Raadsinformatiebrief 2024-049122 meicirculaire 2024 Albrandswaard.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
De gemeenteraad van Albrandswaard Uw brief van:
Ons kenmerk: 2024-049122
Uw kenmerk: Bijlage(n):
Contact: P. Tempelman -
Doorkiesnummer: 010-5061730 E-mailadres: p.tempelman@albrandswaard.nl Datum: 4 juni 2024
Betreft: Meicirculaire 2024 gemeentefonds
Geachte raadsleden, INLEIDING In deze brief gaan we in op de mutaties uit de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds volgend uit de Voorjaarsnota van het Rijk en de financiële gevolgen die daaruit voortvloeien voor onze gemeente. KERNBOODSCHAP
Naast (taak)mutaties en actualisatie zijn dit de belangrijkste punten: In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Dit betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Dit leidt tot lagere accressen en daarom tot een negatieve bijstelling van de algemene uitkering. Het negatieve effect van bovenstaande systematiek wordt deels opgevangen door incidentele compensatie vanaf 2024 en het schrappen van de oploop opschalingskorting vanaf 2026. Desondanks blijft een forse negatieve bijstelling zichtbaar in 2025. De maatregelen die tot besparing moeten leiden bij Jeugdzorg zijn nog niet gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Op de volgende pagina volgen de mutaties van de circulaire met daaronder een uitgebreidere puntsgewijze toelichting.
1
Meicirculaire 2024 gemeentefonds Gemeente:
Albrandswaard
Uitkeringsfactoren:
Lopende prijzen Basis: Vergelijk:
Meicirculaire 2024 Decembercirculaire 2023
Let op! Alle bedragen x € 1.000 A. Beginstand december 2023 B. Accres, uitkeringsfactor en uitkeringsbasis 1. Ontwikkeling accres volume (historisch Bbp) 2. Ontwikkeling accres loon-prijsontwikkeling (Bbp) 3. Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2023 4. Schrappen oploop opschalingskorting 5. Incidentele compensatie 6. Hoeveelheidsverschillen op de maatstaven Totaal B. mutaties Accres, uitkeringsfactor/uitkeringsbasis C. Taakmutaties 7. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden 8. Werkdrukverlaging jeugdbescherming 9. Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ 10. Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg 11. Besparingsverlies Jeugd 12. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Overige (kleine) taakmutaties Totaal C. Taakmutaties D. Overige mutaties 13. Armoedebestrijding kinderen (DU) 14. Uitvoeringskosten Omgevingswet 15. Participatie (IU) Overige kleinere mutaties Totaal D. Overige mutaties Effect meicirculaire F. Berekening eindstand na meicirculaire 2023 (A + E)
2024 41.007
2025 42.890
2026 41.038
2027 42.846
2028 44.426
-311 -535 221
-442 -1.240
854 -1.476
851 -1.547
863 -1.501
746 72 193
678 -166 -1.170
709 142 -129 100
708 115 -144 -17
710 91 -153 10
38 26
41 28 29
41 27 28
43 28 29
45 29 30
-24 445 -18 4
4
-1
1
10
26
547
95
101
114
13
13
13
13
53 2 68 -555 42.335
57 2 72 267 41.305
60 2 75 159 43.005
64 2 79 203 44.629
106 49 8 163 382 41.389
Toelichting op de mutaties van de meicirculaire 2024 1. Ontwikkeling accres volume (historisch Bbp) In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 zijn de tranches voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de Miljoenennota 2024. Verder worden de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen in plaats van incidenteel. Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger. 2. Ontwikkeling accres loon-prijsontwikkeling (LPO) (Bbp) In de meicirculaire 2024 is het LPO accres eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bruto binnenlandse product (pbbp). Dit levert een aanzienlijke negatieve bijstelling van de Algemene Uitkering op welke (deels) wordt gecompenseerd (zie punt 4 en 5).
3. Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2023 Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 € 573 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen aan gemeentes uitbetaald, waarvan € 377.000 aan onze gemeente. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra, waarvan € 221.000 voor Albrandswaard, en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd. Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2023 van € 573 miljoen, wat overeenkomt met ongeveer 19 punten van de uitkeringsfactor, mag in de begroting 2025 een structurele stelpost worden opgenomen. Voor Albrandswaard komt dat neer op een mogelijke (maximale) stelpost van ca. € 800.000. De provinciaal toezichthouders gebruiken dit als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting. Wel adviseert het ministerie van BZK, gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte, om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. 4. Schrappen oploop opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen.
In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. 5. Incidentele compensatie In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO-accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt nagenoeg volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. 6. Hoeveelheidsverschillen op de maatstaven Naast de mutaties in de algemene uitkering vanuit het Rijk wordt een deel van de mutatie veroorzaakt door actualisatie verdeelmaatstaven specifiek voor Albrandswaard. 7. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld.
De toekenning vanaf 2024 vindt structureel plaats om gemeenten verder in staat te stellen strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden. 8. Werkdrukverlaging jeugdbescherming In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen. Hiervoor is € 60 miljoen benodigd. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Het bestuurlijk akkoord is van kracht, tot het moment dat een wettelijke regeling voor het Toekomstscenario of een wettelijke regeling voor een landelijk tarief voor maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering in werking treedt, al dan niet als onderdeel van een wettelijke regeling ter implementatie van de Hervormingsagenda.
3
9. Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 miljoen) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. 10. Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 miljoen vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Vanuit de algemene uitkering wordt € 27,9 miljoen overgeboekt. Dit budget wordt ingezet om de gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten van 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Indien er in 2024 sprake is van onderuitputting binnen deze regeling, dan zullen de resterende middelen weer terugvloeien naar het gemeentefonds. 11. Besparingsverlies Jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) oplopend naar structureel € 511 miljoen vanaf 2027 opgenomen.
De geraamde besparing van € 500 miljoen in 2025 kan nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. 12. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een mogelijke structurele regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. De middelen aan de gemeenten met een LVV-voorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. Omdat de uitname in 2023 niet heeft plaatsgevonden, zijn in deze circulaire de uitnamen opgenomen voor 2023 en 2024. 13. Armoedebestrijding kinderen (DU) In de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. 14.
Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze middelen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een evaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent).
15. Participatie (IU) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van een aantal technische aanpassingen (extrapolatie van de budgetten voor Beschut Werk en WSW), de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2024 en verhoging van de middelen voor WSW en Beschut Werk. Overige informatie Indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Hiervoor wordt gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering of een constructie als de BUIG (bijstand). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de meicirculaire 2024 is deze reservering nog niet verwerkt.
Inzet specifieke uitkeringen (SPUK) Het aantal specifieke uitkeringen is de afgelopen jaren sterk gestegen. Het uitgangspunt is echter dat financiële middelen vanuit het Rijk aan gemeenten bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking worden gesteld. Daarom is de inzet erop gericht om het aantal specifieke uitkeringen en de verantwoordingslasten (w.o. accountantskosten) te verminderen door onder andere aanpassing van de Financiële verhoudingswet (Fvw) en doorlichting van de specifieke uitkeringen. Bestaande specifieke uitkeringen zullen daarbij tegen het licht worden gehouden met de vraag of ze op korte termijn al kunnen worden opgenomen in het gemeentefonds en provinciefonds. Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang In de Voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. In de meicirculaire 2024 is dit nog niet verwerkt. De verwachting is dat de middelen in de septembercirculaire worden toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Fysiek domein (infrastructuur, natuur en openbaar vervoer) Op het fysiek terrein spelen een aantal fundamentele ontwikkelingen die veel van overheden vragen en financieel grote gevolgen kunnen hebben.
Vervangingsinvesteringen en onderhoud van bestaande infrastructuur vormen naast de grote opgaven voor nieuwe aanleg van infrastructuur een aanzienlijke uitdaging voor gemeenten, provincies en het Rijk. Het is van belang om een compleet beeld te hebben van de financiële impact van de benodigde vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten. Kabinet en het Interprovinciaal Overleg erkennen dat er onderzoek nodig is naar de vraag of de bbpsystematiek evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten op deze drie beleidsterreinen openbaar vervoer, infrastructuur en natuur. Op deze dossiers is daarom in het kader van de Voorjaarsnota 2024 afgesproken dat in voorbereiding op het Bestuurlijk Overleg over de Financiële verhoudingen (BOFv) van juni 2024 de concrete vraagstukken nader worden uitgewerkt.
5
VERVOLG De gevolgen uit deze raadsinformatiebrief voor 2024 worden in de komende tussenrapportage opgenomen evenals eventueel benodigde extra lasten vanwege de (taak)mutaties. De structurele effecten voor de (meerjaren)begroting 2025 inclusief eventuele extra benodigde lasten worden in de begroting 2025 integraal afgewogen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. Florus van der Linden drs. Jolanda de Witte