Raadsinformatiebrief 2023 905400 ontwerpbestemmingsplan Hof van Poortugaal.pdf
Tekst van het document
Artikel 6.9d Beschermingscategorie 2 Groene buffers Een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: 1. de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; 2. de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; 3. de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; 4. de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Toetsing Zoals aangegeven komt er een klein wooncluster in het gebied waar de bovenstaande beschermingscategorieën voor gelden. Dit wordt Deelgebied 5 ‘Aan de rivier’ genoemd. In de huidige situatie doen de gronden dienst als schapenweide. Het wooncluster is maximaal 2,65 hectare groot en slechts een deel hiervan zal worden bebouwd. Daarmee is er geen sprake van een grootschalige ontwikkeling (groter dan 3 ha) en wordt voldaan aan de voorwaarde uit artikel 6.9d dat geen grootschalige ontwikkelingen zijn toegestaan.
Zoals beschreven in de onderbouwing aan de ladder voor duurzame verstedelijking, is dit wooncluster een onlosmakelijk onderdeel van de stedenbouwkundige opzet voor het plangebied Hof van Poortugaal. Er is een totaalvisie voor het plangebied gemaakt, waarbij er in de stedenbouwkundige opzet een evenwichtige verdeling van de woonclusters is uitgedacht. Door een vijfde wooncluster net buiten het bestaand stedelijk gebied vorm te geven, kan de dichtheid op de andere clusters lager blijven, wat zorgt dat er meer ruimte is voor groen en water. Ook zijn er bestaande groene bosplantsoenen die graag behouden worden. Daarnaast zijn er nieuwe groenzones in het middengebied uitgedacht die de kwaliteit en leefbaarheid van het nieuwe woongebied ten goede komen. Het wooncluster aan de oostzijde is dan ook onderdeel van de totale opgave en nodig om bij te dragen aan het oplossen van de grote
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 30/82
woningnood in de gemeente en de regio. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is bij het opstellen van het schetsontwerp stedenbouwkundig plan voor Hof van Poortugaal voor deelgebied 5 gekeken naar het Gebiedsprofiel IJsselmonde. In het gebiedsprofiel is op de kaart van het vrijetijdslandschap de locatie aangeduid als ‘Dagrecreatie’. Dit deelgebied is nu echter niet openbaar toegankelijk. De dagrecreatie gaat via het bestaande fietspad om de locatie heen. Dat fietspad vormt geen onderdeel van het plangebied. Met de ontwikkeling wordt het gebied wel openbaar toegankelijk en zal het grotendeels recreatief gebruik krijgen en daarmee invulling geven aan het gebiedsprofiel. De recreatieve ruimte van Hof van Poortugaal wordt sterker verbonden met de Johannapolder Als onderdeel van de woningbouw worden in dit gebied paden aangebracht en krijgt het een natuurlijke invulling waar het gevoel van het rivierenlandschap nog heerst. De bestaande waterpartij blijft grotendeels behouden evenals de meeste bomen. Een deel van de bomen zal wel moeten wijken voor de nieuwbouw, maar herplant in het gebied is mogelijk. Zo wordt het onderdeel van het recreatiegebied dat er ten oosten en zuiden ligt. De nieuwe bebouwing zal hier als een compact cluster vrij in het groen komen.
Er wordt gedacht aan appartementen, waardoor een beperkter grondoppervlakte bebouwd hoeft te worden en het maaiveld vrij blijft van erfbebouwing en erfafscheidingen. Parkeren zal hier onder de bebouwing worden opgelost. Dit alles zorgt ervoor dat er sprake blijft van zicht op het groene landschap er omheen. De exacte positie van de bebouwing wordt mede bepaald op basis van de bomeninventarisatie. Bij inrichting van het groen is er aandacht voor bestaande ecologische waarden en het toevoegen van nieuwe waarden door het realiseren van een biodiverse inrichting. Artikel 6.10. Stedelijke ontwikkelingen In Artikel 6.10 staat beschreven dat indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en groter is dan 3 hectare, deze enkel mogelijk is als deze locatie is opgenomen op de zogenaamde 3 hectare kaart en bijhorende tabellen in het Omgevingsprogramma. Enkel deelgebied 5 is buiten het bestaande stads- en dorpsgebied geprojecteerd. Dit deelgebied is circa 2,6 hectare groot en maar een gedeelte hiervan wordt daadwerkelijk bebouwd. Daarmee hoeft de locatie niet te zijn aangewezen op de 3 hectare kaart en speelt deze regel niet voor dit deelgebied. Conclusie Provinciaal beleid Er wordt voldaan aan de voorwaarden uit de provinciale verordening en het plan draagt bij aan de opgave om te komen tot beter benutten van het bestaand stedelijk gebied.
3.3
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie 2025 Op 15 april 2013 werd de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 goedgekeurd door de gemeenteraad van Albrandswaard. Deze visie stelt de richting vast waarin de gemeente zich wil ontwikkelen op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur, rekening houdend met de wensen van zowel huidige als toekomstige generaties. De visie is gebaseerd op vijf kernpunten, namelijk ondernemen, ontspannen, ontmoeten, ontplooien en ontketenen. Het bijbehorende Ingrediëntenboek bevat initiatieven en ideeën die laten zien hoe deze
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 31/82
ontwikkelingsrichting kan worden bereikt. De uiteindelijke keuzes zullen door de burgers van Albrandswaard worden gemaakt. Het is de taak van de gemeente om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting te bewaken. Initiatieven en ideeën die passen binnen de maatschappelijke en economische omstandigheden tot 2025 zullen door de gemeente worden ondersteund. De prioriteiten van de gemeente bij de uitvoering van de Toekomstvisie zijn als volgt: − Nabijheid van de gemeente tot haar burgers en partners. − Maatwerk in plaats van standaard woningbouw, met nadruk op dorps en levensloopbestendig. − Vernieuwing en verbetering van bedrijvigheid, met nadruk op kleinschalige dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid. − Transformatie van puur agrarische productie naar duurzaam en verbreed "natuurlijk" boeren. − Samenwerking tussen gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties om een uitstekende openbare ruimte te creëren. Gelijktijdig met de Toekomstvisie werd ook de Structuurvisie Albrandswaard vastgesteld, die de uitwerking is van de Toekomstvisie. Structuurvisie Albrandswaard 2025 Op 15 april 2013 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 vastgesteld.
In de toekomstvisie wordt aangegeven hoe de gemeente zich op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur wil ontwikkelen, om aan te sluiten bij de wensen en de opvattingen van huidige en toekomstige generaties. De gewenste ontwikkelingsrichting is gevat in vijf O’s: Ondernemen (werken), Ontspannen (recreëren), Ontmoeten (wonen), Ontplooien (leren) en Ontketenen (besturen). In de Toekomstvisie en het bijbehorend Ingrediëntenboek zijn initiatieven en ideeën bijeengebracht om te laten zien op welke manieren de gewenste ontwikkelingsrichting bereikt kan worden. Concrete keuzes moeten de komende jaren door de burgers van Albrandswaard zelf gemaakt worden. De gemeente heeft de taak om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting van de visie te bewaken. Aan initiatieven en ideeën die passen in de maatschappelijke en economische omstandigheden op weg naar 2025 worden door de gemeente medewerking verleend. Prioriteiten bij uitvoering van de Toekomstvisie door de gemeente zijn: De gemeente staat dicht bij haar burgers en partners. − Geen standaard woningbouw, maar maatwerk: dorps en levensloopbestendig. − Bedrijvigheid: geen grote hallen, maar vernieuwing en verbetering. Nadruk op kleinschalige dienstverlening (kantoorvilla’s) en dorpse bedrijvigheid (ambachtelijkheid).
− Van een puur agrarische productie naar ‘natuurlijk’ boeren (verbreden en duurzaam). − Gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties zorgen samen voor een excellente openbare ruimte. Tegelijk met de toekomstvisie is door de gemeente Albrandswaard de Structuurvisie Albrandswaard vastgesteld, als uitwerking van de toekomstvisie. De structuurvisie kent een kernkoers die is gericht op vijf pijlers, te weten: 1. Van meer naar beter: In plaats van uitbreiden wordt de aandacht verplaatst naar het verbeteren van de gebieden die er al zijn. 2. Identiteit dorpen versterken: Ieder dorp vanuit zijn eigen uitstraling en identiteit
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 32/82
versterken. De omliggende polders worden hierbij betrokken. 3. Clusteren: Elke dorpskern gaat een aantrekkelijke bestemming vormen met een eigen maatschappelijk en commercieel voorzieningenpakket. Slimme clusters zorgen ervoor dat verschillende functies van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren. 4. Recreatie verbeteren: Verzilver de potentie van de strategisch gelegen plekken. In wordt gezet op de recreatieve economie. 5. Uitstraling en beleving verbeteren: etaleer Albrandswaard en ondersteun ondernemerschap. Woonvisie 2016-2025 In de woonvisie Albrandswaard 2016-2025 wordt gestreefd naar een kwaliteitsniveau dat gelijk of hoger is dan het huidige niveau. Daarbij wordt (voornamelijk) ingezet op verschillende doelgroepen. Significatie doelgroepen in het huisvestingsbeleid zijn: 1. Inwoners die met een zorgvraag langer zelfstanding moeten blijven wonen; 2. Startende en terugkerende jonge gezinnen; 3. Doorstromers vanuit sociale huurwoningen; 4. Oudere (senior) doorstromer naar passende woonvorm; 5. Inwoners met de laagste inkomensgroepen; 6. Nog niet settelende bewoners tussen 18 en 30 jaar; 7. Particuliere initiatiefnemers. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 525 woningen over verschillende woongebieden. In lijn met de gemeentelijke woonvisie, wordt daarmee invulling gegeven aan de woningbehoefte van verschillende doelgroepen.
Conclusie gemeentelijke beleid Het planvoornemen is niet in strijd met het gemeentelijk beleid van de gemeente Albrandswaard. Sterker nog, het planvoornemen is in lijn met de uitgangspunten van de verschillende thema’s zoals omgeschreven in de toekomstvisie en de woonvisie. Conclusie beleid Gelet op het bovenstaande, vormt het landelijk, regionaal en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 33/82
4.
Milieuaspecten
4.1
Archeologie
Nederland heeft zich in 1992 in Europees verband gecommitteerd aan het Verdrag van Valletta, ook wel de Conventie van Malta genoemd. Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In aansluiting op dit verdrag is in Nederland op 1 september 2007 de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. Op 1 juli 2016 is de Wamz met grote delen van de Monumentenwet opgegaan in de Erfgoedwet, sindsdien dé wet voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. De belangrijkste artikelen uit het Verdrag van Valletta zijn in de Nederlandse wetgeving overgenomen, te weten: • • •
Het archeologisch erfgoed dient zo veel mogelijk ter plaatse te worden behouden; Het archeologisch erfgoed dient in de ruimtelijke belangenafweging te worden betrokken; De verstoorder (lees: de initiatiefnemer) is verantwoordelijk voor het vroegtijdig uitvoeren van archeologisch onderzoek alsmede de financiering van dit onderzoek.
Beoordeling In januari 2022 is door IDDS een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de betreffende locatie. Uit het bureauonderzoek blijft dat de ondergrond van het plangebied van onder naar boven bestaat uit wadafzettingen van het Laagpakker van Wormer, Hollandveen en getijdeafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Het Laagpakket van Walcheren heeft een lage archeologische verwachting. Het bestaat uit laatmiddeleeuwse overstromingsafzettingen die zich tot aan de inpoldering (mogelijk in de 17 e of 18e eeuw) niet zullen hebben geleend voor bewoning en ook daarna geen gunstige bewoningslocatie vormden. De verwachting voor het Hollandveen is middelhoog. In het westen van het plangebied bevinden zich geulafzettingen die het Hollandveen hebben geërodeerd. In de rest van het plangebied wordt het Hollandveen door de dikte van het afdekkende antropogene pakket en het Laagpakket van Walcheren pas verwacht vanaf een diepte van -2 m NAP en over het algemeen nog veel dieper. De verwachting voor het Laagpakket van Wormer is door de diepteligging onbekend. Dit pakket wordt verwacht vanaf een diepte van -3 m NAP. In het onderzoek is geadviseerd om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor ingrepen die niet dieper reiken dan -2 m NAP. Het onderzoek is beoordeeld geweest en het advies is overgenomen door de gemeente.
Het bureauonderzoek is als separate bijlage 6 aan dit bestemmingsplan toegevoegd. 4.2
Cultuurhistorie
Cultuurhistorie Op grond van artikel 3.1.6, lid 5 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om in het proces tijdig rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Beoordeling planvoornemen Het plangebied ligt niet op gronden met cultuurhistorische waarde, zoals beschermd kasteel- en landgoedbiotoop. Daarnaast valt het plangebied niet in de nabijheid van een beschermd
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 34/82
molenbiotoop en is er geen dubbelbestemming betreft beschermd stads- en dorpsgezicht. De bestemming voor de woning aan Albrandswaardsedijk 70 krijgt in het bestemmingsplan de aanduiding ‘karakteristiek. Nader onderzoek is niet benodigd. Conclusie archeologie en cultuurhistorie Vanuit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3
Bodemgeschiktheid
Aanleiding Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Beoordeling planvoornemen Door IDDS B.V. is in voor de te realiseren woongebieden en ontsluitingsroute een bodemonderzoek uitgevoerd. Woongebieden Voor de woongebieden is een milieu hygiënisch vooronderzoek en een indicatief milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd.
Figuur 16:
Weergave onderzoeksgebied ‘Woongebied’
Geconcludeerd kan worden dat in de grond sprake is van zwakke tot matige bijmenging met baksteen en zwakke bijmenging met sintels, kolengruis, aardewerk, glas, plastic. Plaatselijk is er sprake van zwakke tot matige bijmengingen met brokken beton en metselpuin; −
In de grond is zeer plaatselijk sprake van sporen bijmengingen met baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen;
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 35/82
− − − −
De boven- en ondergrond is over het algemeen licht verontreinigd met enkele zware metalen, minerale olie, PAK en PCB; Er zijn geen verhoogde waarde aangetoond met betrekking tot OCB Ter plaatse van een boring 13-3 (150-200) is een sterke verontreiniging met PCB en PAK aangetroffen; Het grondwater is licht tot plaatselijk sterk (54 (350-450) verontreinigd met barium.
Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en interventiewaarde, dient de hypothese verdacht voor de onderzoekslocatie te worden aangenomen. De plaatselijk aangetroffen sterke verontreinigingen met PCB en PAK geven (in het kader van de Wet bodembescherming) aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Nader bodemonderzoek is uitgevoerd naar de omvang en mate van de verontreiniging met PAK en PCB en een verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies getrokken: • In het vrijgegraven en geinspecteerde materiaal uit inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; • In de onderzochte grondmengmonsters (fijne fractie) zijn geen verhoogde asbestgehalten aangetoond. Het aangetoonde gewogen gehalte asbest in de grond (<0,4 mg/kg ds) is lager dan 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg ds), en vormt daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond. Bestemming maatschappelijk Aan de zuidwestzijde van het plangebied is in de huidige situatie de bestemming maatschappelijk aanwezig. In de toekomstige situatie wijzigt deze niet.
Daarnaast wordt op de bodemkwaliteitskaart op de deze locatie de bodemfunctie omschreven als ‘Wonen’. Ontsluitingsweg Sportparkpolder Voor de aan te leggen ontsluitingsweg is een milieu hygiënisch onderzoek uitgevoerd, hierbij is zowel een verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek uitgevoerd.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 36/82
Figuur 17:
Weergave onderzoeksgebied ‘Sportparkpolder’
Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt het navolgende: − De grond bestaat overwegend uit klei. Plaatselijk is sprake van zand; − In de grond is sprake van voornamelijk zwakke bijmengingen met baksteen. Plaatselijk is er sprake van een matige bijmenging met baksteen en een zwakke bijmenging met beton. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; − Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de grond niet tot licht (MM04) verontreinigd te zijn met minerale olie en PAK; − Het grondwater is overwegend licht verontreinigd met barium en nikkel. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Voor de locatie is een waterbodem onderzoek uitgevoerd om de kwaliteit te bepalen. De sliblaag en vaste waterbodem kunnen worden ingedeeld als zijnde klasse ‘landbouw en natuur’. Ten aanzien van PFAS kunnen de sliblaag en vaste waterbodem eveneens worden ingedeeld als zijnde ‘landbouw en natuur’. Conclusie bodemgeschiktheid Vanuit bodemgeschiktheid oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Flora en Fauna
Aanleiding In verband met de voorgenomen sloop en nieuwbouw, is er inzicht nodig in de gevolgen voor (beschermde) soorten en gebieden. Dit in het kader van de Wet natuurbescherming. Beoordeling planvoornemen In 2022 is door Ecoresult een Quickscan Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd voor zowel de ontwikkeling van de woongebieden Antes locatie en de nieuwe ontsluitingsroutes. In de Quickscan is onderzoek gedaan naar soortbescherming en gebiedsbescherming. Het onderzoeksgebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor beschermde plant- en diersoorten zoals vermeld in de Wet natuurbescherming. De rapportage van de quickscan is opgenomen als bijlage 7. Gebiedsbescherming Vanwege de grootte van het plangebied, de afstand van 16 km tot dichtstbijzijnde Natura 2000gebied met stikstofgevoelig habitat en veranderende gebruiksfase dienen de negatieve effecten van stikstofdepositie in kaart te worden gebracht. In paragraaf 4.5 is hiervoor een verantwoording opgenomen. Nabij het plangebied ligt het Natura 2000-gebied de Oude Maas. De Oude Maas kent de bever een instandhoudingsdoelstelling. Indien heiwerkzaamheden of andere trilwerkzaamheden dient aanvullende onderzoek te worden uitgevoerd naar de bever.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 37/82
Op basis van de afstand en de aard van werkzaamheden is op voorhand uitgesloten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied is niet gelegen in een belangrijk weidevogelgebied. Beschermde houtopstanden Het onderzoeksgebied bevindt zicht (gedeeltelijk) buiten de bebouwde kom en er zijn kapwerkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij gekapt of gerooid (ontwortelen) worden. Voor dit gedeelte van het plangebied dient ten minste 6 weken vóór het vellen een kapmelding gedaan te worden bij de provincie. Binnen drie jaar nadat een houtopstand is geveld dient op de plaats van velling te worden herplant of moet er sprake zijn van een natuurlijke verjonging. Als Gedeputeerde Staten het kappen niet toestaan, dan wordt dat binnen 6 weken gemeld aan de melder en de grondeigenaar. Onderstaand figuur geeft de ligging van het plangebied ten opzichte van de bebouwde kom.
Figuur 18:
Ligging onderzoeksgebied ten opzichte van bebouwde kom (bron: Ecoresult)
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 38/82
Figuur 19:
Ligging ontsluitingsroute ten opzichte van bebouwde kom (bron: Ecoresult)
Soortbescherming Antes locatie Voor de Antes locatie is een quickscan uitgevoerd voor 11 te slopen gebouwen. Onderstaande figuur geeft een weergave van het onderzoeksgebied en te slopen gebouwen.
Figuur 20:
Onderzoeksgebied met ter verduidelijking met genummerde gebouwen (bron: Ecoresult)
Gebouw 1 en 2 zijn potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogel met nietjaarrond beschermde nesten. Daarom dienen werkzaamheden te worden uitgevoerd grofweg buiten de periode 1 maart – 15 augustus. Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Het onderzoeksgebied en de directe omgeving van het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 39/82
voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus), of een inspectie te laten uitvoeren door een ecologisch deskundige. Jaarrond beschermde nesten Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het onderzoeksgebied aanwezig. Huismus kan binnen het onderzoeksgebied tot broeden komen. Vleermuizen De gebouwen binnen het onderzoeksgebied bieden potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouw bewonende vleermuizen. Onderstaand figuur geeft een weergave van de vliegroutes van de vleermuizen.
Figuur 21:
Vliegroutes vleermuizen (bron: Ecoresult)
Onderstaand figuur geeft een weergave van het onderzoeksgebied en op welke locatie nader onderzoek nodig is.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 40/82
Figuur 22:
Ligging onderzoeksgebied (bron: Ecoresult)
Steenmarter Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt voor steenmarter. Essentieel functioneel leefgebied en vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen van deze soort niet worden uitgesloten. Indien bomen en/of bosschages worden gekapt dient nader onderzoek plaats te vinden om de aanwezigheid van steenmarter vast te stellen. Algemene zorgplicht Ook geldt voor de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals gewone pad, konijn, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Specifiek voor konijn geldt: •
•
De dieren dienen weg gevangen te worden en op een geschikt leefgebied dichtbij teruggeplaatst worden. Zorg ervoor dat het gebied tijdens de werkzaamheden niet meer bereikbaar is voor de dieren zodat deze zich niet opnieuw vestigen in het plangebied. Het wegvangen dient te gebeuren door een deskundig ecoloog. Werk tijdens het bouwrijp maken van het plangebied in één richting of in fases zodat dieren kunnen vluchten. Zorg hier wel voor dat ze in deze richting kunnen vluchten naar een ander geschikt leefgebied.
Verdergaande op bovenstaande dienen een alternatieve vaste rust- en verblijfplaatsen voor konijn gecreëerd te worden. Deze soort heeft namelijk moeite met het zelf opnieuw maken van burchten en pijpen bij verlies van bestaande. Daarnaast kan op deze manier gestuurd worden in de kolonisatie van konijnen. Nader onderzoek vleermuizen en huismus Door Ecoresult is een nader onderzoek naar vleermuizen en huismus uitgevoerd (zie bijlage 12). Tijdens het onderzoek zijn binnen en rondom het plangebied geen waarnemingen gedaan
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 41/82
van de huismus. Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied zijn derhalve afwezig. Tijdens het nader onderzoek naar vleermuizen zijn op diverse locatie vleermuizen waargenomen. Onderstaand figuur geeft een weergave van aangetroffen soorten vleermuizen binnen het plangebied.
Figuur 23:
In en rondom onderzoeksgebied aangetroffen soorten vleermuizen (bron: Ecoresults)
Vanuit het vervolgonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: - Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen, of essentieel leefgebied van huismussen aanwezig. - Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. - Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en vliegroute) van laatvlieger en gewone dwergvleermuis aanwezig. Door het handhaven van een groene omgeving op het plangebied zullen negatieve effecten afwezig zijn. Binnen dit nader onderzoek is enkel de sloop van gebouwen getoetst. Boominventarisatie Voor het plan is een boominventarisatie uitgevoerd (zie bijlage 13). In totaal zijn 258 bomen systematisch gecontroleerd. Daarvan zijn 218 bomen deel uit van de straatbomen langs de hoofdstructuur op het terrein en 40 bomen staat solitair geplant op het terrein. Er zijn 29 bomen zijn meegenomen met deze beoordeling. Daarnaast zijn 4 bomen aangemerkt als mogelijke waardevol. Bij deze bomen is een gebrek geconstateerd hetgeen nader onderzoek behoeft. Tot slot is er nog geen jonge plantaan (boomnummer 248) aangemerkt als potentieel waardevol. In totaal zijn 258 bomen systematisch gecontroleerd. Per boom afzonderlijk zijn maatregelen geadviseerd. Bij 3 lindenbomen werd de stamvoercontrole bemoeilijkt door het stamvoerschot. Een volledige boomcontrole is mogelijk als de gehele boom rondom gecontroleerd kan worden.
Van alle geïnventariseerde bomen is de soort, de diameter, de boomhoogte, de kroonbreedte, de conditie, de toekomstverwachting, de kwaliteit en de structurele opbouw van stamvoet, stom
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 42/82
en kroon opgenomen. Vervolgens zijn maatregelen voorzien van een urgentietermijn. Nieuwe ontsluitingsweg via Sportparkpolder De quickscan is uitgevoerd voor de verschillende ontsluitingsroutes. Uiteindelijk is voor de ontsluiting route C gekozen. Deze route loopt via de Sportparkpolder. Voor de ontsluitingsroute via de Sportparkpolder geldt dat dat dit mogelijk een essentiële vliegroute is voor vleermuizen. Voor de steenmarter en ringslang geldt dat de route via de Sportparkpolder mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied. De rapportages van de Quickscans, nader onderzoek en boominventarisatie zijn als separate bijlages toegevoegd. Conclusie flora en fauna Vanuit flora en fauna oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5
Stikstofdepositie
Wetgeving De uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 heeft een streep gezet door de tijdelijke vrijstelling van de stikstofuitstoot als gevolg van de sloop-, aanleg- en bouwfase, zoals opgenomen in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn). Hierdoor dient het stikstofonderzoek net als voorheen niet alleen de gebruiksfase te beslaan, maar ook rekening te houden met (de mobiele voertuigen die ingezet worden bij) de sloop-, aanleg- en bouwfase. Bovendien zal met de intreding van de Omgevingswet ook een inspanningsverplichting gaan gelden om de stikstofuitstoot bij bouwprojecten te verminderen. Door deze uitspraak dienen stikstofberekeningen te worden uitgevoerd zoals voor 1 juli 2021 het systeem was. Dit betekent dat zoals onder de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig kan zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Deze berekening is opgesteld met behulp van AERIUS Calculator versie 2023.0.1. De rapportage is opgenomen als bijlage 14.
Eventuele vervolgstappen Bij een stikstofdepositie uitkomst boven 0,00 mol/ha/jr, zijn er verschillende mogelijkheden om te bepalen of een nieuwe ontwikkeling in aanmerking komt voor een positief besluit/vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. De eerstvolgende stap hierin is intern salderen. Een belangrijke uitspraak hierover is gedaan door de Raad van State op 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) in de zaak Logtsebaan. Kort gezegd komt het erop neer dat als gevolg van deze uitspraak bij gebruikmaking van intern salderen géén vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Als intern salderen geen oplossing biedt kan met behulp van onder andere een ecologische voortoets gekeken worden of significante effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 43/82
Beoordeling planvoornemen In de nabijheid van het plangebied ligt het volgende Natura 2000- gebied: Tabel 1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natura 2000-gebied
Afstand tot het Natura 2000-gebied
Stikstofgevoeligheid
Oude Maas
0,2 kilometer
Niet gevoelig
Haringvliet
7,7 kilometer
Niet gevoelig
Oudeland van Strijen
9,6 kilometer
Niet gevoelig
Hollands Diep
13,8 kilometer
Niet gevoelig
Krammer-Volkerak
16,2 kilometer
Matig gevoelig
Boezems Kinderdijk
16,5 kilometer
Niet gevoelig
Solleveld & Kapittelduinen
20,1 kilometer
Zeer gevoelig
Bovenstaande laat zien dat dichtstbijzijnde stikstofgevoelig Natura 2000-gebied op 16,2 kilometer afstand ligt van het plangebied. Het voorliggend bestemmingsplan maakt het mogelijk om maximaal 525 woningen over verschillende woongebieden te realiseren. Gelet op dat het plan in een vroeg stadium is, waarbij definitieve invulling nog niet zijn vastgelegd, wort het uitvoeren van een volledige stikstofberekening als niet doelmatig geacht. Daarnaast bevindt het plangebied zich op een aanzienlijke afstand van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied (20,1 kilometer). Daarom is ervoor gekozen om in dit stadium een quickscan uit te voeren om een inzicht te krijgen of stikstof mogelijk een probleem vormt voor het planvoornemen. In een later stadium, tijdens de fase van de omgevingsvergunning, zal een volledige stikstofberekening worden uitgevoerd. Verwacht wordt dat het woonprogramma in het jaar 2030 volledig operationeel zal zijn. Hoewel het precieze woonprogramma nog niet is vastgesteld, wordt in deze notitie uitgegaan van een worst case scenario waarbij 525 woningen worden gerealiseerd, verdeeld in de volgende categorieën: • • • • • •
170 sociale huurwoningen (55 m2 GO); 30 midden/goedkoop huurappartementen (75 m2 GO); 65 dure huurappartementen (120 m2 GO); 150 tussen/hoek koopwoningen (125 m2 GO); 85 twee-onder-een-kap koopwoningen (180 m2 GO); en 25 vrijstaande koopwoningen (210 m2 GO).
Hieronder wordt een ruwe inschatting gegeven van de mogelijke planning met betrekking tot de sloop-, bouw- en gebruiksfases. Voor de berekening van een worst-case scenario is besloten om het volledige effect van het plan tijdens de sloop- en bouwfase in het eerste rekenjaar (2024) te verwerken, en het volledige effect van de gebruiksfase in het rekenjaar 2027. Indien dit mogelijk is, dan kan het projecteffect ook worden uitgevoerd met een spreiding van de invoer over verschillende rekenjaren. De stikstofdepositie per jaar zal dan uiteraard lager zijn door de spreiding. In de praktijk zullen zowel de sloop als de bouw over meerdere jaren gefaseerd worden.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 44/82
Tabel 2: Planning sloop-, bouw- en gebruiksfase voor invoer AERIUS Jaar
Fase
Termijn
2024
Sloop
6 maanden
2025
Sloop
12 maanden
Sloop
6 maanden
Bouw
6 maanden
Sloop
6 maanden
Bouw
12 maanden
Gebruik (25%)
6 maanden
Sloop
6 maanden
Bouw
12 maanden
Gebruik (50%)
12 maanden
Bouw
12 maanden
Gebruik (75%)
12 maanden
Bouw
6 maanden
Gebruik (100%)
12 maanden
2026
2027
2028
2029
2030
In de bijlage is de quickscan stikstof met daarbij behorende rekenbladen ingevoegd. Conclusie stikstofdepositie Vanuit stikstof oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Aanleiding De Wet milieubeheer beoogt milieuhinder ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving of ten opzichte van gevoelige functies zoals woningen zoveel mogelijk te voorkomen. Alle bedrijfsmatige activiteiten die in potentie hinder kunnen veroorzaken worden door middel van vergunningen of meldingen op basis van de Wet milieubeheer gereguleerd. In aanvulling op deze vergunningen of meldingen voorziet een 'goede ruimtelijke ordening' eveneens in het voorkomen van onvoorzienbare hinder bij gevoelige functies zoals wonen. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (bedrijven) en gevoelige functies (wonen) wordt hinder voorkomen. Met milieuzonering worden twee doelen gediend: niet alleen het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen, maar ook het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven zodat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Bedrijfsmatige activiteiten zijn in de VNG-publicatie "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende minimaal gewenste afstanden tot milieugevoelige functies. De indeling van de activiteiten is gebaseerd op de standaard bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, een richtafstand.
Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 45/82
vergunningvrij bouwen mogelijk is. In de VNG-publicatie zijn de richtafstanden uit bijlage 1 ‘Richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten’ afgestemd op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, stiltegebied of natuurgebied) wordt gekenmerkt door functiescheiding: afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen er nauwelijks andere functies zoals bedrijven of kantoren voor. Een locatie kan echter ook behoren tot het tweede omgevingstype ‘gemengd gebied’, dat gekarakteriseerd wordt door een matige tot sterke functiemenging. Hier komen direct naast woningen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als dit type worden beschouwd. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-publicatie kunnen in dat geval met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van een milieugevoelig object. Dit geldt in het bijzonder voor geluid, het milieuaspect dat voor de te hanteren richtafstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend is. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype.
De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk of het omgevingstype gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Tabel 1: Richtafstanden milieucategorie per omgevingstype (bron: VNG Brochure Bedrijven en milieuzonering)
Milieucategorie
Richtafstand (rustige woonwijk)
Richtafstand (gemengd gebied)
1 2
10 m 30 m
0m 10 m
3.1 3.2
50 m 100 m
30 m 50 m
4.1 4.2
200 m 300 m
100 m 200 m
5.1 5.2
500 m 700 m
300 m 500 m
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven. Stap 1 Indien de richtafstand voor de milieucategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan op dit onderdeel inpasbaar geacht. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal:
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 46/82
•
o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde).
Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven. Daar is in dit bestemmingsplan niet verder op ingegaan. Beoordeling planvoornemen Gelet op dat in de direct omgeving en op het plangebied zelf bedrijvigheid aanwezig is, worden de richtafstanden voor directe omgeving en het plangebied zelf apart beschreven. Richtafstanden directe omgeving Voor de richtafstanden van de bedrijvigheid van de direct omgeving wordt uitgegaan van een rustige woonwijk. In het kader van milieuzonering in de directe omgeving zijn de onderstaande kadastrale percelen mogelijk relevant: Tabel 2: Overzicht bedrijven in de directe omgeving
Kadastraal perceel
Bestemming
B 1135 B 2755 B 1846 B 255 B 259 B 258 B 257 B 256 B 236
Bedrijf Bedrijven t/m categorie 2 Agrarisch met waarden Grasland met bedrijfsvoering horende bij agrarische gronden
B 1515
Agrarische gronden met functieaanduiding ‘IJsbaan’
B 1392 B 964 B 1534 B 1661 En enkele kleine percelen (zie figuur B 956 B 1397 B 1572 B 1573 B 1538 B 1241 B 1024
Richtafstand rustige woonwijk ten opzichte van de uiterste perceelsgrens van het zoekgebied wonen 30 meter 30 meter
Milieucategorie 2 (akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen)
Stadions en open-lucht-ijsbanen Agrarische gronden met functieaanduiding ‘fruitteelt’
300 meter
30 meter
Milieucategorie 2 (akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen) Sport (met kantine) Milieucategorie 1
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 47/82
10 meter
B 1398
Maatschappelijk
50 meter
Milieucategorie 2 (voor een kinderopvang)
De bovenstaande relevante percelen zijn in kaart gebracht. Hierbij is rekening gehouden met de voorwaarden uit de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Voor wat betreft de richtafstand is deze, gelet op de kenmerken van de omgeving, als rustige woonwijk gehanteerd. Voor het overzicht zijn de percelen geclusterd per relevante bestemming. De bovenstaande tabel is in onderstaande kaart weergegeven. Hierbij zijn de perceelgrenzen en de omliggende milieucirkels verbeeld.
Figuur 24:
Milieuzones omliggende bedrijven met weergave woongebieden
Opgemerkt wordt dat een gedeelte van het plangebied, waar de ontsluitingsroute wordt aangelegd, door de bestemming Sport en de geluidzone - industrie loopt. Onder de bestemming ‘Bedrijf’ staat in artikel 5.1 onder de bestemmingsomschrijving dat onder deze bestemming bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen, detailhandel, horeca en zelfstandige kantoren. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Onder ‘Agrarisch met waarden’ staat in artikel 4.1 bestemmingsomschrijving dat de gronden onder deze bestemming bestemd zijn voor agrarische bedrijfsvoering behorend bij de gronden en dat de gronden bestemd zijn voor gronden met natuurwaarden, die zich uit in openheid. Om die reden is de richtafstand van akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen gehanteerd.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 48/82
Onder de bestemming ’Sport’ zijn de gronden bestemd voor sport met bijbehorende ondersteunende horeca als een kantine, zo staat vermeld de bestemmingsomschrijving in artikel 16.1. de richtafstand van een kantine is 10 meter in rustige stedelijk gebied met een milieucategorie 1. Voor de functie fruitteelt, ten noordoosten van het plangebied is de milieucategorie van akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen aangehouden, gelijk aan de agrarische gronden met waarden. Voor de functieaanduiding ijsbaan is de richtafstand van stadions en open-lucht-ijsbanen aangehouden als in de VNG-lijst staat beschreven. Hiervoor geldt een richtafstand in een rustige woonwijk van 300 meter (categorie 4.2). Voor de functie maatschappelijk is de richtafstand voor kinderopvang aangehouden als in de VNG-lijst staat omschreven. Hiervoor geldt een richtafstand in een rustige woonwijk van 30 meter, maar door de DCMR wordt geadviseerd 50 meter als richtafstand aan te houden ofwel om onderzoek op maat uit te voeren. Op basis van de milieuzone rondom de relevante bedrijven, kan het volgende worden geconcludeerd. De volgende drie milieuzones vallen binnen het plangebied; de kinderopvang, ijsbaan en agrarisch met waarden. Echter, alleen de milieuzone van de ijsbaan valt ook daadwerkelijk binnen de beoogde woongebieden.
Gelet op dat er al woningen op kortere afstand van de ijsbaan aanwezig zijn en dus in de richtafstand vallen, is te concluderen dat de ijsbaan niet zal worden belemmerd door de nieuwe woningen. Ook zal er geen sprake zijn van onevenredige hinder van de ijsbaan op de nieuwe woningen, omdat deze al moet voldoen aan de normen voor dichterbij gelegen woningen en dus op deze grotere afstand de hinder beperkter zal zijn dan voor de dichterbij gelegen woningen. Voor alle andere relevante omliggende bedrijven geldt dat het plangebied niet binnen de richtafstand valt. Daarmee wordt geen belemmering ervaren van omliggende bedrijven op geluid, geur, stof en gevaar. Richtafstanden binnen het plangebied Voor de noordzijde van het plangebied, waar het plangebied grenst aan de bestaande woningen langs de Albrandswaardsedijk en waar de nieuwe woongebieden op enige afstand van de klinieken liggen, is uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Dit betekent dat voor het kinderdagverblijf op de Albrandswaardsedijk 70a de richtafstand van 30 meter geldt. In het middengebied van het plangebied komen woonfuncties direct nabij de maatschappelijke functies. In de toekomstige situatie is hier sprake van een menging van wonen met maatschappelijke functies. Er is daarom bij de beoordeling voor het middengebied uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’.
Dit betekent dat voor de maatschappelijke functies die hier aan de woongebieden grenzen de richtafstanden met één afstandsstap zijn verlaagd ten opzichte van de richtafstand in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Tabel 3: Overzicht bebouwing binnen plangebied
Type bedrijf
Adres
Milieucategorie
Omgevingstype
Richtafstand
Stichting Antes
Albrandswaardsedijk 74i
gemengd gebied
10 meter
Antes zorg
Albrandswaardsedijk 74
Categorie 2 (artsenpraktijken, klinieken, dagverblijven) Categorie 2
gemengd gebied
10 meter
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 49/82
Onderwijsinstelling
Albrandswaardsedijk 74
Kinderopvang
Albrandswaardsedijk 70a
(artsenpraktijken, klinieken, dagverblijven) Categorie 2 (zowel basis-, voortgezet-, beroeps- als hoger onderwijs) Categorie 2 (kinderopvang)
gemengd gebied
30 meter
rustige woonwijk
50 meter (advies DCMR)
In de huidige situatie is het gehele gebied bestemd met de bestemming ‘Maatschappelijk’. In de toekomstige situatie blijft op het gedeelte van het plangebied de maatschappelijke bestemming gelden. Onderstaand figuur geeft een weergave van de locaties waar de maatschappelijke bestemming in de toekomstige situatie blijft gelden. Aan de noordelijke zijde van het plangebied is in de bestemming ‘Maatschappelijk-3’ een kinderopvang gerealiseerd en op maat bestemd in het nieuwe bestemmingsplan. Deze kinderopvang staat niet op de gebruikte kaarten doordat deze recent is gerealiseerd. Voor de kinderopvang is de richtafstand van 50 meter gehanteerd omdat de noordzijde van het plangebied wordt gezien als omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Voor de andere onderdelen met bestemming maatschappelijk wordt de richtafstand van 10 meter gehanteerd.
Figuur 25:
Richtafstanden binnen plangebied
Onderstaand figuur geeft een weergave vanwaar de milieuzone van kinderopvang overlappen met de woongebieden.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 50/82
Figuur 26:
Verduidelijking milieuzones en overlap woongebieden
De richtafstand van het kinderdagverblijf aan de Albrandswaardsedijk 70a overlapt met het hier direct ten zuiden van gelegen woongebied. Voor het kinderdagverblijf is de richtafstand voor het aspect geluid relevant. Door Alcedo is in 2021 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsniveaus vanwege de kinderopvang op de omliggende bebouwing. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 16 bij de toelichting. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er maatregelen nodig waren om ter plaatse van de bestaande kliniek te voldoen aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus. De maatregelen betroffen het aanbrengen van een scherm van 1,8 meter hoog tussen de kinderopvang en de kliniek en het sluiten van de opening in de muur op het dakterras aan de zijde van de kliniek (zuidzijde). Deze maatregelen zijn getroffen, waardoor er ter hoogte van de gevels van de bestaande kliniek wordt voldaan aan de grenswaarden voor gemengd gebied (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 50 dB(A)). Voor het nieuwe woongebied dient echter uit te worden gegaan van de grenswaarden voor het omgevingstype rustige woonwijk. Daarom is gekeken waar de 45 dB(A) geluidcontour ligt. Deze ligt aan de zuidzijde op maximaal 20 meter afstand van de perceelsgrens van het kinderdagverblijf. Met het bouwvlak voor dit woongebied is rekening gehouden met deze afstand.
Gebaseerd op deze bevindingen worden geen belemmeringen voorzien. In het bestemmingsplan is de mogelijkheid geboden om af te wijken van de grens van het bouwvlak, mits met onderzoek aangetoond kan worden dat ter plaatse van de nieuwe woningen voldaan kan worden aan de geldende grenswaarden en de belangen van het zittende bedrijf niet onevenredig worden geschaad. Maatschappelijke instelling Antes Binnen het plangebied zijn verschillende zorginstellingen aanwezig voor specialistische zorg en psychische zorg. In de toekomstige situatie blijven deze zorginstelling aanwezig. In de huidige situatie wordt door omwonenden overlast ervaren vanuit de zorginstellingen. Gelet op dat toekomstige situatie woongebieden worden toegevoegd aan het gebied is het van belang hier zorgvuldig mee om te gaan.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 51/82
Daarnaast is (sociale) veiligheid een belangrijk aandachtspunt. Vanuit de gemeente en de initiatiefnemer zijn doelstelling gedefinieerd. Een concreet voorbeeld van het waarborgen van de veiligheid van omwonende is door een SMS-dienst van Antes en Fivoor. Voor de omwonenden worden bijeenkomsten georganiseerd op gebied van veiligheid. Daarnaast is de initiatiefnemer en de gemeente betrokken bij (bestuurlijke) overleggen met de klinieken, OM en politie. Het voornemen is om dit voort te zetten en daarbij ook aandacht te hebben voor de te realiseren woningbouwontwikkelingen op de locatie. Door DSP is een beoordeling opgesteld voor de sociale veiligheid in de toekomstige situatie. Hieruit zijn aanbevelingen opgesteld voor de indeling van het plangebied om sociale veiligheid te waarborgen. Voorbeelden hiervan is het voorkomen van grote, onpersoonlijke parkeerplaatsen en zorgen voor zicht vanuit woningen op de straat. In de hoogbouw kan dit worden gerealiseerd doormiddel loggia’s, balkon en erkers om op deze manier sociale ogen en ogen te garanderen vanuit de gebouwen. Dit zijn een aantal voorbeelden waar rekening mee kan worden gehouden bij de indeling van het plangebied om de sociale veiligheid te waarborgen. Conclusie bedrijven en milieuzonering Geconcludeerd kan worden dat ervanuit bedrijven- en milieuzonering geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.
4.7
Geluidhinder
Aanleiding Aangezien woningen geluidgevoelig zijn, dient overeenkomstig de Wet geluidhinder (Wgh) beoordeeld te worden of aan wet- en regelgeving wordt voldaan en sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat ter plaatse van de nieuwe woningen een aangenaam woon- en leefklimaat gewaarborgd dient te zijn. Beoordeling planvoornemen Voor het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen als bijlage 15. Het effect van de verkeersgeneratie van het plan op de geluidsituatie bij de bestaande woningen is inzichtelijk gemaakt. Hiervoor is de geluidbelasting in de autonome situatie (situatie zonder plan) in 2035 en de geluidbelasting in de plansituatie in 2035 met elkaar vergeleken. Door middel van een verschilberekening is het effect van de verkeersgeneratie berekend. Het betreft de geluidbelasting van de gezamenlijke wegen. Binnen de Wet geluidhinder zijn er geen normen voor geluideffecten als gevolg van een toename van het verkeer door ontwikkelingen en/of veranderende bebouwing in de omgeving. De Wet geluidhinder kent wel normen voor situaties waarbij fysieke wijzigingen aan de weg plaatsvinden. In dat geval mag de geluidbelasting toenemen met ten hoogste 1,5 dB. Toename van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) wordt altijd toelaatbaar geacht.
In dit onderzoek is ervan uitgegaan dat een toename van de geluidbelasting tot 50 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) aanvaardbaar is. Volgens de methode Miedema wordt de omgevingskwaliteit bij een geluidbelasting lager dan 50 dB beoordeeld als ‘Goed’.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 52/82
Op basis van de toename van de geluidbelasting kan ook een uitspraak worden gedaan of sprake is van een verslechtering van de geluidsituatie vanwege de hoorbaarheid van het geluid. In de praktijk blijkt dat een verhoging of verlaging van het geluidniveau met 3 dB nét hoorbaar is en dat een toename vanaf 10 dB wordt ervaren als een verdubbeling van het geluid (bron: brochure ‘Geluid langs rijkswegen’ van RWS, oktober 2014). De etmaalintensiteiten van de wegen Albrandswaardsedijk, Albrandswaardsedijk Delta, Kijvelandsekade en Schroeder van der Kolklaan zijn gebaseerd op de verkeerskundige analyse uitgevoerd door Goudappel getiteld ‘Nadere uitwerking verkeer en ontwerp’. In de volgende figuur zijn de resultaten van de verkeerstudie samengevat.
Figuur 27: Resultaten verkeersdruk per etmaal 2020 (huidig) en 2030 (A=autonoom en P= met woningbouwplan Antes locatie) (Bron: Goudappel)
Voor de bepaling van de geluidbelastingen is een rekenmodel opgesteld volgens standaard rekenmethode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In dit driedimensionale model zijn onder andere wegen, verharde vlakken, gebouwen, geluidschermen en kruispunten opgenomen. Geluidssituatie binnen het plan Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Een toetsing aan het collegebesluit ‘Beleidsregel vaststellen hogere waarde’ vastgesteld met nummer 2007 1693 is niet aan de orde. De geluidbelasting vanwege de 30 km/uur weg Albrandswaardsedijk Delta-oost is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 voor gezoneerde wegen, maar lager dan de maximale grenswaarde van 63 dB. In het gemeentelijk geluidbeleid zijn geen voorwaarden gesteld aan de geluidbelasting vanwege 30 km/uur wegen. De geluidsituatie vanwege wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de bouwvlakken volgens het vlekkenplan. Wel wordt geadviseerd om bij de inrichting van het plangebied ervoor te zorgen dat voor de woningen nabij de Albrandswaardsedijk Delta-oost te zorgen voor een buitenruimte aan de geluidsluwe zijde. Bij deze woningen wordt ook geadviseerd om te zorgen voor voldoende geluidswering van de gevel, zodat in de woning voldaan wordt aan een binnenwaarde van 33
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 53/82
dB.
Figuur 28: Alcedo)
Schematische weergave van geluidbelasting vanwege Albrandswaardsedijk Deltaoost (Bron:
Aanleg nieuwe ontslutingsroute (Sportveldweg 60 km/uur) De geluidbelasting vanwege de nieuw aan te leggen Sportveldweg bedraagt ten hoogste 46 dB inclusief aftrek art. 110g Wgh en is berekend op gevels van de bestaande woning aan de Albrandwaardsedijk 138. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Geluidsituatie buiten het plan als gevolg van verkeersgeneratie Uit de vergelijking van de gecumuleerde geluidsbelasting vanwege de gezamenlijke wegen blijkt op basis van de kwalificering volgens de methode Miedema dat: − −
−
In de plansituatie is voor 30 van de 130 woningen (23%) in het onderzoeksgebied sprake van een verschuiving naar een betere beoordeling van de omgevingskwaliteit; De grootste verschuiving vindt plaats van de geluidklasse ‘Tamelijk slecht’ naar de geluidklasse ‘Matig’. Deze woningen bevinden zich voornamelijk aan de Albrandwaardsedijk. Vanwege de aanleg van de Sportveldweg neemt het verkeer op deze weg significant af; De woningen met de geluidklasse ‘tamelijk slecht’ (autonome situatie) bevinden zich aan de Schroeder van der Kolklaan en de Albrandwaardsedijk. Vanwege de maximale variant neemt het aantal woningen in deze categorie van 36 woningen toe naar een totaal van 12 woningen.
De verkeersgeneratie vanwege het plan leidt tot een afname van de geluidbelasting op de gevels van de bestaande woningen. De afname bedraagt ten hoogste 2,5 dB. Ook op de gevels van de bestaande woningen op korte afstand van de aansluiting met de nieuw aan te leggen weg ‘Sportveldweg’ is sprake van een afname ten opzichte van de autonome situatie. Dit is het
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 54/82
gevolg van het omleiden van het verkeer op de Albrandwaardsedijk-oost naar de Sportveldweg. De Sportveldweg ligt op grotere afstand van de woningen dan de Albrandwaardsedijk-Oprit Oost. Conclusie geluidhinder Geconcludeerd kan worden dat er vanuit geluid geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.
4.8
Luchtkwaliteit
Wet milieubeheer Op 15 november 2007 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Aan hoofdstuk 5 is een titel toegevoegd: titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Het doel van de wet is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Daartoe zijn in de wet grenswaarden voor onder meer stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5) opgenomen. Dit zijn in ons land de meest kritische luchtverontreinigende componenten met de hoogste kans op overschrijdingen van de grenswaarden. De normen zijn op basis van gezondheidskundige aspecten bepaald, maar ook onder de norm kunnen gezondheidseffecten optreden, zij het vooral bij mensen die er gevoelig voor zijn, zoals kinderen en ouderen. Bij concentraties onder de 40 µg/m 3 neemt de kans op effecten wel geleidelijk af, al is voor fijnstof geen gezondheidskundige grenswaarde vast te stellen. In onderstaande tabel staan de grenswaarden zoals vermeld in bijlage 2 van de Wet milieubeheer weergegeven. Tabel 4: Grenswaarden NO2 en PM10 overeenkomstig bijlage 2 Wet milieubeheer
Stof
NO2 Stikstofdioxide PM10 Fijnstof (grove deeltjes) PM2,5 Fijnstof (fijne deeltjes)
Concentratie [μg/m3]
Omschrijving
40
Jaargemiddelde concentratie
200
Uurgemiddelde waarde die max. 18 keer per jaar mag worden overschreden
40
Jaargemiddelde concentratie
50
24-uursgemiddelde waarde die max. 35 keer per jaar mag worden overschreden
25
Jaargemiddelde concentratie
Ter correctie van natuurlijk in de lucht voorkomend fijnstof mag een aantal dagen in mindering gebracht worden bij de toetsing van de daggemiddelde grenswaarde: de zogenaamde zeezoutcorrectie. Dit houdt in dat in het geval van overschrijding van de 24-uursgemiddelde grenswaarde van PM10 gecorrigeerd mag worden met een vastgesteld aantal dagen. Het RIVM heeft dit aantal per provincie vastgesteld, vanzelfsprekend mogen voor de kustprovincies meer dagen in mindering worden gebracht dan voor verder inlandse provincies. Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) Om de luchtkwaliteit te monitoren en te verbeteren in Nederland is in 2009 het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht geworden. De NSL-monitoring fungeert als centraal punt waarop overheden de benodigde gegevens voor verkeer, veehouderijen en voortgangsformulieren kunnen inzien, doorrekenen en bijwerken. Vanaf 1
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 55/82
januari 2023 is de NSL-monitoring vervangen door een nieuw systeem het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Het doel van het instrument is het bewaken van de kwaliteit van de buitenlucht en het tijdig signaleren van een overschrijding van de omgevingswaarden. AMvB en mr niet in betekenende mate De Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit, maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De AMvB en Regeling “Niet in betekenende mate” bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd. De AMvB is gelijktijdig met het NSL in werking getreden. Er mag rekening worden gehouden met een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m 3 voor zowel stikstofdioxide en fijnstof). NIBM-projecten kunnen, juridisch gezien, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is.
Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol. Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan daarbij worden afgewogen. Hierbij gaat het niet alleen om de toekomstige gebruikers van de locatie, maar ook om de personen in de omgeving daarvan. Beoordeling planvoornemen In bijlage 3A van de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met netto maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg (of netto maximaal 3.000 woningen aan twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond hiervan kan gesteld worden dat de voorgenomen planontwikkeling, met de realisatie van maximaal 525 woningen, niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Met behulp van de NIBM-tool is daarom voor de maximaal 525 woningen bepaald of deze in niet betekende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Om te analyseren of het planvoornemen van invloed is op de luchtkwaliteit, is het nodig om het aantal te verwachten verkeersbewegingen te weten. Deze verwachte verkeersbewegingen zijn onderdeel van de gebruiksfase welke van start gaat na de aanlegfase. De beoogde planning van de werkzaamheden (sloop + nieuwbouw) is in 2025-2030.