mast mag uitsluitend worden geplaatst ter plaatse van gronden met de functie 'Sport'; c. de bouwhoogte van een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie bedraagt ten hoogste 42 meter; d. bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie dient de aanvrager aan te tonen dat de installatie voldoet aan de blootstellingslimieten zoals vastgesteld door de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP). 4.4 Beoordelingsregels gebruiksactiviteiten 4.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze functie wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van onbebouwd blijvende gronden voor de opslag van goederen, anders dan ondergeschikt aan de hoofdfunctie, waaronder mede begrepen voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie en puin- en vuilstortingen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor activiteiten, anders dan de in lid 4.2 toegelaten (neven)activiteiten. 4.4.2 Beeldkwaliteitsplan De ruimtelijke uitstraling en materialisering van het terrein alsmede de inrichting van deze gronden dient te voldoen aan de vereisten uit het 'Beeldkwaliteitsplan', zoals opgenomen in de Bijlage 3 bij deze regels.
4.4.3 Reclame-uitingen en welstand a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame-uitingen aan of op gevels, bouwwerken of terreinen aan te brengen. b. Bij de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in lid a wordt het advies van de gemeentelijke welstandscommissie betrokken, overeenkomstig de bepalingen in de Welstandsnota van de gemeente. c. Reclame-uitingen dienen te voldoen aan de volgende criteria: 1. de reclame moet in vormgeving, maatvoering, materiaalgebruik, kleurstelling en plaatsing in harmonie zijn met het gebouw en de directe omgeving; 2. de reclame moet een functionele relatie hebben met het gebouw of terrein waarop deze betrekking heeft; 3. het ‘Themablad Reclame’ uit de Welstandsnota geldt als aanvullend beoordelingskader. Regels (vastgesteld) 11 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon d. Voor reclame-uitingen bij sportaccomodaties gelden aanvullend de volgende bepalingen: 1. reclame-uitingen die niet zijn gericht op de sportaccommodatie zelf zijn niet toegestaan; 2. naamsaanduidingen van de sportvereniging of sportvoorziening zijn toegestaan, mits: deze noodzakelijk zijn voor herkenbaarheid en bereikbaarheid; de maatvoering, vormgeving en kleurstelling zijn afgestemd op het groene, landschappelijke karakter van de omgeving; binnen het terrein één uniform systeem wordt toegepast; 3.
reclame-uitingen rond sportvelden of op gebouwen zijn toegestaan indien: zij zijn gericht op het sportcomplex zelf; de naar buiten (natuurzijde) gerichte zijde donker van kleur is; de hoogte vanaf maaiveld maximaal 1,20 meter bedraagt; 4. lichtreclame is uitsluitend toegestaan, mits deze voldoen aan onderstaande criteria: op het clubgebouw van de vereniging; met een maximale oppervlakte van 1,00 m²; maximaal één per vereniging; 5. Reclame-uitingen die niet voldoen aan deze bepalingen worden geacht visueel storend te zijn en komen niet in aanmerking voor vergunningverlening. 4.4.4 Specifieke gebruiksregel - Gebruik van verlichting, lichtplan en voorkomen van lichthinder a. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor verlichting en verlichtingsinstallaties vindt zodanig plaats dat een goede omgevingskwaliteit behouden blijft en hinder door kunstlicht voor bewoners, de natuur en de omgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen. b. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor het aanbrengen, aanwezig hebben of in werking hebben van verlichtingsinstallaties, indien deze verlichting onaanvaardbare lichthinder veroorzaakt op nabijgelegen gevoelige gebouwen (zoals woningen) of kwetsbare natuurwaarden. c. Van onaanvaardbare lichthinder als bedoeld in lid b is in ieder geval sprake als: 1.
De verlichting niet direct gericht is op de te verlichten functionele vlakken of activiteiten, maar uitstraalt naar de omgeving of boven de horizon (hemelhelderheid/lichtvervuiling); 2. Bij verlichting van sportvelden / terreinen / gevels / reclame-uitingen de grenswaarden voor de maximale verticale verlichtingssterkte (lux) en lichtsterkte (in candela) op de gevel van gevoelige gebouwen worden overschreden, conform de Algemene richtlijn betreffende het beperken van lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV), zoals deze geldt op het moment van vaststelling van dit plan; 3. De verlichting ingeschakeld is buiten de toegestane gebruikstijden. d. Voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (bouwen van bouwwerken en/of het aanbrengen van buitenverlichtingsinstallaties) dient door de aanvrager een lichtplan te worden overgelegd dat ter goedkeuring is voorgelegd aan het bevoegd gezag. Het lichtplan moet op basis van een deugdelijke berekening/simulatie aantoonbaar maken dat de geplande verlichtingsinstallatie voldoet aan de beoordelingscriteria zoals gesteld in lid c. Het lichtplan bevat in ieder geval: 1. Een opstelling en weergave van de toe te passen armaturen, masten, lichtpunten en de oriëntatie/haakheid daarvan; 2.
De lichttechnische specificaties (waaronder lichtsterkte, kleurtemperatuur/K-waarde, bundelbreedte en eventuele afscherming); 3. Een berekening van de lichtuitstraling en de gevelbelasting (in lux en candela) op de dichtstbijzijnde gevoelige gebouwen en/of natuurwaarden; 4. Een beschrijving van de toe te passen regelsystemen (zoals tijdschakeling, dimmers of bewegingssensoren). e. Het is verboden bouwwerken en verlichtingsinstallaties in gebruik te nemen of te houden op een wijze die afwijkt van het door het bevoegd gezag goedgekeurde lichtplan. 4.4.5 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing a. Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik 12 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon laten nemen van gronden en bouwwerken binnen de functie 'Sport', overeenkomstig de in lid 4.2 opgenomen functieomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomen landschappelijk inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b.
in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.2 opgenomen functieomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen een jaar na vaststelling uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomenlandschappelijk inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 4.4.6 Voorwaardelijke verplichting - beëindiging bestaande sportfunctie a. Het in gebruik nemen en/of houden van de gronden binnen de functie 'Sport' voor een sportfunctie, is slechts toegestaan onder de voorwaarde dat het gebruik van de gronden ter plaatse van de functie 'Sport-2' zoals planologisch opgenomen in het 'Bestemmingsplan Buytenland, vastgesteld 2013-06-19' als sportfunctie definitief is beëindigd en beëindigd blijft. b. In afwijking van het eerste lid is het tijdelijk gelijktijdig in gebruik hebben van de bestaande en de nieuwe sportfunctie toegestaan voor een periode van maximaal 6 maanden vanaf de datum van ingebruikname van de nieuwe sportfunctie, uitsluitend voor zover dit noodzakelijk is voor een gefaseerde verhuizing/overgang.
Regels (vastgesteld) 13 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Hoofdstuk 3 Algemene regels voor activiteiten Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende bouwvergunning mag, behoudens intrekking van die bouwvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe bouwvergunning in aanmerking worden genomen. 14 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Artikel 6 Planologische gebruiksactiviteiten 6.1 Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten Onder toegestaan gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving 'Sport', waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik of laten gebruiken van gronden: a. ten behoeve van de opslag van grond dat vrijkomt bij werken en werkzaamheden in directe nabijheid van deze werken en/of werkzaamheden met een duur van maximaal een half jaar. b. ten behoeve van standplaatsen, met uitzondering van de voor de functie 'parkeerterrein' aangewezen gronden. 6.2 Specifieke beoordelingsregel gebruiksactiviteiten Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik of laten gebruiken van gronden en/of gebouwen voor een seksinrichting.
Regels (vastgesteld) 15 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Artikel 7 Algemene beoordelingsregels 7.1 Beoordelingsregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in het plan en worden toegestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; b. het bepaalde in het plan en worden toegestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan en worden toegestaan dat de maximale bouwhoogte met maximaal 10% wordt overschreden. 7.2 Afwegingskader De onder 7.1 bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie, waarbij de milieutechnische uitvoerbaarheid en toelaatbaarheid dient te worden aangetoond. 16 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Artikel 8 Algemene beoordelingsregels parkeeractiviteiten 8.1 Parkeer-, laad- en losruimte 8.1.1 Parkeerruimte a.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik is verzekerd dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden gerekend met parkeerregels overeenkomstig de door de gemeenteraad vastgestelde nota parkeernormen te weten: de Nota Parkeernormen van de gemeente Albrandswaard (3 februari 2025) of diens rechtsopvolger. b. B&W zijn bevoegd van het bepaalde onder a. bij omgevingsvergunning af te wijken, indien: 1. het geldende gemeentelijke parkeerbeleid daartoe mogelijkheid biedt; 2. zij van oordeel zijn dat er op andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; of 3. zij van oordeel zijn dat het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en geen sprake zal zijn van onevenredige toename van de parkeerdruk en geen afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid. c. De in 8.1.1 sub a en b genoemde regeling doet zich in ieder geval voor in het geval van: 1. een feitelijke gebruiksverandering; 2. het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen; 3. het verlenen van een omgevingsvergunning voor de in dit plan opgenomen afwijkingen.
8.1.2 Laden en lossen Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 8.1.3 Specifieke beoordelingsregel Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.1.1 en 8.1.2 indien: a. het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; b. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. Regels (vastgesteld) 17 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Hoofdstuk 4 Overgangsregels Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken 9.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens eenbouwvergunning of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2.
na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 9.1.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder 9.1.1 met maximaal 10%. 9.1.3 Uitzondering Artikel 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik 9.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.2.2 Verbod Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
9.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.2.4 Uitzondering Het bepaalde in artikel 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 18 Regels (vastgesteld)