CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 definitief.pdf

Gemeenteraad AW 10 november 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 10: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 202933.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

- 27 -

Op basis van het nieuwe waterplan, voor het onderhoud van de riolering, wordt er in 2026 ca. € 110.000 meer gestort in de voorziening voor de vervanging van de riolering. Hier staat een ongeveer even grote bate tegenover uit de voorziening beklemde middelen. Verder is voor de huur van Binnenbaan 34, voor de Buitendienst, € 52.900 minder begroot dan in 2025, omdat het de verwachting is dat dit pand tot het voorjaar van 2026 gehuurd wordt. Voor het planmatig onderhoud waterwegen nemen de lasten met ca. € 85.000 af. In 2025 was incidenteel extra budget toegekend voor de indexering op het bestek onderhoud Koedoodseplas en Noordrand en de hogere baggerlasten. Door de nieuwe doorverdeling van de DBP-bijdrage en de eigen loonkosten, wordt er ongeveer € 110.000 meer doorbelast aan dit subprogramma ten opzichte van vorig jaar. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 3.2 Alle mutaties zijn < € 50.000. Baten 3.1 Voor het planmatig onderhoud van de riolering wordt in 2026, op basis van het nieuwe gemeentelijk waterplan, ongeveer € 110.000 meer onttrokken uit de voorziening beklemde middelen t.o.v. vorig jaar. De verhuur van het pand aan de Nijverheidsweg aan de NV BAR afval is, in tegenstelling tot vorig jaar, voor 2026 voor slechts één kwartaal geraamd, waardoor de baten in 2026 ongeveer € 150.000 lager uitvallen.

De verwachte baten uit de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn ongeveer € 119.000 hoger dan in 2025. Daarnaast stijgen de verwachte baten uit de begraafplaatsrechten met € 50.000. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 3.2 Alle mutaties zijn < € 50.000. Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

AW

1 Omvang huishoudelijk restafval (bron: CBS)

Aantal kilo niet-gescheiden ingezameld huishoudelijk afval per inwoner.

167,0 148,0

2023

2 Hernieuwbare elektriciteit (bron: RWS)

Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit.

20,7% 32,5%

2022

Waar staat je gemeente augustus 2025 * Klasse matig stedelijk

- 28 -

NL*

Cijfers over

Programma 4 - Financiën Inleiding en missie Programma 4 Houdbare financiën Dit programma richt zich op het versterken van de financiële positie van de gemeente Albrandswaard en het beheersen van onze risico’s. Via de Planning- en Controlcyclus monitoren we actief de voortgang van ons beleid en bewaken we de financiële gezondheid van de gemeente. We geven niet meer uit dan we binnenkrijgen: onze structurele lasten zijn in balans met de structurele inkomsten. Zo houden we onze financiën op orde en zorgen we dat gemeentelijke voorzieningen op peil blijven. We streven ernaar de lasten voor inwoners zo laag mogelijk te houden. Daarnaast sturen we actief op een gezonde reservepositie en een verantwoorde schuldenlast. We werken aan verdere verbetering hiervan om toekomstige risico’s beter op te vangen. Tegelijkertijd onderzoeken we actief nieuwe financieringsbronnen – van lokale en regionale fondsen tot Europese subsidies – om onze ambities waar te maken zonder de druk op de begroting te vergroten. Wat willen we bereiken? We willen een stevig niveau van reserves behouden, passend bij de risico’s en verwachtingen voor de komende jaren. Albrandswaard staat voor grote opgaven zoals de energietransitie en woningbouw. Deze ontwikkelingen brengen financiële risico’s met zich mee, waar we nu al op willen anticiperen.

Daarom zorgen we dat de risicoreserve in verhouding staat tot de opgaven die op ons afkomen. We houden rekening met factoren die invloed hebben op onze financiële positie, zoals schommelende rijksbijdragen, de herijking van het gemeentefonds, bevolkingsgroei, woningbouw en de beperkte ruimte om lokale inkomsten te verhogen. Ons doel is om de financiële risico’s goed op te vangen, zonder dat inwoners en ondernemers dat direct voelen in hun portemonnee. We blijven daarom inzetten op lage lasten voor inwoners en bedrijven, terwijl we tegelijkertijd werken aan een toekomstbestendige financiële buffer. 4.1 Financiën Maatschappelijk rendement Wat willen we bereiken? Het maatschappelijk rendement van de uitgaven wordt vergroot. Scherpe keuzes maken wij met betrekking tot nut en noodzaak van voorgenomen investeringen. Dit doen wij ook bij vervolgbesluiten van eerder genomen besluiten. Wat gaan we doen

Wanneer is het klaar

Wat is het streven

Extra kosten + FTE in 20256

1a

In het besluitvormingstraject het Continu maatschappelijk rendement meer mee laten wegen bij de uiteindelijke beslissing.

Verhoogd maatschappelijk Binnen begroting. rendement en het voorkomen van onnodige (dubbele) investeringen.

1b

Signalerende en acterende rol richting Continu provincie en Rijk over gemeentefonds en kansen/bedreigingen voor onze gemeente.

Meer stabiliteit, continuïteit en evenredigheid in de inkomsten vanuit het Rijk.

- 29 -

Binnen begroting.

Financiële positie Wat willen we bereiken? Bij een goede en stabiele financiële positie van de gemeente, hoort ook een actueel financieel beleid. Dit draagt bij aan een goede (financiële) afweging bij de besluitvorming. Wat gaan we doen Wanneer is het Wat is het streven Extra kosten + FTE klaar in 2026 2a

Onderzoek naar inzet en noodzaak verhogen/verlagen van reserves en voorzieningen.

Continu

Een actueel en opgeschoond overzicht van de reserves en voorzieningen op basis van aangepaste beleidsvoornemens en maatschappelijke ontwikkelingen.

Binnen begroting.

2b

Frequenter bijstellen van het financieel Continu beleid (nota’s en verordeningen) naar aanleiding van wijzigingen in de wetgeving (jaarlijks bij wijziging wetgeving) en/of bedrijfsvoering (iedere 3 jaar).

Voldoen aan rechtmatigheid en doelmatigheid.

Binnen begroting.

Risicobeheersing Wat willen we bereiken? Een meer integrale aanpak van het kwalificeren en kwantificeren van de risico’s die een gemeente loopt en vergroting van de sturing op en beperking van deze risico’s. Wat gaan we doen

Wanneer is het klaar

Wat is het streven

Extra kosten + FTE in 2026

3b

Continu

Een weerstandsvermogen met een ratio van minimaal 1,5.

Binnen begroting.

Een ruim voldoende financiële buffer houden om alle risico’s te kunnen opvangen.

Wat mag het kosten? Programma Financiën

Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 na wijziging

Lasten 4.1 - Financien

41.051

67.800

300.200

1.301.900

1.547.100

1.905.800

Totaal Lasten

41.051

67.800

300.200

1.301.900

1.547.100

1.905.800

4.1 - Financien

29.231

600.000

714.000

914.000

914.000

914.000

Totaal Baten

29.231

600.000

714.000

914.000

914.000

914.000

Saldo baten en lasten

-11.820

532.200

413.800

-387.900

-633.100

-991.800

Onttrekkingen

353.500

275.700

197.000

89.800

78.500

78.500

Stortingen

10.800

10.800

10.800

10.800

10.800

10.800

Mutaties reserves

342.700

264.900

186.200

79.000

67.700

67.700

Totaal programma 4

330.880

797.100

600.000

-308.900

-565.400

-924.100

Baten

- 30 -

Verklaring van verschillen Verschillen programma 4 ten opzichte van gewijzigde begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Verschil 1e tr 2025 Begroting 2026

Lasten 4.1 – Financien

67.800

300.200

-232.400

Totaal Lasten

67.800

300.200

-232.400

600.000

714.000

114.000

Totaal Baten

600.000

714.000

114.000

Saldo van baten en lasten

532.200

413.800

-118.400

Baten 4.1 – Financien

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 4.1 De toename in de lasten wordt met name veroorzaakt door de verschuiving van de investeringsplanning, waardoor eerder opgenomen financierings- en afschrijvingslasten vrijvallen en doorschuiven naar 2026 en verder. Vanwege het oplopende karakter van het investeringsvolume loopt het totaalsaldo van de stelposten met name vanaf 2027 hard op. Daarnaast staan de opgenomen indexeringen vanaf 2027 op de stelposten. Baten 4.1 In de Ombuigingengids 2026 zijn een aantal baten opgenomen die betrekking hebben op het proces rondom de marktinitiatieven en het plaatsen van een reclamemast langs de snelweg A15 (voor in totaal € 114.000). Voor deze baten dient nog een nadere invulling te komen, waardoor ze voor nu geparkeerd staan op de stelposten. Verder staat de in 2025 opgenomen vrijval (die betrekking heeft op 2023) vanuit het BTW-Compensatiefonds (BCF) structureel op de stelposten, als extra inkomst uit de algemene uitkering. Kerngegevens Financiële structuur

Jaarrekening 2024

Omvang totale begroting/exploitatieomzet

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

82.114.653

80.221.010

612.924

-1.440.600

-257.800

Omvang algemene uitkering incl stelpost Jeugd

42.222.290

42.755.900

44.347.400

Algemene reserve

14.973.410

13.226.046

14.035.486

Beklemde reserves en bestemmingsreserves

23.972.635

23.958.331

24.653.983

Weerstandscapaciteit

17.458.381

15.521.016

16.330.380

Voorzieningen

8.650.994

7.660.140

11.467.971

(Begrotings)resultaat

- 31 -

77.327.010

Programma 5 - Educatie Inleiding en missie Programma 5 Educatie is meer dan onderwijs Onderwijs is onmisbaar voor de ontwikkeling van elk kind. Met goed onderwijs bieden wij onze kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen. Wat willen we bereiken? Het programma Educatie richt zich op het bevorderen van de ontwikkeling van alle kinderen, het bevorderen van toeleiding naar specifieke activiteiten, de doorgaande leerlijn en doorgaande zorglijn. Het maatschappelijk middenveld is een sterke partner bij het behalen van de doelstellingen. Samenwerking zien wij als een belangrijke voorwaarde om succesvol te kunnen zijn. Wat mag het kosten? Programma Educatie

Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 na wijziging

Lasten 5.1 - Educatie

2.955.932

4.055.700

3.159.200

3.163.400

3.238.500

3.144.600

Totaal Lasten

2.955.932

4.055.700

3.159.200

3.163.400

3.238.500

3.144.600

267.093

1.085.200

461.100

453.400

453.400

453.400

Baten 5.1 - Educatie Totaal Baten

267.093

1.085.200

461.100

453.400

453.400

453.400

Saldo baten en lasten

-2.688.838

-2.970.500

-2.698.100

-2.710.000

-2.785.100

-2.691.200

Onttrekkingen

16.700

141.000

16.700

16.700

16.700

16.700

Mutaties reserves

16.700

141.000

16.700

16.700

16.700

16.700

-2.672.138

-2.829.500

-2.681.400

-2.693.300

-2.768.400

-2.674.500

Totaal programma 5

Verklaring van verschillen Verschillen programma 5 ten opzichte van gewijzigde begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Verschil 1e tr 2025 Begroting 2026

Lasten 5.1 – Educatie

4.055.700

3.159.200

896.500

Totaal Lasten

4.055.700

3.159.200

896.500

5.1 – Educatie

1.085.200

461.100

-624.100

Totaal Baten

1.085.200

461.100

-624.100

Saldo baten en lasten

-2.970.500

-2.698.100

272.400

Baten

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 5.1 Voor BBS De Wegwijzer waren in 2025 lasten begroot voor het bouwrijp maken van grond en voor de huur van een noodlokaal, samen voor € 90.000. Deze budgetten waren vanuit de jaarrekening 2024 overgeheveld naar 2025. Naar verwachting zullen deze lasten in 2026 niet meer terugkomen. Daarnaast zijn de diverse SPUK-regelingen die in dit programma zitten, nog niet verwerkt in de begroting voor 2026. Dit zal plaatsvinden in de 1e tussenrapportage van 2026. Als gevolg hiervan zijn de lasten ongeveer € 632.000 lager

- 32 -

i.v.m. 2025. Verder nemen bij peuterwerk de lasten toe met iets meer dan € 50.000, voornamelijk veroorzaakt door het weer gedeeltelijk terugdraaien van teveel afgeraamd budget, ten tijde van het opstellen van de begroting 2025. Tot slot nemen de lasten bij jeugdwerk toe met € 110.000, als gevolg van het vervallen van de in 2024 ingeboekte taakstelling in dit onderdeel. Tot slot wordt er aan dit programma ongeveer € 217.000 minder doorverdeeld aan personeelslasten t.o.v. vorig jaar. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Baten 5.1 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de baten (net als de lasten) ongeveer € 632.000 lager i.v.m. 2025. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

AW

NL*

Cijfers over

1 Absoluut verzuim (bron: DUO/Ingrado)

Er wordt gesproken van absoluut verzuim als een leerplichtige en/of kwalificatieplichtige jongere niet op een school of instelling staat ingeschreven. De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2023/2024'. Aantal per 1.000 leerlingen.

6,9

6,7

2024

2 Relatief verzuim (bron: DUO/Ingrado)

Er is sprake van relatief verzuim als een jongere wel op een school staat ingeschreven, maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt. Ook veelvuldig te laat komen kan hiertoe worden gerekend. De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2023/2024'. Aantal per 1.000 leerlingen.

22,0 28,0

2024

3 Voortijdig Het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 - 23 1,0% 2,3% schoolverlaters (bron: jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. DUO/Ingrado) De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2023/2024'.

2024

Waar staat je gemeente augustus 2025 * Klasse matig stedelijk

- 33 -

Programma 6 - Sport Inleiding en missie Programma 6 Actief en gezond Sporten en bewegen is belangrijk voor een gezond gewicht en een gezonde leefstijl. Iedereen kan daarin meedoen. Daar zorgen we onder andere voor met de regeling ‘Meedoen’. Binnen Albrandswaard is een zeer actief verenigingsleven, waardoor er voor elke inwoner een passende sport of hobby te vinden is. Hiervoor zijn gezonde en sterke verenigingen van groot belang, net als culturele initiatieven. Zij verdienen aandacht en ondersteuning van de gemeente, met wederkerigheid als uitgangspunt. Sport en cultuur hebben gedeelde belangen en zijn samen op zoek naar kansrijke lokale verbindingen. Wij trekken met elkaar op in het Akkoord van Albrandswaard. Op dit moment zijn de sterk stijgende energiekosten een grote zorg voor onze verenigingen en culturele instellingen. Wij zijn hierover in gesprek om met elkaar een aanpak te bepalen. Wat willen we bereiken? Wij koesteren onze verenigingen, zij brengen saamhorigheid en verbinding. Het is een laagdrempelige ontmoetingsplek voor veel mensen. Sport geeft individuen en groepen een gemeenschappelijke identiteit, van waaruit zij in verbinding kunnen komen met nieuwe ervaringen en andere mensen. 6.1 Sport Sport Wat willen we bereiken? Iedereen in Albrandswaard doet mee met sporten en bewegen. Het is belangrijk voor een gezond gewicht en een gezonde leefstijl. Wat gaan we doen

Wanneer is het klaar Continu

Wat is het streven

Continu

Alle sportaccommodaties in Albrandswaard zijn rookvrij.

Binnen begroting.

1a

Stimuleren in de uitvoering van het Akkoord van Albrandswaard.

1b

Actief stimuleren rookvrije accommodaties.

1c

Actief stimuleren ‘de gezonde kantine’. Continu

Alle sportaccommodaties doen mee me het programma ‘de gezonde kantine’.

Binnen begroting.

1d

Bewegen in de buitenruimte.

Continu

Albrandswaard investeert in voldoende mogelijkheden om te bewegen in de buitenruimte.

Binnen begroting.

1e

Actualiseren sportbeleid.

Continu

Een geactualiseerde beleidsnotitie ‘blije gezichten’.

Binnen begroting.

- 34 -

Verenigingen vormen met elkaar een netwerkorganisatie en werken hierin effectief samen.

Extra kosten + FTE in 2026 Binnen begroting.

Wat mag het kosten? Programma Sport

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten 6.1 - Sport

2.043.268

2.226.900

1.754.400

2.594.100

2.539.700

2.448.000

Totaal Lasten

2.043.268

2.226.900

1.754.400

2.594.100

2.539.700

2.448.000

6.1 - Sport

711.616

660.100

416.900

408.200

408.200

408.200

Totaal Baten

711.616

660.100

416.900

408.200

408.200

408.200

-1.331.652

-1.566.800

-1.337.500

-2.185.900

-2.131.500

-2.039.800

0

136.800

0

0

0

0

Baten

Saldo baten en lasten Onttrekkingen Mutaties reserves Totaal programma 6

0

136.800

0

0

0

0

-1.331.652

-1.430.000

-1.337.500

-2.185.900

-2.131.500

-2.039.800

Verklaring van verschillen Verschillen programma 6 ten opzichte van gewijzigde begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Verschil 1e tr 2025 Begroting 2026

Lasten 6.1 - Sport

2.226.900

1.754.400

472.500

Totaal Lasten

2.226.900

1.754.400

472.500

6.1 - Sport

660.100

416.900

-243.200

Totaal Baten

660.100

416.900

-243.200

-1.566.800

-1.337.500

229.300

Baten

Saldo baten en lasten

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 6.1 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de lasten ongeveer € 265.000 lager vergeleken met 2025. De lasten voor Sporthal Rhoon zijn € 131.000 lager dan 2025. Dit heeft te maken met de uitvoering van het MJOP (Meerjaren onderhoudsplan), waar nog geen budget voor beschikbaar is gesteld in 2026. De lasten voor Campus Portland zijn in 2026 € 129.000 lager t.o.v. vorig jaar, wat eveneens wordt veroorzaakt door het nog niet beschikbaar hebben gesteld van budget in 2026 voor de uitvoering van het MJOP. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Baten 6.1 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de baten ongeveer € 121.000 lager vergeleken met 2025. De kosten voor de uitvoering van het MJOP ten behoeve van de Campus Portland worden gedekt uit de voorziening Onderhoud sporthal Portland. Voor 2026 is nog geen onttrekking begroot. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000.

- 35 -

Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

1 Niet-sporters (bron: gezondheidsmonitor volwassenen, GGD'en, CBS en RIVM)

Het percentage niet-wekelijkse sporters t.o.v. bevolking van 42,2% 42,5% 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.

Waar staat je gemeente augustus 2025 * Klasse matig stedelijk

- 36 -

AW

NL*

Cijfers over 2024

Programma 7 - Sociaal Domein Inleiding en missie Programma 7 Sociaal en nabij De meeste Albrandwaarders zitten goed in hun vel en kunnen over het algemeen hun draai goed vinden. We hebben een grote groep vrijwilligers die samen een rijk verenigingsleven mogelijk maken. Met elkaar bouwen we aan een stevige en hechte samenleving. Sommige inwoners hebben een steuntje in hun rug nodig. En dat steuntje is er. Iedereen kan meedoen binnen zijn of haar eigen mogelijkheden. In Albrandswaard staat welzijn en welbevinden van onze inwoners centraal. We zorgen ervoor dat inwoners hun weg weten te vinden naar (welzijns)activiteiten, verenigingen en noodzakelijke zorg. Iedereen hoort erbij, doet er toe, iedereen doet mee. Bijdragen aan de samenleving op je eigen manier vergroot de zingeving en geeft je een goed gevoel. We moedigen inwoners aan om bij elkaar betrokken te zijn, elkaar te respecteren en elkaar te helpen. Inwoners nemen met elkaar verantwoordelijkheid. De informele zorg door inwoners heeft grenzen, daar biedt de gemeente hulp en ondersteuning aan degenen die omzien naar hun naasten. Factoren zoals personeelstekort in de zorg, hoge inflatie en afnemende financiële draagkracht vragen van ons een extra steun in de rug. Wat willen we bereiken Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen. Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen.

Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om. Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond. Inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen. Wat doen we al - Centrum voor jeugd en gezin (CJG) o.a. opvoedondersteuning; - Wijkteams (o.a., POH GGZ, medewerker gekoppeld aan school); - Lokale preventieagenda; - Minimaregelingen (o.a. meedoen, schoolkostenregeling etc.); - Schuldhulpverlening, schuldhulpmaatjes, vroegsignalering met partners etc.; - Stichting Welzijn Albrandswaard (SWA: Vraagwijzer, vrijwilligers ondersteuning; Mantelzorgondersteuning, ouderenwerk, jongerenwerk, buurtsportcoaches, wijkcentra, aanpak eenzaamheid, aanpak dementie, preventie etc.); - Overleg-/adviesorganen: Wonen, Welzijn, Zorg (WWZ), Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard (MAA), en - Akkoord van Albrandswaard.

- 37 -

7.1 Maatschappelijke Ondersteuning Maatschappelijke ondersteuning Wat willen we bereiken? Iedereen krijgt mogelijkheden om mee te doen aan werk, onderwijs, activiteiten, sport en cultuur etc. om zijn/haar talenten te ontwikkelen en om plezier te hebben. Wat gaan we doen 1b

Wanneer is het klaar

Vergunninghouders en ontheemden zo Continu spoedig mogelijk aan betaald werk helpen. Lokale beschermd wonen projecten verbinden met onze lokale verenigingen/organisaties/winkeliers en ondernemers.

Wat is het streven

Extra kosten + FTE in 2026

Percentage (arbeids)participatie onder nieuwkomers met 25% verhogen ten opzichte van 2022.

Binnen begroting.

Woningen en voorzieningen Wat willen we bereiken? Woningen en voorzieningen in Albrandswaard helpen inwoners om langer veilig thuis wonen mogelijk te maken. Wat gaan we doen

Wanneer is het klaar

Wat is het streven

Extra kosten + FTE in 2026

2a

Continu

Wachttijden verkorten, snel de best passende hulp bieden.

Binnen begroting.

De processen bij Jeugdhulp onderzoeken om deze sneller en efficiënter te laten verlopen. Plan van aanpak opstellen en invoeren.

7.2 Kwetsbare Groepen Kwetsbare groepen Wat willen we bereiken? In onze dorpse gemeenschap heeft iedereen oog voor elkaar en helpt elkaar. Wanneer iemand niet meer voor zichzelf kan zorgen en/of (externe) hulp nodig heeft, is die hulp goed vindbaar en bereikbaar. Wat gaan we doen

Wanneer is het klaar

Wat is het streven

Extra kosten + FTE in 2026 Binnen begroting.

1a

We voeren samen met onze partners Continu een campagne gericht op herkenning, bewustwording, voorlichting van dementie en evalueren die. Trainingsbijeenkomsten voor ketenpartners.

Een dementievriendelijke samenleving.

1d

We verbeteren de samenwerking Continu tussen GGZ, wijkteam, woningbouwverenigingen en inwoners op het gebied van overlast door verward gedrag in de wijken.

Iedereen moet gelukkig en veilig Binnen begroting. kunnen wonen in Albrandswaard.

1e

Stimuleren dat Stichting Welzijn Albrandswaard en de wijkteams een communicatieplan opstellen om het loket Vraagwijzer van de Stichting Welzijn Albrandswaard en de functie daarvan te optimaliseren.

De vindbaarheid van hulp, Binnen begroting. ondersteuning en zorg vergroten.

Continu

- 38 -

Wat mag het kosten? Programma Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Sociaal Domein na wijziging Lasten 7.1 Maatschappelijke Ondersteuning

6.449.609

7.292.300

5.855.800

5.708.100

5.798.400

5.876.000

7.2 - Kwetsbare Groepen

1.832.720

829.000

843.800

843.800

843.800

843.800

7.3 - Participatie

9.883.849

8.917.710

8.289.210

8.348.510

8.387.710

8.421.710

7.4 - Jeugdzorg

8.258.988

8.016.800

8.302.900

8.339.600

8.357.600

8.373.200

7.5 - Zorg & Welzijn

1.421.745

1.641.700

1.265.100

1.329.000

1.361.800

1.394.500

7.6 - Wijkteams

1.931.710

2.133.700

1.499.800

1.446.500

1.446.500

1.446.000

Totaal Lasten

29.778.621

28.831.210

26.056.610

26.015.510

26.195.810

26.355.210

7.1 Maatschappelijke Ondersteuning

1.085.455

929.400

167.800

167.400

167.400

167.400

7.2 - Kwetsbare Groepen

2.528.564

0

0

0

0

0

7.3 - Participatie

6.561.090

5.707.510

5.707.510

5.707.510

5.707.510

5.707.510

7.4 - Jeugdzorg

535.015

160.000

0

0

0

0

7.5 - Zorg & Welzijn

368.695

434.700

210.200

205.800

205.800

205.800

Baten

7.6 - Wijkteams

63.395

14.100

14.600

14.100

14.100

14.100

Totaal Baten

11.142.213

7.245.710

6.100.110

6.094.810

6.094.810

6.094.810

Saldo baten en lasten

-18.636.408

-21.585.500

-19.956.500

-19.920.700

-20.101.000

-20.260.400

Onttrekkingen

2.797.899

235.000

35.000

35.000

35.000

35.000

Stortingen

2.740.300

44.000

44.000

44.000

44.000

44.000

Mutaties reserves

57.599

191.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

-18.578.809

-21.394.500

-19.965.500

-19.929.700

-20.110.000

-20.269.400

Totaal programma 7

Verklaring van verschillen Verschillen programma 7 ten opzichte van gewijzigde begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Verschil 1e tr 2025 Begroting 2026

Lasten 7.1-Maatschappelijke Ondersteuning

7.292.300

7.2-Kwetsbare Groepen

5.855.800

1.436.500

829.000

843.800

-14.800

7.3-Participatie

8.917.710

8.289.210

628.500

7.4-Jeugdzorg

8.016.800

8.302.900

-286.100

7.5-Zorg & Welzijn

1.641.700

1.265.100

376.600

7.6-Wijkteams

2.133.700

1.499.800

633.900

Totaal Lasten

28.831.210

26.056.610

2.774.600

929.400

167.800

-761.600

7.3-Participatie

5.707.510

5.707.510

0

7.4-Jeugdzorg

160.000

0

-160.000

7.5-Zorg & Welzijn

434.700

210.200

-224.500

7.6-Wijkteams

14.100

14.600

500

7.245.710

6.100.110

-1.145.600

-21.585.500

-19.956.500

1.629.000

Baten 7.1-Maatschappelijke Ondersteuning

Totaal Baten Saldo baten en lasten

- 39 -

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Personeelslasten Als gevolg van het inrichten van onze eigen personeelsbegroting hebben we in het Sociaal Domein vanaf 1-1-2026 de volgende teams: - Management Sociaal Domein; - Beleid & Advies; - Jeugd, en - Volwassenen. In totaal gaat het om 50,18 fte. Voor deze teams hebben we € 4.553.158 begroot in 2026. Deze kosten worden, net als de DBP-bijdrage, verdeeld over de programma's middels een procentuele verdeelsleutel. Lasten 7.1 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de lasten ongeveer € 800.000 lager i.v.m. 2025. Daarnaast zijn er in de Voorjaarsnota diverse structurele ombuigingen verwerkt in de WMO-voorzieningen, waardoor de lasten met ca. € 750.000 afnemen in vergelijking met vorig jaar. Verder wordt er, vanwege het opnieuw veranderen van de taakvelden in het Sociaal Domein, in 2026 voor ca. € 325k meer doorverdeeld aan dit subprogramma t.o.v. 2025. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.2 Alle mutaties zijn < € 50.000. 7.3 In 2026 wordt er ca. € 592.000 minder doorbelast naar dit subprogramma. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000.

7.4 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de lasten ongeveer € 160.000 lager vergeleken met 2025. Daarentegen nemen de lasten voor lokale en regionale jeugdzorg tezamen met ca. € 490.000 toe. Dit wordt met name veroorzaakt door de begrote gedeeltelijke teruggave van de bijdrage aan de GRJR in 2025, welke in 2026 nog niet is geboekt. Verder wordt er vanuit de DBP-bijdrage en de eigen personeelsbegroting, ca. € 85.000 minder doorbelast naar dit subprogramma. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.5 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de lasten ongeveer € 229.000 lager vergeleken met 2025. Voorts wordt in 2026 ca. € 149.000 minder doorbelast naar dit subprogramma. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.6 In 2026 wordt er ca. € 611.000 minder doorbelast naar dit subprogramma. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Baten 7.1 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de baten (net als de lasten) ongeveer € 778.000 lager vergeleken met 2025. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.2 Geen mutaties. 7.3 Geen mutaties.

7.4 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de baten ongeveer € 160.000 lager, vergeleken met 2025. 7.5 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de baten (net als de lasten) ongeveer € 229.000 lager, vergeleken met 2025. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.6 Alle mutaties zijn < € 50.000.

- 40 -

Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

AW

NL*

1 Banen (bron: CBS/LISA)

Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. Betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar.

596,5 836,6

Cijfers over 2023

2 Jongeren met een delict Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de voor de rechter (bron: CBS) rechter is verschenen.

1%

1%

2023

3 Kinderen in uitkeringsgezinnen (bron: CBS)

Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.

3%

6%

2023

4 Netto arbeidsparticipatie (bron: CBS)

Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.

76,2% 73,2%

2024

5 Jeugdwerkloosheid (bron: CBS)

Percentage personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie.

6 Personen met een bijstandsuitkering (bron: CBS)

Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015), exclusief uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling en dak- en thuislozen. Betreft het aantal personen per 10.000 inwoners.

1%

2%

2023

238,9 343,6

2024

7 Aantal reintegratievoorzieningen (bron: CBS)

Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd 112,0 203,1 van 15-64 jaar.

2024

8 Jongeren met jeugdhulp (bron: CBS)

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle 11,1% 13,7% jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014).

2024

9 Jongeren met jeugdbescherming (bron: CBS)

Betreft percentage jongeren tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode een maatregel door de rechter dwingend opgelegd hebben gekregen. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt.

0,4% 1,0%

2024

10 Jongeren met jeugdreclassering (bron: CBS)

Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-23 jaar).

0,3% 0,4%

2024

11 Wmo-cliënten met een maatwerkarr. (bron: CBS)

Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.

570

2024

720

Waar staat je gemeente augustus 2025 * Klasse matig stedelijk

Kerngegevens Sociale structuur

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Aantal inwoners

26.732

26.664

26.599

Aantal inwoners tot 20 jaar

6.152

6.174

6.023

Aantal inwoners 65 jaar en ouder

5.188

5.134

5.282

- 41 -

Niet in voorgaande programma's verantwoorde baten en lasten Inleiding Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV) gewijzigd. Een van de wijziging betreft het verantwoorden van algemene baten en lasten in de begroting en jaarrekening. Baten en lasten die direct verbandhouden met activiteiten die gericht zijn op de externe klant, worden verantwoord in de programma’s. Dit betekent dat alleen de baten en lasten die betrekking hebben op het primaire proces in de programma’s worden opgenomen. Baten en lasten die hier niet onder vallen, worden buiten de programma’s gehouden. Het gaat hierbij om overheadkosten, algemene dekkingsmiddelen, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Zo komt er meer inzicht in de omvang van de baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead in het bijzonder.

1. Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen relatie hebben met een bepaalde activiteit. Onder de algemene dekkingsmiddelen vallen de taakvelden 0.5 Treasury, 0.61 OZB woningen, 0.62 OZB niet-woningen, 0.64 Belasting overig en 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds. Wat mag het kosten? Algemene Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 dekkingsmiddelen na wijziging Lasten

839.125

511.100

495.600

819.400

1.071.800

1.270.200

Baten

50.660.824

51.248.400

53.419.600

55.323.200

56.324.400

58.781.900

Totaal baten en lasten

49.821.699

50.737.300

52.924.000

54.503.800

55.252.600

57.511.700

Totaal Algemene dekkingsmiddelen

49.821.699

50.737.300

52.924.000

54.503.800

55.252.600

57.511.700

Verklaring van verschillen Verschillen algemene dekkingsmiddelen ten opzichte van gewijzigde begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Verschil 1e tr 2025 Begroting 2026

Lasten 9.1 - Algemene dekkingsmiddelen

511.100

495.600

15.500

Totaal Lasten

511.100

495.600

15.500

9.1 - Algemene dekkingsmiddelen

51.248.400

53.419.600

2.171.200

Totaal Baten

51.248.400

53.419.600

2.171.200

Saldo baten en lasten

50.737.300

52.924.000

2.186.700

Baten

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 9.1 Alle mutaties zijn < € 50.000.

- 42 -

Baten 9.1 De toename in de baten komt onder meer door hogere te verwachten dividendinkomsten (+ € 90.000). Verder ontvangen we meer geld vanuit het Rijk via het Gemeentefonds (+ € 1,6 mio) en nemen ook de OZB-inkomsten toe (+ € 492.000). De laatst genoemde inkomsten nemen harder toe dan normaal, vanwege de eenmalige tariefsverhoging op de OZB nietwoningen van 6,5%, zoals weergegeven en vastgesteld in de Ombuigingengids. Uitsplitsing lokale heffingen Lokale heffingen

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten

277.420

346.400

323.400

327.300

331.300

335.300

Baten

7.983.205

8.280.100

8.768.000

9.251.000

9.659.000

10.140.000

Saldo lokale heffingen

7.705.785

7.933.700

8.444.600

8.923.700

9.327.700

9.804.700

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

42.222.290

42.755.900

44.347.400

45.793.000

46.382.600

48.360.000

Saldo algemene uitkering

42.222.290

42.755.900

44.347.400

45.793.000

46.382.600

48.360.000

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten

16.134

8.400

8.400

8.400

8.400

8.400

Baten

312.507

235.500

325.500

300.500

300.500

300.500

Saldo dividend

296.373

227.100

317.100

292.100

292.100

292.100

Uitsplitsing algemene uitkering Algemene uitkering

Uitsplitsing dividend Dividend

Saldo financieringsfunctie Het saldo van de betaalde rente en de ontvangen rente wordt door middel van het renteomslagpercentage via de kapitaallasten doorberekend aan de taakvelden. Deze doorberekening is gebaseerd op de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari x het renteomslagpercentage. Het percentage wordt berekend bij het opstellen van de begroting, waarbij uitgegaan wordt van de geraamde boekwaarde van de vaste activa en de geraamde rente. Het saldo van de financieringsfunctie betreft het verschil tussen rentelasten van de geldleningen OG (verminderd met de eventueel ontvangen rente) en de doorbelaste rentelasten naar de taakvelden. Uitsplitsing saldo financieringsfunctie Financieringsfunctie

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten

222.314

210.700

218.200

538.100

786.500

980.900

Baten

244.499

109.100

109.100

109.100

109.100

109.100

Saldo financieringsfunctie

22.185

-101.600

-109.100

-429.000

-677.400

-871.800

Ontwikkeling Algemene uitkering De verantwoorde algemene uitkering uit het Gemeentefonds is gebaseerd op de ten tijde van het opstellen van de begroting bekende informatie (meicirculaire 2025). De ontwikkeling van de algemene uitkering voor de jaren 2026 - 2029 ziet er als volgt uit:

- 43 -

Ontwikkeling Algemene uitkering

2026

Mutaties accres, uitkeringsfactor/uitkeringsbasis Mutaties jeugd, wmo en overig Overige mutaties Effect Meicirculaire 2025

2028

2029

514.000

2027 470.000

391.000

450.000

1.563.000

1.350.000

342.000

386.000

67.000

68.000

70.000

67.000

2.144.000

1.888.000

803.000

903.000

Vrijval stelpost jeugd

-246.000

-183.000

-217.000

-217.000

Totale ontwikkeling Algemene uitkering

1.898.000

1.705.000

586.000

686.000

AW

Cijfers over

+/+ is positief -/- is negatief

Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

1 Gemiddelde WOZ-waarde (bron: CBS)

De gemiddelde WOZ waarde van woningen in duizenden euro's.

456

398

2025

2 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (bron: COELO)

Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

1.054

957

2025

1.263 1.050

2025

3 Gemeentelijke woonlasten Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden (bron: COELO) meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten Waar staat je gemeente augustus 2025 * Klasse matig stedelijk

- 44 -

NL*

2. Overhead Inleiding Overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV artikel 1 lid 2). In de notitie Overhead van de commissie BBV is aangegeven welke baten en lasten verantwoord worden onder overheadkosten. In het kort komt het erop neer dat de volgende uitgangspunten gehanteerd kunnen worden: - Directe kosten worden zoveel mogelijk direct toerekenen aan de desbetreffende taakvelden en programma’s; - Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead; - Sturende taken vervult door hiërarchische leidinggevende behoren tot de overhead, en - De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. De baten en lasten voor overhead zijn verantwoord op het taakveld 0.4 Overhead. Wat mag het kosten? Overhead

Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 na wijziging

Lasten 9.2 - Overhead

12.796.078

11.174.500

12.626.700

13.071.000

13.314.400

13.524.200

Totaal Lasten

12.796.078

11.174.500

12.626.700

13.071.000

13.314.400

13.524.200

9.2 - Overhead

379.066

394.100

389.600

388.400

381.200

383.000

Totaal Baten

379.066

394.100

389.600

388.400

381.200

383.000

Totaal baten en lasten

-12.417.012

-10.780.400

-12.237.100

-12.682.600

-12.933.200

-13.141.200

Saldo overhead

-12.417.012

-10.780.400

-12.237.100

-12.682.600

-12.933.200

-13.141.200

Baten

Verklaring van verschillen Verschillen overhead ten opzichte van gewijzigde begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Verschil 1e tr 2025 Begroting 2026

Lasten 9.2 - Overhead

11.174.500

12.626.700

-1.452.200

Totaal Lasten

11.174.500

12.626.700

-1.452.200

9.2 - Overhead

394.100

389.600

-4.500

Totaal Baten

394.100

389.600

-4.500

-10.780.400

-12.237.100

-1.456.700

Baten

Saldo baten en lasten

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 9.2 De lasten voor Bestuursondersteuning nemen ongeveer met € 100.000 af, als gevolg van de bijgestelde personeelsbegroting. De overheadkosten vanuit DBP nemen daarentegen toe met ongeveer € 700.000. Hier staat tegenover dat de lasten vanuit DBP in programma 1 met ongeveer € 650.000 afnemen, wat laat zien dat een steeds groter deel van de DBP-bijdrage uit overhead bestaat. Verder worden op basis van de nieuwe procentuele verdeelsleutel, meer lasten toegerekend aan dit programma ten opzichte van vorig jaar (+ € 1 mio).

- 45 -

Het restant wordt verklaard door mutaties < € 50.000. Baten 9.2 Alle mutaties zijn kleiner dan € 50.000.

- 46 -

3. Vennootschapsbelasting (Vpb) Inleiding Door de inwerkingtreding van de Wet modernisering Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2016 Vpb-plichtig over hun (winstgevende) ondernemersactiviteiten. Doel van deze wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Omdat de Belastingdienst de gemeente in zijn geheel aanslaat voor de Vpb-heffing en deze heffing niet per overheidsonderneming uitgesplitst is, wordt de eventueel af te dragen Vpbheffing van alle ondernemingsactiviteiten opgenomen als één bedrag in het programmaplan en het overzicht van baten en lasten. Het is niet nodig om per programma waarin ondernemingsactiviteiten zijn opgenomen een naar rato-deelbedrag Vpb-heffing te ramen. De Vpb is verantwoord onder het taakveld 0.9. Wat mag het kosten? Vennootschapsbelasting

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten 9.3 - VPB

-8.034

7.100

7.200

44.000

58.000

Totaal Lasten

-8.034

7.100

7.200

44.000

58.000

68.000

Totaal saldo vennootschapsbelasting

8.034

-7.100

-7.200

-44.000

-58.000

-68.000

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Er zijn geen individuele verschillen groter dan € 50.000. Vanaf 2027 gaan de verwachte lasten toenemen, als gevolg van de verwachte positieve resultaten in de lopende grondexploitaties, met name in De Omloop.

- 47 -

68.000

4. Onvoorzien Inleiding In de begroting is een bedrag opgenomen voor onvoorziene lasten. Er is sprake van onvoorziene lasten wanneer deze onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdbaar zijn. Deze post is niet bedoeld om overschrijdingen op bestaande budgetten te dekken. Wat mag het kosten? Onvoorzien

Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 na wijziging

Lasten 9.4 - Onvoorzien

0

75.000

0

0

0

0

Totaal baten en lasten

0

-75.000

0

0

0

0

Saldo onvoorzien

0

-75.000

0

0

0

0

Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. In de Ombuigengids, die bij de Voorjaarsnota 2026 hoort, is vastgesteld dat het op te nemen bedrag voor de post onvoorzien wordt verlaagd naar € 0. Deze post is al lang niet meer gebruikt, en is daarom meer een financieel-technische aanpassing, dan een echte ombuiging.

- 48 -

3. PARAGRAFEN

- 49 -

Paragraaf 1 - Lokale heffingen Deze paragraaf bevat informatie over de gemeentelijke belastingen en heffingen, waaronder het beleid, de opbrengstramingen, de tarieven, het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk over de periode 2026-2029. Woonlasten en tarieven belastingen en heffingen De gemeentelijke woonlasten worden gevormd door de uitgaven van inwoners aan de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De OZB is een algemene belasting waarvan de opbrengsten worden toegevoegd aan de algemene dekkingsmiddelen en daarmee vrij besteedbaar zijn. Daarnaast zijn er gebonden heffingen die volledig worden aangewend voor de uitvoering van specifieke gemeentelijke taken. Dit betreft de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en retributies. Het beleid is erop gericht dat de tarieven de kosten volledig dekken, met uitzondering van de tarieven voor lijkbezorgingsrechten. Deze kosten omvatten tevens de toerekenbare compensabele btw, mutaties in voorzieningen en toerekenbare overheadkosten. Algemene (beleids)ontwikkelingen Benchmark woonlasten Voor de benchmark van de woonlasten wordt gebruikgemaakt van de publicaties van het Centrum voor Onderzoek naar de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten maakt de onderlinge verschillen tussen Albrandswaard en de omliggende gemeenten inzichtelijk.

Deze vergelijking is in deze paragraaf opgenomen. Het overzicht geeft de tarieven van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing per gemeente weer, evenals het cumulatieve bedrag van deze drie heffingen, als representatie van de totale woonlasten per gemeente. Kostenonderbouwing tarieven In deze paragraaf zijn kostenonderbouwingen voor de berekening van de gebonden heffingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten c.q. opbrengsten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Het dekkingspercentage van het betreffende taakveld wordt hiermee weergegeven. Overzicht geraamde belastingen en heffingen Hierna treft u een totaal overzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en de gebonden heffingen.

Gemeentelijke belastingen

Begroting 2025

2026

2027

2028

2029

8.280.100

8.768.000

9.251.000

9.659.000

10.140.000

2025

2026

2027

2028

2029

Afvalstoffenheffing

4.350.500

4.442.400

4.350.500

4.350.500

4.350.500

Rioolheffing

3.400.400

3.421.400

3.433.900

3.459.400

3.459.400

Algemene dekkingsmiddelen Onroerende zaakbelastingen Gebonden heffingen

Begroting

De geraamde opbrengsten zijn een gevolg van de tariefstelling en het aantal heffingseenheden.

- 50 -

OZB tarieven 2026 Onroerende zaakbelastingen De onroerendezaakbelasting (OZB) wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Voor de raming van de OZB-opbrengst in de begrotingsjaren 2026– 2029 wordt de opbrengst van 2025 gecorrigeerd met een stijgingspercentage van 3%, exclusief de areaaluitbreiding door nieuwbouw. OZB-tarieven 2026 Op basis van het voorgaande en door SVHW aangeleverde WOZ-waardeontwikkeling zien de OZB-tarieven voor 2026 er als volgt uit: Onroerende zaakbelastingen

2025

2026

(als percentage van de WOZ-waarde) Eigenaren woningen

0,1023%

0,0959%

Eigenaren niet-woningen

0,3991%

0,4167%

Gebruikers niet-woningen

0,3325%

0,3456%

Afvalstoffenheffing tarieven 2026 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente Albrandswaard maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde voorzieningen. Onderbouwing kostendekkende tarieven De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Afvalstoffenheffing Omschrijving

2026

Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente

3.293.000

Lasten vanuit de gemeente, inclusief (omslag)rente

713.907

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

-340.600

Netto kosten van de activiteit

3.666.307

Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten

642.022

Overhead, inclusief (omslag)rente

181.030

Compensabele BTW

755.832

Totale kosten

5.245.191

Opbrengst afvalstoffenheffing

4.442.400

Dekkingspercentage

85%

Op basis van bovenstaand dekkingspercentage zien de tarieven voor 2026, in vergelijking met 2025, er als volgt uit: Afvalstoffenheffing

2025

2026

Eenpersoonshuishouden (vast tarief)

257,04

257,04

Tweepersoonshuishouden (vast tarief)

334,08

334,08

Meerpersoonshuishouden (vast tarief)

353,04

353,04

Variabel tarief container 240 liter

4,90

4,90

Variabel tarief 60 liter

1,23

1,23

Variabel tarief 30 liter

0,62

0,62

- 51 -

Rioolheffing tarieven 2026 Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken. Het Water Rioleringsplan (WRP) 20262030 geldt als basis bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing. De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Rioolheffing Omschrijving

2026

Kosten riolering en gemalen

1.030.700

Kosten personeel en kapitaallasten, inclusief omslagrente

987.600

Inkomsten van activiteit, exclusief heffingen

-40.400

Dotatie aan voorziening vervanging riolering

1.064.900

Netto kosten van de activiteit

3.042.800

Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten

361.331

Overhead, inclusief (omslag)rente

519.840

Compensabele BTW

484.387

Totale kosten

4.408.358

Opbrengst rioolheffing

3.421.400

Dekkingspercentage

78%

Op basis van bovenstaand dekkingspercentage zien de tarieven voor 2026, in vergelijking met 2025, er als volgt uit: Rioolheffing

2025

2026

Eenpersoonshuishouden

227,04

231,84

Meerpersoonshuishouden

302,76

309,12

Lijkbezorging tarieven 2026 Lijkbezorging Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Rhoon en Poortugaal worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Lijkbezorgingsrechten Omschrijving

2026

Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente

644.100

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

-

Netto kosten van de activiteit

644.100

Overhead, inclusief omslagrente

340.005

Totale kosten

984.105

Opbrengst lijkbezorgingsrechten

264.400

Dekkingspercentage

27%

Op basis van bovenstaand dekkingspercentage zien de tarieven voor 2026, in vergelijking met 2025, er als volgt uit:

- 52 -

Lijkbezorging

2025

2026

Particulier graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar

1.865

1.900

Particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar

3.725

3.725

Particulier graf in Rhoon (2 diep) voor een periode van 20 jaar

3.055

3.725

Begraafkosten (personen vanaf 18 jaar)

1.445

1.450

950

2.310

Afkoop van verplichte onderhoudskosten 1 diep (20 jaar)

Leges De algemene verhoging als gevolg van prijsindexering van de overige gemeentelijke heffingen bedraagt in beginsel 3%. Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden.

- 53 -

De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Leges Hoofdstuk/Paragraaf

Kosten taakveld

Overhead BTW

Lasten

Baten

Dekking

1. Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand

65.435

19.319

84.754

44.900

53%

Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

442.185

194.261

636.446

451.500

71%

Paragraaf 1.3 – Rijbewijzen

85.587

46.253

131.839

107.500

82%

Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

17.012

1.721

18.733

4.000

21%

2.083

1.979

4.063

4.600

113%

75.885

25.256

101.141

58.700

58%

688.200

288.800

977.000

671.200

69%

Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal Algemene Dienstverlening Hoofdstuk/Paragraaf

Kosten taakveld

-

Overhead BTW

Lasten

Baten

Dekking

2. Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet 2.3. Omgevingsvergunning

502.300

419.900 12.700

934.900

457.600

49%

Totaal Algemene Dienstverlening i.h.k.v. Omgevingswet

502.300

419.900 12.700

934.900

457.600

49%

Hoofdstuk/Paragraaf

Kosten taakveld

Overhead BTW

Lasten

Baten

Dekking

3. Diensten waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is Paragraaf 3.1 - Horeca

1.313

1.248

2.561

2.900

113%

Paragraaf 3.2 - Gereserveerd Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt

226

215

442

500

113%

23.170

731

23.901

1.700

7%

Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

1.223

1.162

Totaal Dienstverlening Europese Richtlijn

25.900

3.400

Paragraaf 3.5 - Standplaatsen Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014

KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL

1.216.400

2.385

2.700

113%

-

29.300

7.800

27%

712.100 12.700

1.941.200

1.136.600

59%

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Indien een inwoner van Albrandswaard moeite heeft om zijn belasting te voldoen, kan hij in aanmerking komen voor kwijtschelding, waardoor de betreffende belasting niet betaald hoeft te worden. Het behandelen van verzoeken om kwijtschelding verloopt via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op het vaste tarief van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten.

- 54 -

In de begroting 2026 zijn de volgende bedragen voor kwijtschelding opgenomen: Kwijtschelding

2025

2026

2027

2028

2029

Afvalstoffenheffing

98.600

98.600

98.600

98.600

98.600

Rioolheffing

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Totaal

198.600

198.600

198.600

198.600

198.600

Overzicht belastingdruk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. De woonlasten voor de inwoners (woningen) zijn als volgt: Omschrijving

2024

2025

Afwijking

2026

+ = stijging en - = daling van lasten A: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning

Absoluut

In %

Rioolgebruik

€ 220,50

€ 227,04

€ 231,84

€ 4,80

2%

Afval**

€ 257,04

€ 257,04

€ 257,04

€ 0,00

0%

Totaal

€ 477,54

€ 484,08

€ 488,88

€ 4,80

1%

B1: Tweepersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik

€ 294,00

€ 302,76

€ 309,12

€ 6,36

2%

Afval (tweepersoons)**

€ 334,08

€ 334,08

€ 334,08

€ 0,00

0%

Totaal

€ 628,08

€ 636,84

€ 643,20

€ 6,36

1%

B2: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik

€ 294,00

€ 302,76

€ 309,12

€ 6,36

2%

Afval (meerpersoons)**

€ 353,04

€ 353,04

€ 353,04

€ 0,00

0%

Totaal

€ 647,04

€ 655,80

€ 662,16

€ 6,36

1%

C: Eénpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 572.400 * Rioolgebruik

€ 220,50

€ 227,04

€ 231,84

€ 4,80

2%

Afval**

€ 257,04

€ 257,04

OZB-eigendom

€ 516,08

€ 532,98

€ 257,04

€ 0,00

0%

€ 548,93

€ 15,95

3%

Totaal

€ 993,62

€ 1.017,06

€ 1.037,81

€ 20,75

2%

D1: Tweepersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 572.400* Rioolgebruik

€ 294,00

€ 302,76

€ 309,12

€ 6,36

2%

Afval (tweepersoons)**

€ 334,08

€ 334,08

€ 334,08

€ 0,00

0%

OZB-eigendom Totaal

€ 516,08

€ 532,98

€ 548,93

€ 15,95

3%

€ 1.144,16

€ 1.169,82

€ 1.192,13

€ 22,31

2%

D2: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 572.400* Rioolgebruik

€ 294,00

€ 302,76

€ 309,12

€ 6,36

2%

Afval (meerpersoons)**

€ 353,04

€ 353,04

€ 353,04

€ 0,00

0%

OZB-eigendom Totaal

€ 516,08

€ 532,98

€ 548,93

€ 15,95

3%

€ 1.163,12

€ 1.188,78

€ 1.211,09

€ 22,31

2%

*OZB-grondslag voor 2024 en 2025 is de gemiddelde WOZ-waarde uit Coelo. OZB 2026 uitgaande van 9,87% stijging WOZ en concept tarief 2026. ** Bovenop dit tarief komt het variabel tarief per aanbieding/lediging per zak (60 ltr of 30 ltr)) á € 1,23 resp. € 0,62 of per container á € 4,90.

- 55 -

Albrandswaard ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2026 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten in 2025. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Albrandswaard en omliggende gemeenten inzichtelijk. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin met een koopwoning. tarieven per gemeenten 2025 afvalstoffenheffing

rioolheffing

OZB-tarief

Albrandswaard

428

303

0,1023%

gem. woningwaarde 521.000

woonlasten* 1.263

Barendrecht

501

243

0,0877%

499.000

1.181

Ridderkerk

396

218

0,0906%

400.000

977

Zwijndrecht

408

334

0,0857%

415.000

1.098

Hendrik-Ido-Ambacht

414

224

0,0883%

494.000

1.042

* Coelo-Atlas 2025

Vergelijking woonlasten 2024 en 2025 Vergelijking woonlasten 2024 en 2025 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

Barendrecht 1066,89

Hendrik-Ido Ambacht 985,87

Ridder-kerk

Woonlasten 2024

Albrandswaard 1235,63

Woonlasten 2025

1263,35

1181,06

1042,19

- 56 -

Neder-land

957,47

Zwijndrecht 1026,96

977,04

1098

1052

994

Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland (Coelo 2025) De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte en de ontwikkeling van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Uit de grafiek is af te lezen dat de hoogste stijging van de woonlasten in de Gemeente Wassenaar is met een stijging van 12,44% en de woonlasten in Leiden op hetzelfde niveau (0%) is gebleven. Albrandswaard kent een stijging van 2,46%.

Benchmark woonlasten Zuid-Holland 2000

12,44

1800 1400

6,62

4,29

1600

6,63

2,46

1200 9,26 1000

10,7 8,77

5,87 2,7 1,28 4,78

7,61

10,32

3,719,595,12

12,73

0,05 8,81

1,93 4,94

9,07

7,73 4,02 6,47 3,59

5,62 4,55

4,634,88 2,02

3,86 7,11 5,35

4,334,073,49

7,99 3,432,83

4,24

3,87 6,584,42 2,623,57

1842,49 1605,86 1194,88 1538,65 1190,14 1208,21 1141,03 1379,6 1098 1336,29 1283,11 1022,56 1050,03 1263,35 1181,06 1228,04 1213,63 600 1213,16 1224,87 1187,7 1159,48 1111,53 1106,78 1090,8 1086,31 1321,53 1072,16 1050,38 1042,19 946,67 1013,54 1013,41 1192,42 988,01 979,42 1065,75 977,81 977,04 1079,86 974,93 1039,45 1081,22 959,79 946,23 937,56 1099,32 1031,7 400 793,25 1085,44 200 6,65 3,99 0 800

9,6 1435,37

Woonlasten

Bron: Coelo 2025

- 57 -

Ontw %

Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 11 juli 2025. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.

De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de (geo)politieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering vallen vanaf 2024 binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in bijgaand overzicht. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 82% van alle geïdentificeerde risico’s. Trends & ontwikkelingen risicoprofiel Albrandswaard De gemeente ontvangt ruim de helft van haar inkomsten via een algemene uitkering uit het gemeentefonds. De meeste gemeenten voorzien vanaf 2026 grote tekorten omdat de algemene uitkering met ingang van 2026 terugloopt. Om hier op in te spelen moet er nu al actie worden ondernomen om de product- en dienstverlening op een acceptabel niveau in te kunnen blijven vullen.

Hierdoor moet er mogelijk opnieuw geprioriteerd worden, worden bezuinigingsmogelijkheden onderzocht en wordt er naar andere weerstandscomponenten gekeken om de dekking en de dienstverlening op peil te houden. Binnen het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) is er in lijn met het landelijke beeld een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. In de uitvoering van de Jeugdwet is de kans op overschrijding van de beschikbaar gestelde budgetten ook komend jaar groot. De hulpvraag onder jongeren is in aantal cliënten wellicht iets afgenomen, ten aanzien van voorgaande perioden van stijging, maar blijft groot en zeer kostbaar. De daarnaast beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening draagt bij aan het aanhouden van een verstevigd risico in het gemeentelijk risicoprofiel als het gaat om de

- 58 -

uitvoering van de Jeugdwet. Het CPB voorziet in de middellange termijn raming (heden2033) landelijk een aanhoudende kostenstijging op de uitvoering van de Jeugdwet van gemiddeld 2,4%. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag zeker tot en met 2027 hoog blijven en ook hier wordt landelijk een kostenstijging van circa 2% per jaar verwacht. Uiteraard zal er lokaal binnen het sociaal domein alles aan worden gedaan om de uitvoering zo efficiënt en effectief als mogelijk uit te voeren. De uitvoering van de Participatiewet laat eveneens een negatieve trend zien met een trage maar aanhoudende groei van uitkeringsgerechtigden. Ondanks alle maatregelen op het gebied van preventie, activering en handhaving blijft dit risico stevig in omvang. De krapte op de arbeidsmarkt biedt hierin maar beperkt verlichting omdat er in veel gevallen maar beperkt aansluiting blijkt te zijn op diezelfde arbeidsmarkt om hier snel positieve verandering in te realiseren. ICT/ Informatiebeveiliging en Privacy. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3771/documents/34794