Nota Integraal Beleid Sociaal Domein Albrandswaard.pdf
Tekst van het document
8.2 Doorontwikkeling gemeentelijke organisatie In de afgelopen vijf jaar zijn belangrijke stappen gezet om de diverse wetgeving en beleidsterreinen beter met elkaar te verbinden. Dat is de opdracht van het gemeentebestuur en niet in de minste plaats: van de wetgever.
8.2.1 Integrale dienstverlening De Wet maatschappelijke ondersteuning schrijft voor om bij de planvorming “bijzondere aandacht te geven aan een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen te organiseren”14. Dit ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ gaat daar uitvoerig op in. Tegelijkertijd heeft de gemeente in de afgelopen vijf jaar op een aantal punten doorontwikkeld en gelijktijdig de ‘winkel open gehouden’. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:
14
De gemeente is gestart met het organiseren van een ‘integrale toegang’. Alle (primaire en ondersteunende) werkprocessen van het domein maatschappij zijn opnieuw beschreven. Rollen en taken zijn daar waar nodig herzien en onnodige processtappen zijn uit het proces gehaald. Er is een (integraal) dienstverleningsmodel opgeleverd. De huidige en gewenste ICT-architectuur (ter illustratie: het domein maatschappij telt meer dan 50 noodzakelijke applicaties) is in kaart gebracht. Er heeft een marktonderzoek plaats gevonden naar de verschillende (software) mogelijkheden voor E-dienstverlening zowel op kortere en langere termijn. Er is een kennissysteem aangeschaft (implementatie afgerond eerste kwartaal 2020) voor medewerkers zodat landelijke en lokale wetgeving en werkinstructies eenduidig wordt ontsloten. Er is een werkorganisatie ingericht en daarmee is de interne sturing verbeterd door de span of control te verkleinen.
Wet maatschappelijke ondersteuning Artikel 2.1.2
45
De uitvoerende afdelingen zetten in op een effectieve dienstverlening. Dat wil zeggen dat als er een enkelvoudige vraag is, deze vraag ook zo snel mogelijk enkelvoudig wordt afgehandeld. Als een vraag meervoudig is dan wordt deze vraag integraal benaderd en gekeken waarmee de inwoner voor de lange termijn het meest mee geholpen is.
8.2.2 Organisatiecultuur De gemeente heeft ook oog voor de organisatiecultuur. De gemeente wil dat medewerkers een gezamenlijke mindset hebben om de inwoners duurzaam en mensgericht van dienst te zijn. Bij alles staat de meerwaarde voor de samenleving en de vraag ‘waar is de inwoner bij gebaat’ centraal. Gewenste cultuurveranderingen in organisaties vragen tijd. In het geval van deze gewenste cultuurverandering (de transformatie) betreft het in feite een optelsom van alle organisatieculturen van de gemeente en maatschappelijke partners samen.
8.2.3 Organisatieperspectief De gemeente werkt aan de doorontwikkeling van een robuuste gemeentelijke (uitvoerings)organisatie. De gemeente werkt TOE naar:
Een organisatie die Transparant is. Inwoners en partners zijn goed op de hoogte van stappen die de gemeente zet. Een organisatie met een Open en ook enthousiasmerende houding waar partners en inwoners zich geholpen, betrokken en gewaardeerd weten. Een organisatie die handelt vanuit Eenheid: één (integrale) toegang, één integraal beleid, uniforme werkprocessen en één gezamenlijke mindset!
In de afgelopen periode is er extra geïnvesteerd in de gemeentelijke dienstverlening. Dat was noodzakelijk om ‘op vlieghoogte te kunnen komen’. Nu is de tijd aangebroken om de focus naar buiten toe te versterken. Samen met partners en inwoners gaat de gemeente aan de slag met de opgaven die er zijn in de samenleving. De gemeente werkt toe naar de verwezenlijking van de missie van dit beleid: werken aan een vitale en gelukkige samenleving waarin iedereen naar vermogen mee kan doen.
8.3 Implementatie De ambities uit deze nota kan de gemeente alleen samen met de maatschappelijke partners realiseren wanneer sprake is van een zorgvuldige implementatie van het beleid. Op welke wijze en onder welke specifieke voorwaarden de implementatie goed geborgd kan worden zal de komende periode nader uitgewerkt worden. Op een aantal elementen wordt in deze paragraaf al ingegaan.
8.3.1 Een programmatische benadering Om te beginnen met betrekking tot de ambtelijke organisatie. Een programmatische benadering lijkt het meest passend voor de implementatie van het vastgestelde beleid. Het benodigde integrale perspectief, gericht op de transformatie waarbij de mens centraal staat, vraagt om aanscherping op zowel uitvoerend-, beleids- als managementniveau en zowel op het vlak van deskundigheid, houding als cultuur.
8.3.2 Inkoopstrategie en opdrachtgeverschap De uitgangspunten van dit beleid vormen de basis voor de inkoopstrategie binnen het sociaal domein en voor de wijze waarop het opdrachtgeverschap vorm zal krijgen.
8.3.3 Outcomegerichte sturing en partnerschap De vormgeving van de outcomegerichte sturing is een essentieel onderdeel van de implementatie, alsmede de versterking van de informatiepositie van de gemeente. Versterking van het partnerschap vormt -last but not least- ook een belangrijk aandachtspunt. Van de maatschappelijke partners wordt 46
betrokkenheid en commitment gevraagd. Het vermogen en de bereidheid het organisatiebelang te overstijgen wanneer het collectieve belang hierom vraagt is van groot belang. Om met elkaar de focus op het zo effectief en efficiënt mogelijk werken aan de maatschappelijke opgaven te krijgen en te behouden is een wendbare houding van alle betrokkenen nodig.
8.3.4 Beleidsmonitor Om goed te kunnen sturen op de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en de resultaten die behaald worden te monitoren, is een monitor per maatschappelijk effect opgesteld. Deze monitor is opgenomen in bijlage 3 bij deze beleidsnota. De effectiviteit van het beleid zullen gemeente en partners samen tegen het licht houden en zal mede onderdeel uitmaken van het gesprek aan de opgavetafels. In deze beleidsmonitor zijn per maatschappelijk effect de (sub)doelstellingen, onderliggende ambities en een eerste inventarisatie van mogelijke indicatoren geformuleerd die aansluiten bij de richting en gewenste ‘outcome’ van dit ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’. De monitor vormt voor de komende jaren de basis voor het volgen van de resultaten van dit beleid. De monitor is geen statisch geheel maar zal door de gemeente samen met partners door worden ontwikkeld op basis van o.a. voortschrijdend inzicht, (snelheid van) beschikbaarheid van data en de inbreng van gemeente en partners aan de opgavetafels. In de monitor zijn geen streefcijfers opgenomen. Het is de wens van de gemeente om eventuele streefwaarden steeds meer onderdeel uit te laten maken van de jaarlijkse planning & control-cyclus. De eventuele streefwaarden sluiten op die manier het beste aan op de actuele situatie in de gemeente.
8.3.5 Deskundigheidsbevordering De inbreng van ervaringsdeskundigheid van de doelgroepen van het beleid, vrijwilligers en mantelzorgers is eveneens een belangrijke succesfactor voor de beoogde aanpak. Dit vraagt om erkenning van deze vorm van deskundigheid; zowel binnen de gemeente als de bij dit beleid betrokken maatschappelijke organisaties. Op deskundigheidsbevordering zal daarom ook voortdurend worden geïnvesteerd.
8.4 Financiën De transformatiebeweging vraagt om investeringen in welzijn, preventie en vroegsignalering. Uitgangspunt bij de inzet die in deze nota is opgenomen is dat een en ander zoveel mogelijk binnen bestaande budgetten wordt uitgevoerd15. De gemeentelijke ambities zijn hoog, maar de huidige financiële positie van de gemeente noopt tegelijk tot terughoudendheid. De inspanningen die thans onderdeel uitmaken van deze conceptnota kunnen allen worden opgevangen binnen de bestaande budgetten Voor nieuwe inspanningen of intensivering van activiteiten geldt dat het principe ‘nieuw voor oud’ wordt gehanteerd. Daar waar zal blijken dat dit niet mogelijk is, zal de afweging via de gebruikelijke planning- en controlcyclus plaats vinden. De gemeente zal samen met haar partners via innovatieve, projectmatige aanpakken de komende jaren op zoek gaan naar de meest effectieve en efficiënte wijze waarop de doelstelling uit deze beleidsnota bereikt kunnen worden. Hiertoe is ruimte nodig om te kunnen experimenteren. Indien de gemeenteraad besluit tot instelling van een Sociaal Innovatiefonds, dan kan in voorkomende gevallen een aanvraag voor een beroep op dit fonds worden gedaan door onze samenwerkingspartners.
15
Behoudens financiële gevolgen van autonome ontwikkelingen aangaande het beroep op voorzieningen in het kader van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet
47
BIJLAGE 1 Trends & kwantitatieve gegevens A. Trends Op het beleid in het sociaal domein is een aantal trends van invloed. Daarnaast moet een aantal kwantitatieve gegevens in acht worden genomen voor het beleid in het sociaal domein. Vergrijzing De gemiddelde leeftijd van de inwoners van Albrandswaard neemt toe door een stijging van het aantal ouderen en een daling van het aantal jongeren. Het aantal personen met dementie neemt eveneens toe. Toename complexiteit van de samenleving Door de toenemende complexiteit van de samenleving kan een groeiende groep mensen niet meedoen in de samenleving, met onder meer eenzaamheid en/of GGZ-problematiek tot gevolg. Toenemend beroep op zorg en ondersteuning Doordat de gemiddelde leeftijd van de bevolking stijgt en door veranderingen in de zorg, blijven steeds meer mensen met een zorgvraag langer thuis wonen. De behoefte aan zwaardere zorg aan huis neemt als gevolg hiervan toe. De extramuralisering16 in de zorg versterkt dit, ook voor wat betreft andere doelgroepen. Toename tweedeling De verschillen in leefstijl en gezondheid, gekoppeld aan de sociaal-economische status van mensen nemen toe. Flexibilisering van de arbeidsmarkt De arbeidsmarkt flexibiliseert. Organisaties werken steeds meer met een zogenaamde flexibele schil in het personeelsbestand.
Het aantal werknemers met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd neemt af en het aantal tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en zelfstandigen zonder personeel neemt toe. Het bevordert de wendbaarheid van de arbeidsmarkt, maar kan voor werknemers ook meer onzekerheid met zich mee brengen. Stijging armoede en schuldenproblematiek Een toenemend aantal huishoudens leeft in armoede. Deze groep breidt zich ook uit naar de groep werkenden als gevolg van de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Globalisering en digitalisering Als gevolg van globalisering en digitalisering wordt de invloed van buitenaf groter. Mensen krijgen meer toegang tot informatie en de digitalisering heeft grote invloed op de (mogelijkheden in de) dienstverlening. Ook valt hierdoor een groep mensen ‘buiten de boot’. Van zorg naar preventie
16
Extramuralisering is het streven om buiten de muren van een intramurale instelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning
48
Toenemende aandacht voor vroegtijdige signalering van risicovolle situaties en tijdige interventie ter voorkoming van het beroep op (zwaardere) zorg. Verandering relatie tussen burger en overheid Burgers nemen geleidelijk vaker het initiatief en de overheid neemt dan een meer faciliterende rol aan. Het beroep op eigen kracht en sociale kracht neemt toe. Smart living Door de technologische ontwikkelingen kunnen ouderen en hulpbehoevenden ondersteund worden in het langer zelfstandig thuis wonen en kan de veiligheid hierbij bevorderd worden. Zorgprofessionals en mantelzorgers kunnen op afstand contact houden. Aantal echtscheidingen Het aantal echtscheidingen blijft stijgen in Nederland. Het aantal senioren dat sinds een decennium van elkaar scheidt is opmerkelijk hoog. Individualisering Als gevolg van de voortschrijdende individualisering neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe. Deze trend heeft ook invloed op de mate van eenzaamheid onder alle leeftijdsgroepen. B. kwantitatieve gegevens Dit deel van de bijlage is vrijwel geheel (tenzij anders vermeld) gebaseerd op de gemeentescan Albrandswaard 2020. Waar andere bronnen dan de gemeentescan zijn gebruikt, is dit aangegeven. Totaal aantal inwoners Albrandswaard per leeftijdscategorie in 2020, 2030 en 204017 In 2020 telt de gemeente Albrandswaard 25.300 inwoners.
Onderverdeeld in leeftijdscategorieën, geeft dit het volgende beeld.
Leeftijdsopbouw 1-1-2020 - gemeente Albrandswaard 1.840
2.610
4.550
2.940 7.840 5.580
0-14 jaar
15-24 jaar
25-44 jaar
45-64 jaar
65-74 jaar
75+ jaar
Kijkend naar de prognose van de bevolkingssamenstelling, ziet de leeftijdsopbouw er in 2030 en in 2040 als volgt uit:
17
Bron: gemeentescan Albrandswaard 2020
49
Leeftijdsopbouw 1-1-2030 gemeente Albrandswaard
2.700
3.420
4.150
2.980 3.140
6.970
Leeftijdsopbouw 1-1-2040 - gemeente Albrandswaard
5.400
4.230
2.990
6.240
2.840
5.530
0-14 jaar
15-24 jaar
25-44 jaar
0-14 jaar
15-24 jaar
25-44 jaar
45-64 jaar
65-74 jaar
75+ jaar
45-64 jaar
65-74 jaar
75+ jaar
Uit bovenstaande grafieken kan worden opgemaakt dat de bevolkingssamenstelling licht daalt van 25.360 in 2020 naar 25.250 inwoners in 2040; een afname van 0,4%. De verschuiving in aantallen inwoners onderverdeeld naar leeftijdsklassen is groter. Het aantal 75+ers kent tot 2040 een grote groei van 1.840 naar 3.420. Dat is een groei van 86%. Albrandswaard vergrijst! Het aantal inwoners van 65 jaar en ouder stijgt met 14,6% (van 2.610 begin 2020 naar 2.990 in 2040). Het aantal 45-64 jarigen daalt van 7.840 naar 6.240 met ruim 20% en de groep tussen de 25 en 44 jaar stijgt, na een daling in 2032 tot 5.360, in 2040 tot bijna hetzelfde niveau als in 2020. Onder de groep jeugdigen tot 14 jaar is een daling te zien van 4.550 in 2020 naar 4.230 in 2040; een daling van ongeveer 7%. De omvang van de groep oudere jeugd tot 24 jaar stijgt licht van 2.940 in 2020 naar 3.160 in 2029. Na lichte wisselingen zijn er in 2040 2.840 inwoners in deze categorie. Kijkend naar de prognose van de bevolkingssamenstelling per postcodegebied18, ziet de leeftijdsopbouw (in aantallen) er in 2020, 2030 en in 2040 als volgt uit:
18
In deze grafieken is de indeling en benaming van de postcodegebieden uit de gemeentescan aangehouden. Oude Koedood is het huidige Portland inclusief het buitengebied.
50
51
Samenstelling huishoudens & eenpersoonshuishoudens Bijna 7½ % van het totaal aantal huishoudens in Albrandswaard vormt een eenoudergezin. In 2019 is het aantal eenpersoonshuishoudens 2.661. Het aantal alleenstaanden is in 25 jaar met 41% gestegen. Een onderverdeling in leeftijdscategorieën van de eenpersoonshuishoudens is weergegeven in onderstaand figuur.
Eenpersoonshuishoudens per leeftijdscategorie 26%
12-24 jaar
2%
20%
20%
32%
25-44 jaar
45-64 jaar
65-74
75+
52
Mantelzorg Het aantal mantelzorgers tussen de 19-65 jaar oud lag met 10,6% onder het Nederlandse gemiddelde van 11,9% in 2012. Terwijl het Nederlandse gemiddelde steeg naar 14% in 2016, nam het aantal mantelzorgers in Albrandswaard tot 2016 toe tot 11,0%. Het aantal mantelzorgers van 65+ is in Albrandswaard gestegen van 11,6% in 2012 tot 13,6% in 2016. In Nederland steeg dat van 12,8% tot 15,2% in dezelfde periode. Eind 2019 waren er 430 mantelzorgers geregistreerd bij Stichting Welzijn Albrandswaard. (jaarverslag SWA 2019) Mantelzorgers 19-65 jaar en 65+ jarigen in 2012 en 2016
Ontvangen mantelzorg in 2016 6,4% van de inwoners van 19 jaar en ouder ontving mantelzorg in 2016. In Nederland was dat gemiddeld 9,9%. Bijna 100% van deze mantelzorgontvangers is 65 jaar of ouder. Vrijwilligerswerk Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk heeft verricht in de afgelopen 12 maanden is in 2019 36%. Ongeveer 56% verricht incidenteel en 44% incidenteel vrijwilligerswerk. Dit is iets minder dan het landelijk percentage en met het percentage vrijwilligers in gemeenten van vergelijkbare omvang. Deze percentages zijn in de laatste 3 jaar ongeveer gelijk gebleven. 25 % van de inwoners is bereid vrijwilligerswerk te gaan doen in de nabije toekomst en 35% van de inwoners is daartoe misschien bereid; deze percentages zijn gelijk aan 2017. 43% heeft deze bereidheid niet; dat is 3% meer dan in 2017. Het merendeel (58%) van de inwoners die in 2019 geen vrijwilligerswerk verrichtte gaf tijdgebrek aan als reden hiervoor. 23 Procent was niet geïnteresseerd. Voor 21% was de gezondheid een belemmering. Bij 6% is onbekendheid met vrijwilligerswerk de oorzaak; zij weten niet wat voor vrijwilligerswerk zij zouden kunnen doen of weten niet hoe zij aan vrijwilligerswerk kunnen komen. 53
70% van de inwoners van Albrandswaard geeft aan in 2019 burenhulp te hebben verleend. Een groot deel hiervan ‘houdt een oogje in het zeil’, maar ook hulp bij boodschappen en hulp bij vervoer komen veel voor als vormen van burenhulp. Gezondheid 65+ 64,8% van de inwoners van 65 jaar en ouder ervaart zijn of haar gezondheid als goed/zeer goed. 65+’ers in Albrandswaard zijn gemiddeld minder lichamelijk actief dan landelijk. 65+’ers in Albrandswaard hebben vaker overgewicht dan het landelijk gemiddelde. 65+’ers in Albrandswaard hebben minder beperkingen in gezondheid, horen, zien en bewegen dan landelijk. Beperkingen door gezondheid zijn iets meer dan het landelijk gemiddelde. Eenzaamheid De beschikbare cijfers over eenzaamheid in Albrandswaard lopen uiteen19. Volgens gegevens verkregen uit de burgerpeiling in 2019 voelt 16% van de inwoners zich wel eens eenzaam. Volgens gegevens uit de gezondheidsmonitor van 2016 is het percentage beduidend hoger; 37% van de inwoners van Albrandswaard van 19 jaar en ouder voelt zich ernstig tot zeer ernstig eenzaam. Dit percentage was ongeveer gelijk aan 2012. Het percentage ligt in de regio Rotterdam Rijnmond in 2016 met 47% hoger. In de monitor wordt aangegeven dat de verwachting is dat het percentage inwoners dat zich eenzaam voelt zal stijgen, met name onder alleenwonenden.
Totaal aantal mensen met dementie/alzheimer in Albrandswaard 2019 In de gemeentescan wordt gemeld dat het totaal aantal mensen waarvan bekend is dat zij dementerend zijn in 2019 119 is. In de grafiek op bladzijde 30 van de scan is te zien dat het aantal mensen met dementie/alzheimer in de postcodegebieden Rhoon en Poortugaal het grootst is. Dit hangt samen met het aantal 75+’ers in deze wijken. De stijging van het aantal inwoners met dementie/alzheimer hangt samen met de stijging van het aantal inwoners van 75 jaar en ouder. Het percentage bewoners van 75+ met dementie is in Deltawijk met 13% het hoogst, wat zo blijft tot 2040. In de rest van de postcodegebieden is het percentage 75+’ers met dementie/alzheimer momenteel rond de 7%. Ook dat blijft zo tot 2040.
19
Zeer waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door verschillen in de onderzoeksmethodologie en de gehanteerde definitie.
54
Aantal 75+’ers per postcodegebied in 2019
55
Aantal mensen met dementie/alzheimer De prognose van het aantal personen met dementie/alzheimer in Albrandswaard tot 2040, onderverdeeld in wijken is als volgt in beeld gebracht in de gemeentescan:
In de factsheet ‘mensen met dementie per gemeente’ van Alzheimer Nederland uit januari 2020 is een hoger aantal weergegeven. Volgens deze factsheet omvat het aantal mensen met dementie van 2020 tot 2050 in Albrandswaard: Jaartal
2020 370
2025 460
2030 550
2040 740
2050 860
56
Gebruik geestelijke gezondheidszorg In Albrandswaard maakten de bewoners in 2014 minder gebruik van de basis-ggz dan het Nederlands gemiddelde. In 2016 is dit andersom en ligt Albrandswaard boven het landelijk gemiddelde. Het grootste gebruik ligt procentueel in de wijken Poortugaal-Noord, Rhoon-Noord en Rhoon-Zuid. Mensen met depressie Depressie komt in aantallen het meest voor in Rhoon vanwege het aantal inwoners. Per 1.000 inwoners komt depressie het meest voor in Deltawijk. In Deltawijk en Rhoon zien we een toename van het aantal mensen met depressie, maar blijft het aantal per 1.000 inwoners redelijk stabiel. In Oude Koedood zien we een afname, wat kan samenhangen met de afname van het aantal inwoners. Jongeren
Jeugdhulp (https://www.cbs.nl/benchmark-jeugdzorg#albrandswaard)
Sinds 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg. In 2019 ontvingen in de gemeente Albrandswaard 390 jongeren van 0 tot 23 jaar één of meerdere vormen van jeugdhulp in natura. 375 van hen ontvingen daarbij jeugdhulp zonder verblijf, en 25 van hen ontvingen daarbij jeugdhulp met verblijf.
In verhouding verwijzen de huisartsen en de wijkteams het meest naar ambulante vormen van jeugdhulp. Daarentegen verwijzen voornamelijk de Gecertificeerde Instellingen (Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond) naar jeugdhulp met verblijf. Dit is logisch gezien hun expertise en de specifieke doelgroep die zij bedienen.
57
Het aantal jongeren dat één of meerdere vormen van jeugdbescherming ontving is lager dan het gemiddelde in de regio Rijnmond en het landelijke gemiddelde. In 2019 ontvingen 30 jongeren van 0 tot 18 jaar één of meerdere vormen van jeugdbescherming. Bij 20 van hen ging het om een ondertoezichtstelling.
Het aantal jongeren dat in de afgelopen jaren jeugdreclassering ontving is lager dan het regionaal en het landelijk gemiddelde. In 2019 ontvingen 10 jongeren van 12 tot 23 jaar in Albrandswaard jeugdreclassering. Het gaat hier overigens om een kleine doelgroep. Omdat het om relatief kleine aantallen gaat vertalen verschillen in aantallen zich al snel in (lichte) pieken en (lichte) dalen.
58
Het aantal kinderen in pleegzorg neemt landelijk toe en het tekort aan pleeggezinnen wordt groter. In 2019 verbleven 23.272 kinderen en jongeren in een pleeggezin. In 2018 waren er 22.741 pleegkinderen. Het aantal pleegkinderen is dus met 531 gestegen. Het betreft het aantal unieke pleegkinderen dat voor kortere of langere tijd in een pleeggezin heeft gewoond. Het aantal kinderen en jongeren in de pleegzorg groeit gestaag sinds 2000. In december 2000 waren er circa 8.000 pleegkinderen. De groei is gestabiliseerd in 2014 en in 2015 is het aantal gegroeid naar 18.865 kinderen en jongeren. Sindsdien is het aantal met wat schommelingen nog verder gestegen naar 19.042 pleegkinderen op 31 december 2019. 48 procent van de pleegkinderen is geplaatst bij bekenden, bijvoorbeeld grootouders, tantes en ooms, maar ook onderwijzers of buren. In 2019 waren er 16.717 pleeggezinnen. Waaronder 2.778 nieuwe pleegouders. 2.386 pleegouders zijn gestopt20
Werkzoekend (https://monitoraoj.nl/werkzoekende-jongeren/#)
In 2018 waren in Albrandswaard 37 jongeren van 16 tot 23 jaar werkzoekend. Op het totaal van 2.059 jongeren van 16 tot 23 jaar in Albrandswaard is dit 1.8%. Landelijk is dit 2.8% (zie grafiek blz. 60).
20
Pleegzorg Nederland, 2020). (https://www.nji.nl/Pleeggezin-Achtergronden-Cijfers en https://pleegzorg.nl/wpcontent/uploads/2020/07/Factsheet-pleegzorg-2019-def.pdf
59
Halt (https://www.halt.nl/)
Jongeren zoeken soms de grens op. Experimenteren hoort bij hun leeftijd. Maar soms gaan zij te ver en plegen ze een misdrijf of overtreding. De omgeving kan hier veel last van hebben. Door direct en op een grondige manier in te grijpen, voorkomt Halt dat gedrag van kwaad tot erger wordt. De Halt-straf heeft tot doel grensoverschrijdend gedrag zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan de slachtoffers en aan de maatschappij. In Albrandswaard fluctueert het aantal jongeren dat naar HALT is doorverwezen in de afgelopen jaren. In 2017 zijn 11 jongeren doorverwezen, in 2018 8 jongeren en 13 jongeren in 2019.
Vroegtijdig Schoolverlaters (VSV) (https://monitoraoj.nl/voortijdig-schoolverlaten-en-verzuim/#)
Het aantal vroegtijdig schoolverlaters laat in de laatste jaren een lichte daling zien. In Albrandswaard waren in 2018 9 jeugdigen, die ingeschreven zijn op het voortgezet onderwijs of MBO, voortijdig schoolverlater. Op het totaal van 1.653 jeugdigen die ingeschreven zijn op het voortgezet onderwijs of MBO in Albrandswaard is dit 0.5%. Landelijk is dit ook 0.5%.
60
Gezondheid en welzijn van kinderen21
21
Bron: gezondheidsmonitor kinderen 2018 Albrandswaard van de GGD Rotterdam-Rijnmond
61
Gezondheid en welzijn van jongeren
Ervaren gezondheid
62
Stress
Psychosociale gezondheid
Pesten
Professionele hulp en advies
63
Ingrijpende gebeurtenissen
Relatie met ouders
64
Bijbaan
Sport en beweging
Voeding
Middelengebruik onder jongeren Onderstaande tabellen geven een beeld van middelengebruik onder jongeren. Inzicht wordt gegeven in hoe vaak jongeren roken, alcohol drinken en drugs gebruiken. Roken
65
Alcohol
Drugs
Gamen
66
Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren22 Onderstaande tabel geeft een beeld van het verhoogde risico op gameverslaving, slaapproblemen en eenzaamheid23 onder derdejaarsleerlingen van het schooljaar 2017/2018 in Albrandswaard.
T.o.v. het schooljaar daarvoor is het percentage van jongeren met een verhoogd risico op gameverslaving afgenomen (was 15,2%), op slaapproblemen nagenoeg gelijk gebleven en is het percentage jongeren met een verhoogd risico op eenzaamheid is licht gestegen (was 5,8%). Op alle drie de gebieden scoort Albrandswaard lager dan het gemiddelde percentage bij gemeenten in de regio Rijnmond.
22
Bron: beleidsadviesnota Albrandswaard van het CJG Rijnmond Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren Gehanteerde definitie van eenzaamheid: ‘Het subjectief ervaren van een onplezierige of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties.’ (Samentegeneenzaamheid.nl, 2018) 23
67
Kwantitatieve gegevens Werk en inkomen, minimavoorzieningen en Schulddienstverlening Schulddienstverlening
68
Ontwikkelingen minimapopulatie In deze samenvatting van de Armoedemonitor 2019 van KWIZ staat een aantal kenmerken van de minimapopulatie in 2019 (huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum) evenals een vergelijking van deze doelgroep voor het minimabeleid met die in 2017 en 2018.
Minimahuishoudens 2017 – 2019 Op 31 december 2019 heeft de gemeente 500 huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) in beeld. Deze 500 huishoudens vormen 5 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dat ligt in lijn met het aandeel minima in andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. Ten opzichte van 2017 en 2018 is het aantal minima met enkele huishoudens gedaald (2017: 513, 2018: 508, 2019: 500). De lichte daling van het minimahuishoudens komt door een daling van het aantal minima met een inkomen tot 100 procent Wsm. In de periode 2017 – 2019 is het aantal gedaald van 470 naar 452 huishoudens. Deze daling gaat gepaard met de afname van het aantal bijstandsgerechtigden, een trend die ook landelijk zichtbaar is. Het aantal minimahuishoudens met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm is gelijk gebleven. Van alle 513 minima staan 23 huishoudens ingeschreven als ZZP’er. De voornaamste verandering in de samenstelling van de minimapopulatie is dat er minder alleenstaanden en meer meerpersoonshuishoudens met kinderen toe behoren. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen; 20 procent van alle eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 120 procent Wsm (76 huishoudens). Daarnaast zijn huishoudens tot 45 jaar vaker minima dan huishoudens van 45 jaar of ouder.
Naar herkomst zijn huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond oververtegenwoordigd onder minima; 18 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond
69
heeft een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dat 3 procent. Tenslotte hebben huishoudens in het woongebied Poortugaal Zuid vaker dan gemiddeld een minimuminkomen. Deze verhoudingen komen overeen met die in 2017 en 2018. Nieuwe minima en langdurige minima Op 31 december 2019 hadden 382 huishoudens (76 procent) al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm en sinds 2017 wordt deze groep ieder jaar wat groter. Huishoudens met AOW, huishoudens zonder kinderen en huishoudens met een westerse migratieachtergrond hebben vaker dan gemiddeld langdurig een minimuminkomen. In 2019 zijn 45 huishoudens ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie, zij vormen 9 procent van de doelgroep. De instroom daalt sinds 2017, maar omdat minder minima uitstromen (de groep langdurige minima groeit), blijft de totale populatie stabiel.24 Minimakinderen Tussen 31 december 2017 en 31 december 2019 is het aantal minimakinderen tot 18 jaar dat bij de gemeente in beeld is toegenomen van 284 in 2017, 294 in 2018 naar 306 in 2019. Hoewel het aantal minimahuishoudens licht daalt in de periode 2017 – 2019, is het aantal minimakinderen juist iets gestegen. Het aandeel minimakinderen komt daarmee op 5,4 procent van alle kinderen in de gemeente.
De totale bijstandspopulatie is gedaald, terwijl het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een bijstandsuitkering is toegenomen. Daarnaast neemt sinds 2017 het aantal en aandeel minima met een migratieachtergrond toe, terwijl het aantal en aandeel minimakinderen met en Nederlandse achtergrond juist wat afneemt. Kinderen in een eenoudergezin, kinderen met een migratieachtergrond en kinderen uit de wijk Poortugaal Zuid groeien vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere gezinnen. Van alle minimakinderen heeft 12 procent een indicatie voor de Jeugdwet, dat zijn er in totaal 36 (in 2017: 31). Minimakinderen hebben vaker een indicatie voor de Jeugdwet dan kinderen die niet in een minimagezin opgroeien. Gemiddeld zien we bij andere gemeenten een overlap van 10 tot 20 procent tussen minimakinderen en de Jeugdwet. Regelingen In de volgende figuur staat het bereik per regeling in 2017, 2018 en 2019. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de doelgroep.
24
De verwachting is dat als gevolg van Covid-19 het aantal mensen met een bijstandsuitkering zal stijgen. Hierdoor zal ook de minimapopulatie toenemen. Naarmate de economie weer uit het dal klimt zal deze nieuwe instroom weer gaan afnemen.
70
Onderstaand wordt het bereik van de gemeente Albrandswaard vergeleken het gemiddelde bereik in andere gemeenten (op basis van ervaringscijfers van KWIZ). Regeling
Albrandswaard
Gemiddeld andere gemeenten
Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoen: volwassenen Meedoen: Kindpakket Meedoen: schoolkosten
86% 26% 53% 30% 37% 65% 34%
70 à 75% 25 à 30% 50 à 55% 35 à 40% 40 à 45% 50 à 55% 40 à 45%
Tabel S2 Bereik regelingen en gemiddeld bij andere gemeenten
Het bereik van de kwijtschelding is gestegen van 82 procent in 2017 naar 86 procent in 2019. In 2019 hebben 389 huishoudens gebruikgemaakt van de kwijtschelding. Een bereik van 86 procent ligt boven het gemiddelde van 70 à 75 procent bij de meeste andere gemeenten; In de periode 2017 – 2019 is het bereik van de bijzondere bijstand afgenomen van 34 procent naar 26 procent. Ook het aantal huishoudens dat gebruikmaakt is afgenomen. In 2019 hebben 132 huishoudens gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand, een bereik van 26 procent. Gemiddeld is het bereik bij andere gemeenten 25 à 30 procent; Het bereik van de individuele inkomenstoeslag is in de laatste drie jaar gestegen van 44 procent in 2017 naar 53 procent in 2019. Gemiddeld ligt het bereik van de individuele inkomenstoeslag bij andere gemeenten tussen de 50 en 55 procent. Het bereik van Albrandswaard ligt in lijn met het gemiddelde. Het gebruik is gestegen van 111 in 2017 naar 139 huishoudens in 2019; Het gebruik van de collectieve zorgverzekering schommelt in de periode 2017 – 2019. In 2017 maakten 257 huishoudens gebruik van de collectieve zorgverzekering, in 2018 was dit gestegen naar 279 huishoudens en in 2019 is dit gedaald naar 248 huishoudens. Het aandeel is in dezelfde periode gedaald van 47 procent in 20171, 35 procent in 2018 naar 30 procent in 2019.
Net als in voorgaande jaren is het merendeel van de huishoudens verzekerd bij CZ, een kleiner deel heeft een verzekering afgesloten bij DSW. De daling van het aantal gebruikers is opvallend;
71
Het gebruik en bereik van de Meedoenregeling voor volwassenen is ongeveer gelijk aan dat in 2018: 188 huishoudens gebben gebruikgemaakt van de regeling in 2019, een bereik van 37 procent. Het gemiddelde bereik bij andere gemeenten ligt tussen de 40 en 45 procent; In 2019 hebben 108 huishoudens gebruikgemaakt van het Kindpakket; 65 procent van de doelgroep. Dat ligt in lijn met voorgaande jaren, maar is wel hoger dan het gemiddelde bereik van een kindregeling in andere gemeenten (50 à 55 procent); In 2019 is het bereik van de meedoen schoolkostenregeling is in 34 procent. Het aantal huishoudens dat gebruik heeft gemaakt van de schoolkostenregeling is nagenoeg gelijk gebleven (2018: 29 huishoudens, 2019: 27 huishouden); In 2018 hebben drie huishoudens gebruikgemaakt van de individuele studietoeslag De doelgroep kan op basis van de bestanden die gebruikt zijn niet worden vastgesteld.
Meervoudige problematieken Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen: 27 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, 8 procent is in beeld bij schulddienstverlening en 17 procent van de minimagezinnen heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet. Huishoudens in de gemeente die geen minimuminkomen hebben maken minder vaak gebruik van een of meer van deze voorzieningen.
72
Bestandsontwikkeling Participatiewet Sinds de inwerkingtreding van de Participatiewet heeft de gemeente de taak om te zorgen voor garantiebanen en beschut werk conform de wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (wet BUIG, omvatte voorheen Wajong en/of Wsw). Sinds 2019 begint het aantal mensen met een arbeidsbeperking aan deze voorzieningen te stijgen. Daarmee zijn meer mensen toegeleid naar passend werk.
Hieronder staat de ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden in absolute aantallen in de laatste twee jaar, 2018 en 2019. In 2018 zien we een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Vervolgens in de eerste helft van 2019 een stijging, gevolgd door een daling op het eind van 2019.
De volgende tabel laat zien hoe de ontwikkeling van het klantenbestand sterk beïnvloed wordt door de ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden die in een inrichting verblijven als gevolg van verbouwingen en uitbreidingen.
73
In de onderstaande grafiek wordt vanaf de ingangsdatum van de Participatiewet de bestandsontwikkeling en de geïndiceerde bestandsontwikkeling in Albrandswaard weergegeven en afgezet tegen de ontwikkeling van objectieve referentiegemeenten25 en Nederland. Vanaf 2015 is het bestand in Albrandswaard gestegen met +14%. Dit wijkt af van de landelijke trend die een daling met -4% laat zien (zie onderstaande figuur).
Albrandswaard 600 500 400 300 200 100
okt-19
jul-19
apr-19
jan-19
okt-18
jul-18
apr-18
jan-18
okt-17
jul-17
apr-17
jan-17
okt-16
jul-16
apr-16
jan-16
okt-15
jul-15
apr-15
jan-15
0
Albrandswaard volume Frontin Buig objectieve referentiegemeenten volume Nederland volume
25
Dit zijn gemeenten met een vergelijkbare opbouw als Albrandswaard. Referentiegemeenten zijn Woensdrecht, Roerdalen, Rhenen, Hillegom, Geertruidenberg, Druten en Brummen. Het aantal uitkeringsgerechtigden die in een inrichting verblijven zijn hierin niet meegenomen.
74
Uitgesplitst naar type bijstandshuishouden valt de sterke stijging van het aantal alleenstaanden in de bijstand op: +25%. Ter vergelijking: landelijk daalt het aantal alleenstaanden in de bijstand met -2%. De ontwikkeling van het aantal paren wijkt nog meer af. In Albrandswaard +67% In de objectieve referentiegemeenten van Albrandswaard is ook een toename te zien (+7%), en landelijk +5%. Bij de maar minder sterk dan in Albrandswaard. eenouderhuishoudens in zien we het omgekeerde: in Albrandswaard een daling met -37% en landelijk een daling met -16%. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het niveau van het bijstandsbestand anno 2019 naar verhouding gelijk is aan het gemiddelde van de vergelijkbare referentiegemeenten. En dat geldt ook voor de bestanden uitgesplitst naar type huishouden (alleenstaanden, paren en eenouderhuishoudens). Afgaand op deze cijfers is de ambitie om vanaf 2019 de landelijke trend te volgen reëel te noemen. Speciale aandacht verdient daarbij de doelgroep alleenstaanden en paren. De omvang wijkt anno 2019 weliswaar niet af van het gemiddelde in de referentiegemeenten maar de situatie was begin 2015 veel gunstiger. Dat zou opnieuw haalbaar moeten zijn. Het omgekeerde geldt voor de doelgroep eenouderhuishoudens.
Ook hier is het aantal bijstandsuitkeringen verhoudingsgewijs gelijk aan het gemiddelde van de referentiegemeenten, maar anno 2015 lag het aantal veel hoger. In deze doelgroep is in Albrandswaard dus minder winst te behalen. Leeftijd 25% van de bijstandshuishoudens in Albrandswaard is jonger dan 30 jaar (of heeft tenminste één lid jonger dan 30). 37% is ouder dan 50 jaar. Qua leeftijd is het bestand iets jonger dan in de andere BAR-gemeenten. Herkomst 59% van de bijstandshuishoudens is van buitenlandse herkomst (of heeft tenminste één lid van buitenlandse afkomst), waarvan 52% niet-westers. In de hele BAR- organisatie is 50% van het bestand van niet-westerse herkomst. 32% van de bijstandshuishoudens in Albrandswaard zijn statushouders11. Dat is 3 procentpunt meer dan in Barendrecht en Ridderkerk. 42% is autochtoon. Opleiding 71% van de bijstandshuishoudens in Albrandswaard is laagopgeleid. Dit komt nagenoeg overeen met de omvang van het aantal laagopgeleide bijstandshuishoudens in Barendrecht en Ridderkerk. Gezondheidsproblemen
75
42% van de bijstandshuishoudens in Albrandswaard heeft gezondheidsproblemen. Dit komt nagenoeg overeen met de omvang van het aantal laagopgeleide bijstandshuishoudens in Barendrecht en Ridderkerk. Dit overzicht van bestandskenmerken illustreert dat een groot deel van het bestand in Albrandswaard, net als in de andere gemeenten, kenmerken heeft die belemmerend zijn voor arbeidsparticipatie, zoals een lage opleiding, gebrekkige taalvaardigheid (gelet op herkomst) en gezondheidsproblemen. Zij het dat in Albrandswaard de aantallen met dergelijke belemmeringen iets lager zijn dan in de andere BAR- gemeenten. GGZ-problematiek In Poortugaal, gemeente Albrandswaard, is een kliniek voor psychiatrie en verslavingsproblematiek gevestigd. Een flink aantal patiënten van de kliniek is bijstandsgerechtigd. Het klantenbestand van Albrandswaard bestaat voor ongeveer een kwart uit mensen in deze instelling, variërend van 25% in 2015 tot 22% in 2018. Voor deze groep klanten heeft de BAR-organisatie het beleid geen actie te ondernemen richting participatie. Deze klanten worden vanuit de instelling begeleid en drukken dus niet op de werklast van de klantmanagers werk. Deze klanten stromen in vanuit een andere gemeente op het moment van opname in de instelling. En na ontslag uit de instelling stromen zij uit naar een andere gemeente.
Hun uitkeringen zijn gebaseerd op de Norm verblijf in inrichting ('zak- en kleedgeld'). Die bedraagt ongeveer een derde van een volledige uitkering. Voor de bekostiging van deze uitkeringslasten ontvangen gemeenten een apart budget gebaseerd op historische uitgaven. Afstand tot de arbeidsmarkt In de onderstaande tabel is de verdeling van de uitkeringsgerechtigden eind 2019 weergegeven naar de afstand tot de arbeidsmarkt.26 De afstand tot de arbeidsmarkt wordt op basis van diverse factoren bepaald, zoals opleidingsachtergrond, werkervaring, gezondheid (fysiek, psychisch), beheersing van de Nederlandse taal, het hebben van financiële problemen etc. Uitkeringsgerechtigden in het segment jobready en nog-niet-jobready kunnen naar verwachting binnen 1 jaar toegeleid worden naar een betaalde baan: dat zijn er 106 uitkeringsgerechtigden. Zij kunnen uitstromen naar werk, opleiding, zelfstandigheid of een garantiebaan/beschut werk. Door life-events (verhuizing, ziekte etc.) lukt dat echter niet voor iedereen.
26
De groep niet-uitkeringsgerechtigden –vooral mensen die tot de doelgroep garantiebaan en nieuw beschut werk behoren- zijn in deze analyse niet meegenomen.
76
Gecombineerde inzet van instrumenten Om inwoners naar de arbeidsmarkt te begeleiden worden instrumenten ingezet zoals een werkervaringsplaats en trainingen/scholing. Heel vaak worden de instrumenten in combinatie ingezet. Over een periode van bijna 3 jaar blijkt dat als instrument een werkervaringsplaats het meest frequent wordt ingezet, in totaal 870 keer27. Heel vaak (295 keer) in combinatie met een of meer andere instrument. Andere veel gebruikte instrumenten zijn vrijwilligerswerk (691 keer, waarvan 309 in combinatie met een of meer andere instrumenten) en Scholing (488 keer, waarvan 300 in combinatie met een of meer andere instrumenten). Het totaal aantal instromers vanaf 1-12016 tot 1-8-2019 bedraagt 1930. Een Zorgtraject wordt in de beschouwde periode 439 keer ingezet. 85% van de inzet van Zorgtrajecten betreft cliënten die Niet Jobready zijn (zonder 51% of met groeipotentieel 34%).28 werkloosheid De werkloosheid in Albrandswaard is lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil is wel iets kleiner geworden. De ontwikkeling vanaf 2010 volgt de trend in Nederland.
27
Dit zijn aantallen voor de dienstverlening in de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Omdat beleid en uitvoering in de gemeenten met elkaar overeenkomt is het beeld over de inzet van instrumenten hetzelfde. 28 Deze aantallen zijn voor Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk samen. Omdat beleid en dienstverlening met elkaar overeenkomen zal dit voor Albrandswaard ongeveer 1/6 zijn van de genoemde aantallen. Dat is ongeveer het aandeel van de uitkeringsgerechtigden van Albrandswaard die niet in een instelling verblijven ten opzichte van het totale aantal uitkeringsgerechtigden waaraan deze dienstverlening wordt gegeven.
77
Albrandswaard 8 7 6 5 4 3 2 1 0
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Werkloosheid Albrandswaard
3,9
3,9
4,7
6
6,3
5,8
4,7
3,9
2,9
2,8
Werkloosheid Nederland
5
5
5,8
7,3
7,4
6,9
6
4,9
3,8
3,4
Werkloosheid Albrandswaard
Werkloosheid Nederland
Arbeidsmarkt29 Inwoners van onze gemeente werken vooral in de regio Zuid-Holland. Werkgevers in de provincie ZuidHolland kampten tot de Coronacrisis in het algemeen met personeelstekorten. Medio 2019 geeft 22% van de ondernemers in deze provincie aan dat zij productiebelemmeringen ervaren door personeelsgebrek (Conjunctuurenquête Nederland). Dit geldt ook voor Groot-Rijnmond. Het aandeel werkgevers dat belemmeringen ervaart, groeide de afgelopen jaren flink. Met een aanhoudende economische groei namen de personeelstekorten tot de Coronacrisis niet af. De economie groeide weliswaar niet meer in de mate waaraan Nederland de afgelopen jaren gewend raakte, maar er bleef sprake van een bescheiden groei. In september 2019 ging het Centraal Planbureau (CPB) uit van 1,8% economische groei in 2019 en 1,5% in 2020. Inmiddels is dat op korte termijn omgeslagen in een krimp, maar op de lange termijn gaat men nog steeds uit van herstel.
29
Deze informatie is uit het rapport ‘Regio in beeld Rijnmond 2019’ van het UWV van vóór de Covid-19 maatregelen. De verwachting is echter dat bij het herstel van de arbeidsmarkt deze analyse weer actueel wordt.
78
Totaal alle beroepen 2 kwartaal 2 0 1 9
Rijnmond Beroepsklasse
Typering
ICT Technisch
zeer krap krap
Economisch en administratief Pedagogisch
krap krap
Zorg en welzijn
krap
Commercieel
krap
Transport en logistiek
krap
Dienstverlenend
gemiddeld
Openbaar bestuur Managers
gemiddeld gemiddeld
Creatief en taalkundig
ruim
Totaal
krap
e
Afbeelding Spanningsindicator arbeidsmarkt 35 arbeidsmarktregio’s (landkaart) en Rijnmond naar beroepsklasse (tabel), 2e kwartaal 2019 Bron: UWV
In Rijnmond neemt vooral het aantal banen in de zorg & welzijn toe. Deze sector is groot en groeit sterk. Ook detailhandel, uitzendbureaus & arbeidsbemiddeling en de ICT dragen stevig bij aan de regionale banengroei. De ICT- sector kent relatief de sterkste groei en zorgt, ondanks dat dit een nog vrij kleine sector is, er mede voor het positieve effect op de totale banengroei Rijnmond. Vergrijzing Vergrijzing veroorzaakt vervangingsvraag. De afbeelding hieronder toont het aandeel 60-plussers in werknemersbanen voor 35 arbeidsmarktregio’s (links) en het aantal 60-plussers in Rijnmond naar sector (rechts). Rijnmond behoort met een aandeel 60-plussers in de werkgelegenheid van 6,6% tot de iets minder vergrijsde regio’s in Nederland (6,8%). Dit kan de komende jaren leiden tot vervanging van zo’n 38.800 in de regio woonachtige werknemers; gemiddeld 7.770 per jaar. Vooral zorg & welzijn, de zakelijke diensten en de industrie krijgen de komende jaren volop te maken met vervangingsvraag door pensionering.
79
Steeds meer vacatures staan - voor kortere of langere tijd - open. In Rijnmond nam het aantal openstaande vacatures sinds begin 2016 toe met 65% tot 16.500 eind 2018. Afbeelding 1.5 toont het verloop van de openstaande vacatures per kwartaal in de periode 2016 – medio 2019. Openstaande vacatures en mismatch De volgende afbeelding toont de openstaande vacatures in Rijnmond medio 2019 naar beroepsklasse en – niveau. De indeling naar beroepsniveau is op basis van de internationale ISCO-classificatie, die een indeling van niveau in vier categorieën kent:
beroepsniveau 1: eenvoudige routinematige taken, waarvoor elementair of lager onderwijs volstaat; beroepsniveau 2: weinig tot middelmatig complexe taken, waarvoor lager of middelbaar onderwijs vereist is; beroepsniveau 3: complexe taken, waarvoor middelbaar of hoger onderwijs vereistis; beroepsniveau 4: zeer complexe gespecialiseerde taken, waarvoor hoger of wetenschappelijk onderwijs vereist is.
Voor technische beroepen staan in Rijnmond de meeste vacatures open. Het gaat hier vooral om beroepen op beroepsniveau 2- zoals hulpkrachten in bouw en industrie en assemblagemedewerkers maar ook metaalarbeiders, bouwvakkers en elektriciens. Ook voor economische & administratieve beroepen staan veel vacatures open op beroepsniveau 2, zoals voor administratief medewerkers en voor minimaal beroepsniveau 3 voor financieel specialisten als controllers, accountants en belastingadviseurs. Op beroepsniveau 1 staan veel vacatures open in transport & logistiek en dienstverlening. Het gaat hierbij om horecapersoneel en beroepen als vrachtwagenchauffeurs, laders en lossers. In de beroepsgroep commerciële beroepen zoeken werkgevers vooral verkoopmedewerkers en callcentermedewerkers. Openstaande vacatures in zorg & welzijn zijn er vooral op minimaal beroepsniveau 3 voor beroepen als verzorgenden of woonbegeleider en op beroepsniveau 4 waarbij het met name gaat om (gespecialiseerd) verpleegkundigen. 80
Het aantal openstaande vacatures neemt niet alleen toe doordat er meer vacatures ontstaan, maar ook doordat vacatures steeds moeilijker vervulbaar zijn. Knelpunten in de personeelsvoorziening kunnen het gevolg zijn van mismatch; een verzamelbegrip met vele gezichten. Vanuit werkgeversperspectief zijn er vier typen mismatches te onderscheiden, die vaak in combinatie met elkaar voorkomen.
Verticale mismatch. Het opleidingsniveau sluit niet goed aan bij het gevraagde niveau voor een baan. Horizontale mismatch. De opleidingsrichting sluit niet goed aan bij de gevraagde richting voor een baan. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor bij docenten in het voortgezet onderwijs. Tot 2023 blijven er tekorten voor exacte vakken, terwijl er geen of nauwelijks tekorten zijn voor docenten maatschappijleer, aardrijkskunde en geschiedenis. Kennisveroudering. De kwalificaties van werkenden en werkzoekenden sluiten op een specifiek moment niet meer voldoende aan bij het veranderende werk. Geografische mismatch. Er zijn specifieke regionale knelpunten waardoor vraag en aanbod niet goed op elkaar aansluiten. Zo bestaan er momenteel vooral tekorten aan basisschoolleraren in de Randstad, terwijl er in noordelijke en oostelijke regio’s juist nog relatief veel werkzoekenden per vacature zijn
Naast de conjuncturele ontwikkelingen, die in hoofdstuk 1 zijn beschreven, beïnvloeden ook structurele ontwikkelingen (trends) de arbeidsmarkt in Rijnmond. Mismatch en kansen door de krapte op de arbeidsmarkt Vanwege de vraag naar personeel en de mismatch bij de sectoren techniek, ICT, zorg en onderwijs liggen hier kansen voor werkzoekenden. Ook in andere sectoren kunnen voor bepaalde beroepen tekorten blijven bestaan als de arbeidsmarkt weer aantrekt. Zo kan bijvoorbeeld de sterke vergrijzing in de transport zorgen voor een grote vervangingsvraag doordat personeel met pensioen gaat. De krapte in veel technische beroepen blijft de komende jaren aanhouden. Dit heeft te maken met:
Vergrijzing. De komende jaren gaan veel technische vakmensen met pensioen. Te weinig instroom in technische opleidingen, vooral op het mbo. Dit hangt deels samen met het beeld dat veel mensen van het werken in technische beroepen hebben. Bovendien leek een technische opleiding door de vele ontslagen tijdens de crisis voor jongeren minder aantrekkelijk. En 81
vooral in de bouw daalde het aanbod van trajecten in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) tijdens de crisis fors, waardoor minder jongeren een opleiding konden doen. Groeiende rol techniek. Techniek speelt op steeds meer terreinen een belangrijke rol. Bijvoorbeeld bij de energietransitie, installatie van laadpalen voor elektrische auto’s en domotica (smart homes), om ouderen langer thuis te laten wonen of energie te besparen. De veranderende eisen die aan werknemers gesteld worden. Zo is er toenemende behoefte aan mensen die interdisciplinair samen kunnen werken aan complexe vraagstukken, binnen een continu veranderende context en veranderende technologie.
Op dit moment is de arbeidsmarkt in Rijnmond zeer krap voor ICT-beroepen, veel werkgevers ervaren problemen om aan personeel te komen. Aangezien ICT-werkzaamheden in alle sectoren voorkomen, heeft vrijwel elke sector dus te maken met dit wervingsprobleem. In de ICT speelt zich een duidelijke kwalitatieve mismatch af. Ondanks de grote personeelstekorten zijn er nog steeds werkzoekende ICT’ers met een uitkering. Dit komt deels doordat zij relatief vaak laag en middelbaar opgeleid zijn, terwijl er vooral vraag is naar hoger opgeleiden. Bovendien is het in de ICT heel belangrijk om specifieke, up-to-date kennis en ervaring te hebben. Gevraagde competenties en kennis veranderen in hoog tempo. Er is meer vraag naar mensen met goede communicatieve vaardigheden, die interdisciplinair kunnen samenwerken, inzicht hebben in bedrijfsprocessen en klantwensen kunnen vertalen naar ICT-oplossingen en -producten. Doorstroom WW-bijstand naar gemeente De gunstige economische ontwikkelingen tot Corona hadden een dempend effect op de doorstroom van WW naar bijstand. Het is voor werkzoekenden gemakkelijker om werk te vinden. Het percentage personen dat na beëindiging van de WW- uitkering een beroep deed op de bijstand nam in Rijnmond af van 8,1% in 2015 tot 6,1% in 2017. Dit laatste percentage lag nog boven het landelijke doorstroompercentage van 4,6% in 2017.
De doorstroom van de WW naar de bijstand is – vanuit de WW bezien – relatief beperkt. Dit vereist echter wel een nuancering; vanuit de bijstand gezien is het voor gemeenten een belangrijk deel van de nieuwe bijstandsuitkeringen.
82
G oeree- Overflakkee
Doorstroom abs.
Doorstroom %
Nederland Rijnmond
19.280 2.180
4,6% 6,1%
Albrandswaard Barendrecht
10 20
2,6% 2,5%
Brielle
<10
2% tot 4%
Capelle aan den IJssel
120
7,1%
Goeree-Overflakkee
20
3,4%
Hellevoetsluis
50
5,8%
Hoeksche Waard Krimpen aan den IJssel
40 20
3,4% 3,8%
Maassluis
20
2,3%
Nissewaard
150
7,0%
Ridderkerk
30
2,9%
Rotterdam
1.490
7,6%
Schiedam Vlaardingen
90 80
3,6% 4,0%
Westvoorne
<10
2% tot 4%
Zuidplas
30
3,9%
Doorstroom van WW naar bijstand gemeente Rijnmond, doorstroompercentage (landkaart); absoluut en doorstroompercentage (tabel), 2017 Bron: UWV
In Rijnmond varieerde het doorstroompercentage van WW naar bijstand in 2017 van 2% in Westvoorne en Brielle tot 7,6% in Rotterdam. In onze gemeente is dat 2,6%. Verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt van bijstandsgerechtigden We proberen stapsgewijs de afstand tot de arbeidsmarkt van werkzoekenden te verkleinen. Het kan dan gaan om het stimuleren van maatschappelijke participatie of het laten opdoen van werkritme. Het hebben van zelfs een bescheiden parttime baan blijkt uiteindelijk voor bijstandsgerechtigden een effectieve opstap te zijn naar uitkeringsonafhankelijkheid.
Beroep
Aantal
Totaal 64.340 Productiemedewerkers 9.940 Schoonmakers in kantoren en bedrijven 4.260 Ondersteunende secretariële medewerkers 1.970 Magazijn- en expeditiemedewerkers 1.960 Helpenden 1.480 Receptionisten en telefonisten 1.340 Medewerkers kinderopvang 1.120 Huishoudelijk medewerkers (hotel, 1.110 instelling) Medewerkers bediening horeca 1.090 Verkoopmedewerkers detailhandel mode 1.030
83
Afbeelding Top 10 Geregistreerde werkzoekenden UWV met bijstandsuitkering naar beroep van inschrijving. Rijnmond, december 2018. Bron: UWV
Bijstandsgerechtigden die parttime werken stromen gemiddeld drie keer vaker uit naar werk dan bijstandsgerechtigden die geen parttime werk verrichten. Dit effect is nog groter bij alleenstaande ouders, vrouwen en 40-plussers. Als zij parttime werken, stromen ze zelfs vier keer vaker uit. De samenhang tussen parttime werk en de uitstroom naar werk is op meerdere manieren te verklaren. Mensen met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt vinden gemakkelijker een baan. Daarnaast kan parttime werk leiden tot meer uren of meer verdiensten en vervolgens uitstroom naar werk.
84
BIJLAGE 2 Beleidsmonitor Hieronder is een beleidsmonitor per maatschappelijk effect uit de beleidsnota ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ weergegeven. In deze beleidsmonitor zijn per maatschappelijk effect de (sub)doelstellingen, onderliggende ambities en een eerste inventarisatie van mogelijke indicatoren geformuleerd die aansluiten bij de richting en gewenste ‘outcome’ van dit ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’. De monitor vormt voor de komende jaren de basis voor het volgen van de resultaten van dit beleid. De monitor is geen statisch geheel maar zal door de gemeente samen met partners door worden ontwikkeld op basis van o.a. voortschrijdend inzicht, (snelheid van) beschikbaarheid van data en de inbreng van gemeente en partners aan de opgavetafels. In de monitor zijn geen streefcijfers opgenomen. Het is de wens van de gemeente om eventuele streefwaarden steeds meer onderdeel uit te laten maken van de jaarlijkse planning & control-cyclus. De eventuele streefwaarden sluiten op die manier het beste aan op de actuele situatie in de gemeente. De opbouw van elke monitor is weergegeven zoals hieronder in de tabel afgebeeld. = maatschappelijk effect = doelen = ambities = indicator In de monitor zijn diverse afkortingen gebruikt. Hieronder is de lijst van afkortingen weergegeven. LIJST VAN AFKORTINGEN SSD
Suite Sociaal Domein
SHV PW WSJG GI IVH CEO Poh j-ggz CJG GGD BP
Schuld Hulp Verlening Participatiewet Waar staat je gemeente Gecertificeerde Instelling Intensief Vrijwillige Hulpverlening Cliënt Ervarings Onderzoek Praktijkondersteuner jeugd ggz Stichting Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond Burgerpeiling30
30
In deze beleidsmonitor zijn indicatoren opgenomen waarbij als bron burgerpeiling is opgenomen. Dit betreft een peiling die binnen de implementatiefase van deze nota vorm moet krijgen en waartoe het college separaat aan deze nota zal besluiten.
85
86
1. Alle inwoners ontwikkelen zich optimaal
a. Minder inwoners hebben taal- of ontwikkelachterstanden
Een doorgaande leer- en ontwikkellijn
% risico op onderwijs achterstanden Bron: WSJG
Relatief en absoluut verzuim per 1.000 leerlingen Bron: WSJG
Meer inwoners met een startkwalificatie
Voortijdig schoolverlaters zonder start kwalificatie Bron: WSJG
Meer inwoners beheersen basis vaardigheden
Deelname trajecten bij de bibliotheek % deelnemers aan het VO en MBO Bron: WSGJ
Geschat % risico op laaggeletterdheid
Bron: Bibliotheek, WSJG
b. Meer kinderen hebben een kansrijke start
Eerder signaleren van risico's in de ontwikkeling van het kind
% verhoogd risico op psychosociale problematiek jeugd
Bron: GGD gezondheidsmonitor kinderen
87
Vroeggeboorte en/of te laag geboorte gewicht / zwangerschapsbegeleiding Bron: WSGJ
Meer mogelijkheden voor talentontwikkeling
Deelname aan brede school activiteiten Bron: rapportage Brede School
c. Meer kinderen groeien gezond en veilig op
Meer aandacht voor opvoedvraagstukken
Steun bij opvoeding/ behoefte hulp en advies Bron: gezondheidsmonitor kinderen
Verhogen van de weerbaarheid onder jeugdigen
% jongeren 1318 jr dat zich voldoende weerbaar voelt Bron: gezondheidsmonitor jeugd
Jeugdigen worden niet bedreigd in hun ontwikkeling
Jongeren met jeugdbeschermings maatregel (IVH) Bron: rapportage GI
2. Alle inwoners hebben gelijke kansen om mee te doen
a. Minder inwoners ervaren (financiële) belemmeringen om mee te doen
Afname van schulden problematiek
Meer inwoners beheersen basisvaardigheden
Het aantal aanmeldingen bij SHV
Deelname trajecten bij de bibliotheek
aantal actieve dossiers bij SHV
Geschat % risico op laaggeletterdheid
Bron: SSD/Partner
Bron: waarstaatje gemeente.nl
b. Meer inwoners kunnen (naar vermogen) meedoen
Meer mogelijkheden voor inwoners met een beperking om mee te kunnen doen
Bekendheid en gebruik gemeentelijke voorzieningen PW/Wmo Bron: SSD
Daling van werkloosheid door duurzame uitstroom of duurzame participatie
Minder ongelijkheid tussen inwoners als gevolg van inkomensverschillen
Bekendheid met en gebruik minima regelingen
% van inwoners boven de 110% van het sociaal minimum
Bron: SSD en BP
bron: WSGJ
Uitstroom naar werk afzetten tegen herhaalde aanvragen aantal personen dat vrijwilligerswerk verricht als tegenprestatie
Bron:SSD
88
c. Hulp en ondersteuning hebben een duurzamer resultaat
Inwoners weten hun weg naar hulp beter te vinden
% inwoners (met ondersteuningsbehoefte) dat bekend is met gemeentelijke voorzieningen Bron: BP
Effectiever herstel of stabilisatie van problematiek
% herhaald beroep op hulp of uitval?
Mate van tevredenheid over resultaat verkregen ondersteuning
Bron: SSD Bron: CEO
Fraude en misbruik van voorzieningen wordt tegengegaan
Er worden voldoende handhavings /controle onderzoeken PW/Wmo/Jeugd uitgevoerd bron:SSD
3. Alle inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om
a. Meer inwoners zijn zelfredzaa m
b. Meer inwoners voelen zich verbonden met en zetten zich in voor hun wijk of buurt
Het vergroten van de zelfredzaamheid onder inwoners met een hulpvraag
Deelname aan de activiteiten van de wijkvereniging/ wijkcentra stijgt
% van inwoners dat zich door de onvangen ondersteuning beter kan redden
Bezettingsgraad wijkcentra
Bron: CEO / methodiek vraagverheldering
Bron: rapportage welzijnsstichting /wijkverenigingen
De sociale samenhang stijgt
% inwoners dat burenhulp verleent
Sociale samenhang t.o.v. landelijk gemiddelde
% inwoners dat burenhulp verricht
Bron: WSJG
Bron: BP
c. Meer inwoners zijn bereid om mantelzorg te verlenen
Mantelzorgers voelen zich (op maat) ondersteund en gewaardeerd
% inwoners naar leeftijdscategorie dat mantelzorg verleent Bron: GGD Gezondheids monitor
89
% mantelzorgers dat zich goed ondersteund en gewaardeerd voelen Bron: BP / jaarverslag SWA
Bekendheid met mantelzorg ondersteuning Bron: BP
d. Meer inwoners leveren vrijwillige inzet
De verbinding tussen formele en informele zorg is versterkt
De verbinding tussen vraag en aanbod vrijwilligers werk versterkt
Toename trajecten waarbij informele zorg wordt ondersteund door formele zorg
% inwoners dat vrijwilligerswerk verricht of wil verrichten
Bron: ntb
Jaarverslag SWA
Bron: BP,
Vrijwilligers voelen zich beter ondersteund
Mate waarin vrijwilligers zich ondersteund voelen Bron: BP
4. Alle inwoners zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond
a. Meer inwoners zijn mentaal gezond
Minder inwoners ervaren eenzaamheid
% emotionele en sociale eenzaamheid naar leeftijdscategorie Bron: GGD Gezondheidsmonitor, Benchmark Eén tegen eenzaamheid, BP, onderzoek CJG
Minder inwoners kampen met mentale klachten zoals angst en depressie
b. Meer inwoners zijn fysiek gezond
c. Gemeente en partners verbeteren hun vroegsignalering
Meer inwoners met een gezonde leefstijl
Vroegtijdiger en relatief meer inzet van welzijns- en gezondheidsvoorzieningen
% inwoners met depressieve of angst klachten
% inwoners naar leeftijdscategorie met overgewicht
% inwoners dat voldoende beweegt/voldoet aan de beweegnorm
Bron: WSJG / Vektis(?)
Bron: WSJG
Bron: WSJG
90
Aantal inwoners naar leeftijdscategorie dat gebruik maakt van welzijn op recept
Bron: rapportage welzijn/ zorgdomein